31.10.12

Kleine Spookachtige Nachtmuziek




Een kort luisterspel dat zich afspeelt in een berucht spookhuis in Brugge, met medewerking van een spookachtige pianist, die best wel eens W.A. Mozart zou kunnen zijn:

Kleine Spookachtige Nachtmuziek

27.10.12

Van Galgenberg tot Duivelsput (2): Het Dwaallicht




Lisa Lomé trok samen met een aantal paranormaal onderzoekers op expeditie naar de Duivelsput in Affligem, en verdween toen spoorloos (zie Van Galgenberg tot Duivelsput 1: De Verdwijning van Lisa Lomé).  Enige tijd later werd in de Duivelsput haar MediaPlayer teruggevonden, met dit filmpje op:




Het bestaat uit "nightvision" opnames die gemaakt werden tijdens het paranormaal onderzoek, maar ook uit een EVP (Electronic Voice Phenomenon) van Lisa Lomé. We horen onder meer de stem van auteur Patrick Bernauw en we zien Wim Coppens van de Belgian Paranormal Investigators even in beeld verschijnen. Zeer merkwaardig is ook het gebruik van muziek, in de vorm van een soundscape van Fernand Bernauw. Opnieuw stelt "Mysterieus België" ons voor een raadsel, deze keer van paranormale aard! De grote vraag is: waar bleef Lisa Lomé?

(Onderneem jij ook graag een paranormale expeditie, neem dan contact op met info@inter-actief.be)

23.10.12

Urban Legends in Mysterieus België: Van Galgenberg tot Duivelsput (1)


 

De verdwijning van Lisa Lomé

Op donderdag 18 oktober 2012 kreeg een bont gezelschap van paranormaal geïnteresseerden een uiteenzetting van Wim Coppens, van de Belgian Paranormal Investigators -- ook wel, ietwat oneerbiedig, 'spokenjagers' genoemd. Het doel van de Belgische Paranormaal Onderzoekers is immers in de eerste plaats het helpen van mensen die met allerlei 'paranormale activiteit' te kampen krijgen, door een natuurlijke oorzaak te zoeken voor de fenomenen en manifestaties die zich voordoen. In het vakjargon heet dit dan 'debunken'. Hiervoor gebruiken ze infrarood --en ultraviolet camera's, EMF-meters om afwijkingen in het elektromagnetisch veld vast te stellen, thermometers om onverklaarbare temperatuurveranderingen op te sporen, en dictafoontjes waarmee EVP's (Electronic Voice Phenomena) kunnen worden opgenomen. Tot nu toe hebben de BPI's evenwel slechts één enkele EVP kunnen vastleggen -- een geluid of een stem, die op het moment van de opname niet werd gehoord, omdat ze voor het menselijk oor niet waarneembaar is.

Met auteur en inboorling Patrick Bernauw als gids trok het gezelschap naar de Galgenberg en de Duivelsputten van Affligem, en dit in het kader van een gezamenlijk project van de Belgian Paranormal Investigators en Patrick Bernauw. Het ligt namelijk in hun bedoeling een serie onderzoeken te verrichten naar "Urban Legends in Mysterieus België".

Is het mogelijk met objectieve middelen paranormale activiteiten vast te stellen op plaatsen waar zich tot de verbeelding sprekende historische feiten hebben voorgedaan, en/of waar aloude sagen en legenden tot op de dag zijn blijven voortbestaan?

En daar, tussen Galgenberg en Duivelsput, bleek er plotseling een lid van het gezelschap te ontbreken. Een jonge vrouw die zich Lisa Lomé noemde en sindsdien als in rook lijkt opgelost...

17.10.12

Joachim Stiller komt op Cultura

Met het "vorderen der jaren" ben ik in mijn boeken teruggekeerd naar de plek waar het voor mij, als schrijver, allemaal begon - dat moet Atlantis geweest zijn, het soort Atlantis dan dat beschreven werd in de roman Terugkeer naar Atlantis van Hubert Lampo. Ik bedoel dan dat ik in boeken als Het Bloed van het Lam, Nostradamus in Orval, Het Illuminati Complot, De Paus van Satan of De Zaak Louis XVII een zeer persoonlijke "historische thriller"-versie van een door Lampo bedreven en beschreven magisch-realisme ben gaan opzoeken. Ik noem het dan "faction", een versmelting van feiten en fictie, die - wat mij betreft - vaak ook de grenzen opzoekt van werkelijkheid en verbeelding. Zonder het werk van Lampo zou ik nu heel andere boeken schrijven, neem ik aan. Ik leerde van zijn romans dat je de thematiek van je verhalen ook dicht bij huis kunt zoeken, in mijn geval in "Mysterieus België", zodat de realiteitswaarde versterkt en een "opschorting van het ongeloof" (in het fantastische) mogelijk wordt. En ik leerde van hem ook hoe je, met eenzelfde doel voor ogen, een essay kunt schrijven als een roman, en essayistische passages in een roman kunt verwerken. Ik beschouw Hubert Lampo dan ook als één van mijn geestelijke vaders, samen met bijvoorbeeld Stephen King. 
 
Cultura24 (hét digitale themakanaal van de Publieke Omroep voor verdieping in kunst en cultuur) staat van 15 t/m 19 oktober in het teken van het magisch-realisme. Dé roman in dit genre is De komst van Joachim Stiller van Hubert Lampo, 35 jaar geleden verfilmd voor de televisie, en sindsdien niet meer te zien geweest. Maar nu dus op Cultura24, en wel op donderdag 18 oktober om 20.40 uur.

Hier volgt een kort artikel over de uitzending, geplukt van de website van Cultura 24:


Iconische roman

Galerie Mokum bestaat vijfentwintig jaar, noordelijke realist Diederik Kraaijpoel is recentelijk overleden en realistische dichter Jean Pierre Rawie brengt een nieuwe dichtbundel uit. Reden genoeg om aandacht te besteden aan het (magisch) realisme in de kunsten. Met als hoogtepunt na 35 jaar weer op de televisie te zien: De komst van Joachim Stiller.

De verfilming van de iconische roman van het magisch-realistische genre, geschreven door de Vlaamse auteur Hubert Lampo in 1960 verscheen ruim vijftien jaar later in 1976, geregisseerd door Harry Kümel, met hoofdrollen voor Hugo Metsers, Cox Habbema en Willeke van Ammelrooy. Voorafgaand aan de film vertelt schrijver Hubert Lampo over het ontstaan van het boek.

Onverklaarbare verschijnselen

In De komst van Joachim Stiller ziet een Antwerpse journalist zijn dagelijks, ordelijke leven in toenemende mate verstoord door onverklaarbare verschijnselen. Zo ontvangt hij een brief uit 1919 die een gebeurtenis van veel latere datum vermeldt. Omdat deze verstoringen steeds met de naam ‘Joachim Stiller' zijn verbonden, raakt de journalist erdoor geobsedeerd. De ontknoping, die veel te maken heeft met zijn traumatische ervaringen uit de Tweede Wereldoorlog vindt plaats bij een psychiater– en later ook bij een verlaten spoorwegstation in een Antwerpse buitenwijk. Hiermee verweven is het verhaal van een Antwerpse kunsthandelaar, die met een nieuw soort schilderkunst rijk denkt te worden. Hij gijzelt hiertoe een zwakbegaafde kunstenaar.

10.10.12

MP3 Moordspel/Hoorspel: "Mysteries van het Duivelsteen" van Patrick en Fernand Bernauw, met o.a. Anton Cogen




Wat is er gebeurd met chansonnier Gerard de Duivel, die lang geleden spoorloos verdween? Pleegde hij zelfmoord? Werd hij vermoord? Is er nog wat anders aan de hand? Zijn vriend, de acteur Anton Cogen, stelt zovele jaren na datum een onderzoek in en verzamelt interviews, getuigenissen en covers van de liedjes van de "diabolische" zanger, die destijds - door omstandigheden - nooit op CD werden uitgebracht. Los jij het mysterie op? Dit is de "moorddiner"-versie van het moordspel, die gebracht kan worden in om het even welke locatie. Het enige dat je daarbij nodig hebt is deze MP3... en de oplossing natuurlijk. De MP3 Moordspel Mysteries van het Duivelsteen kan besteld worden via dit emailadres aan 53 euro. Er bestaat ook een stadsspel-versie, te spelen in Gent uiteraard; voor handleiding, draaiboek en meer info: hier!



 

Deze MP3 bevat de volgende items:
1./ Inleiding door Anton Cogen in het kader van een wandeling door het Patershol.
2./ Isabel Danst, het enige liedje van Gerard de Duivel, door de artiest zelf gezongen, dat ooit officieel werd uitgebracht.
3./Anton Cogen interviewt Gilbert Leduc, de manager van Gerard de Duivel.
4./ De Onthoofdingsbrug, cover van een liedje van Gerard de Duivel, door Amaryllis Temmerman.
5./ De Legende van het Duivelsteen: een muzikaal hoorspel, met de stem van Anton Cogen.
6./ Bezeten Blues, cover van een liedje van Gerard de Duivel, door Yves Bonduelle.
7./ Isabel Degraeve legt getuigenis af over haar relatie met de duivelse chansonnier.
8./ De Ballade van Heer Halewijn: de bekende traditional werd bewerkt door Gerard de Duivel en was één van zijn favoriete songs; het lied over de middeleeuwse seriemoordenaar wordt hier vertolkt door Lieve De Schepper.
9./ Yves Bonduelle, één van de leden van de Bende van de Duivel (de naam van de groep van Gerard) legt getuigenis af.
10./ Veuve Noire, cover van een liedje van Gerard de Duivel, door Luc Bogaert.
11./ Motel Droomoord, cover van een liedje van Gerard de Duivel, door Yves Bonduelle.

Draaiboek voor de organisator van het MP3 Moordspel "Mysteries van het Duivelsteen":

1./ Bestel de MP3 met de Oplossing.

2./ Het moordspel laat zich het best organiseren als "moorddiner"; het diner is geen "must", maar maakt het wel stukken gezelliger. Je kan dit spel overal spelen waar je kan beschikken over audio apparatuur: bij jou thuis, in een kroeg, op restaurant,...

3./ Je kan dit moordspel organiseren met individuele spelers ("ieder voor zich") of in teamverband met bijvoorbeeld 3 teams van 2, 3 of 4 spelers. Je mag zoveel exemplaren aanmaken van de MP3 als je dat wil, je mag de file ook op CD zetten, enzovoort. Het is alleen ten strengste verboden de audio files geheel of afzonderlijk te verkopen of in een commerciële context te gebruiken. Hiervoor is toestemming van de rechthebbenden vereist (te verkrijgen via het emailadres) en zal desgevallend een auteursrecht worden afgesproken.

4./ Duid een spelleid(st)er aan die het moordspel organiseert. Hij/zij kan ook meedoen aan het moordspel, zolang hij/zij de Oplossing niet vooraf heeft bekeken. De organisatie zorgt ervoor dat er passende audio apparatuur aanwezig is; meer voorbereiding is niet nodig.

5./ Hoe wordt het spel gespeeld? Beluister allen tegelijk een verklaring, waarna men -- eventueel in team-verband -- gedurende een liedje onderling kan discussiëren. Men kan hierbij ook van de gelegenheid gebruik maken om tegenstrevers, of andere teams, op een dwaalspoor te zetten. Ook kan men het afspelen van de MP3 tijdens een liedje stilleggen, als men denkt meer tijd nodig te hebben, of omdat het eten eraan komt.

(Copyright by: Patrick Bernauw, scenario / Fernand Bernauw, muziek).

4.10.12

Het Galgenaas van de Duivelsputten

Het Galgenaas Lied maakte deel uit van de kinderproductie De Heksenshow,
maar kwam later ook terecht in de musical Laarne Behekst.

Ik heb hem nog gekend, Fons van 't Kasteel. Hij overleed in 1972, op tachtigjarige leeftijd, en wanneer ik als kleine jongen met mijn grootvader naar de Duivelsputten wandelde, gingen we al eens luisteren naar zijn verhalen. Ik zie Fons nog op een bank onder één van de eeuwenoude beuken zitten, waar hij met veel vuur zijn verhalen aan de man bracht. Over Jan De Lichte die zich schuil hield in de Duivelsputten, en daar ook de postkoets overviel, die over de oude heirbaan denderde. Of was het mijn grootvader die dat verhaal opdiste?


  
Op Domein Verbrugghen laat Leo De Ryck hem ook aan het woord:



Meer dan honderd jaar geleden kwam een voorname heer De Smet bij een ritje met zijn paard op de Boekhoutberg gegaloppeerd. Boven op de berg kwam hij zodanig onder de indruk van het weidse landschap en de prachtige omgeving, dat hij uit het zadel wipte en spontaan zijn wandelstok in de grond stak met de woorden: 'Hier bouw ik mijn kasteel.' Een weinig later troonde hij de dames en hun ganse gevolg naar deze plaats. Iedereen was enthousiast over dit plekje hemel op aarde, op de grensscheiding tussen Oost-Vlaanderen en Brabant. Weldra verrees hier uit de grond een heel mooi kasteel, dat ingedeeld was in het gastenkwartier en het herenhuis, bestaande uit drie verdiepingen en platform. Het geheel werd verbonden met een unieke glazen brug, getooid met druivenranken.
 
'Fons voegde hier telkens aan toe dat hij langs Brabant binnenkwam en in Vlaanderen moest gaan slapen,' zegt Leo De Ryck nog. Leopold I kwam er vaak op bezoek; hij vond het een sprookjesachtig mooie plek en zou zich ooit laten ontvallen hebben: 'Spijtig dat mijn residentie in Brussel moet gevestigd zijn, anders bouwde ik hier mijn paleis.'
 

Na het overlijden van 'meneer Henri' (oftewel Henri Verbrugghen) in 1937, ging het prachtige Domein Verbrugghen tot het patrimonium van de abdij van Affligem behoren. Het charmante, maar moeilijk te onderhouden kasteel werd afgebroken, en het domein kreeg een nieuwe bestemming als 'jeugdcentrum'.

Eigenlijk waren de Duivelsputten, gelegen op de grens van Erembodegem en Affligem (en van het vroegere graafschap Vlaanderen en het hertogdom Brabant) niets anders dan eeuwenoude  zandsteengroeven, die een mooie witte steen opleverden waarmee onder meer 'heilige' bouwwerken als de eerste abdij van Affligem of de Sint-Martinuskerk van Aalst werden opgetrokken. De zandsteengroeven trokken steenkappers, beeldhouwers en werklui aan, tot zelfs uit Wallonië en Picardië, voor de ontginning en het vervoer van de zandsteen. Op die manier kunnen ook heel wat  Romaanse toponiemen uit de streek verklaard worden, zoals Mattein, Mazits of Montil. In het midden van de 18de eeuw waren de groeven uitgeput, maar de Duivelsputten en de hele Boekhoutberg getuigen nog steeds van de bedrijvigheid van weleer.


Hun naam hadden de Duivelsputten te danken aan de lijken van de misdadigers, die op het nabije Galgenveld werden opgeknoopt, en gedumpt op de Galgenberg, bij de Molenhoeve die paalt aan het Domein Verbrugghen. Er is steeds minder van de vervallen graanwindmolen uit 1827 te zien, die ook wel eens de Zwarte Molen wordt genoemd. Maar als het een beetje waait, kraken en kreunen de bomen nog altijd als weleer.  Mijn grootvader had evenwel zo zijn eigen versie voor het ontstaan van de naam: omdat de zandsteen die daar werd gewonnen, vooral diende om kerken en abdijen mee te bouwen, werd de Duivel jaloers... en trok hij al eens een arbeider in de put. Vandaar.


Toen Fons zijn verhalen deed - en mijn grootvader er op eigen initiatief nog wat wolfsijzers en schietgeweren aan toevoegde, die het domein beschermden tegen ongewenste indringers - schuwden de mensen uit de streek de plaats niet langer, alsof ze vervloekt was. Jongeren brachten er een stukje vakantie door, en allerlei beroemde sportlui - zoals Roger Moens - trainden er op de atletiekpiste. Maar dat kon de pret niet bederven. Volgens Fons zwierven de geesten van de terechtgestelde misdadigers nog rond in de bossen - huilend, kermend en weeklagend. Boven het moeras van de Duivelsputten waren 's nachts  trouwens ook dansende dwaallichtjes te zien.





'Wat is er nu allemaal historisch van aan?' vraagt Leo De Ryck zich af. En hij legt uit:

Volgens de rechtspleging in voege in het oude hertogdom Brabant, waren de heren van Asse gemachtigd uitspraak te doen in alle gerechtszaken. Het behoorde zelfs tot hun bevoegdheid de doodstraf uit te spreken voor moorden en andere grote misdaden op het grondgebied gepleegd, doch de uitvoering hiervan was de vorst voorbehouden. Deze duidde een geschikte plaats aan, gewoonlijk aan één van de uiteinden van zijn grondgebied, om tot deze akelige strafuitvoeringen over te gaan. Hekelgem is steeds de verst gelegen plaats geweest van het hertogdom en de Boekhoutberg het meest gewestelijk punt. Daarom werd de Boekhoutberg als bijzondere plaats voor de ter dood veroordeelden van Brabant aangewezen en timmerde men hier de galg. 

Uit de kronieken blijkt dat reeds in het jaar 1409 een zekere Cornelius Hautiek, voor de vierschaar van Asse ter dood veroordeeld en op de Boekhoutberg gehalsrecht werd. Kreeg Comelius Hautiek de beklagenswaardige eer de eerste te zijn, dan kreeg hij ontelbare navolgers, in deze streek rijk aan struikrovers. Zelfs in zover dat in 1460 wegens het veelvuldig gebruik een nieuwe galg werd gemaakt. Niet alleen werden hier misdadigers opgeknoopt, maar sommigen ondergingen als het manslag betrof hun straf door het zwaard. 

Tot het begin van de 17de eeuw hingen de gerechtsplaats en de omliggende heidegrond van Boekhoutberg rechtstreeks af van de hertog van Brabant. Door de vergunningsbrieven van 15 april 1630 werden deze door de Soevereine Raad van Brabant in erf gegeven aan madame Marie de Cottereau van de heerlijkheid Asse, die moest voorzien in het onderhoud van het schavot. Deze verbintenis is van kracht gebleven tot de Franse Revolutie, aangezien de galg nog bestond in het jaar 1790. 

Het hout van de galg werd omtrent 1794, na de invoering van de guillotine, openbaar te koop gesteld. Na herhaalde oproepen werd eindelijk een inwoner van Hekelgem gevonden die zich de verscheidene stukken van dit luguber moordtuig voor enige stuivers aanschafte om ze te gebruiken als houtwerk voor zijn hopast. Recent werd zelfs beweerd dat een houtwerk van de galg ontdekt werd in de muur van een schuur in de Terlindenstraat. De vroegere standplaats van het schavot van de Boekhoutberg tekent zich ten huidige dage nog steeds af, zelfs bestaan nog enige van de eeuwenoude beuken die eertijds in een kring de galgendries omringden.

Ik heb herhaaldelijk over de Duivelsputten geschreven, of onrechtstreeks leverden ze de inspiratie op voor allerlei griezelverhalen. Dat kan ook moeilijk anders, als je al een leven lang 'op de Boekhoutberg' woont, vlakbij het Galgenveld. Als kind wandelde ik de tuin uit van het huis van mijn grootouders, waar ik nu woon, en was ik vijf minuten later bij de Duivelsputten. Langs de oude Romeinse heirbaan overviel ik argeloze wandelaars, als een moderne Jan De Lichte, zij het wel met pijl en boog - en heel erg minderjarig. Nogal wat van mijn Vlaamse Filmpjes spelen zich af in een 'Herenbodegem', dat slechts  voor een deel in mijn verbeelding bestaat, en waar al eens een UFO neerstort (in de Duivelsputten, natuurlijk) of een klopgeest rondwaart. Ook het Galgenaaslied -en verhaal zouden niet bestaan hebben zonder de Duivelsputten... en de verhalen van Fons van 't Kasteel en mijn grootvader.