19.10.15

Miguel Molinos, de laatste ketter: Dirk Van Babylon, terug van nooit weggeweest

 


Op 12 december wordt in 't Kasteeltje te Denderleeuw het min of meer nieuwe boek van Dirk Van Babylon voorgesteld: Miguel Molinos, de laatste ketter. Dirk Van Babylon is het pseudoniem van Peter Van Breusegem, die in de jaren tachtig succesvol debuteerde met De zwarte bruidegom (Leo J. Krynprijs, 1986), vervolgens in snel tempo een aantal boeken publiceerde, en er daarna - op enkele sonnetten onder de naam 'Pasquino' na - het zwijgen toe deed. 
Dit nieuwe boek ontstond in de jaren negentig, maar heeft daarna nog vele transformaties ondergaan. Gebaseerd op historische documenten uit Romeinse en Vaticaanse bibliotheken, werd het in 1994 geproduceerd door de VRT als luisterspel, in een regie van Flor Stein, en met de stemmen van o.a. Jo De Meyere, Bob De Moor en Jacky Morel. Op zijn blog vertelt de auteur dat het manuscript aan verschillende uitgeverijen werd aangeboden, maar nooit uitgegeven raakte: 'Is het de vloek van Angèle Manteau, die een sinistere rol heeft gespeeld, of komt het omdat het boek nog steeds storende informatie bevat over de kerkelijke gewoonten en geplogenheden die sinds het einde van de zeventiende eeuw nog niet zo zeer veranderd zijn?'
Miguel Molinos, de laatste ketter neemt ons mee naar het zeventiende eeuwse Rome. Een Vlaamse jongen die priester is geworden, maakt van nabij de vervolging en veroordeling van het quiëtisme mee, een spirituele beweging waarvan de Spanjaard Molinos de inspiratiebron was. Wellicht was Molinos de laatste die als ketter en 'heresiarch' veroordeeld werd. Het verhaal van deze wat dubbelzinnige figuur leverde een zwarte bladzijde op in de geschiedenis van de mystiek. Was Molinos 'een charlatan die goedgelovige katholieke vrouwen een oor aannaaide, of was hij een oorspronkelijke denker en stichter van een beweging die de kerkelijke overheid aanvankelijk verleidde, maar uiteindelijk na een roemrucht proces veroordeeld is?' Dirk Van Babylon spreekt geen oordeel uit, dat mag de lezer zelf doen aan de hand van de Geestelijke Gids van Molinos, een wegwijzer naar 'zielenrust en hartvrede in de boezem van de Schepper'. Volgens de Inquisitie was deze gids een werktuig van de Duivel.
Miguel Molinos, de laatste ketter is geen geschiedschrijving in de zin van een feitelijk en gedocumenteerd verslag, maar een historische roman, gebaseerd op literatuur uit en over de zeventiende eeuw. Hoewel er vaak uitgebreid wordt geciteerd uit de bronnen, zit er ook heel wat fantasie in. De auteur weet door zijn wat gedragen vorm en stijl, en een licht archaïsche taal, in toon en sfeer op een zeer geloofwaardige wijze het tijdsbeeld te vatten. Lezend in de 21ste eeuw krijg je de indruk naar een authentiek relaas uit die periode te luisteren: de stem van de verteller, met zijn eigen kleinmenselijke besognes, trekt je onweerstaanbaar het verhaal in. 
Ieder hoofdstukje begint met een schets van het tijdskader, waarna de verteller terugblikt op zijn ervaringen met en de trieste geschiedenis van Molinos. Zowel de figuur van de verteller - handlanger tegen heug en meug van de Inquisitie, worstelend met zijn geweten - als de 'laatste ketter' komen goed uit de verf. De lezer wordt deelgenoot gemaakt van hun angst en hoop, van hun grootmoedigheid maar ook van hun kleine kantjes. Het zijn mensen van vlees en bloed, en niet - zoals in historische romans wel eens meer voorkomt - bordkartonnen vehikels die het de auteur mogelijk moeten maken zijn verhaal te vertellen. Treffend in dat verband, is de subtiel aangebrachte, getroubleerde relatie tussen Molinos, zijn cipier, de knaap Nureddin (het cipiersknechtje) en de verteller - die zijn gevoelens voor de knaap slechts moeizaam in bedwang weet te houden:
Nureddin liep rakelings langs me zonder me te zien, achternagezeten door de dikke cipier. Deze kreeg Nureddin in een doodlopend vertrek te pakken. Achter hen viel de deur in het slot, maar ik kon duidelijk de hardvochtige stem horen die brulde: “Ik verbied je met hem te praten en als je uitgaat, over hem te spreken met vreemden. Je staat hiervoor borg met je leven.”
Hij sloeg het knechtje, dat hier niets van verstond, en niet eens had kunnen praten, op de ruggengraat met een bullenpees en verkrachtte hem in de aars.  Hoewel mijn hart tegen mijn hals opklopte, trad ik niet uit mijn schuilplaats te voorschijn. Ben ik laf geweest? Ik weet het niet.

Van Babylon schetst een cynisch en nog steeds bijzonder herkenbaar beeld van de manier waarop een individu kan vermalen worden in een machinerie van menselijke eer- en hebzucht, politieke manipulaties en intriges. Op een onderhoudende wijze verwerkt hij tal van interessante weetjes in zijn relaas: over de gebruiken rond de dood van een paus, maar ook over pausverkiezingen (zo ken ik nu de achtergronden die geleid hebben tot het 'inmetselen' van de kardinalen gedurende een conclaaf) en natuurlijk over de Inquisitie en de leerstellingen van het quiëtisme. Je krijgt zowel haarfijn uitgelegd wat voor effect bepaalde martelingen hebben, als waar het quiëtisme precies voor staat. 
Met Miguel Molinos, de laatste ketter is Dirk Van Babylon terug van eigenlijk nooit weggeweest. De literatuurliefhebber kan zich terecht afvragen waarom dit boek zo lang geen uitgever vond. Wie deze indringende historische roman mee boven de doopvont wil houden, kan zich op 12 december tegen 19 uur naar 't Kasteeltje begeven, aan de Stationsstraat 7 te Denderleeuw. Graag wel een seintje: molinos@inter-actief.be 

Ets van Westerhout / de veroordeling van Miguel Molinos

Intekenen op Miguel Molinos, de laatste ketter kan nog tot 13 november, aan 20 euro, op bovenstaand emailadres. Je krijgt er dan het ebook gratis bij (en nog een ander ook). Daarna zal de paperback, in een uitgave van de Scriptomanen, 22 € kosten.
Het ebook is ondertussen reeds verschenen en verkrijgbaar aan €9,99 bij Kobo, iBookstore Apple en andere online boekhandels. Je kunt daar gewoonlijk ook een gratis preview lezen en downloaden.

6.10.15

Edgar Allan Poe, een moordzaak - oud boek, nieuw ebook


Edgar Allan Poe kennen we in de eerste plaats van zijn fantastische verhalen en van zijn poëzie ('The Raven'), maar hij wordt ook 'de vader van het detectiveverhaal' genoemd. Die eretitel dankt hij aan de creatie van het personage C. Auguste Dupin, een voorloper van Sherlock Holmes, die 'The Murders of the Rue Morgue' oplost, louter door een beroep te doen op zijn grijze hersencellen. 

Een tweede verhaal met Dupin in de hoofdrol, 'The Mystery of Marie Rogêt', is wellicht het eerste misdaadverhaal, gebaseerd op een 'true crime'. Het wordt algemeen beschouwd als een mindere Poe, omdat het meer weg heeft van een criminologisch essay dan van een verhaal. Bovendien heeft het een hoogst onbevredigend slot... alsof Edgar Allan Poe op het laatste moment terugdeinsde om de waarheid te vertellen.

Geheel in de stijl van Poe, die ook al eens een fictie voor feiten durfde laten doorgaan en niet vies was van een literaire mystificatie of een 'hoax', wordt in 'Edgar Allan Poe, een moordzaak' een geweldige ontdekking gedaan. Eerst door het hoofdpersonage Isabel Daemen, en daarna door de anonieme verteller, mogelijk Bernauw zelf. Uit een vergeten Londens archief wordt immers het manuscript opgediept van de eerste, niet gepubliceerde versie van 'The Mystery of Marie Rogêt', waarin E.A. Poe nauwelijks verhuld zichzelf aanwijst als de dader van de moord op Mary Cecilia Rogers, in 1841, in New York... 



Edgar Allan Poe, een moordzaak werd oorspronkelijk geschreven in 1990-1991, als een eerste proeve van ‘historische crime faction’, een voorzichtige verkenning van wat later ‘mijn’ genre zou worden. Ik schreef het kort na de historische jeugdroman Dromen van een farao (Davidsfonds-Infdok, 1991 – later herdrukt als Nu slaapt Toetanchamon) en de ‘docudetective’ Mysteries van het Lam Gods dat in 1991 verscheen bij Manteau en vrij veel succes kende.
Mijn toenmalig uitgever bij Manteau zag wel brood in de literair-historische detective over Edgar Allan Poe, die het kloppende hart van deze geschiedenis is, maar niet in de enigszins magisch-realistische en al te vaag thrillerachtige raamvertelling. Ik kon (en kan) hem niet helemaal ongelijk geven, maar ik verdenk de brave man er tegelijk een beetje van dat hij het verhaal gewoon ‘te dun’ vond om als apart boek uit te geven.
Uiteindelijk werd de literair-historische detective als kort verhaal gepubliceerd in het literair tijdschrift De Brakke Hond (8ste jaargang nummer 32, december 1991). En ik nam het essay-gedeelte uit de roman op in een bundel, getiteld Landru bestaat niet (Manteau, 1992), samen met twee andere hybrides van feiten en fictie rond veronderstelde legendarische vrouwenmoordenaars. Behalve Henri Désiré Landru die driehonderd vrouwen aan zijn voeten zou gekregen hebben, van wie hij er op zijn minst tien vermoordde, passeerde ook Heer Halewijn nog de revue. Uit het raamverhaal heb ik vervolgens schaamteloos stukken gerecycleerd in Het Bloed van het Lam (2006).
Edgar Allan Poe, een moordzaak was een poging tot het schrijven van een tijdsdocument, en dit in meer dan één opzicht. Zo wilde ik o.a. terugblikken op de late jaren 70 en vroege jaren 80 van de 20ste eeuw, en op de jongeman die stilaan echt wel volwassen was geworden. Door het boek een kwarteeuw in vrede te laten rusten op allerlei harde schijven, is het even goed een tijdsdocument geworden van de jaren 90. Bovenal is deze korte roman echter een product van de schrijver die ik toen nog niet was, maar wel hoopte te worden. En een getuigenis van de boeken die ik wilde gaan schrijven.
Toen ik het verhaal herlas met het oog op een eventuele bewerking, kreeg ik al gauw het gevoel dat het interessanter kon zijn om het te publiceren als dit tijdsdocument, dan in die herwerkte 21ste eeuwse versie. Misschien heeft dat in eerste instantie te maken met mijn melancholisch temperament. Afijn, beste lezer(es), laten we zeggen dat je hierbij gewaarschuwd bent.
Voor de rest kon ook dit werk niet geschreven worden, als er een hele reeks andere boeken niet was geweest. De voornaamste zijn: Het leven van Edgar Allan Poe (Wolf Mankowitz), Edgar Allan Poe autobiografisch (samengesteld en ingeleid door August Hans den Boef), Edgar Allan Poe Compleet (met een inleiding van K. Schuman), De Moorden in de rue Morgue (met een nawoord van Ab Visser), Gruwelijke verhalen (met een inleiding van Simon Vestdijk), The Illustrated Edgar Allan Poe (samenstelling en inleiding door Roy Gasson), The Life and Works of Edgar Allan Poe (Marie Bonaparte), Moord en doodslag (Julian Symons) en De laatste dagen van E.A. Poe (Dick Matena). En Reader’s Digest – destijds een schier onuitputtelijke bron van ideeën.



Harry Clarke: The Mystery of Marie Rogêt
Source: Harry Clarke

  






Edgar Allan Poe, een moordzaak werd nu gepubliceerd als ebook, gedistribueerd door en verkrijgbaar via Xinxii en alle online boekhandels, zoals Scribd, de iBookstore van Apple of Amazon - waar je ook een preview gratis kunt downloaden.