30.3.16

Dan lijkt het magie

Stiftgedichten of 'blackout poetry' leveren de stof voor 'gewone' gedichten, maar onderweg verandert een schilderij van Dali al eens in eentje van Delvaux...



Wanneer ook jij in Eutopia, in een staat
van genade, in een schilderij
van Delvaux bent beland,
slaapwandelend

door herinneringen
van het onderbewuste, hand
in hand met je voorouders
en omdat je niet kunt ontkomen

aan dromen tezelfdertijd
in synchroniciteit met iemand
aan de andere kant van het heelal,

lijkt het magie – maar alleen
als jij in mijn werkelijkheid
niet bestaat.






Uit:


11.3.16

Daar heb je het Onafhankelijk Radiofonisch Gezelschap Orage weer!


Het is alweer een tijdje geleden - 26 jaar om precies te zijn - dat ik 'de grote stap' zette en zelfstandig 'auteur' werd. Hoewel zelfstandig 'duizendpoot' misschien een betere omschrijving was geweest. Mijn belangrijkste activiteit en bron van inkomsten was weliswaar het schrijven van teksten (verhalen, romans, gedichten, essays, toneel, scenario's - dat laatste toen nog alleen voor de radio, voor luisterspelen) - maar de schrijver in mij ging noodgedwongen en tegelijk met groot genoegen in concurrentie met de performer, de regisseur, de producer en nog zo één en ander.

Samen met mijn broer Ferna was ik gestart met het produceren van luisterspelen voor de vrije radio's. Hij deed het geluid en de muziek, ik zorgde voor de teksten en de stemmen en werkte daarvoor nauw samen met o.a. Guy Didelez en een aantal amateur-toneelspelers uit de streek van Aalst. In 1988 werd het duidelijk dat ik zowaar een bedrijfje kon bouwen op die producties: eind jaren 80, begin jaren 90 waren we met een wekelijks 'cultureel programma' van een uur te horen op meer dan 50 vrije radio's. De programma's, variërend van radiomusicals tot besprekingen van stripverhalen en live 'lezingen' in studio's ergens te velde (en dat mocht je vaak nogal letterlijk nemen) werden door een beperkte ploeg geschreven, geregisseerd, gemonteerd, opgenomen en gedistribueerd via cassettes. Reclamevrij, want 100% betaald door de reproductie- en uitzendrechten die geïnd werden door Sabam.

Het bedrijfje had een klinkende naam: het Onafhankelijk Radiofonisch Gezelschap, afgekort Orage - wat zowel op z'n Frans geïnterpreteerd als op z'n Engels werd uitgesproken. Toen de luisterspelen op de vrije radio's eind jaren 90 door Sabam werden getorpedeerd, hielden we op met 'audio drama' maken, maar bleef mijn bedrijfje gewoon onder dezelfde naam opereren. Ik ging scenario's schrijven voor de televisie, en er waren de boeken - later kwam daar het muziektheater bij, en nog later gingen we in samenwerking met vzw de Scriptomanen ook interactief theater maken, moordspelen en stadsspelen vooral.

Een genre dat voorgoed tot een vervlogen eeuw leek te behoren - het luisterspel - kreeg met de komst van het internet en alle daarbij horende digitale mogelijkheden echter een nieuwe adem. En zie, zovele jaren later zit ik weer met een koptelefoon op montages te maken, verzorgt Ferna opnieuw de speciale effecten en de muzikale omkadering (hij opereert nu onder de naam Naami) en kan ik mij weer uitleven als 'stemacteur'. Het Onafhankelijk Radiofonisch Gezelschap is, podcastgewijs, opnieuw geworden wat het oorspronkelijk geweest is. Back to the roots heet dat dan.

En ik, ik amuseer mij weer enorm. Zo bijvoorbeeld met deze opname van een tekst van Els Vermeir:



Je kunt de Utopia Podcast ook volgen, beluisteren en downloaden - allemaal gratis! - via:
www.teambuildings.eu
en
www.eutopia.podomatic.com






8.3.16

Nieuwe boek met essay en stiftgedichten: Eutopia/Blackout - Blackout Poetry Channeling


In 2016 is het 500 jaar geleden dat Dirk Martens uit Aalst de Utopia van Thomas More op de drukpers legde van zijn atelier in Leuven. In Aalst wordt dat onder meer herdacht met de Podcast (E)Utopia... en dit nieuwe boek van Patrick Bernauw

Eutopia/Blackout bevat zowel een essay over "blackout poetry" als een proeve stiftgedichten én gedichten die dan weer gebaseerd zijn op de blackouts. De thema's lagen voor de hand: (E)Utopia, de vluchtelingencrisis, Parijs 13 november en dat andere wonderbaarlijke eiland... Atlantis.


Het boek is verkrijgbaar in alle online boekhandels, zoals Bol.com, als paperback en ebook.









De eerste aflevering van de (E)Utopia PodCast
werd gemaakt aan de hand van stiftgedichten
die niet in de bundel zijn opgenomen.


Het eerste deel van het essay over stiftgedichten - Blackout Poetry Channeling:

Austin Kleon noemt zichzelf een ‘creatief schrijver in het digitale tijdperk, die ook tekent’. Op een wat paradoxale manier verenigt hij beide artistieke activiteiten in zijn poëtische bestseller Newspaper Blackout, een boek met teksten die niet geschreven werden, maar geschrapt. Ze kwamen immers tot stand door met een zwarte viltstift over krantenartikels te tekenen, door woorden onzichtbaar te maken en alleen deze zichtbaar te laten die in een nieuwe context een nieuwe betekenis kregen.
Het idee kwam in hem op tijdens een periode van writer’s block, legt hij uit in zijn voorwoord. ‘Writing wasn’t fun anymore.’ Hij slaagde er maar niet in de juiste woorden te vinden, terwijl hij nochtans miljoenen woorden bij de hand had, dààr, in die stapel oude kranten. En zo begon hij, uit verveling, woorden te wissen. ‘I didn’t know what I was doing, or why. All I knew was that it was fun to watch those words disappear behind that fat black marker line. It didn’t feel like work, it felt like play.’
Kleon gooide zijn blackouts op het wereldwijde web. Het speelse, avontuurlijke karakter van het concept en het hoge ‘doe-het-zelf’ gehalte (‘Iedereen kan het!’) spraken meteen een heel erg groot publiek aan. Zie bijvoorbeeld: www.newspaperblackout.com
Niet dat het om een nieuw concept ging, verre van zelfs. In zijn Newspaper Blackout geeft Kleon een kort historisch overzicht van verwante experimenten met woord en beeld. Zo heeft kunstenaar Tom Phillips een work in progress sinds 1966. Het heet A Humument en het bestaat uit geheel nieuwe versies van een tweedehandsboek dat hij kocht en waarvan hij iedere pagina bewerkt(e) met schilderijen, collages, knipsels: www.tomphillips.co.uk/humument



Literair knip- en plakwerk (‘cut-ups’) kennen we trouwens al van de jaren twintig, toen dadaist Tristan Tzara instant-gedichten ‘schreef’ door uit een hoed papiertjes met een woord op te trekken. In de jaren vijftig maakte de schrijvende schilder (of schilderende schrijver) Brion Gysin collages van krantenartikels en cut-ups. Hij introduceerde de techniek bij Beat Poet William S. Burroughs. Beide kunstenaars werkten zowel met mixed media als met audio opnames, waarbij ze een poging deden ‘to decode the material's implicit content’ om zo ‘the true meaning of a given text’ te ontdekken.
Volgens Burroughs konden cut-ups ook zeer effectief zijn als een manier om aan ‘divinatie’ te doen, want ‘when you cut into the present the future leaks out’. Dit mag op het eerste gezicht een uitspraak lijken, voornamelijk geïnspireerd door de geestesverruimende middelen die de geest van zo veel dichters onherroepelijk hebben vernauwd… er zit ook een grond van waarheid in.
Austin Kleon geeft aan dat hij niet wist wat hij deed of waar hij heen wilde, toen hij begon te blackouten – en dat het niet aanvoelde als werken, maar als spelen. Hij kwam uit een writer’s block waarin hij op een zeer rationele en bewuste manier had geprobeerd iets te schrijven, maar het had allemaal niets opgeleverd. Tot hij bewustzijn en ratio het zwijgen oplegde, en zichzelf de toestemming gaf zijn intuïtie te volgen. Hij liet zijn onderbewustzijn en zelfs de nog dieper gelegen lagen van het ‘persoonlijk onbewuste’ spreken door – quasi gedachteloos – woorden te wissen, en alleen de woorden over te houden die om een hem onbekende reden zijn verbeelding activeerden. Waarna die overgebleven woorden de schrapper als het ware een nieuwe context ‘opdrongen’ en zo ook een andere betekenis kregen.
In een ander boek van hem (Steal Like An Artist) wijst Kleon erop hoe belangrijk het is voor een kunstenaar om het toeval toe te laten in zijn werk. Literatuur en kunst kunnen er alleen maar bij winnen als je erin slaagt de gebaande paden van het cliché te verlaten en ‘out of te box’ te denken. Maar dat is onmogelijk als je vast blijft zitten in de al te bekende strategieën, regels en formules die ons opgelegd worden door handboeken of docenten creatief schrijven, door modes en paradigma’s en ons eigen al te beperkte referentiekader. Later, wanneer de Muze al tot ons heeft gesproken, zullen we onze ratio en al de kennis en ervaring die we ver-gaarden, alle handigheidjes die we tot onze beschikking hebben, nog heel erg goed kunnen gebruiken. Dan zullen we de structuren moeten opzetten en ontwikkelen waarmee de Chaos tot Kosmos kan worden gesmeed. Maar nu nog niet. In dit pre-embryonale stadium, nog voor de bevruchting heeft plaatsgevonden, doen we er beter aan te spélen. Mag het nog fun zijn. Moeten we eerst en vooral contact zien te leggen met die regionen in onze geest waar de Muze huist.
Uiteindelijk is het niets anders dan wat de mediums doen die we kennen uit het spiritisme als ze ‘channellen’ (‘channelen’ mag ook). Ze gaan in trance, stellen zich open voor welke spirituele entiteiten dan ook – engelen of aartsengelen, Ascended Masters of Ancient Aliens, het Hogere Zelf of de geesten van wie het tijdelijke met het eeuwige ruilde – en laten toe dat hun bewuste handelen wordt overgenomen door dat ‘Andere’. Best mogelijk dat het Andere ook gewoon in het On- of Onderbewustzijn van het medium zelf huist, het maakt niet uit. Belangrijk is dat we een ader aanboren die we met behulp van de ratio niet zullen vinden. En dat we wat vervolgens tevoorschijn komt zo rijkelijk en ongecensureerd mogelijk laten stromen.
De mediums van het spiritisme en de New Age beweging gebruikten het automatisch schrift als een sluipweg naar de gebieden waar Inspiratie en Creativiteit vandaan komen. Maar de techniek was ook de surrealisten niet vreemd. Net zo min als het onttrekken van elementen uit een context om die in een nieuwe context weer bij elkaar te zetten en zo een verrassende nieuwe betekenis te creëren. Identiek dezelfde techniek wordt gebruikt bij het maken van blackout poetry of literaire cut-ups.
Burroughs had het over ‘divinatie’. Het woord is afgeleid van het Latijnse ‘divinare’, dat betekent: ‘geïnspireerd zijn door een god’. Wie aan ‘divinatie’ doet, probeert een inzicht te verwerven in een problematiek of een situatie door een occult proces of een ritueel, waarin men bepaalde ‘tekens’ interpreteert of ‘leest’. Alle culturen, in alle tijden, kennen soms zeer ingewikkelde systemen om ‘inzichten’ te verwerven, al dan niet in de toekomst – en telkens speelt het Toeval, of het Lot, daar een vooraanstaande rol in. Onze toekomst hangt nu eenmaal samen met het Lot, en dus het Toeval – denken we maar aan het Rad van Fortuin. Merkwaardig toch hoe we proberen het onvoorspelbare voorspelbaar te maken door een beroep te doen op systemen waarvan de uitkomst per definitie onvoorspelbaar is. Van handlezen tot astrologie, van het werpen der runentekens tot het interpreteren van de I Tjing en het leggen van de kaarten, is het Toeval een niet weg te denken, bepalende factor bij het formuleren van een antwoord op een vraag. Al is het natuurlijk óók een vraag of dit Toeval wel degelijk Toeval is.
De westerse mens is het gewend te denken in termen van oorzaak en gevolg, van causale verbanden. Het zorgt ervoor dat mens en wereld voorspelbaar worden, want ‘als ik dit doe, dan zal dat gebeuren’. Maar net het Toeval, Lot en Noodlot, onttrekken zich geheel aan de wetten van de causaliteit, waarvan wij geloven dat zij de wereld regeren. Het (Nood)Lot is blind, zeggen we dan. Het Toeval doet de dingen niet gebeuren vanwege een reden; er is geen ‘omdat’ mee gemoeid. Het Toeval maakt de dingen onvoorspelbaar.
En dus gevaarlijk. Maar ook avontuurlijk. En boeiend. Opwindend, zelfs.



Maar stel nu dat dit Toeval geen Toeval is. Dat er toch een verband bestaat tussen gebeurtenissen – geen causaal verband zoals wij dat kennen, maar een ‘inhoudelijk’ verband. Stel dat mensen en dingen met dezelfde ‘inhoud’ of ‘betekenis’ elkaar even goed aantrekken, zoals een magneet een spijker, en dus gedoemd zijn elkaar vroeg of laat tegen te komen, en opnieuw, en opnieuw, en opnieuw. Dat is wat de Zwitserse psychotherapeut en psychiater Carl Gustav Jung ‘synchroniciteit’ heeft genoemd.
Stel dat het medium, de ziener of sjamaan of kunstenaar in staat is de Tekens te lezen die het Toeval ons stuurt, en hun betekenis te vatten. Stel dat het hem of haar zelfs mogelijk is, door het Toeval toe te laten en vervolgens de dingen te laten gebeuren, synchroniciteiten op te wekken en zo onvermoede nieuwe betekenissen op het spoor te komen… Dan bevinden we ons op het snijpunt waar William S. Burroughs het over heeft, en waar kunst of literatuur enerzijds en ‘divinatie’ anderzijds elkaar ontmoeten.
Will Ashford ‘recycleert’ de woorden van andere mensen. Als een archeoloog gaat hij op jacht naar woorden die tot hem spreken. Hij geeft ze een nieuwe betekenis en verandert ze in een soort van poëzie die hij geheel en al de zijne kan noemen. At some unpredictable point along the way, in my mind, the images start to invent themselves,’ schrijft hij op zijn website www.willashford.com
Wie al eens toneel heeft gespeeld, weet dat het personage dat je neerzet pas echt geloofwaardig wordt, als je niet meer doet alsof je iemand anders bent, maar wezenlijk iemand anders bent geworden – voor de duur van het spel, althans. Soms neem je je rol wel al eens mee naar huis. Net zo weet elke romanschrijver dat hij pas echt goed bezig is wanneer de personages die hij verzonnen heeft hun eigen gang beginnen te gaan. ‘Een goede romanschrijver leidt zijn personages niet, hij volgt ze,’ schrijft Stephen King in De eerlijke vinder. ‘Een goede romanschrijver creëert geen gebeurtenissen, hij ziet ze gebeuren en schrijft vervolgens op wat hij ziet. Een goede romanschrijver weet dat hij een secretaresse is, geen God.’
Ik denk dat literaire cut-ups en poetry blackouts een verbinding kunnen maken met het persoonlijk onbewuste, waar vergeten herinneringen of trauma’s sluimeren, die te zwak zijn om ons bewustzijn te bereiken. Misschien zijn ze ook te gevaarlijk, en worden ze om die reden onderdrukt door het ego. Wie zich met deze technieken inlaat, dient hier terdege rekening mee te houden. Hoe dan ook, op een gegeven ogenblik – als het echt goed wordt – zullen de beelden beginnen zichzelf uit te vinden. Heb jij de contactsleutel omgedraaid, is de motor aangeslagen, en rijdt de auto, jawel, zélf.
Rupert Sheldrake: The Memory of Nature

Bij poëzie gaat het om het creëren van betekenisverbanden met goedgekozen woorden en zinswendingen. Dat is voor ‘stiftgedichten’ (de Nederlandse term werd bedacht door Dimitri Antonissen die de bundel Schrap me publiceerde) niet anders. Wij hoeven niet zelf de woorden te verzinnen, maar wij moeten wel actief op zoek gaan in een woud van woorden die ons aangereikt worden, naar verbanden die in eerste instantie voor onszelf iets betekenen. Terwijl wij ons hierop focussen, vernauwt het bewustzijn… en komen we in een tunnel, een ‘channel’ terecht. Maar omdat er nog steeds woorden aangereikt worden, altijd meer woorden, zijn wij in staat onverwachte en onvoorspelbare verbindingen te maken, ‘out of the box’ te denken, de gebaande paden te verlaten, de dingen ‘anders’ te zien. Als we de woorden zelf moeten verzinnen, blokkeren we al eens, droogt de bron soms plotseling op. Met blackout poetry blijven de woorden stromen. En ik geloof dat we gedurende dit proces ook een nog dieper liggende laag van de psyche kunnen aanboren: die van het collectief onbewuste, of van wat Rupert Sheldrake ‘the memory of nature’ noemt.

En voor de rest van het essay kun je terecht in het boek of ebook!