5.2.10

Scharpenelle 17 - En ik herinner mij Niets!



Ik weet niet wat aan dit leven vooraf is gegaan.
Ik weet niet hoe ik hier ben gekomen.
Ik heb geen naam.


Ik ben dat naamloze meisje, gekleed in een smetteloos witte jurk,
zopas op de wereld geworpen.


Dit moet een droom zijn, denk ik.
Dit is een nachtmerrie waarin ik als een golf gloeiende lava
uit de ingewanden van een vulkaan word opgestuwd
en uitgespuwd.






Om mij heen wordt gehuild als in de hel
en gebeden als in de hemel. Maar dit is de hel niet
en de hemel is het evenmin. Dit is het Niemandsland
tussen de Belgische en Duitse linies
en ik heb niet het gevoel dat ik echt leef,
maar ik ben ook niet dood.


Ik zie alleen mist.
Nee, geen mist. Kruitdamp.
Kruitdamp die optrekt en schimmen zichtbaar maakt.
O mijn God, o mijn God, o mijn God.


En ik vlucht. Ik ga op weg.
Ik vind mannen op mijn weg
van wie de beide benen zijn afgeschoten.
Mannen zonder armen,
mannen zonder gezicht.


En ik kniel bij deze mannen neer.
Met een woord van troost.


Soms met alleen maar een glimlach.





Wat is er gebeurd?


Ik herinner mij niets.
Negentien vijftien is één zwart gat voor mij.


Ik hoor alleen de stem van mijn Onbekende Soldaat...
Bom op uw gat! Patat!


Soms zijn er ook andere stemmen die roepen
en tieren in een vreemde taal.
Man Hat Geschossen! Zivilen Haben Geschossen!


Wat is er gebeurd in negentien vijftien?
Of vroeger nog? Augustus veertien?


Bom in uw hol! Petrol!

Geen opmerkingen: