2.11.26

Te weinig plaats in de Aalsterse bib Utopia voor boeken met Aalst als inspiratiebron of van Aalsterse auteurs

 


Het is nu officieel, want het staat in de Chipka: de Aalsterse bibliotheek Utopia heeft te weinig plaats voor boeken met Aalst als inspiratiebron of van Aalsterse auteurs. Van Bob De Moor, die in het artikel wordt geïnterviewd, verkochten de Scriptomanen alleen al in de Standaard Boekhandel van Aalst tientallen boeken, maar in Utopia kan De Vliegende Eenhoorn jammer genoeg niet landen.




Is me dat een hele geruststelling zeg, want ik dacht al de enige Aalsterse auteur te zijn voor wie er meer plaats is in de bib van pak weg Dendermonde dan in die van zijn eigen geboortestad. Wie er een nog onvolledige lijst wil op naslaan van bibliotheken waar er wel plaats is voor mijn werk, kan zich wenden tot deze blogpost.

Maar, en dat doet toch deugd om te lezen, het ligt niet aan de kwaliteit maar aan het plaatsgebrek, want dit "betekent natuurlijk niet dat deze boeken niet het lezen waard zijn," weet Chipka te melden. Voor andere Aalsterse auteurs - of schrijvers die bij mij van 2004 tot 2025 creatief schrijven volgden aan de Academie voor Podiumkunsten, al sinds 2018 eveneens gehuisvest in Utopia - moet het eveneens een grote opluchting zijn. Nietwaar Katrien Dierick, Anna van Ro, Anke Verleysen of Dirk Van Babylon?

Met deze schrijvers - en nog andere uit Groot-Aalst - organiseren we al drie jaar Reveil, ten zeerste door de Aalstenaars geapprecieerd, gisteren nog in Nieuwerkerken, voordien in Erembodegem. En met de steun van het Aalsterse Deelgemeentenplatform stelden we ook het boek Een steen verlegd samen, over de begraafplaatsen van Groot-Aalst. Als u dit boek niet terugvindt in de bibliotheek van Aalst, heeft dat dus niets te maken met een gebrek aan interesse of appreciatie... maar louter en alleen van plaats. It's the infrastructure stupid! (Tes den infrastructuur, onnoeëzeleir!)

Nu ja, als professioneel Aalsters schrijver met tal van boeken - meermaals herdrukt, bekroond en vertaald - bij onder meer Manteau, Pelckmans, Afijn/Clavis, Davidsfonds Infodok en de Scriptomanen... ken ik al veertig jaar mijn plaats. En dat die ook in mèn iënig Oilsjt zou liggen, heb ik al lang bijgezet in de Bibliotheek der Utopische Gedachten. Daar is altijd wel een plekje vrij.

21.10.26

101 Familiefoto's van Patrick Bernauw - 015/016: Wie werd hier weggeknipt?

 



Familiegeheimen… Je merkt aan een gesprek dat plotseling een andere richting uitgaat wanneer een bepaalde naam valt, dat je ze hebt aangeraakt. Een tante zegt dat je daar beter niet naar vraagt, een grootmoeder is ineens heel druk bezig met het inschenken van koffie… Maar er bestaan ook familiegeheimen waarvan je niet wist dat ze bestonden en die pas aan het licht komen als degenen die ze kenden er niet meer zijn. Dan blijft er soms nauwelijks meer over dan een voorwerp, een brief zonder context, een naam op de achterkant van een postkaart of, zoals in dit geval, twee oude foto’s waar iemand ooit iemand anders heeft weggeknipt.

De foto’s in kwestie bevinden zich in het familiealbum dat mijn moeder Justine Onverwagt heeft samengesteld rond haar ouders, Jan Ferdinand Onverwagt en Florine Van Gheit. Het fameuze Groene Boek met de schreeuwlelijke jaren 70 cover kwam wellicht kort na 1976 tot stand, toen mijn 'Petjen', haar vader, overleed. Pas toen ook mijn moeder overleed, in mei 2026, rijpte bij mij het idee iets te gaan doen met dat album en met een aantal andere foto’s uit haar nalatenschap.

Ik kan mij mijn Petjen onmogelijk voorstellen als iemand die foto’s bijhield, en er was ook geen foto-album aanwezig in het huis op de Boechoutberg van Erembodegem, dat hij zelf gebouwd had en waar ik zovele vakantiedagen en weekends doorbracht. Daar ben ik heel zeker van, want anders zou ik zo’n album zeker gezien hebben. Waarschijnlijk staken de foto’s in een doos, mogelijk zo’n blikken koekjesdoos met een huwelijksfoto op van koning Boudewijn en koningin Fabiola, of met een huiselijk tafereel ontleend aan een schilderij van Vermeer of Rembrandt. Die heb ik hier in het huis op de heuvel wél gezien, er werd ook vanalles in bewaard – van naald en draad en knopen en dobbelstenen voor het ganzenspel… tot, jawel, koekjes en snoepjes.

Metjen Florine was het administratieve hoofd van het gezin – Petjen kon amper lezen en schrijven, maar hij bouwde wel huizen in zijn vrije tijd, grotendeels in zijn eentje, en hield er een uitgebreide moestuin op na, en kippen en konijnen, en hij had ook nog een full time job als schrijnwerker… tot hij met pensioen ging en prompt ziek werd. Metjen zal ongetwijfeld ook de foto’s verzameld en bijgehouden hebben die uiteindelijk terechtgekomen zijn in het album van mijn moeder. Na het overlijden van Petjen in 1976 trok zij in bij ons thuis, eerst aan de Kerkhofbaan in Erembodegem en daarna aan de Roomshofstraat.

Het lijkt er dus op dat het Metjen was die de persoon of personen op de twee foto’s zonder veel consideratie met een schaar heeft weggeknipt – want haar dochter, mijn moeder, heeft het niet gedaan. Tot mijn grote spijt heb ik haar nooit gevraagd naar de Weggeknipte. Ik had dat al kunnen doen in 2020, toen ze verhuisde naar een woonzorgcentrum, en ik het fotoalbum voor het eerst te zien kreeg. Ze maakte een vage allusie op de gecensureerde figuren, waardoor ik begreep dat ze er ook niet echt het fijne van wist – en ik moest nog zoveel andere grote historische mysteries oplossen, ik had geen tijd om mij te verdiepen in dit simpele kleine familiegeheim.

Zodus… wie was daar te zien op deze twee foto’s, die niet langer gezien mocht worden? Misschien doe ik Petjen onrecht aan, als ik hem al bij voorbaat niet als verdacht in beeld laat komen. Kleinkinderen leren hun grootouders tenslotte pas kennen wanneer het grootste en vaak interessantste deel van hun leven al voorbij is. Maar ik kan mij eerlijk gezegd niemand anders voorstellen dan metjen Florine, die de schaar hanteerde… zodat deze twee beschadigde familiefoto’s daarmee plotseling zijn veranderd in een boodschap van mijn grootmoeder die ik vele jaren te laat probeer te ontcijferen.

Over het mysterie van de eerste foto heb ik een voor de helft fictief en voor de andere helft redelijk feitelijk verhaal geschreven, dat te beluisteren valt op de podcast Mysterieus België.

Maar in hetzelfde familiealbum bevindt zich nog een tweede foto met een weggeknipte figuur, waarover ik het hier wil hebben... en daar staat Nand wel degelijk op. Hij zit met Florine in een roeiboot. Achter hen strekt zich een brede waterpartij uit, met een dichtbegroeide, lage oever en verschillende andere bootjes waarop mensen spelevaren. Rechts liggen nog enkele roeiboten. Het is duidelijk een recreatieoord, waar men een boot kon huren, en een aantrekkelijke piste is dat de foto aan het Donkmeer in Berlare werd gemaakt. Zeker weten kunnen we het niet, want er staat geen herkenbaar gebouw of ander uniek landschapselement op, maar historisch past het uitstekend. Overmere-Donk was al vanaf het einde van de negentiende eeuw een bestemming voor volkstoerisme, en in de eerste decennia van de twintigste eeuw kwamen er dagjesmensen uit onder meer Aalst, Dendermonde en Gent om te wandelen, te vissen, te zwemmen en in roeibootjes rond te dobberen.  

Ik stel mij dus voor dat Jan en Florine op een zondag vanuit het Land van Aalst naar Overmere-Donk zijn getrokken. Met zijn tweetjes, met zijn drieën of met zijn vieren? Geen idee. Ze wandelden, dronken iets, waarschijnlijk aten ze hun meegebrachte boterhammetjes met ei op, en uiteindelijk huurden ze een roeiboot. Nand trok zijn jas uit, als hij die al bij zich had, en zat in zijn lichte overhemd met das en bretels naast Florine. Zij droeg een eenvoudige lichte blouse en zat met haar handen rustig voor zich. Hij sloeg zijn arm om haar schouders en beiden keken naar de fotograaf.

Hier zijn ze duidelijk al samen, en niet als toevallige kennissen die voor de fotograaf beleefd naast elkaar zijn gaan zitten. Er spreekt vertrouwdheid uit die arm rond haar schouders. Wie de foto nam, zag een jong paar voor zich – en nog een of twee anderen, want opnieuw ontbreekt links een deel van het beeld. Twee foto's uit dezelfde periode en van dezelfde tak van de familie, allebei via Metjen Florine bij haar dochter terechtgekomen, allebei met Florine erop, en allebei met de schaar onder handen genomen.

Wie wilde Florine niet langer op haar foto's te zien krijgen? Leggen we de beide foto’s bij elkaar, dan wordt het ook duidelijk dat we de onbekende niet geloofwaardig kunnen situeren in een romantische context. Hij – of zij - moet iemand geweest zijn die deel uitmaakte van hun bredere kring: familie, een vriend of een vriendin, iemand die een tijdlang vanzelfsprekend aanwezig was op uitstappen en bijeenkomsten en later even vanzelfsprekend uit het familieverhaal verdween. Hoewel het technisch mogelijk blijft dat er op de tweede foto een koppel te zien was, hecht ik hier ook weinig geloof aan, omdat mijn moeder alludeerde op één iemand.

Waarom moet een persoon 'uitgewist' worden? Een huwelijk dat verkeerd afloopt, kan voldoende zijn. Een broer of zus die na een erfeniskwestie nooit meer over de vloer komt. Een schoonbroer die zijn vrouw verlaat voor een andere vrouw. Een vriend die geld leent en het niet terugbetaalt. Een familielid dat iets zegt of doet wat op dat ogenblik onvergeeflijk wordt geacht en waarvan twee generaties later niemand nog begrijpt waarom het zoveel woede veroorzaakte. Families kunnen tientallen jaren zwijgen om redenen die, wanneer ze uiteindelijk worden opgehelderd, verbijsterend klein blijken te zijn.

Maar deze foto's stammen waarschijnlijk uit een periode waarin de geschiedenis zelf voldoende redenen leverde om mensen uit foto's te willen verwijderen. Als ze tijdens het interbellum zijn gemaakt en pas na de Tweede Wereldoorlog werden verknipt, kan iemand die in pak en hoed vrolijk meeging op een uitstap tien jaar later een naam geworden zijn die men liever niet meer uitsprak. Collaboratie en verzet hebben niet alleen politieke geschiedenis geschreven; ze zijn dwars door families heen gegaan. Vriendschappen werden opgebroken, buren werden vijanden, familie kwam na de bevrijding in de gevangenis terecht. Er werden na de oorlog officiële vonnissen uitgesproken, maar daarnaast bestonden er duizenden kleine privévonnissen waarvan geen archief werd bijgehouden. Soms betekende zo'n vonnis eenvoudig dat iemand uit de intieme kring werd verbannen, en dat zijn of haar naam niet meer werd genoemd.

Het meest van al intrigeert me nog waarom Metjen Florine de verknipte foto’s bewaard heeft. Als ze de herinnering wilde vernietigen, was het toch veel effectiever geweest de foto’s weg te gooien? Ze bezat voor die tijd redelijk veel andere foto’s om haar jaren als jonge vrouw te documenteren. Het lijkt erop alsof ze niet simpelweg wilde vergeten – dat gebeurt trouwens vanzelf, daarvoor heb je geen schaar nodig.

Het is een volmaakt familiegeheim. Geen gezicht meer te bekennen, geen naam die overgeleverd werd… alleen die leegte met zijn bruuske, scherpe rand.


20.10.26

Amadeus, de serie van de gemiste kansen?


De serie stond al even op VRT Max, maar ik durfde de stap niet te wagen om ze ook te bekijken. De film van Miloš Forman uit 1984 behoort nog steeds tot mijn favoriete top 5 aller tijden, en zette me destijds op het spoor van toneelschrijver Peter Shaffer. Hij schreef het scenario voor de film op basis van zijn eigen toneelwerk, dat in 1979 in Londen in première ging. De film sleepte zomaar eventjes 8 Oscars in de wacht, waaronder die voor beste film, beste regisseur, beste bewerkte script en beste acteur (F. Murray Abraham als Salieri won het van Tom Hulce als Mozart). Hij zorgde er ook voor dat mijn muzikale horizon aanzienlijk verbreed werd, en dat ik behalve Bruce Springsteen, Jacques Brel of Boudewijn de Groot nu ook een klassieke componist als Mozart tot mijn muzikale helden kon rekenen.

Het verhaal begint - zowel in het toneelstuk als in de film - in 1823 wanneer een oude Salieri na een mislukte zelfmoordpoging zijn biecht uitspreekt en vertelt hoe zijn allesverterende jaloezie leidde tot de ondergang van Mozart. Het centrale thema is die van Salieri's worsteling met zijn middelmatigheid; de vrome en gedisciplineerde hofcomponist kan het niet verkroppen dat God van de vulgaire en losbandige Mozart een muzikaal genie heeft gemaakt... en neemt wraak op de door God geliefde - hoewel 'Amadeus' eigenlijk betekent: God liefhebbend.

Begin jaren 90 vond ik in De Slegte in Gent de tweede en definitieve versie die Peter Shaffer maakte van zijn Amadeus, en waarin hij de inzichten verwerkte die hij had opgedaan bij het schrijven van het filmscenario. Het was voor mij een hernieuwde coup de foudre, en hoewel ik wist dat de kans klein was, ging ik op onderzoek uit om te achterhalen of deze tweede versie (uit 1980, en dan opnieuw gereviseerd in 1981) in het Nederlands vertaald was. Dat bleek tot mijn grote verbazing niet zo te zijn: alleen de eerste versie was vertaald.  Waarop ik mij aan het werk zette en mijn vertaling in 1994 aanbood aan het literair agentschap ALMO.

Eigenlijk had ik geen andere bedoeling met dit werk van liefde dan het ooit mogelijk te maken het voor een Vlaams amateurgezelschap te regisseren. Ik had toen al wat eigen werk geregisseerd, en ik had de smaak te pakken. Op dit meesterwerk kon ik al mijn theatrale duivels ontbinden... Maar al snel bleek dat er niet meteen een amateurgezelschap voorhanden was dat de kwaliteit in huis had om deze toch wel grote productie te dragen. Ik wilde het stuk integraal brengen - dat betekende dat je met meer dan twintig mensen zo'n uur of drie op de scène zou staan. En vooral de rol van Salieri - met zijn intense monologen - vereiste erg veel talent en inzet van een acteur. 

Het zou nog drie jaar duren, tot Garamondi Teater uit Geraardsbergen zich eraan waagde, met een van mijn allermooiste toneelervaringen tot gevolg. Daarna was het hek blijkbaar van de dam en werd Amadeus zowel in het amateur- als in het beroepstheater regelmatig en met succes opgevoerd. De meest bekende versie was wellicht die van Loge10.


Het toneelstuk en de film hebben een aantal ronduit iconische scènes opgeleverd, die je vooral voor zichzelf moet laten spreken en waar je voor de rest - als bewerker of regisseur - best zoveel mogelijk met je tengels afblijft. De openingsscène bijvoorbeeld, waarin de knecht en de kok van Salieri ontdekken dat hun meester een probleem heeft (Mozart! Mozart! Perdonami!... Il tuo assassino ti chiede perdono!) en waarvoor Shaffer een 100% theatraal verantwoorde oplossing én een andere, maar even goed perfect filmische gevonden heeft. In de serie krijgen we daarvan een flauw afkooksel te zien. Waarom een scène veranderen door een mindere scène? De spanningsboog voor een (lange) film is anders dan die voor 5 afleveringen op televisie, maar als bewerker doe je er dan beter aan zo dicht mogelijk bij de film te blijven - het is immers nog steeds een serie 'naar Peter Shaffer' - dan met een veel blekere versie voor de pinnen te komen. Het ligt niet aan de acteurs: Will Sharpe (Mozart), Paul Bettany (Salieri), Gabrielle Creevy (Constanze) doen het meer dan behoorlijk. Het ligt aan het slappe script van Joe Barton, dat blijkbaar moet beantwoorden aan de Netflix Norm en zich verhoudt tot de film of het toneelstuk als een McDonalds tot een driesterren restaurant.

Neem nu bijvoorbeeld tafereel 5 uit het toneelstuk. We bevinden ons in de bibliotheek van barones Waldstädten. Salieri is daar in een fauteuil gaan zitten met een hoge rug, onzichtbaar voor wie toevallig binnen komt, om zich te goed te doen aan allerlei versnaperingen. En dan:

  

Achter de schermen worden geluiden hoorbaar.

CONSTANZE (off): Piep! Piep! Piep!

CONSTANZE komt van achter oprennen: een knap en levenslustig meisje van vooraan in de twintig. Op dit moment doet ze alsof ze een muis is. Ze rent over het toneel in haar vrolijke feestjapon en verstopt zich onder de pianoforte. Plotseling loopt er een klein en bleek mannetje met grote ogen en met een opzichtige pruik en dito kledij achter haar aan en bevriest - in het midden van het toneel - als een kat die op een muis jaagt. Dit is WOLFGANG AMADEUS MOZART. Naarmate we hem in de volgende scènes beter leren kennen, ontdekken we een aantal dingen: dat hij bijzonder onrustig is, dat zijn handen en voeten bijna voortdurend in beweging zijn; dat zijn stem licht en hoog is; en dat hij beschikt over een onvergetelijke giechel, doordringend en infantiel.

MOZART: Miauw!

CONSTANZE (die hiermee verraadt waar ze zich bevindt): Piep!

MOZART: Miauw! Miauw! Miauw!

De componist valt op handen en voeten en begint blazend en grimassend zijn prooi te besluipen. De muis - giechelend van opwinding - verlaat haar schuilplaats en rent naar de overkant. De kat achtervolgt haar. Bijna bij de stoel waar SALIERI verstopt zit, keert de muis zich om. De kat - in kniebroek en geklede jas - drijft haar in het nauw.


Hij valt op haar, zij giechelt verrukt maar blijft liggen. Amadeus vertrouwt zijn Constanze toe dat hij denkt dat ze bang is voor hem. 'Ik denk dat je in je broek gaat schijten. Zo meteen ligt het hier allemaal op de vloer!' Hij imiteert het geluid van een wind, waarna ze nog even doorgaan met allerlei pis-en-kak spelletjes... terwijl Salieri er als versteend bij zit.

Meteen daarop begint het concert, dat Amadeus moet dirigeren. Salieri: 'Ik hoorde het door de deur - één of andere Serenade, vaag eerst -, te zeer van afschuw vervuld om echt te luisteren. Maar het hield niet af - een plechtig Adagio in Mi mineur.'

In het toneelstuk beschrijft Salieri, over de muziek heen (het ontieglijk mooie Adagio van de Serenade voor Dertien Blazers, K. 361), wat hij hoort... tot in iedere vezel van zijn lichaam ontroerd. Als regisseur moet je hier niets anders doen dan voluit de muziek te laten spreken: je kunt daar gewoon niet over. In de film volstaat het zelfs om de ogen van Salieri zich langzaam te zien vullen met tranen. Zo eenvoudig en tegelijk zo effectief kan film zijn, dat je er zelf de tranen van in de ogen krijgt.

In de serie bespringt Mozart in de gauwte Katharina Cavalieri - alle subtiliteit, alle emotionele intensiteit wordt afgevlakt. Waarna er vrij snel over de muzikale passage heen gewalst wordt, en de ontroering van Salieri niet echt wordt vastgehouden. In een toneelzaal kan Salieri zijn innerlijke wereld, van pijnlijke schoonheid doordrongen, overbrengen op de toeschouwer - in de film wordt de ontoering van Salieri ook die van de kijker. Maar in de serie schaatst men zo goed als over dit hoogtepunt heen.

Idem dito voor de scène met de welkomstmars van Salieri, door hem geschreven ter ere van Mozart, en ten gehore gebracht in de aanwezigheid van de Keizer... die door Mozart bijna terloops wordt verbeterd, van stijf naar zwierig. Er wordt nu een 'duel' opgezet, dat de dramatische spanning tussen de twee rivalen absoluut niet vergroot, en eigenlijk alleen maar langdradig is. In de oorspronkelijke versie ging dat veel 'directer'.

Ik zal wellicht ook naar de andere afleveringen kijken - zo'n historisch kostuumdrama kan er bij mij altijd in... Maar deze eerste aflevering was voor mij vooral een opeenstapeling van gemiste kansen. Wat je zelf doet, doe je niet noodzakelijk beter... en al helemaal niet als je Joe Barton heet en je basismateriaal van Peter Shaffer is. 

Naschrift bij de volgende afleveringen:

Die verwijderen zich steeds verder van het basismateriaal, mikken vooral op sensatie en proberen zelfs niet eens de historische context min of meer geloofwaardig voor te stellen. Meteen al bij de bekendmaking van de cast en de release werd de aandacht getrokken door de (bewuste) keuze voor zogenaamde inclusive casting. De reacties op het casten van zwarte acteurs voor historische figuren zoals de librettist Lorenzo Da Ponte of Franz Xaver Süssmayer, evenals de Brits-Japanse acteur Will Sharpe als Mozart, vallen grofweg uiteen in twee kampen. In de Britse media en bij online discussies op platforms als Reddit en Youtube kwam er kritiek op het feit dat de demografie van het 18de eeuwse Wenen totaal niet leek op de merne, etnisch diverse samenstelling in de serie. Men sprak over 'culturele geschiedvervalsing' omdat echte, witte of Joodse historische figuren werden veranderd in zwarte. De makers zelf en veel tv-recensenten verdedigden de keuze omdat de reeks nu eenmaal niet pretendeert een documentaire te zijn, zoals het toneelstuk van Peter Shaffer over de moordlustige rivaliteit tussen Salieri en Mozart ook een fictie is.  

Podcast Luisterboeken