![]() |
| Moniek Vermeulen en Frank Pollet in the Mojo |
Het is weer zo’n dag. Een dag met een overvloed aan gedachten en een waterval van emoties.
Ik pieker, en pieker. Het stopt
niet. Ik probeer rust te vinden. Het lukt niet.
Alle gedachten door elkaar. Ze nemen me mee naar het veel te grote woud. Ik
raak helemaal verdwaald. Ze zijn met teveel en cirkelen allemaal door elkaar.
Tot,
Het maanlicht alle puzzelstukjes doet samenvallen. Ik heb mezelf gevonden
in het wirwarwoud van gedachten.
Anke Verleysen:
Je houdt je vast aan de rimpel, probeert zijn jaren te tellen als de ringen van een boom. Hij slentert gestaag door de dagen alsof ze van glas zijn en elk moment kunnen breken. Je weet dat zijn voeten veren zijn die onder het gewicht van zijn leeftijd nooit helemaal hun oorspronkelijke vorm innemen. Je wil hem dragen, er voor zorgen dat de stok in zijn hand je arm wordt waaraan hij voluit mag hangen als een rijpe tomaat die elk moment kan vallen. Je vraagt je af hoe hij eet. Dat hij geen tanden heeft, zie je aan zijn ingevallen wangen die nieuwe woorden maken als kuiltjesgeluk. Hij is onderweg naar de geur van vers brood. Je zag hem met lege en gevulde zakken. Je zag hem komen en gaan, maar nooit ergens blijven. Je aarzelt. Hij doet dat niet. Je wil de tijd rekken om samen met hem in het moment te blijven. Je hoopt op een soort van herkenning, maar weet niet of je dat in zijn ogen wil lezen. Elke afwijzing zou je motor laten stoppen en dus rijd je door, kijk je naar joelende kinderen op de achterbank die ooit oud zullen worden zonder jou.





