Onderzoeksrapport (reconstructie en evaluatie)
Wie het dossier van de diefstal van de Rechtvaardige Rechters benadert alsof het een klassieke kunstroof betreft, vertrekt van een verkeerde premisse. De feiten, zoals ze zich in april 1934 hebben voltrokken in de Sint-Baafskathedraal, wijzen niet op een brute, haastige ontvreemding, maar op een ingreep die berustte op kennis van routines, toegang en timing. Het paneel werd uit het Lam Gods verwijderd zonder sporen van geweld, zonder beschadiging van de constructie, en zonder dat er onmiddellijk alarm werd geslagen. Dat gegeven alleen al vernauwt het aantal plausibele scenario’s aanzienlijk.
De figuur die in het centrum van het dossier blijft staan, Arsène Goedertier, was geen marginale buitenstaander, maar een man die functioneerde binnen het burgerlijke en kerkelijke netwerk van zijn tijd. Zijn sterfbedverklaring – hoe fragmentair ook – bevestigt niet alleen betrokkenheid, maar ook controle: hij beweert te weten waar het paneel zich bevindt. Dat impliceert dat het werk, althans op dat moment, niet door een keten van tussenpersonen circuleerde, maar zich bevond op een plaats waar de kennis geconcentreerd bleef.
Daaruit volgt een eerste cruciale hypothese: het paneel heeft zich, zeker in de eerste fase na de diefstal, waarschijnlijk in de onmiddellijke geografische en mentale sfeer van de dader bevonden.
De reconstructie van de roof
De omstandigheden van de diefstal suggereren geen improvisatie, maar voorbereiding. Het retabel werd geopend, het paneel verwijderd en vervangen door een kopie (of althans een lege ruimte die pas later werd vastgesteld), en de dader(s) konden het gebouw verlaten zonder paniek of confrontatie. Dit wijst op vertrouwdheid met de sleutels, de sluitingsuren en de aanwezigheid van personeel.
Belangrijk is dat kort na de diefstal een ander paneel – dat van Johannes de Doper – werd terugbezorgd als bewijs van bezit. Dat detail is essentieel voor elke analyse van de bergplaats. Het toont aan dat de dader niet alleen toegang had tot het gestolen werk, maar ook bereid was het tijdelijk te manipuleren en te verplaatsen. Het paneel van de Rechters werd dus niet onmiddellijk onbereikbaar opgeborgen, maar bevond zich in een omgeving waar de dader het kon controleren, tonen en eventueel verplaatsen.
Een bergplaats die onmiddellijk onherroepelijk afgesloten was – bijvoorbeeld ingemetseld of in water verzonken – is daarom in deze vroege fase minder waarschijnlijk.
Eerste hypothese: berging binnen de kathedraal
De meest hardnekkige en, op het eerste gezicht, paradoxale hypothese is dat het paneel zich nooit ver van zijn oorspronkelijke plaats heeft bevonden, mogelijk zelfs binnen de muren van de kathedraal zelf. Deze theorie steunt op een combinatie van praktische en psychologische argumenten.
Praktisch gezien biedt de kathedraal een complexe architectuur: zolders, nissen, afgesloten ruimtes, oude constructies en moeilijk toegankelijke delen die niet systematisch werden onderzocht, zeker niet met de middelen van de jaren dertig. Een object dat zorgvuldig wordt ingepakt en verborgen in een dergelijke structuur kan decennialang onopgemerkt blijven.
Psychologisch gezien sluit deze hypothese aan bij het profiel dat uit de brieven spreekt: iemand die niet louter wil verdwijnen, maar controle wil behouden en de tegenpartij wil dwingen te zoeken op de verkeerde plaatsen. Het idee dat het gezochte zich bevindt op een plek die men voortdurend betreedt zonder het te zien, past bij die mentaliteit.
Toch zijn er bezwaren. De kathedraal werd, na de diefstal, intensief onderzocht. Hoewel men kan twijfelen aan de grondigheid van die onderzoeken naar moderne maatstaven, blijft het moeilijk aan te nemen dat een object van die omvang volledig over het hoofd werd gezien, tenzij het op een uitzonderlijk ingenieuze manier verborgen was.
Tweede hypothese: particuliere bergplaats in de omgeving
Een tweede, vaak als realistischer beschouwde mogelijkheid is dat het paneel werd ondergebracht in een privéruimte: een woning, een kelder, een zolder of een opslagplaats in de regio Gent of Wetteren.
Deze hypothese sluit aan bij de noodzaak om het paneel tijdelijk toegankelijk te houden, zoals blijkt uit de correspondentie en de gedeeltelijke teruggave van het andere paneel. Een particuliere ruimte biedt controle, discretie en flexibiliteit. Ze maakt het mogelijk het werk te inspecteren, te verplaatsen en eventueel te tonen aan een tussenpersoon.
Daartegenover staat het risico. Een dergelijk object is moeilijk te verbergen zonder medeweten van anderen, en elke extra betrokkene vergroot de kans op ontdekking. Bovendien zou men verwachten dat bij latere huiszoekingen of na het overlijden van de dader sporen zouden zijn gevonden, tenzij het paneel nadien werd verplaatst.
Deze hypothese blijft plausibel, maar vereist een tweede fase in het verhaal: een latere verplaatsing naar een meer definitieve bergplaats.
Derde hypothese: verplaatsing en latere verdwijning
Sommige onderzoekers gaan ervan uit dat het paneel aanvankelijk lokaal werd bewaard, maar later – mogelijk na het mislukken van de onderhandelingen of na de ziekte van Goedertier – werd verplaatst of zelfs vernietigd.
De argumentatie hiervoor steunt op het uitblijven van elke vondst, ondanks decennia van onderzoek. Indien het paneel zich nog steeds op een relatief toegankelijke plaats zou bevinden, zou men verwachten dat het inmiddels was opgedoken, al was het maar toevallig.
Toch botst deze hypothese op een belangrijk tegenargument: het ontbreken van enig bewijs voor vernietiging of verkoop. Een werk van dergelijke bekendheid kan niet ongemerkt circuleren op de kunstmarkt. Zelfs fragmenten zouden herkenbaar zijn. Het volledige verdwijnen zonder spoor is moeilijk te rijmen met een verplaatsing naar het buitenland of een verkoop aan een verzamelaar.
Vierde hypothese: symbolische bergplaats
Een minder tastbare, maar intrigerende piste is dat de bergplaats gekozen werd omwille van haar symbolische betekenis. De brieven en de veronderstelde denkwereld van de dader suggereren iemand die niet alleen praktisch, maar ook conceptueel denkt.
In dat licht zou de bergplaats verband kunnen houden met religieuze, historische of persoonlijke symboliek: een plaats die betekenis draagt in relatie tot het Lam Gods, tot rechtvaardigheid, of tot de persoonlijke leefwereld van de dader.
Dit opent een breed veld van interpretaties, maar het risico is dat men zich verliest in speculatie. Zonder concreet aanknopingspunt blijft deze hypothese moeilijk toetsbaar.
Motivatie en gedrag van de dader
De motivatie van de dader vormt een sleutel tot de bergplaats. De combinatie van afpersing en morele argumentatie wijst op een dubbele drijfveer: financieel voordeel en de overtuiging dat men een tekortkoming blootlegt.
De manier waarop de brieven zijn opgesteld – beleefd, gecontroleerd, met nadruk op voorwaarden en wederkerigheid – suggereert geen impulsieve misdadiger, maar iemand die zichzelf ziet als een rationele actor in een onderhandeling. Dat impliceert dat hij het paneel niet willekeurig heeft verborgen, maar op een plaats die past binnen dat rationele kader: toegankelijk voor hem, controleerbaar, en inzetbaar als drukmiddel.
Het feit dat hij, volgens de overlevering, het geheim niet volledig heeft prijsgegeven op zijn sterfbed, wijst op een laatste element: wantrouwen. Hij was er niet van overtuigd dat de voorwaarden ooit zouden worden vervuld, en heeft daarom de volledige informatie niet gedeeld.
Conclusie: de meest plausibele bergplaats
Wanneer men alle elementen samenneemt – de aard van de diefstal, de communicatie nadien, het profiel van de dader en het uitblijven van latere sporen – komt een samengestelde hypothese als meest plausibel naar voren.
Het paneel werd vermoedelijk in eerste instantie ondergebracht in een particuliere, gecontroleerde ruimte binnen de directe omgeving van de dader, waar het toegankelijk bleef voor verificatie en onderhandeling. Na het mislukken van de onderhandelingen en in de aanloop naar zijn overlijden is het waarschijnlijk verplaatst naar een meer permanente bergplaats, mogelijk binnen een structuur die niet onmiddellijk als bergplaats wordt herkend, en die zich bevindt in een omgeving die voor de dader vertrouwd en betekenisvol was.
Of die plaats zich binnen de kathedraal bevindt, of in een andere, even vanzelfsprekende maar daardoor onopvallende locatie, blijft de centrale vraag.
Wat het dossier leert, is minder waar men moet zoeken, dan hoe men moet denken: niet in termen van afstand, maar van nabijheid; niet in termen van spektakel, maar van banaliteit; niet in termen van vlucht, maar van controle.
Het paneel is wellicht niet verdwenen.
FACSIMILE TRANSCRIPTIE — DOCUMENT “GOEDERTIER”
(Transcriptie van een vermeend handschrift; doorhalingen weergegeven met …, toevoegingen tussen ⟦…⟧, marginalia cursief aangeduid)
Aan de bevoegde overheid en aan hen die zich met deze zaak inlaten
Ik acht het noodig, gezien den toestand waarin ik mij bevind en het vooruitzicht dat mij geen tijd meer zal worden gelaten om nadere verklaringen af te leggen, dat ik schriftelijk vastleg wat ik tot nog toe slechts ten deele heb medegedeeld.
Het paneel der Rechtvaardige Rechters, hetwelk men sedert April dezes jaars zoekt, is niet verdwenen bevindt zich in mijn bezit en kan, indien aan zekere voorwaarden wordt voldaan, in ongeschonden staat worden teruggegeven, hetgeen ik bij deze bevestig.
Ik voeg hieraan toe dat het werk niet beschadigd is en dat het behandeld werd met de zorg die men mag verwachten van iemand die zich rekenschap geeft van de waarde ervan, en die, naar mijn oordeel, niet in dezelfde mate werd betracht op de plaats waar het zich voorheen bevond.
⟦in marge, potlood⟧: men zal zeggen dat dit onwaar is — laat hen het tegendeel bewijzen
Het is onjuist te veronderstellen dat de ontvreemding het gevolg is geweest van toeval of van een gelegenheid waarvan eenieder gebruik had kunnen maken, aangezien zij slechts mogelijk was door kennis van zaken, zoowel wat betreft de inrichting van het retabel als de wijze waarop de toegang tot de kathedraal werd geregeld.
Ik heb mij vóór de feiten rekenschap gegeven van den gebrekkigen toestand der bewaking en vastgesteld dat men zich verliet op gewoonten die geen werkelijke zekerheid boden, terwijl men naliet maatregelen te treffen die, gelet op de waarde van het kunstwerk, als vanzelfsprekend hadden moeten worden beschouwd.
Ik heb dit gemeld
Ik heb, zonder resultaat, getracht de aandacht te vestigen op dezen toestand, hetgeen mij de overtuiging heeft gegeven dat een ingreep noodzakelijk was om het besef van het gevaar te doen doordringen.
Het zou derhalve onjuist zijn mijn handelen uitsluitend toe te schrijven aan persoonlijk belang, hoewel ik niet ontken dat mijn omstandigheden, in het bijzonder van financiëelen aard, mij ertoe hebben gebracht deze zaak te overwegen op een wijze die mij onder andere omstandigheden wellicht vreemd zou zijn gebleven.
Wat de uitvoering betreft, zal ik mij beperken tot de vaststelling dat deze is geschied zonder geweld en zonder schade, en dat het werk vervolgens werd ondergebracht op een plaats die zoodanig is gekozen dat het zich buiten het bereik bevindt van toevallige ontdekking, doch niet buiten dat van hen die weten waar en hoe te zoeken.
⟦tussen de regels, haastig⟧: niet in den grond — niet vervoerd — men zoekt verkeerd
Wat de correspondentie betreft die men heeft ontvangen, erken ik dat deze van mij uitging en dat daarin een geldsom werd genoemd, welke niet enkel diende als vergoeding, maar tevens als bewijs van ernst en als middel om een onderhandeling tot stand te brengen.
Het was mijn bedoeling dat de teruggave van het paneel zou worden gekoppeld aan maatregelen die een herhaling van de feiten onmogelijk zouden maken, en dat men zich niet zou beperken tot het herstellen van den toestand zooals deze voordien bestond.
Men heeft dit niet begrepen
Men heeft er de voorkeur aan gegeven te trachten den persoon te identificeeren, hetgeen, zooals ik heb meegedeeld, noodzakelijk moest leiden tot het afbreken van elke mogelijkheid tot teruggave.
Ik heb in een eerder schrijven verklaard, en ik herhaal dit hier, dat elke poging om mij op te sporen of te arresteeren het gevolg zou hebben dat het werk aan uw bereik wordt onttrokken, niet uit wraak, maar uit noodzaak, aangezien in dat geval de voorwaarden waaronder het kan worden teruggegeven, niet langer vervuld zijn.
⟦marge, zwakker⟧: zij hebben dit niet ernstig genomen
Wat mijn verklaringen betreft, afgelegd kort vóór het oogenblik waarop mijn krachten mij hebben verlaten, bevestig ik dat deze naar waarheid zijn gedaan, doch dat zij niet volledig waren en evenmin bedoeld als een volledige aanduiding van de plaats waar het paneel zich bevindt.
Ik heb geoordeeld — en ik blijf bij dit oordeel — dat het niet wenschelijk is deze plaats zonder meer bekend te maken, zoolang niet vaststaat dat men de noodige maatregelen zal treffen om het werk op een wijze te bewaren die in overeenstemming is met zijn waarde.
Het paneel is verborgen bevindt zich op een plaats die men dagelijks kan benaderen zonder haar te herkennen, en die men slechts zal vinden indien men bereid is af te zien van de veronderstellingen die men zich tot nog toe heeft gevormd.
⟦bijgevoegd, moeilijk leesbaar⟧: waar het staat — niet waar men het zoekt — in het zicht maar niet gezien
Ik verklaar ten slotte dat het steeds mijn bedoeling is geweest dat het werk zou terugkeeren, en dat ik geen enkel voordeel heb beoogd dat niet in verhouding stond tot hetgeen op het spel stond, namelijk het behoud van een kunstwerk dat men, naar mijn oordeel, niet met de noodige zorg heeft behandeld.
Of men dit zal erkennen, laat ik over aan hen die na mij komen.
Ik heb gedaan wat ik noodzakelijk achtte.
Ik heb geen spijt
Ik laat het oordeel aan anderen.
A. Goedertier
Wetteren
⟦onderaan, ander handschrift, waarschijnlijk toegevoegd⟧:





