12.8.26

Joannes Onverwagt, het verhaal van een vondeling (101 Familiefoto's 007)

 


Aflevering 007 uit de reeks 101 Familiefoto's van Patrick Bernauw, is een 'specialleke'. Ze is bestemd voor persoonlijke luisterverhalen waarin oude familiefoto’s de deur openen naar herinneringen, familiegeheimen -en geschiedenissen, en verdwenen werelden. In dit geval startte het verhaal niet bij een familiefoto, maar bij de foto van een scan uit het bevolkingsregister: een 'acte de naissance' van 'Jean Onverwacht', een 'enfant trouvé'.


In aflevering 005, Onverwagt & Victime, vertelde ik al hoe ik best wel mijn reserves had bij de familielegende dat de naam 'Onverwagt' terugging op een vondeling. Ik raadpleegde mijn stamboom... en ik bleek geen nakomeling te zijn van één vondeling, maar van twee: Joannes Onverwagt en Melanie Victime. Dankzij de site Made in Aalst slaagde ik erin de geboorteakte van Joannes terug te vinden, met een 'marginale nota' - een proces-verbaal in de marge - van zijn vondst. Zijn echtgenote, eveneens een vondeling, kwam uit Brussel - maar zij kwamen allebei in het Brabantse gehucht Essene terecht, waar zij een familie stichtten, die zich uiteindelijk zou vertakken naar mijn moeder. De overgrootvader van mijn overgrootvader werd op een ochtend in februari 1808  aangetroffen voor de poort van Ambroise Boon, in de wijk Mijlbeek.

Hier zullen op termijn alle afleveringen van 101 Familiefoto's te vinden zijn.





Tot 19 janurari 1811 was het te vondeling leggen van kinderen strafbaar. Napoleon bracht daar met het instellen van vondelingenschuiven in elke hoofdstad van een arrondissement in zijn keizerrijk verandering in. Wie een kind achterliet in deze schuif, deed niets illegaals. Maar in 1808 - Melanie Victime werd drie jaar eerder gevonden - was dat nog niet zo. Ik probeerde met de marginale nota en wat ik zoal te weten kon komen over vondelingen het leven van mijn voorouder zo getrouw mogelijk te reconstrueren.



Hier volgt een zo nauwkeurig mogelijke transcriptie, analyse en Nederlandse vertaling van de akte over Jean Onverwacht (akte n° 40) en de bijbehorende langgerekte kantlijnnotitie over de vondeling.

1. Transkriptie van Akte N° 40

De standaard geboorteakte is grotendeels doorgestreept/niet ingevuld omdat de ouders onbekend waren, maar de specifieke gegevens zijn aangevuld en er wordt verwezen naar het proces-verbaal van de politie.

N° 40 ARRONDISSEMENT COMMUNAL DE TERMONDE. MAIRIE D’ALOST.

Du deuxième jour du mois de février dix-huit cent huit, à trois heures de relestée [relevée],

ACTE DE NAISSANCE DE Jean Onverwacht trouvée a la porte de la rue de moulin, fameuse de mijlbeke, le deux février dix-huit cent huit, à six heures du matin, fils d... né à ...

Le sexe de l’Enfant a été reconnu être Mâle. Premier Témoin Jean Longe âgé de quarante ans, profession de Cultivateur domicilié à Alost mijlbeke. Second Témoin Ambroise Boon âgé de vingt huit ans, profession de marchd d’allumettes domicilié à Alost.

Sur la réquisition à nous faite par [proces verbal de le commissaire de police de cette Ville d’alost] les témoins ont declare ne savoir ecrire.

Constaté par moi Van Boterdael Maire d’ALOST, faisant les fonctions d’Officier public de l’état civil. (Getekend:) Van Boterdael

2. Transcriptie van de tekst in de kantlijn ('Marginale nota / Relaas van de vondeling')

De tekst in de linkermarge beschrijft in detail de omstandigheden waarin het kind werd gevonden. Het Frans bevat heel wat spelfouten en dialectische constructies uit die tijd.

L’an 1808 le 2 du mois de février nous Louis Rymbaunt commissaire de police de la ville d’alost arrondissement de d’monde dept de la lys sur le rapport a nous fait ce jour d’hui vers les neuf heures du... qu’un enfant abandonné venait d’etre trouvé exposé sur la voie publique sous la maison d’ambroise boon merch.d d’allumettes domicilié hors de la porte des moulins at mijlbeke, a l’endroit appellé den biggenbagaert nous nous sommes rendu de suite a la maison du dit ambroise boon, ou étant entré nous y avons trouvé le nommé judoc boon avec un jeune enfant dans ses bras ainsi que le dit ambroise boon et son domestique jean lonyes les quels nous ont déclaré que ce matin vers les six heures sortant de leur maison pour se rendre en ville a l’église, ils avoient entendu sur la chausée de termonde un homme accompagné d’une femme, tous deux fort bien habillés, mais a eux inconnus, qui s’arrêtaient jusque a la maison d’ambroise boon et y ans entendu les cris d’un enfant, qu’ayant cherché dans l’obscurité, ils ont trouvé fameuse la porte de la maison d’ambroise boon l’enfant en question, qu’ayans frappé aux portes des maisons voisinnes le dit ambroise boon a sorti de sa maison, a pris l’enfant et l’a porté à sa femme dans la maison. Nous avons alors examiné l’etat du dit enfant que nous avons trouvé etre du sexe masculin paraissant agé d’environ dix jours, etant habillé d’une chemise blanche de lin, d’un camisole de vin coton pourpre et d’un petit mouchoir blanc portant sur la tete, deux petits bonnets blancs de toile, et etant emmailloté dans une mauvaise serviette et une partie de couverte de laine brune.

N’y ayant alors rien trouvés sur le dit ambroise boon de vouloir soigner le dit enfant et de lui procurer les alimens nécessaires ce qu’il a accepté et nous avons laissé le dit enfant entre ses mains. De tout ce que dessus nous avons dressé le présent procès verbal pour conformement a l’article cinquante huit du code napoléon etre remis a l’officier paisible [public] de l’état civil de cette commune d’alost. Fait à Alost le jour mois et an que dessus signés Rymbaunt com.

3. Nederlandse Vertaling

Het Geboorte- / Vondeling-Aktenummer 40

Gemeentelijk Arrondissement Dendermonde — Burgemeesterij Aalst

Op de tweede dag van de maand februari achttienhonderd acht, om drie uur in de namiddag.

GEBOORTEAKTE VAN: Jean Onverwacht, gevonden aan de poort van de Molenstraat, behorende tot Mijlbeek, op twee februari achttienhonderd acht, om zes uur ’s morgens, zoon van [onbekend]...

Het geslacht van het kind is vastgesteld als mannelijk.

  • Eerste getuige: Jean Longé, 40 jaar, landbouwer, wonende te Aalst (Mijlbeek).
  • Tweede getuige: Ambroise Boon, 28 jaar, lucifermaker/handelaar in zwavelstokken, wonende te Aalst.

Op verzoek aan ons gedaan via [het proces-verbaal van de commissaris van politie van deze stad Aalst]. De getuigen hebben verklaard niet te kunnen schrijven.

Vastgesteld door mij, Van Boterdael, Burgemeester van Aalst, vervullende de functie van Ambtenaar van de Burgerlijke Stand.

Het Relaas van de Politiecommissaris (Marginale nota)

In het jaar 1808, op de 2e van de maand februari, Wij, Louis Rymbaut, commissaris van politie van de stad Aalst, arrondissement Dendermonde, departement van de Leie (Lys):

Na een melding die ons vandaag rond negen uur is gedaan dat er een verlaten kind op de openbare weg was gevonden voor het huis van Ambroise Boon, lucifermaker wonende buiten de Molenpoort te Mijlbeek (op de plaats genaamd 'den Begijnen Bogaer'), hebben wij ons terstond begeven naar het huis van genoemde Ambroise Boon.

Daar binnengekomen troffen wij ene Judocus Boon aan met een klein kind in zijn armen, evenals genoemde Ambroise Boon en diens knecht Jean Longé. Zij hebben ons verklaard dat toen zij vanmorgen rond zes uur hun huis verlieten om naar de kerk in de stad te gaan, zij op de steenweg op Dendermonde een man en een vrouw hoorden. Beiden waren zeer goed gekleed, maar voor hen onbekend. Dit paar stopte vlak bij het huis van Ambroise Boon. Nadat zij het gehuil van een kind hoorden en in het donker zochten, vonden zij nabij de poort van het huis van Ambroise Boon het betreffende kind.

Nadat er op de deuren van de omliggende huizen was geklopt, kwam genoemde Ambroise Boon naar buiten, nam het kind op en bracht het naar zijn vrouw binnen in huis.

Wij hebben vervolgens de toestand van het kind onderzocht: het bleek een jongetje te zijn van ongeveer tien dagen oud. Hij was gekleed in een wit linnen hemdje, een jasje/vestje van paars/purperen katoen en een kleine witte zakdoek. Op het hoofd droeg hij twee kleine witte linnen mutsjes. Hij was ingebakerd in een versleten handdoek en een stuk van een bruine wollen deken.

Aangezien er verder niets is aangetroffen [omtrent de herkomst], hebben wij Ambroise Boon gevraagd om voor het kind te zorgen en het van het nodige voedsel te voorzien, wat hij heeft geaccepteerd. Wij hebben het kind dan ook in zijn handen gelaten.

Van al het bovenstaande hebben wij dit proces-verbaal opgemaakt om overeenkomstig artikel 58 van de Code Napoléon te worden overhandigd aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van deze gemeente Aalst.

Gedaan te Aalst op dag, maand en jaar als boven, getekend: Rymbaunt, comm.

4. Contextualisering & Opmerkingen

  • De naam "Jean Onverwacht": Vondelingen kregen in de Franse tijd vaak een achternaam die verwees naar de situatie waarin ze gevonden werden (Onverwacht / Onverwagt). "Jean" was een zeer gangbare Franse voornaam (Jan).
  • Locatie (Aalst / Mijlbeek): De gebeurtenis speelt zich af net buiten de historische stadswallen van Aalst (buiten de Molenpoort, in de wijk Mijlbeek bij 'den Begijnen Bogaert' of Boomgaard).
  • Historische Context: In 1808 viel Aalst onder het Franse Keizerrijk (Departement van de Leie / Département de la Lys). De akten werden verplicht in het Frans opgesteld volgens de regels van de Code Napoléon.
  • Status van de Vondeling: Het kind was vermoedelijk niet zomaar te vondeling gelegd door verpauperde ouders, gezien de opmerking dat de man en vrouw die het kind achterlieten "fort bien habillés" (zeer goed gekleed) waren en het kind netjes ingebakerd was.

 

10.8.26

101 Familiefoto's - 006: Brouwersgasten

 



De vrachtwagen is een Chevrolet, zwaar beladen met biervaten. Hij draagt de naam van een brouwerij die ooit bekend in de oren moet hebben geklonken in de cafés van het Pajottenland. Tous-saint Frères, gevestigd in de Aspergestraat 55 in Brussel.

De man rechts, met de arm om de schouder van zijn collega, is mijn grootvader: Jan Ferdinand Onverwagt, ‘Petjen’. Zijn collega is ook zijn broer: Jean Baptist Onverwagt, ‘Nonkel Zjang’. Ze hebben hun werk even onderbroken voor de fotograaf. En hun werk, dat is: de biervaten vervoeren, laden en lossen, door weer en wind, over Brusselse kasseien die toen nog geen toeristische attractie waren maar een dagelijkse beproeving voor mens en machine. Ze staan daar met een vanzelfsprekende trots, fier op wat ze doen. Zonder hen wordt er geen lambiek getapt, komt er geen gueuze op tafel.

Brouwerij Toussaint Frères houdt zich schuil in het doolhof van straten rond het centrum, niet ver van de huidige Dansaertwijk. Dat was destijds een buurt van ambachtslui, opslagplaatsen, kleine industrie en handelszaken. Op de laadbak zijn nog letters zichtbaar die verwijzen naar de geuze, het bier dat even Brussels is als Manneken Pis.

De foto dateert waarschijnlijk van eind jaren 30, wellicht net voor de algemene mobilisatie die een abrupt eind zou maken aan hun werkzaamheden. Het is ongetwijfeld een publiciteitsfoto gemaakt in opdracht van de brouwerij, op een moment dat die zich in de laatste bloeiperiode bevindt van een eeuwenoude Brusselse traditie. In de negentiende eeuw telde Brussel tientallen brouwerijen. Rond de Zenne, in de Marollen, Anderlecht, Molenbeek, Koekelberg en de Vijfhoek hing regelmatig de geur van mout en kokend wort in de lucht. Bier werd niet beschouwd als een luxeproduct, maar was bestemd voor de dagelijkse consumptie.  Vrijwel elke wijk had haar brouwerij, haar bierhandelaar en haar vaste cafés.

De wereld waarin de gebroeders Onverwagt werkten was nog die van de houten tonnen. Vandaag associëren we bier met flessen en blikjes, maar tot ver in de twintigste eeuw werd een aanzienlijk deel van het bier per vat geleverd. Brouwersgasten reden van café naar café, laadden volle tonnen af en namen de lege weer mee terug. Het was zwaar werk. Een houten vat kon makkelijk meer dan honderd kilogram wegen.  

Terwijl namen als Cantillon, Belle-Vue en later Mort Subite bekend bleven, verdwenen in de loop van de twintigste eeuw de meeste brouwerijen – door schaalvergroting, fusies, oorlogen en veranderende consumptiegewoonten. Net zoals Toussaint Frères lieten ze vrijwel geen sporen achter in het collectieve geheugen. Het ging waarschijnlijk om een lokale brouwerij die een eigen klantenkring bediende van cafés, estaminets en bierhuizen… en waarbij eerder al de vader van de twee broers, Henricus, had gewerkt. Het lijkt er sterk op dat de brouwerij gespecialiseerd was in de lambiek uit de Zennevallei en het Pajottenland, een biercultuur die zo uniek is dat ze wereldwijd als een van de meest karakteristieke Belgische tradities wordt beschouwd.


In zijn trouwboekje staat Onverwagt Jan Ferdinand geboekstaafd als 'brouwersgast'.


En ik die dacht dat Petjen altijd schrijnwerker was geweest. Blijkt nu dat hij aan de slag ging als brouwersgast, van vader op zoon. En samen met zijn vijf jaar oudere broer. Zat hij achter het stuur van het gevaarte, of was dat Nonkel Zjang? Of wisselden ze af? Mijn Petjen heeft altijd iets met auto’s gehad, ik weet dat hij er begin jaren 50 in één rondreed, een Austin, toen het nog lang niet gewoon was dat een ‘werkmens’ een auto bezat. Met zijn kleine gezinnetje maakte hij uitstapjes naar de zee of naar Bouillon. Daar zou hij, volgens ons moe, in het hotel waar ze logeerden op de vraag hoe laat ze wilden vertrekken, in zijn beste Frans ge-antwoord hebben: ‘A huit heures of om een uur of negen.’ Later koos hij voor Fiat, eerst een 500 en daarna een 850. Ik heb ze allebei nog meegemaakt. Dus misschien was hij het wel die ach-ter het stuur zat, want Nonkel Zjang heb ik nooit met een auto weten rijden.

 


4.8.26

Groetjes uit Brocéliande - verhalend essay in Fantastische Vertellingen



In het nawoord van mijn boek Groetjes uit de Vierde Dimensie vertelt Ginette Pas-Tourette hoe ik in augustus 2025 op vakantie ging naar Rennes, de hoofdstad van Bretagne, vlak bij de betoverde wouden van Brocéliande, waar de beroemde magiër Merlijn nog springlevend is. Het is inderdaad zo dat ik specifiek naar Rennes trok om over Brocéliande en Merlijn te schrijven, dat hij op de eerste ochtend van mijn verblijf al meteen gewoon buiten op de stoep bleek te zitten, tegenover mijn hotel. Het leverde voor de bundel bovenstaande postkaart op, gebaseerd op onderstaande échte foto, én op het ultrakorte verhaal Merlijn in Rennes.

 


Merlijn in Rennes

Men zegt dat Merlijn nooit echt gestorven is in het woud van Brocéliande. De tovenaar die ooit koning Arthur adviseerde, die de tijd boog en met draken sprak, werd moe van paleizen, gedoe met feeën en oorlogen. Hij verdween in de anonimiteit en liet legendes ontstaan ​​ terwijl hij verder zwierf, van eeuw tot eeuw.

In Rennes fluisteren sommigen dat hij een nieuwe gedaante heeft aangenomen — dat hij niet langer gehuld is in pracht en praal, maar in vodden en zeilen, gezeten op de koude straatstenen. Zijn baard is nog steeds lang, zijn blik nog steeds diep van wijsheid. Weinigen herkennen hem. Ze lopen hem voorbij, terwijl de tekens toch duidelijke taal spreken: hij vertoeft op de grens van de Elyzeese Velden, vlakbij bakker Augustinus, die als kerkvader een indrukwekkende autobiografie schreef, de Confessiones. Naast hem ligt zijn trouwe metgezel — geen magisch hert, maar een straathond.

Voor de meesten onder ons lijkt hij op elke andere verloren ziel van de stad. Maar soms, wanneer het vroege ochtendlicht op zijn gezicht valt, zeggen mensen dat ze iets anders zien: een gloed, een zwaartekracht, een fluistering van oude macht.

De waarheid is dat Merlijn wacht in Rennes, dicht bij het betoverde bos waar zijn verhaal begon. Op een reden om weer op te staan? Op de fee Viviane, die in hem de magiër van weleer zal herkennen, en haar minnaar? Tot die tijd schrijft hij zijn autobiografie op gevonden vellen papier, mompelt hij vergeten profetieën en gaat zijn magie vermomd als waanzin uit een vierde dimensie.




Het essay, of het reisverhaal, of de lijvige fantastische vertelling die ik eraan overhield, verscheen nu in het onvolprezen blad Fantastische Vertellingen, uitgegeven door de stichting waar ook zopas dat andere lijvige essay over Malpertuis van Jean Ray verscheen, in de Rare Boekjes Reeks. 

Fantastische Vertellingen is aan zijn 47e jaargang nummer 79 toe. Het nummer kan besteld worden aan €8,95 via de webshop en ik kan ook van harte een abonnement aanbevelen op dit unieke tijdschrift voor fantastiek, horror, sciencefiction & aanverwante literatuur.

Hieronder enkele impressies van mijn trip, waarover veel meer - zoniet alles - te lezen valt in de essayistische fantastische vertelling Groetjes uit Brocéliande.



De menukaart bestuderen van Le Gorille Bleu, op de hoek van de Rue du Griffon.



In deze feeërieke winkelstraat van Rennes hing Merlijn ook rond,
met zijn hele hebben en houden in een winkelkarretje.




De rue de l'Enchanteur Merlin in Paimpont kent nogal wat geboden en verboden...

Een betoverd meer (of een dito grote vijver) in Paimpont.


De Tombe van Merlijn, met offerandes...

Felix Bellamy populariseerde de legenden
en vond er de plekken bij waar ze zich afspeelden.

De Bron van de Eeuwige Jeugd trekt nog steeds veel toeristen...



Eindpunt van de ontdekkingstocht was het kerkje van abbé Gillard
in Tréhorenteuc, de Kerk van de Graal
met het vreemd mystieke opschrift boven de deur:
"La Porte Est Dedans!"


Christelijke en Keltische mythen en Graalsymboliek zijn hier verenigd.

Haalden de promotoren van Rennes-le-Château
en de abbé Saunière hier in Tréhorenteuc bij abbé Gillard
hun mosterd vandaan?

Dàt en nog veel meer kom je te weten in...
Groetjes uit Brocéliande!

Podcast Luisterboeken