17.4.21

Van Ostaijen Goes HipHop met JIMY!'s Vers 4 (Sikkelbeen)


Het kan al eens bijzonder avontuurlijk worden, als docent creatief schrijven. Dan gaat een van de cursisten uit je schrijversklas aan het Conservatorium van Mechelen bijvoorbeeld aan de slag met een gedicht van Paul van Ostaijen, in het kader van de Ultimas Challenge. Rapt ie een eind weg met Vers4 (Sikkelbeen) uit De feesten van angst en pijn, en voegt er en passant zijn eigen verzen aan toe. Maakt een clip with a little help from his friends, Tumultimedia en Thomas Verbruggen (en een Kriptic sample). En doet dat in het Predikheren, waar wij plegen te schrijven als corona het toelaat. 

Of hoe een dichter als Van Ostaijen moeiteloos aansluiting vindt bij de hiphop generatie (en vice versa).

Video credits - Camera: Tumultimedia - Montage: Thomas Verbruggen Instrumental: Pita (Kriptic samples) Rap: JIMI!
Link naar het originele gedicht van Paul van Ostaijen: https://www.dbnl.org/tekst/osta002ged... Lyrics: Lalla Lallen Lalla Lallen Lillen Lil Huilen, vuist Vechten, vuisten, vechten, vuisten Huil (x2) Wa wa wa is dees, wa is dees niks is normaal dit is allemaal Space Moederke Trees Vaderke Baas schip op het schip van de varende vaas Ma naar waar, wanneer? en verdomme waarom? valt een mens van vier hoog spanning kuiten spannen springen sprong val vallen Waarom moest em zo jong na de ballen? Lalla Lallen Lalla Lallen Lillen Lil Huilen, vuist Vechten, vuisten, vechten, vuisten Huil 1,2 Jij, Jij (sikkelbeen, sikkelbeen) 1,2 Jij, Jij (sikkelbeen, sikkelbeen) 1,2 Jij, Jij (sikkelbeen, sikkelbeen) Jij, Jij, Jij, Jij wie is Jij (x2) Wa wa wa is dees, wa is dees niks is normaal dit is allemaal Space Van de Ace tot de Base, de Geest tot het Vlees De Soep in de pot van het beestige Beest Maar wie, wat? en verdomme toch hoe? valt een mens van vier hoog spanning kuiten spannen springen sprong val vallen Waarom moest em zo jong na de ballen?

21.3.21

De tekstologen: schrijfcoaches & tekstschrijvers


Wat hebben Jean-Paul Mulders, Diane Broeckhoven, Sam De Graeve, Rita Bossaer, Guinevere Claeys,  Ludo Permentier, Vivian de Gier, Mark Uytterhoeven, Niels Boutsen (Stoomboot), Chris Van Camp, Bas Birker, Ann Michielsen, Carmien Michels, Marc De Neve, Rachida Lamrabet, Bartho Kriek, Terry Verbiest, Daniel Billiet, Barbara Boels, Dominique Biebau, Peter Holvoet-Hanssen, Noëlla Elpers, Gaston Dorren, Kris Van Steenberge, Erik Raeven, Brigitte Raskin, Philippe Humblé, Moya De Feyter, Johan Verest, Dahlia Pessemiers-Benamar, Ludo de Jager, Tine Hens, Sara Brouckaert, Tania Verhelst, Ivo Victoria, Lies Van Gasse, Geert Stadeus, Luc Bouquet, Han Zinzen en ikzelf met elkaar gemeen?



Wij zijn allemaal 'tekstologen'. Zo heet inderdaad het nieuwe collectief van schrijfcoaches en tekstschrijvers dat vandaag boven de doopvont wordt gehouden. 

Zo'n tekstexpert, da's duur zeker? Begeleiden jullie schrijvers van elk niveau? Volgt een coachingtraject altijd hetzelfde stramien? Helpen tekstologen alleen met tekst of gaat de service verder dan dat? Kan ik echt kiezen wie ik zelf wil? Of gewoon nieuwsgierig? Dan moet je zeker even een kijkje nemen op de tekstologen site. 

En als je daar dan toch bent, kun je meteen het gratis ebook downloaden, waarin 40 auteurs in alle genres jou vertellen hoe zij het aanpakken. 


18.3.21

Hoe muziek ons leven tekent: 60 jaar Marc Borms


Marc Borms wordt 60 en dus tekende hij 60 van zijn muzikale helden, en vertelde lief An Staels ook 60 keer waarom zij die status verdien(d)en. Zij zette de vertellingen vervolgens op papier. Enfin, op glanzend karton, want illustraties en teksten kwamen terecht in een prachtig, nostalgisch kijk- en leesboek. Met zowel zeer bekende als zeer onbekende usual suspects uit de wereld van de rock 'n' roll, americana, blues & folk -, maar ook met onverwachte uitstapjes in de klassieke muziek of kleinkunst. De verhalen variëren van beschouwend over anekdotisch tot humoristisch en geëngageerd - maar zijn altijd zeer persoonlijk en vormen samen als het ware een 61ste portret, dat van embee zelve. Het zijn cursiefjes met soul, en hetzelfde kan gezegd worden van de illustraties: veeleer dan een zo gelijkend mogelijk portret te borstelen, leggen ze de ziel van de artiest vast, en zoeken ze de essentie op,  minimale input, maximale output.    


Ik schreef een nawoord voor het boek, want onze paden kruisten elkaar niet alleen op artistiek gebied - het weze muzikaal, of grafisch. Hieronder publiceer ik graag het eerste deel, voor het volledige stuk zul je je het boek moeten aanschaffen. Dat kan via deze link. En dan zul je meteen ook te weten komen wat de ware én de artiestennaam zijn van onderstaand heerschap.




Onze eerste ontmoeting vond plaats bij de Duivelsputten en had het karakter van een gewapende overval. Ik weet niet meer of ik voor de gelegenheid Jan De Lichte was, of Winnetou. De eerste had een musket waarvan de loop bestond uit een tv-antenne en waarover je met een elastieke ‘mik’ eikels kon afschieten, die zelden of nooit doel troffen. De tweede hield het eenvoudig bij een boog uit essenhout en rieten pijlen met modder in de punt, die de grote – en enige – verdienste hadden in een sierlijke eh… boog naar beneden te komen. Ik denk dat ‘onze Ferna’ er ook bij was, maar zeker weet ik het niet meer, want soms opereerde ik solo. De slachtoffers waren in ieder geval de beide broertjes Borms en hun zusje An.

 

Wees gerust, er zijn geen gewonden gevallen. En tien jaar later, of iets van die strekking, zijn we met z’n allen toegetreden tot het gewetensbezwaardendom en was het uit met gewapende overvallen. Tien jaar later, dat moet eind jaren 70 geweest zijn, of de nog zeer prille jaren 80, toen Luc op de kamer van de Ferre verscheen. Luc schreef ook liedjes, van blues was toen wel nog geen sprake. ’t Was meer country en kleinkunst: Ik ben wie ik ben, zo van die dingen. Ik weet dat ik hem meteen herkende als één van onze slachtoffers van destijds, toen de ‘Bromsen’ nog aan de Brusselbaan woonden, waar ik alle weekends en vakanties in het huis van mijn grootouders doorbracht – het huis op de heuvel, waar ik nu nog woon, tussen Galgenberg en Duivelsput.

 

Bij hun wederopdagen woonden ze al vlakbij de Gerstjens, geloof ik. De scènes die Marc beschrijft – in de rokerige kamers en kelders – gingen ook al eens door in dat huis, dat boer Ursmaar als buur had, en waar in één kamer een enorme piano stond. Enfin, ik herinner ze mij toch als zijnde enorm. Onze bijeenkomsten resulteerden in een eerste artistieke samenwerking, die nog helemaal in het teken van de kleinkunst en de volksmuziek en de poëzie stond, en grote artikels in de regionale pers haalde. In augustus ’82 stelde ik namelijk mijn eerste officiële dichtbundel voor, Een tuiltje antarctische rozen, en ik deed dat samen met de groep Tromantieksken (ja sorry, zeg maar niks, ik weet het) en de volksdansgroep De Eglantier. De reporter van dienst vond het ‘gezonde, rekreatieve vrijetijdsbesteding’ voor de jeugd – als hij maar geen punker wordt, meneer! – en op een foto is een kwartet te zien met de broertjes Borms, onze Ferna, en gelegenheidsmuzikant Bart Staes. Ferna speelt viool, Luc gitaar, Bart klarinet en ik vrees dat Marc het met een blokfuit doet. Maar oké, in De Nieuwe Gazet van Aalst zitten daar wel degelijk drie gitaristen – de harde kern, dus – en volgens het onderschrift kon ‘zelfs een springende snaar de mannen van Tromantieksken niet tegenhouden’.

 

Je street credibility gaat behoorlijk naar de vaantjes, als je muzikale held B. Springsteen heet en je – niet gehinderd door enige toonvastheid – in een groep wil zingen die Tromantieksken heet. Maar er zijn wel jarenlange vriendschappen uit ontstaan.