9.2.09

Strontvlieg neukt Komma's met Smaak van De Keyser

Zaterdag 7 februari 2009, scenarist Marc Didden blikt in De Morgen euforisch terug op de veelbekeken en gelauwerde serie De Smaak van De Keyser. ‘Wijsneuzen vroegen ons wie er eigenlijk nog zin had in zo'n serie, en experts becijferden dat zoiets niet meer te betalen was en allerlei mediakenners voorspelden dat die domme kijkers van Eén al die flashbacks nooit zouden begrijpen en ook niet wie precies wie zou zijn als twee acteurs één en dezelfde rol zouden spelen. (...) Ik heb al die onzin tijdens ontelbare vergaderingen met de glimlach willen aanhoren, maar wat niemand wist, is dat ik voortdurend oordoppen in had, meteen de verklaring waarom ik er in die dagen zo graag bijliep met lang haar.’

Marc Didden kan schrijven. De geciteerde passage is een mooi voorbeeld van de licht ironische, badinerende stijl die hij hanteert en waardoor je zijn stukjes met plezier leest. Jammer alleen dat het effect lichtjes verpest wordt door de zelfgenoegzaamheid die ook door dit citaat schemert. Niet dat ik het inhoudelijk niet met hem eens zou zijn, ik kan me het Censydiamgedram tijdens de eindeloze vergaderingen levendig voorstellen. Nee, het gaat erom dat al wie het niet eens is met Marc Didden per definitie een wijsneus is die onzin verkondigt. Maar een beetje geniale kunstenaar zet dat soort wijsneuzen uiteraard een neus met behulp van een stel oordopjes, een beate glimlach en een beatleskapsel.

‘In een pijnlijke poging om als kritische waarnemers van het mediagebeuren erkend te worden, verschenen hier en daar ook wat stukjes in de trant van “na de fruitplukkers, de jeneverstokers”, werd de serie als een lange clip voor Toerisme Limburg versleten of als een absolute overdosis couleur locale.’ – Opnieuw kan ik het inhoudelijk best met Didden eens zijn wat de lange toeristische clip of de overdosis couleur locale betreft. Al is het anderzijds wel zo dat er zelfs thematisch nog parallellen te ontdekken vallen met Katarakt – ik denk dan bijvoorbeeld aan de generatieconflicten en de sterke vrouwen. Het gaat me om het dédain waarmee de ‘stukjes’ worden afgedaan als per definitie ‘pijnlijke pogingen’ van would be critici.

‘Er werd ook druk gekommaneukt over “fouten” die door de makers begaan zouden zijn, daarbij rijkelijk uit het oog verliezend dat één van de mooie dingen van fictie net is dat je met “tijd” kunt spelen. En dat het niet helemaal bewezen is dat Hamlet ook ooit écht prins van Denemarken is geweest. Journalistiek met een hoog strontvlieggehalte was het. Verhalen voor jongensbladen die toch in de nationale pers kwamen.’ – Wat Didden hier rijkelijk uit het oog verliest, is dat de ‘fouten’ niet uitsluitend betrekking hadden op de leeftijd van de personages (die onmogelijk kon kloppen) en dat de leeftijd van een personage niets te maken heeft met een – in fictie – gepermitteerd sjoemelen met feiten.

Uiteraard maakt het geen ene moer uit of Hamlet ooit écht prins van Denemarken is geweest, maar ziet u Shakespeare in zijn Julius Caesar al refereren naar, ik zeg maar wat, de kruisdood van Christus? Het zou intellectueel oneerlijk zijn te stellen dat De Smaak van De Keyser ernstige historische anachronismen bevat; net zo is het intellectueel oneerlijk te stellen dat de kommaneukers geen ‘spelen met de tijd’ zouden toelaten, en al helemaal niet van toepassing is de verwijzing naar Hamlet. Het punt is dat er aantoonbare fouten-zonder-aanhalingstekens gemaakt werden, waarvan de makers godbetert ook toegeven dat ze die gemaakt hebben en het publiek in een moeite door vragen er een oogje voor dicht te knijpen. Nu kun je niet én de kommaneukers expliciet gelijk geven, en ze anderzijds een hoog strontvlieggehalte toedichten, waarbij de fouten ten onrechte ‘fouten’ worden genoemd en bestreden worden met intellectueel oneerlijke – zeg maar ronduit vàlse – argumenten. Tenzij je denkt dat je God op Eén bent, natuurlijk. Zoiets als de Pauselijke Onfeilbaarheid in Eigen Persoon.

Nu goed, à la guerre comme à la guerre, en als ik dan een Strontvlieg op Diddens verse Koeienvlaai moet zijn, dan weze het maar zo. Wat volgt – een verwittigd lezer is er twee waard – is dus nog een pijnlijke poging om als een kritische waarnemer van het mediagebeuren erkend te worden, met een kommaneukend stukje tot gevolg dat misschien nog net goed genoeg is voor mijn eigen blog en niet eens de nationale pers zal halen, waarin unisono de Keyserlijke Loftrompet wordt gestoken. Hoe kan het ook anders? Lui die er anders over denken, zijn in het beste geval wijsneuzen die Marc Didden met de glimlach – en met oordopjes in de oren – aanhoort.

Vooreerst, en om meteen duidelijk te maken welke ijle niveauverschillen op te tekenen zijn tussen de Heren van de Smaak en deze Strongvlieg Zonder, even aanstippen dat ook dit stukje weer geschreven is door ‘een scenarist van parochiezaaltheater, van vlaamsche filmkes, een gefrustreerde mislukte schoolmeester die droomt van scenarioschrijven, een halftalent dat zichzelf op wikipedia zet, een ellendig soort halfbakken scenarist die nooit iets geschreven heeft wat in de verste verte op iets lijkt, (echt waar sedes en belli, dat kunt ge toch niet menen, dat was zoooooo slecht geschreven, hou toch uw bek pee, ge zijt echt een mislukkeling, dertiende in het dozijn van zeeeeeeeeeer slechte scenaristen)… van het soort dus dat de tv naar de kloten heeft geholpen, en een beetje goedkope scenariotheorietjes en een paar slechte kinderboeken en geflopte series verder nog een beetje gaat kakken op anderen op facebook uit pure platte jaloezie (kruip terug in uw gat in erembodegem op café, waar ge naar alle waarschijnlijkheid een gevierd auteur speelt)’.

De tussen aanhalingstekens en cursief gezette bijzonder smaakvolle tekst is afkomstig van Joris Brouwers, verantwoordelijk voor de montage van De Smaak van De Keyser en naar het schijnt ook editor van de fel bejubelde reeks. Het is een montage van citaten uit 5 mailtjes van de heer Brouwers, bij wijze van reactie op een eerder stukje van me over de fouten, groot en klein, waar de prestigieuze serie in grossiert. Er staan ook nog een paar leuke, zij het anonieme, maar voor de rest zeer herkenbare scheldstukjes van ‘m op, onder andere, mijn blogspot. De man heeft zijn research aangaande mijn persoon niet echt grondig gedaan, maar dat ze bij De Smaak een broertje dood hebben aan een degelijke voorbereiding wisten we al langer. En dat komt er nu eenmaal van als je – dixit Frank Van Passel – met een ‘ziekelijk genot’ te keer gaat als ‘de eerste de beste dronken tooghanger’.

Ik laat in het midden wie hier ‘de eerste de beste dronken tooghanger’ imiteert, maar dit moet mij van het hart: mijn stuk is niét geschreven met een ‘ziekelijk genot’ – mijn stuk is geschreven uit boosheid, en dat is heel wat anders. Mijn respect voor Terug naar Oosterdonk – een serie waarin àlles klopte – is er niet kleiner op geworden, maar mijn boosheid op de makers van De Smaak – een serie waarin al te weinig klopt – misschien des te groter.

Frank Van Passel vindt mijn recensie ‘lachwekkend’ en ik mag hem vooral niet pakken ‘op zogenaamde uitspraken in zogenaamde interviews waar overigens nauwelijks een letter van klopt. Als u mijn werk met een minimum aan inlevingsvermogen zou bekijken, dan zou u weten dat ik de laatste ben om de kijker te vragen “om een knop om te draaien”.’ – Nu, dat is net mijn punt, meneer Van Passel (als dertiende in het dozijn van zeer slechte scenaristen durf ik mij niet langer uw collega te noemen): wie De Smaak met een minimum aan kritisch vermogen volgt, kan geen minimum aan inlevingsvermogen meer opbrengen, omdat dit door de Smaakmakers vakkundig de nek werd omgewrongen.

Ik ben best bereid te geloven dat Didden & Van Passel compleet verkeerd geciteerd werden in de kwaliteitskrant De Morgen, waar Didden stukjes voor schrijft en die hem op zaterdag 7 februari nog een paginagroot open forum bood om de mensen achter zijn gelauwerde serie uit te wuiven. Het zou mij dus benieuwen te vernemen wat Didden & Van Passel wél als antwoord hebben gegeven op de vele kritische vragen en het dronken, lachwekkend gewauwel van strontvliegen en wijsneuzen, in de rioolpers, op facebook en aan de cafétogen van Erembodegem. Uit het Eigen Lof Stuk van Didden in De Morgen komen we alleen te weten dat hij allerlei experten en mediakenners gewoonlijk pleegt te aanhoren met oordopjes in de oren en een beate glimlach op het gelaat. Frank Van Passel weigert dan weer te antwoorden op mijn vragen, omdat ik geen ‘minimum aan respect’ vertoon voor zijn werk, en tot een discussie op het niveau van editor Joris-Hou-Toch-Uw-Bek-Pee- Brouwers ben ik echt niet in staat, of ’t zou moeten zijn dat ik hier in een café van Erembodegem een gat vind om in te kruipen. (Sorry Joris, ‘k heb je woorden beetje moeten verdraaien, want ik krijg je kromme zinnen gewoon niet uit mijn tekstverwerker gewrongen.)

Ik zal de vertelfouten, groot en klein, uit mijn eerste stukje hier niet meer op een rij zetten en me beperken tot de laatste aflevering. Als iemand mij kan vertellen waarom Thieu meer dan 60 jaar zwijgt en niet meteen zegt wie zijn ene vriend heeft vermoord omdat ie zijn andere vriend wilde vermoorden; waarom noch Thieu, noch George iets ondernemen tegen Marchoul, nadat die Alfred heeft vermoord; hoe George het in godsnaam in zijn hoofd haalt samen te werken met Marchoul, die hij op zijn minst mede verantwoordelijk moet achten voor de dood van Alfred; waar de bewakers waren, die voordien Cornelis hadden afgeknald bij een vluchtpoging; hoe het mogelijk is dat niemand van die bewakers iets gezien heeft van wat er gebeurde op de brug (ze hadden net nog een vluchtpoging verijdeld!); waarom de kampcommandant niet reageert bij het zoveelste incident (hij had toch gezegd geen verdere incidenten meer te dulden)... als iemand mij dus een zinnig antwoord kan geven op deze vragen, dan krijgt hij/zij van mij de DVD box van De Smaak van De Keyser cadeau.

Let wel, ik vraag dus niet eens een of meer losse draden te signaleren van het verbijsterende aantal dat door deze reeks blijft slingeren… Alfred die zich geen vragen stelt bij het gegeven dat hij geen antwoord krijgt op zijn brieven, om maar iets te zeggen; de getuige van de moord op Marchoul en George die geen moment verdacht wordt en toch eerste verdachte zou moeten zijn, om iets anders te zeggen; Helena die de hele tijd, meer dan zestig jaar lang, niks aan Thieu heeft gevraagd en Allessandra die tot de laatste aflevering moet wachten om naar Thieu toe te gaan… U hoeft ook geen betoog te houden over de geloofwaardigheid van een personage als dat van Helena, die danst met een Duitse officier (de bezetter die ze hààt) en hem dan plotseling verwart met Alfred, reden waarom ze zich door den Duits laat kussen… zodat ze daarna verkracht kan worden. U hoeft het niet te hebben over haar plotse ommezwaai in de laatste aflevering, waarin ze het – zonder dat daar een echte reden voor was – ineens weer helemaal goed maakt met George en met haar dochter. Het zou immers van een verbijsterend gebrek aan respect getuigen om dit soort vragen te stellen.

Ziet u Marc Didden, dopjes in de oren, al beaat glimlachen terwijl wijsneuzen hem vertellen dat Eben-Emael niet door Junkers werd aangevallen, maar door zwevers – Hamlet was toch ook niet écht een Deense prins, zekerst? Of dat het een medisch mirakel mag heten, of een scène uit zéér slecht parochiezaaltheater zoals dat door ondergetekende bedreven wordt, dat Alfred een katrol tegen zijn kop krijgt en het bewustzijn niet verliest, maar er met zijn laatste adem nog wel in slaagt een hele monoloog te debiteren? Of neem nu de aantijging dat een zeker Jong Personage blauwe en datzelfde Oud Personage ineens bruine ogen gekregen heeft… lachwekkend, toch? Of de problemen met de klank als George in de gevangenis bezoek krijgt. Of de cliff hanger van de voorlaatste aflevering, wanneer Helena onder haar oude eik het wapen opgraaft waarmee ze haar verkrachter heeft vermoord. Kunt u zich trouwens voorstellen hoe dat wapen daar verzeild is geraakt, waarom het daar begraven werd en waarom het nu dient opgegraven te worden? Gebeurt er later in het verhaal nog iets mee? Nee, niks, noppes. Maar de scenarist had nog een cliff hanger nodig en het op- of begraven van de strijdbijl zal wel een of andere Diepere Symbolische Functie dienen die mij, simpele strontvlieg, halfbakken wijsneus en dertiende scenarist in het dozijn, helemaal ontgaat.

Over een cliché – sorry: Cliché – gesproken: de Oude Eenzame Boom waaronder allerlei dramatische hoogtepunten plaatsvonden, stond ook al enige seizoenen in Witse en was daar zelfs te zien in de generiek. Maar oké, misschien ging het hier wel om een citaat, zoals Marc Didden – ken je klassiekers! – ook graag Warren Zevon (‘Ik slaap wel als ik dood ben.’) of uit Eigen Werk citeerde (‘Mannen maken plannen.’).

Valt er dan echt niks goeds over De Smaak van De Keyser te vertellen?

O jawel.

Prachtige beelden. Goede muziek. En ’t is altijd leuk, oldtimers kijken.

2 opmerkingen:

Frank Van Passel zei

Beste meneer Bernauw,
Ik zend u graag nogmaals dezelfde privé-mail die ik op 28 januari zond, gezien u een deel van de inhoud op internet gooit lijkt het me fair hem helemaal te laten lezen. Dit gezegd zijnde zal u van mij niets meer horen, uit de toon van uw schrijfsels te merken zal u dat geen probleem vinden. Vriendelijke groet, Frank Van Passel.
ps.: hou moed, er moet zeker een remedie bestaan, ergens.

MAIL VAN 28 JANUARI:

Beste meneer Bernauw,
Moest u een minimum aan respect hebben voor ons werk, dan zou u zeer zeker een degelijk onderbouwd antwoord krijgen. Uw mening is uw mening. Maar het ziekelijk genot waarmee u als de eerste de beste dronken tooghanger te keer gaat stemt me bijzonder triest. Ik wordt daar vooral stil van. Ik heb geen verweer tegen cynisme, ironie en gescheld op blogs.
Als tv- of filmmaker zou u moeten weten dat elke creatie kwetsbaar is, en dat u ondergetekende vooral niet moet pakken op zogenaamde uitspraken in zogenaamde interviews waar overigens nauwelijks een letter van klopt. Als u mijn werk met een minimum aan inlevingsvermogen zou bekijken, dan zou u weten dat ik de laatste ben om de kijker te vragen 'om een knop om te draaien'. Dit gezegd zijnde: het ga u verder goed. Ik hoop nooit meer naar uw blog te moeten surfen.
Frank Van Passel

Anoniem zei

je bent nog steeds en steeds meer een volkomen irrelevante oetlul