19.2.10

Scharpenelle 19 - Klacht





Geen keizerlijke legermacht kan de klacht
van een dode vrouw verdragen.
Op het veld van eer
ettert berouw als een zweer.

Vernietig dus dit bewijs
van ons nachtelijk vertier en vier
bot uw woede op haar weke vlees.

Haal een hamer en verbrijzel
onze vrees voor vergelding
en rechtsgericht.

Hak met uw kolven
onze schuld en onze schaamte
van haar gezicht.

12.2.10

Scharpenelle 18 - Mijn Onzichtbare Speelkameraad Spreekt:



‘Luister en dan zal ik u vertellen waar en wanneer gij geworden zijt wat ge zijt geworden, ma belle Scharpenelle – mijn kind, schoon kind, geesteskind. Luister naar de stem van uw onzichtbare speelkameraad – ge noemt hem de Onbekende Soldaat die u gedichtjes influistert en wrede sprookjes en…’

‘Luister en schrijf het allemaal op in dat dagboek van u…’

‘Want uw vader dat is uw vader niet. Dokter Scherpeneel heeft u alleen maar gevonden. In Hotel Océan in De Panne, dat omgevormd werd tot hospitaal van het Rode Kruis.’

‘Wannéér hij u heeft gevonden? Dat moet in mei zeventien geweest zijn of daaromtrent. Gij waart één van de talloos vele weesjes die de Grote Oorlog had gemaakt en hij… Hij zal zijn vrouw en zijn dochter verloren hebben in Leuven.’

‘Ja, zo is het geweest. De Fritzen deden hun Blijde Intrede in de Blijde Intredestraat in Leuven. MAN HAT GESCHOSSEN! riepen ze. ZIVILEN HABEN GESCHOSSEN!...’



 

BLIJDE INTREDESTRAAT 13, LEUVEN

‘De Fritzen doen hun Blijde Intredestraat in de Blijde Intredestraat in Leuven en schieten op alle burgers die bewegen: Patat! Patat! Patat!
In de Blijde Intredestraat, nummer dertien, woont dokter Scherpeneel.
Zie… Hij beweegt nog, dokter Scherpeneel.
Ziet gij het ook?
Zijn echtgenote beweegt nog.
En zijn dochter van twee beweegt nog…

Maar hoor… Hoor!
De Fritzen schieten – patat! patat! patat! – op alles wat beweegt en nu…
Ah! De echtgenote van dokter Scherpeneel beweegt niet meer.
Zij is al wijlen.
De dokter zelf beweegt nog amper.
Hij is zwaargewond.
En zijn dochter van vier of vijf of daaromtrent?

Ik weet het niet, ma belle Scharpenelle.
Ik weet niet wat er van haar is geworden.
Hoe zou ik dat ook kunnen weten?
Pas als ik zeg dat het zo is, zal het zo zijn.

Dus heb geduld en luister, ma belle Scharpenelle.
Luister naar mijn gefluister in het duister.’


5.2.10

Scharpenelle 17 - En ik herinner mij Niets!



Ik weet niet wat aan dit leven vooraf is gegaan.
Ik weet niet hoe ik hier ben gekomen.
Ik heb geen naam.


Ik ben dat naamloze meisje, gekleed in een smetteloos witte jurk,
zopas op de wereld geworpen.


Dit moet een droom zijn, denk ik.
Dit is een nachtmerrie waarin ik als een golf gloeiende lava
uit de ingewanden van een vulkaan word opgestuwd
en uitgespuwd.






Om mij heen wordt gehuild als in de hel
en gebeden als in de hemel. Maar dit is de hel niet
en de hemel is het evenmin. Dit is het Niemandsland
tussen de Belgische en Duitse linies
en ik heb niet het gevoel dat ik echt leef,
maar ik ben ook niet dood.


Ik zie alleen mist.
Nee, geen mist. Kruitdamp.
Kruitdamp die optrekt en schimmen zichtbaar maakt.
O mijn God, o mijn God, o mijn God.


En ik vlucht. Ik ga op weg.
Ik vind mannen op mijn weg
van wie de beide benen zijn afgeschoten.
Mannen zonder armen,
mannen zonder gezicht.


En ik kniel bij deze mannen neer.
Met een woord van troost.


Soms met alleen maar een glimlach.





Wat is er gebeurd?


Ik herinner mij niets.
Negentien vijftien is één zwart gat voor mij.


Ik hoor alleen de stem van mijn Onbekende Soldaat...
Bom op uw gat! Patat!


Soms zijn er ook andere stemmen die roepen
en tieren in een vreemde taal.
Man Hat Geschossen! Zivilen Haben Geschossen!


Wat is er gebeurd in negentien vijftien?
Of vroeger nog? Augustus veertien?


Bom in uw hol! Petrol!