12.2.10

Scharpenelle 18 - Mijn Onzichtbare Speelkameraad Spreekt:



‘Luister en dan zal ik u vertellen waar en wanneer gij geworden zijt wat ge zijt geworden, ma belle Scharpenelle – mijn kind, schoon kind, geesteskind. Luister naar de stem van uw onzichtbare speelkameraad – ge noemt hem de Onbekende Soldaat die u gedichtjes influistert en wrede sprookjes en…’

‘Luister en schrijf het allemaal op in dat dagboek van u…’

‘Want uw vader dat is uw vader niet. Dokter Scherpeneel heeft u alleen maar gevonden. In Hotel Océan in De Panne, dat omgevormd werd tot hospitaal van het Rode Kruis.’

‘Wannéér hij u heeft gevonden? Dat moet in mei zeventien geweest zijn of daaromtrent. Gij waart één van de talloos vele weesjes die de Grote Oorlog had gemaakt en hij… Hij zal zijn vrouw en zijn dochter verloren hebben in Leuven.’

‘Ja, zo is het geweest. De Fritzen deden hun Blijde Intrede in de Blijde Intredestraat in Leuven. MAN HAT GESCHOSSEN! riepen ze. ZIVILEN HABEN GESCHOSSEN!...’



 

BLIJDE INTREDESTRAAT 13, LEUVEN

‘De Fritzen doen hun Blijde Intredestraat in de Blijde Intredestraat in Leuven en schieten op alle burgers die bewegen: Patat! Patat! Patat!
In de Blijde Intredestraat, nummer dertien, woont dokter Scherpeneel.
Zie… Hij beweegt nog, dokter Scherpeneel.
Ziet gij het ook?
Zijn echtgenote beweegt nog.
En zijn dochter van twee beweegt nog…

Maar hoor… Hoor!
De Fritzen schieten – patat! patat! patat! – op alles wat beweegt en nu…
Ah! De echtgenote van dokter Scherpeneel beweegt niet meer.
Zij is al wijlen.
De dokter zelf beweegt nog amper.
Hij is zwaargewond.
En zijn dochter van vier of vijf of daaromtrent?

Ik weet het niet, ma belle Scharpenelle.
Ik weet niet wat er van haar is geworden.
Hoe zou ik dat ook kunnen weten?
Pas als ik zeg dat het zo is, zal het zo zijn.

Dus heb geduld en luister, ma belle Scharpenelle.
Luister naar mijn gefluister in het duister.’


Geen opmerkingen: