23.6.10

Scharpenelle 28 - Sansparole, de Onbekende Soldaat spreekt:



De Fritzen leggen Leuven, Aarschot, Dinant
en zoveel andere steden in de as
en ze kogelen koelbloedig
Zievielen & Zievielinnen neer


en ‘t is allemaal koren op de molen
van het Tommy-propagandamasjien:
‘Kom dat horen! Kom dat zien!
Wij hebben weer wat nieuws in d’hand!’


Foto’s van verminkte engeltjes en dode bengeltjes
reizen de wereld rond:
de Tragische Geschiedenis van Jeannette Elisabeth Shrapnell
wordt bezongen in de straten en de stegen


van de dorpen en de steden.
En verse tonnen jong kanonnenvlees
nemen vrijwillig dienst in het grote nieuwe leger
dat Tommyland zo dringend nodig heeft.


En wie weigert te gaan,
is een lafaard.




JONGENS VAN VEERTIEN

Hij heeft jongens van veertien gezien, die hun geboortedatum vervalsten.
‘Hoe oud zijt ge?’ vraagt de sergeant.
‘Zestien,’ liegen ze.
‘Ga naar buiten, kom weer binnen en vertel me dat ge negentien zijt,’ zegt de sergeant.
En die jongens van veertien gaan naar buiten, komen weer binnen en vertellen dat ze negentien zijn.

‘Ga nu maar mee met de anderen,’ zegt een officier dan tegen een jongen van negentien die net veertien is geworden. Of net andersom. ‘Kijk recht voor je uit. Kijk niet achterom. Loop gewoon door. Zodra ge vertrokken zijt, is het ergste achter de rug. Het wachten, jongen… Het wachten is het ergste. De onzekerheid.’

En de jongen van negentien die net veertien is geworden – of net andersom – gaat mee met de anderen.

Hij kijkt recht voor zich uit.
Hij kijkt niet achterom.

En dan is het wachten voorbij en weet hij dat ook de officier tegen hem heeft gelogen.

Want het wachten is niet het ergste.





En Sansparole, de Onbekende Soldaat - hij spreekt opnieuw: 

En dan is het goed dat er iemand knielt
bij zo’n jongen van veertien
die net negentien is geworden.
Of net andersom.


Dat er iemand knielt bij zo’n jongen.
Bijvoorbeeld met een woord van troost.
Over – bijvoorbeeld –
een Schone Heldendood.
In – bijvoorbeeld –
een rechtvaardige oorlog.


Ze mag Marianne heten. Of Jeanne d’Arc.
Het kan Saint George zijn. Of God die met ons is.
En laten we vooral Onze Lieve Vrouw van Zeven Smarten niet vergeten!


Voor ons was het een engeltje – zeg maar een bengeltje –
dat Jeannette Elisabeth Shrapnell werd gedoopt.




En de jongste jongen van negentien was amper twaalf.
Hij krepeerde aan de Sommegodverdomme.


En ge schijt schrik.


Maar ge moet geen schrik schijten, Elizabeth!
Ge moet niet benauwd zijn van mijn bajonet!
Ge krijgt geen petrol meer in uw hol,
want Albeir, Albeir
schiet de laatste Fritz omveir!

Geen opmerkingen: