13.9.06

SPOOKRIJDERS, een ongepubliceerd essay over broodje aap verhalen



 

Het angstzweet breekt Johnny uit. Vervloekte mist! Je ziet geen hand voor de ogen op deze godverlaten snelweg. Straks knalt hij nog ergens tegenaan met de gestolen Mercedes. Waarom is hij zo stom geweest die klus van Mefisto te aanvaarden? Voor het geld natuurlijk. Maar nu smokkelt hij wel in het holst van de nacht een partij coke naar Smurry's Eiland, in de buurt van Asse... 

Bestel Spookrijders via Smashwords.


Drie korte griezelromans, nadrukkelijk gesitueerd in ‘Fantastisch Vlaanderen’. Oorspronkelijk verschenen als jeugdromans, maar evenzeer gelezen door volwassenen: De Zwarte Spiegel, Duivelsteen en...


Spookrijders 



In Spookrijders aanvaardt Johnny een klus van Mefisto, en vertrekt hij met een gestolen Mercedes in Westende, om een partij coke af te leveren in Asse. Maar ter hoogte van Nevele verdwaalt hij in een vreemde mist… Een magisch-realistische parabel over goed en kwaad, een fantastische ‘road story’, een kadervertelling vol griezelverhalen en urban legends, geïnspireerd door de rock songs van Bruce Springsteen.


 1./ DE SPOOKACHTIGE LIFTSTER

U hebt het verhaal ongetwijfeld ook reeds in één of andere vorm gehoord: een automobilist wil afscheid nemen van zijn wat ongewone liftster en ontdekt dat zij op wonderbaarlijke wijze uit zijn auto is verdwenen. Later komt hij tot de ontdekking dat zijn mysterieuze gezellin jaren voordien is overleden.
De bekendste versie van deze ‘urban legend’ werd al in 1945 opgetekend door Bennet Cerf in zijn boek Try and Stop Me. Ze gaat aldus:

Een dozijn mijl buiten Baltimore kruist de hoofdweg vanuit New York (Route Number One) een andere belangrijke weg. Het is een gevaarlijk kruispunt en men heeft het erover een tunnel te bouwen. Tot op de dag van vandaag, evenwel, bestaan die plannen uitsluitend op papier.
Dr. Eckersall nu reed op een late zaterdagnacht naar huis na een dansavondje in een country-club. Hij vertraagde voor het kruispunt en was verrast toen hij een daar een verrukkelijk mooi meisje, gekleed in een dunne avondjapon, zag staan liften. Hij ging op de remmen staan en deed haar teken achteraan in zijn wagen in te stappen.
‘Op de voorbank slingert mijn golfmateriaal rond,’ verklaarde hij. ‘Maar wat doet een meisje zoals jij in ’s hemelsnaam helemaal alleen op dit uur van de nacht en op een plek als deze?’
‘Dat is een te lang verhaal om het u nu te vertellen,’ zei het meisje.
Haar stem was zacht, maar klonk tegelijk toch ook een beetje schril – zoals het tinkelen van de bellen van een slede met Kerstmis. ‘Alstublieft, neem me mee naar huis. Ik zal u daar alles uitleggen. Het adres is North Charles Street. Ik hoop dat het geen te grote omweg is voor u.’
De doctor gromde wat en gaf gas. Hij reed regelrecht naar het adres dat ze hem had gegeven en toen ze bij het donkere huis aankwamen, zei hij: ‘Hier zijn we.’
Hij draaide zich om. De achterbank was leeg!
‘Wat nu weer!?’ mompelde de doctor. Het meisje kon onmogelijk uit de wagen gevallen zijn. Maar evenmin kon ze zomaar opgelost zijn in het niets.
Hij belde aan, nadrukkelijk, en voelde zich verwarder dan hij zich voordien ooit had gevoeld. Eindelijk ging de deur open. Een grijsharige man die er zeer vermoeid uitzag keek hem aan.
‘Moet u luisteren wat ik nu heb meegemaakt,’ begon de doctor. ‘Een meisje gaf me dit adres op. Ik reed haar hierheen en…’
‘Jaja, ik weet het,’ antwoordde de man zwaarmoedig. ‘Dat is de afgelopen maand al verscheidene keren gebeurd, en altijd op een zaterdagavond. Dat meisje, meneer, was mijn dochter. Ze werd gedood in een auto-ongeluk, bijna twee jaar geleden, op het kruispunt waar u haar hebt opgepikt…’

Het relaas van de spookachtige of verdwenen liftster (m/v) is een van de hardnekkigste en doeltreffendste spookverhalen van de twintigste eeuw. Het verhaal wordt telkens verteld als zijnde ‘een waar gebeurde geschiedenis’ – gewoonlijk geeft de verteller heel wat couleur locale mee -, maar is in werkelijkheid al eeuwen oud. Er zijn ontelbare varianten van bekend.
Dit is een recente Nederlandse versie:

Een jongen gaat stappen in de stad en moet ’s nachts naar zijn dorp terugfietsen door donker, landelijk gebied. Het is stil op de weg. Ergens langs de kant ziet hij opeens een meisje staan. Ze ziet er enigszins verward, zelfs ontredderd uit, maar ze zegt niets en geeft geen antwoord op zijn vraag of er iets mis is.
Hij biedt haar een lift aan. Ze gaat zitten. De rest van de reis wordt zwijgend afgelegd. Omdat het zo lang stil blijft, kijkt de jongen een keer achterom. Het meisje is verdwenen. Dat vindt hij vreemd, omdat hij er niets van gemerkt heeft.
Hij vertrouwt het niet. Als hij even later zijn verhaal vertelt op het politiebureau, laat de agent hem een foto zien.
‘Was ze dit?’ vraagt hij.
De jongen knikt instemmend. Dan zegt de agent: ‘U bent de derde al deze maand met hetzelfde verhaal. Dat meisje is op dezelfde tijd in de nacht, precies op die plek een maand gelegen verongelukt…’

Ik heb deze versie van Internet, waar de Nederlandse publicist Patrick Arink een site heeft, Monkeyburgers genaamd. ‘Urban legends’ worden in Nederland meestal aangeduid met de afschuwelijke term ‘broodje aap verhalen’, naar de titel van de eerste Nederlandstalige verzameling ‘urban legends’ van Ethel Portnoy.
‘Het is grappig dat de jongen in dit verhaal op de fiets is,’ merkt Arink op, ‘want meestal wordt de lifter door een automobilist opgepikt.’ Nu ja, voor de fietsende natie bij uitstek, is dit nu ook weer niet zo verwonderlijk. En op de keper beschouwd doet het vervoermiddel er niet zo veel toe, zoals we later nog zullen zien.
Bovendien wordt op deze manier een aardige link gelegd tussen een moderne mythe en een aloude sage: eenzame wandelaars en/of ruiters werden in vroeger tijden wel eens op de hals gevallen door een heks of een kwelgeest (in Vlaanderen: Kludde bijvoorbeeld) die ze dan een eindje moesten dragen, tot ze bijna onder het gewicht bezweken. Vervolgens losten heks of kwelgeest op in het niets.
Als dit type verhaal zo sterk tot de verbeelding spreekt, dan komt dat omdat zij sterfelijke mensen als u en ik in een bijzonder nauw contact brengen met onsterfelijke geesten, die werkelijk overàl kunnen opdagen. Wij zijn nergens veilig voor deze fantomen die er net uitzien als u en ik, die handelen en klinken als mensen van vlees en bloed. Er is zelfs een fysieke interactie mogelijk tussen de de argeloze automobilist en spook dat hij heeft opgepikt. De grenzen van leven en dood vloeien haast onmerkbaar in elkaar over…
Het zijn trouwens lang niet alleen jonge mooie meisjes die als in het niets oplossen. Twee voorbeelden, eveneens geplukt van het Internet (About.com, Paranormal Phenomena, Stephen Wagner, 19/04/99):

Een winteravond in Oklahoma, 1965… Mae Doria rijdt van Tulsa naar het huis van haar zuster in Pryor en ziet een jongen, elf of twaalf jaar oud, langs de kant van de weg staan liften. Ze stopt voor hem en hij gaat zitten op de voorbank naast haar. Ze kletsen wat, terwijl Mae Doria haar weg vervolgt over Highway 20. De jongen vertelt haar dat hij speelt in het basketbalteam van een school daar in de buurt, en Mae realiseert zich dat hij daar inderdaad de geschikte lengte voor heeft en dat hij gebouwd is als een atleet. Ze merkt ook op dat hij geen jas draagt, hoewel het hartje winter is. En dat de jongen geen precieze bestemming in gedachten lijkt te hebben.
De jongen wijst naar een duiker langs de kant van de weg en vraagt daar te stoppen. Mae is een beetje verbaasd, want ze ziet geen huizen of lichten in de buurt. Voordat zij de wagen tot stilstand kan brengen, is de jongen evenwel al opgelost in het niets. Mae stopt onmiddelloijk, stapt uit, kijkt om zich heen, maar ze kan geen spoor van de jongen meer vinden. Later zal ze toevallig vernemen van een wegenwerker dat dezelfde spookachtige liftster voor het eerst op dezelfde plek werd opgepikt in 1936… 29 jaar eerder!

Twee zakenmannen zijn in het midden van de nacht op weg naar Montgomery, Alabama. Ze stoppen voor een kleine oude dame in een lila jurk, die langs de kant van de weg dapper voorstapt. Ze vertelt hen dat ze haar dochter en kleindochter gaat bezoeken en krijgt een lift aangeboden naar de volgende stad. Onderweg heeft ze het trots over haar kinderen en kleinkinderen – ze noemt hun namen, vermeldt waar ze wonen, en zo meer. Na een tijdje doet de oude dame er het zwijgen toe en zetten de beide mannen maar weer een zakelijke conversatie op.
Wanneer zij op hun bestemming aankomen, blijkt de oude dame niet langer op de achterbank te zitten. De mannen herinneren zich de naam van haar dochter, begeven zich naar haar huis in Montgomery en brengen daar verslag uit van wat zij beschouwen als een vreselijk ongeluk. Ze identificeren de oude dame op een foto in het huis van haar dochter. Vreemd genoeg, werd ze dag op dag drie jaar geleden begraven…

Soms laat de geest een boek of een sjaal achter in de wagen, die de bedroefde ouders dan identificeren als een voorwerp dat ooit aan hun verloren zoon of dochter heeft toebehoord. In andere gevallen ziet de automobilist een foto op de piano staan, waarop het mooie meisje poseert in de feestjurk die ze droeg op de dag van haar dood. In de versies waarin de lift(st)er verdwijnt terwijl de automobilist een kerkhof voorbij rijdt, zal later de jas ontdekt worden die hij of zij aan de lift(st)er heeft geleend… gedrapeerd over de grafsteen van het meisje of de jongen die overleed in het auto-ongeluk van een paar jaar geleden.

2./ RESURRECTION MARY

Jan Harold Brunvand, de populaire Amerikaanse folklorist, gaf één van zijn standaardwerken over ‘urband legends’ de titel The Vanishing Hitchhiker mee. Verhalen over spookachtige lift(st)ers zoals wij die nu vertellen, dateren van de eeuwwisselling, maar hun voorgangers gaan vele eeuwen terug in de tijd. De koetsen en paarden uit vroeger tijden zijn nu alleen veranderd in een modern vervoermiddel als de auto, en in het geval van onze Nederlandse vrienden af en toe ook in een fiets.
Het verhaal duikt zowat overal op, van Afghanistan tot Hawaii, maar er is slechts één stad die ‘de verdwenen liftster’ werkelijk claimt, en dat is Chicago. Het relaas van ‘Resurrection Mary’ mag dan ook beschouwd worden als één van Amerika’s favoriete en zogenaamd waar gebeurde spookgeschiedenissen.
Op een koude winternacht in 1934 werd een jong meisje gedood in een auto-ongeluk, toen ze naar huis terugkeerde van de O. Henry Ballroom (nu de Willowbrook Ballroom) na een ruzie met haar vriendje. De chauffeur pleegde vluchtmisdrijf.
De balzaal was gelegen aan Archer Avenue in Justice, een zuidelijke voorstad van Chicago, en de naam van dit meisje was Mary. Velen geloven dat het om Mary Bregavy gaat, die van Poolse afkomst was. Haar exacte identiteit staat echter niet vast.
Mary werd begraven op Resurrection Cemetery (het kerkhof van de Opstanding), niet ver van de O. Henry Ballroom, gekleed in haar favoriete jurk en met de dansschoenen aan haar voeten die zij ook droeg op die fatale dag.
Ze rustte gedurende de volgende vijf jaar in vrede, maar in 1939 pikte een taxi-chauffeur bij Archer Avenue een jong meisje op, gekleed in een witte baljurk. Er hing sneeuw in de lucht in die gure januarinacht, en toch droeg het meisje niet eens een jas. Ze ging naast de taxi-chauffeur zitten en gaf hem instructies hoe hij haar naar huis kon rijden.
‘Stop!’ zei ze opeens.
De taxi-chauffeur keek uit het raam om te zien waar ze zich bevonden. Toen hij zich omdraaide naar het meisje, bleek ze verdwenen te zijn… maar het portier van zijn wagen was niet eens open gegaan!
De auto stond overigens geparkeerd vlak voor de Begraafplaats van de Opstanding…
Gedurende de volgende jaren werd ‘Resurrection Mary’ frequent gesignaleerd. Vele jonge mannen beweerden haar opgepikt te hebben en met haar uit dansen te zijn geweest. Sommigen zouden haar zelfs gekust hebben (haar lippen waren ijskoud). Toen ze haar terug naar huis wilden brengen, verdween ze altijd net voor de poort van het Resurrection Cemetery.
Op een nacht in 1977 zag een motorrijder hoe Mary zich vastklampte aan de ijzeren tralies van de kerkhofpoort. Hij waarschuwde de politie, denkend dat er een meisje vast was komen te zitten in het afgesloten kerkhof. De agenten vonden evenwel niemand. Twee van de tralies in de poort waren wel verbogen en er waren kleine handafdrukken zichtbaar in het ijzer. De kerkhofbewakers lieten de bewuste tralies wegnemen om spokenjagers op afstand te houden. Een jaar later werden ze opnieuw in de poort aangebracht.
Naar verluidt zouden de tralies in tussentijd onderzocht zijn in een gereputeerd lab, om vast te stellen wat er precies mee was gebeurd. Experten zouden verklaard hebben dat de handafdrukken onmogelijk konden gemaakt worden zonder dat daarbij een geweldige hittebron werd aangewend. De afdrukken zijn nu nog steeds te bewonderen.
De jaren zijn voorbij gegaan, en Mary blijft verrijzen, verschijnen en verdwijnen. Taxi-chauffeurs, motorrijders, politiemensen en mininister, spokenjagers en toevallige voorbijgangers hebben haar geest langs de kant van de weg zien wandelen. Steevast staat ze de liften in haar baljurk uit de jaren dertig. Soms vraagt ze vervoerd te worden naar de O. Henry Ballroom, dan weer wil ze terug naar huis gebracht worden. Af en toe stapte ze zomaar in wanneer een wagen daar in de buurt stopt. Op haar bestemming aankomen doet ze nooit, want zodra de wagen langs het bewuste kerkhof rijdt, verdwijnt ze spoorloos.
Er zijn ook verslagen gekend van mensen die de politie verwittigden nadat ze voor het kerkhof een meisje hadden aangereden, dat plotseling voor hen opdook. Als de politie en de ambulance dan opdaagden, was er geen slachtoffer meer te bekennen.
‘Het meisje is gewoon… verdwenen,’ verklaarden de chauffeurs.
Op een keer kon een agent nog de afdruk van een lichaam vinden in het gras langs de kant van de weg. Maar het lichaam zelf bleef spoorloos.
Er schijnt zich overigens ook een ‘verdwijnende liftster’ op te houden rond het Forest Park Cemetery van Brunswick in de staat New York, door Life Magazine ooit bestempeld als ‘de spookachtigste plek van de Verenigde Staten’. Maar ‘Resurrection Mary’ uit Chicago is ongetwijfeld de beroemdste ‘verdwijnende liftster’, verbonden aan één welbepaalde plek. Ongetwijfeld heeft haar relaas de jongste halve eeuw ook veel bijgedragen tot de enorme populariteit van deze moderne mythe.

3./ PELE & LA LLORANA

Pele is één van de vele goden en godinnen waarover de Polynesiërs vertellen in hun gezangen en verhalen. Pele is, als de godin van het vuur, een creatieve, regeneratieve godheid. Het oude moet vernietigd worden, want het levert voedsel voor prachtige nieuwe dingen.
De wondermooie Pele is niet alleen de godin en de bewaakster van de vulkanen, maar ook een licht ontvlambare, jaloerse minnares. In legenden wordt haar zoektocht naar een huis beschreven en hoe zij daarbij over de eilandengroep van Kaua’i zwierf en vuurgaten groef maar tegelijk water uit de bodem sloeg. Uiteindelijk bereikte ze de krater van Kilauea, waar ze zich vestigde en het Grote Eiland (Hawaii) baarde. Het traject dat zij volgde, van het oudste naar het jongste eiland, toont aan dat de oude Hawaiianen uitstekende vulkanologen waren.
Wie Pele beledigde of uitdaagde, werd op staande voet gestraft. Rivalen in de liefde werden veranderd in lavaformaties. Vele eenvoudige stervelingen, van verschillende achtergrond of ras, geloven dat zij door Pele werden uitverkoren voor een persoonlijke ontmoeting. Daarbij kan de godin naar believen de vorm aannemen van een kind, een mooie jonge vrouw of een oude bes. Regelmatig treedt Pele in contact met zowel bewoners als bezoekers van de eilanden. De vrouw die daar op die eenzame weg staat te liften, kan bijvoorbeeld Pele zijn: wees voorzichtig, wees vriendelijk, beledig haar niet.
Sommige mensen hebben Pele onbewust beledigd door bijvoorbeeld een steen van de lavavelden mee te nemen als souvenier. Pele vindt het niet prettig dat haar lichaam wordt verstoord. Die stenen bevatten een stuk van haar ziel; onwetend kun je op die manier een vinger of een teen van Pele mee naar huis hebben genomen. De National Park Service en het Vulcano House van Hawaii ontvangen regelmatig stenen, vergezeld van een brief waarin verteld wordt over onheil en ellende en waarin de schrijver vraagt de steen alstublieft terug te brengen naar de vulkaan.
De eerste gelegenheid waarbij de vulkaangodin Pele een rit met een auto maakte, dateert van 1925. Op een avond, in het district Zuid Kona, wandelde een oude vrouw – gebogen en frêle – langs de weg naar Ke’ei. Een automobilist reed haar voorbij zonder te groeten, een tweede chauffeur schonk evenmin aandacht aan haar. Een derde automobilist stopte evenwel voor haar - het was een jonge Japanner die zijn familie op het eiland wilde bezoeken, waarvan werd beweerd dat zij afstammelingen van Pele waren.
‘Aloha!’ groette de jongeman haar.
De oude vrouw antwoordde vriendelijk en de jonge Japanner bood haar een rit aan naar haar bestemming. Onderweg passeerden ze de twee wagen die de vrouw voorbij waren gereden zonder haar te groeten. Beide chauffeurs hadden autopech. De oude vrouw glimlachte toen ze hen in de achteruitkijkspiegel zag verdwijnen.
Toen de jongeman zijn bestemming naderde, vroeg hij de oude vrouw waar ze precies woonde. Hij kreeg geen antwoord en hij draaide zich naar haar om. De oude vrouw was verdwenen.
Later vertelde de jongeman aan zijn familie over zijn bizarre ontmoeting. Geen twijfel mogelijk, zei men: hij had niemand minder dan de vuurgodin Pele een lift aangeboden.
In 1926 werden er niet minder dan drie bezoeken van Pele aan de historische stad van Lahaina gerapporteerd. Twintig jaar later was een trucker op weg met een vrachtje, toen hij een meisje zag staan liften. Ze vroeg of hij haar naar het baseballveld van Moloa’a wilde brengen.
‘Ik weet wie jij bent,’ zei ze tegen de trucker. ‘Jij bent Gilaio Pascual.’
‘Hoe ken jij mijn naam?’ riep Pascual uit. ‘Ik ken jou niet!’
‘En toch weet ik wie je bent,’ zei het meisje.
‘Wil je mij dan jouw naam niet vertellen?’
‘Nee,’ zei het meisje. ‘De volgende keer dat ik je zie, dàn zal ik je mijn naam vertellen.’
Pascual naderde een haarspeldbocht, vlak bij het baseballveld. Hij stak zijn hoofd uit het raam van zijn truck om de bocht beter te kunnen inschatten. Toen hij de bocht genomen had, merkte hij dat zijn passagierster verdwenen was, hoewel het portier aan haar kant heel de tijd dicht was gebleven.
Verbijsterd bleef de man een tijdje bij het baseballveld rondhangen. Hij vertelde zijn verhaal aan al wie het horen wilde, en velen waren van mening dat het meisje niemand anders dan Pele geweest kon zijn. Er werd ook geopperd dat zijn ontmoeting een voorteken kon zijn van een vulkaaneruptie op het Grote Eiland. Een paar maanden later werd Kauai inderdaad getroffen door een vloedgolf, veroorzaakt door vulkanische activiteit…
Ten slotte nog een laatste, kort verslag van een trucker uit Kauai die eveneens zweert dat hij Pele op een nacht een lift gegeven heeft. Een oude vrouw wandelde langs de kant van de weg, hij stopte en zij nam zijn vriendelijk voorstel aan. Ze ging naast hem zitten en toen zij het eerste kruispunt van Wailua naderden, wilde hij vragen waar ze precies woonde. Hij draaide zich naar haar om, maar zij was verdwenen. Op dat ogenblik kwam de maan door de wolken en op de zetel naast hem zag hij drie lange, zilveren haren schitteren…
In Mexico keert het motief van de verdwenen liftster dan weer terug in een gemoderniseerde versie van de legende van ‘La Llorana’, oftewel: ‘de huilende vrouw’. De oorspronkele verhalen over La Llorana dateren uit de zestiende eeuw, toen een Indiaanse prinses haar kinderen vermoordde na bedrogen te zijn geweest door haar geliefde. De jonge vrouw werd opgehangen, maar haar geest bleef voortleven en rondzwerven.
In de loop der tijden werd La Llorana een vrouw die haar kinderen vermoordde vanwege een gebroken hart of omdat ze verliefd was geworden op een man die geen kinderen wilde. De moord dreef haar tot waanzin en na haar dood bleef haar geest rusteloos rondwaren. Haar gehuil kon tot op de dag van vandaag waargenomen worden.
In de nieuwste varianten van het verhaal, die opgedoken zijn in het zuid- en midwesten van de Verenigde Staten, is La Llorana aan het liften geslagen. Meestal laat ze zich afzetten of verdwijnt ze spoorloos op de plek waar ze haar kinderen verdronken heeft. Het verhaal krijgt in die nieuwste varianten soms ook nog een ecologisch accent mee: de kinderen die La Llorana baarde, zouden misvormd ter wereld gekomen zijn, omdat zij het water had gedronken dat vervuild werd door de fabriek van haar minnaar. En dat zou dan weer de reden geweest zijn waarom zij de kinderen doodde.
Het motief van La Llorana lijkt overigens niet exclusief Mexicaans te zijn, want er bestaan ook diverse Duitse legenden waarin een ‘witte dame’ haar kinderen doodt op aandringen van haar minnaar, vervolgens waanzinnig wordt, zelfmoord pleegt en blijft rondspoken.

4./ DE PROFETISCHE LIFTER, DE ENGEL, CHRISTUS

Een lid van de Nederlandse Hervormde Kerk hoorde het verhaal tijdens de bijbelstudie: een automobilist neemt een lifter mee. Het gesprek gaat al snel over geloof en ze raken aan de praat over de toekomst van het Koninkrijk Gods. De lifter kondigt aan dat Jezus snel zal wederkeren en verdwijnt dan zelf plotseling, als in het bijbelverhaal van Emmaus. De bestuurder schrikt zo dat hij zijn auto stilzet op de vluchtstrook om bij te komen. Dan wordt hij benaderd door agenten van de verkeerspolitie. Hij doet hen zijn relaas over wat hem is overkomen. Ze antwoorden: ‘Je bent al de achtste automobilist die ons dat vertelt.

Bovenstaand verhaal was te vinden op de website van de secte rond Maitreya, de vermeende Verlosser op wie in de jaren tachtig, ondanks vele krantenadvertenties waarin zijn komst werd aangekondigd, vergeefs werd gewacht. Als bron gaven de volgelingen van Maitreya de Nederlandse krant Trouw op (maart 1991).
De oudste versie van de ‘verdwenen lifter’ vinden we wellicht in de Bijbel terug. In bovenstaande variante, met een profetische lifter in de hoofdrol, wordt verwezen naar het Emmaus-verhaal, waarin Jezus ook een tijdje meestapte met de Emmaus-gangers, om vervolgens in het niets te verdwijnen. Er zou echter ook verwezen kunnen worden naar het Nieuwe Testament (Handelingen 8:26-39), waarin een Ethiopiër met een kar de apostel Filippus oppikt, die hem doopt en vervolgens prompt weer verdwijnt.
Lifters die na een profetie spoorloos verdwijnen, maken een belangrijk onderdeel uit van de moderne mythe die ons hier bezighoudt. Gewoonlijk voorspellen ze een goede of een slechte oogst, het eind van een oorlog of van de wereld, een natuurramp of de wederkeer van Christus. Soms is hun boodschap ook van veeleer persoonlijke aard. Meestal gaat het om mannelijke profeten, die bovendien een vage fysieke gelijkenis vertonen met de populaire afbeeldingen van Jezus Christus.
Af en toe verdwijnt er ook eens een profetische oudere dame uit een wagen. Zo heeft David Jacobson het in zijn boek The Affairs of Dame Rumor (1948) over de nachtmerrie die de Amerikanen meemaakten na de aanval op Pearl Harbor. De angstgevoelens van een hele natie creëerden een populair gerucht over een vreemde dame die werd opgepikt door een man met een wagen. Toen ze op hun bestemming kwamen, bood de lifster aan de man te vergoeden voor de benzine die hij had verbruikt. Omdat de man weigerde het geld aan te nemen, voorspelde de dame hem de toekomst.
‘Er zal een lijk in je wagen komen te liggen nog voor je weer thuis bent, en Hitler zal binnen de zes maanden dood zijn,’ zei ze, waarop ze spoorloos verdween.
Op zijn weg naar huis passeerde de chauffeur langs een plek waar net een auto-ongeval had plaatsgevonden. Hij legde één van de slachtoffers in zijn wagen en ijlde naar het ziekenhuis, maar de persoon overleed nog voor hij daar aankwam. Wat de verteller van dit verhaal en zijn toehoorders dan weer hoopvol stemde: als de eerste voorspelling was uitgekomen, zou de tweede – die over de dood van Hitler – wellicht ook heel binnenkort vervuld worden.
Dit gerucht verspreidde zich bliksemsnel over heel Amerika, merkt Jacobson op, en een boel Amerikanen geloofden erin. ‘Nochtans was hetzelfde gerucht, uiteraard in het decor van die periode, opgedoken bij elk militair conflict sinds de Napoleontische Oorlogen. En sommigen beweren dat het hoogstwaarschijnlijk al tijdens de Middeleeuwen de ronde deed.’
Meestal is het echter de engel Gabriël die een lift krijgt en/of een profetie uitspreekt, of in sommige gevallen ook Jezus Christus in eigen persoon. Dit is een vrij recente versie (november 1998) uit de USA, meer bepaald Sampson County:

Het was de week na Halloween. Een lerares van een jaar of vijftig keerde terug van school en reed naar huis, toen zij een man langs de kant van de weg zag voorstappen. Hij liftte niet eens, hij wandelde daar alleen maar. Iets vertelde de vrouw echter dat ze er misschien beter aan deed te stoppen en hem een lift aan te bieden, hoewel ze anders nooit een lifter – laat staan een vreemde – oppikte.
Voordat ze goed besefte wat ze deed, stopte ze naast de man en bood hem een lift aan. De man bedankte haar en ging achterin de wagen zitten. Ze zei hem dat het oké was als hij voorin kwam zitten, maar de man weigerde.
Vijf minuten lang sprak hij geen woord. Hij zat daar alleen maar, terwijl hij door het raam naar de snelweg keek. Toen zei hij plotseling: ‘Gabriel heeft zijn hoorn giftig gemaakt en hij is klaar om erop te blazen.’
Verbaasd keek de vrouw hem aan in haar achteruitkijkspiegel. ‘Wat zei u?’ vroeg ze.
‘Gabriel heeft zijn hoorn giftig gemaakt en hij is klaar om erop te blazen,’ herhaalde de man.
De vrouw vertraagde en draaide zich om. De achterbank was leeg. Ze had 70 mijl per uur gereden… en in een oogwenk was haar passagier op één of andere manier uit haar wagen verdwenen.
Bij de volgende afrit keerde ze een eindje terug, zoekend naar een spoor van de vreemde man, maar hij was nergens meer te bekennen.
Ze belde de Highway Patrol. ‘U zult wel denken dat ik gek ben,’ zei ze, en ze deed haar verhaal.
De telefonist van de Highway Patrol antwoordde: ‘Ik denk helemaal niet dat u gek bent, mevrouw. We hadden al 11 oproepen vandaag… telkens met hetzelfde verhaal.’

CODA:

http://mafia.rapidhost.be/mafiamedia/2006/08/ongeval-met-spook.html

HET HOL IN DE HEL en DE VLOEK VAN DE FARAO'S - meer broodje aap stadssagen in STERKE VERHALEN, te bestellen aan 10 euro door klik op deze titel

STERKE VERHALEN:

"Met dit boek probeert Patrick Bernauw inzicht te verschaffen in de oorsprong en betekenis van de sagen van deze tijd - zeg maar: het moderne volksverhaal. Hij geeft verscheidene sprekende voorbeelden van de manier waarop de kranten en de moderne massamedia aanleiding kunnen geven tot het ontstaan van sterke verhaal. Verder beschrijft hij de rampzalige gevolgen die een sterk verhaal op de werkelijkheid kan uitoefenen en geeft aan waartoe de macht van de (volks)verbeelding en de 'opschorting van het ongeloof' zoal kunnen leiden. Zowel oude als moderne mythen zijn hierbij nooit ver weg, vandaar dat de auteur ook dieper ingaat op een thema als 'de vloek van de farao'. Van een aantal moderne sagen toont hij trouwens probleemloos aan dat zij veel te danken hebben aan eeuwenoude mythen."
HET HOL IN DE HEL
In de vroege jaren negentig verspreidde het Trinity Broadcasting Network, een christelijk televisienetwerk met als thuisbasis Californië, het bericht dat een aantal Russische geologen zo diep in de aarde waren doorgedrongen dat zij per ongeluk op de hel waren gestoten. De nieuwsbrief van het televisienetwerk bevatte een uitgebreid artikel over het onderwerp, gebaseerd op weer een ander artikel uit het Finse blad Ammennusatia:

Een groep geologen die tot 14,4 kilometer diep boorden in de korst van de aarde beweren dat zij daar menselijk geschreeuw hoorden, afkomstig van verdoemde zielen. De wetenschapslui zijn nu bang dat zij de kwade machten van de hel hebben losgelaten op aarde.
‘De informatie die wij verzameld hebben, is zo verbijsterend dat wij ernstig bevreesd zijn voor wat we daar beneden nog zouden kunnen aantreffen,’ verklaarde dr. Accazov, de leider van het project in het afgelegen Siberië.

Op een diepte van 14,4 kilometer was de gigantische drilboor van de geologen plotseling wild beginnen te roteren. Volgens dr. Accazov was er maar één verklaring mogelijk: de aarde is een holle bol. De temperatuur was daar bovendien ook extreem hoog.
‘Onze berekeningen wijzen op een temperatuur van circa 1100° Celsius,’ legde Accazov uit. ‘Dat is meer dan 2000° Fahrenheit en ook veel meer dan we verwachtten. Het lijkt alsof het centrum van de aardbol brutaal verteerd wordt door een waar inferno. Onze laatste ontdekking was evenwel de meest shockerende, in die mate zelfs dat sommige geleerden ervoor pleitten het project meteen stop te zetten. We probeerden namelijk met supersensitieve microfoons die neergelaten werden in de tunnel te luisteren naar de bewegingen van de aardkorst. Wat we toen hoorden veranderde de rationeel denkende wetenschapslui van ons team in irrationeel bevende, menselijke wrakken…’
Aanvankelijk vingen de geleerden een zwakke maar hoge toon op, waarvan ze dachten dat hij afkomstig was van hun eigen materiaal. Maar na enige aanpassingen zagen ze in dat het geluid ontsprong uit het binnenste van de aarde.
‘We konden onze eigen oren nauwelijks geloven, toen we vervolgens een menselijke stem hoorden, gillend van pijn. Hoewel één stem duidelijk definieerbaar was, konden we tegelijk – op de achtergrond – duizenden, misschien zelfs miljoenen lijdende zielen horen schreeuwen.’
Na deze afschuwelijke ontdekking verlieten zowat de helft van de wetenschapslui het team van dr. Accazov.
‘De reden daarvoor lag voor de hand,’ besloot hij zijn relaas. ‘Het was pure angst… Laten we hopen dat wat daar diep beneden is, daar ook diep beneden zal blijven…’

Rich Buhler, een dominee uit de Verenigde Staten, die al jaren een religieuze radioshow had, kreeg in zijn programma een eindeloze reeks telefoontjes van bange luisteraars te verwerken, waarin telkens werd verwezen naar het verhaal van de geleerden die per ongeluk de hel hadden aangeboord. Hij stelde een onderzoek in, kreeg de nieuwsbrief van het Trinity Broadcasting Network te pakken, met het bewuste artikel dat als bron het Finse blad Ammennusastia aanhaalde. Een Texaanse evangelist, een zekere R.W. Schambach, die zowat een vaste gast was van het netwerk, zou hen het blad bezorgd hebben.
Buhler nam contact op met het kantoor van Schambach, waar men hem verzekerde dat het relaas ‘absoluut waar’ was. Ammennusastia was niet alleen ‘een zeer gerespecteerd wetenschappelijk blad’, maar het bericht werd ook bevestigd door een brief van de Noor Age Rendalen. Hij had zijn brief rechtstreeks naar het Trinity Broadcasting Network gestuurd en de details die hij onthulde, voegden een heel nieuwe dimensie toe aan het reeds bekende verhaal.
Rendalen schreef dat hij een paar weken eerder de Verenigde Staten had bezocht en toevallig was gestoten op hun Drilling for Hell story: ‘Ik moet bekennen dat ik hard heb gelachen toen ik uw verslag hoorde… Ik geloofde er geen woord van en zei tegen mijn vriend dat alleen Amerikanen zo dwaas konden zijn te geloven dat de hel fysiek gelocaliseerd kon worden door simpelweg een gat in de grond te boren. Maar de woorden ontvallen mij om mijn verbazing te beschrijven toen ik bij mijn terugkeer in Noorwegen ontdekte dat de kranten vol stonden met reportages over het incident. Ik besefte meteen dat als de held bestond, ik daar ongetwijfeld zou eindigen. Een afschuwelijke angst kreeg mij in zijn greep en twee nachten lang droomde ik over vuur en geschreeuw, tot ik mij overgaf aan God en mijn leven in Zijn reddende handen legde.’
In zijn brief moedigde Rendalen het netwerk aan geen gehoor te verlenen aan de sceptici en het verhaal verder te verspreiden. Hij sloot een kopie en een artikel in van een artikel uit wat hij het grootste en meest gereputeerde Noorse dagblad noemde, met meer informatie over de boorexpeditie.
In dat artikel was sprake van verzet tegen de onderneming vanwege Russische atheïsten, maar ook van intimidatie van de wetenschapslui door de autoriteiten, om hun ontdekking stil te houden. De reportage bevatte ook een ooggetuigenverslag van een zekere doctor Nummedal:
‘Wat de Sovjets nog het meest van al irriteerde, behalve dan de opnames die gemaakt waren van de stemmen, was de fontein van lumineus gas die nog dezelfde nacht was opgespoten uit de boorput. Te midden van een gloeiende wolk in de vorm van een pijler verscheen een schitterend wezen met vleermuisvleugels, en in de donkere Siberische hemel werden tegelijk een paar woorden zichtbaar, in Cyrillisch schrift.’
De Russische collega’s van dr. Nummedal vertelden hem naderhand wat daar geschreven stonden: ‘Het is volbracht.’
‘Het incident was van een absolute irrealiteit,’ vervolgde dr. Nummedal. ‘De Sovjets schreeuwden hun afgrijzen uit en waren in paniek. Later die nacht zag ik ziekenwagens op en af rijden op het terrein van onze kleine gemeenschap. Een ambulancier die ik vaag kende, vertelde me dat hem was opgedragen alle Russische deelnemers aan de expeditie te verdoven met een middel dat erom bekend stond het korte termijn geheugen volkomen uit te wissen. De Sovjets gebruikten deze drug ook bij de behandeling van mensen die in shocktoestand verkeerden.’

Rich Buhler en zijn staf beten zich vast in het verhaal en probeerden het zo ver mogelijk te traceren. Het Finse blad Ammennusastia, dat in zowat ieder verslag van het incident wordt geciteerd, bleek gevestigd te zijn in Levasjoki. Het blad bleek geen ‘gerespecteerde krant’ te zijn en evenmin ‘een wetenschappelijk blad’, maar een maandelijkse publicatie van een groepje Finse christenen. En het relaas van de Russische geologen was dan weer gebaseerd op wat een redactielid van Ammennusastia zich herinnerde van wat hij beschreef als een ‘hoofdartikel’ in het Finse dagblad Etela Soumen.
Buhler contacteerde deze krant, maar daar kon niemand zich het bewuste ‘hoofdartikel’ herinneren, en er werd ook geen spoor van teruggevonden. Later kreeg Buhler een telefoontje van de redactie van Etela Soumen, waarin hem meegedeeld werd dat het relaas dan toch was verschenen in hun blad, evenwel niet als ‘hoofdartikel’, zelfs niet als een gewoon artikel, maar als een op eigen verantwoordelijkheid ingezonden lezersbrief.
Via de krant slaagde Buhler erin de auteur van de ingezonden brief op te sporen. Het bleek om een vriendelijke oudere man te gaan. Hoewel hij aanvankelijk vrij terughoudend bleek om over de inhoud van zijn missive te praten, vertelde hij Buhler uiteindelijk toch – bijgestaan door een vertaler – dat hij niet kon instaan voor de geloofwaardigheid van het verhaal. Hij had het, zo zei hij, uit een christelijke nieuwsbrief Vaeltajat, gepubliceerd door Finse missionarissen.
Buhler nam contact op met de uitgever van Vaeltajat, die hem meedeelde dat het verhaal was verschenen in hun nummer van juli 1989. Als bron verwees hij naar een lezer van Vaeltajat, die het verhaal op zijn beurt had opgepikt uit een nieuwsbrief die Jewels of Jericho gedoopt was en die werd gepubliceerd door joodse christenen uit California.
En daarmee was de cirkel rond…

Rich Buhler beschouwde het verhaal over de geologen en hun weg naar de hel als een typische ‘urban legend’: sensationeel, onmogelijk te documenteren, en welig tierend in obscure publicaties die elkaar wederzijds citeerden. Tot zo ver leek alles duidelijk. De precieze rol die de Noor Age Rendalen in de wordingsgeschiedenis van deze moderne mythe had gespeeld, bleef hem evenwel intrigeren. Volgens het artikel in de nieuwsbrief van het Trinity Broadcasting Network leefde hij ergens in de buurt van Oslo. Buhler slaagde erin ook deze man op te sporen en kreeg hem aan de lijn.
‘Bent u de man die informatie zond naar een christelijk televisienetwerk in de Verenigde Staten over een groep geleerden die per ongeluk de hel aanboorden?’ vroeg hij.
‘Ja,’ antwoordde de Noor zonder enige aarzeling.
‘Prima,’ vervolgde Buhler. ‘Hebt u er ook enig idee van of dat verhaal waar is of niet?’
‘Ja, dat heb ik,’ antwoordde Rendalen.
‘Kunt u me daar meer over vertellen?’ vroeg Buhler.
‘Niets ervan is waar,’ zei Rendalen. ‘Ik heb alles verzonnen.’
Rendalen legde uit dat hij inderdaad de Verenigde Staten had bezocht en daar een kerel aan het werk had gezien in een religieus televisieprogramma, die het enthousiast had over het verhaal van de geologen die de hel hadden aangeboord.
‘Ik kon niet geloven dat die vent echt dacht met een waar verhaal te maken te hebben en dat de zender dit soort onzin op antenne bracht zonder eerst één en ander te checken,’ verklaarde Rendalen.
Terug in Noorwegen ging Rendalen er even voor zitten om een griezelverhaaltje over een wezen met vleermuisvleugels te bedenken. Hij stuurde zijn brief naar het netwerk en voorspelde erbij dat ze zijn verhaal zouden gebruiken zonder het eerst te checken. Om een eventueel onderzoek te vergemakkelijken, vermeldde hij zijn naam, adres en telefoonnummer in zijn brief. Hij sloot een kopie van een artikel in dat – zo beweerde hij – afkomstig was uit het grootste en meest gereputeerde Noorse dagblad, maar dat in werkelijk een stuk was over een bouwproject, verschenen in een locaal blad. De vertaling van het artikel, die hij eveneens insloot, was uiteraard pure fictie.
Rendalen stuurde ook de naam en het telefoonnummer mee van een bevriende priester uit zuidelijk Californië. De priester wist dat het om een mystificatie ging en was erop voorbereid de waarheid te onthullen voor het geval iemand hem zou bellen om één en ander verder te onderzoeken. Maar zoals Rendalen het voorspeld had, bracht het Trinity Broadcasting Network zijn verhaal zonder dat Rendalen zelf of zijn Californische vriend werden gecontacteerd. En zo kwam het verhaal van Rendalen niet alleen op de televisie, maar ook op de radio en verscheen het in tal van publicaties. Geen enkele van de instanties die het verhaal brachten, vond het nodig eerst enige research te verrichten.

Buhler ontving een brief van een luisteraarster, die drie shows van het Trinity Broadcasting Network had opgenomen, waarin sprake was over ‘het hol in de hel’.
Op 29 januari 1990 liet de gastheer van het programma zich als volgt uit over het onderwerp: ‘Kijk iedereen die me al die lelijke brieven heeft geschreven over “het gat in de hel”, laat me jullie vertellen dat ik eindelijk een artikel te pakken heb gekregen uit The World Weekly, een internationaal blad dat uit het Fins werd vertaald in het Engels. “Geleerden vrezen dat zij de poorten van de hel hebben opengezet! Geologen boren negen mijlen diep en horen menselijk gegil!”… Ik kreeg vandaag een brief van een geoloog uit Oklahoma en hij scheldt me werkelijk de huid vol. Er is niks dat zo diep kan boren, zegt hij. Mensen, ik breng alleen maar verslag uit van wat mij bezorgd wordt en ik weet niet of het waar is of niet. Ik weet één ding… als dit een truuk van de Duivel is, dan heeft hij het echt wel verknald, want ik ken zowat 2000 mensen die Christus gevonden hebben dank zij dit verhaal! En waar of vals, ik zag jullie zeggen wat ik nu ga doen… Wij zullen enige onderzoeksjournalistiek op het getouw zetten en het verhaal checken bij de Finse autoriteiten en het Ministerie van Binnenlandse Zaken en wij zullen dit verhaal goed opvolgen en uitmaken of men daar echt een gat van negen mijl diep heeft geboord en of men daar echt mensen heeft horen gillen van angst en pijn, zoals dit blad beweert en zoals ook in de vele brieven te lezen staat die ik van ginds mocht ontvangen…’
Rendalen van zijn kant legde een officiële verklaring af over het hele incident, waarin hij stelde dat het verhaal niets anders was dan een religieus geïnspireerde ‘urban legend’ zonder wortels in welke realiteit dan ook.
Het achtenswaardige magazine Biblical Archaeology Review drukte het verhaal dan weer af in de illusie dat hun publiek het ook zonder waarschuwing vooraf wel zou interpreteren als wat het was: een wilde mystificatie, een geslaagde grap. Maar een boel lezers hielden de fictie voor een feit en het relaas van ‘het hol in de hel’ ging er weer een stukje geloofwaardiger door klinken.
In augustus 1990 werd Buhler gecontacteerd door een priester uit Arizona, die over het bewijs meende te beschikken dat het verhaal op ware feiten berustte. Tot zijn kleine parochie in Flagstaff, Arizona behoorde namelijk een man van wie werd aangenomen dat hij een graad in de fysica bezat. In een privégesprek met de priester bekende hij één van die geleerden te zijn die gedurende de afgelopen jaren meer dan eens op een geheime missie naar Rusland waren gestuurd. Zo had hij ook Michael Gorbatsjov een aantal keren ontmoet.
Het verhaal over de geologen die een gat boorden in de hel was waar, beweerde hij. Er werd inderdaad heel diep in de Siberische aardkorst geboord en daarbij werd een grote holle ruimte ontdekt. Jammer genoeg lekte het nieuws van deze ontdekking uit naar de pers, waarbij ‘de ware feiten’ vervormd raakten.
‘Het is waar dat er opnames werden gemaakt van de geluiden die diep in de tunnel konden waargenomen worden, maar de intense hitte vernietigde de microfoons. Nochtans waren ze voorzien van gesofisticeerd koelingsmateriaal. Hoe dan ook, er resten ons nog altijd zeventien seconden geluidsopnamen.’
Vervolgens zouden de wetenschapslui een tweede gat geboord hebben om bevestigd te zien wat ze de eerste keer hadden ontdekt. Ook werd er een beter koelingssysteem ontworpen voor de microfoons. Het was bij dit laatste project dat de zegsman van de priester uit Flafstaff, Arizona betrokken raakte. Hij stond nu op het punt te vertrekken naar Siberië om het fenomeen verder te onderzoeken. Na ongeveer een jaar hoopte hij te kunnen terugkeren met meer informatie.
Een half jaar nadat Buhler door de priester uit Flagstaff, Arizona werd gecontacteerd, kreeg hij een brief van een lid van dezelfde parochie. De geleerde over wie de priester hem had gesproken, bleek helemaal geen graad in de fysica te bezitten. Hij had wel de stad verlaten met meer dan $20.000 op zak, oftewel: het geld dat hij had ingezameld onder de brave parochianen die zijn Siberische expeditie mee wilden financieren.

Hoe is het verhaal van ‘het hol in de hel’ ontstaan? De kans is klein dat we daar ooit uitsluitsel over krijgen.
Mogelijk heeft een mijnwerker, mijlen onder de grond, een traumatische ervaring opgedaan. Volgens een artikel in het magazine Science (augustus, 1989) werd er in Kola nabij Moermansk, zo een 150 mijl ten noorden van de poolcirkel, een Russisch project opgestart, waarbij geboord zou worden tot op zeer grote diepte. Bij een Duits boorexperiment in noordoost Beieren werden dan weer op zekere niveaus warmere temperaturen vastgesteld dan men daar verwacht had, hoewel geen enkele meting in de buurt kwam van 2000° Fahrenheit…
DE VLOEK VAN DE FARAO'S
In februari 1923 waren de Amerikaanse egyptoloog Howard Carter en zijn Britse financier lord Carnarvon de eerste mensen in drieduizend jaar die de graftombe van Toetanchamon betraden. Met het ontruimen van het graf en het bergen van de gouden sarcofaag van de farao en zijn kunstschatten zouden Carter en zijn medewerkers nog vele jaren in de weer blijven. Toén ontstond een mythe die nu nog steeds zeer alive and kicking is…
Vier weken na de opening van de tombe werd lord Carnarvon in de hals gebeten door een mug. Tijdens het scheren sneed hij per ongeluk in de zwelling. Het wondje begon te infecteren. Hij stierf op 6 april 1923. Op het ogenblik van zijn dood – het was twee uur in de ochtend – vielen in heel Caïro, op een onverklaarbare wijze, alle lichten uit. Bij de opening van Toetanchamons tombe was al een dreigend krassende gier verschenen. En het troetelbeestje van Howard Carter, een kanarie, was ook al verslonden door een cobra. De gier en de cobra waren de koninklijke dieren bij uitstek, de symbolen van Egypte. Net als de verlichting van Caïro, getuigden zij van de toorn van de farao, die zijn eeuwige rust zo meedogenloos verstoord zag. Toen Carnarvon zijn laatste adem uitblies, zou zijn lievelingshond Susie overigens ook jankend opgesprongen en jankend weer neergevallen zijn, om vervolgens nooit meer op te staan.
Het stond allemaal zwart op wit te lezen in de kranten van die dagen. Maar je moet niet altijd geloven wat er in de krant staat. Carnarvon had de London Times namelijk het alleenrecht gegeven op de verslaggeving rond ‘de ontdekking van de eeuw’, zodat de andere persjongens met een ernstig probleem zaten. Zij zullen de elektriciteitspanne wel beschouwd hebben als een geschenk uit de hemel. De dood van Carnarvon en de avonturen van een gier, een cobra, een kanarie en een fox-terriër… het was allemaal het gevolg van ‘de wraak van Toetanchamon’.
Volgens de krantenjongens was er immers een aardewerken ‘vloektabletje’ gevonden in het graf, met de volgende tekst: ‘De dood zal hem die de rust van de farao verstoort, met zijn machtige vleugels vellen…’ Vreemd genoeg werd dit tabletje niet door de archeologen gefotografeerd, getekend of beschreven en repte Howard Carter er met geen woord over in zijn boeken over de ontruimingswerkzaamheden.
Hoe dan ook, de mythe was geboren. En de ‘vloek van Toetanchamon’ werd al gauw de ‘vloek van de farao’s’, want ook zijn collega’s probeerden zich nu eenmaal op een magische manier van de eeuwige rust te verzekeren. Hollywood startte met de productie van een reeks films waarin een wrekende mummie een centrale rol speelde en de grens tussen werkelijkheid en verbeelding voortdurend vervaagde. Het thema liet ook de schrijvers van griezelverhalen niet onberoerd, die maar al te goed wisten dat de beste griezelverhalen altijd voor een deel ‘waar gebeurd’ zijn.Zo zou de Titanic niet vergaan zijn omdat het schip tegen een ijsberg knalde, maar omdat er een mummie aan boord was. En toen onze koning Albert (de Eerste) in 1934 bij Marche-les-Dames een dodelijke tuimeling maakte, was dat ook al een gevolg van de vloek van de farao. Want hadden Albert en Elizabeth niet kort voordien het graf van Toetanchamon bezocht? Ja hoor, alleen vergat men te vermelden dat Albert het graf niet had betreden, in tegenstelling tot Elisabeth, die dan weer stokoud was geworden.
De Amerikaanse auteur Philipp Vandenberg wijdde twee boeken aan het onderwerp: De vergeten farao en De vloek van de farao’s. In dit laatste boek schrijft hij dat tot 1929 niet minder dan 22 mensen die rond Toetanchamon gewerkt hadden een onverklaarbare dood stierven. Professor Gardiner zou bijvoorbeeld nog voor het jaar 1929 zijn laatste adem hebben uitgeblazen. En toch werkte hij in 1963 nog mee aan een boek over Toetanchamon… Een zekere professor Breasted staat ook op deze ‘zwarte lijst’, hoewel hij pas stierf in 1935. Een archeoloog zou kort na de dood van Carnarvon overleden zijn in hetzelfde hotel als de Engelse lord, maar in De vergeten farao is dan weer sprake van een ziekenhuis in Zwitserland. Twee andere geleerden overleden volgens Vandenberg kort na de opening van het graf en volgens andere bronnen pas na de Tweede Wereldoorlog…
In 1926 bezochten meer dan 12.000 toeristen het graf van Toetanchamon. Het is niet meer dan logisch dat er daarvan een aantal overleden, kort na hun bezoek. Howard Carter, de eigenlijke ontdekker van het graf, werkte jarenlang in de tombe en overleed pas in 1939. Als ‘de vloek van de farao’s’ bestààt, waarom werd Carter er dan niet het slachtoffer van?Het maandblad Para Astro kwam in juni 1990 met een antwoord op die vraag. Carter droeg namelijk een wonderlijke Egyptische ring, door de markies van Agrain in 1860 gevonden in de Vallei der Koningen. Aan een Belgisch diplomaat zou Carter verklaard hebben dat ‘deze Ring van Luxor het absolute wapen was tegen iedere betovering’.
Nog geen dertig jaar geleden gingen de schatten van Toetanchamon op wereldreis. Volgens de kranten liet de tentoonstelling geen enkele stad ongeschonden. Van wervelstormen in New York tot aardverschuivingen in Los Angeles en stakingen in Londen… Zoals Gazet van Antwerpen het wat lacherig uitdrukte: ‘De egyptologen hadden beter moeten weten dan Toetanchamons gouden masker en de andere relikwieën, gestolen uit een graf in de Vallei der Koningen, tentoon te stellen…’