9.12.08

Nieuw stadsspel / schattenjacht Antwerpen: De 13 Werken van Lange Wapper

Een dief die vooral tijdens de jaren twintig van de vorige eeuw actief was, liet zich inspireren door de legendarische Antwerpse kwelgeest Lange Wapper. Hij stal van de rijken en gaf aan de armen... en liet een groot deel van zijn nooit teruggevonden buit na "aan wie het verdient". Hij heeft deze "schat" verstopt, ergens in Antwerpen... en wie de raadsels weet te ontraadselen, de codes te kraken en erin slaagt de andere opdrachten - ook van ludieke aard - uit te voeren, zal de schat vinden.

DE 13 WERKEN VAN LANGE WAPPER is een teambuilding stadsspel dat gespeeld wordt in Antwerpen en de vorm heeft van een schattenjacht. Verschillende teams dienen allerlei uiteenlopende opdrachten tot een goed einde te brengen. Het wordt een race tegen de tijd, want welk team slaagt er als eerste in De Schat van Lange Wapper terug te vinden?

U kunt het stadsspel helemaal zelf organiseren met een handig "doe-het-zelf pakket"... of u kunt samen met ons en met een professionele spelleider op schattenjacht trekken van het Centraal Station in Antwerpen, tot de Grote Markt...


Willem Wappers (1881-1929) was een gerespecteerd Antwerps archeoloog en heemkundige, gespecialiseerd in 'leven en werk' van de legendarische kwelgeest aan wie hij zijn naam te danken had.

Tot diep in de negentiende eeuw durfden vele Sinjoren de naam 'Lange Wapper' niet uitspreken of neerschrijven, uit angst de kwelgeest onmiddellijk te zien verschijnen om er het volgende slachtoffer van te worden. De uitverkoren plek van Lange Wapper was de Wappersbrug over de Herentalse vaart, die ondertussen allebei al lang verdwenen zijn. De vaart werd immers overwelfd en ingeschakeld in het riolenstelsel van de stad. In de vijftiende en zestiende eeuw bracht ze het zuiver water van het Schijn naar de stad, via de Rubensstraat en de Wappersstraat naar de Kammenstraat, waar het moest dienen voor de Antwerpse brouwerijen. Om het water gemakkelijk uit de vaart te kunnen ophalen, hadden de brouwers bij de Wappersbrug een soort hefboom gezet met een dwarsbalk die heen en weer kon wiegen. Het was met deze 'wapper' dat men de volle watertonnen naar boven tilde. Op een kwade dag werd de wapper gesloopt en sindsdien begon de kwelgeest Lange Wapper de stad onveilig te maken.

Op dat ogenblik waren er nog een boel kwelgeesten of waterduivels actief in Antwerpen. Ze huisden in de Lindebosjes bij het Vleminckxveld, achter de Kammenstraat. Dit duivelsgebroed maakte het zo bont dat het kapittel van de Onze Lieve Vrouwekerk zich verplicht zag in processie naar de Lindebosjes te trekken om de kwade geesten te bezweren. Jammer genoeg vergat men daarbij de naam van Lange Wapper te noemen, zodat hij gedurende de volgende eeuwen ongestoord zijn schelmenstreken kon blijven uithalen.

Gewoonlijk was het zo dat Lange Wapper bij valavond uit een of andere rui kwam gekropen, om zich dan in de gedaante van een kind, een grijsaard of een dier in de stad te wagen. Van de Wappersbrug slenterde hij door de nauwe en slechtverlichte steegjes langs de Meir, het Sint Andrieskwartier, het Groen Kerkhof (zoals de Groenplaats vroeger werd genoemd), de Suikerrui of het Vleeshuis. Wanneer hij 's avonds bij storm en regenweer geen levende ziel op straat vond, dan drong hij een kroeg of zelfs een woonkamer binnen. Al moet het gezegd worden dat Lange Wapper het bij voorkeur gemunt had op dieven, rabauwen en dronkelappen - gespuis, kortom. Toch zou ook de grote Vlaamse schrijver Hendrik Conscience kennis gemaakt hebben met de kwelduivel.

Toen brak de Eerste Wereldoorlog uit en een van de ontelbaar vele slachtoffers was Lange Wapper. Willem Wappers citeert een theorie die stelt dat de brave Antwerpenaren door de verschrikkingen van de Grote Oorlog hun geloof in de kwelgeest verloren. Mythische wezens als Lange Wapper leven nu eenmaal van het geloof in hun bestaan; verliezen de mensen dat geloof, dan verliezen zij ook het 'leven' zoals wij dat kennen, en worden zij in een soort winterslaap gedompeld.

Maar misschien kan er ook iets anders aan de hand geweest zijn. Op zeker ogenblik hadden de Antwerpenaren immers ontdekt dat Lange Wapper een trawant van de Duivel was en bevelen van Lucifer in eigen persoon ontving. Er bestond bijgevolg maar één middel om met de kwelduivel af te rekenen: zich onder de bescherming stellen van een heiligenbeeld, liefst dat van Onze Lieve Vrouw. Aan de Wapperbrug plaatste men het beeld van de Heilige Jozef, op de Suikerrui dat van de Heilige Joannes Nepomucenus, en toen die naar behoren bleken te werken, verschenen er op alle straathoeken van Antwerpen Mariabeelden.

Willem Wappers stelde zich in vele lijvige studies telkens weer de vraag hoe het mogelijk was, dat de legendarische figuur van Lange Wapper van de zestiende tot ver in de negentiende eeuw een waar terreurbewind kon vestigen in Antwerpen. Hij formuleerde ook zelf een aantal antwoorden.

Zo wees Willem Wappers erop dat het grondgebied van de stad toen veel kleiner was. Stenen muren met aarden wallen en daarachter een diep water (vest) liepen van de Schelde langs de Brouwersvliet, de Leeuwenrui, de Ankerrui, de Paardenmarkt, de Italiëlei, de Kronenburgstraat en de Scheldestraat naar de Schelde. Door een zevental poorten kon men in de stad komen. Ook langs de Schelde zelf was er een muur gebouwd, waarin poorten waren uitgespaard die toegang verleenden tot de smalle kanalen, ruien en vlieten waar kleine boten hun koopwaar kwamen laden en lossen. Zelfs de Meir, die toen veel kleiner was, had haar open rui (met stinkend water). De Grote Markt zag er eveneens heel anders uit: tot in 1561, toen met de bouw van het huidige stadhuis werd gestart, stond er een klein bouwvallig gothisch stadhuis en waren de huizen opgetrokken in hout. Van het Steen waren alleen de gevel met de erker van het oude woonhuis in de Steenstraat zichtbaar, terwijl de huidige ingangspoort die straat overbrugde. Pas in 1882 werden de huisjes van de Steenstraat en de Gevangenisstraat gesloopt en werd het Steen gerestaureerd.

De straatverlichting stelde in de gloriejaren van Lange Wapper niet veel voor. In de belangrijkste straten hing er op de hoek een oliepitje in een lantaarn, en dat was het. 'Elcke poorter, zig na taptoetijdt op strate begevende' moest een brandende lantaarn bij zich dragen, of hij werd als een rabauw beschouwd. Al het onheil waar de gewone mens - die nauwelijks onderwijs had genoten - geen verklaring voor vond, werd toegeschreven aan de duistere machten en krachten van duivels en andere boze geesten. Bij valavond, in het halfduister, namen mensen en voorwerpen andere - vaak lange, want uitgerekte - vormen aan dan ze in de werkelijkheid van een klaarlichte dag hadden. Het hoeft dan ook geen verwondering te wekken dat het bijgeloof welig tierde in de naïeve verbeelding van het volk. Nachtelijke overvallen op eerzame lui, ongevallen met dronkelappen, de schaduwen van in de wind heen en weer bewegende bomen... Lange Wapper was overal.

Tot zijn verbijstering merkte de archeoloog en heemkundige Willem Wappers dat de verschrikkingen van de Grote Oorlog zijn stadsgenoten niet meteen hadden bekeerd tot betere mensen. De Spaanse Griep maakte in 1919 heel wat slachtoffers, vooral onder het arme en ondervoede volk. Zijn rechtvaardigheidsgevoel kwam tegen zoveel onrecht in opstand. Onder de schuilnaam van de legendarische kwelgeest die hij zo lang had bestudeerd en van wie zijn officiële naam toch al een echo was, ging Willem Wappers op pad om - als een moderne Robin Hood - te stelen van de rijken en te geven aan de armen. Gedurende de 'roaring twenties' werd de reeds dood gewaande Lange Wapper opnieuw een begrip in Antwerpen, maar dan uitsluitend als kwelgeest van de rijke burgerij. De beruchte gentleman-gangster, de grootste dief en inbreker die de Scheldestad ooit gekend heeft, bleek onvatbaar te zijn en bleef de politie voor steeds nieuwe raadsels stellen. Omtrent zijn identiteit tastten de gerechtelijke instanties volkomen in het duister.

Nadat Willem Wappers op 17 februari 1929 schielijk was overleden ten gevolge van een hartstilstand, staakte de criminele Lange Wapper eveneens al zijn activiteiten - maar nog steeds was er niemand die een verband legde tussen de sympathieke schelm van de Scheldestad en de weliswaar excentrieke, maar alom gerespecteerde archeoloog en heemkundige. Het testament van Willem Wappers bracht daar verandering in. Het was geheel en al opgesteld in de lijn van zijn toch wat zonderlinge levenswandel en het bevatte 'een addendum', in de vorm van een bruine omslag, die pas op de eerstvolgende eerste april geopend en bekend gemaakt mocht worden.

Toen de 'buitengewone' clausule op 1 april 1929 inderdaad werd nagevolgd en de omslag werd ontsloten, bleek die niet alleen een vrij omvangrijk dossier, maar ook dit tegelijk mysterieuze en schokkende briefje te bevatten:

Ondergetekende Willem Wappers verklaart hierbij dat hij en niemand anders weet waar zich de nog niet onder de armen van Antwerpen verdeelde buit van Lange Wapper bevindt. Deze 'Schat van Lange Wapper' zal te beurt vallen aan hij of zij die ze verdient!

Sinds 1 april 1929 zijn tientallen onderzoekers, schattenjagers, amateur-detectives en speurneuzen, met de elementen uit het dossier in de hand, op zoek gegaan naar het door Lange Wapper bij elkaar gestolen Fortuin van Antwerpen - maar blijkbaar heeft tot dusver niemand de schat verdiend. Vandaar dat wij nu voor het eerst een grootscheepse en georganiseerde poging ondernemen om de Schat van Lange Wapper alsnog op te sporen, door de documenten aangetroffen in de nalatenschap van Willem Wappers ook voor het eerst ter beschikking te stellen van een zo breed mogelijk publiek.

Dat het Fortuin u eindelijke moge toelachen!

Patrick Bernauw,
Executeur Testamentair



Geïnteresseerd? Klik hier en/of vraag hier vrijblijvend een offerte aan!



Geen opmerkingen: