5.8.10

Scharpenelle 33 - Sansparole Spreekt:



Als de woorden op geraakten waarmee ik tot u spreken kon,
schilderde ik de sterren voor u
die ik telde bij nacht.

Eén twee drie vier vijf zes zeven acht
en meer dan achttien
jaren stond ik op wacht
te midden van verschrikkelijke dagdromen
en afschuwelijke nachtmerries.

En ik was zo bang
want het wachten duurde zo lang.

En kwaamt ge nu of kwaamt ge nooit,
mijn wederhelft, mijn bengeltje,
mijn bewaarengeltje?

Ik riep u.
Ik fluisterde uw naam.
Ik bad dat gij mij zoudt horen in uw hoofd en in uw hart.

Ik zong mijn liedjes voor u.
Ik liet uw handen mijn gedichten schrijven en nu
zijt ge eindelijk gekomen.

Wees wellekome.

Geen opmerkingen: