6.9.10

Scharpenelle 35 - Monoloog van Sansparole:




En wat doet een soldaat die shell shock heeft?
Is hij blij dat hij nog leeft?

En de jongste jongen van negentien was amper twaalf,
hij krepeerde aan de Somme
Godverdomme.


Hij zit nu als een kadaver
in de papaver: wasman
in een wasmand, levende dode
die het licht niet mag zien, geheim
gevallen op het veld van eer
waar berouw ettert als een zweer.


En ze noemen mij Sansparole,
Heer van de Hellevuur Hoek,
die een Grote Oorlog heeft ontketend
en al die wezen heeft verwekt.

En ook u heeft geschapen, ma belle Scharpenelle.
Vergeef het mij.

Vergeef het mij en zijt wellekome
in dit oord waar ik ben ingetreden
en zij alle hoop lieten varen.


Ik heb zo lang gewacht. Ik was zo bang.
Ik zat hier zo alleen
in dit alsmaar zwarter wordende zwarte gat,
zonder woorden
om het zwartste zwart te beschrijven.


Kijk naar mijn Scharpenelle Aquarellen,
ma belle. 


Zelfs mijn kleuren raakten op.
Ziet ge?

Zonder u raken alle kleuren op,
ma belle Scharpenelle.


De Duisteren fluisteren
dat de hel vlammend rood zal zijn,
maar ge moet daar niet naar luisteren.


Zelfs het roodste vlammende
godverdomde rood
zal er nog niet in slagen
de Hellevuur Hoek te schilderen
zoals ik hem heb gezien.


Want er zijn geen kleuren
om de hel te verbeelden
zoals er ook geen woorden zijn
om de gruwel te beschrijven.


Het zwartste zwart volstaat niet
om het zwarte gat weer te geven
waarin ik ben gevallen
zonder u.



Geen opmerkingen: