20.10.10

Elfde Gebod, van Nicky Langley





Dames en heren,

Het eerste wat opvalt, als je geïnterviewd wordt door Nicky Langley, is dat zij kan luisteren. Nu zul je zeggen: ja, dat is toch een eerste vereiste voor een interviewster. Zeker wel, maar het is zo ongeveer het laatste waar je aan denkt in verband met een actrice, of een schrijfster. Als schrijvers en acteurs al iets gemeen hebben, dan is het wel dat zij doorgaans geen kampioenen zijn in luistervaardigheid. Heel hun denken en handelen is er immers op gericht dat anderen naar hen zouden luisteren, niet omgekeerd.

Maar er zijn uitzonderingen. Nicky, dames en heren, was één en al oor.

Nu is er nog iets dat schrijvers en acteurs, zowel de mannelijke als de vrouwelijke, gemeen hebben. Ze zijn ijdel. Sommigen slagen erin hun ijdelheid nog enigszins binnen de perken te houden, of handig te verbergen – heel goeie acteurs kunnen dat, inderdaad – maar ijdel zijn ze allemaal, en ik kan daar van getuigen. Krijg ik met mijn vertelselkes alle aandacht van een madam, hangt ze als het ware aan mijn lippen, dan wordt mijn ijdelheid gestreeld… en kan ze nog weinig verkeerd doen bij deze jongen.

Nicky, ge hebt dat goed gedaan. Ik zou zelfs méér durven zeggen: ge hebt dat héél goed gedaan.

Alle gekheid op een stokje, dames en heren: Elfde Gebod is écht een goed boek, en dat komt omdat het geschreven werd door een schrijfster die kan luisteren – maar ook door een actrice met een feilloos oog voor wat een sterke scène is of kan zijn. Nicky gooit haar hele hebben en houden in de strijd – voilà, hier sta ik, ik kan niet anders, ’t is te nemen of te laten. Hier komt MegaMindy’s Oma Fonkel, die op de koop toe nog gefascineerd wordt door vreemde onderwerpen als “mystiek”, mirakels en typisch Vlaamse wonderdoeners. Nicky trekt op avontuur, stelt vragen, luistert naar de antwoorden, noteert, brengt verslag uit. Haar ogen worden een camera, haar oren een recorder… en wij maken het allemaal mee vanop de eerste rij, uit de eerste hand, alsof we er lijfelijk bij zijn, in de tegenwoordige tijd, wanneer zij al die mystieke plaatsen en figuren van Vlaanderen bezoekt.

Een illusie natuurlijk. Zoals alle theater illusie is. Wij zijn er niet bij, wij lezen een verslag. Maar omdat Nicky zo goed kan luisteren en met haar feilloos oog voor sterke scènes plegen we dat al eens te vergeten.

Neem nu de theorie van de leylijnen, en het verband dat wordt gelegd met onze kerken en kapellen waar zich wonderen hebben voorgedaan. Energiebanen zijn het, lees ik in haar boek, waar positieve kosmische krachten in het spel zijn, zodat er bepaalde genezingen kunnen verkregen worden. En: “De Kelten en de druïden gebruikten die krachtplaatsen ten volle door er huwelijken in te zegenen, maar ook bij begrafenissen om daar de ziel te helpen om over te gaan. (…) Verschijningen gebeuren via een kanaal waardoor je een doorgangspoort naar de andere wereld hebt. De Sint-Baafskathedraal is gebouwd op zo’n krachtplek, geen toeval, hoor!”

Nicky verwijst naar een paar boeken van Cois Geysen, mij tot de verschijning van Elfde Gebod onbekend… en maakt ondertussen haar passie voor het onderwerp, haar enthousiasme, haar fascinatie de mijne. Ik begin driftig passages te onderstrepen, zoals deze bijvoorbeeld: “Bij de Romeinen was het de gewoonte om kaarsrechte wegen aan te leggen en volgens sommige onderzoekers volgden zij daarvoor de leylijnen: zo kregen de soldaten veel kracht en uithoudingsvermogen om de lange voettochten vol te houden. Later werden er langs die wegen kapelletjes geplaatst als herkenningspunten.”




Zo’n mystieke plek is het Bomkapelletje. “Mystiek, mystiek…, een speciale plaats dát is het zeker. God ontmoet ge vaker in kapelletjes dan in kathedralen,” zegt haar zegsman... en Nicky knikt instemmend.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog viel hier “een paternoster uit de lucht”… een bom, vlakbij het kapelletje waar een boel mensen zaten te bidden… Maar de bom ontplofte niet.
“’t Was een mirakel, de mensen die het hebben meegemaakt, zeggen het nog allemaal: ’t was echt een mirakel.”
De man staat recht, en zegt dat hij nu verder moet. Nicky bedankt hem.
“De tien geboden kent ge toch, hé!” vraagt hij nog.
Nicky knikt, hij kijkt haar aan.
“Elfde gebod,” besluit hij, “gij zult in mirakels geloven.”

Verspreid over het hele boek, in de verhalen van het Bomkapelletje, van Clara Jung – de gestigmatiseerde vrouw uit Antwerpen – tot de wondere Priester Poppe, duikt het fenomeen “synchroniciteit” op. Sting heeft erover gezongen, de Zwitserse psychiater Carl Gustav Jung heeft het verschijnsel een naam gegeven. Hij noemt het ook “een betekenisvolle coïncidentie” – twee feiten die als het ware “inhoudelijk met elkaar in verband staan”, terwijl er toch geen feitelijk causaal verband mogelijk is. Of met andere woorden, een toeval zo toevallig dat je – als je het aan den lijve meemaakt – onmogelijk als louter een toeval kunt beschouwen. Alsof het een vingerwijzing is naar, een bewijs uit het ongerijmde voor… welja, het bestaan van een Groter Geheel, een Hoger Plan, een Diepere Zin. Noem het God, noem het de Grote Bouwmeester, noem het wat achter de Schaduwen zit in de Grot van Plato, noem het de Occulte Orde van de Chaos, E.T., een bovenaardse intelligentie.

Het overkwam mij regelmatig. Het overkomt Nicky regelmatig. Waar ooit de gestigmatiseerde Clara Jung gewoond heeft, krijgt Nicky een gsm-oproep.
“Dag Nicky, Jan Moonen hier van ’t kerkhof van Borsbeek.”
Wat een toeval, denkt Nicky. Net nu ze hier voor het huis staat waar Clara ooit heeft gewoond, die op het kerkhof van Borsbeek ligt begraven.
“Gij hebt mij gebeld? Uw nummer staat op m’n scherm.”
Nicky is even sprakeloos en verzekert hem dat ze niet gebeld heeft.
“Maar uw nummer staat hier op m’n scherm, da’s straf, hoe kan dat nu!? Soit. Ik ging u toch bellen, want ik heb onlangs foto’s gevonden van de opgraving in 1977.”

Nicky vertelt ene Koen over het verblijf van priester Poppe in Leopoldsburg… en dan vinden net dààr opnames plaats. Waarna daar ook uit een kartonnen doos met oude boeken een dik boek opduikt, getiteld : Priester Poppe te Leopoldsburg 1922-1924 – en uit dat boek een handgeschreven brief komt dwarrelen, getekend: Edward Poppe.



Uiteraard vindt u in dit verhaal ook de wondere geschiedenis van Leonie Van den Dijck terug, de zieneres uit Onkerzele – haar verschijningen in de crisisjaren dertig van de vorige eeuw, de Zonnewonderen of Ufo-fenomenen die zich rond haar voordeden, haar voorspellingen… van de dood van koningin Astrid, van de moord op Albert I. Maar er is nog zoveel meer te beleven voor wie in het Elfde Gebod gelooft. In de Kruiskapel van Eksaarde bevinden zich twee miraculeuze crucifixen – een verhaal apart, de manier waarop die tijdens de kruistochten in Vlaanderen zijn beland. En dan is er Zuster Maria van Jezus, overleden in een geur van heiligheid – de rozengeur die ook in de buurt van Leonie Van den Dijck werd waargenomen… En is het een toeval dat Zuster Maria van Jezus net als Leonie na haar dood “bewaard” is gebleven?

Heel bijzonder vond ik het Heilig Trientje van Stabroek. Rond de jaren 1900 doet er zich in Stabroek namelijk een merkwaardig fenomeen voor: elke vrijdag op het uur dat Christus aan het kruis genageld werd, sterft Trientje Vingerhoedt. Van 12 tot 15 uur is Trientje dood. Ze is dan bleek en haar lichaam koud en stijf. Daarna is het sterven afgelopen, komt ze weer bij en gaat ze verder met haar werkzaamheden. In 1906 kopt een plaatselijke krant: “Trientje is opgehouden met te sterven.” – Ten onrechte, overigens.

Vlaanderen, dames en heren, is van oudsher een land van mystiek, en dus van mystici. Het woord “mystiek” wordt in diverse betekenissen gebruikt – als “geheimzinnig”, “verborgen”, “raadselachtig”. Maar het kan ook verwijzen naar een transcendente beleving van de wereld, een poging tot het overstijgen en sublimeren van de werkelijkheid. De Wonderbare Jan van Ruusbroeck, Hadewijch, het Heilig Bloed van Brugge, de Boeteprocessie van Veurne… In dit boek vinden wij vooral sprekende voorbeelden terug, letterlijk dan, van volkse mystiek en volksdevotie – maar stuk voor stuk zijn het fascinerende verhalen, opgetekend door een schrijfster die kan luisteren, door een actrice met een oog voor sterke scènes, en een oor voor levendige dialogen.

Ik wens u dan ook veel mystiek leesplezier met Elfde Gebod.




Elfde Gebod werd uitgegeven bij het Davidsfonds,
met prachtige foto's van Peter Nackaerts (http://www.fotobedrijf.be/)



Geen opmerkingen:

Populaire berichten