11.4.12

Kroniek van de Yzeren Keizer




Noodzakelijke informatie

voor het schrijven 
of het deelnemen
van het Gentse Feesten Festival
"in de geest van Louis Paul Boon"




Lodewijk Boonaparte!...  Gij trekt al honderd jaar van dorp tot dorp,
van stad tot stad, en ge zingt uw liederen op de markten en de pleinen.

Ge zingt van de liefde, ge zingt van de dood,
ge zingt van moord en brand, stoutmoedige diefte, groot feest, wreed accident
en de vergeetputten waarin de Yzeren Keizer zijn vijanden laat verdwijnen.

Ge zingt van‘k heb weer wat nieuws in d’ handen!
Kom en hoor dit nieuwe lied van Lagelande!’

En een Dulle Griet tekent de pikante details en de strafste stoten
op een plakkaat en ze drukt uw schotschriften en haar spotprenten af
op vliegende blaadjes. En gij verkoopt die op de markten en de pleinen
en ge zingt uw liedjes zelfs tot in onze straat. 

En de mannen en de vrouwen van Lagelande: de arme boeren, de rijke burgers
en hun hete hoeren – ze zien u graag komen, want gij
brengt ze het laatste nieuws, in woord en in beeld…

Gij zijt hun held!
En alleen wat gij vertelt,
gebeurt!

En het gebeurt zoals hun held het heeft verteld, niet anders!
En alleen in uw verhalen kan Lagelande bestaan.. En vergaan.

En ge geeft ze een lach, en ge geeft ze een traan, en ge geeft ze kiekenvlees
en een minuut stilte. Ge geeft ze de hele wereld in de handen.

Lodewijk Boonaparte! 

Gij zingt uw lied over de Yzeren Keizer en hoe zijn vader al het plan had
een kerk te bouwen in een dorp zonder naam – en dat deze kerk
de grootste ter wereld moest zijn, kathedraler nog dan een kathedraal…
iets Fenomenaalst… de Kathedraalst!

En gij, Lodewijk Boonaparte,
gij zingt kwaad over een Verspilling in het Kwadraat.
Want ook in Lagelande sterven nog steeds hier en daar
mensen van de honger, zomaar op straat.







En gij, Lodewijk Boonaparte,
gij klaagt dat onrecht aan in niet mis te verstane verzen:

Als d’Yzeren Keizer jou komt halen,
Om te slaven in zijn kathedralen,
Om zware lasten op je rug te dragen
Zo ver hij wil en zonder klagen
Tot al je gewrichten en al je botten kraken
En je alleen nog het werk kunt staken,
Maar ook dat mag niet baten…
Want dan zet hij daar wel automaten.

En gij zingt uw protestliederen in heel Lagelande:


PAPA, WAARTOE DIENT AL DAT IJZER?

“Papa, waartoe dient al dat ijzer?”
vroeg de kroonprins aan de Keizer.
“Zoon, dat wordt iets fenomenaalst…
Een kathedraal op zijn kathedraalst!”

Spijtig dat Lodewijk Boonaparte
nu twijfel zaait in al die harten.
Want wat zouden wij hier beginnen
als hij ze voor zijn zaak zou winnen?

Laten we hem maar rap eens smijten
waar niemand hem hoort bleiten
in een vergeetput, op zijn marginaalst:
in een vergeetput van de Kathedraalst!



En gij, Lodewijk Boonaparte,
gij die ooit zei: “Liever een Blote Lode dan een Dode” -
gij ligt daar nu ineens, in uw honderdste levensjaar, in uwen Blote…
en weerloos… gelijk alle doden...

En door zijn Hof & Lofdichter Quatongen
-        (Ge hoort hem wel, maar ge ziet hem nooit!)
laat de Yzeren Keizer proclameren
dat uw as niet boven Lagelande zal worden verstrooid
-         zoals het uw laatste wens is geweest –
maar dat hij u wil eren
met een staatsiebegrafenis en “voor eeuwig” een praalgraf geven
op zijn Kathedraalst, dat vervolgens een pelgrimsoord zal wezen
voor het klootjesvolk van Lagelande…

Want alzo hoopt de Keizer alsnog de Rebellie te bezweren
tegen zijn Schrikbewind.
En gij, Lodewijk, gij die altijd hebt gezeid
dat ge nog ’t best van al kon worden verblijd
met een standbeeld ieveranst op een marktje of een pleintje van Lagelande
waar de schoolkinderen aan uw voeten dat zinnetje vanbuiten konden leren:
‘Lodewijk Boonaparte – geboren in ’t jaar twaalf,
en gestorven honderd jaren later…’
En waar dat de hondjes dan hun pootje konden opheffen
tegen uw stenen schenen…

Gij hebt geen stem meer, Lode.
Gij ligt daar versteend, als al die andere doden.
Gij kunt niet meer protesteren,
zoals ge dat een leven lang hebt gedaan.
En daarom doe ik, Pé Boonaparte, uw achter-achter-achterneef
dat in uw naam. 

Want Jan De Lichte heeft mij bevrijd uit de vergeetputten van de Keizer
(er verdwijnen nogal wat protestzangers in vergeetputten, tegenwoordig!)
en samen met dit artistiek zootje ongeregeld
- McRosby, Speed, Hash & het Jong (= Billie) -
en Nieke Naaime, die allemans hoertje is
(omdat het ook plezant moet blijven)
zingen wij nog altijd uw liederen
en noemen wij ons nu De Bende van de Boonaparten...






En we zijn hier neergestreken voor het grote jaarlijkse volksfeest van Ganda,
ook bekend van de HAM, in dit bescheiden kerkje, dat we hebben ontwijd
tot een Hof van Mirakelen, naar analogie met de beruchte Kathedraalse wijk,
die ooit een toevluchtsoord was voor alle boeven en bedelaars van Lagelande
en die nu niet meer bestaat.

Want bij het krieken van de ochtend, nog niet zo lang geleden,
liet de Yzeren Keizer het Hof van Mirakelen omsingelen
door wel twaalf honderd van zijn stalen soldaten… en hij sprak:
‘Ik zou ullie kunnen straffen, maar ik schenk liever vergeving.
Ullie mogen van mij ongehinderd ontsnappen, maar…
De twaalf laatste overblijvers, zullen dan boete doen voor ullie allemaal!’

En plotseling konden de kreupelen nog harder lopen dan hardlopers,
en de blinden zagen ineens ook waar ze dat moesten doen,
en de doofstommen maakten een kabaal alsof de wereld verging…
en in zekere zin was dat ook zo.

Want de Yzeren Keizer lette dan wel niet op deze zielige figuren,
maar hij liet het vuur openen op de krotten en de hutten,
en hij liet de muren rondom de wijk met de grond gelijk maken,
en hij liet de twaalf laatste overblijvers gevangen nemen
en radbraken, en vierendelen – en zo deden zij boete voor iedereen.

En op het eind van die dag restte slechts puin en as
van die Vergeten Straat, een Reservaat
van Losbandigheid & Misdaad…

Maar in dit nieuwe Hof van Mirakelen zal zullen wij, Boonaparten,
op teder-anarchistische, dramatisch hoogstaande en cultureel correcte wijze
onze geestelijke vader ten grave dragen
en zo het eeuwig leven geven…







DE VERGEETPUT IN

Ah Yzer-Keizer die in Lagelande zijt,
gij zijt vermaledijd, gij zijt vermaledijd.
Uw wil geschiede, noch hier en noch elders,
kruip van schrik maar in uw kelders!

Uw rijk verdelen wij in veertig vette brokken,
en uit uw Kathedraalst, daar stelen we uw klokken.
Vergeeft gij dan aan al uw Keizerlijke Zotten
dat zij met Uwe Hoogheid spotten!

Want gij leidt ons niet langer in uw slavernij,
wij slaan u neer als David met een kei.
Wij verlossen ons van al het kwade
en gij krijgt geen genade!

En al die nog durft spotten met uw Keizerlijke Zotten
gaat de vergeetput in, vergeetput in.
En al die nog durft spotten met de Keizerlijke Zotten
gaat de ver-geet-put… in!

 


‘K HEB EEN LUCHTKASTEEL ZIEN VLIEGEN

'k Heb een luchtkasteel zien vliegen
met de Yzeren Keizer in
rond zijn eigen Kathedraalst
vloog hij daar in wijzerzin.

"Haal hem benee! Haal hem benee!
Haal hem benee!" riep toen Boonaparte Pé. 
En hij kwam benee, hij kwam benee,
hij kwam benee bij Boonparte Pé.

En hij kreeg me daar een klop
boven op zijn Keizerskop
want de Boonaparte Bende
zat er helegans bovenop.

"Da's uw straf! Da's uw straf!
Ge danst geen poloneis op Boonapart zijn graf!
Da's uw straf! Da's uw straf!
Ge danst geen poloneis op Boonapart zijn graf!"

"Geef hem zijn eer terug
of wij slaan een bult uit uwe rug
en met uw keizerlijke pin
dendert gij de diepte in!"

"As ge 't mor wet! As ge 't mor wet!
Wie eit ier na de boeëne gefret?
As ge 't mor wet! As ge 't mor wet!
Wie eit eir na de boeëne gefret?"
 

           

 DE KEIZER IS ZIEK

De Keizer is ziek,
hij heeft het koliek
van de Kathedrààà-aalst.
Wat heeft hij gehad?
Een kap in zijn gat!
Dat heeft Boonapart ‘m gelapt!
Patat!

De Keizer heeft pijn
van ’t flerecijn,
in zijn armen en ook in zijn benen
een abces of negen
en in voeten en tenen
daar heeft hij de reu-eumatiek!
Zo ziek!

Ik wens aan de Keizer
nu nog een brok ijzer
tegen zijn kop en de keelkrop.
En zijn lijf dat mag vol
met puisten en zweren
en waar gaan wij die mee smeren?
Petrol! 




De Kroniek van de Yzeren Keizer heeft al op zijn minst één spin-off opgeleverd, waarin een merkwaardige Ufo Crash op de fabrieksterreinen van Schotte aan de Kapellekensbaan in Aalst een centrale rol speelt. Diep jij het verhaal verder uit? Stel je een onderzoek in naar de mysteries die hier aangekaart worden? 


Geen opmerkingen: