25.1.11

Van schrijver tot bedelaar

De sleutel tot de onderwereld



Rian Visser blogt, op 23.01.2011:

Ik ben boos op uitgeverij Clavis. Ik zou u daar niet mee lastig vallen als ik de enige was. Maar deze uitgeverij komt er al jaren mee weg om haar illustratoren en schrijvers niet of veel te laat te betalen.

het lettercircus

Toen ik in 2004 een tekst bij ze aanbood (Het lettercircus) werd ik door collega’s gewaarschuwd: met Clavis kun je fijn samenwerken, ze hebben goede redacteuren, ze zijn aardig, maar ze betalen niet. Ik confronteerde de redacteur met wie ik mijn eerste gesprek had hiermee en hij vertelde dat die problemen verleden tijd waren. Ze hadden er net een intern gesprek over gehad en alles zou beter geregeld worden. Daar kon ik op vertrouwen.


Het contract
Het standaard contract van Clavis was iets anders dan van de meeste uitgeverijen. Schrijvers kregen geen voorschot. Illustratoren wel, maar die hadden meer werk (aldus de uitgever). De schrijver ontvangt zijn eerste royaltyoverzicht één jaar na het verschijnen van een boek, daarna heeft de uitgever één kwartaal de tijd om te betalen.
Stel het schrijven duurt één jaar, daarna duurt het één jaar voordat het boek in de winkel ligt: dan duurt het ongeveer drie jaar voordat je uitbetaald krijgt.
Goed, zei ik en tekende het contract.


Het volledige verhaal: Van schrijver tot bedelaar «

Mijn reactie:

Dit verhaal van Rian Visser is zo schrijnend… en zo herkenbaar. In 2002 volgde ik uitgeefster Hilde Vanmechelen die bij Davidsfonds-Infodok vertrok en haar eigen uitgeverij begon, Afijn, onder de vleugels van Clavis. Ik had met Hilde altijd uitstekend samengewerkt en zij verzekerde me dat er op dat punt niets zou veranderen, ook al was Afijn dan een imprint van een uitgeverij die toen al de naam had het niet zo nauw te nemen met het betalen van haar auteurs. Het eerste boek dat Afijn publiceerde was mijn adolescentenroman “De Engel van Mons”. Het contract, opgesteld onder supervisie van Hilde, was oké. In 2003 verscheen “Een lek in de hel”, in 2004 een herdruk van “De Rechtvaardige Rechters”, die binnen de drie maanden ook bij Afijn uitverkocht was en al meteen een herdruk beleefde. Ik was tot op dat ogenblik zonder problemen aan mijn centen geraakt (dankzij Hilde), maar toen liep het mis. Hilde ging weg bij Clavis en de betaling voor twee drukken “De Rechtvaardige Rechters” kwam er niet door. Ondertussen lagen er alweer een paar andere boeken onder contract bij Afijn: nog een herdruk (“Nu slaapt Toetanchamon”) en een nieuwe roman, “Duivelsteen”. Om een lang verhaal zeer kort te maken: na ettelijke vriendelijke, maar vervolgens steeds minder vriendelijke mails ben ik naar een advocaat gestapt, en twee processen later ben ik eindelijk aan mijn zuurverdiende geld geraakt, niet alleen voor “De Rechtvaardige Rechters” en “Nu slaapt Toetanchamon”, maar daarna ook voor “Duivelsteen”. De uitgeverij met het hart voor kinderen en jeugdboeken – en jammer genoeg niet voor jeugdschrijvers – heeft één en ander zo smerig gespeeld, dat het één van de redenen is geworden waarom ik in 2005 voorgoed ben gestopt met het schrijven van jeugdboeken.

Wordt Vervolgd & Wel Als Volgt:

Er lijkt nu toch eindelijk echt iets te bewegen. Op
http://www.deredactie.be/permalink/1.950478
kunt u het volgende lezen: "Onderzoek naar klachten over Clavis. De Limburgse investeringsmaatschappij LRM gaat onderzoeken of de aantijgingen over de Hasseltse uitgeverij Clavis waar zijn."

Hierbij wil ik wel graag van de gelegenheid gebruik maken om de uitspraak van de heer Werck tegen te spreken, "dat de uiteindelijke afrekening altijd correct was". Nadat ik mij tot een advocaat had gewend om Clavis tot een betaling te dwingen, bleken de royalty afrekeningen die mij toegestuurd werden bij herhaling onvolledig en dus volstrekt onjuist. Er ontbraken al eens 4 van de 5 boeken, of de afrekening die over een vol jaar moest lopen, ging maar tot september. Dat soort reken- en boekhoudkundige blunders dus. Logisch ook, als je een dossier waarvoor een auteur zich al tot een advocaat heeft moeten wenden om het geregeld te krijgen, laat afhandelen door iemand "die dat voor de eerste keer doet" (zoals gesteld werd in een bijgaande mail). Logisch ook, als het je enige bedoeling is de procedure zo lang mogelijk te rekken en dus de kosten voor de tegenpartij zo hoog mogelijk te doen oplopen.

Toen mijn advocaat de heer Werck wees op de zeer onvolledige afrekening die mij was bezorgd, kreeg hij te horen dat Clavis alle middelen zou inzetten "tegen de heer Bernauw en hem van kwade trouw beschuldigen om deze zaak minnelijk te regelen, wat wij ten zeerste willen".

Hoewel de uitgeverij toen al de exploitatie van mijn boeken moest stopgezet hebben, bleken die overigens nog vlot voorradig in de handel. Dat was o.a. het geval in de aan uitgeverij Clavis verbonden boekhandel Poespas, die de boeken ook meenam naar beurzen (in Aarschot heb ik dit met mijn eigen ogen kunnen vaststellen). En hoewel de restanten van de stocks moesten vernietigd worden, werden mijn boeken nog tot in 2007 te koop aangeboden bij Standaard Boekhandel in allerlei promo-pakketten.

Een breder debat?

Voor alle duidelijkheid: ik schrijf nog, maar geen jeugdboeken meer. Daar was het gehannes met Clavis een belangrijke oorzaak van, maar die beslissing had ook te maken met het al even hemeltergende gehannes, toen en nu, bij het Vlaams Fonds voor de Letteren, bijvoorbeeld. Om maar iets te zeggen. Want het helpt echt niet om op een ernstige en professionele manier met je vak bezig te zijn, als je subsidie-aanvraag bij het VFL wordt afgewezen op basis van de evaluatie van een dossier dat het jouwe niet is, waarna je in beroep kan gaan bij een commissie die voorgezeten wordt door de persoon die eerder al je commissie van Absurde Blunders voorzat.

De al te enge en door allerlei vriendjespolitieken gestuurde visie op wat "literaire kwaliteit" zou zijn, ligt m.i. mee aan de basis van een "verbijsterende" ontdekking die men onlangs gedaan heeft: dat de gemiddelde jonge Vlaamse lezer heel slecht scoort in vergelijking met zijn Europese evenknieën. De jongste tien jaar heb ik het lees- en schrijfniveau, de interesse in boeken, het bezig zijn met boeken, van jaar tot jaar en met pijn in het hart schrikbarend achteruit zien gaan.

Het zal wel met het internet te maken hebben, en met de games, en met nog zoveel andere dingen - maar het heeft naar mijn gevoel ook te maken met een klimaat dat werd geschapen door een paar belangrijke actoren: het Vlaams Fonds voor de Letteren en Stichting Lezen. Het heeft te maken met hun eenzijdige visie op "literatuur en kwaliteit", waarin je aan de ene kant van het spectrum de "high brow" literatuur hebt die alle steun verdient - en niet echt publieksvriendelijk of doelgroepgericht mag genoemd worden - en  aan de andere kant de Geronimo Stiltons & Twilights van deze wereld, die uitsluitend doelgroepgericht zijn. Thrillers met literaire kwaliteit? Bestaat niet. In de literaire grotemensenwereld oké, maar in de jeugdliteratuur? Vergeet het. Wat maakt dat het middenveld - geen "high brow", maar ook geen pulp -, verweesd is achtergebleven en overal uit de boot valt. Subsidie is ondenkbaar, in de boekhandel worden er hooguit een paar exemplaren van je nieuwe boek in het rek gezet, in de media kom je amper aan bod (want die zijn voorbehouden voor de high brow of voor de bestsellers), zelfs in bibliotheken en op scholen krijg je 't lastig om je weg te vinden.

Nu goed, zul je zeggen: wij hebben toch een Stichting Lezen? Die allerlei fijne acties onderneemt tegen de ontlezing, en subsidies toekent aan schrijvers die lezingen geven in scholen en bibliotheken? Ja hoor. Maar in plaats van toch wel aanzienlijke bedragen te spenderen aan nog maar een nieuwe meditieke actie die haar doel compleet voorbij schiet, zou men dit geld beter besteden aan de schrijvers van kwalitatief hoogwaardige, avontuurlijke, plezierige, spannende boeken uit het eerder genoemde middenveld. Want die bestaan ook, weet je. De bestseller-auteurs hebben het niet nodig (zij liggen al gestapeld in de boekhandel) en de gesubsidieerden ook niet (zij worden al voldoende gesteund) - maar de auteurs die bewust mikken op een doelgroep en daar goeie boeken voor schrijven in diverse genres...?

Ik schrijf geen jeugdromans meer en kan dus vrijuit preken, zonder ervan verdacht te worden dat voor mijn eigen winkel te doen. En ik vind het werkelijk doodjammer als ik zie hoe een kwalitatief heel sterke debutant(e) met een goed geschreven spannend en humoristisch boek dat pal op de doelgroep zit en het potentieel heeft een groot publiek te bereiken nog amper 400 tot 500 exemplaren verkoopt. Je kunt als debutant geen carrière bouwen op dergelijke oplages, je bent geen economische factor meer, je wordt veroordeeld tot hobbyisme in de marge. En wat doet Stichting Lezen? Niks. "Je moet eerst twee boeken gepubliceerd hebben, voordat wij jou gaan steunen en je met een subsidie lezingen kunt geven in scholen," zegt Stichting Lezen. En na drie, vier boeken haakt deze debutant af, een illusie armer.

Is het allemaal alleen de schuld van het VFL, Stichting Lezen, het internet, de games? Bijlange niet. Maar het zijn evenzovele factoren die meespelen in het creëren van een bijzonder onprettig klimaat. Toen ik debuteerde als jeugdauteur, in 1987, was dat bij uitgeverij Averbode en in een oplage van 4000 stuks. Mijn boek was 2 jaar verkrijgbaar in zowat alle boekhandels die naam waardig, werd door zowat alle bibliotheken aangekocht, kreeg aandacht in de pers en op de radio, en was 3 jaar later uitverkocht. De normale gang van zaken, toen. Gedurende de jaren negentig moest ik al erg mijn best doen om geen 2 à 3000 exemplaren te verkopen (een paar van m'n boeken zijn inderdaad nogal eigenzinnig en niet echt geschreven met een doelgroep in het achterhoofd). Het moest al erg tegen zitten als je geen recensie in een krant of een interview op de radio kreeg, en je boeken kwamen nog steeds vlot alle bibliotheken en boekhandels binnen. Nu spreekt men al bij 1000 exemplaren van "een succes", is het bang afwachten of Standaard Boekhandel je boek oppikt, laten steeds meer bibliotheken je links liggen en mag het al een wonder heten als je nog in de krant of op de radio komt (laat staan op televisie). Recensies van mijn boeken in De Morgen - zowel die voor volwassenen als voor de jeugd - zijn op de vingers van één hand te tellen, maar met een quote over een Clavis-rel sta je wel op pagina 3.

Er is, ongetwijfeld, een over-aanbod. Destijds, bij mijn overstap van Davidsfonds-Infodok naar Afijn (imprint Clavis), waren beide uitgeverijen in een belachelijk opbod verwikkeld, genre "Ik wil de grootste hebben" (uitgeverij). Die "grootste" werd dan afgemeten aan het aantal titels. Ik herinner mij een feestje van het Davidsfonds waar met luide trom werd aangekondigd dat men "65 nieuwe titels" in de aanbieding had. Het is onmogelijk al die titels onder de aandacht te brengen van het publiek of binnen te stouwen in boekhandels en bibliotheken, zoals het onmogelijk is die ook allemaal met de beste zorgen te omringen - wat men ook beweert. En dat geldt zowel voor de jeugd- als "volwassen" literatuur. Ik zie boeken verschijnen waar amper naar omgekeken werd, en die voorbestemd zijn een stille dood te sterven.

Ik debuteerde (voor volwassenen) in 1983 met een bundel griezelverhalen en sindsdien is de boekensector onmiskenbaar geprofessionaliseerd. In sommige opzichten is dat een zegen: ik ken een paar geweldige redacteurs, die mijn werk positief hebben beïnvloed. Maar aan het hoofd van een uitgeverij vind je tegenwoordig geen man of vrouw meer die daar staat omdat hij/zij nu eenmaal "een hart voor boeken" heeft. In het beste geval tref je er een man of een vrouw die een manager is, en in tweede instantie ook van boeken houdt. Het merkwaardige is dat er zich tegelijkertijd twee tegengestelde tendenzen manifesteren wat het schrijverschap betreft: enerzijds zie je ook meer professionalisme, anderzijds dan weer meer hobbyisme. Ondertussen heb je nu eenmaal zo ongeveer meer schrijvers dan lezers, en uiteraard kunnen al die schrijvers niet voornamelijk bezig zijn als schrijver. Ze worden veroordeeld tot schrijven in de marge van hun leven. Hun "schrijverschap" is geen economische factor meer. Het is een hobby.

Daar zit voor mijn part de kern van het probleem, ook in verband met deze hele Clavis-geschiedenis. Het schrijver-zijn wordt nog steeds niet beschouwd als een vak, een beroep als een ander. Boekhandelaren vinden het normaal dat een boekhandelaar zijn brood verdient met zijn vak: boeken verkopen. Om de boekhandelaar in staat te stellen een professioneel bestaan op te bouwen met het verkopen van boeken, verdient hij aan elk boek dat hij verkoopt 3 maal meer dan de schrijver die het heeft geschreven. En men vindt dat normaal. Bibliothecarissen vinden het normaal dat zij een professioneel bestaan kunnen leiden door boeken te ontlenen die iemand anders geschreven heeft. Om dat mogelijk te maken worden zij, en de gebouwen waarin al die boeken worden bewaard, door de gemeenschap fors gesubsidieerd... terwijl dezelfde gemeenschap de schrijver van deze boeken een fundamenteel leenrecht onzegt, en daardoor ook de mogelijkheid om - in analogie met de bibliothecaris - een professioneel bestaan te kunnen leiden met het schrijven van de boeken die de bibliotheken in stand houden (en de bibliothecarissen werk geven).

Werknemers van een uitgeverij vinden het normaal dat zij op het eind van de maand een loon uitbetaald krijgen voor hun diensten. Mocht een werknemer op het eind van de maand niét uitbetaald worden door de werkgever, zijn collega's zouden in staking gaan, solidair zijn, actie ondernemen. En terecht. Als een schrijver op komt voor precies hetzelfde recht - dat hij betaald zou worden voor bewezen diensten - kun je hooguit rekenen op enig meewarig hoofdschudden.

En ik begrijp dat. Natuurlijk. Onze broodwinning staat op het spel, meneer. En u als schrijver, och... u mag toch blij zijn dat u uw hobby kunt uitoefenen? Dat uw boek gedrukt wordt, met uw naam erop? Dat u op de Boekenbeurs mag gaan zitten signeren, in een prachtige stand? En nog koffie toe krijgt ook?

Ik zie op Rians blog veel lof voor de werknemers van Clavis. Sympathieke mensen allemaal. Ik zal dat niet ontkennen. Alleen had ik wat meer sympathie verwacht van die sympathieke mensen, toen mijn broodwinning op het spel stond. Maar ja, je kunt niet "een klein beetje solidair" zijn, nietwaar. Je bent het of je bent het niet. En het mag dan wel zo zijn dat het dankzij mij en mijn schrijfgenoten is, dat deze mensen met hun hart voor boeken ook werk gevonden hebben in het boekenvak, maar als een collega beschouwen ze mij niet. Nochtans doe ik net zo min als de magazijnier van Clavis deze job in bijberoep. Laat staan als hobby. Ik schrijf omdat het mijn passie is, jawel - mag ik ook een hart voor boeken hebben, alstublieft? Maar ik doe het al sinds 1988 op volstrekt professionele wijze.

Het zijn overwegingen als deze waardoor ik uiteindelijk ben gestopt met het schrijven van jeugdboeken. En ook omdat ik het gevoel had de grenzen van de jeugdliteratuur in alle richtingen verkend te hebben, en nu alleen nog mezelf kon herhalen. Het gedoe met Clavis heeft het proces alleen bespoedigd. Als schrijver wil ik door een boekhandelaar, een uitgever, een bibliothecaris met een minimum aan respect behandeld worden. Daar sta ik op. Werkelijk. En zowel van boekhandelaars als van bibliothecarissen zou ik op dat punt nog bloedstollende verhalen kunnen opdissen. Maar dat zal dan voor een andere blog zijn.

Wat de uitgevers betreft... Als je, zoals de heer Werck, de schrijver niet beschouwt als een productiefactor bij het "maken van een boek", en als je deze schrijver bijgevolg systematisch een eerlijke en tijdig betaalde vergoeding ontzegt, dan ben je geen uitgever, maar een producent en verkoper van bedrukt papier.

4 opmerkingen:

Iris zei

Wat eeuwig zonde, dat jouw plezier in het schrijven ZO vergald is dat je het zelfs helemaal niet meer doet. Daar schrik ik van.
Nooit overwogen om het bij een andere uitgever nog eens te proberen?

Patrick Bernauw zei
Deze reactie is verwijderd door de auteur.
Nicolaas De Schryver zei

Het zijn niet alleen maar de schrijvers en illustratoren die problemen hebben met Uitgeverij Clavis. Ook de productiebedrijven die de boeken drukken of afwerken (boekbinders) krijgen hun geld maar na superlange betalingstermijnen (120 dagen of meer) of juridische stappen.
Het is vandaag de dag niet gemakkelijk in de boekenwereld maar de spelletjes van Clavis (familie Werck) zijn totaal niet aanvaardbaar.

Nicolaas De Schryver
SVK Boekbinderij

Anoniem zei

Patrick, het is zo herkenbaar wat je allemaal schrijft. Al die heilige huisjes. We moeten voortdurend onze mond houden: we mogen niet reageren als we niet betaald worden, we worden genegeerd als we een andere visie hebben over jeugdliteratuur of leesplezier dan die van het VFL of de Stichting Lezen, we mogen ons niet verdedigen als een recensent een onheuse mening is toegedaan. Een auteur is gedoemd om te leven in een kluizenaarsbestaan. Ik ben er om dezelfde reden als u mee gestopt. Met lede ogen zie ik dat het nog steeds geen haar beter is, integendeel. Ik wens alle auteurs een hart onder de riem te steken. Zomaar, omdat jullie het echt wel verdienen.