24.4.15

De Nazi Schat van Mittenwald: Het Dossier Lepage 02 - De Antoniuskapelle / Het Tonihof

Wat voorafging:
Dossier Lepage 01 - Enden der Tanz

www.rauna.eu (Onthullingen op de website van Ysa Pastora):
Als je Hammer optelt bij Edelweiss (en Buckelwiesen) en dat combineert met het jaartal 1959 en de Heilige Antonius, kom je automatisch uit bij de Antoniuskapelle... en dus bij de fictie die Hammer heeft gecreëerd. Want àchter de code die naar de Antoniuskapelle leidt, zit nog een andere code, dieper geworteld en verder vertakt, die naar het Ware Punt leidt:
Hammer + Edelweiss + 1959 + Antonius


Wo Matthias Die Saiten Streichelt
Edelweiss über Schwarzwald
Kein Wasser Kalt
Predigtstuhl, Kreuz u. Kranz      


In de wiskunde kent men de 5 axioma’s –of postulaten- van Euclides en iedereen die de middelbare school gevolgd heeft zal deze axioma’s ooit hebben geleerd. Het 5e axioma van Euclides, dat ook het parallellenaxioma wordt genoemd, kent een alternatieve formulering die bekend staat als het postulaat van Playfair.
De formulering luidt dan:

-Door een punt buiten een rechte gaat precies één andere rechte die die eerste rechte niet snijdt.

of:

-Door een punt buiten een rechte gaat precies één andere rechte die parallel ligt aan die eerste rechte.

Met andere woorden: men kan perfect een rechte definiëren als men er één punt van kent en als men haar richting kent.

Dat is nu precies wat er gebeurt in de eerste vier stukjes tekst van de pastoorsbrief.

In de tweede bijlage bij deze tekst leg ik uit hoe ik ertoe gekomen ben om aan Euclides te denken en verklaar is waarom dit ook weer niet zó ver gezocht is.

Wo Matthias Die Saiten Streichelt
wijst naar de plaats Mittenwald      [*]

Edelweiss über Schwarzwald wijst naar twee plaatsen in de buurt van Mittenwald [*] maar geven samen een richting aan [**]

Kein Wasser Kalt wijst naar de plaats ‘Am Kalten Wasser’ in de buurt van Mittenwald. [**]

(Bekijk hieronder een afdruk van een stukje uit een Garmin topografische kaart van Zuid-Duitsland. ‘Am kalten Wasser’  ligt in de linker bovenhoek)



Predigtstuhl, Kreuz u. Kranz verwijst naar 3 bergtoppen rond het dal waarin Mittenwald ligt (de sierlijke M in de partituur) [*] maar geven samen een richting aan [**].                                     
We krijgen dus respectievelijk de omschrijving van (1) een punt, (2) een richting, (3) een punt en (4) een richting te lezen.

Het postulaat van Playfair indachtig trekken we nu een rechte doorheen het punt dat beschreven wordt in ‘Wo Matthias Die Saiten Streichelt’ in de richting die beschreven wordt in ‘Edelweiss über Schwarzwald’.  

Vervolgens trekken we een rechte doorheen het punt dat beschreven wordt in ‘Kein Wasser Kalt’ in de richting die beschreven wordt in ‘Predigtstuhl, Kreuz u. Kranz’.                            
We gaan na waar deze twee rechten elkaar kruisen…


We komen nu terecht op het terrein Buckelwiesen …


… waar een kapel staat met daarnaast een paar bomen …




en aan noordoostelijke kant een betrekkelijk grote boom waarvan het kruin over de kapel hangt.
Het Duitse ‘die Krone’ betekent in het Nederlands ‘het kruin’.

Nordost Die Krone [**]
Moet dus gelezen worden als
‘Langs noordoostelijke kant, het kruin’ of in ondergeschikte orde als ‘langs noordoostelijke kant van het kruin’.

Boom, Steen, Kruis, FXS, Othila [*]

Er kan een associatie gemaakt worden tussen runentekens en onze Arabische letters. Deze associatie is de volgende:



Als men nu de runentekens in de pastoorsbrief van boven naar onderen leest en hun associaties met de Arabische letters indachtig is, dan krijgt men volgend beeld:
[*]





‘FXS’ wijst naar de bestemmeling van de brief, dit is Franz Xaver Schwarz. [*]
Het symbool dat overeenstemt met onze arabische ‘O’ is de Othila en symboliseert rijkdom of erfenis. [*] Dus wellicht de schat.
Met moet dus op zoek gaan naar een constellatie die bestaat uit een boom met daaronder een steen in de buurt van een kruis of een boom op een rots met daarbij een kruis [*].
De O naast steen zou ook kunnen betekenen dat men moet kijken langs oostelijke kant, maar waarschijnlijker is dat de erfenis (Othila) (de schat dus) moet gezocht worden achter/onder/in een steen/gesteente. De Othila staat ook afgebeeld achter steen in de pastoorsbief.
Als men aandachtig kijkt naar de kaart op bladzijde 12 van deze tekst, dan ziet men rond de kapel op Buckelwiesen een hoogtelijn. Het is zo dat deze kapel gebouwd is op een hoger gelegen uitstulping die bestaat uit zoutgesteente [***].
Alles wijst dus naar de kapel op Buckelwiesen. Buckelwiesen is ook één van de weinige plaatsen buiten het centrum van Mittenwald die niet bebost is. Dit was voor mij een extra argument om aan te nemen dat ik juist zat bij de constructie van twee rechten die elkaar op Buckelwiesen snijden en niet in één of ander bos. Het zou toch al te gek en te verwarrend zijn om een code op te stellen die wijst naar een boom te midden van een bos. Bovendien ligt Buckelwiesen langsheen een spoorweg wat belangrijk kan geweest zijn bij het transport van goud. (zie kaart)
Dan is er nog iets met de twee horizontale strepen door het runensymbool dat overeenkomt met de ‘z’ van Kreuz. In de zovele runentabellen die ik vond op het net sprong deze hieronder afgebeeld mij in het oog.


Een dubbele horizontale lijn zou ook een afbeelding zijn voor de klinker ‘u’. ‘U’ is toevallig de eerste letter van woord unter. Dus zoeken onder een kruis dat op een rots/steen staat naast een boom? ‘Gui’ is dan weer het Franse woord voor maretak. Wat een gastplant van een boom is.
Enfin, veel aanwijzingen maar geen zekerheden. Alle beschouwingen hierboven in acht genomen leek het me zinvol om in augustus 2014 nogmaals naar Mittenwald te reizen om de kapel en de paar bomen errond nader te gaan inspecteren, wat ik ook deed…
Op zondag 24 augustus had ik een héél markante en ook leerrijke ontmoeting met twee mensen die wonen op de Buckelwiesen. De middag verliep als volgt:

Rond half twaalf in de voormiddag stapte ik het terrein met bovenliggend adres op. De ingang was versperd met een eenvoudig touw dat aan twee paaltjes die links en rechts van de oprit stonden was gehaakt. Er hing een bordje met opschrift ‘nur für Hotelgäste’. Mijn eerste plan was om een warme chocomelk te gaan drinken in de bar van het hotel dat de naam Tonihof draagt. Echter, zowel het gebouw links van mij als het gebouw rechts van mij zagen er heel verlaten uit. Ik gluurde even door het raam maar er was geen leven te bespeuren. Ik stapte een 75-tal meter verder tot aan de kapel. De kapel was afgesloten. In een opschrift kon ik lezen dat ze er pas gebouwd is in 1959. Dit was een tegenvaller want ik ging ervan uit dat ze er al moest gestaan hebben tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het viel me direct op dat er iets veranderd was vergeleken met de foto die ik kon vinden op Google-Maps. De boom langs oostelijke kant was zeker al afgezaagd, dat verried de grote wortel die niet was uitgegraven. Ik keek even rond en realiseerde mij hoe prachtig de omgeving daar wel is. Na alles goed te hebben bekeken haalde ik mijn metaaldetector uit mijn rugzak en stelde ik het ding in. En toen: tadaaa! Aan de noordoostelijke kant van de grote wortel van de afgezaagde boom duidde mijn detector metaal aan. Voor ik mijn spade wou openklappen, keek ik nog even rond en toen zag ik twee mensen die me vanop het zuidergerichte balkon op de eerste verdieping van hotel Tonihof aan het bekijken waren. Ik voelde me betrapt. Om zo normaal mogelijk over te komen stak ik even mijn hand op en besloot ik om mijn spade nog even opgeborgen te laten. Ik scande de omgeving nog wat verder af en een paar minuten later al kwam de vrouw des huizes naar mij toegestapt met de vraag wat ik aan het uitrichten was.

Ik dacht bij mezelf ‘foert’, ik zal gewoon de waarheid zeggen en ik zie wel waar ik uitkom. Ik begon die mevrouw uit te leggen dat u op de Belgische en Nederlandse televisie een oproep had gedaan om mee te helpen om de code in de pastoorsbrief te ontrafelen. Ik probeerde de woorden ‘oorlog’ en ‘Hitler’ te vermijden omdat ik weet dat dit ginds heel gevoelig ligt. Die mevrouw vertrouwde me in den beginne totaal niet, ze vroeg vanwaar ik was, waar ik logeerde, etc. Ik stelde haar gerust en toonde haar spontaan mijn identiteitskaart. Ik legde haar uit dat ik, indien ze een internetverbinding had, alles zou kunnen aantonen en dat ik zou uitleggen waarom de code volgens mij naar haar domein wees. De vrouw stelde me voor om mee binnen te gaan bij haar man. Ze hadden een tablet-pc maar omdat Buckelwiesen nogal ver van het centrum van Mittenwald ligt was de ontvangst er slecht. Filmpjes met de uitzendingen van Eénvandaag en Reyers Laat kon ik dus niet tonen…

Ik werd er goed ontvangen en kreeg iets te drinken. We zaten aan tafel in de woonkamer. Het werd me snel duidelijk dat die mensen bemiddeld zijn. Hun ruime en stijlvol ingerichte woning staat midden in een adembenemend mooi stuk natuur.  Mevrouw gaf me pen en papier en ik maakte een schets van de pastoorsbrief. Ik ken alle aantekeningen in de brief ondertussen uit het hoofd. Ze was heel erg geïnteresseerd in mijn verklaring van de code. Na een tiental minuten verscheen ook haar man aan tafel, Christian Dudek. Ik schat hem tussen de 55 en de 60 jaar oud. Hij leek me vriendelijk en joviaal maar ook verstandig. Hij was nog veel meer geïnteresseerd in mijn uiteenzetting –die ik nog eens overdeed- dan zijn vrouw. Mijn redenering over vectoren en coördinaten kon Christian Dudek perfect volgen en hij was zo onder de indruk dat hij zei dat hij die avond niet zou slapen. Ik was heel eerlijk en vertelde hem alles wat ik wist. Ik stelde hem ook voor om mijn interpretatie van de code naar het Engels te vertalen (omdat ik geen Duits ken) en hem die per post toe te sturen. Hij was héél erg geïnteresseerd. Ik legde hem uit dat ik mijn metaaldetector niet 100% kan vertrouwen omdat het een toestelletje is in de prijsklasse van €300 à €400. [Garret Euro Ace, €339] Christian beweerde iemand te kennen die in de buurt van München woont en over een professionele bodemscanner beschikt. Hij zou de volgende dag al (dus op maandag 25 augustus 2014) contact opnemen met die persoon. Dit had wel kunnen kloppen vermits Christian Dudek naast eigenaar van Hotel Tonihof ook nog zaakvoerder is van een architectenbureau in Mittenwald. Architecten kennen nu eenmaal mensen die een bodemonderzoek kunnen verrichten.

Het gesprek evolueerde in de richting van een informatieruil. We wonnen onbewust elkaars vertrouwen door meer en meer informatie te geven. Christian vertelde me hoe het er in Mittenwald aan toeging voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog en hij wist verrassend veel over die periode...

Nadat Adolf Hitler in 1933 verkozen werd, kwam hij regelmatig in Mittenwald. Adolf Hitler was Oostenrijker en tijdens zijn reizen naar zijn thuisland was Mittenwald zijn vaste stopplaats. Hij verbleef in de Lüttenseekazerne. Die kazerne was als het ware het hotel voor de hogere Duitse officieren. Het was een eer en een erkenning om in de Lüttenseekazerne te mogen verblijven. Er vonden in die kazerne in die periode belangrijke vergaderingen plaats en er werden ook belangrijke beslissingen genomen.

Adolf Hitler was ook verzot op de streek rond Mittenwald. Zo had hij zijn oog laten vallen op het prachtige plaatsje Gerold dat op een paar kilometer in noordwestelijke richting van Mittenwald ligt. Hitler wou er later gaan wonen ofschoon de plaatselijke bevolking daar niet echt mee opgezet was.

De Nazi’s hadden in die tijd ook nog bouwplannen in Mittenwald. Tweemaal raden waar… , jawel, … op Buckelwiesen! In de loop van de jaren 1930 werd de Reichsarbeitsdienst opgericht. Vooraleer jonge mannen hun militaire dienst gingen vervullen moesten ze eerst nog een paar maanden werken voor de Reichsarbeitsdienst (RAD). Die RAD was niet weinig actief op Buckelwiesen. Gedurende de jaren 1930 werd het terrein Buckelwiesen met de hand afgegraven en onderhouden door jonge mannen van de RAD. Het terrein werd klaargemaakt voor de grote bouwwerken. Buckelwiesen was perfect gelegen als militaire bouwlocatie. Het terrein ligt in een dal, in de nabijheid van twee andere kazernes (Lüttensee en Edelweiss) en het ligt vlak aan de Mittenwaldbahn. Afgegraven materiaal afvoeren en bouwmateriaal aanvoeren kon perfect, de trein kon immers stoppen langsheen het terrein. Militair materieel en personeel zou later ook perfect over de spoorweg kunnen worden verplaatst. De barakken waar de jonge mannen van de RAD sliepen, waren gelokaliseerd ten zuiden van Buckelwiesen, net over de spoorweg am Schmalensee. De locatie is te bekijken op het kaartje in dit dossier.

Op dat kaartje ziet men rond het hotel Tonihof ook twee hoogtelijnen. Dit is een naar boven uitstulpend rotsachtig deel. Meer bepaald bestaat de ondergrond daar uit zoutgesteente. Zoutgesteente werd wel meer gebruikt om iets in te verstoppen. Vanwege die ondergrond waren de nazi’s niet erg geïnteresseerd om ook daarop te bouwen.

De boom, de steen en het kruis uit de pastoorsbrief corresponderen wel degelijk met de werkelijkheid uit die periode. De kapel op Buckelwiesen is gebouwd in 1959. Tot 1959 stond er inderdaad een groot kruis op die locatie. Christian Dudek beweert nog foto’s en filmmateriaal uit zijn kindertijd te bezitten en zou daarop gaan kijken wat de exacte locatie van het kruis toen was. Geleidelijk aan kwam ik dus meer en meer te weten… Christian woonde dus in zijn kindertijd al op Buckelwiesen. Hij heeft het stuk grond naar zijn zeggen geërfd van zijn grootvader die in de jaren 1930 een belangrijk militair zou geweest zijn… Ik voelde dat hij al snel spijt had van het feit dat hij er dat uitgefloept had.

Als ik Christian Dudek mag geloven, dan is het voor mij zonneklaar dat het terrein Buckelwiesen bij de nazitop én bij Adolf Hitler heel erg bekend was. De nazitop had plannen om er een nieuwe vestiging op te trekken en stelde er heel wat jonge mannen van de RAD tewerk.

Bij het afsluiten van het gesprek spraken we het volgende af: ik zou alles wat ik wist over de brief en al mijn inzichten zo goed als ik kon naar het Engels vertalen en per post opsturen naar Christian Dudek. Christian zou op zijn beurt zo snel als mogelijk iemand ontbieden om de ondergrond van zijn eigendom te laten scannen. Van zodra hij iets wist, of het nu negatief of positief was, zou hij me dit laten weten. We wisselden onze gegevens uit en Christian zei uit eigen beweging “If we find something, we’ll share it fifty-fifty”. We schudden elkaar de hand met de woorden “We have an agreement”.

Op 30 augustus 2014, een week later dus, stond ik in het postkantoor aan te schuiven met een uitgewerkt pakket voor Christian Dudek onder de arm. Ik stuurde hem een sms met de boodschap dat het pakket op komst was en binnen de minuut kreeg ik een enthousiast antwoord waaruit bleek dat hij ernaar uitkeek, maar over de bodemscanner geen woord meer.

Ik had me ondertussen ook al de bedenking gemaakt dat iemand wel goed gek zou moeten zijn om, indien hij op zijn eigendom een schat zou vinden, iemand die hij amper kent en die 900km verder woont op te bellen om de buit met die persoon te delen. In de begeleidende brief die ik op 30 augustus 2014 bij het pakket had gestopt had ik al geschreven dat ik met slechts 10% van de eventuele buit tevreden zou zijn en dat het me enkel om de voldoening van het kunnen oplossen van het vraagstuk te doen was.

Gedurende de tweede week van september 2014 probeerde ik een paar keer te bellen met Christian Dudek, echter, hij nam geen telefoon meer op. Op 13 september 2014 kreeg ik in de vooravond plots een sms waarin te lezen stond dat hij in het buitenland was en dat ik vanaf twee dagen later terug kon bellen. Dit leek me een verdacht excuus om nog wat tijd te winnen. Ik heb gedurende de derde week van september 2014 nog een paar keer geprobeerd om te bellen, maar Christian reageerde op niets meer.

Op 29 september 2014 heb ik de aangetekende brief verstuurd die ik als bijlage 5 bij deze tekst voeg. Gedurende gans de maand oktober 2014 geen reactie meer.
Ik begon het stilaan heel vervelend te vinden maar maakte me ook de bedenking dat ik me misschien te opdringerig opstelde. Alhoewel, Christan Dudek leek eind augustus 2014 héél erg aangesproken, joviaal en amicaal. Wellicht had ik me in de luren laten leggen. Christian had mij voor niets meer nodig en ik had hem nog voor alles nodig. Maar wat kon ik anders doen? Ik bevond me op privéterrein.

Alhoewel ik eerder al met u, geachte heer Hammer, per e-mail contact had gehad testte ik Christian Dudek nog eens met een sms. Ik geef toe dat dit niet heel erg eerlijk meer was tegenover hem, maar ik had toen al in de smiezen dat Christian Dudek met mij ook niet meer eerlijk was. Op 28 oktober 2014 verstuurde ik de volgende boodschap:

“Dear Mr. Dudek. I don’t hear anything from you anymore. Do you mind if I send my interpretation of the code in the book ‘Gezocht, Codebrekers’ to the author (Karl Hammer) ? Ignace Lepage, Belgium.”
Blijkbaar heb ik Christian met deze sms zeer nerveus gemaakt.
Binnen het kwartier al kreeg ik het volgende antwoord:

“Dear Ignace, I tried a detector but this thing was broken so I ordered an other one to try it again the next week because we have snow now! Then I will inform you”

Dus opeens, na bijna twee maanden radiostilte, had ik weer contact. Blijkbaar is Christian Dudek dus als de dood voor het publiek worden van mijn redenering.

Hier klopt iets niet, zoveel is duidelijk…

Mijn eerste metaaldetector was stuk of ik zit in het buitenland waren wellicht voorwendsels om de boot af te houden. Wellicht heeft Christian gedacht dat mijn enthousiasme van voorbijgaande aard zou zijn en dat ik de pogingen om contact te leggen sneller zou opgeven.

Ofwel was Christian heel erg geïnteresseerd en heeft hij in augustus al de spade in de grond geplant. (En dat is wat ik eerst dacht.)
Ofwel ging Christian ervan uit dat ik van lotje getikt ben en heeft hij achter mijn rug eens goed in het vuistje gelachen. Maar dit lijkt me minder waarschijnlijk, daarvoor had hij veel te veel interesse in mijn redenering en was hij veel te benieuwd om te weten te komen hoeveel ik wist en hoe zeker van mijn stuk ik was.

Maar er zijn nog mogelijkheden …

Misschien weet Christian dat zijn grootvader (de man waarvan hij de grond geërfd heeft die in het midden ligt van een terrein waarop de nazi’s wilden bouwen) hand-en-spandiensten verleend heeft aan de nazipartij. Misschien is het net daarom dat hij zo vermogend is en dat hij me de pieren uit de neus heeft gehaald om te zien hoe ver ik stond en hoeveel ik wist.

Christian had er weet van dat Leon Giesen vorig jaar met toelating van de overheid gegraven heeft in het centrum van Mittenwald naar aanleiding van de pastoorsbrief en plots vond hij het nodig om de grootste boom naast de kapel op zijn terrein neer te leggen. Misschien kende hij de pastoorsbrief uit de kranten van vorig jaar en heeft hij een aanwijzing willen laten verdwijnen.

Het is op zijn minst eigenaardig dat Christian Dudek uit eigen beweging zei dat als er iets te vinden is op zijn terrein, hij alles met mij fifty-fifty zou delen. Waarom zou hij dit gezegd hebben? Het is heel goed mogelijk dat hij mij dit met zó veel overtuiging heeft beloofd omdat hij heel goed weet dat er niets meer te vinden is, m.a.w. dat hij dus wél weet hoe 70 jaar geleden de vork aan de steel zat? Maar dan moet mijn metaaldetector op iets anders gereageerd hebben rond de kapel.
Mathematisch en ruimtelijk inzicht zitten in de genen. Christian is architect en hij kon mijn redenering over de vectoren en de coördinaten perfect én van de eerste keer volgen. Hij kon dit eigenlijk verdacht perfect volgen. Misschien had zijn grootvader wel diezelfde gave en wist die man wat er precies aan de hand was.

Momenteel is het Hotel Tonihof gesloten. Christian Dudek, die ik tussen de 55 en 60 jaar oud schat, heeft er grootse bouwplannen. Zo groots zelfs dat ik in een lokaal bericht kon lezen dat hij problemen heeft met de bouwvergunning. Momenteel is het hotel gesloten in afwachting van de verbouwingen. Blijkbaar heeft hij dat inkomen dus niet nodig. Iemand die dit (grootse bouwplannen) nog zinnens is op die leeftijd heeft volgens mij nog wat geld op overschot. Zie bijlage 6 bij deze tekst (die later zal worden gepubliceerd - noot van Patrick Bernauw).

Waarom heeft men eigenlijk in 1959 (dus relatief kort na de oorlog) een kapel gebouwd op de plaats waar voordien een kruis stond? Was dat kruis niet goed genoeg? En met welk/wiens geld is deze kapel gebouwd? Het is ook geen klein kapelletje, het mocht dus blijkbaar iets kosten. Waarom is het uitgerekend een kapel ter ere van Sint Antonius, die patroonheilige die devote christenen aanroepen/aanbidden bij het kwijtraken/terugvinden van een waardevol verloren voorwerp? Dikwijls wordt een kapel gebouwd als dank voor iets. Voor wat? En waarom heet het hotel ook Tonihof, naar diezelfde Sint Antonius?
Naast de kapel staat nu een elektriciteitscabine. Op iets oudere kaarten vinden we op die plaats een Speicher Gebäude, wat een schuur/stapelplaats/pakhuis betekent. Waarom is die stapelplaats verdwenen? Wat lag daar precies gestapeld? Kan er in de bodem van die schuur gegraven zijn? Graven in zo’n stapelplaats heeft alleszins het voordeel dat niemand je aan het werk ziet.
Ok, dit zijn allemaal gissingen, maar het begint stilaan heel erg verdacht te worden.

Volgens mij is de kans groot dat Christian Dudek nog veel meer over de geschiedenis van Mittenwald weet dan hij aan mij wou bekennen. Het is me duidelijk dat hij alle contact met mij nu wil vermijden én dat hij bovendien héél erg verveeld zit met deze zaak. Hij negeert me volkomen, maar als ik laat uitschijnen dat ik mijn redenering publiek zou maken, dan schiet hij in een kramp. Het heeft er dus alle schijn dat hij mij wel degelijk héél ernstig neemt. Ik heb dus een groot vermoeden dat ik een héél vervelende bladzijde uit zijn familiegeschiedenis heb opengelegd. In ieder geval geloof ik Christian Dudek totaal niet meer. Hij wist veel te veel over het reilen en zeilen op Buckelwiesen 70 à 80 jaar geleden en het lijkt mij heel verdacht dat zijn grootvader een terrein bezat of heeft kunnen verwerven dat midden in een terrein ligt waarop de nazitop bouwplannen had en waarop de RAD werkzaam was.

‘Vinden’ is dikwijls iets wat volgt op ‘dolen’ en/of op het wel bekende thinking outside the box. Men mag er hier niet zomaar voetstoots vanuit gaan dat het pakket waar de pastoorsbrief naar verwijst er de dag van vandaag nog steeds ligt. Er zullen 70 jaar geleden wel meerdere mensen geweten hebben wat er écht aan de hand was en vanaf het moment dat bekend was dat de belangrijkste nazileiders overleden waren zou dit pakket wel eens een totaal nieuwe bestemming kunnen hebben gekregen en verdeeld geworden zijn onder diegenen die afwisten van het bestaan ervan. Uiteraard is dit voorlopig nog gokwerk, maar dit zou alleszins verder moeten worden onderzocht.
Ik kan me dus niet ontdoen van de indruk dat Christian Dudek meer weet over deze geschiedenis. Uiteraard moet ik er over waken dat ik me niet schuldig maak aan stalking, verdachtmakingen, huisvredebreuk of wat dan ook. Ik mag die man zijn integriteit niet aantasten en zou hem in dat opzicht best met rust laten wat ik voortaan ook ga doen. Het is noch mijn recht, noch mijn bevoegdheid om zijn eigendom nog verder te gaan bestuderen of om zijn familiegeschiedenis te gaan uitvlooien. De inhoud van de tekst in de laatste bladzijde hierboven is en blijft een reeks van veronderstellingen. Toch zeggen mijn gezond verstand en mijn intuïtie dat er in de richting die ik op deze laatste bladzijde suggereer verder moet gedacht worden en dat dit zeker nog eens zou moeten worden onderzocht indien men de pastoorsbrief écht volledig wil ontrafelen. Ik wil helemaal niet hautain klinken, maar het is me in het verleden nog nooit overkomen dat ik een oplosbaar vraagstuk niet heb kunnen oplossen. En nu, op dit moment, heb ik het gevoel dat ik ook het vraagstuk van de pastoorsbrief  heb opgelost of dat ik alleszins heel erg dicht bij de oplossing zit. Maar het is en het blijft een gevoel, bewijzen kan ik het nog niet omdat ik niet de machtiging heb om verder te gaan dan ik nu ben gegaan.

Zo, geachte heer Hammer, u weet nu hoe ver ik sta. Ik zou het geweldig vinden mocht een journalist of onderzoeker een manier vinden om op legale wijze toch tot op het bot te gaan. Zoals helemaal in het begin van deze tekst gesteld, zal ik uw drukke agenda respecteren en uw werk aan uw nieuw boek niet verstoren. U heeft als eerste de kans om met de informatie in dit schrijven verder aan het werk te gaan. Hoor ik voor 15 februari 2015 niets van u, dan probeer ik een ander journalist of onderzoeker warm te maken.

met beleefde groet,
Ignace Lepage.




PS - december 2014

In de tekst die ik opstelde in november 2014 heb ik uit slordigheid geen aandacht besteed aan de S uit FXS die niet correspondeert met de S uit BAUM – STEIN
Leon Giesen maakte me hierop opmerkzaam. 
Dit hoeft geen probleem te zijn en doet helemaal geen afbreuk aan de hoofdlijnen van de geschiedenis zoals omschreven in het boek ‘Gezocht Codebrekers’.

In de tweede en de vierde kolom staan de runentekens dicht bij elkaar, wat verantwoordt dat ze als ‘woorden’ worden beschouwd. In de eerste kolom staan de runentekens ver uit elkaar en kan men terecht vermoeden dat ze géén woord vormen. In de derde kolom staat de othila zelfs volledig apart.

Als we de eerste kolom van boven naar beneden lezen, zien we:
[febu]
[gebo]
[eihwaz]



Als we de symboliek achter de runen indachtig zijn, wordt dit:

[febu]
Het bezit van een hooggeplaatste …
[gebo]
… als geschenk …
[eihwaz]
… ter bescherming tegen invloed van anderen.

of:

[febu]
Het bezit van een hooggeplaatste …
( de persoonlijke juwelen van Hitler )
[gebo]
… als geschenk …
( geschonken (aan Werwolf))
[eihwaz]
… ter bescherming tegen invloed van anderen.
( ter bescherming tegen de bezetters van Duitsland na de oorlog)

En laat dit nu precies het onderwerp zijn waar het ganse boek ‘Gezocht Codebrekers’ over handelt!

Deze interpretatie lost het probleem van de S in FXS op. Wel wordt het gegeven dat Franz Xaver Schwarz - de vermoedelijke bestemmeling- vermeld staat in de code, hierdoor onderuit  gehaald. Maar ook dit hoeft de geschiedenis, zoals omschreven in het boek ‘Gezocht Codebrekers’, niet tegen te spreken. Als de boodschapper (Otto) wist aan wie hij de partituur moest overhandigen, dan was het overbodig om de bestemmeling in de gecodeerde brief nog eens te vermelden. De interpretatie hierboven zegt daarentegen wél waarover de partituur handelt en waartoe ze is bedoeld. Dit is een veel grotere toegevoegde waarde dan het vermelden van de naam van de bestemmeling.

Wordt Vervolgd!

20.4.15

Et Alors?

Paneel Milites Christi van het Lam Gods
met in het midden Jeanne d'Arc...
of een ridder van Saint-Antoine en Barbefosse? 


De gedreven onderzoeker Huub Kampen heeft achterhaald dat Ysa Pastora samenwerkt met Jan Lavrijsen en Anita Hart... 


Et alors?

Ysa Pastora heeft mij begin dit jaar gecontacteerd met de uitdrukkelijke vraag of ik bereid was haar overduidelijke pseudoniem te respecteren. Ze heeft namelijk een aantal goede redenen om te opereren onder een schuilnaam. Ik heb haar wens inderdaad gerespecteerd. Als dat mij voor de heer Kampen tot een oplichter maakt, so be it. Het is nochtans een courante praktijk in de onderzoeksjournalistiek dat de identiteit van een informant ten allen prijze geheim wordt gehouden, als deze die wens uitdrukt. Mijn houding is dan ook volstrekt moreel verdedigbaar, en ik zal in de toekomst alles in het werk blijven stellen om de identiteit van mijn informante - die overigens nog steeds niet gekend is door mij - te beschermen.

Ik van mijn kant heb Ysa Pastora begin dit jaar meegedeeld dat ik best bereid was een boek of vier te schrijven met de informatie die zij me zou bezorgen, maar dat ik geen zin/tijd had in onderzoek te velde en nog minder in samenwerking met andere onderzoekers. Ysa dacht immers aan het opstarten van een collectief. Ik heb in het verleden nare ervaringen gehad met dit soort collectieven: voor je het weet, raak je verzeild in oeverloze discussies, eindeloze parallelle correspondenties en allerlei onverkwikkelijke intriges en manipulaties (lees er De Slinger van Foucault maar eens op na). Of je ziet enkele jaren later de resultaten van jouw onderzoek, zonder bronvermelding, verschijnen in het boek van een ander. Met andere woorden: ik had niet de minste zin in het gedoe dat ik nu op mijn bord krijg, en ik heb dat herhaaldelijk laten weten aan een paar onderzoekers die mij contacteerden. En o ja, ik ben heel erg allergisch aan het stelen van andermans werk, omdat ik in het verleden zelf heel erg grondig werd bestolen (*).

Ysa heeft op haar beurt mijn vraag gerespecteerd en mij niet betrokken in mogelijke samenwerking(en) met andere onderzoek(st)ers. Mijn werk en verantwoordelijkheden heb ik zelf strikt afgebakend: ik zou een reeks van 4 boeken schrijven op basis van het materiaal dat Ysa mij bezorgde, en hieromtrent alleen met haar communiceren. En ik zou die boeken uitgeven met mijn eigen uitgeverij vzw de Scriptomanen. Los daarvan zou ik een website opzetten, www.rauna.eu  waarmee we publiciteit wilden genereren voor de 4 boeken.

Zo werd het afgesproken in januari 2015, en aan die afspraak heb ik mij gehouden - ook uit noodzaak en zelfbescherming. Ik ben professioneel auteur en uitgever en tot dusver brengt het Rauna Project geen brood op de plank. Ik geef per week 5 uur les literaire creatie, aan de Academie voor Podiumkunsten van Aalst; ik moet een cursus 'Scenario Schrijven' klaar krijgen in opdracht van een avondschool (deadline: eind mei); ik heb een uitgeverij te runnen (twee boeken voorgesteld in de maand april); ik organiseer al eens een teambuilding stadsspel (volgende week een detectivewandeling in Gent rond de Rechtvaardige Rechters); ik geef lezingen... Ik heb heus geen tijd om mij te verdiepen in thema's die mij niet interesseren in het kader van het boek dat ik momenteel schrijf (De Hamer van Thor) zoals de ware identiteit van Ysa Pastora (die ik niet eens wil kennen) of de personen met wie ze al dan niet samenwerkt. Het interesseert mij geen bal, geen moer, geen fluit.

Een Facebook Pagina is een noodzakelijk kwaad, dezer dagen. Je hebt het nodig voor de promotie, maar je stopt er al gauw meer tijd en energie in dan je lief is. Ik heb de kelk van Facebook aan mij laten passeren. Oké, ik heb wat vriendjesverzoeken vanuit mijn persoonlijke FB pagina naar de Pastora Community Page gedaan, ik heb bij elke nieuwe post op de website Rauna een link geplaatst op de FB Pagina van Pastora (én op een aantal andere FB pagina's, zoals o.a. de Boonapartival Pagina van vzw de Scriptomanen), en heel af en toe heb ik gereageerd op een berichtje van derden. And that's it, folks. Ik heb de Facebook Pagina van Pastora niet opgezet, heb uiteraard gezien dat 'Pastora' al eens reageerde, vond het best wel grappig (goed geschreven, gevoel voor humor), ben zelf een speelvogel eersteklas, vind dat allemaal zeer amusant... maar doe er nauwelijks of niet aan mee, omdat ik, soms tot mijn spijt, domweg geen tijd heb.

Blijken daar nu Jan Lavrijsen en/of Anita Hart of T'Hart of Nanny of voor mijn part nog een hele hoop andere lui achter te zitten... Welja, so what?  Ook dit interesseert mij in wezen geen bal, geen moer & geen fluit.

Wat de beschuldigingen betreft als zou 'Ysa Pastora' een constructie zijn die is opgezet om het werk van anderen te stelen, kan ik alleen een diepe, diepe zucht slaken. De hele Hamer van Thor die op dit moment voor zowat 90% klaar is in eerste versie komt in feite neer op een deconstructie van het 'onderzoek' dat Hammer gedaan heeft, én van alle onderzoekers die voortbouwen op de fictie die Hammer en/of Schulz en/of dames en heren achter de schermen, al of niet opererend onder pseudoniem, gecreëerd hebben. Zowat het enige authentieke en geloofwaardige in het hele boek De tranen van de wolf/Codebrekers is de gecodeerde partituur: het hele verhaal errond, opgehangen door Hammer en/of Schulz, bestaat uit... Nibelungen?

Iedere post op Rauna, zoals ook ieder hoofdstuk in het boek, pakt een bepaald thema of piste aan en zegt dan waarom het niét zo kan zijn. Het Punt waar we in het vierde boek zullen toe komen, is met andere woorden geen van de op dit moment bekende locaties. In de volgende donderdagse post op Rauna zal ik bijgevolg uit de doeken doen waarom Ysa Pastora niet gelooft dat de nazi schat nog in de Antoniuskapelle of het Tonihof te vinden is: ten eerste, omdat ze een ander Punt gevonden heeft (& wil maken); ten tweede, omdat Karl Hammer zelf té goed zijn best heeft gedaan om onderzoekers naar dit dwaalspoor te sturen. Misschien moeten al de huilende wolven van de Buckelwiesen zich maar eens afvragen waar je nog Edelweiss vindt (mijn Edelweiss-post op Rauna eindigt ermee), maar vooral wanneer en waarom Hammer twee geboortedata heeft gekregen (1959 en 1969) en waarom hij zo uitdrukkelijk poseert met het Tau Kruis, ook bekend als Antoniuskruis. Het is meteen de reden waarom Ysa al van in het prille begin als 'avatar' een personage heeft gekozen dat nu eens in verband wordt gebracht met Jeanne d'Arc (door Peter Voorn), dan weer met een Ridder van Saint-Antoine en Barbefosse.  Het personage figureert op het paneel Milites Christi van het Lam Gods, en wordt tevens geassocieerd met de Graal en de Tempeliers. Ook hiervoor verwijs ik naar mijn posts op deze site met betrekking tot Satans Lied, het werk van Peter Voorn, Stichting Topcrew, en de (*). En naar eigen boeken, zoals Het Bloed van het Lam of De Mythe van de Rechtvaardige Rechters.






(*) Ik spreek uit ervaring met o.a. mijn onderzoek naar de mysteries van het Lam Gods, of het daarmee samenhangende collectief dat begin jaren '90 gevormd werd rond het werk van Jos Bertaulet, De verloren koning en de bronnen van de Graallegende. Zie mijn posts op deze site over Satans Lied, heruitgegeven als De grootste kunstroof uit de geschiedenis, het geheim van de verdwenen Rechters. 
(Het verhaal van Jos Bertaulet, die - tussen haakjes - eveneens opereerde onder een schuilnaam, zal ik bij gelegenheid ook nog eens vertellen. Onder zijn ware naam deelde hij mij - en wellicht een paar andere onderzoekers uit het collectief - nadere bijzonderheden en details mee over zijn opzienbarende ontdekking van een heiligdom in het Zuidfranse Notre-Dame de Marceille, waar wij een radioreportage hebben gemaakt en ook een filmploeg naartoe hebben gestuurd. Je mag twee keer raden in welk boek, uiteraard zonder bronvermelding, ook deze unieke plaats weer een prominente rol kreeg toebedeeld. Hier kom je er alvast meer over te weten.)  

17.4.15

De Nazi Schat van Mittenwald: Het Dossier Lepage (01) - Enden der Tanz




Wat voorafging:

Op donderdag 16 april 2015 bezorgt Ignace Lepage uit het Vlaamse Aaigem, niet zo ver van mijn eigen woonplaats Erembodegem, mij zijn dossier met betrekking tot wat we maar De Nazi Schat van Mittenwald zullen noemen, bij gebrek aan een betere omschrijving. Eerder al heeft hij zijn Dossier Lepage openbaar gemaakt op de Facebook pagina van Ysa Pastora en op die van mij. Lepage onderneemt deze démarche als antwoord op een post die ik in opdracht van Ysa Pastora heb geplaatst op onze website www.rauna.eu, die gewijd is aan hetzelfde mysterie (Edelweiss, Edelweiss). Wat Ignace triggerde, is ongetwijfeld de vermelding van de "Buckelwiesen", helemaal op het einde van post, en de boodschap die Ysa Pastora daar meegeeft: dat zij op dit punt momenteel niet meer wil verklappen... maar dat wel zal doen, als de tijd gekomen is, in het boek De Hamer van Thor... of in één van de drie boeken die daarop nog zullen volgen. In de rand van de publicatie van het Dossier Lepage komt ook een discussie op gang met betrekking tot de identiteit van Ysa Pastora, waarbij zowel Lepage als collega-schattenjager Pieter Marinus in de richting wijzen van een derde onderzoeker, met name Jan Lavrijsen. Hiervoor verwijs ik graag weer naar de website Rauna, en meer bepaald de post Over Ysa Pastora... de Lorelei van een vierdelige Rheingold-Serie?

Hier, op mijn eigen blog, zal ik in een aantal afleveringen Ignace Lepage aan het woord laten. Zoek op Het Dossier Lepage en u zult vinden!


Fotocollage uit het Archief van Ysa Pastora 


Op 9 november schreef Ignace Lepage deze brief aan Karl Hammer:

Geachte Heer Hammer,
Naar aanleiding van ons mailverkeer van begin oktober 2014 over de pastoorsbrief of de Bormannbrief die beschreven is in uw boek Gezocht Codebrekers doe ik u dit schrijven geworden.
Ik heb u beloofd u een pakket te versturen per post waarin ik zo nauwgezet mogelijk uitleg waarom ik denk dat het héél erg waarschijnlijk is, dat ik de pastoorsbrief nu helemaal begrijp. Bij deze kom ik mijn belofte na.
Vooreerst wil ik een paar zaken kwijt:
Ik kan me perfect voorstellen dat u naar aanleiding van uw boek en uw belofte om €12000 uit te reiken aan diegene die de code verder kraakt, al heel wat zogezegde oplossingen toegestuurd hebt gekregen. Via de site codebrekers.nl en de Facebook-groep heb ik een aantal van die oplossingen kunnen terugvinden en sommige zijn werkelijk te gek voor woorden. Wellicht ben ik één iemand uit een heel lange rij van mensen die met een oplossing zijn komen aandraven. En wellicht was/is uw eerste reactie bij het ontvangen van mijn schrijven een reactie van scepticisme.
De eerste horde die ik dus moet nemen, is u overtuigen van het feit dat ik te goeder trouw en geen fantast ben. Ik stel me dus kort even voor; Ik heb een opleiding tot industrieel ingenieur genoten, ik ben 45 jaar oud en ben al 18 jaar tewerkgesteld als leraar elektriciteit en elektronica, ik was ook al eens een jaar schooldirecteur in vervanging van een directeur met ziekteverlof en was ook even leraar wiskunde. Voordien heb ik gewerkt als ontwerper van machines voor de textielindustrie. In mijn vrije tijd speel ik muziek. Ik ben altijd goed geweest in het oplossen van vraagstukken die wiskundig en ruimtelijk inzicht vergen. Wanneer men mij een vraagstuk voorlegt, dan komt het voor dat ik er in een periode van seconden door gebeten raak en dat het me niet meer loslaat tot ik de oplossing ervan gevonden of uitgewerkt heb. Dit is ook wat mij overkwam toen ik u op donderdag 13 december 2012 zag in het Belgische VRT-programma Reyers Laat. Als u mijn naam ‘google-t’ , dan zal u mij ook terugvinden op de openbare ledenlijst van Mensa België. Niet dat dit van groot belang is, toch vermeld ik het om aan te geven dat ik enigszins gecapaciteerd ben in het ontraadselen der dingen.
Tijdens de twee weken durende kerstvakantie 2012-2013 heb ik uw boek met de grootste aandacht gelezen. Voor ‘Enden Der Tanz 1o 05016 2 19’ had ik snel een verklaring, maar de tekst ‘Kein Wasser Kalt’ kon ik niet thuisbrengen en ik zag ook de reden niet waarom de stukjes tekst in die volgorde tussen de muzieksystemen zijn geschreven en niet in een andere volgorde. Toch ben ik in het voorjaar van 2013, meer bepaald in de periode van april tot juni 3 keer, jawel, 3 keer, in Mittenwald geweest om uiteindelijk te moeten vaststellen dat mijn spoor doodliep. Er zaten te veel losse eindjes aan mijn redenering, ik besefte dit zelf heel goed en ik kon gewoonweg niet verder. In juni 2013 was ik zinnens om de pastoorsbrief te laten voor wat hij is. Tijdens de zomervakantie van 2014 kreeg ik een ingeving die me een heel eind verder heeft gebracht. Omdat het vraagstuk me maar niet losliet ben ik in augustus 2014 terug naar Mittenwald gereisd en die keer ben ik met het gevoel naar huis gekomen dat de kans dat ik juist zat heel wat groter is dan de kans dat ik verkeerd zat. Tot op heden kan ik het nog niet met 100% zekerheid bewijzen, maar u zal verder in deze tekst lezen dat alle aanwijzingen en feiten die ik tot op heden heb kunnen verzamelen naar één en dezelfde plaats en persoon wijzen.
In de tijd tussen december 2012 en vandaag is ook mijn motief om de code verder te kraken geëvolueerd. In den beginne deed ik het voor de eer en voor de prijs van €12000. U moet weten dat ik totaal geen Hitler- of nazisympathisant ben en ik zou er me ook totaal niet goed bij voelen om mezelf maar één euro te verrijken met geld van één van de meest brutale volksmenners uit de geschiedenis. Dit geldt niet alleen voor een eventuele schat, maar eigenlijk ook voor het bedrag dat u uitlooft aan diegene die de pastoorsbrief verder ontrafelt. Ik zou het veel interessanter vinden mocht u nog wat tijd en middelen vrijmaken om de spreekwoordelijke laatste steen te gaan omkeren dan om er me een beloning mee uit te keren, gesteld dat ik de code volledig heb gekraakt wel te verstaan. Mocht er -en ik spreek hier heel erg in de voorwaardelijke wijs- voor de vinder juridisch gezien een geldelijk voordeel vasthangen aan het vinden van de schat, dan schenk ik dat bedrag gegarandeerd voor de volle 100% weg aan een goed doel.
Om de inleiding van dit geschrijf af te ronden nog dit: indien u er het bijltje bij neerlegt, zoals u schrijft in een mail aan mij begin oktober 2014, dan hoop ik dat er zich misschien een andere journalist of onderzoeker geroepen voelt om het vraagstuk verder uit te klaren en wereldkundig te maken. U zal verder in deze tekst lezen waarom ik momenteel niet verder kan. U schreef me dat u aan een nieuw boek aan het werken bent en dat u door de complexe inhoud ervan momenteel geen tijd kan vrijmaken om u nogmaals over de pastoorsbrief te buigen. Begin volgend jaar zou u daar eventueel terug weer wat tijd voor hebben. Daar er voor mijn part geen haast bij is, zal ik uw agenda en ritme respecteren en tot 15 februari 2015 de lippen stijf op elkaar houden. U kan er dan de eerste 6 weken van 2015 nog eens rustig over nadenken en me laten weten of u mijn schrijven ernstig genoeg neemt en de inhoud ervan wil gebruiken om nog even verder te zoeken. Als mijn inzichten uw interesse genieten en u de zaak Mittenwald nog eens op uw bureau wil nemen, dan heeft u dus als eerste de mogelijkheid om dat te doen. Als de zaak u echter totaal niet meer interesseert, dan zal ik mijn inzichten en ervaringen overmaken aan de redactie van AVROTROS Eenvandaag en aan de redactie van VRT Reyers Laat, de programma’s waarin u de oproep deed. Ik zou het geweldig vinden mocht een professioneel journalist de eigenaar van het stuk grond waarvan ik vermoed dat de schat er ligt (of lag) aan de praat krijgen. Naast de redacties van Avrotros en VRT zijn er wellicht nog andere mensen, al dan niet journalisten, die eventueel willen doorgaan tot het einde.
De man die eigenaar is van het landgoed waar de pastoorsbrief naar verwijst is volgens mij Christian Dudek (..., ...). Die man is architect en hoteleigenaar.
Initieel nam hij mijn redenering héél ernstig en hij beloofde mij dat hij bij eventuele vondst van een schat alles met mij zou delen. Hij heeft me alles wat ik wist ontfutseld. Helaas voor mij, leent mijn eerlijkheid zich daartoe. Vanaf het moment dat ik hem alles had overgemaakt wat ik weet en vermoed hult hij zich volledig in stilzwijgen. Om in deze tekst niet al te zeer van de hak op de tak te springen beperk ik me voorlopig tot dit gegeven.
(...)

Hoe de code mijns inziens moet geïnterpreteerd worden:
De brief is door Martin Bormann opgesteld en verzonden van Berlijn naar Beieren.
De bestemmeling was Franz Xaver Schwarz. Martin Bormann gaf in Berlijn de brief mee aan priester Otto die hem naar Franz Xaver Schwarz moest brengen. Als Schwarz de brief onder ogen zou krijgen, dan zou hij onmiddellijk begrijpen wat de brief wou zeggen. [*]
Zowel muziek als nauwgezetheid (ook in het versturen van boodschappen) zal Martin Bormann wellicht in de genen hebben gezeten. Zijn vader, Theodor Bormann, was trompettist in een regiment en later klerk in een postkantoor. Martin Bormann had eender welke partituur kunnen gebruiken om er een code in te verstoppen of te laten verstoppen, maar hij koos voor een ‘Marsch-Impromptu’.

Marsch Impromptu                        [**]

Het elektronisch Van Dale Groot woordenboek der Nederlandse taal definieert het woord mars o.a. als:

./       (militair) uitvoeringsbevel om zich in beweging te zetten of een bep.
         handeling uit te voeren
./       (krijgswezen) militaire tocht
./       trommelslag, signaal met blaasinstrumenten of muziekstuk,
         waarvan het ritme het marcheren regelt

Een mars kan dus zowel een wandeling betekenen die geregeld wordt door een muziekstuk als een muziekstuk dat een wandeling regelt. [**]



Impromptu betekent:
./       Onvoorbereid en snel ten uitvoer gebracht.
Het zou best kunnen dat deze code inderhaast is opgesteld volgens een methode die niet de moeilijkste methode om kraken is. We weten dat de Duitsers beschikten over heel ingewikkelde versleutelingsmethoden en –machines zoals de bekende Enigma. De gebruikte code in de pastoorsbrief is er duidelijk één waarvoor men geen decodeermachine nodig heeft om ze te begrijpen.



Gans onderaan de partituur vinden we:

Enden der Tanz                   1o 05016 2 19          [**]

Een ‘dans’ is een beweging op het ritme van muziek en kan dus perfect begrepen worden als een synoniem voor het woord ‘mars’.
Wat we hier lezen is:
Eindpunten van de mars:    1o 05016 2 19
Als men een lijn (of een vector) kan tekenen die de eindpunten van de mars aangeeft in de vorm van een coördinatenverschil, en men kent de plaats waar de mars begint (in dit geval Berlijn) dan weet men ook waar de mars eindigt. (in dit geval Mittenwald)
Ik toon hier kort aan dat 1o 05016 2 19 het coördinatenverschil weergeeft tussen Berlijn en Mittenwald. In de bijlage maak ik een paar beschouwingen waaruit blijkt dat de kans dat ik dit juist interpreteer wel héél erg groot is.
[a]  1o                   [b]  05016                        [c]  2  19

[a]  1o    Moet gezien worden als offset of verschuiving om te vermijden dat de coördinaten al te gemakkelijk leesbaar zijn.
Als men 1o ziet als een getal dat bestaat uit 2 cijfers, dan staat ‘1’ op de plaats van de tientallen en staat de letter ‘o’ op de plaats van de eenheden.
Als men aan coördinaten denkt en met ziet de letter ‘o’, dan denk ik spontaan aan de eerste letter van het woord oost.
‘o’ Is eveneens de 15e letter van het alfabet en moet dus de waarde 15 hebben.
Op de rang van de tientallen staat dus 1 x 10 of gewoon 10.

Op de rang van de eenheden staat dus 15 x 1 of gewoon 15.
De 15 is verbonden met de oosterlengtecoördinaat omdat ze afkomstig is van de letter ‘o’ die de eerste letter van het woord oost is. Ik neem dus aan dat de 15 de offset of verschuiving is van de oosterlengtecoördinaat. (In bijlage 3 van deze tekst leg ik uit waarom dit consequent is met de rest van de coderingswijze)

We kunnen dus aannemen dat de 10 verbonden is met de noorderbreedtecoördinaat en dat de 10 dus de offset of verschuiving is van de noorderbreedtecoördinaat. (In bijlage 3 van deze tekst leg ik uit waarom dit eveneens consequent is met de rest van de coderingswijze)


[b]    

De eerste 0 is gescheiden van de 5 door haar verticale verplaatsing.
De tweede 0 is gescheiden van de 16, eveneens door haar verticale verplaatsing.

We moeten de eerste 0 dus los zien van de 5 en we moeten de tweede 0 dus los zien van de 16.
Hier worden de 5 en de 16 dus gescheiden door een 0. Nullen die voor een getal staan verliezen hun betekenis in ons talstelsel. Het zijn enkel de nullen achter een getal die de voorliggende getallen belangrijker maken, per rang wordt hun gewicht 10 keer groter.

[c]
2 en 19 kunnen niet anders geïnterpreteerd worden als 2 en 19.

We herschrijven ,
[a]     10(N)  15(O)           [b]     5        16      [c]      2        19

De grootte, zin en richting van een vector worden ondubbelzinnig vastgelegd door het coördinatenverschil van het eindpunt en het beginpunt van die vector.


We trekken dus de waarden gevonden in de offset of verschuiving [a] af van de waarden in [b] en [c].

coördinaten(verschillen) in code           noord               5°        16’       oost                 2°        19’
 -  verschuiving  ’1o’                             noord   -                       10’       oost          -                 15’

= eindpunten                                    noord              5°          6’       oost                2°          4’
van de mars

of Enden der Tanz


En inderdaad, de eindpunten van de mars liggen 5° en 6’ uit elkaar in noordelijke richting en liggen 2° en 4’ uit elkaar in oostelijke richting.


‘Enden der Tanz  1o 05016 2 19’ zegt dus hoe ver het beginpunt van de mars en het eindpunt van de mars uit elkaar liggen.
Wie deze redenering de eerste keer leest zal wellicht vinden dat ze een groot ‘hokus-pokus-gehalte’ heeft. Echter, dat heeft ze helemaal niet. Wie aan vectoren denkt, denkt  aan coördinatenverschillen, wie in een opgave van coördinaten een ‘o’ ziet staan denkt automatisch aan oost, en wie cijfers een letters door elkaar ziet staan (zoals bijvoorbeeld in een hexadecimaal getal) kent intuïtief de waarde 15 toe aan de letter ‘o’ omdat de ‘o’ de 15e letter van het alfabet is. En voilà, we zijn er!
Bovendien kan het niet anders of er moet in de pastoorsbrief een pakketje informatie staan dat zegt dat Mittenwald de eindbestemming van de mars is. Gebruik makend van de overige informatie komt men, vertrekkende vanuit Berlijn, nooit in Mittenwald terecht.

Als vastligt dat de mars vertrekt in Berlijn en dat de eindpunten van de mars 5°6’N en 2°4’O uit elkaar liggen, dan ligt meteen ook vast dat Mittenwald het eindpunt van de mars is. 


Ignace Lepage / Wordt Vervolgd!

Populaire berichten