20.3.17

Frankenstein... The Making Of (Rekwisieten & Kostumering)


Gezuster Karamazov 1

Het is algemeen bekend dat het Monster van Frankenstein volledig uit gerecycleerde onderdelen bestaat. Dat is ook het geval met de toneelproductie van Jetie+ waarin dit Monster een centrale rol speelt: alle info hier!




In de handleiding Hoe maak ik een Fatsoenlijk & Hardwerkend Mens lezen we hierover het volgende: "Benodigdheden: vijf kilo plaaster, tien meter koperdraad, drie konijnenvellen, een plank van acht op tien centimeter ­ ongeveer acht millimeter dik, kaarsvet, zes meter varkensdarm, schuurpapier, een schaar..." 

Gezuster Karamazov 2

Voor de regie van het stuk Frankenstein, of het geheim van Smrntwsk van Hugo Matthysen leek het mij dan ook aangewezen deze aanpak door te trekken bij de rolverdeling, en uitsluitend te werken met gerecycleerde acteurs & trices. Om de ex-Jeties duidelijk te definiëren als tweedehands materiaal, worden ze dan ook consequent Jetie+ (spreek uit: Jetieplus) genoemd. Ze hebben immers als het ware een tweede leven gekregen.

Gezuster Karamazov 3

Het concept om uitsluitend 100% gerecycleerd materiaal te gebruiken, werd ook doorgetrokken wat de rekwisieten betreft. Zo wordt er uitsluitend gebruik gemaakt van afval, gerecycleerd uit de daartoe bestemde vuilnisbakjes. Uiteraard desinfecteren wij dit eerst grondig, zoals hierbij wordt gedemonstreerd door de eeneiïge vierling, beter bekend als Gezusters Karamazov 1, 2, 3 en 4. 

Gezuster Karamazov 4

Wat de kostumering betreft, werd deze artistieke en ethisch-esthetische lijn vanzelfsprekend doorgetrokken. Door onderstaande fotoreportage wordt bijvoorbeeld geïllustreerd hoe drie Jetieplussers erop uit gestuurd werden om enige min of meer passende kostuums bij elkaar te scharrelen.










15.3.17

OER - De wortels van Vlaanderen (Katharina Van Cauteren)

OER - De wortels van Vlaanderen 
Vlaamse kunst tussen 1880 en 1930 

Katharina Van Cauteren 


Dat is Vlaanderen! Dat is het schoon, oud Vlaanderen, gelijk wij het zien op de oude schilderijen die ons overgebleven zijn. - Gustave Van de Woestyne.

OER is een boek over wortels. Over wat het betekent om Vlaming te zijn. Over hoe kunstenaars als Emile Claus, Valerius De Saedeleer, George Minne en Gustave Van de Woestyne al bij het begin van de twintigste eeuw heimwee koesteren naar het Vlaanderen van hun dromen. Ook de werken van James Ensor, Rik Wouters en Léon Spilliaert konden nergens anders ter wereld tot stand komen dan hier, in 'le plat pays'. En na de Eerste Wereldoorlog brengen Constant Permeke, Gust. De Smet, Frits Van den Berghe of Edgard Tytgat de kijk van kunstenaars 'van hier' op de wereld 'van hier'. Zo is dit boek een zoektocht naar wat Vlaanderen is, was, of kan zijn. 

Aan de hand van essays, gedichten en mijmeringen wekt OER de brede culturele context van het Vlaamse belle époque en het interbellum weer tot leven. Daarbij gaan ook kunstenaars, academici, verzamelaars en opiniemakers van vandaag op zoek naar hun 'roots'. Want het verleden is springlevend. OER gaat over u en mij.




Gisteren de opening meegemaakt van een prachtige tentoonstelling in het Caermersklooster, Patershol, Gent: www.oer.vlaanderen (te bezoeken van 15 maart tot 6 augustus, van dinsdag t/m zondag, van 10 tot 18 uur). En ook voor het eerst een schitterend boek in de handen gehouden, waarvan ik het genoegen had de redactie te doen. Zelf kon ik me bovendien nog helemaal uitleven in een bijdrage over drie van mijn dada's, onder de noemer De Vlaamste Vlamingen schreven in het Frans (en dan heb ik het natuurlijk over Maurice Maeterlinck, Emile Verhaeren en Georges Rodenbach). En een poëtisch Oud-Vlaams Triptiek in dit OER-boek publiceren, waarvan ik hier graag het middendeel overneem:

II. De Begijnen van Vlaanderen


Wat moeten wij nog beginnen
met de gebeden der begijnen?

Zij zijn uitgeveegd.
Hun God van terracotta
knarste in de voegen van de tijd
en barstte.

Zij bleven maagden voor het leven
als die Ene. Geen zaad
zocht zich verloren
in hun schoot. Zij bleven

schamel, gingen dood.
Zij versteenden.
Hun dagen van glorie bedorven,
verstorven. Steeds kleiner

als een trein die verdwijnt
in nacht en nevel –
fata morgana’s, gal en wind
en as en al de kinderen

die ze nooit baarden. 
Alleen en toch zij aan zij
liggen ze nu met de zonden
die ze vergaarden.


Onder een steen.