7.11.09

Scharpenelle 01 - Elf November


UIT HET DAGBOEK VAN ISABEL SCHERPENEEL:

Het is de elfde november van het jaar negentien achttien.
Hoe oud ben ik? Vijf jaar? Zes? Zeven? Acht?

Papa heeft taart gekocht voor mijn verjaardag.
En ook om de Wapenstilstand te vieren, natuurlijk.
De Grote Oorlog is eindelijk voorbij.

Er staan zes kaarsjes op de taart. Zes.
Ik blaas vier kaarsjes uit. Vier.


Ik kan amper schrijven.
Toch schrijf ik die avond mijn eerste gedicht.
Ik schrijf het in een soort plakboek,
een dagboek.

Het gedicht is eigenlijk een sprookje. Een wreed sprookje.
Ik geef het een titel mee: ‘Vlam!’
Een ondertitel: ‘Eerste sprookje van Isabel Scharpenel.’


Waarom? Daarom.
Omdat hij het zo wil.

Mijn onzichtbare speelkameraad,
die ik de Onbekende Soldaat heb genoemd,
fluisterde mij in het oor:

‘Een sprookje of een gedicht –
noem het zoals ge wilt.
Maar schrijf het voor mij, Isabel.
’t Zal uw eerste werkje zijn,
maar lang niet uw laatste.’

En als ik vroeg: ‘Waarom?’ –
antwoordde hij: ‘Daarom.’


Geen opmerkingen: