28.5.10

Scharpenelle 26 - Visioenen




Ik droomde diep:

‘Waarom ben je gekomen?’ vroeg mijn Onbekende Soldaat. ‘Waarom ben je gekomen, met je witte vleugels wijd gespreid?’

‘Ik heb het je beloofd,’ zei ik. ‘Toen ze mij van jou afgenomen hebben en jou van mij, heb ik het beloofd.’

‘Soldaten huilen niet, mijn Onbekende Soldaat. Kom, huil nu maar niet meer, want ik beloof je dat ik er altijd zal zijn voor jou, zoals jij er altijd voor mij bent geweest.’

‘Roep mij en ik kom, mijn Onbekende Soldaat. Roep hard, want de kanonnen maken veel lawaai. Roep heel erg hard, zodat ik je overal kan horen. En ik zal komen.’

‘Als wij maar diep genoeg dromen,’ knikte hij.

Toen werd ik wakker:

Ik ben geen visioen!

Ik riep het uit. En hij...

Hij wachtte op mij. Hij stond op wacht voor mij. Hij verwachtte mij.
Eén twee drie vier vijf zes zeven acht…
Kameraden vielen in de nacht.
En acht lange jaren en nog langer stond hij op wacht.
En telde de sterren van de nacht.

En toen ben ik gekomen.
Ik heb zijn roep gehoord. Hij heeft mij opgeroepen.
Hij heeft mij bezworen te komen met mijn witte vleugels wijd gespreid.
Nu en tot in de eeuwigheid.

Ik ben zijn lieve kleine bengeltje.
Zijn bewaarengeltje.




‘De directeur zal zeggen dat ge een visioen zijt,’ fluistert mijn Onbekende Soldaat. ‘Dat het door de shell shock komt dat ik u hoor en dat ik u zie. Hij zal zeggen dat ge een hallucinatie zijt, teweeggebracht door afschuwelijke dagdromen, want ge zult verschijnen te midden van verschrikkelijke nachtmerries. Maar wat weet de directeur ervan!? Niks weet hij ervan!’

‘Gij zijt geen visioen! Gij zijt mijn Woord dat Vlees geworden is!'

20.5.10

Scharpenelle 25 - Lied voor een Engel




Met een foto in je zak

en een helm op je kop

sta je daar op wacht,

vertelt iemand een mop.



En er is iemand die lacht

en er is iemand die richt

en een kogel met je naam op

treft jou in het gezicht.



En een kleine lieve engel

kust je kapotte kop,

en een kleine lieve bengel

komt en tilt je op.






En een stuk van je kaak

spatte rood in het rond

en je witte tanden lagen

in de modder op de grond.



En je bleef achter

in het donker en de kou

en je kon alleen nog wachten

op de dood die komen zou.



Maar een kleine lieve engel

kuste je kapotte kop,

een kleine lieve bengel

kwam en tilde je op.

12.5.10

Scharpenelle 24 - Jeannette Elisabeth Shrapnell


MONOLOOG VAN  DE ONBEKENDE SOLDAAT:

Stel u de lente voor van het jaar negentien vijftien.
Beeld u vijf brave piotten in, die tussen het puin van een afgevlamd huis ergens achter de IJzer een meisje vinden van drie, vier jaar oud of daaromtrent.
Ze geven de vondelinge een passende naam om onder te schuilen.
Jeannette Elisabeth Shrapnell.

Goed, goed. Gij heet Scherpeneel. Isabel Scherpeneel.
Maar gij hebt ook een geheime naam: Isabel Scharpenel.
En onder die geheime naam luistert ge naar de stem in uw hoofd – de stem die gij alleen kunt horen, de stem van uw onzichtbare speelkameraad.
Ge noemt hem Sansparole, de Onbekende Soldaat.

Hij zingt.

‘Scharpenel-Schrappenel-Shrapnell,’ zingt hij.

Ge schrijft gedichten onder uw schuilnaam.
Ge schrijft de wrede sprookjes die ik u heb ingefluisterd onder de schuilnaam Isabel Scharpenel.
Schuilt uw ware zelf ergens onder uw schuilnaam?
Schuilt Jeannette Elisabeth Shrapnell ergens onder uw geheime naam?

Haar vader zou gevlucht zijn, haar moeder omgekomen bij een bombardement. Petrol in haar hol.





De vijf piotten nemen het meisje in hun midden op, ze noemen het ‘hun bengeltje’.

Ze wordt hun mascotte, hun bewaarengeltje.

De vijf brave piotten dienen hun bewaarengeltje af te geven, want zij moeten naar het front marcheren.
De vijf piotten – één twee drie vier vijf – zweren dure eden.
En gij ook, ma belle Schrappenelle. Gij ook.
En we zingen d’r met z’n allen een liedje bij.
Luister maar, luister…

‘Ik zeg u geen vaarwel, Shrapnell.
Dra zien w’elkander weer…
Als de vrede weer komt in het land
dan zien w’elkander weer…’

Ge hebt het mij beloofd, Shrapnell. Ge hebt mij geen vaarwel gezegd.
En wij hebben u achtergelaten.
In een militair hospitaal.
In De Panne.

‘k Heb nog een liedje voor u geschreven. Speciaal voor u.

‘Kom laat mij u vertellen
van ’t gekende oorlogskind,
ma belle Schrappenelle -
zij werd zo zeer bemind.


Met vijven trokken wij ’t lot
wie haar dan mocht erven.
Papa gevlucht en mama dood –
wij zullen toch niet allen sterven?’

En we hebben nog een foto gemaakt, voor een prentbriefkaart…

‘k Had die op zak toen we met ons vijven in de Dodengang de dood tegemoet gingen.

1.5.10

Het Ware Verhaal van Calamity Jane.... in Schellebelle!




In het vorige millennium maakte ik samen met onder meer Paul Coppens en Guy Didelez deel uit van het schrijverscollectief de Scriptomanen, waarmee we toen vooral scenario’s schreven voor televisie (o.a. de jongerensoap Wat nu weer!?) en toneelproducties maakten. Op een van onze vergaderingen had Paul een boekje meegebracht, getiteld Brieven van Calamity Jane aan haar dochter. Het was uitgegeven in de jaren zeventig bij de “feministiese” uitgeverij De Bonte Was in Amsterdam. Volgens Paul, die mijn voorliefde voor historische thema’s kende, was het echt iets voor mij. En inderdaad was het meteen pats-boem “liefde op het eerste gezicht” met deze “autobiografie in briefvorm” van de grootste heldin van het Woeste Wilde Westen, Calamity Jane… die tegelijk ook al eens “de grootste leugenares” van de Far West werd genoemd.

In de brieven die Calamity Jane wel geschreven had, maar die ze nooit had verstuurd – omdat ze het niet durfde – vertelde Jane hoe ze die andere grote mythe van de Far West leerde kennen: revolverheld, rokkenjager en beroepsgokker Wild Bill Hickock. En hoe hun dochter Janey geboren werd, die ze voor adoptie afstonden aan een rijke Engelse koopvaardijkapitein en zijn onvruchtbare echtgenote. Janey groeide op in het “beschaafde” Engeland tot een elegante jongedame, die niet wist hoe haar ware ouders furore maakten in de Far West, vloekend, zuipend en wild om zich heen schietend… Tegen het einde van haar leven aan wilde de “onbeschaafde” Calamity Jane haar “beschaafde” dochter echter terug…

Een onwaarschijnlijk verhaal met een lach en een traan, waarbij ik me voortdurend zat af te vragen wat “de grootste leugenares van het Wilde Westen” nu precies had verzonnen (op zeker ogenblik kwam ze aan de kost door het verzinnen en verkopen van haar “levensbeschrijvingen”) en wat werkelijk was gebeurd. Haar relaas had tegelijk iets van een historische roman, een romantisch melodrama, een avontuurlijk verhaal en een koldereske vertelling, genre Monty Python in de Far West. In het boekje geeft ze bijvoorbeeld geen recept mee voor een 7 Jaren Cake, maar voor een 20 Jaren Cake, die 20 jaar goed blijft – wat ze heeft uitgetest “op het geboefte aan de overkant”.

Uiteindelijk zouden Guy en ik er samen mee aan de slag gaan. Eerst schreef Guy een monoloog, die ondertussen ook al een aantal producties heeft gekend, en daarna herwerkte ik zijn monoloog tot een toneelstuk dat we instuurden voor de Wim Verbeke Prijs voor Jeugdtheater. Het stuk “De Dochter van Calamity Jane” won die prijs ook. In het reglement was voorzien dat het winnende stuk gecreëerd zou worden door het Koninklijk Jeugdtheater, maar dat was toen net veranderd in Het Paleis. De nieuwe directie wilde de engagementen van de oude niet meer nakomen, en zo zat ons prijswinnend stuk zonder producent. Gelukkig dacht het Geraardsbergse gezelschap Garamondi er op dat moment net aan een musical te brengen. Ik stelde ze voor “iets” te doen op basis van “De Dochter van Calamity Jane”, zette mijn broer Fernand aan het werk om een aantal liedjes te componeren, vroeg aan Guy enkele liedjesteksten en schreef er zelf ook nog een stuk of wat. En zo werd de musical “Het Ware Verhaal van Calamity Jane” geboren, of beter: het muziektheater, want ik heb het niet zo voor de klassieke musicals (een “Daens” niet te na gesproken).

De muziek werd live uitgevoerd door onder meer Fernand en mijn goede vriend Luc Borms, maar met Luc en met de zangeressen van Garamondi namen we ook een cd op. Het was onze eerste “musical”; er zou nog erg veel “muziektheater” volgen, zowel voor kinderen (“Het Infernaat”, “De Duistere Middeleeuwen”, “De Poepsjieke Poedel”) als voor volwassenen (“De liederlijke levensliederen van François Villon”, “De Engel van Mons” en “Scharpenelle” dat in 2005 werd bekroond met de Visser Neerlandia Prijs voor musical).

Toen de Garamondi-productie achter de rug was, vonden de Geraardsbergse Calamity Jane, Janey en ik dit zo jammer dat we prompt een “kleinschalig gezelschap voor muziektheater” oprichtten, om met een eigen kleine reisproductie de hort op te gaan. Zo zag in 1998 Compagnie de Ballade het levenslicht, en zijn we vervolgens bijna tien jaar lang met Calamity Jane op reis geweest, in allerlei bezettingen (variërend van 2 tot 4), met de muziek op cd en uiteraard ook met live muziek, en in allerlei bewerkingen voor allerlei soorten publiek, variërend van schoolvoorstellingen voor kinderen van 10-12 jaar, tot de gevangenen van Leuven Centraal, en zowat alles daar tussenin. Dat komt ervan als je brood op de plank moet zien te krijgen met je schrijfsels en de daaruit voortvloeiende producten: dan word je vanzelf een bezige bij.

Het toneelstuk “De Dochter van Calamity Jane” heb ik nog eens geregisseerd in het amateurtheater, maar sinds de première van de musicalversie ben ik daar niet meer mee aan de slag geweest. Toen ik hoorde dat de Jongstleerende geïnteresseerd was in die musicalversie, en dat we het in Schellebelle ook met jongeren op de planken zouden kunnen brengen, was ik meteen erg enthousiast. Ik had de jongeren van de Jongstleerende reeds als bijzonder sterke “Heksen” aan het werk gezien en de mogelijkheid zat erin om de liedjes met live muziek te brengen, nog wel in een heel eigen en eigenzinnige bewerking van @fundum, die stevig & smerig garagerockt & rollt, en waar ik althans moeilijk mijn benen bij stil kan houden.

Ondertussen is de première alweer achter de rug... En niet alleen op de première, maar ook tijdens de repetities heb ik mij al geweldig goed geamuseerd. Met Compagnie de Ballade zijn we meer dan 10 jaar "on the road" geweest met Calamity Jane, zowel met haar Ware Verhaal, als met een aantal sketches en liedjes die opgenomen werden in “De Sterke Verhalen Blues”. Zo zijn de verzamelde grappen & grollen van de grootste heldin van het Wilde Westen ook deze voorstelling binnen geslopen, die speciaal naar de jongeren van de Jongstleerende toe werd geschreven.

Het resultaat van al die vrolijke gekte valt nog te bekijken vanavond, en volgende week, in 't Veer, Hoogstraat 2, Schellebelle!
Hallellujah!