11.7.12

Door het Sleutelgat (8): De Ballade van Nieke Naaime

Vzw de Scriptomanen (www.scriptomanen.org) geeft ter gelegenheid van het Gentse Feesten BoonApartival (www.gentsefeesten.blogspot.com) een set van 8 kaarten uit met gedichten van Patrick Bernauw (www.bernauw.com) bij schilderijen van Hilde Nijs (http://hildenijs.webklik.nl/), in een grafische vormgeving van Marc Borms (www.embee.be). Bestellen kan via info@inter-actief.be (10 euro, verzending inbegrepen, voor de volledige set / 2 euro per afzonderlijke kaart + verzendingskosten). 

Kijk hier naar een fotoreportage van Marie-Jeanne Smets, bij een dagje repeteren van de BoonAparten...

 




De Ballade van Nieke Naaime
(vrij naar François Villon)

Ge houdt van haar en ge dient haar met plezier,
men noemt u een eerloze gek.
Ge zijt haar knechtje en haar cipier,
z’is bij veel hoge pieten in trek.
En komen er klanten, dan houdt g’uw bek,
drinkt wat en als men ’t u vraagt,
brengt ge wijn en kaas, wat ze behaagt,
en betalen ze, dan zegt ge: ‘Vrind,
kom gerust weer als de wellust u plaagt
in ‘t bordeel waar ik onderdak vind.’

Soms hoort men ook hier enig krakeel
want ze is nogal nonchalant.
Kreeg ze geen duit, dan knijpt g’in haar keel:
‘Werd ge verliefd op een klant?’
En dan noemt ze u haar dwingeland,
ze vervloekt uw rijmelarij
en ook de Heer, zijn Zoon en gij,
gij raakt door woede verblind
en slaat haar neus een eindje opzij
in ‘t bordeel waar ge onderdak vindt.  

Ze tekent de vrede met een harde wind
die stinkt als een mestvaalt vol rottend aas,
waarna het liefdesspel pas echt begint:
ze maakt u dronken, ge zijt zo dwaas.
Maar in haar armen vindt ge soelaas,
ge slaapt tot het ochtendgloren,
en weer geeft zij haar paard de sporen,
z’is de ruiter, want zij draagt uw kind
en zou niet willen dat we ’t verloren
in ‘t bordeel waar ge onderdak vindt.  

Vorst, wind en regen kunnen ons niet deren,
wij leven graag in ontucht en laten ons onteren
met één vraag voor al die dure dames en heren:
‘Bemint gij of wordt gij bemind?’
Want soort zoekt soort en wij zijn mekaar waard
en gij komt toch ook op bedevaart
naar dit bordeel waar ik onderdak vind
en betaalt ge, dan zeg ik: ‘Vrind,
kom weerom als ge genoeg hebt gespaard
naar ‘t bordeel waar ik onderdak vind.’

 

4.7.12

De Ballade van het Glazen Straatje (door Jan De Lichte)

Uit De Laatste Gedichten van Jan De Lichte,
geschreven terwijl hij nog efkes treuzelde met ontsnappen
uit de kerkers van het Belfortelijk Paleis van de Yzeren Keizer in Kathedraalst
alwaar hij was opgesloten in afwachting van
zijn Radbraking en/of Vierendeling.




Deze en andere poëtische performances van Jan De Lichte
kunnen nu al worden beschouwd als hoogtepunten
van de voorstellingen der




BALLADE VAN HET GLAZEN STRAATJE

Ik loop door het Glazen Straatje,
o en aai me, Nieke Naaime...
O en aai me, Nieke Naaime,
en ik stop voor uw vitrine!
Doe open, Nieke Naaime
en laat mij erin!

En ik sta voor uw vitrine...
O en aai me, Nieke Naaime,
O en aai me Nieke Naaime...
'k Heb een fluit tot aan mijn kin!
Doe open, Nieke Naaime
en laat mij erin!

Waarom doet ge nu niet open?,
Toch geen kindjes gaan kopen?
Waarom zijt ge weggelopen?
Leeg staat uw vitrine!
En ik kom er niet in,
ik moet kloppen op mijn kin!

O en 'k draai me, Nieke Naaime,
o en paai me, Nieke Naaime,
o en 'k draai me, Nieke Naaime,
en ik paai me... met uw vriendin!
Nikke Speed, die Dulle Griet,
ja zij laat mij erin!

(Tekst & voordracht: Jan De Lichte)



Door het Sleutelgat (7): Kleine Dood




Vzw de Scriptomanen (www.scriptomanen.org) geeft ter gelegenheid van het Gentse Feesten BoonApartival (www.gentsefeesten.blogspot.com) een set van 8 kaarten uit met gedichten van Patrick Bernauw (www.bernauw.com) bij schilderijen van Hilde Nijs (http://hildenijs.webklik.nl/), in een grafische vormgeving van Marc Borms (www.embee.be). Bestellen kan via info@inter-actief.be (10 euro, verzending inbegrepen, voor de volledige set / 2 euro per afzonderlijke kaart + verzendingskosten)


KLEINE DOOD


Zij – een avontuur, zo broos
en van zo korte duur dat gij niet weet
van schaamte of schande, van waan
of wanhoop.

Om haar mond geen glimlach,
in haar ogen geen traan:
zij vergeelt niet als handen
die vergaan tot een laagje eelt,
een beetje spijt.

Zij versteent niet, haar dagen
van glorie bedorven, verstorven
als een trein die verkleint en
aan de einder spoorloos
verdwijnt.

Zij – geen gal en wind en as en al
de fata morgana’s die ze bewaarde:
ze liggen nu zij aan zij en toch alleen
met de zonden die ze vergaarde
onder een steen.

Zij wordt niet uitgeveegd
als een God van terracotta die knarst
in de voegen van de tijd
en barst.

En gij, gij ruikt de zure regen
niet die knaagt aan het gebinte, haar gebeente,
aan haar huid, haar huis van vlees
en bloed.

Want zo is het goed:
schamel stamelend bekent gij schuld
in haar schoot en komt
en gaat maar

een klein beetje dood.