Posts tonen met het label Jan De Lichte. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Jan De Lichte. Alle posts tonen

28.1.13

GPS-Spel Affligem/Erembodegem: Van Galgenberg tot Duivelsput


Het was een van mijn oudste dromen: een bosspel maken in een sfeer van science-fiction, horror en fantastiek - maar tegelijk door historische gegevens te gebruiken, en motieven uit de plaatselijke sagen en legenden. Als het even kon, moest het ook allemaal in mijn achtertuin gebeuren. En zie... het is er eindelijk van gekomen. Een GPS-Spel dan nog, in samenwerking met www.gpsrent.be, met dank aan Filip Lovecraft en www.sterke-verhalen.blogspot.be en door onder meer gebruik te maken van de fantastische muziek van Fernand Bernauw en dito foto's van www.embee.be.

Wie alvast de sfeer wil opsnuiven en een tipje van de sluier oplichten, kan dat doen op de audio pagina van het GPS-Spel: http://audiotheater.bandcamp.com/album/van-galgenberg-tot-duivelsput Je kan er luisteren naar de muziekjes die een rol spelen in het verhaal, de ondersteunende luisterspelen (waaronder drie van mijn studenten literaire creatie: Els Vermeir met Het Droomhuis, Chantal De Craecker met Gebroken Droom en David Moens met Het Zandmannetje) of alvast proberen een achttiende eeuwse Franse rebus op te lossen, die wel eens de bergplaats van de Schat van Jan De Lichte zou kunnen aanduiden:


Het GPS-Bosspel wordt ter beschikking gesteld in een doe-het-zelf pakket. Alle info daarover vind je hier.
Of je kunt het spelen in onze organisatie - zie hier! - eventueel zelfs met een gastoptreden van de Belgian Paranormal Investigators.







4.10.12

Het Galgenaas van de Duivelsputten

Het Galgenaas Lied maakte deel uit van de kinderproductie De Heksenshow,
maar kwam later ook terecht in de musical Laarne Behekst.

Ik heb hem nog gekend, Fons van 't Kasteel. Hij overleed in 1972, op tachtigjarige leeftijd, en wanneer ik als kleine jongen met mijn grootvader naar de Duivelsputten wandelde, gingen we al eens luisteren naar zijn verhalen. Ik zie Fons nog op een bank onder één van de eeuwenoude beuken zitten, waar hij met veel vuur zijn verhalen aan de man bracht. Over Jan De Lichte die zich schuil hield in de Duivelsputten, en daar ook de postkoets overviel, die over de oude heirbaan denderde. Of was het mijn grootvader die dat verhaal opdiste?


  
Op Domein Verbrugghen laat Leo De Ryck hem ook aan het woord:



Meer dan honderd jaar geleden kwam een voorname heer De Smet bij een ritje met zijn paard op de Boekhoutberg gegaloppeerd. Boven op de berg kwam hij zodanig onder de indruk van het weidse landschap en de prachtige omgeving, dat hij uit het zadel wipte en spontaan zijn wandelstok in de grond stak met de woorden: 'Hier bouw ik mijn kasteel.' Een weinig later troonde hij de dames en hun ganse gevolg naar deze plaats. Iedereen was enthousiast over dit plekje hemel op aarde, op de grensscheiding tussen Oost-Vlaanderen en Brabant. Weldra verrees hier uit de grond een heel mooi kasteel, dat ingedeeld was in het gastenkwartier en het herenhuis, bestaande uit drie verdiepingen en platform. Het geheel werd verbonden met een unieke glazen brug, getooid met druivenranken.
 
'Fons voegde hier telkens aan toe dat hij langs Brabant binnenkwam en in Vlaanderen moest gaan slapen,' zegt Leo De Ryck nog. Leopold I kwam er vaak op bezoek; hij vond het een sprookjesachtig mooie plek en zou zich ooit laten ontvallen hebben: 'Spijtig dat mijn residentie in Brussel moet gevestigd zijn, anders bouwde ik hier mijn paleis.'
 

Na het overlijden van 'meneer Henri' (oftewel Henri Verbrugghen) in 1937, ging het prachtige Domein Verbrugghen tot het patrimonium van de abdij van Affligem behoren. Het charmante, maar moeilijk te onderhouden kasteel werd afgebroken, en het domein kreeg een nieuwe bestemming als 'jeugdcentrum'.

Eigenlijk waren de Duivelsputten, gelegen op de grens van Erembodegem en Affligem (en van het vroegere graafschap Vlaanderen en het hertogdom Brabant) niets anders dan eeuwenoude  zandsteengroeven, die een mooie witte steen opleverden waarmee onder meer 'heilige' bouwwerken als de eerste abdij van Affligem of de Sint-Martinuskerk van Aalst werden opgetrokken. De zandsteengroeven trokken steenkappers, beeldhouwers en werklui aan, tot zelfs uit Wallonië en Picardië, voor de ontginning en het vervoer van de zandsteen. Op die manier kunnen ook heel wat  Romaanse toponiemen uit de streek verklaard worden, zoals Mattein, Mazits of Montil. In het midden van de 18de eeuw waren de groeven uitgeput, maar de Duivelsputten en de hele Boekhoutberg getuigen nog steeds van de bedrijvigheid van weleer.


Hun naam hadden de Duivelsputten te danken aan de lijken van de misdadigers, die op het nabije Galgenveld werden opgeknoopt, en gedumpt op de Galgenberg, bij de Molenhoeve die paalt aan het Domein Verbrugghen. Er is steeds minder van de vervallen graanwindmolen uit 1827 te zien, die ook wel eens de Zwarte Molen wordt genoemd. Maar als het een beetje waait, kraken en kreunen de bomen nog altijd als weleer.  Mijn grootvader had evenwel zo zijn eigen versie voor het ontstaan van de naam: omdat de zandsteen die daar werd gewonnen, vooral diende om kerken en abdijen mee te bouwen, werd de Duivel jaloers... en trok hij al eens een arbeider in de put. Vandaar.


Toen Fons zijn verhalen deed - en mijn grootvader er op eigen initiatief nog wat wolfsijzers en schietgeweren aan toevoegde, die het domein beschermden tegen ongewenste indringers - schuwden de mensen uit de streek de plaats niet langer, alsof ze vervloekt was. Jongeren brachten er een stukje vakantie door, en allerlei beroemde sportlui - zoals Roger Moens - trainden er op de atletiekpiste. Maar dat kon de pret niet bederven. Volgens Fons zwierven de geesten van de terechtgestelde misdadigers nog rond in de bossen - huilend, kermend en weeklagend. Boven het moeras van de Duivelsputten waren 's nachts  trouwens ook dansende dwaallichtjes te zien.





'Wat is er nu allemaal historisch van aan?' vraagt Leo De Ryck zich af. En hij legt uit:

Volgens de rechtspleging in voege in het oude hertogdom Brabant, waren de heren van Asse gemachtigd uitspraak te doen in alle gerechtszaken. Het behoorde zelfs tot hun bevoegdheid de doodstraf uit te spreken voor moorden en andere grote misdaden op het grondgebied gepleegd, doch de uitvoering hiervan was de vorst voorbehouden. Deze duidde een geschikte plaats aan, gewoonlijk aan één van de uiteinden van zijn grondgebied, om tot deze akelige strafuitvoeringen over te gaan. Hekelgem is steeds de verst gelegen plaats geweest van het hertogdom en de Boekhoutberg het meest gewestelijk punt. Daarom werd de Boekhoutberg als bijzondere plaats voor de ter dood veroordeelden van Brabant aangewezen en timmerde men hier de galg. 

Uit de kronieken blijkt dat reeds in het jaar 1409 een zekere Cornelius Hautiek, voor de vierschaar van Asse ter dood veroordeeld en op de Boekhoutberg gehalsrecht werd. Kreeg Comelius Hautiek de beklagenswaardige eer de eerste te zijn, dan kreeg hij ontelbare navolgers, in deze streek rijk aan struikrovers. Zelfs in zover dat in 1460 wegens het veelvuldig gebruik een nieuwe galg werd gemaakt. Niet alleen werden hier misdadigers opgeknoopt, maar sommigen ondergingen als het manslag betrof hun straf door het zwaard. 

Tot het begin van de 17de eeuw hingen de gerechtsplaats en de omliggende heidegrond van Boekhoutberg rechtstreeks af van de hertog van Brabant. Door de vergunningsbrieven van 15 april 1630 werden deze door de Soevereine Raad van Brabant in erf gegeven aan madame Marie de Cottereau van de heerlijkheid Asse, die moest voorzien in het onderhoud van het schavot. Deze verbintenis is van kracht gebleven tot de Franse Revolutie, aangezien de galg nog bestond in het jaar 1790. 

Het hout van de galg werd omtrent 1794, na de invoering van de guillotine, openbaar te koop gesteld. Na herhaalde oproepen werd eindelijk een inwoner van Hekelgem gevonden die zich de verscheidene stukken van dit luguber moordtuig voor enige stuivers aanschafte om ze te gebruiken als houtwerk voor zijn hopast. Recent werd zelfs beweerd dat een houtwerk van de galg ontdekt werd in de muur van een schuur in de Terlindenstraat. De vroegere standplaats van het schavot van de Boekhoutberg tekent zich ten huidige dage nog steeds af, zelfs bestaan nog enige van de eeuwenoude beuken die eertijds in een kring de galgendries omringden.

Ik heb herhaaldelijk over de Duivelsputten geschreven, of onrechtstreeks leverden ze de inspiratie op voor allerlei griezelverhalen. Dat kan ook moeilijk anders, als je al een leven lang 'op de Boekhoutberg' woont, vlakbij het Galgenveld. Als kind wandelde ik de tuin uit van het huis van mijn grootouders, waar ik nu woon, en was ik vijf minuten later bij de Duivelsputten. Langs de oude Romeinse heirbaan overviel ik argeloze wandelaars, als een moderne Jan De Lichte, zij het wel met pijl en boog - en heel erg minderjarig. Nogal wat van mijn Vlaamse Filmpjes spelen zich af in een 'Herenbodegem', dat slechts  voor een deel in mijn verbeelding bestaat, en waar al eens een UFO neerstort (in de Duivelsputten, natuurlijk) of een klopgeest rondwaart. Ook het Galgenaaslied -en verhaal zouden niet bestaan hebben zonder de Duivelsputten... en de verhalen van Fons van 't Kasteel en mijn grootvader.





4.7.12

De Ballade van het Glazen Straatje (door Jan De Lichte)

Uit De Laatste Gedichten van Jan De Lichte,
geschreven terwijl hij nog efkes treuzelde met ontsnappen
uit de kerkers van het Belfortelijk Paleis van de Yzeren Keizer in Kathedraalst
alwaar hij was opgesloten in afwachting van
zijn Radbraking en/of Vierendeling.




Deze en andere poëtische performances van Jan De Lichte
kunnen nu al worden beschouwd als hoogtepunten
van de voorstellingen der




BALLADE VAN HET GLAZEN STRAATJE

Ik loop door het Glazen Straatje,
o en aai me, Nieke Naaime...
O en aai me, Nieke Naaime,
en ik stop voor uw vitrine!
Doe open, Nieke Naaime
en laat mij erin!

En ik sta voor uw vitrine...
O en aai me, Nieke Naaime,
O en aai me Nieke Naaime...
'k Heb een fluit tot aan mijn kin!
Doe open, Nieke Naaime
en laat mij erin!

Waarom doet ge nu niet open?,
Toch geen kindjes gaan kopen?
Waarom zijt ge weggelopen?
Leeg staat uw vitrine!
En ik kom er niet in,
ik moet kloppen op mijn kin!

O en 'k draai me, Nieke Naaime,
o en paai me, Nieke Naaime,
o en 'k draai me, Nieke Naaime,
en ik paai me... met uw vriendin!
Nikke Speed, die Dulle Griet,
ja zij laat mij erin!

(Tekst & voordracht: Jan De Lichte)



11.3.12

Première van "Proficiat, Elpee Boon!" van Aalstenaars Patrick Bernauw & Rudi De Smet, in de Koepoort, Ninove


Gisteren ging in de Koepoort, Ninove ons gezamenlijk hommage-programma in première. Het werd een bonte Boon-Aparte avond, met gastoptredens van onder andere Jan De Lichte, die net zoals op 14 januari (Klara in de Singel) het gedicht Occupeer de banken  bracht, met als slotstrofe:


En ik zal ze een geweten schoppen
tot ze om genade smeken
waarna ze die kunnen steken
zoals dat heet
voor mijn part in gat
of reet.

Jeanne De Bruyn was ook weer van de partij en wil nog steeds een nieuwe grote brandstapel oprichten. Want: "Het schrijversras waartoe Boon behoort, moet uitgeroeid worden!"

Niet onopgemerkt voorbij gingen voorts de donderpreek van Jezus Christus ("Van communist tot viezentist... Ja jong, ge komt gij van ver hé!"), het (vr)olijke duo Mieke & Maaike (die dansten met Louis & Paul, en zo hun obscene tweede jeugd beleefden), en de quiz Tis Maar een Kwis waarin werd overgegaan tot een Openbare Uitverkoop van mijn Tweedehandse Boeken. 

Muziek was er uiteraard ook. Rudi en ik brachten Mieke Maai Me, Zoveel Ondines, Schoonmoeder... en als uitsmijter een tweestemmige samenzang bij het stemmig gedoofde haardvuur, met een koor van vendelzwaaiende VNV-schuinsmarcheerders op de achtergrond:  

Ah Louis! Wij hebben een Boontje voor jou!
Oh Louis! Een Engelenkroontje voor jou!



HAM-vraag bleef natuurlijk: 

"Wat deed die donkerbruine handdoek
 nu eigenlijk in die rooie zak!?"



Misschien dat daar een antwoord op komt op de volgende Boon-Aparte avond... en wel op 16 maart, in Gent, bij Freek Neirynck?




De avond heb ik afgesloten met de Overigens-zin. Want zoals Marc Reynebeau terecht opmerkte in De Standaard van 9 maart 2012 (100 Jaar Boon), waarin ook het ongepaste beschermcomité aan bod kwam:  

"Boon hield aan de oorlogen van zijn eeuw 
(de twee wereldoorlogen 
en de atoomdreiging van de Koude Oorlog) 
een soort shellshock over."




Het is maar één van de redenen waarom een donkerbruine handdoek niet in een rooie zak thuishoort. Maar het is ook de enige reden waarom ik onze nu stopgezette reeks Proficiat Louis! onder de vlag liet varen van de Vredesactie... en omdat het doel in uitzonderlijke omstandigheden al eens de middelen heiligt, onze live optredens met graagte misbruik om hier campagne voor te voeren. 

Louis zou het waarschijnlijk wel zo gewild hebben, denk ik dan.

www.vredesactie.be/overigens

Later op de avond, zo rond middernacht, verscheen de Zware Cavalerie voor de Koepoort, in de gedaante van Anton Cogen, "beter bekend onder dezelfde naam". Hij had voor alle zekerheid zijn boerderijbotten aangetrokken en ook een stok meegebracht om in de stront te roeren, indien nodig. Hij bracht in het Boonjaar een verhaal van Gentenaar Raymond De Kremer, beter bekend onder een hele reeks andere namen, als daar zijn: Jean Ray en John Flanders - om alleen de belangrijkste te noemen. De vertelling Irish Whisky - toen nog in de vorm van een monoloog - dook exact twintig jaar geleden voor het eerst op in het repertoire van Anton Cogen, en meer bepaald ook in onze allereerste samenwerking: Een Gents Avontuur met Jean Ray (Gentse Feesten, 1992). Ja, 2012 is echt wel een verjaardagenjaar...
 
Enfin, wie één van bovenstaande heren wil boeken - of ze altegader in huis wil halen - kan dat nog altijd doen via vzw de Scriptomanen, en wel hier.


12.11.11

Jan De Lichte: "Proficiat, Louis! Ge zijt 100 geworden!"

Een verjaardagswens van Jan De Lichte
by: interactief



Op 15 maart 2012 wordt Louis Paul Boon honderd jaar oud. Een goede gelegenheid, vond ik, om enige verjaardagswensen te ronselen voor mijn dorpsgenoot, van illustere en anonieme personen en personages die van ver of nabij iets te maken hebben met Louis Paul Boon, zijn leven en werk, Erembodegem en Aalst, literatuur en schone kunsten... Dit alles in samenwerking met mijn sinds kort vooral virtueel geanimeerde gezelschap Compagnie de Ballade, en in een productie van het artistiek collectief vzw de Scriptomanen, dat ook betrokken is bij Elpee Boon, een liedjesprogramma van Aalstenaar Rudi De Smet, waarvan deze demo een voorproevertje is:




Ik ben altijd een groot bewonderaar van Boon geweest; van zijn grote historische romans vooral: Pieter Daens, Het Geuzenboek, De Bende van Jan De Lichte - maar ook van het "kleine werk", zoals Mijn kleine oorlog. In de jaren negentig heb ik het genoegen gehad Vergeten Straat te mogen bewerken tot een driedelig luisterspel voor de toenmalige BRT.

Mijn bewondering voor de schrijver Louis Paul Boon is altijd ook gekleurd geweest door die eerste mei van het jaar 1979, toen ik als nog vrij verse zeventienjarige met de bibber in de benen uitgenodigd was ten huize Boon. Mijn toenmalig lief en huidige vrouw had daar voor gezorgd. Ik dacht dat we het over de literatuur zouden hebben, maar we hebben het die avond over zowat alle denkbare koetjes en kalfjes gehad - ik herinner me nog dat hij Richmond rookte, net als ik, en dat we ons vrolijk maakten over het woordje "doize" - maar niet over boeken. Na vijf minuten voelde ik me al helemaal thuis bij Louis en Jeanneken, en het was pas bij het afscheid dat Louis met een Izenglimse glimlach zei: 'Oh ja, ik heb ook nog enkele gedichten van u gelezen. Ik zal die eens doorsturen naar vriend Willie, die zal wel weten wat ermee aan te vangen.' - En zo lag niemand minder dan Louis Paul Boon aan de basis van mijn eerste echte publicatie in een heus literair tijdschrift...  



Nog geen tien dagen na onze ontmoeting schreef de dichter Willie Verhegghe Bij de dood van Louis Paul Boon: 'Mijn laatste contact met Louis is in feite tekenend voor de mens Boon: een paar dagen terug ontving ik van hem een kort briefje, gedateerd 1 mei 1979, waarin hij me vroeg of ik er niet voor kon zorgen om 'n paar gedichten van een jongeman uit zijn gemeente in een literair tijdschrift - waarvan ik redacteur ben - te plaatsen. De gedichten hadden hem, zoals hij schrijft, "persoonlijk zeer aangesproken", en hij geloofde dat er "veel goeds uit groeien zou". Of: de veel gelauwerde en bejubelde staatsprijswinnaar en nobelprijs-kandidaat die zich inzet voor een, laten we het in rennerstaal zeggen: "nieuweling" in het vak.'


Podcast Luisterboeken