5.11.09

Scharpenelle 00 - FACQ





Ik weet niet wat aan dit leven vooraf is gegaan.
Ik weet niet hoe ik hier ben gekomen.
Ik heb geen naam.

Ik ben dat naamloze meisje, gekleed in een smetteloos witte jurk, zopas op de wereld geworpen.

Isabel Scherpeneel



FACQ:
In het voorjaar van 2001 bracht ik een paar dagen door in Mons, in het kader van de research die ik deed voor een nieuwe roman over de Eerste Wereldoorlog, De Engel van Mons. Uiteindelijk bracht dat onderzoek me naar een desolaat domein in de buurt van Luik, met iets dat leek op een ruïneus verlaten kasteel. Bij nader inzien bleek het om een oud hospitaal te gaan, Le Valdor, gebouwd in 1889, met kilometers gangen en gaanderijen, kelder- en zolderkamers. Er waarde een sinistere sfeer van verval en vergankelijkheid rond in het compleet lege gebouw met zijn indrukwekkende voorgevel, monumentale trappen, rijk versierde balkons en duizenden deuren waardoor de natuur zomaar naar binnen brak. Onkruid kroop door gebroken ramen, er groeiden heuse bomen in de dakgoten en af en toe werd mij de doorgang versperd door welig woekerende braambosjes.
Het is in een kelder van dit kasteel dat zo weggelopen leek uit een horror-film, dat ik een anonieme dossiermap gevonden heb met daarin het materiaal dat je elders in dit boek kunt vinden: losse stukjes papier, uit een schriftje gescheurd, aangevreten door het vocht, beschreven met (fragmenten van) gedichten en liedjesteksten; notities die zo uit een dagboek hadden kunnen komen; overpeinzingen, impressies. En verder: foto's, houtskooltekeningen, aquarellen (in zwartwit), prentbriefkaarten, krantenknipsels,... Je kunt het zo gek niet bedenken of het stak in de map.
Zat er enig systeem in de chaos? Nee. Was er een zekere mate van ordening te vinden in die schijnbare wanorde? Nee. De dagboeknotities waren niet gedateerd en voetnoten vielen nergens te bekennen, evenmin als een handleiding of een verklarend voorwoord. Het was duidelijk de bedoeling dat de lezer - of moet ik schrijven: de kijker - zijn eigen verhaal zou distilleren uit dit vreemdsoortige en bijzonder uiteenlopende tekst- en beeldmateriaal.
Dat is dan ook wat ik in dit Voorwoord probeer te doen. Een interpretatie aanreiken, een kader waarbinnen je wat volgt, kunt situeren en begrijpen. Is mijn verklaring de enige juiste? Nee. Is het de enige mogelijke? Ook niet. Het kan best zijn dat jij, waarde lezer(es), op basis van dit materiaal tot een andere interpretatie komt.
Maar goed... Voor wat het waard is, hier komt dus een onvervalste  FAQ:

Wie is Isabel Scherpeneel?
In augustus 1914, bij de inval van de Duitse soldaten in Leuven, wordt een verschrikkelijk bloedbad aangericht onder de burgerbevolking. Oorlogspropaganda doet de Duitse soldaten immers overal franc-tireurs zien: burgers die de wapens hebben opgenomen, in hinderlaag gaan liggen en hen beschieten. 'Man Hat Geschossen!' is een veelgehoorde kreet in die dagen. 'Men heeft geschoten!' - En deze kreet volstaat voor de Duitse soldaten om het vuur te openen op onschuldige burgers.
In Leuven bevindt zich onder de talloze slachtoffers van de Duitse gruweldaden het gezin van dokter Scherpeneel. De dokter zelf overleeft de wreedheden, maar zijn vrouw blijft dood achter en hun dochtertje van drie - Isabel - is spoorloos. Een tijdje later verneemt de dokter dat achter de IJzer een oorlogsweesje is opgenomen in een veldhospitaal. Het meisje noemt zich ‘Isabelle Scharpenelle’. Hij denkt dat dit zijn dochter moet zijn, slaagt erin door te dringen in het niet door de Duitsers bezette gebied achter de IJzer en vindt haar daar terug. Het kind blijkt niet zijn dochter te zijn, maar hij adopteert haar.
En voor de rest staat niets vast over de identiteit van Isabel Scherpeneel of Scharpenelle.

Wie is Scharpenelle?
In 1938 – Isabel Scherpeneel is dan vooraan in de twintig – gaat zij op zoek naar haar verleden. Wat is er destijds met haar gebeurd? Waar komt ze vandaan? Wie zijn haar werkelijke ouders? Ze stoot op het verhaal van twee zusjes die verminkt werden teruggevonden in een huis achter de IJzer, in een door shrapnell doorboord huis. Foto’s van de verminkte lijkjes gingen de wereld rond en werden ingezet als propaganda om de Amerikaanse publieke opinie zo ver te krijgen dat de USA daadwerkelijk zou deelnemen aan het conflict. Is Isabel Scherpeneel een zusje van deze meisjes? Nee, wellicht niet.
Isabel Scherpeneel vindt nog een andere verhaal terug over een meisje dat eveneens werd gevonden in een door shrapnell compleet vernietigd huis. Dit meisje, van wie de ouders ook spoorloos waren - het was niet duidelijk of zij het bombardement al dan niet overleefden - werd als het ware geadopteerd door vijf Vlaamse soldaten die haar als een soort mascotte bij zich hielden, achter het front. Ze noemden haar Elisabeth Shrapnell. Van dit gegeven werd eveneens dankbaar gebruik gemaakt in de propaganda: de legerleiding gaf een prentbriefkaart uit waarop de vijf soldaten poseerden met Elisabeth Shrapnell en één van de soldaten maakte een liedje over haar.
Is Scharpenelle dan eigenlijk deze Elisabeth Shrapnell? Waarschijnlijk.

Wie is de Onbekende Soldaat?
Uiteindelijk moesten de soldaten Elisabeth Shrapnell ‘afgeven’, maar niet nadat zij haar plechtig beloofd hadden ooit terug te keren. Eén van de vijf zou de Grote Oorlog toch wel overleven? Hij zou dan haar vader zijn... Isabel Scherpeneel probeerde nu uit te zoeken wat er van de vijf soldaten geworden was en kwam uiteindelijk terecht in een militair hospitaal dat een geheime vleugel bezat voor zogenaamde 'levende doden', naar het voorbeeld van de Franz Jozef Kliniek in Wenen. Het was de Valdor. De soldaten die hier in 1938 werden verpleegd, waren er fysiek of psychisch zo erg aan toe dat ze 'het licht niet mochten zien' - want dat zou slecht zijn voor het moreel, nu er een nieuwe grote oorlog in het verschiet lag. De buitenwereld, zelfs hun familie, geloofde dat zij gesneuveld waren 'op het veld van eer'. Hun namen kwamen voor op de officiële dodenlijsten.  
In de geheime vleugel van dit militair hospitaal vond Isabel een man die Sansparole werd genoemd, omdat hij al jaren geen gebenedijd woord meer had gesproken. 'Al zijn woorden waren op.' Hij drukte zich uit in tekeningen, houtskoolschetsen, zwartwit aquarellen... want kleuren volstonden niet om de gruwel te beschrijven die hij had gezien.
Nu had Isabel al een leven lang 'een onzichtbaar vriendje'. Ze noemde hem de Onbekende Soldaat. Het was de stem in haar hoofd die zij alleen kon horen, en die haar allerlei gedichten en liedjes en 'gruwelijke sprookjes' influisterde. Isabel beschouwde deze Sansparole als haar Onbekende Soldaat... en als één van haar 'vaders', één van de soldaten die haar destijds gevonden, gered, 'geadopteerd' hadden...


Geen opmerkingen: