21.11.09

Scharpenelle 03 - De Onbekende Soldaat





‘Ge hebt dat goed gedaan, Isabel,’ zegt de Onbekende Soldaat. ‘Maar waarom noemde ge uw gedicht het eerste sprookje van Isabel Scharpenel? Gij heet toch Scherpeneel?’

‘Waarom?’ antwoord ik. ‘Daarom.’
‘Ik ben pas zes, weet je. Of zeven. Acht misschien. Scharpenel was een foutje. Schrijffoutje. Maar ’t is een goeie naam voor een schrijfster, dus ’t mag blijven staan. Scharpenel rijmt op Isabel. Het is een juiste naam voor een jonge schrijfster.’

Ik schrijf het op in mijn dagboek:
‘Voortaan is Scharpenel de naam  waaronder ik schuil zal gaan. Het is mijn geheime naam, mijn ware naam, mijn schuilnaam. Misschien heb ik wel altijd Scharpenel geheten en is Scherpeneel een schrijffoutje geweest.’

Ook mijn onzichtbare speelkameraad bezit een zeer ware en bijzonder geheime schuilnaam. Ik noem hem dan wel mijn Onbekende Soldaat, maar eigenlijk heet hij Sansparole.

‘Ik heb al mijn woorden opgebruikt,’ zegt hij. ‘Ik kan nu alleen nog door uw mond spreken. Luister dus goed naar wat ik u in het oor fluister, ma belle Scharpenelle.’

(En niemand, nee niemand mag weten wat hij me in het oor fluistert.
Het is een geheim. Ons geheim.
Niemand mag weten dat daar een Grote Oorlog van kwam. Vlam!
Ik vertel het alleen tussen haakjes in dit dagboek van mij.
En niemand, nee niemand zal het ooit lezen.)



Geen opmerkingen: