6.7.10

Scharpenelle 30 - In Vlaamse Velden


1936

In het jaar negentien zesendertig knipte ik een artikel uit de krant over de geheime slachtoffers van de Grote Oorlog, die werden weggestopt in de Franz Jozefkliniek in Wenen.
En ik plakte het in dit plakboek van mij.

Wat in Wenen bestaat, bestaat hier misschien ook, dacht ik.
En opnieuw ging ik op zoek naar mezelf, naar mijn Onbekende Soldaat, mijn geheime speelkameraad.

Drie jaar lang heb ik onverdroten gezocht en uiteindelijk, met de hulp van mijn stiefvader, vond ik dit ziekenhuis met zijn geheime vleugel.

De Hellfire Corner is verboden terrein voor onbevoegden – maar ik ben bevoegd, mijn stiefvader is dokter.




IN VLAAMSE VELDEN 

In Vlaamse velden bloeien papavers
tussen tombes, rij aan rij.
Zij bloeien voor ons, de kadavers –
want hier rusten wij.

‘God is met ons, trek nu ten strijde!’
Dat is wat koningen en keizers zeiden.
En God was met ons en Verdun nog zo ver.
Wij werden geleid door een stalen ster.

De leeuweriken in de blauwe lucht,
hoog boven de kanonnen beneden,
sloegen met z’n allen op de vlucht –
nog niet zo lang geleden.

En de schemering wacht op de nacht
en een kind in een kelder lacht.
Het lacht, het speelt zo zacht
soldaat die wordt geslacht.





IN DE HELLEVUUR HOEK

Ik heb daar nog… één twee drie vier vijf zes zeven acht… levende doden gevonden. Mannen van wie de wereld geloofde dat ze gevallen waren op het veld van eer. Hun namen kwamen voor op de dodenlijsten en zo werd het ook gemeld aan hun familie: Gevallen op het veld van eer! Waar berouw ettert als een zweer!

‘Waarom? Waarom mogen zij het licht niet zien?’ vroeg ik aan de directeur van de Hellevuur Hoek.
‘Vanwege hun afgrijselijke verminkingen, juffrouw,’ zei hij, ‘toegebracht door bommen & granaten, dumdum kogels & shrapnel, bajonetten & gifgas. Daarom.’

Ze misten ledematen. Of ze waren verlamd.
Ze waren blind, doof of stom.

De meesten waren dat alles tegelijk.




SLECHTE PROPAGANDA

Ik zag hun verschrikkelijke dagdromen, ik luisterde naar hun afschuwelijke nachtmerries.

‘Ze zijn de oorlog moe, juffrouw,’ sprak de directeur van de Hellevuur Hoek. ‘Ze zouden een kwaaie invloed hebben op het moreel van de bevolking. Gesteld dat zij aan het licht zouden komen, natuurlijk.’

Maar zij kwamen niet aan het licht.

‘Want dat zou slechte propaganda zijn. Nietwaar?’






IN VLAAMSE VELDEN (REPRISE) 

Wij kenden nog dauw en dageraad,
wij hadden lief, lijf en leden.
Toen werd het plots voor alles te laat,
nog niet zo lang geleden.

Weg met de liefde, leve de dood,
het wit in onze ogen werd rood.
’t Was wakker toen, dat donker beest,
’t was veel te lang gekooid geweest.

Wij zijn gevallen onder ’t geweld
van kogels en van bajonetten.
In Vlaanderen, in een veld
liggen wij nu – de marionetten.

‘God is met ons, trek nu ten strijde!’
Dat is wat koningen en keizers zeiden.
En God was met ons en Verdun nog zo ver.
Wij werden geleid door een stalen ster.


Geen opmerkingen: