12.11.11

Jan De Lichte: "Proficiat, Louis! Ge zijt 100 geworden!"

Een verjaardagswens van Jan De Lichte
by: interactief



Op 15 maart 2012 wordt Louis Paul Boon honderd jaar oud. Een goede gelegenheid, vond ik, om enige verjaardagswensen te ronselen voor mijn dorpsgenoot, van illustere en anonieme personen en personages die van ver of nabij iets te maken hebben met Louis Paul Boon, zijn leven en werk, Erembodegem en Aalst, literatuur en schone kunsten... Dit alles in samenwerking met mijn sinds kort vooral virtueel geanimeerde gezelschap Compagnie de Ballade, en in een productie van het artistiek collectief vzw de Scriptomanen, dat ook betrokken is bij Elpee Boon, een liedjesprogramma van Aalstenaar Rudi De Smet, waarvan deze demo een voorproevertje is:




Ik ben altijd een groot bewonderaar van Boon geweest; van zijn grote historische romans vooral: Pieter Daens, Het Geuzenboek, De Bende van Jan De Lichte - maar ook van het "kleine werk", zoals Mijn kleine oorlog. In de jaren negentig heb ik het genoegen gehad Vergeten Straat te mogen bewerken tot een driedelig luisterspel voor de toenmalige BRT.

Mijn bewondering voor de schrijver Louis Paul Boon is altijd ook gekleurd geweest door die eerste mei van het jaar 1979, toen ik als nog vrij verse zeventienjarige met de bibber in de benen uitgenodigd was ten huize Boon. Mijn toenmalig lief en huidige vrouw had daar voor gezorgd. Ik dacht dat we het over de literatuur zouden hebben, maar we hebben het die avond over zowat alle denkbare koetjes en kalfjes gehad - ik herinner me nog dat hij Richmond rookte, net als ik, en dat we ons vrolijk maakten over het woordje "doize" - maar niet over boeken. Na vijf minuten voelde ik me al helemaal thuis bij Louis en Jeanneken, en het was pas bij het afscheid dat Louis met een Izenglimse glimlach zei: 'Oh ja, ik heb ook nog enkele gedichten van u gelezen. Ik zal die eens doorsturen naar vriend Willie, die zal wel weten wat ermee aan te vangen.' - En zo lag niemand minder dan Louis Paul Boon aan de basis van mijn eerste echte publicatie in een heus literair tijdschrift...  



Nog geen tien dagen na onze ontmoeting schreef de dichter Willie Verhegghe Bij de dood van Louis Paul Boon: 'Mijn laatste contact met Louis is in feite tekenend voor de mens Boon: een paar dagen terug ontving ik van hem een kort briefje, gedateerd 1 mei 1979, waarin hij me vroeg of ik er niet voor kon zorgen om 'n paar gedichten van een jongeman uit zijn gemeente in een literair tijdschrift - waarvan ik redacteur ben - te plaatsen. De gedichten hadden hem, zoals hij schrijft, "persoonlijk zeer aangesproken", en hij geloofde dat er "veel goeds uit groeien zou". Of: de veel gelauwerde en bejubelde staatsprijswinnaar en nobelprijs-kandidaat die zich inzet voor een, laten we het in rennerstaal zeggen: "nieuweling" in het vak.'


5.11.11

Jeanne d'Arc en de Ridders van Christus




Het Lam Gods van Jan en Hubert Van Eyck, te bekijken in de Sint Baafskathedraal te Gent, behoort tot de tien beroemdste schilderijen ter wereld. Van die tien is het, samen met de Mona Lisa, ongetwij­feld door de meeste raadsels omgeven. Het Lam Gods is een kerkelijk veelluik, ook wel ‘retabel’ genoemd. Na heel wat turbulente avonturen verhuisde het in de jaren tachtig van de vorige eeuw van zijn oude plek, de kleine Vijdkapel, naar de grotere doopkapel, elders in de kathedraal. Wanneer de schilders met het werk voor het retabel gestart zijn, weten we niet precies. Het enige dat we met zekerheid kunnen stellen, is dat meester-schilder Jan van Eyck het veelluik rond 1432 vol­tooide.

Het Concilie van Konstanz

In het begin van de jaren tachtig van de vorige eeuw studeerde de Nederlander Peter Voorn aan de Gentse Kunstacademie en bezocht hij het kunstwerk met enige regelmaat. Daarbij vroeg hij zich ook af waarom er zoveel pausen op het centrale paneel van het Lam Gods stonden. Pas in 1995 slaagde hij erin deze vraag te beantwoorden, toen hij ontdekte dat dit paneel met het Concilie van Konstanz te maken had.
Het Concilie dat tussen 1414 en 1418 in het Duitse Konstanz werd georganiseerd op initiatief van de Koning van het Heilige Roomse Rijk (Duitsland), Sigismund van Luxemburg, moest een einde maken aan het kerkelijke schisma. Op dat ogenblik waren er immers drie pausen: in Rome zetelde de oude Gregorius XI, in Avignon Benedictus XIII en in Bologna Alexander V. Deze laatste was op het Concilie van Pisa in 1409 verkozen en werd korte tijd later opgevolgd door Johannes XXIII, die hem wellicht vergiftigde en later door de Kerk niet als paus werd erkend vanwege zijn vele misdaden. De gelovigen wisten niet meer wie nu de ene ware paus was die ze moesten volgen. Het Concilie van Konstanz zou die onzekerheid uit de wereld helpen, en slaagde daar ook in: terwijl de ene paus in de gevangenis belandde, de andere ‘vrijwillig’ terugtrad en de derde door zijn stijfkoppigheid door niemand meer serieus werd genomen, kwam de weg voor nog een andere paus wijdopen te liggen. De vijf naties die ook op het Concilie de dienst uitmaakten, zouden deze nieuwe paus kiezen: de toenmalige bondgenoten Bourgondië en Engeland, en Frankrijk, Duitsland, Italië en Spanje – naties die toen anders waren samengesteld en functioneerden dan ze dat nu doen.
We vinden deze vijf naties – waarbij Bourgondië en Engeland tot één natie worden gerekend – ook terug op de onderste vijf panelen van het geopende retabel. Het paneel van de Rechtvaardige Rechters staat voor Bourgondië en Engeland, het paneel met de Ridders van Christus voor de Franse situatie, het Lam-paneel voor de Duitse landen. Het paneel van de Heremieten verbeeldt  de Italianen en de Pel­grims op het naar hen genoemde paneel zijn op weg naar Spanje.
Op 11 november 1417 kozen de vijf naties Martinus V (Otto Colonna) tot de nieuwe paus. Zowel zijn pauselijke als zijn wereldse naam vinden we terug op het Lam-paneel, met de Domtoren van de Sint Maartenskerk van Utrecht en het achtkantige waterbekken op de voorgrond – ‘otto’ is immers ‘acht’. De wereldse achternaam van de paus, Colonna, betekent ‘zuil’ – en zuilen vinden we niet alleen terug bij de engel die de geselzuil van Christus vasthoudt, maar ook aan de buitenkant van het retabel. Naast Martinus V zijn ook de drie vorige (tegen)pausen te zien op het Lam-paneel.
Behalve de pausverkiezing kenmerkte het Concilie van Konstanz zich door enkele grote processen. De twee belangrijkste worden uitgebreid behandeld op het Lam Gods. Zo was er bijvoorbeeld het proces tegen de Boheemse hervormer Jan Hus. De man was met een vrijgeleide aanwezig op het Concilie, maar werd op 6 juli 1415 toch op de brandstapel gezet. Dit leidde tot bloedige oorlogen tussen Sigismund en de ‘ketterse’ aanhangers van de hervormer. En dan was er nog het proces tegen Jan Zonder Vrees (1371-1419), de hertog van Bourgondië, die zijn rivaal Lodewijk van Orléans had laten vermoorden. Lodewijk was de broer van de Franse koning Karel VI, en zijn vrouw was de Italiaanse en humanistisch geschoolde Valentina Visconti, de zus van de hertog van Milaan. Ook dit proces werd op 6 juli 1415 op een dramatische wijze beslecht.
Al sinds de veertiende eeuw werd de verscheurde en corrupte Roomse Kerk onder vuur genomen door kunstenaars, intellectuelen en potsenmakers. In Engeland verscheen aan het einde van de veertiende eeuw het wonderlijke droomgedicht The Vision concerning Piers the Plowman, vol hatelijkheden tegen de bedelmonniken. Ook de Engelse hofdichter Chaucer liet zich in zijn teksten kritisch uit over de kerk. Maar omstreeks 1400 sloeg het politieke en geestelijke klimaat om en kon men niet meer vrijuit spreken. Kritische pamfletten zoals Het vuil van de Roomse curie verschenen anoniem, of misstanden werden op een cryptisch versleutelde manier gehekeld. Het retabel van het Lam Gods dient eveneens in deze context bekeken te worden, want het is een uiterst kritisch – versleuteld – tijdsdocument.

De Geheimen van de Tarot

Een kunstwerk als het Lam Gods laat zich niet snel doorgronden en al helemaal niet in een oppervlakkige beschrijving. Om zijn bevindingen op hun juistheid te toetsen, zag Peter Voorn zich genoodzaakt onderzoek te doen naar de geschiedenis van het retabel, en de planten, mensen, gebouwen en teksten die erop te zien waren. Welke verf hadden de kunstenaars gebruikt? Wat voor soort compositie en ordening? Wie was Jan Van Eyck… of zijn met zoveel raadsels omgeven vermeende broer Hubert?
Het was Peter Voorn opgevallen dat heel wat details die te zien waren op het Lam Gods en bepaalde namen van panelen feitelijk overeenkwamen met die van de oudste Tarotkaarten, of de Grote Arcana. Het leek er zelfs op dat voor het onderliggende grondplan van het Lam Gods vroege Tarotkaarten als uitgangspunt waren gebruikt – een merkwaardige ontdekking, omdat speelkaarten ook in de middeleeuwen als heidens beschouwd werden. Was het een toeval dat de Visconti familie bekend stond als opdrachtgever voor het maken van de oudste Tarotkaarten ter wereld? Hadden de Visconti’s ook iets te maken met het grondplan van het Lam Gods? Moest het  retabel beschouwd worden als een groot kaartenhuis, waar de thema’s van de Tarot als een ‘geheime’ rode draad – ‘arcana’ betekent immers ‘geheim’ – doorheen liepen?   
Om deze en andere vragen te beantwoorden, diende elke paneel van het Lam Gods aan een nauwkeurig en diepgaand onderzoek te worden onderworpen. Peter Voorn heeft dit titanenwerk aangevat, en bijgevolg is Jeanne d’Arc en de Ridders van Christus een analyse van het paneel de Ridders van Christus, die vertrekt vanuit de hoger beschreven premisses.

Allegorie en cryptoportret

Omdat het paneel de Ridders van Chris­tus overeenkomt met de Franse natie moeten we dit werk ook door een Franse bril bekijken. Alle belangrijke personages op het Lam Gods, met uitzondering van de twee ‘stichterportretten’ aan de buitenkant, zijn allegorische portretten van mensen die leefden in de periode 1400-1430. De meeste personen zijn door de schilders evenwel ‘cryptisch versleuteld’. Het Lam Gods is wat men in Duitsland een ‘krypto-gemälde’ noemt, een ‘cryptoportret’. We zien derge­lijke schilderkunstige versleutelingen ook terug bij Pieter Breughel de Oude, in bijvoorbeeld het schilderij van de Nederlandse Spreekwoorden (1559). Breughel vraagt de toeschouwer hoeveel geschilderde spreekwoorden hij kan ontdekken. Het spel is tweeledig: het activeert en het onderwijst de kennis van de toeschouwer.  
Iedere schilder heeft zo zijn eigen methoden om een personage cryptisch te pense­len, en wel op die manier dat een breed publiek, of een kring van een ingewijden, de persoon toch kunnen identificeren. Voor de huidige toe­schouwer zal dit altijd een probleem stellen, omdat wij niet meer thuis zijn in de middeleeuw­se geschiedenissen en gebruiken. Stel dat ik Vin­cent Van Gogh cryp­tisch wil af­beelden tussen honderd ande­ren. Hoe doe ik dat en hoe weet iemand binnen zeshonderd jaar dan dat het hier om Van Gogh gaat? Ik kan Van Gogh schilde­ren met één oor, bij een prieel zonnebloemen, aardappels etend. Of ik kan hem naast iemand plaatsen, die alle kenmerken heeft van zijn vriend, de schilder Gauguin. Net als bij een kruiswoordpuzzel of cryptogram moet de toeschouwer door het stellen van vragen, en door woord- of beeldassociaties achter de identiteit van het personage komen.  
De schilders van het Lam Gods hebben deze methode toegepast bij de weergave van hun personages. Het is nog steeds mogelijk veel van de cryptopor­tretten op het retabel te ontra­felen aan de hand van de merk­waar­digheden of door de plaatsing van de gepor­tret­teerde. De personages op het paneel de Ridders van Christus kunnen we bijvoorbeeld probleemloos situeren binnen de geschiedenis van de eerste helft van de vijftiende eeuw en op die manier kunnen we de meesten onder hen ook identificeren.  
Hierbij valt meteen op dat niets zonder reden werd geschilderd. Tientallen verhalen lopen door elkaar, maar toch is alles duidelijk gerangschikt. Zangers, Muzikanten, Heremieten, Pelgrims, Rechters zijn netjes en geordend bij elkaar zijn gezet. Adam en Eva staan schijnbaar gescheiden, maar ook zij komen bij elkaar als het Lam Gods zijn deuren sluit…

Jeanne d’Arc

Als we tot de ‘inhoud’ van het schilderij willen doordringen, moeten we naast een grondige beschrijving ervan de gebeurtenissen van die tijd leggen. Waarom werd iets op die manier en op die plaats op het paneel geschilderd? Alleen zo kunnen we de bedoelingen van de schilders ontrafelen.
Het boek Jeanne d’Arc en de Ridders van Christus schetst bijgevolg een beeld van het Franse hof in de periode 1380-1432. Het vertelt hoe Karel VI tot waanzin verviel, over het koningskind Karel VII en de moord op Jan Zonder Vrees, over de Engelsen en de Fransen en uiteraard ook over de figuur van Jeanne d’Arc en hoe zij gevangen werd genomen.
De ridderorden en de cultus van de negen helden worden behandeld (‘van neghen den besten’) – negen helden die we ook terugvinden op het bewuste paneel. Vertrekkend van een beschrijving van het uiterlijk van Jeanne d’Arc, zoals we dat in de bronnen aantreffen, kunnen we haar eveneens op het paneel situeren. Peter Voorn vertelt het verhaal achter Sint Joris en waarom Jeanne op het paneel de Ridders van Christus zijn attributen vast houdt, en hij gaat dieper in op de tekst op Jeanne’s schild, de Antonisorde en het Taukruis.
Ook Christine de Pizan is van de partij – het literaire talent, maar ook de ridderlijke dame die zeshonderd jaar voor een man werd gehouden. Jean, ‘de bastaard van Orléans’ wordt geïdentificeerd, en uiteraard vinden we hier alle andere protagonisten terug: koning Sigismund, Lodewijk van Orléans, Jan Zonder Vrees, Jan Hus,…



















Jan Van Eyck en Jeanne d’Arc wil een (kunst)historische detective zijn, waarin we aan de hand van het paneel de Ridders van Christus en door de ogen van een kunstenaar een stukje geschiedenis (her)ontdekken… en een verhaal van intriges en gekonkel, moord en doodslag, overspel en waanzin beschrijven… Vzw de Scriptomanen verzorgde de uitgave als ebook.