Posts tonen met het label Jeanne d'Arc. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Jeanne d'Arc. Alle posts tonen

17.6.15

Een hack gezet? - Open Brief aan Mark Harlem aka Karl Hammer

Lees eerst dit: na publicatie van onderstaand artikel wist Huub Kampen mij ervan te overtuigen dat het gebruik van het pseudoniem Mark Harlem een staaltje van de reeds van hem gekende 'hubor' was; hij is nu eenmaal een Aprilvis (want geboren op 1 april, jawel). Op het internet had hij zelf het verband gelegd tussen Hammer=Hamer=Martel, nog voor De Morgen erop wees dat Karel Martel het nieuwe icoon van extreemrechts is. En ook dat is best mogelijk. Huub Kampen werkte, kortom, niet samen en had ook geen contact (om toestemming te vragen) met Karl Hammer. En ik geloof hem.

De overeenkomsten berusten op Toeval; en het was Karl Hammer die zijn geboortejaar veranderde, niet Huub. Als Huub al eens over erg eerstehands lijkend materiaal blijkt te beschikken, dan komt dat omdat hij inderdaad samenwerkt met een team (zoals Ysa Pastora eigenlijk een collectief is) dat ook zijn weg op het web weet te vinden. Tenminste, zo heb ik het toch begrepen. Dat er daarbij interessante ontdekkingen wordt gedaan, ligt voor de hand. Huub heeft mij een van zijn bronnen getoond, en opnieuw: ik geloof hem. Zoals ik hem ook geloof als hij zegt dat zijn team zich niet bezig houdt met hacken, dat nooit gedaan heeft en nooit zal doen.


Het volledige artikel met mijn reactie is te vinden onder Een goeie chat met Huub Kampen.



Op de Facebook Pagina van Ysa 'Pandora'


Dag Mark,

Ik heb gemerkt dat je een 'enige echte officiële' Facebook-pagina van Mark Harlem hebt opgestart: 'het anagram van journalist-schrijver Karl Hammer'. Dat is een goeie zaak. Maar het zou nog beter kunnen als je op die enige echte officiële - elders mag ook - klaar en duidelijk zou stellen hoe dat nu eigenlijk zit met die hele Mark Harlem.

Al vrij snel nadat het collectief 'Ysa Pastora' de gelijknamige Facebook Community Pagina en de site www.rauna.eu had gestart, werden we daar gestalkt door een codebreker die luisterde naar de naam Huub Kampen. Later kreeg hij het gezelschap van schuilnaam Theo Van der Wal, die voorheen ook bekend stond onder de schuilnaam Pieter Marinus, daar bovenop nog een Facebook profiel had aangemaakt voor de schuilnaam Otto de Pastoor - maar voor de rest gewoon Peter Groeneveld heette, en tot onze abonnees van het eerste uur behoorde. Deze codebrekers hielden zich voornamelijk bezig met het op alle mogelijke manieren bevorderen van onenigheid tussen hun collega's en pogingen om de schuilnaam van Ysa Pastora te breken. Het is allemaal netjes gedocumenteerd op Rauna en in De Hamer van Thor. 

De heer Kampen beschikt over 'een team' van niet nader gespecifieerde whizzkids die er uiteindelijk in geslaagd zijn te achterhalen dat de Facebook Pagina van Ysa Pastora werd onderhouden door een paar medewerkers, die het verkozen anoniem te blijven. Bijgevolg gooide Kampen blijgezind hun namen op het web. Deze H.K. deelt zijn initalen met K.H., de stad Delft met diens uitgever Elmar en over zijn numerologisch sleutelgetal gaan we niets meer zeggen, want sinds kort is hij op Facebook alleen nog geboren. Maar goed, Toeval met de Grote T die jou zo lief is, Mark & Karl... het bestaat nu eenmaal. Echter, zoals een groot filosoof ooit stelde: 'Trop is te veel en te veel is trop!' 

Het was deze Huub Kampen die zich vrij recent op Facebook aandiende als Mark Harlem. Op Facebook verdorie. Net zoals Wikipedia een vrijplaats waar iedereen ongestraft een hoop onzin kan en mag verkondigen, zich uitgeven voor iemand anders, van geboortejaar veranderen, noem maar op. Toen de nonsens van Huub Harlem de spuigaten begon uit te lopen, heb ik hem er vriendelijk maar kordaat op gewezen dat hij tamelijk illegaal bezig was. Daarna ging Ysa er zich ook mee bemoeien: Waarin Karl Hammer uit de kast lijkt te komen als fan van Ysa Pastora en Mark Harlem zich out als Karel Martel, icoon van extreemrechts... 

Huub Harlem verdween ijlings van het toneel, maar keerde even later triomfantelijk terug met de boodschap dat hij de toestemming had om je pseudoniem te gebruiken, Mark. Om zich vervolgens opnieuw vrolijk aan lasterlijke - want volstrekt ongegronde en bijgevolg niet bewezen - aantijgingen te buiten te gaan. Nu in tandem met één van de pseudoniemen van Peter Groeneveld. Een poging om de samenwerking tussen Ignace Lepage, het collectief rond Ysa Pastora en mezelf op te blazen door conversaties op het web te gooien die binnen een besloten codebrekersgroep waren gedaan, mislukte jammerlijk. Waarna plotseling allerlei 'nieuwe' informatie begon op te duiken, vergezeld van veel 'Ha-Ha's' en schimpscheuten als zouden Ignace & Co. 'erin gestonken' zijn. Tot Ysa opnieuw orde op zaken stelde in Act III van de Vaudeville getiteld: Over het georkestreerde consumentenbedrog van Indiana Brownie, aka Karl Hammer, en zijn uitgeverij Elmar. 

Waarna Huub Harlem voor de tweede keer de aftocht blies en Mark Harlem - de enige echte officiële - een Facebook Pagina opende. Maar waarmee de vraag nog altijd niet beantwoord is - en vroeg of laat zal dat er toch moeten van komen - of Huub Harlem inderdààd toestemming had van 'de Grote Baas in eigen persoon'... en dus een medewerker van zijn eigen pseudoniem genoemd mag worden. Best mogelijk hoor, dat het alleen maar een staaltje was van wat Ysa Pastora al 'hubor' heeft genoemd, maar het blijft een feit dat de Aprilvis uit Delft beschikt over informatie die redelijk eerstehands en spectaculair lijkt. En zo is de cirkel rond en zijn we weer bij zijn whizzkids aanbeland.





Want, zie je, enige echte officiële Mark Harlem, als iemand het over zijn team heeft van experten, die ik whizzkids heb gedoopt maar die je ook hackers kunt noemen, dan gaan de haren op mijn armen recht overeind staan. In 2009 stelde Peter Voorn al dat je het verhaal van Jeanne d'Arc van hem had ingepikt, en had hij ook een heel interessante theorie bij je eerste naamsverandering, van Karl Katee naar Karl Hammer-Kaatee. In 2011 zouden we met de Scriptomanen zelfs Peters hele boek over Jan Van Eyck en Jeanne d'Arc uitgeven als PDF, omdat hij bang was vroeg of laat zijn hele hypothese tegen te komen in een nieuwe 'true crime' van Karl Hammer. Ik vond dat eerlijk gezegd een beetje overdreven. Zoals ik hem er ook van verdacht een tikje paraonoïde te zijn, toen hij me vertelde dat zijn gmail-account was gehacked door het team van Hammer. 

Zowat het enige dat Huub Kampen nog op zijn Facebook heeft staan, is een huboristische foto van Don Berlusconi. Die deed me meteen denken aan een andere Don, namelijk Don Barone, vermoedelijk ook een lid van het team van Mark Harlem & Karl Hammer. Op het forum van Graham Hancock pakte hij doorgaans uit met 'inside information', die net zoals in het geval Kampen nogal eerstehands verkregen leek. Dat ging dan bijvoorbeeld als volgt, over de al dan niet valse relieken van Jeanne d'Arc:

Date:   06-Apr-07 06:48
Karl Hammer (Mark Harlem) author of Satan's Song (now renamed for the English translation as The Secret of The Just Judges) about two years ago suggested to me that in all liklihood this revelation was to be made shortly. He strongly suggested I study the story of Joan as it relates very much to the mystery of Rennes le Chateau. He also strongly suggested that not only wasn't Joan where she was alleged to lay but that in fact she had not died at all at this particular time. As King Rene of Anjou and The Van Eycks (Jan, Hubert and Barthélemy d'Eyck) fit very much into the time frame of Joan of Arc(adia) it would seem that it could all be interconnected. And finally Karl sugested to me that "The Shepherdess, no temptation" part of the clue in The Rennes le Chateau mystery "game" was in fact referring to none other than Joan of Arc who was indeed a sherperdess and did indeed remain chaste unto her alleged death.
Cheers
Don Barone

En op de vraag of het boek Satans Lied nu snel in het Engels gepubliceerd zou worden:

Date:   10-Apr-07 12:40
Last I heard before Karl Hammer went into self imposed exile and seclusion was that it was in the hands of his lawyers in Los Angeles, California and was waiting on certain organizations, probably The CIA and Homeland Security to give clearance for certain documents referred to in the book. Last I heard this permission was still not granted. Karl assured me that if permission was not granted a censored version would be published and the original would be published to the internet. I can no longer reach him for the time being and am unsure how long he will be gone for .. perhaps forever.
Best
Don Barone

Karl vond niet meteen een Engelse uitgever, maar de Don hield de moed erin. Die dekselse FBI & CIA, nietwaar. Het doet onwillekeurig heel erg sterk denken aan de plot van de nieuwe waargebeurde fictie van Karl Hammer, rond de relieken van Franciscus, en aan de belachelijke reden die gegeven wordt voor de nu weer opgelopen vertraging: het ligt aan mogelijke buitenlandse edities.






Laten we serieus blijven. Ik heb een boek geschreven met - de ondertussen overleden - Philip Coppens. De Paus van Satan (Manteau, 2011) gaat over het Heilig Bloed & de Heilige Graal van Brugge. Dat thema speelt, samen met nazi's en neonazi's, ook al een rol in Mysteries van het Lam Gods (Manteau, 1991) en Het Bloed van het Lam (Manteau, 2006). Je vindt zowat alle belangrijke ideeën uit die en andere boeken - van Karel Mortier, Paul de Saint-Hilaire,... - terug in Satans Lied dat verscheen bij Elmar, 2006. Samen met pistes van Peter Voorn, Frans Wentholt (het hoofd in de rots) en - ook in uitgesteld relais - Jos Bertaulet (De Verloren Koning en de bronnen van de Graallegende, speurtocht in Notre Dame de Marceille, een geheim oord in de geschiedenis van Frankrijk - Stichting Mens & Kultuur, 1991). Zowel Philip - die ook een boek over de Graal heeft geschreven - als ikzelf hebben nauw samengewerkt met Bertaulet. Soit, ideeën worden niet beschermd door het auteursrecht, zoals Baigent, Leigh & Lincoln mochten ondervinden toen zij Dan Brown voor de rechter daagden wegens plagiaat. 

In oktober 2007 interviewden Philip Coppens, Corjan De Raaf en Andrew Gough de auteur van Satans Lied dat ze zonder verpinken 'a novel' noemden:

Hammer caused quite a stir when he published his book ‘Satan’s Song’ in the Netherlands. Although a novel, the author stated it was the true story of Dutch secret service art agent Tom R. who accidentally discovered a trail from Jan van Eyck’s famous Ghent Altar Piece ‘the adoration of the Lamb’ to the Arma Christi, while he was investigating the art treasures stolen by the Nazis just after World War II. The false trail and clues he created to hide his discoveries from the CIA were, he claims, picked up by the authors of ‘Holy Blood, Holy Grail’. 

Nadat ik Philip medio jaren 90 uit het oog was verloren - als piepkuiken werkte hij toen al eens voor Stichting Mens & Kultuur, waar ik een essay over urban legends publiceerde en Bertaulets Graalboek verscheen - vonden wij elkaar terug in 2008. Uiteraard kwam het gesprek al gauw op Karl Hammer, toen nog Kaatee, bij wie Philip 'een zeer ongemakkelijk gevoel' had ervaren, vergelijkbaar met wat Leon Giesen in De Morgen beschrijft: 'Je hebt de indruk dat hij iets te verbergen heeft.' - Hammer-Kaatee was toen nog volop in zijn spirituele periode. Hij ontving het trio esoterische onderzoeksjournalisten, dat toch wel wat gewend was op het gebied van vreemde vogels, als een soortement ebionitische monnik (met Tau kruis). Wellicht speelde hij toen de rol van Markhar Lem, de leider van de mysterieuze en zeer gesloten orde van monniken die zich in het kader van de Frieda Foundation wijden aan de Misa Ecouta (je leest er alles over in De Hamer van Thor)(en op het forum van Graham Hancock). 


Met dank aan Corjan De Raaf


Ook die gesprekken speelden een rol toen ik Peter Voorn leerde kennen en in een handvol blogberichten de vloer aanveegde met de 'onderzoeksjournalist' Hammer-Kaatee. Daarna verdween Karl op de achtergrond, tot in de zomer van 2014. Op een paar maanden tijd, tot eind december 2014, werden de sites waarmee mijn productiehuis stadsspelen in de reeks Mysterieus België en interactieve teambuildings, maar ook alternate reality games verkocht, het slachtoffer van een reeks hackings waardoor het hele semester commercieel om zeep ging. Een paar sites waren weken out en het kostte enorm veel tijd om ze weer in orde te krijgen. De site www.teambuildings.eu  werd zelfs tot twee keer toe gehacked, in nauwelijks drie maanden tijd. Al de sites zaten toen nog bij WordPress - 'veilig en eenvoudig in gebruik' - maar het was duidelijk dat de hackers een lek in de beveiliging hadden gevonden en het op mijn broodwinning voorzien hadden. Het grapje kostte mij duizenden euro's. Qua hubor kan dat tellen.

De laatste aanval vond plaats op 22 december. Ik ontving eerst een mailtje van een vriendelijke Duitser, die mij waarschuwde:

Dear,
I got a phishing mail with link to your website. Please take care about this!
The link is getting opened after clicking this one:

Waarna er een link volgde van www.teambuildings.eu met een extensie 'graal'. Een tijdje later kreeg ik het bericht dat mijn site 'gesuspendeerd' was, vanwege verdachte activiteit, en dus niet langer bereikbaar. Bij die 'graal' dacht ik meteen aan Hammer, aan Peter Voorn, aan het team dat zijn gmail-account gehacked had. Maar goed, Toeval bestaat, nietwaar... en ik heb weinig aanleg voor paranoia, dus ik verwierp het idee als 'een beetje te danbrownesk om waar te zijn'.

Korte tijd later werd ik gecontacteerd door Ysa Pastora. Zij wilde alleen met mij communiceren over Hammer 'in versleutelde documenten, want de kans bestaat dat hij meeluistert'. Ik vond het er nog steeds lichtjes over, maar nadat Peter Voorn en ikzelf al met weinig goedaardige hackers te maken hadden gekregen, besloot ik het spelletje voor alle veiligheid toch mee te spelen. Ik heb de site www.teambuildings.eu die nog lam lag, niet meer opnieuw opgestart, maar gebruikt als platform voor een nieuw format van QR-code spelen. Het sloot mooi aan bij het verhaal waar Ysa Pastora kwam mee aanzetten, en waar ik aanvankelijk van dacht dat het te sterk op mijn eigen historische faction thrillers leek, of op de alternate reality games die we produceerden, om helemaal waar te zijn. Ik wilde een slag om de arm houden, zie je.

Spoedig bleek echter dat het bittere ernst was. En binnen de kortste keren hoorde ik van nog een andere codebreker dat hij vreemde dingen had waargenomen op zijn PC. En toen was daar ineens, out of the blue, Huub Harlem met zijn team.

Toeval bestaat, jazeker. Als magisch-realist geloof ik zelfs in synchroniciteit en betekenisvolle coïncidenties. Maar trop is te veel en te veel is trop. Ik denk dat ik dus maar eens klacht ga indienen bij de ecops. Tegen onbekenden, jawel, want als er één ding duidelijk is wanneer Karl Hammer om het hoekje komt kijken, dan wel dat niets is wat het lijkt, en dat je nooit precies weet met wie je nu eigenlijk te maken hebt. Op elk medium - weze het forum, Facebook, Wikipedia - zijn de man, zijn schuilnamen, zijn nicknames en zijn team van internationale topexperten op steeds dezelfde manieren bezig met het vermarkten & verhypen van de enige echte officiële Karl Hammer en het koeioneren van lui die al eens van boerenbedrog durven gewagen.

En o ja, nog dit. Karl jaagt koortsachtig en als een heuse Indiana Brownie reeds een hele tijd op relieken en daarmee gepaard gaande onverbiddelijke internationale bestsellers. Zijn het niet die van Jeanne d'Arc - de relieken, dus -, dan wel die van de Heilige Franciscus. En altijd weer duikt de vraag op: fake or real? Het is dezelfde kwestie die aan de orde is bij de gecodeerde partituur. Met Peter Schulz hebben we een rechtstreekse link naar een bedrijfje dat doet in nazi reproducties 'van museumkwaliteit', o.a. goudstaven van de Reichsbank. Maar goed, ook dat zal wel toeval zijn, neem ik aan. Je leest er alles van in, alweer, De Hamer van Thor.

Wat de overeenkomsten betreft met de Rennes-le-Château Hoax... uiteraard zijn ook die toeval, of wat dacht je? Een hotelbaas die het toerisme in de streek wil bevorderen en een kerel die in de politiek denkt te gaan en daarom fake documenten in de nationale bibliotheek deponeert, die daar vroeg of laat door esoterische onderzoeksjournalisten zullen gevonden worden... En zo doet de manier waarop wij naar het Tonihof in Mittenwald werden gedirigeerd door Karl Hammer en zijn maatje Huub Harlem onwillekeurig hieraan denken:

The false trail and clues he created to hide his discoveries from the CIA were, he claims, picked up by the authors of ‘Holy Blood, Holy Grail’. 

Maar trop is te veel en te veel is trop. Dus, hoe moeten we iedere gelijkenis met bestaande personen en toestanden catalogeren, Mark? Huub?

Ik vraag het aan jullie hé, want echt, ik kom er niet meer uit.

Patrick Bernauw
speelde recent ook toneel
en kroop dan in de huid van Pé Boonaparte
en Pee Klak




Overigens ben ik van mening dat EenVandaag, de VRT Nieuwsdienst en De Volkskrant hun verantwoordelijkheid moeten opnemen, en verslag uitbrengen over feiten in plaats van over de fictie van Indiana Brownie.



sitestat

5.11.11

Jeanne d'Arc en de Ridders van Christus




Het Lam Gods van Jan en Hubert Van Eyck, te bekijken in de Sint Baafskathedraal te Gent, behoort tot de tien beroemdste schilderijen ter wereld. Van die tien is het, samen met de Mona Lisa, ongetwij­feld door de meeste raadsels omgeven. Het Lam Gods is een kerkelijk veelluik, ook wel ‘retabel’ genoemd. Na heel wat turbulente avonturen verhuisde het in de jaren tachtig van de vorige eeuw van zijn oude plek, de kleine Vijdkapel, naar de grotere doopkapel, elders in de kathedraal. Wanneer de schilders met het werk voor het retabel gestart zijn, weten we niet precies. Het enige dat we met zekerheid kunnen stellen, is dat meester-schilder Jan van Eyck het veelluik rond 1432 vol­tooide.

Het Concilie van Konstanz

In het begin van de jaren tachtig van de vorige eeuw studeerde de Nederlander Peter Voorn aan de Gentse Kunstacademie en bezocht hij het kunstwerk met enige regelmaat. Daarbij vroeg hij zich ook af waarom er zoveel pausen op het centrale paneel van het Lam Gods stonden. Pas in 1995 slaagde hij erin deze vraag te beantwoorden, toen hij ontdekte dat dit paneel met het Concilie van Konstanz te maken had.
Het Concilie dat tussen 1414 en 1418 in het Duitse Konstanz werd georganiseerd op initiatief van de Koning van het Heilige Roomse Rijk (Duitsland), Sigismund van Luxemburg, moest een einde maken aan het kerkelijke schisma. Op dat ogenblik waren er immers drie pausen: in Rome zetelde de oude Gregorius XI, in Avignon Benedictus XIII en in Bologna Alexander V. Deze laatste was op het Concilie van Pisa in 1409 verkozen en werd korte tijd later opgevolgd door Johannes XXIII, die hem wellicht vergiftigde en later door de Kerk niet als paus werd erkend vanwege zijn vele misdaden. De gelovigen wisten niet meer wie nu de ene ware paus was die ze moesten volgen. Het Concilie van Konstanz zou die onzekerheid uit de wereld helpen, en slaagde daar ook in: terwijl de ene paus in de gevangenis belandde, de andere ‘vrijwillig’ terugtrad en de derde door zijn stijfkoppigheid door niemand meer serieus werd genomen, kwam de weg voor nog een andere paus wijdopen te liggen. De vijf naties die ook op het Concilie de dienst uitmaakten, zouden deze nieuwe paus kiezen: de toenmalige bondgenoten Bourgondië en Engeland, en Frankrijk, Duitsland, Italië en Spanje – naties die toen anders waren samengesteld en functioneerden dan ze dat nu doen.
We vinden deze vijf naties – waarbij Bourgondië en Engeland tot één natie worden gerekend – ook terug op de onderste vijf panelen van het geopende retabel. Het paneel van de Rechtvaardige Rechters staat voor Bourgondië en Engeland, het paneel met de Ridders van Christus voor de Franse situatie, het Lam-paneel voor de Duitse landen. Het paneel van de Heremieten verbeeldt  de Italianen en de Pel­grims op het naar hen genoemde paneel zijn op weg naar Spanje.
Op 11 november 1417 kozen de vijf naties Martinus V (Otto Colonna) tot de nieuwe paus. Zowel zijn pauselijke als zijn wereldse naam vinden we terug op het Lam-paneel, met de Domtoren van de Sint Maartenskerk van Utrecht en het achtkantige waterbekken op de voorgrond – ‘otto’ is immers ‘acht’. De wereldse achternaam van de paus, Colonna, betekent ‘zuil’ – en zuilen vinden we niet alleen terug bij de engel die de geselzuil van Christus vasthoudt, maar ook aan de buitenkant van het retabel. Naast Martinus V zijn ook de drie vorige (tegen)pausen te zien op het Lam-paneel.
Behalve de pausverkiezing kenmerkte het Concilie van Konstanz zich door enkele grote processen. De twee belangrijkste worden uitgebreid behandeld op het Lam Gods. Zo was er bijvoorbeeld het proces tegen de Boheemse hervormer Jan Hus. De man was met een vrijgeleide aanwezig op het Concilie, maar werd op 6 juli 1415 toch op de brandstapel gezet. Dit leidde tot bloedige oorlogen tussen Sigismund en de ‘ketterse’ aanhangers van de hervormer. En dan was er nog het proces tegen Jan Zonder Vrees (1371-1419), de hertog van Bourgondië, die zijn rivaal Lodewijk van Orléans had laten vermoorden. Lodewijk was de broer van de Franse koning Karel VI, en zijn vrouw was de Italiaanse en humanistisch geschoolde Valentina Visconti, de zus van de hertog van Milaan. Ook dit proces werd op 6 juli 1415 op een dramatische wijze beslecht.
Al sinds de veertiende eeuw werd de verscheurde en corrupte Roomse Kerk onder vuur genomen door kunstenaars, intellectuelen en potsenmakers. In Engeland verscheen aan het einde van de veertiende eeuw het wonderlijke droomgedicht The Vision concerning Piers the Plowman, vol hatelijkheden tegen de bedelmonniken. Ook de Engelse hofdichter Chaucer liet zich in zijn teksten kritisch uit over de kerk. Maar omstreeks 1400 sloeg het politieke en geestelijke klimaat om en kon men niet meer vrijuit spreken. Kritische pamfletten zoals Het vuil van de Roomse curie verschenen anoniem, of misstanden werden op een cryptisch versleutelde manier gehekeld. Het retabel van het Lam Gods dient eveneens in deze context bekeken te worden, want het is een uiterst kritisch – versleuteld – tijdsdocument.

De Geheimen van de Tarot

Een kunstwerk als het Lam Gods laat zich niet snel doorgronden en al helemaal niet in een oppervlakkige beschrijving. Om zijn bevindingen op hun juistheid te toetsen, zag Peter Voorn zich genoodzaakt onderzoek te doen naar de geschiedenis van het retabel, en de planten, mensen, gebouwen en teksten die erop te zien waren. Welke verf hadden de kunstenaars gebruikt? Wat voor soort compositie en ordening? Wie was Jan Van Eyck… of zijn met zoveel raadsels omgeven vermeende broer Hubert?
Het was Peter Voorn opgevallen dat heel wat details die te zien waren op het Lam Gods en bepaalde namen van panelen feitelijk overeenkwamen met die van de oudste Tarotkaarten, of de Grote Arcana. Het leek er zelfs op dat voor het onderliggende grondplan van het Lam Gods vroege Tarotkaarten als uitgangspunt waren gebruikt – een merkwaardige ontdekking, omdat speelkaarten ook in de middeleeuwen als heidens beschouwd werden. Was het een toeval dat de Visconti familie bekend stond als opdrachtgever voor het maken van de oudste Tarotkaarten ter wereld? Hadden de Visconti’s ook iets te maken met het grondplan van het Lam Gods? Moest het  retabel beschouwd worden als een groot kaartenhuis, waar de thema’s van de Tarot als een ‘geheime’ rode draad – ‘arcana’ betekent immers ‘geheim’ – doorheen liepen?   
Om deze en andere vragen te beantwoorden, diende elke paneel van het Lam Gods aan een nauwkeurig en diepgaand onderzoek te worden onderworpen. Peter Voorn heeft dit titanenwerk aangevat, en bijgevolg is Jeanne d’Arc en de Ridders van Christus een analyse van het paneel de Ridders van Christus, die vertrekt vanuit de hoger beschreven premisses.

Allegorie en cryptoportret

Omdat het paneel de Ridders van Chris­tus overeenkomt met de Franse natie moeten we dit werk ook door een Franse bril bekijken. Alle belangrijke personages op het Lam Gods, met uitzondering van de twee ‘stichterportretten’ aan de buitenkant, zijn allegorische portretten van mensen die leefden in de periode 1400-1430. De meeste personen zijn door de schilders evenwel ‘cryptisch versleuteld’. Het Lam Gods is wat men in Duitsland een ‘krypto-gemälde’ noemt, een ‘cryptoportret’. We zien derge­lijke schilderkunstige versleutelingen ook terug bij Pieter Breughel de Oude, in bijvoorbeeld het schilderij van de Nederlandse Spreekwoorden (1559). Breughel vraagt de toeschouwer hoeveel geschilderde spreekwoorden hij kan ontdekken. Het spel is tweeledig: het activeert en het onderwijst de kennis van de toeschouwer.  
Iedere schilder heeft zo zijn eigen methoden om een personage cryptisch te pense­len, en wel op die manier dat een breed publiek, of een kring van een ingewijden, de persoon toch kunnen identificeren. Voor de huidige toe­schouwer zal dit altijd een probleem stellen, omdat wij niet meer thuis zijn in de middeleeuw­se geschiedenissen en gebruiken. Stel dat ik Vin­cent Van Gogh cryp­tisch wil af­beelden tussen honderd ande­ren. Hoe doe ik dat en hoe weet iemand binnen zeshonderd jaar dan dat het hier om Van Gogh gaat? Ik kan Van Gogh schilde­ren met één oor, bij een prieel zonnebloemen, aardappels etend. Of ik kan hem naast iemand plaatsen, die alle kenmerken heeft van zijn vriend, de schilder Gauguin. Net als bij een kruiswoordpuzzel of cryptogram moet de toeschouwer door het stellen van vragen, en door woord- of beeldassociaties achter de identiteit van het personage komen.  
De schilders van het Lam Gods hebben deze methode toegepast bij de weergave van hun personages. Het is nog steeds mogelijk veel van de cryptopor­tretten op het retabel te ontra­felen aan de hand van de merk­waar­digheden of door de plaatsing van de gepor­tret­teerde. De personages op het paneel de Ridders van Christus kunnen we bijvoorbeeld probleemloos situeren binnen de geschiedenis van de eerste helft van de vijftiende eeuw en op die manier kunnen we de meesten onder hen ook identificeren.  
Hierbij valt meteen op dat niets zonder reden werd geschilderd. Tientallen verhalen lopen door elkaar, maar toch is alles duidelijk gerangschikt. Zangers, Muzikanten, Heremieten, Pelgrims, Rechters zijn netjes en geordend bij elkaar zijn gezet. Adam en Eva staan schijnbaar gescheiden, maar ook zij komen bij elkaar als het Lam Gods zijn deuren sluit…

Jeanne d’Arc

Als we tot de ‘inhoud’ van het schilderij willen doordringen, moeten we naast een grondige beschrijving ervan de gebeurtenissen van die tijd leggen. Waarom werd iets op die manier en op die plaats op het paneel geschilderd? Alleen zo kunnen we de bedoelingen van de schilders ontrafelen.
Het boek Jeanne d’Arc en de Ridders van Christus schetst bijgevolg een beeld van het Franse hof in de periode 1380-1432. Het vertelt hoe Karel VI tot waanzin verviel, over het koningskind Karel VII en de moord op Jan Zonder Vrees, over de Engelsen en de Fransen en uiteraard ook over de figuur van Jeanne d’Arc en hoe zij gevangen werd genomen.
De ridderorden en de cultus van de negen helden worden behandeld (‘van neghen den besten’) – negen helden die we ook terugvinden op het bewuste paneel. Vertrekkend van een beschrijving van het uiterlijk van Jeanne d’Arc, zoals we dat in de bronnen aantreffen, kunnen we haar eveneens op het paneel situeren. Peter Voorn vertelt het verhaal achter Sint Joris en waarom Jeanne op het paneel de Ridders van Christus zijn attributen vast houdt, en hij gaat dieper in op de tekst op Jeanne’s schild, de Antonisorde en het Taukruis.
Ook Christine de Pizan is van de partij – het literaire talent, maar ook de ridderlijke dame die zeshonderd jaar voor een man werd gehouden. Jean, ‘de bastaard van Orléans’ wordt geïdentificeerd, en uiteraard vinden we hier alle andere protagonisten terug: koning Sigismund, Lodewijk van Orléans, Jan Zonder Vrees, Jan Hus,…



















Jan Van Eyck en Jeanne d’Arc wil een (kunst)historische detective zijn, waarin we aan de hand van het paneel de Ridders van Christus en door de ogen van een kunstenaar een stukje geschiedenis (her)ontdekken… en een verhaal van intriges en gekonkel, moord en doodslag, overspel en waanzin beschrijven… Vzw de Scriptomanen verzorgde de uitgave als ebook.

12.5.09

Peter Voorn, het cryptogram van het Schaap van God & Satans Lied

ebook (PDF):

Naar aanleiding van mijn boek "Het Bloed van het Lam" werd ik een tijdje geleden gecontacteerd door de Nederlandse Lam Gods deskundige Peter Voorn. Tot dusver werd er in het gekrakeel rond de mysteries van het Lam Gods al te weinig aandacht geschonken aan zijn onderzoek van Peter Voorn, een euvel dat ik met dit artikel enigszins zal proberen goed te maken.

Peter Voorn kreeg in 1999 een beurs van het Nederlandse Prins Bernhard Fonds om een maand onderzoek te doen in Konstanz en Italië. In dezelfde periode publiceerde de Belgische journalist Eric Bracke twee artikels over zijn werk, die ook terug te vinden zijn bij de Persberichten van de SpeuRRsite:

Het verborgen thema in het vredige Lam Gods, De Morgen, 7 december 1998
Duistere logica in grondplan "Lam Gods", De Morgen, 8 december 1998

Op zondag 13 december 1998 was Peter Voorn te zien in een 15 minuten durend televisie interview, uitgezonden door de VRT, samen met de bekende Belgische kunsthistoricus Roger Marijnissen. De opnamen werden gemaakt voor in het kader van het programma De Zevende Dag. In 1999 publiceerde hij dan The Ghent Altarpiece and the Councel of Constance in het prestigieuze Jahrbuch der Oswald van Wolkenstein Gesellschaft en in 2000 maakte hij samen met de Gentse kunstenaar Luk Gobijn de Lam Gods documentaire De ladder, het konijntje en de bierviltjes. Deze anderhalf uur durende video-documentaire maakte deel uit van de kunstinstallatie Quartier Baraque Friture.

In 2002 publiceerde Eric Bracke opnieuw een artikel over het onderzoek van Peter Voorn, deze keer in De Standaard: Een stoutmoedige zoektocht naar het "Lam Gods", een ketters kaartenhuis. Van Peter Voorns onderzoek naar de verdwenen Rechters en de verborgen levensboom op het altaarstuk bestaat ook een drie uur durende filmopname, in juli 2002 gedraaid door twee Amsterdamse documentairemakers.

Het Schaap & de Appel: To Milo!Toen Peter Voorn mij een paar weken terug opbelde, viel hij al meteen met de deur in huis door te stellen dat het lam van het Lam Gods geen lam is, maar een eenjarig schaap. Hij ziet in het centrale paneel dat bekend is geworden als "De Aanbidding van het Lam" een weergave van gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden op het concilie van Konstanz (1414-1417) en hij schreef hierover een spraakmakend artikel in het Oswald van Wolkenstein Jaarboek nr. 11, 1999. De Gentse kunstenaar Luk Gobijn maakte hierover ook samen met Voorn een anderhalf uur durende documentaire film, die te zien was in het kader van de reizende tentoonstelling ”Quartier Baraque Friture”, zowel in Gent, Oostende, Dendermonde als in Antwerpen.

Het concilie van Konstanz kenmerkte zich door drie zaken:
1. Men wilde een einde maken aan het kerkelijk schisma. (Er waren op dat moment niet minder dan drie pausen!)
2. Een proces tussen Bourgondië en de Armagnacs vanwege de moord op Lodewijk van Orléans.
3. De gevangenname en veroordeling van de Boheemse hervormer Jan Hus.

Voorn gaat er vanuit dat er niet zomaar voor een schaap (symbool van de onschuld) werd gekozen. Op het concilie was een Griekse delegatie aanwezig en de Griekse taal werd uitvoerig bestudeerd. Nu is "het schaap" in het Grieks "To Milo"... of ook: "de appel". Het schaap op het beroemde Gentse Altaarstuk verwijst op die manier indirect naar de appel van Adam en Eva, een reden waarom onze oerouders volgens Voorn aan de zijkant van het Lam Gods afgebeeld zijn.

De Twistappel & de VenussterOp het concilie van Konstanz waren zo’n 1400 hoeren aanwezig die op de vele duizenden gasten afkwamen. De aanwezige humanisten mompelden dan ook dat het concilie werd geregeerd door de liefdesgodin Venus.

Wanneer men nu een appel doormidden snijdt, zo betoogt Voorn, vindt men de Venusster. De appel is dus de Griekse twistappel, die door de godin Eris tijdens een bruiloftsmaal tussen de bezoekers werd gegooid. De herderszoon Paris pakte de gouden appel op en las dat die “voor de mooiste” bedoeld was, d.w.z. voor de mooiste aanwezige godin. Paris moest kiezen tussen de godinnen Hera, Pallas Athena of Venus... en gaf de appel terecht aan de laatste (omdat iedere appel haar ster bevat als je hem doormidden snijdt). De ster Venus (Aphrodite) is in de Oudheid altijd een "twistappel" geweest; men was immers niet zeker of het om een Avond- of Morgenster ging. Toen Venus de appel ontving, kreeg Paris van haar als beloning de liefde van de mooiste vrouw op aarde, de schone Helena. Maar tegelijk brak wel de Trojaanse oorlog uit...

Het schaap op het middenpaneel, de twistappel, verwijst volgens Voorn in de eerste plaats naar het 15e eeuwse schisma, de verbranding van Hus en het uitbreken van de Hussietenoorlogen; in de tweede plaats naar het proces tussen Jan Zonder Vrees en de advocaten van de tegenpartij, de Armagnacs. Volgens de humanisten op het concilie had Bourgondië namelijk ook een twistappel tussen de partijen gegooid (de moord op Lodewijk van Orléans). Het verklaart volgens Voorn tevens de aanwezigheid van de Sibille-panelen aan de buitenzijde die tegelijk ook weer verwijzen naar de Trojaanse oorlog.

In de altaarkelk ziet Voorn niet in de eerste plaats een Graalbeker, maar de kelk die in relatie staat tot de onschuldig veroordeelde hervormer, de zogenaamde "ketter" Jan Hus (hij was het allegorische schaap in deze strijd). De "lekenkelk" was immers een hot item op het concilie van Konstanz. En Jan Hus werd in Konstanz op een brandstapel gezet, geplaatst op een weide die men de Paradijsweide noemde...

Kabbala, Gulden Vlies & de Tarot
In een drie uur durend filmverslag vertelde Peter Voorn in 2002 uitvoerig over de verborgen levensboom op het altaarstuk. Hoe deze levensboom van oorsprong ontsproot uit het verloren Helpaneel en vandaar doorliep via het (centrale) conciliepaneel naar het Christus Koningpaneel. Het Lam Gods is volgens Voorn dan ook innig verstrengeld met de kabbala en de 10 emanaties van de joodse sefirot of levensboom.

In de film brengt Voorn, door kruis- en sterverbanden getekend op bierviltjes, het schaap in verband met de getallen 10, 7, 13, 19, 21 en 50, om dan uit te komen bij het Gulden Vlies. Dit onderliggende grondplan, de joodse kabbala en de Davidster leiden Voorn uiteindelijk naar een interpretatie van het geopende Lam Gods als zijnde de oudste geschilderde voorstelling van de Tarot. Het is als het ware een rechtstaand kaartenhuis, waarbij het paneel van de Rechtvaardige Rechters de kaart van Justitia voorstelt, de Heremieten zowel in de tarot als op het Lam Gods terug te vinden zijn, de over de rand stappende Adam als de Nar geduid wordt, het muzikantenpaneel met raderen de tarotkaart van het Rad voorstelt, enzovoort. Peter Voorn is dan ook niet voor niets al jaren betrokken bij de IPCS, de International Playing Card Society, die ondermeer historisch onderzoek doet naar tarotkaarten.

Karl Hammer-Kaatee & Jeanne d'Arc

Een van de redenen waarom ik "Satans Lied" van Karl Hammer-Kaatee compleet ongeloofwaardig vond, lag hem in het gegeven dat de ideeën of pistes die in het boek werden toegeschreven aan ene "Tom R." voor zowat 75% afkomstig waren uit het onderzoek en/of het werk van - onder meer - Karel Mortier, Paul de Saint-Hilaire, Baigent, Leigh & Lincoln, Lynn Picknett, Clive Prince en ondergetekende... en dit alles zonder de minste bronvermelding. Het was dan ook mijn stelling dat de "non-fictie" van Karl Hammer-Kaatee grotendeels was overgeschreven uit andere boeken en slechts een paar "nieuwe" inzichten of wendingen bevatte: de link met de CIA, de Arma Christi, Jeanne d'Arc.

Jammer genoeg voor Hammer-Kaatee waren precies deze "nieuwe" inzichten ook de minst geloofwaardige. Voor het fysieke bestaan van Tom R. en de link met de CIA (zie ook de vette slogan op de cover) werd niet één materieel bewijs geleverd. Het verband tussen de Arma Christi en het Lam Gods werd gelegd op basis van weinig meer dan een element, gedeeltelijk ontleend - uiteraard alweer zonder bronvermelding - aan Paul de Saint-Hilaire. Een schier eindeloos aantal andere kunstwerken bevat véél méér verwijzingen naar de Arma Christi dan het Lam Gods, maar uiteraard wordt daar met geen woord over gerept. Het Lam Gods, RLC enz... nogmaals in verband brengen met de Graal of de Lans van Longinus zou zelfs voor Hammer-Kaatee wat al te gortig geweest zijn, dus moesten het maar de Arma Christi wezen.

En dan was er nog Jeanne d'Arc die zou figureren op het paneel van de Milites Christi. Wat zij daar precies kwam doen, en waarom dat zo moest zijn, en wat het verband was met de Milites Christi, de rest van het Lam Gods, de figuur van Jan Van Eyck, enzovoort... Karl Hammer-Kaatee - of tot het bewijs van het tegendeel geleverd is: zijn fictieve Tom R. - vertikte het de stelling een context mee te geven, te onderbouwen, verder te duiden, het journalistieke basisprincipe van check & double check toe te passen... en reduceerde de verhaallijn op die manier tot een compleet ongeloofwaardige uitsmijter van de vriendin van Tom R., Elfrie.

Wie een beetje vertrouwd is met het onderzoek of de ideeën van Peter Voorn snapt evenwel meteen wat hier aan de hand is. Karl Hammer-Kaatee heeft een Voornse klok horen luiden, maar weet niet waar de klepel hangt - omdat hij de context mist. Dit blijkt ook min of meer over de opmerkingen die hij zijn protagonist(en) laat maken over Jan en vooral Hubert Van Eyck, over de Hussieten en andere hypothesen die terug te vinden zijn in het onderzoek van Peter Voorn. Aan Erik Bracke verklaarde Voorn reeds in 2002 waarom, volgens hem, Jeanne d'Arc op het paneel met de strijders van Christus terecht was gekomen - een verklaring die niet in het artikel van Bracke terecht kwam, maar wel door twee Amsterdamse filmmakers werd vastgelegd, vier jaar voor Satans Lied verscheen. De Franse maagd past overigens ook uitstekend in het historisch raamwerk dat Voorn al schetste in het jaarboek uit 1999... informatie waarover Kaatee wellicht niet beschikte, of die hem ook niet bekend was, zodat de Maagd van Orléans enigszins plompverloren in zijn bij elkaar gejat boek wordt gedropt - altijd leuk voor het effect, zo'n deus ex machina, maar geloofwaardiger wordt het er niet meteen op.

Het CryptogramHet Lam Gods is overduidelijk een "cryptogramschilderij", concludeert Peter Voorn na zijn jarenlang onderzoek, waarin hij is overgegaan tot een minutieuze beschrijving van alle panelen, personen, planten, torens en hun achterliggende allegorische betekenisvelden. Na een aanvaring met een Groningse hoogleraar stopte hij in 2005 met zijn werkzaamheden, en hij noemt het dan ook "zeer pijnlijk voor de academische wereld" dat resultaten van zijn onderzoek, zonder enige bronvermelding, nu te lezen staan in boeken en op internetfora, naast "oppervlakkig onderzochte stellingen" en "gestolen bevindingen van wetenschappers".

Over cryptogrammen gesproken... Peter Voorn ziet die ook opduiken in de figuur Tom R. van Karl Hammer-Kaatee, en in de naam van de "auteur" zelf. Tom R(iddle) is inderdaad een anagram van "Mort" (Dood), zodat Karl Hammer Kaatee de waarheid spreekt als hij verklaart dat Tom R. dood is. En volgens Voorn behoorden de initialen H.K. toe aan de schilder Hans of Albrecht Krutli uit Konstanz die hij identificeert als de schilder Hubrecht (Hubert), wiens initialen meermaals op het Gentse Altaarstuk werden teruggevonden. "Katee vond het bij de publicatie van zijn boek gepast ook de naam van zijn pleegvader Hammer aan de zijne toe te voegen, zodat zijn initialen ineens ook als H-K een begrip werden," zegt Voorn. En hij vraagt zich daarbij in één adem af: "Toeval? Of hebben we gewoon met platte schatgravers te maken die met andermans veren pronken?"

Podcast Luisterboeken