27.7.15

Satans Lied bij Het Lam Gods in Rennes-le-Château



In juli 2015 was ik in Rennes-le-Château, het Zuidfranse dorpje dat door pastoor Bérenger Saunière wereldberoemd werd gemaakt. Ik bracht wat foto's mee en een stuk of wat bedenkingen. Over 'parallellismen' bijvoorbeeld.



Je kent het verhaal ongetwijfeld. Bérenger Saunière zou op het eind van de negentiende eeuw in zijn kerkje een schat ontdekt hebben van Visigoten, Katharen, Tempeliers... Of tenminste toch aanwijzingen die leidden naar een bergplaats. Al kan het ook een geheim geweest zijn met betrekking tot de Ark des Verbonds, de Graal, eventueel zelfs documenten met de stamboom of 'het Heilig Bloed' van de nakomelingen van Jezus Christus en Maria Magdalena.


Het verhaal werd door Baigent, Leigh & Lincoln in de vroege jaren 80 van de vorige eeuw het startpunt van een wereldwijde en controversiële non-fictie bestseller, Het Heilig Bloed en de Heilige Graal... Hun succes werd 20 jaar later door Dan Brown nog eens dunnetjes overgedaan met zijn historische thriller De Da Vinci Code.


Terribilis Est Locus Iste

Hoewel Bérenger Saunière wel degelijk iets heeft ontdekt en ongetwijfeld de mystieke en occulte kringen van zijn tijd frequenteerde, was hij ongetwijfeld ook een Meester van de Mystificatie en blijven zijn ultieme bedoelingen gehuld in mysterie. Zelf koester ik al een kwarteeuw de overtuiging dat hij deel uitmaakte van een netwerk, waarvan het hart zich niet in de Languedoc situeerde, maar een heel stuk noordelijker: in Brugge en Orval. Als Saunière, zoals beweerd wordt, te gast was in de occulte kringen van Parijs, dan kan hij niet anders dan daar kennis gemaakt hebben met de 'demonische' kapelaan van de Heilig Bloed Kapel van Brugge. Deze Louis Van Haecke werd door Joris-Karl Huysmans in zijn schandaalboek Là-Bas onsterfelijk gemaakt als de 'oppersatanist' chanoine Docre. Ik heb over deze mysterieuze geschiedenis van desinformatie en black propaganda geschreven in Het Bloed van het Lam en vooral ook, samen met de betreurde Philip Coppens, in De Paus van Satan. 



Het Heilig Bloed werd door de Tempeliers van het eerste uur en de graaf van Vlaanderen, Diederik van den Elzas, naar Brugge gebracht. Zijn zoon Filips zou aan Chrétien de Troyes de stof leveren voor het eerste, onafgewerkt gebleven Graalverhaal. Een slordige 250 jaar later verwerkte Jan Van Eyck deze geheimen gecodeerd in de polyptiek van het Lam Gods, en nog eens vijf eeuwen later raakten de adepten van het nazi occultisme ook ten zeerste gefascineerd door het 'ketterse' kunstwerk. Het zijn elementen die door zowel de mainstream als 'alternatieve' fringe historici over het hoofd zijn gekeken, omdat zij de geschiedenis van de Graal of de Tempeliers vanuit een zeer eenzijdig Frans of Engels standpunt schrijven. Maar wie beide verhalen objectief bekijkt, zal moeten toegeven dat het verhaal van Louis Van Haecke veel beter gedocumenteerd is dan dat van Saunière... en dat zij onmiskenbaar een boel parallellen hebben, die we bezwaarlijk louter aan het toeval kunnen toeschrijven. 


Een muurschildering in RLC die veel beter 
Van Haecke als onderwerp zou gehad hebben.

Wie het kerkje van Saunière bezoekt, in Rennes-le-Château, zal bij de ingang verwelkomd worden door een knielende Satan ('Rex Mundi')... en vervolgens zal je blik vallen op een Ecce Agnus Dei. Of: Johannes de Doper die Jezus Christus voorstelt aan de wereld, met de woorden: 'Ziehier het Lam Gods.'



We vinden zowel het Lam Gods als het mysterie van Rennes-le-Château terug in Satans Lied van Karl Hammer. Het boek pretendeert non-fictie te zijn en 'de jacht van de CIA op Jezus' te behandelen, maar is uiteindelijk zelf een zeer fictieve proeve van het het soort desinformatie en black propaganda waar het over handelt, en zelfs zijn titel aan ontleent. Helemaal op het eind vertelt de contactpersoon van Karl Hammer, ene Tom R., dat hij zijn mooiste tijd beleefde in het midden van de jaren '50, toen hij de Franse schrijver Gérard de Lieux ontmoette, die - met een knipoog naar de pauselijke zetel Santa Sede - het pseudoniem Gérard de Sède hanteerde:



Slechts af en toe vond ik een journalist die dan in de krant een artikel schreef over de pastoor die schatrijk was geworden door een verborgen schat. We overwogen daarom een boek te publiceren waarin we in geuren en kleuren over de verborgen schatten rond Rennes-le-Château schreven. Lastig was dan wel dat we een uitgeverij moesten benaderen en daarmee onvermijdelijk in de openbaarheid zouden treden. Liever had ik iemand die ik kon gebruiken als 'doorgeefluik'. Een van de krantenartikelen kwam terecht bij Gérard de Lieux. Hij zocht in die tijd nog zijn weg als schrijver en was natuurlijk, zoals alle aankomende schrijvers, op zoek naar een bestseller.Toen ik hem bij onze eerste ontmoeting aankeek, wist ik dat ik mijn doorgeefluik had gevonden.





Ons eigen manuscript verdween in een lade en we begonnen hem stap voor stap met informatie te voeden. Als een volgzaam lam brachten we hem binnen in onze omheining van bedrog en zijn publicaties werden letterlijk onbetaalbaar. Temeer omdat wij via hem in contact kwamen met BBC-schrijver en acteur Henry Soskin, die zijn naam wijzigde in Lincoln en volgens Gérard 'op zoek was naar materiaal om zijn carrière een beetje vaart te geven'. (...) Het zorgde voor een fascinerend schaakspel waarbij ik moest proberen om valse informatie te voeden, terwijl ik wist dat er in Engeland professionele producers en redacteuren de zaken evalueerden. (...) Als ik herkend werd door iemand van de BBC als de Hollander die tijdens de Tweede Wereldoorlog in Londen had gewoond (diverse mensen van Bletchley Park waren bij de BBC terechtgekomen), dan was de ramp voor mij en Elfrie niet te overzien. Ik won het schaakspel. 


En het was minder moeilijk dan ik dacht, want al te kritische vragen bleven achterwege. Niemand vroeg zich bijvoorbeeld af waarom de rijke priester toch arm gestorven was. Jarenlang groeide het labyrint en net als Otto Rahn en Antonin Gadal in hun tijd, deden we steeds nieuwe 'vondsten' die we meestal zelf hadden gefabriceerd. We verzonnen bijvoorbeeld lange lijsten met namen van historische schatbewakers die we door Gérard en Henry lieten ontdekken bij onze bibliothecaris in Parijs. Het was werkelijk onvoorstelbaar dat de mannen niet in de gaten hadden dat bijvoorbeeld Jean Cocteau, die we als grootmeester opvoerden, een notoire, homoseksuele opiumverslaafde was die meer tijd in afkickcentra doorbracht dan ergens anders.(...)  




Helaas verloren we over de periode van enkele tientallen jaren de regie en begon het labyrint zich als een virus ongecontroleerd op te delen en te vermenigvuldigen. Niemand van ons had bij de aanvang rekening kunnen houden met de ontzaglijke wildgroei die ontstond door de nieuwe media van televisie, video, cd, dvd, en vooral internet. (...) Het werd tijd om barsten in de spiegels te gooien, dus misschien moest iemand van ons toch maar een eigen boek schrijven.


Voor wie er nog mocht aan twijfelen: de 'contactpersoon' van Karl Hammer heeft Baigent, Leigh & Lincoln dus de 'hoax' opgelepeld, die uiteindelijk tot De Da Vinci Code leidde. Het relaas van Tom R. wordt op geen enkel moment door Hammer gecheckt, is voor het grootste deel 'geleend' (zonder bronvermelding) en in zijn totaliteit compleet ongeloofwaardig, want in strijd met héél wat feiten. Toch wordt het door Hammer verkocht als een 'waargebeurd verhaal'. Hij hanteert in Satans Lied identiek dezelfde 'modus operandi' als zijn zegsman, de voormalig CIA-agent Tom R. - en Noël Corbu, Gerard de Sède en vooral Pierre Plantard en de 'Priorij van Sion', die aan de basis zouden liggen van Het Heilig Bloed en de Heilige Graal en de bibliotheken die in hun slipstream over dit onderwerp bij elkaar gepend werden.  


Sint-Antonius van de Verloren Voorwerpen

Des te merkwaardiger is het, dat de twee heilige Antoniussen die we terugvinden in het kerkje van Rennes-le-Château, ook vertegenwoordigd zijn in Leven & Werk van Karl Hammer: Sint-Antonius van Padua, Patroon van de Verloren Voorwerpen, met de lelie als attribuut; en Sint-Antonius de Egyptenaar - ook wel de Heremiet genoemd -, herkenbaar aan attributen als het Tau Kruis of Antoniuskruis, de bel of het varkentje. (Met dank aan Ton Majoor - de beide Antoniussen worden nogal eens met elkaar verward). Een Antoniuskapel, al dan niet gewijd aan de Patroon van de Verloren Voorwerpen, speelt een vooraanstaande rol in het Mysterie van Mittenwald. En de Heilige Antonius van het Tau Kruis is niet weg te denken uit Satans Lied en uit de Mysteries van het Lam Gods.

Sint-Antonius de Heremiet (van het Tau Kruis)

Het tweede boek van Karl Hammer, De tranen van de wolf / Gezocht: codebrekers handelt aan de oppervlakte over de zoektocht naar een nazischat, op basis van een gecodeerde muziekpartituur, in het Beierse Mittenwald. Onder de oppervlakte is het echter om een queeste naar een nazi heiligdom te doen - de Irminsul, Yggdrasil, Levensboom -, en de daarmee samenhangende occulte initiatie. Met Philip Coppens heb ik het meer dan eens over het Enigma Karl Hammer gehad. Philip heeft de zelfverklaarde Ebioniet nog geïnterviewd over Satans Lied; Hammer droeg bij die gelegenheid heel opzichtig het Tau kruis. Het hanteren van een dubbelzinnige symboliek is een handelsmerk van Hammer: de Tau kan zowel voor de Egyptische Mysteriën staan, als voor Sint-Antonius de Egyptenaar, en is het teken van de Franciscanen maar wordt ook geassocieerd met de paganistische Irminsul én met de Hamer van Thor, die beide tot de verbeelding van de nazi's spraken.


Zelf heb ik altijd het gevoel gehad dat een aantal onderzoekers met betrekking tot de nazi schat van Mittenwald materiaal 'opgelepeld' kregen, op de manier zoals Tom R. te werk zou zijn gegaan met De Sède, Lincoln & Co. Dit gebeurde onder meer via merkwaardige lemma's of wijzigingen aan lemma's op Wikipedia, door vreemde discussies op bijvoorbeeld het Graham Hancock forum, of door het anonieme bezorgen van links die naar een Antoniuskapel zouden leiden. Het is uiteraard niet meer dan een indruk, maar de parallellen zijn nu eenmaal feiten. Zoals het ook een feit is dat Philip Coppens vier jaar na het interview van Hammer een ontdekking deed, waarvan hij noch ik toen konden vermoeden dat ze opnieuw een niet te miskennen parallel Rennes-le-Château/Mittenwald bevatte. In De Hamer van Thor en op www.rauna.eu wordt reeds gemeld dat Ysa Pastora door het decoderen van de muziekpartituur naar de Irminsul van Mittenwald werd geleid, ook bekend als de Yggdrasil of de Levensboom. In een ebook dat Philip Coppens kort voor zijn dood publiceerde, wordt aangetoond dat Bérenger Saunière de verbouwingen aan de kerk van Rennes-le-Château, de aanleg van de tuin en de Tour Magdala op het grondplan van de Levensboom entte, zoals we die kennen uit de kabbala. 




Kort na mijn terugkeer uit Rennes-le-Château kreeg ik een berichtje van de mama van Filip (die bijna uitsluitend in het Engels publiceerde als Philip Coppens). Het grootste deel van zijn nalatenschap was in de USA gebleven, bij zijn echtgenote, de schrijfster Kathleen McGowan. Philip woonde al sinds eind jaren negentig in Londen, daarna in Edinburgh, en de laatste - zeer gelukkige - jaren van zijn leven in Los Angeles. Maar hij had in zijn ouderlijk huis ook nog een bureau, en boeken, en archieven - waarvan het grootste deel in het Nederlands. Na ruggenspraak met Kathleen, vroeg de mama van Philip zich af of ik misschien geïnteresseerd was in die boeken, tijdschriften, mappen met notities, correspondentie. Het was een betekenisvolle coïncidentie zoals ik er zo veel heb meegemaakt, en nog meemaak. 'Natuurlijk wel!' zei ik dus.

Zicht op de tuin

Eén van de allereerste typoscripten en correspondenties die ik bekeek, had te maken met een andere oude bekende: Jos Bertaulet. En met zijn boek De verloren koning en de bronnen van de graallegende (1991), die ook een rol speelt in Satans Lied. Bertaulet is - samen met Klaas Van Urk - een van de weinige onderzoekers die op basis van een decodering iets zeer concreets hebben gevonden. In zijn geval betrof het een kelder in Notre Dame de Marceille, 'een geheim oord in de geschiedenis van Frankrijk'. Het leidde alvast tot dit, laten we zeggen, nogal 'impressionistisch' artikel. Maar het ziet er naar uit dat er nog heel wat stukken zullen volgen, die veel concreter zullen zijn.

2 opmerkingen:

Ton Majoor zei

Is het Tau-kruis niet het teken van Antonius de Grote, de Heremiet of Kluizenaar, die ook in Rennes-le-Chateau is vertegenwoordigd? Via Franciscus en de franciscanen komt het indirect voor bij Antonius van Padua. Zijn teken is de lelie.

Patrick Bernauw zei

Helemaal juist, Ton. Die ging iets te kort door de bocht. Is aangepast.