Posts tonen met het label Heilig Bloed. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Heilig Bloed. Alle posts tonen

24.4.25

Een magisch-realist in Mysterieus België 2: De Graal van Brugge

 



Mijn Eerste Synchroniciteit - een dummy van een boek over de Rechtvaardige Rechters - wordt de aanleiding voor een hele reeks boeken over het Heilig Bloed en de Heilige Graal. Hierin verkondig ik de hypothese dat het geheim van de afstammelingen van Jezus Christus en Maria Magdalena niet in Rennes-le-Château werd bewaard, maar in Brugge. En dat het niet werd ontdekt door pastoor Bérenger Saunière, maar door pastoor Van Haecke, de kapelaan van de kapel van het Heilig Bloed.




Van Haecke werd op zeker ogenblik zelfs door de Franse schrijver Joris-Karl Huysmans ‘de Paus van Satan’ genoemd. De zeer ervaren courtisane Berthe Courrière liet al haar kleren bij hem thuis achter en sloeg poedelnaakt en hysterisch op de vlucht voor zijn ‘zonderlinge handelingen’. Welke vreemde rituelen voerde hij dan uit?




Alle wegen van de Graal – en dus ook van de Tempeliers – blijken te leiden naar Brugge, Ieper, Koksijde, Sint-Omaars en in tweede instantie: Orval. Net als pastoor Boudet, de vriend van Saunière – die wellicht met hem onder één bonnet speelde – schreef Van Haecke een gecodeerd boek over dat Heilig Bloed. Dat maakt deze code op de laatste pagina wel duidelijk. Het is een chronogram, een waarschuwing: ‘Lezer, let op, er staat meer tussen deze pagina’s dan je bij een oppervlakkige lezing zou vermoeden!’




Alles & zelfs nog ietsje meer over deze kwestie
leest u in mijn nieuwe boek

Een magisch-realist in Mysterieus België, 
het Boek der Synchroniciteiten







10.3.22

Met de Paus van Satan... en Patrick Bernauw... door Bruges-la-Morte



Ontdek de duistere kanten van Brugge tijdens deze spannende stadswandeling, in een aflevering van de nieuwe podcast Ware Misdaad… De 19de eeuwse decadente auteur Joris-Karl Huysmans infiltreerde in het satanistische milieu van Parijs. Zo kwam hij op het spoor van een soort Oppersatanist, die niemand minder bleek te zijn dan de kapelaan van het Heilig Bloed van Brugge, Louis Van Haecke. En zo belandde hij ook in het 'Bruges-la-Morte' van zijn vriend Georges Rodenbach, waar hij ontdekte dat deze stad van de Graal door de Tempeliers ooit was voorbestemd het Nieuwe Jeruzalem van het Westen te worden. Want het is in Bruges-la-Morte dat nog steeds het geheim wordt bewaard van de afstammelingen van Jezus Christus en Maria Magdalena... 

U trekt met Patrick Bernauw als gids van de mysterieus mystieke Jeruzalemkerk naar het Minnewater en de Basiliek van de Graal... in de voetsporen van de Paus van Satan, die samen met Jack The Ripper de Komst van de Antichrist voorbereidt.... Deze stadswandeling is gebaseerd op de historische thriller van Patrick Bernauw & Philip Coppens, 'De Paus van Satan' (Manteau, 2011). Antoine Derksen verzorgde de audiomontage. De geluidseffecten komen van freesound.org en de muziek is afkomstig van Purple-planet.com. De gebruikte tracks heten Immuration, An agent alone, Corridor en Deadlock. De middeleeuwse muziek komt van Youtube.com (abdijkoor Grimbergen en Dragon Ania Old Music).


27.7.15

Satans Lied bij Het Lam Gods in Rennes-le-Château



In juli 2015 was ik in Rennes-le-Château, het Zuidfranse dorpje dat door pastoor Bérenger Saunière wereldberoemd werd gemaakt. Ik bracht wat foto's mee en een stuk of wat bedenkingen. Over 'parallellismen' bijvoorbeeld.



Je kent het verhaal ongetwijfeld. Bérenger Saunière zou op het eind van de negentiende eeuw in zijn kerkje een schat ontdekt hebben van Visigoten, Katharen, Tempeliers... Of tenminste toch aanwijzingen die leidden naar een bergplaats. Al kan het ook een geheim geweest zijn met betrekking tot de Ark des Verbonds, de Graal, eventueel zelfs documenten met de stamboom of 'het Heilig Bloed' van de nakomelingen van Jezus Christus en Maria Magdalena.


Het verhaal werd door Baigent, Leigh & Lincoln in de vroege jaren 80 van de vorige eeuw het startpunt van een wereldwijde en controversiële non-fictie bestseller, Het Heilig Bloed en de Heilige Graal... Hun succes werd 20 jaar later door Dan Brown nog eens dunnetjes overgedaan met zijn historische thriller De Da Vinci Code.


Terribilis Est Locus Iste

Hoewel Bérenger Saunière wel degelijk iets heeft ontdekt en ongetwijfeld de mystieke en occulte kringen van zijn tijd frequenteerde, was hij ongetwijfeld ook een Meester van de Mystificatie en blijven zijn ultieme bedoelingen gehuld in mysterie. Zelf koester ik al een kwarteeuw de overtuiging dat hij deel uitmaakte van een netwerk, waarvan het hart zich niet in de Languedoc situeerde, maar een heel stuk noordelijker: in Brugge en Orval. Als Saunière, zoals beweerd wordt, te gast was in de occulte kringen van Parijs, dan kan hij niet anders dan daar kennis gemaakt hebben met de 'demonische' kapelaan van de Heilig Bloed Kapel van Brugge. Deze Louis Van Haecke werd door Joris-Karl Huysmans in zijn schandaalboek Là-Bas onsterfelijk gemaakt als de 'oppersatanist' chanoine Docre. Ik heb over deze mysterieuze geschiedenis van desinformatie en black propaganda geschreven in Het Bloed van het Lam en vooral ook, samen met de betreurde Philip Coppens, in De Paus van Satan. 



Het Heilig Bloed werd door de Tempeliers van het eerste uur en de graaf van Vlaanderen, Diederik van den Elzas, naar Brugge gebracht. Zijn zoon Filips zou aan Chrétien de Troyes de stof leveren voor het eerste, onafgewerkt gebleven Graalverhaal. Een slordige 250 jaar later verwerkte Jan Van Eyck deze geheimen gecodeerd in de polyptiek van het Lam Gods, en nog eens vijf eeuwen later raakten de adepten van het nazi occultisme ook ten zeerste gefascineerd door het 'ketterse' kunstwerk. Het zijn elementen die door zowel de mainstream als 'alternatieve' fringe historici over het hoofd zijn gekeken, omdat zij de geschiedenis van de Graal of de Tempeliers vanuit een zeer eenzijdig Frans of Engels standpunt schrijven. Maar wie beide verhalen objectief bekijkt, zal moeten toegeven dat het verhaal van Louis Van Haecke veel beter gedocumenteerd is dan dat van Saunière... en dat zij onmiskenbaar een boel parallellen hebben, die we bezwaarlijk louter aan het toeval kunnen toeschrijven. 


Een muurschildering in RLC die veel beter 
Van Haecke als onderwerp zou gehad hebben.

Wie het kerkje van Saunière bezoekt, in Rennes-le-Château, zal bij de ingang verwelkomd worden door een knielende Satan ('Rex Mundi')... en vervolgens zal je blik vallen op een Ecce Agnus Dei. Of: Johannes de Doper die Jezus Christus voorstelt aan de wereld, met de woorden: 'Ziehier het Lam Gods.'



We vinden zowel het Lam Gods als het mysterie van Rennes-le-Château terug in Satans Lied van Karl Hammer. Het boek pretendeert non-fictie te zijn en 'de jacht van de CIA op Jezus' te behandelen, maar is uiteindelijk zelf een zeer fictieve proeve van het het soort desinformatie en black propaganda waar het over handelt, en zelfs zijn titel aan ontleent. Helemaal op het eind vertelt de contactpersoon van Karl Hammer, ene Tom R., dat hij zijn mooiste tijd beleefde in het midden van de jaren '50, toen hij de Franse schrijver Gérard de Lieux ontmoette, die - met een knipoog naar de pauselijke zetel Santa Sede - het pseudoniem Gérard de Sède hanteerde:



Slechts af en toe vond ik een journalist die dan in de krant een artikel schreef over de pastoor die schatrijk was geworden door een verborgen schat. We overwogen daarom een boek te publiceren waarin we in geuren en kleuren over de verborgen schatten rond Rennes-le-Château schreven. Lastig was dan wel dat we een uitgeverij moesten benaderen en daarmee onvermijdelijk in de openbaarheid zouden treden. Liever had ik iemand die ik kon gebruiken als 'doorgeefluik'. Een van de krantenartikelen kwam terecht bij Gérard de Lieux. Hij zocht in die tijd nog zijn weg als schrijver en was natuurlijk, zoals alle aankomende schrijvers, op zoek naar een bestseller.Toen ik hem bij onze eerste ontmoeting aankeek, wist ik dat ik mijn doorgeefluik had gevonden.





Ons eigen manuscript verdween in een lade en we begonnen hem stap voor stap met informatie te voeden. Als een volgzaam lam brachten we hem binnen in onze omheining van bedrog en zijn publicaties werden letterlijk onbetaalbaar. Temeer omdat wij via hem in contact kwamen met BBC-schrijver en acteur Henry Soskin, die zijn naam wijzigde in Lincoln en volgens Gérard 'op zoek was naar materiaal om zijn carrière een beetje vaart te geven'. (...) Het zorgde voor een fascinerend schaakspel waarbij ik moest proberen om valse informatie te voeden, terwijl ik wist dat er in Engeland professionele producers en redacteuren de zaken evalueerden. (...) Als ik herkend werd door iemand van de BBC als de Hollander die tijdens de Tweede Wereldoorlog in Londen had gewoond (diverse mensen van Bletchley Park waren bij de BBC terechtgekomen), dan was de ramp voor mij en Elfrie niet te overzien. Ik won het schaakspel. 


En het was minder moeilijk dan ik dacht, want al te kritische vragen bleven achterwege. Niemand vroeg zich bijvoorbeeld af waarom de rijke priester toch arm gestorven was. Jarenlang groeide het labyrint en net als Otto Rahn en Antonin Gadal in hun tijd, deden we steeds nieuwe 'vondsten' die we meestal zelf hadden gefabriceerd. We verzonnen bijvoorbeeld lange lijsten met namen van historische schatbewakers die we door Gérard en Henry lieten ontdekken bij onze bibliothecaris in Parijs. Het was werkelijk onvoorstelbaar dat de mannen niet in de gaten hadden dat bijvoorbeeld Jean Cocteau, die we als grootmeester opvoerden, een notoire, homoseksuele opiumverslaafde was die meer tijd in afkickcentra doorbracht dan ergens anders.(...)  




Helaas verloren we over de periode van enkele tientallen jaren de regie en begon het labyrint zich als een virus ongecontroleerd op te delen en te vermenigvuldigen. Niemand van ons had bij de aanvang rekening kunnen houden met de ontzaglijke wildgroei die ontstond door de nieuwe media van televisie, video, cd, dvd, en vooral internet. (...) Het werd tijd om barsten in de spiegels te gooien, dus misschien moest iemand van ons toch maar een eigen boek schrijven.


Voor wie er nog mocht aan twijfelen: de 'contactpersoon' van Karl Hammer heeft Baigent, Leigh & Lincoln dus de 'hoax' opgelepeld, die uiteindelijk tot De Da Vinci Code leidde. Het relaas van Tom R. wordt op geen enkel moment door Hammer gecheckt, is voor het grootste deel 'geleend' (zonder bronvermelding) en in zijn totaliteit compleet ongeloofwaardig, want in strijd met héél wat feiten. Toch wordt het door Hammer verkocht als een 'waargebeurd verhaal'. Hij hanteert in Satans Lied identiek dezelfde 'modus operandi' als zijn zegsman, de voormalig CIA-agent Tom R. - en Noël Corbu, Gerard de Sède en vooral Pierre Plantard en de 'Priorij van Sion', die aan de basis zouden liggen van Het Heilig Bloed en de Heilige Graal en de bibliotheken die in hun slipstream over dit onderwerp bij elkaar gepend werden.  


Sint-Antonius van de Verloren Voorwerpen

Des te merkwaardiger is het, dat de twee heilige Antoniussen die we terugvinden in het kerkje van Rennes-le-Château, ook vertegenwoordigd zijn in Leven & Werk van Karl Hammer: Sint-Antonius van Padua, Patroon van de Verloren Voorwerpen, met de lelie als attribuut; en Sint-Antonius de Egyptenaar - ook wel de Heremiet genoemd -, herkenbaar aan attributen als het Tau Kruis of Antoniuskruis, de bel of het varkentje. (Met dank aan Ton Majoor - de beide Antoniussen worden nogal eens met elkaar verward). Een Antoniuskapel, al dan niet gewijd aan de Patroon van de Verloren Voorwerpen, speelt een vooraanstaande rol in het Mysterie van Mittenwald. En de Heilige Antonius van het Tau Kruis is niet weg te denken uit Satans Lied en uit de Mysteries van het Lam Gods.

Sint-Antonius de Heremiet (van het Tau Kruis)

Het tweede boek van Karl Hammer, De tranen van de wolf / Gezocht: codebrekers handelt aan de oppervlakte over de zoektocht naar een nazischat, op basis van een gecodeerde muziekpartituur, in het Beierse Mittenwald. Onder de oppervlakte is het echter om een queeste naar een nazi heiligdom te doen - de Irminsul, Yggdrasil, Levensboom -, en de daarmee samenhangende occulte initiatie. Met Philip Coppens heb ik het meer dan eens over het Enigma Karl Hammer gehad. Philip heeft de zelfverklaarde Ebioniet nog geïnterviewd over Satans Lied; Hammer droeg bij die gelegenheid heel opzichtig het Tau kruis. Het hanteren van een dubbelzinnige symboliek is een handelsmerk van Hammer: de Tau kan zowel voor de Egyptische Mysteriën staan, als voor Sint-Antonius de Egyptenaar, en is het teken van de Franciscanen maar wordt ook geassocieerd met de paganistische Irminsul én met de Hamer van Thor, die beide tot de verbeelding van de nazi's spraken.


Zelf heb ik altijd het gevoel gehad dat een aantal onderzoekers met betrekking tot de nazi schat van Mittenwald materiaal 'opgelepeld' kregen, op de manier zoals Tom R. te werk zou zijn gegaan met De Sède, Lincoln & Co. Dit gebeurde onder meer via merkwaardige lemma's of wijzigingen aan lemma's op Wikipedia, door vreemde discussies op bijvoorbeeld het Graham Hancock forum, of door het anonieme bezorgen van links die naar een Antoniuskapel zouden leiden. Het is uiteraard niet meer dan een indruk, maar de parallellen zijn nu eenmaal feiten. Zoals het ook een feit is dat Philip Coppens vier jaar na het interview van Hammer een ontdekking deed, waarvan hij noch ik toen konden vermoeden dat ze opnieuw een niet te miskennen parallel Rennes-le-Château/Mittenwald bevatte. In De Hamer van Thor en op www.rauna.eu wordt reeds gemeld dat Ysa Pastora door het decoderen van de muziekpartituur naar de Irminsul van Mittenwald werd geleid, ook bekend als de Yggdrasil of de Levensboom. In een ebook dat Philip Coppens kort voor zijn dood publiceerde, wordt aangetoond dat Bérenger Saunière de verbouwingen aan de kerk van Rennes-le-Château, de aanleg van de tuin en de Tour Magdala op het grondplan van de Levensboom entte, zoals we die kennen uit de kabbala. 




Na mijn terugkeer uit Rennes-le-Château bleek er een berichtje van de mama van Filip (die bijna uitsluitend in het Engels publiceerde als Philip Coppens) op mijn antwoordapparaat te staan. Het grootste deel van zijn nalatenschap was in de USA gebleven, bij zijn echtgenote, de schrijfster Kathleen McGowan. Philip woonde al sinds eind jaren negentig in Londen, daarna in Edinburgh, en de laatste - zeer gelukkige - jaren van zijn leven in Los Angeles. Maar hij had in zijn ouderlijk huis ook nog een bureau, en boeken, en archieven - waarvan het grootste deel in het Nederlands. Na ruggenspraak met Kathleen, vroeg de mama van Philip zich af of ik misschien geïnteresseerd was in die boeken, tijdschriften, mappen met notities, correspondentie. Het was een betekenisvolle coïncidentie zoals ik er zo veel heb meegemaakt, en nog meemaak. 'Natuurlijk wel!' zei ik dus.

Zicht op de tuin

Eén van de allereerste typoscripten en correspondenties die ik bekeek, had te maken met een andere oude bekende: Jos Bertaulet. En met zijn boek De verloren koning en de bronnen van de graallegende (1991), die ook een rol speelt in Satans Lied. Bertaulet is - samen met Klaas Van Urk - een van de weinige onderzoekers die op basis van een decodering iets zeer concreets hebben gevonden. In zijn geval betrof het een kelder in Notre Dame de Marceille, 'een geheim oord in de geschiedenis van Frankrijk'. Het leidde alvast tot dit, laten we zeggen, nogal 'impressionistisch' artikel. Maar het ziet er naar uit dat er nog heel wat stukken zullen volgen, die veel concreter zullen zijn.

17.5.13

De Paus van Satan, ebook van Patrick Bernauw & Philip Coppens

De 19de eeuwse auteur Joris-Karl Huysmans werkte eigenlijk voor de Franse geheime dienst. Hij infiltreerde in het satanistische milieu van Parijs en kwam er op het spoor van "de Paus van Satan", die de komst van de Antichrist moest voorbereiden...



De 19de eeuwse auteur Joris-Karl Huysmans infiltreerde in het satanistische milieu van Parijs en kwam er op het spoor van "de Paus van Satan", die de komst van de Antichrist moest voorbereiden. Het bleek niemand minder te zijn dan de kapelaan van de Basiliek van het Heilig Bloed in Brugge... de stad die door de Tempeliers was voorbestemd om het Jeruzalem van het Westen te worden.


Huysmans schreef een schandaalroman over zijn afdaling in die magische onderwereld: Là-Bas. Hij raakte betrokken in een ware Oorlog der Magiërs en kwam terecht in een occult wespennest, waarin figuren als Nostradamus en Jack the Ripper hun rol speelden. Zo ontdekte hij ook dat het geheim van de afstammelingen van Jezus en Maria Magdalena niet werd bewaard in Rennes-le-Château, maar een heel stuk noordelijker: in Brugge en in Orval. 

Patrick Bernauw oogstte veel succes met zijn historische faction thrillers in Mysterieus België, en Philip Coppens met zijn non-fictie over historische mysteries. Philip - of Filip - Coppens overleed in 2012; de uitgave van dit boek is opgedragen aan zijn nagedachtenis.

De cover is overigens van Félicien Rops (La tentation de Saint-Antoine, 1878).

Het boek verscheen in 2011 bij Manteau en is nu hier beschikbaar als Scriptomanen ebook.




19.4.11

Stadswandeling Brugge met de Paus van Satan








Met de Paus van Satan

door Bruges-la-Morte

 

Theatraal/Literaire StadsWandeling Brugge

 

 

Volgens de 19de eeuwse schrijver Joris-Karl Huysmans was er in Brugge een soort oppersatanist actief, die niemand minder bleek te zijn dan de kapelaan van het Heilig Bloed, Louis Van Haecke. Op zeker ogenblik was de courtisane Berthe Courrière het huis van de kapelaan zelfs ontvlucht, zo goed als naakt, om later gevonden te worden in een toestand van volslagen zinsverbijstering. Ze beweerde gevlucht te zijn voor de zonderlinge handelingen van de kapelaan, die alles te maken hadden met de Komst van de Antichrist, Jack the Ripper, en de geheimen van de Tempeliers en de Graal...

 

Patrick Bernauw en Philip Coppens schreven een historische thriller over deze geruchtmakende affaire. Al of niet samen met een "mystery guest" volgt Bernauw nu het spoor van de Paus van Satan, dwars door het mystieke en mysterieuze hart van Brugge, van Jeruzalemkerk tot Minnewater, en wekt hij de spoken uit het verleden, ook letterlijk, weer tot leven...

 

Solo met Patrick Bernauw:

Maximum 30 deelnemers. Duur: 2 uur.

Kostprijs 300 euro + 6% BTW.

 

Patrick Bernauw + Mystery Guest:

Maximum 30 deelnemers. Duur: 2 uur.

Kostprijs: 500 euro + 6% BTW.

 

 

Doe-het-Zelf Stadswandeling

Met handige geïllustreerde brochure (drukwerk) of PDF:



 


Beschikbare ebook formaten:

Online Reading (HTML)
View
Online Reading (JavaScript)
View
Kindle (.mobi)
Download
Epub (open industry format, good for Stanza reader, others)
Download
RTF (readable on most word processors)
Download
LRF (for Sony Reader)
Download
Palm Doc (PDB) (for Palm reading devices)
Download
Plain Text (download) (flexible, but lacks much formatting)
Download
Plain Text (view) (viewable as web page)
View
Smashwords - Met de Paus van Satan door Bruges-la-Morte - A book by Patrick Bernauw

9.2.11

Geschrapt uit "De Paus van Satan", historische thriller van Patrick Bernauw & Filip Coppens



Onder het motto "Kill your darlings" werd ook dit hoofdstuk geschrapt uit De Paus van Satan, de historische thriller die ik schreef in samenwerking met Filip Coppens, en die verschijnt in april 2011...  Het gewraakte hoofdstuk vormde een soort inleiding van het boek, met een "samenvattende koortsdroom"  van de decadente romancier Joris-Karl Huysmans, gesitueerd in zijn laatste dagen...







Spiegels. Doorgangen naar de ziel. Je kunt de doden daar zien komen en gaan. Door de poorten naar de andere wereld.

Kijk in de spiegel en zie het portret van een zondaar, geschilderd door een Vlaams Primitief in het duister decor van zijn slaapkamer, omringd door de symbolen van zijn lijden: een reproductie van de Kruisiging van Grünewald, een foto van Katherina Emmerich met haar gestigmatiseerde handen.

Pijn. Het lijden van Christus – of beter: van Kristus. Hij leed voor de mensheid. Net als Kristus en ondanks zijn offer moet ik lijden. Hij nam de pijn niet weg. Hoe moet ik dat interpreteren?

De lelijke maar krachtige en zeer evocatieve fysiognomy van deze man met de geperforeerde keel, bleek als een spook met holle kaken, wasemt acute angst en spirituele chaos uit. De illusie is puur als een visioen dat de materie transformeert en ons toelaat te vluchten uit de zintuiglijke wereld.

Ik kan nog steeds zien, weet je. De tumor heeft slechts een oog gesloten. Het linker. Ik mag dan stervende zijn, ik leef nog. Net.

Ik kan nog steeds zien door dit oog van Horus, door de rook van de sigaretten die ik mijn hele leven heb gerookt, in bordelen en in kloosters, en die ik nu koppig blijf rollen tussen de bijna bloedeloze botten waartoe mijn vingers zijn verworden. Ik kan nog steeds de dokters zien die mijn leven verlengden tot een langgerekte doodsstrijd met operaties aan mijn oog en aan mijn hals, wanstaltig gezwollen van de kanker. Ze verbeterden mijn gezichtsvermogen maar stilden de pijn niet, terwijl mijn verkankerde kaak eten tot een ondraaglijke opgave maakte.

Ik kan nog steeds de dokters zien. Ze trokken de meeste van mijn nog resterende tanden op een uitzonderlijk pijnlijke wijze, omdat de verdoving uitgewerkte raakte nog voor de operatie ten einde was. Sommigen onder hen probeerden het groeien en bloeien van de tumoren een halt toe te roepen door mij te behandelen met de nieuwe technologie van de X-stralen. Uiteindelijk veroordeelden ze mij eensgezind tot dit doodsbed, waar ik nu snel zwakker word terwijl ik met mijn secretaris werk aan een boek over Lourdes dat de rituelen van de grot beschrijft en de gruwelijke aandoeningen van de arme lui die hun lot in de handen van God hebben gelegd. Hoor ze bidden opdat Hij hun aards verblijf nog een pietsie zou verlengen. Ah, wat een uitstorting van slechte smaak!

Ik heb daar geen genezingen gezien. Een groot geloof, ja. Maar geen mirakels.

Ik geloof ook in mirakels, al kan ik er geen enkel een certificaat van authenticiteit verlenen. Op dit moment zou ik een mirakel anders wel goed kunnen gebruiken. Stel je voor dat het eerste mirakel waaraan ik zo’n getuigschrift zou kunnen geven het mijne was.

O ja, ik kan nog altijd zien. Ik zie ze hier in mijn slaapkamer staan, de geesten van heden en verleden, de personen die ik heb verwerkt tot personages in mijn romans. Ik herinner mij hoe het naturalisme mij overviel als een revelatie en hoe ik daarna ziek werd van al de dwaasheden die het fin de siècle met zich meebracht. Ik weet nog hoe ik eindelijk vond wat ik zo lang had gezocht, daar beneden , in Duitsland, voor de Kruisiging van Grünewald.

Laat me opnieuw schudden en beven op dit doodsbed van mij, Jean.

Laat mij mijn ene goede oog sluiten om mij met de buitengewone luciditeit van een stervende het beeld nogmaals in te beelden.

Dank u.



Mijn vrienden noemen me J.K. – J staat voor Joris en K voor Karl. Maar je kunt ook zeggen dat J staat voor Jezus en K voor Kristus in het Nederlands dat de taal van mijn vader was.

En daar rijst Jezus Kristus al op voor Joris Karl, op zijn ruw kruis, met armen als takken, buigend als bogen onder het gewicht van zijn lichaam, het lijdende vlees vastgespijkerd en de ledematen ontwricht, de benige vingers wijdopen en verkrampt in een gebaar dat tegelijk smeekbede is, verwijt, zegen.

En daar ben ik, met mijn dunne dijen, bevend en zwetend, met mijn ribben als de tralies van een kooi, mijn vlees blauw en groen en gezwollen, etterend, verterend, rottend. Bloed druipt dik als het gestolde sap van de moerbei uit mijn open wonden, samen met een melkachtig pus, vaag roodachtig, met de kleur van grijze Moezelwijn.

Hier ben ik. Boven het kadaver hangt een kop, levenloos, het gezicht gegroefd, een oog half open en de wangen rillend van cancereuze contracties.

Hier ben ik. Nog steeds grijnzend. Horribel.

Mijn tortuur was verschrikkelijk, mijn doodsstrijd angstaanjagend. Ik joeg zelfs literaire kritikasters als de giftige, haatdragende Leon Bloy weg uit deze appartementen aan de rue Saint-Placide. Hij nam enige eminent demente leden van de clerus met zich mee die nog steeds de spot dreven met mijn bekering.

Hier ben ik. Vol vertrouwen in Onze Lieve Vrouwe die mij zal meenemen naar de plek waar ik thuishoor. Ik zie haar al op het canvas, Maria Magdalena aan haar voeten, biddend voor de man die aan het kruis bengelt. Aan mijn doodsbed is nog niemand verschenen – geen van de vrouwen in mijn leven die ik Magdalena zou kunnen noemen, hoewel ik mij vaak heb overgeleverd aan vrouwen van wie de Kerk geloofde dat zij tot haar soort behoorden.

Ik wacht op Madame la Mort – zij schuilt daar ergens in de schaduwen, ik weet het wel. Zie je haar al? Of zou zij nog daar beneden zijn, bij de verdoemden? Nee, zij is hier al. Ongetwijfeld verbergt ze zich in het donkerblauw van de nacht. Zie je haar al? Nee? Ik zie haar nu. Denk ik. Misschien kun je haar alleen zien als je nog enkel dat ene oog hebt om te zien.

Kijk, ze staat naast Berthe die de eerste was om mij mee te nemen naar beneden en mij daarna weer optilde en het licht liet zien in de ogen van abbé Mugnier, de laatste van mijn spirituele gidsen. En daar is ook die andere vriend van het eerst uur: arme te vroeg gestorven dode en verdoemde dichter Dubus. Ze waken bij mijn doodsbed, Berthe en Dubus. Berthe is doodsbleek, haar gezicht gezwollen van het vele wenen. Berthe, mijn eigen lieve kleine Maria Magdalena – waarom heb ik het nooit gezien? En verdoemde Dubus, dode dichter Dubus… hij is helemaal van de andere kant gekomen om me door de verschrikkingen van de Hel te loodsen. Hij heeft zijn arm door die van Madame la Mort gehaakt… en, mijn God! Nu zie ik ze ook: abbé Van Haecke en abbé Saunière, de handen gevouwen in gebed, plotseling en als uit het niets opgedoken voor mijn bijna-lijk, terwijl ze met hun rokerige rode ogen kijken naar mijn frenetiek zwelgende en slikkende keel, luisterend naar mijn verstikte kreten: ‘Kijk naar mij! Kijk! Ik ben niet langer de Adonis van Golgotha, die de Kerk al sinds de Renaissance van mij heeft gemaakt! Ik ben niet langer de decadente dandy met het porseleinen poppengezicht, de knappe jongeman met de krullende haren en verzorgde baard! Ik ben een Vlaams Primitief, mijnheer! Ik ben de J.K. van Sint Basilius, mevrouw! En Jezus Kristus, vulgair dat ik ben! En lelijk! Ik draag dan ook de last van ùw zonden, dames en heren! In alle nederigheid schamel gekleed of zelfs vernederend naakt, kijk! Kijk me aan! Want ik ben de Jezus Kristus van de armen, van de zieken, van de bedelaars, van de kreupele en van de hulpelozen, verstoten door zijn Vader en krijsend om een Moeder met de stem van een kind zoals ieder man krijst wanneer hij gemarteld wordt.’

Hoezeer ik mijn moeder heb gemist… en nu weer.

Kijk naar me. Ik ben bereid de Passie te beleven en al het lijden dat een mens kan verdragen. Denkend aan Lydwine, het zalige meisje uit het heerlijke land van mijn voorvaderen, ben ik bereid te gehoorzamen aan een onbegrijpelijke verordening. Lydwine beloofde altijd maagd te blijven. Achtervolgd door mannen die vochten om haar hand bood zij iedere verleiding het hoofd. Om verdere moeilijkheden te vermijden, bad zij tot God dat Hij haar lelijk zou maken. En zie… Onze Lieve Heer stond haar allerlei afschuwelijke aandoeningen en vieze ziekten toe, en Hij gaf haar de kracht om wonderen te doen.

Een heilige moet lijden. De doctrine van de substitutie wil het zo. En bijgevolg zal ik lijden als een heilige en sterven als een dief in de nacht, in de diepst denkbare afgrond. Alleen en smerig, nog bij leven wegrottend in algehele duisternis. Omdat ik boete moet doen voor de ziel van de man die ik Satans Paus heb genoemd. De doctrine van de substitutie wil het zo. Omdat ik hem veroordeeld heb in Là-bas. Ten onrechte. Omdat ik het onrecht niet recht heb getrokken. Nooit de moed gehad.

Nooit eerder is het naturalisme boven zichzelf uitgestegen, en later deed het dat ook nooit meer. Het ontbeerde dit subliem concept, deze unieke uitvoering. Van alle realisten sloot Grünewald de minste compromissen. Zijn Verlosser van het Lijkenhuis, zijn Godheid van de Riolen gaf de toeschouwer ogen waarmee hij een waarlijk transcendent realisme kon zien. Zie je het? Jij die bij mijn doodsbed staat, verscholen in het clair obscur, zie je het goddelijke licht dansen rond mijn zwerende kop? Zie je hoe mijn fermenterende vel oplicht van een bovenmenselijke uitstraling? Zie je dat gekruisigde epileptische lijf van een God zonder aureool en zonder de gebruikelijke attributen, behalve dan de bloedige doornenkroon?

Zo is het dat J.K. verschijnt in zijn hemelse essentie, tussen een door verdriet verscheurde Berthe en een verdoemde dichter met dode ogen. Kijk naar hun gezicht, van nature vulgair, maar hoe schitterend van uitdrukking! Dief, armoezaaier, boer… in de nabijheid van hun God lossen ze op in de lucht, worden ze niet minder dan bovennatuurlijke schepselen. Nooit heeft een artiest een dergelijke staat van magnifieke exaltatie bereikt, nooit een zo ijle spirituele top bereikt. Zijn kunst gehoorzaamde de onweerstaanbare drang om het onzichtbare zichtbaar te maken: de ten hemel schreiende onzuiverheid van het vlees, het grenzeloos sublieme van de ziel. Ja, men moet lijden voor zijn kunst!

Of misschien ook niet.

Maar ik deed het. Ik doe het.

En er is geen literair equivalent. Een paar pagina’s van Emmerich betreffende de Passie kunnen dit bovennatuurlijk realisme misschien benaderen, enkele fragmenten van Ruysbroeck. Maar een ideaal heeft canvas nodig, weet je.



De Kerk. Satan. Kristus.

Ik heb vaak op de drempel van het katholicisme gestaan en telkens heb ik besloten dat ik het ware geloof ontbeerde. God deed geen moeite om mijn ziel tot zich te roepen en ik heb nooit de kracht gehad mij vol vertrouwen en zonder voorbehoud over te leveren aan de beschermende schemering van onveranderlijke dogma’s. Sommige boeken droegen bij tot mijn afkeer van het alledaagse leven en deden me verlangen naar de monotone gezangen van een klooster, waar ik kon slaapwandelen in mystieke dromen en een van wierook verzadigde atmosfeer. Maar alleen simpele zielen kunnen een dergelijke staat van onthechting en zelfverloochening bereiken. Mijn eigen ziel werd te zeer belaagd door Onze Lieve Vrouwe van Lust en allerlei laag bij de grondse conflicten. Mijn wens om me terug te trekken in een tijdloos reservaat werd geboren uit een te grote hoeveelheid oneerbare motieven – van vervelende discussies met de ober of de huisbaas tot de noodzakelijke, maar altijd weer ziek makende zoektochten naar geld.

Er waren momenten waarop ik mijn pen door het venster gooide en het bestaan vervloekte dat ik voor mezelf had gecreëerd. Keek ik naar de toekomst, dan was daar niets dan verbittering te zien. Alleen de religie kon me genezen, of op zijn minst een asiel verstrekken. Religie was bodemloos en kende geen grenzen; ze maakte een ontsnapping van deze aarde mogelijk, en een vlucht in duizelingwekkende, nog niet geëxploreerde hoogten. Maar omdat de godsdienst ook vereiste dat men het gezond verstand op de meest volstrekte wijze het zwijgen oplegde, wierp ik wanhopig mijn handen in de lucht.

Ik was geen gelovig man. En toch geloofde ik in het bovennatuurlijke en werd ik aangetrokken door de Kerk en haar extatische kunst, de luister van haar legenden, de stralende naïviteit van haar heiligenlevens. Het was niet wat ik echt wilde, maar het kwam het dichtste bij.

Jullie, geesten van de toekomst die nu mijn woorden lezen… Ontkennen jullie dat wij omgeven worden door mysteriën – in onze huizen, in de straten, overal waar we komen? Ontkennen jullie het onvoorziene? Het onverklaarbare?

Ik denk van niet.

Wel?



Kom en zit neer en luister naar me, Jean. Ben jij dat? Jean de Caldain, mijn trouwe secretaris? Nu het einde nadert, moet je ze allemaal verbranden – God zal de zijnen herkennen! Het is mijn laatste wil en ik belast jou hierbij met de uitvoering van mijn testament: al wat ik de jongste jaren heb geschreven, de vele brieven en manuscripten, La comédie humaine en Notre-Dame de La Salette, en boven alles mijn notitieboekjes betreffende de sinistere kapelaan van de Kapel van het Heilig Bloed in Brugge – gooi het allemaal op de brandstapel!

Maar voordat je het Grote Werk aanvat, Jean, lees het me voor… Het zit in de map met de persknipsels. Lees het me voor! Het artikel over het sacrament der stervenden dat mij zou zijn toegediend! Lees het me voor! Want het is een leugen… en toch ook waar, nietwaar?

Ik voer nu mijn laatste doodsstrijd, Jean. Lees het me voor en gooi het dan in het vuur samen met al mijn andere papieren, want ik moet dringend voorbereidingen treffen. Ik wil in mijn monastiek habijt begraven worden, hoor je? Met mijn scapulier. Maar eerst en vooral, en voor het te laat is, moet je al mijn papieren verbranden en dan… Dan zal ik je mijn testament dicteren, mijn laatste woord over de Satanische Kapelaan van het Heilig Bloed…

Help me, Jean… Help me de tafel te dekken voor de Heilige Communie. Steek de kaarsen in hun koperen kandelaars aan, en leg mijn antieke kruisbeeld en het reliekschrijn met de relikwie van de Zalige Lydwine op het kleed…

Dank je, Jean.

En luister nu naar me.

Luister… Ik moet je iets vertellen.

10.12.10

De Paus van Satan, door Patrick Bernauw & Filip Coppens

Ligt de oplossing van het mysterie over de afstammelingen van Jezus niet in Frankrijk, maar in Brugge? De negentiende eeuwse auteur Joris-Karl Huysmans infiltreert in het satanistische milieu en komt er op het spoor van de Paus van Satan... Hoe diep zijn de satanisten geïnfiltreerd in de kerk? Historische thriller, gebaseerd op harde feiten...




Joris-Karl Huysmans werkt eigenlijk voor de Franse geheime dienst. Hij infiltreert in het satanistische milieu van Parijs en komt er op het spoor van de Paus van Satan. Deze oppersatanist, die de komst van de antichrist moet voorbereiden, blijkt niemand minder te zijn dan de kapelaan van het Heilig Bloed van Brugge, Louis Van Haecke. En zo belandt Huysmans in Bruges-la-Morte, de stad die door de tempeliers ooit was voorbestemd om het Jeruzalem van het westen te worden.

Huysmans schrijft een ophefmakende roman over zijn afdaling in een zwartmagische onderwereld, Là-Bas. Maar hierdoor raakt ook hij betrokken bij een ware Oorlog der Magiërs en komt hij terecht in een occult wespennest, waarin voordien figuren als Nostradamus en Jack the Ripper een rol speelden.

Huysmans ontdekt dat het geheim rond de afstammelingen van Jezus Christus en Maria Magdalena niet zou bewaard worden in Rennes-le-Château, in het zonnige zuiden van Frankrijk, maar een heel stuk noordelijker: in Brugge en Orval. 

De Paus van Satan verschijnt in april 2011 bij Uitgeverij Manteau.



Patrick Bernauw oogstte succes met zijn thriller-trilogie rond documentairemaker Maarten Dejonckheere: Het Bloed van het Lam ("Vlaanderen heeft eindelijk zijn De Da Vinci Code." - De Standaard), Nostradamus in Orval ("Actie en mysterie wisselen elkaar af met een stevige brok geschiedenis." - Metro) en Het Illuminati Complot ("Een rijk gedocumenteerd boek... met tal van knipoogjes naar de boeken van Umberto Eco en Dan Brown." - Vrij Nederland).


Filip Coppens in de Jeruzalemkerk, Brugge.


Filip Coppens woont in Los Angeles met zijn partner Kathleen McGowan, de bestsellerauteur van Het Magdalena Mysterie. Hij is auteur van verscheidene succesvolle non-fictieboeken over oude mysteries, die verschijnen in verscheidene talen. In Vlaanderen en Nederland is hij vooral bekend van zijn bestseller De Da Vinci Code Ontcijferd.


Rond de mysteries van het Heilig Bloed en de Graal van Brugge, Louis Van Haecke en Joris-Karl Huysmans maakten Patrick Bernauw en fotograaf Marc Borms in de reeks Mysterieus België het stadsspel De Geheimen van Brugge. Treed nu samen met Patrick Bernauw in de voetsporen van De Paus van Satan en ontsluier de geheimen van Bruges-la-Morte. Of trek op ontdekkingstocht met een doe-het-zelf pakket.

Vraag hier vrijblijvend een offerte aan.


 

4.1.10

Nederlandse "Mystery Pop" singer-songwriter Corjan krijgt rol in Britse film


 


De speelfilm ‘The Stone’ is een produktie van bestseller auteur en bekroond cineast Philip Gardiner die de film regisseert en het script schreef samen met John  Symes. De film wordt in 2010 wereldwijd vertoond op de grote festivals en gaat  daarna in 'major release' distributie via Warner Brothers. Corjan speelt in de film zichzelf en brengt live zijn single ‘Haunting me  down’ die hij speciaal voor de gelegenheid schreef. Het optreden wordt in de  komende maanden gefilmd in een Engels theater waar een gedeelte van het script  zich afspeelt


Regisseur Philip Gardiner en Corjan (achternaam: De Raaf) raakten in contact  in het kader van Corjans Mystery Pop project, een nog uit te brengen album  met liedjes die zijn geïnspireerd op internationale bestseller boeken uit het 'historical mystery' genre. Eén van de liedjes is ‘The Bond Code’, geïnspireerd op Philip  Gardiner’s gelijknamige boek. Corjan trad afgelopen jaar al een keer op in  Gardiner’s talkshow op SKY Televisie in Engeland.


De film ‘The Stone’ zal van special FX worden voorzien door het team dat  eerder ‘Shaun of the Dead’ tot een hit maakte en heeft een cast met sterren als  Tony Scannell (uit de populaire britse politieserie ‘The Bill’), Bunny Reed  (‘Hammer’) en acteurs uit de cast  van de Harry Potter films. In 'The Stone' treedt Corjan op naast de Engelse rockband No Redemption van  Gemma Simpson en James Earnshaw, die ook de musical direction doet voor de  film.


Zelf leerde ik Corjan persoonlijk kennen - en zijn werk ook heel erg appreciëren – tijdens een driedaagse in mei 2009 in Brugge en Orval, samen de Amerikaanse bestseller schrijfter Kathleen McGowan, die net als ik uitgebreid over de mysteries van Brugge (het Heilig Bloed) en Orval (Nostradamus in Orval) heeft geschreven of nog zal schrijven.


Meer info:


Mister Mystery Pop
The Masonic Magician Cagliostro: the 4th Mystery Pop Song by Corjan

The Magdalene Line of Kathleen McGowan 
The Holy Sepulchre of Bruges-la-Morte (met foto's van Corjan)







Voor meer informatie over 'The Stone':
http://thestonemovie.webs.com - de officiële website van de film
http://www.corjan.net - de officiële weblog van Corjan








18.6.09

Met dank aan het Sacerdotibus Forum en in het bijzonder Seshat


De code in het boek van Louis Van Haecke over het Heilig Bloed van Brugge werd door Seshat van het Sacerdotibus Forum (klik op de titel van deze post en je bent er zo) thuisgebracht als een chronogram.

Vooral in de 17de en 18de eeuw was het gebruik van chronogrammen heel populair: het jaartal werd verwerkt in een zin, meestal in het Latijn, die iets over de gebeurtenis zelf zei. Vaak zijn de letters met getalwaarde als hoofdletters of groter weergegeven, soms hebben ze zelfs een gouden laagje gekregen.
Om de jaartalwaarde van een chronogram te berekenen, moet je alle letters die een romeins cijfer zijn — dus een getalwaarde hebben —, bij elkaar optellen. Meer bepaald: M = 1000, D = 500, C = 100, L = 50, X (en W) = 10, V (of U) = 5 en I (of J) = 1.
HIER wordt het getal zelfs automatisch voor jou berekend als je de letters invoert. Het antwoord wat de "THIERRY OBTINT" Code betreft, blijkt 1900 te zijn. Dat is ook de publicatiedatum van het boek.

Dit lijkt op het eerste gezicht een banale boodschap... en op het tweede gezicht blijft ze dat. Maar de aanwezigheid van dit chronogram sterkt me in mijn overtuiging dat er nog meer codes verborgen zitten in het boek. Van Haecke verwijst naar mijn gevoel heel duidelijk naar Nostradamus, en ik denk dat zijn gebruik van voetnoten wel eens naar kwatrijnen van Nostradamus zou kunnen leiden...

Ondertussen is er weer een nieuw, zij het Engelstalig, hoofdstukje verschenen in The Continuing Story of the Satanist Chaplain of the Holy Blood Chapel:

In 1891 Joris-Karl Huysmans published his novel "Là-bas" in which he paints a fantasy of Satanism and the occult, such as it was reportedly still practiced at that time in Paris. One of the most sinister figures however, the so-called "canon Docre", turned out to be Louis Van Haecke, chaplain of the Holy Blood Chapel of Bruges...

Full story: The Satanist Chaplain of the Holy Blood

Naschrift: Inmiddels heeft deze merkwaardige code ook een plaatsje gevonden in het boek De Paus van Satan, dat verscheen in april 2011:


Zie ook op deze blog:

11.6.09

De Heilig Bloed Code - op schattenjacht in Brugge of Orval?


Het boek van Louis Van Haecke, over het Heilig Bloed van Brugge, is werkelijk de moeite waard! Het start met enkele bladzijden over de herkomst van de naam "België" (Belgae fortissimi enz...) - wat ons meteen aan de etymologische hoogstandjes van Boudet herinnert.

Over voor de hand liggende ketters en ketterijen in verband met het Heilig Bloed - "usual suspects" als katharen, Tempeliers, de Graal... - rept hij met geen woord, misschien omdat zij pas sinds Baigent, Leigh & Lincoln en hun internationale bestseller "Het Heilig Bloed, de Heilige Graal" aan de oppervlakte kwamen. Maar deze man die door Joris-Karl Huysmans als een Super Satanist werd beschouwd (zie ook Een Satanist in Brugge) heeft het wel over de veel minder bekende ketterijen van het Orfisme (zie ook Memoires van Heer Halewijn) of van de Bogomielen.

Louis Van Haecke heeft het in zijn boek over het Heilig Bloed van Brugge uitgebreid over... het Heilig Bloed van Mantua. En als dit boek blijkt een soortement Da Vinci Code te bevatten, zou ik daar niet van opkijken. Zijn gebruik van voetnoten is nogal curieus en soms zelfs ronduit idioot: zo verwijst hij met een voetnoot al eens naar iets op de pagina ervoor of erachter. En het boek eindigt als volgt (zie ook Een Satanist in Brugge):





Last but not least, zijn er in het boek van Van Haecke over het Heilig Bloed van Brugge nogal wat referenties te vinden naar Nostradamus en zijn kwatrijnen waarin een tempel, een schat en/of een geheim aan bod komen, en die stuk voor stuk naar Orval lijken te verwijzen (zie ook: Nostradamus and the Lost Templar Treasure of mijn boek Nostradamus in Orval. Helemaal "out of the blue" vermeldt hij een kwatrijn waarin een Frans gezegde voorkomt over het verschil tussen een Bretoen en een Normandiër. En wie heeft ook al een beroemd kwatrijn over het verschil tussen een Bretoen en een Normandiër geschreven? Inderdaad.

Plotseling begint Van Haecke Christus ook aan te duiden als "le Verbe éternel", "le Verbe incarné", "le Verbe" of "le Verbe de Dieu"; hij doet dit op een tweetal pagina's en dan niet meer en hij heeft deze omschrijving ook niet eerder gebruikt. Nu is "le Verbe de Dieu" een synoniem van "le Verbe Divin"... en heeft Nostradamus nogal wat kwatrijnen waarin "le Divin Verbe" voorkomt, en die naar ik meen eveneens naar Orval verwijzen, en zelfs naar de tombe van Bernard de Montgaillard (ik heb daarover óók uitgebreid geschreven in "Nostradamus in Orval").

Q 27, C II bijvoorbeeld:

Le divin verbe sera du ciel frappé,

Qui ne pourra proceder plus avant:

Du reservant le secret estoup,

Qu'on marchera par dessus & devant.


Het goddelijke woord zal uit de hemel geslagen worden en wie niet verder zal kunnen gaan, zal geconfronteerd worden met een geheim dat opgesloten is met de oplossing, en waar men overheen wandelt...

Dus... Wie gaat er mee op schattenjacht naar Brugge? Of naar Orval?

26.5.09

De Tempeliers en het Heilig Bloed van Brugge



Klaarblijkelijk vindt geen enkele kroniekschrijver uit die periode het de moeite waard melding te maken van de stichting van de Orde van Arme Ridders van Christus en de Tempel van Salomon, beter bekend als de Tempeliers. Dat is niet zo verwonderlijk, als men er rekening mee houdt dat de oprichting van de Orde mede geïnspireerd werd door de moord op driehonderd pelgrims en het gevangennemen van zestig anderen en dat de Orde slechts door negen - weliswaar erg vrome - ridders wordt gesticht.
Ongevraagd dienen Hugues de Payens en de Vlaming Godfried van Sint Omaars, de oprichters van de Tempelorde, zich in het Jaar Onzes Heren 1118 aan bij Boudewijn II, neef en opvolger van Boudewijn I, koning van Jeruzalem. Ze beweren in alle armoede, kuisheid en gehoorzaamheid de wegen naar Jeruzalem en de pelgrims te zullen beschermen tegen de mohammedaanse dreiging. Niemand neemt deze dapperen ernstig, behalve de koning dan, die hen meteen een volledige vleugel van zijn paleis ter beschikking stelt, gelegen boven op de funderingen van de oude Tempel van Salomon.
Zonder enige officiële functie of reële macht leggen de negen Tempeliers zich negen lange jaren toe op de grootse taak die zij zichzelf hebben toegewezen. Wat zij daar precies onder verstaan, weten alleen zij. Inmiddels zijn zij wel de enige bewoners van de Tempel, waarvan zij de ondergrondse ruimten ontmantelen. Zo zouden de negen edelen die al hun aardse bezittingen in de steek hadden gelaten, om op zoek te gaan naar het geheim, verborgen in het Allerheiligste van de ruïnes van Salomons Tempel, dit geheim ook gevonden hebben. Het werkelijke doel van de Tempeliers was immers een ongemeen belangrijk en sacraal mysterie in verband met het Allerheiligste, dat ze niet alleen moesten vinden, maar ook moesten overbrengen naar een plek waar het veilig zou zijn.
Na negen jaar keren Hugues de Payens en zijn gezellen terug naar het Westen. Bernard van Clairvaux, een vooraanstaand Frans monnik en prediker, organiseert een triomfantelijke verwelkoming, die herinnert aan het enthousiasme dat Robrecht de Fries ten deel was gevallen toen hij terugkeerde van zijn pelgrimage. Volgens sommige auteurs is het dan ook niemand minder dan Robrecht geweest die de negen ridders na zijn verkenningstocht op weg heeft gezet naar de Tempel van Salomon.
Niemand die er een idee van heeft waar de negen arme ridders al die eerbetuigingen aan te danken hebben. In 1128 schrijft de latere Sint Bernardus de statuten en de regel van de Tempel. Voortaan zullen de Tempeliers iedere dag de mis horen, terwijl ze eenvoudige witte mantels zouden dragen zonder bontkraag en géén modieuze schoenen met een gekrulde punt. Slapen moeten ze in hemd en onderbroek, op één matras, onder één laken en één deken. Eten moeten ze in stilte, uit één nap voor twee man. Drie keer per week mag er vlees op tafel komen. Opstaan doen ze bij zonsopgang, na hard labeur is er een uur extra slaap voorzien... als ze in bed tenminste dertien onzevaders prevelen. 's Vrijdags is het tijd voor penitentie. Jagen is verboden. Behalve op leeuwen dan. En ze mogen alleen hun moeder, zuster of tante kussen.
Nauwelijks enkele weken nadat Bernard van Clairvaux de statuten en de regel van de Tempel heeft geschreven, trekken drie Tempeliers van het eerste uur naar de Kasselberg, waar Robrecht de Fries ooit de hand legde op het graafschap Vlaanderen. Goden horen immers thuis in de hemel, dat is altijd zo geweest... Voor Abraham en voor Mozes, voor de profeten en ook voor Jezus Christus zelf was een heuveltop de beste plek om met God te spreken. Onder koning David kreeg de berg Sion in Jeruzalem een gewijde rol toebedeeld; de berg werd door Salomon werd bekroond met een fabelachtige Tempel. Hugues de Payens, Godfried van Sint Omaars en Payen de Montdidier kiezen de hoogste berg uit die er in Vlaanderen te vinden is. Het geeft hun beklimming een sacraal, symbolisch karakter.
Maar uiteraard valt er van de Tempeliers, die aartsketters, geen spoor te bekennen in de Processie van het Heilig Bloed. Nochtans zou dit Heilig Bloed nooit naar Brugge gekomen zijn, als zij niet naar Jeruzalem waren geweest.
Ook in het gevolg van Diederik van den Elzas zijn geen Tempeliers te bespeuren. In de stoet wordt de graaf van Vlaanderen voorafgegaan door herauten, vendelzwaaiers, muzikanten en de 'gewone' Bruggelingen die de mond vol hebben over de relikwie waarmee hij vandaag zijn Blijde Intrede doet in Brugge, en die niet meer of niet minder is dan het symbool van het Nieuwe Jeruzalem...

Meer lezen? Klik dan op de titel, voor een volledige fotoreportage van de Heilig Bloed Processie editie 2009... met een uittreksel uit "Het Bloed van het Lam".

Podcast Luisterboeken