13.9.06

HET HOL IN DE HEL en DE VLOEK VAN DE FARAO'S - meer broodje aap stadssagen in STERKE VERHALEN, te bestellen aan 10 euro door klik op deze titel

STERKE VERHALEN:

"Met dit boek probeert Patrick Bernauw inzicht te verschaffen in de oorsprong en betekenis van de sagen van deze tijd - zeg maar: het moderne volksverhaal. Hij geeft verscheidene sprekende voorbeelden van de manier waarop de kranten en de moderne massamedia aanleiding kunnen geven tot het ontstaan van sterke verhaal. Verder beschrijft hij de rampzalige gevolgen die een sterk verhaal op de werkelijkheid kan uitoefenen en geeft aan waartoe de macht van de (volks)verbeelding en de 'opschorting van het ongeloof' zoal kunnen leiden. Zowel oude als moderne mythen zijn hierbij nooit ver weg, vandaar dat de auteur ook dieper ingaat op een thema als 'de vloek van de farao'. Van een aantal moderne sagen toont hij trouwens probleemloos aan dat zij veel te danken hebben aan eeuwenoude mythen."
HET HOL IN DE HEL
In de vroege jaren negentig verspreidde het Trinity Broadcasting Network, een christelijk televisienetwerk met als thuisbasis Californië, het bericht dat een aantal Russische geologen zo diep in de aarde waren doorgedrongen dat zij per ongeluk op de hel waren gestoten. De nieuwsbrief van het televisienetwerk bevatte een uitgebreid artikel over het onderwerp, gebaseerd op weer een ander artikel uit het Finse blad Ammennusatia:

Een groep geologen die tot 14,4 kilometer diep boorden in de korst van de aarde beweren dat zij daar menselijk geschreeuw hoorden, afkomstig van verdoemde zielen. De wetenschapslui zijn nu bang dat zij de kwade machten van de hel hebben losgelaten op aarde.
‘De informatie die wij verzameld hebben, is zo verbijsterend dat wij ernstig bevreesd zijn voor wat we daar beneden nog zouden kunnen aantreffen,’ verklaarde dr. Accazov, de leider van het project in het afgelegen Siberië.

Op een diepte van 14,4 kilometer was de gigantische drilboor van de geologen plotseling wild beginnen te roteren. Volgens dr. Accazov was er maar één verklaring mogelijk: de aarde is een holle bol. De temperatuur was daar bovendien ook extreem hoog.
‘Onze berekeningen wijzen op een temperatuur van circa 1100° Celsius,’ legde Accazov uit. ‘Dat is meer dan 2000° Fahrenheit en ook veel meer dan we verwachtten. Het lijkt alsof het centrum van de aardbol brutaal verteerd wordt door een waar inferno. Onze laatste ontdekking was evenwel de meest shockerende, in die mate zelfs dat sommige geleerden ervoor pleitten het project meteen stop te zetten. We probeerden namelijk met supersensitieve microfoons die neergelaten werden in de tunnel te luisteren naar de bewegingen van de aardkorst. Wat we toen hoorden veranderde de rationeel denkende wetenschapslui van ons team in irrationeel bevende, menselijke wrakken…’
Aanvankelijk vingen de geleerden een zwakke maar hoge toon op, waarvan ze dachten dat hij afkomstig was van hun eigen materiaal. Maar na enige aanpassingen zagen ze in dat het geluid ontsprong uit het binnenste van de aarde.
‘We konden onze eigen oren nauwelijks geloven, toen we vervolgens een menselijke stem hoorden, gillend van pijn. Hoewel één stem duidelijk definieerbaar was, konden we tegelijk – op de achtergrond – duizenden, misschien zelfs miljoenen lijdende zielen horen schreeuwen.’
Na deze afschuwelijke ontdekking verlieten zowat de helft van de wetenschapslui het team van dr. Accazov.
‘De reden daarvoor lag voor de hand,’ besloot hij zijn relaas. ‘Het was pure angst… Laten we hopen dat wat daar diep beneden is, daar ook diep beneden zal blijven…’

Rich Buhler, een dominee uit de Verenigde Staten, die al jaren een religieuze radioshow had, kreeg in zijn programma een eindeloze reeks telefoontjes van bange luisteraars te verwerken, waarin telkens werd verwezen naar het verhaal van de geleerden die per ongeluk de hel hadden aangeboord. Hij stelde een onderzoek in, kreeg de nieuwsbrief van het Trinity Broadcasting Network te pakken, met het bewuste artikel dat als bron het Finse blad Ammennusastia aanhaalde. Een Texaanse evangelist, een zekere R.W. Schambach, die zowat een vaste gast was van het netwerk, zou hen het blad bezorgd hebben.
Buhler nam contact op met het kantoor van Schambach, waar men hem verzekerde dat het relaas ‘absoluut waar’ was. Ammennusastia was niet alleen ‘een zeer gerespecteerd wetenschappelijk blad’, maar het bericht werd ook bevestigd door een brief van de Noor Age Rendalen. Hij had zijn brief rechtstreeks naar het Trinity Broadcasting Network gestuurd en de details die hij onthulde, voegden een heel nieuwe dimensie toe aan het reeds bekende verhaal.
Rendalen schreef dat hij een paar weken eerder de Verenigde Staten had bezocht en toevallig was gestoten op hun Drilling for Hell story: ‘Ik moet bekennen dat ik hard heb gelachen toen ik uw verslag hoorde… Ik geloofde er geen woord van en zei tegen mijn vriend dat alleen Amerikanen zo dwaas konden zijn te geloven dat de hel fysiek gelocaliseerd kon worden door simpelweg een gat in de grond te boren. Maar de woorden ontvallen mij om mijn verbazing te beschrijven toen ik bij mijn terugkeer in Noorwegen ontdekte dat de kranten vol stonden met reportages over het incident. Ik besefte meteen dat als de held bestond, ik daar ongetwijfeld zou eindigen. Een afschuwelijke angst kreeg mij in zijn greep en twee nachten lang droomde ik over vuur en geschreeuw, tot ik mij overgaf aan God en mijn leven in Zijn reddende handen legde.’
In zijn brief moedigde Rendalen het netwerk aan geen gehoor te verlenen aan de sceptici en het verhaal verder te verspreiden. Hij sloot een kopie en een artikel in van een artikel uit wat hij het grootste en meest gereputeerde Noorse dagblad noemde, met meer informatie over de boorexpeditie.
In dat artikel was sprake van verzet tegen de onderneming vanwege Russische atheïsten, maar ook van intimidatie van de wetenschapslui door de autoriteiten, om hun ontdekking stil te houden. De reportage bevatte ook een ooggetuigenverslag van een zekere doctor Nummedal:
‘Wat de Sovjets nog het meest van al irriteerde, behalve dan de opnames die gemaakt waren van de stemmen, was de fontein van lumineus gas die nog dezelfde nacht was opgespoten uit de boorput. Te midden van een gloeiende wolk in de vorm van een pijler verscheen een schitterend wezen met vleermuisvleugels, en in de donkere Siberische hemel werden tegelijk een paar woorden zichtbaar, in Cyrillisch schrift.’
De Russische collega’s van dr. Nummedal vertelden hem naderhand wat daar geschreven stonden: ‘Het is volbracht.’
‘Het incident was van een absolute irrealiteit,’ vervolgde dr. Nummedal. ‘De Sovjets schreeuwden hun afgrijzen uit en waren in paniek. Later die nacht zag ik ziekenwagens op en af rijden op het terrein van onze kleine gemeenschap. Een ambulancier die ik vaag kende, vertelde me dat hem was opgedragen alle Russische deelnemers aan de expeditie te verdoven met een middel dat erom bekend stond het korte termijn geheugen volkomen uit te wissen. De Sovjets gebruikten deze drug ook bij de behandeling van mensen die in shocktoestand verkeerden.’

Rich Buhler en zijn staf beten zich vast in het verhaal en probeerden het zo ver mogelijk te traceren. Het Finse blad Ammennusastia, dat in zowat ieder verslag van het incident wordt geciteerd, bleek gevestigd te zijn in Levasjoki. Het blad bleek geen ‘gerespecteerde krant’ te zijn en evenmin ‘een wetenschappelijk blad’, maar een maandelijkse publicatie van een groepje Finse christenen. En het relaas van de Russische geologen was dan weer gebaseerd op wat een redactielid van Ammennusastia zich herinnerde van wat hij beschreef als een ‘hoofdartikel’ in het Finse dagblad Etela Soumen.
Buhler contacteerde deze krant, maar daar kon niemand zich het bewuste ‘hoofdartikel’ herinneren, en er werd ook geen spoor van teruggevonden. Later kreeg Buhler een telefoontje van de redactie van Etela Soumen, waarin hem meegedeeld werd dat het relaas dan toch was verschenen in hun blad, evenwel niet als ‘hoofdartikel’, zelfs niet als een gewoon artikel, maar als een op eigen verantwoordelijkheid ingezonden lezersbrief.
Via de krant slaagde Buhler erin de auteur van de ingezonden brief op te sporen. Het bleek om een vriendelijke oudere man te gaan. Hoewel hij aanvankelijk vrij terughoudend bleek om over de inhoud van zijn missive te praten, vertelde hij Buhler uiteindelijk toch – bijgestaan door een vertaler – dat hij niet kon instaan voor de geloofwaardigheid van het verhaal. Hij had het, zo zei hij, uit een christelijke nieuwsbrief Vaeltajat, gepubliceerd door Finse missionarissen.
Buhler nam contact op met de uitgever van Vaeltajat, die hem meedeelde dat het verhaal was verschenen in hun nummer van juli 1989. Als bron verwees hij naar een lezer van Vaeltajat, die het verhaal op zijn beurt had opgepikt uit een nieuwsbrief die Jewels of Jericho gedoopt was en die werd gepubliceerd door joodse christenen uit California.
En daarmee was de cirkel rond…

Rich Buhler beschouwde het verhaal over de geologen en hun weg naar de hel als een typische ‘urban legend’: sensationeel, onmogelijk te documenteren, en welig tierend in obscure publicaties die elkaar wederzijds citeerden. Tot zo ver leek alles duidelijk. De precieze rol die de Noor Age Rendalen in de wordingsgeschiedenis van deze moderne mythe had gespeeld, bleef hem evenwel intrigeren. Volgens het artikel in de nieuwsbrief van het Trinity Broadcasting Network leefde hij ergens in de buurt van Oslo. Buhler slaagde erin ook deze man op te sporen en kreeg hem aan de lijn.
‘Bent u de man die informatie zond naar een christelijk televisienetwerk in de Verenigde Staten over een groep geleerden die per ongeluk de hel aanboorden?’ vroeg hij.
‘Ja,’ antwoordde de Noor zonder enige aarzeling.
‘Prima,’ vervolgde Buhler. ‘Hebt u er ook enig idee van of dat verhaal waar is of niet?’
‘Ja, dat heb ik,’ antwoordde Rendalen.
‘Kunt u me daar meer over vertellen?’ vroeg Buhler.
‘Niets ervan is waar,’ zei Rendalen. ‘Ik heb alles verzonnen.’
Rendalen legde uit dat hij inderdaad de Verenigde Staten had bezocht en daar een kerel aan het werk had gezien in een religieus televisieprogramma, die het enthousiast had over het verhaal van de geologen die de hel hadden aangeboord.
‘Ik kon niet geloven dat die vent echt dacht met een waar verhaal te maken te hebben en dat de zender dit soort onzin op antenne bracht zonder eerst één en ander te checken,’ verklaarde Rendalen.
Terug in Noorwegen ging Rendalen er even voor zitten om een griezelverhaaltje over een wezen met vleermuisvleugels te bedenken. Hij stuurde zijn brief naar het netwerk en voorspelde erbij dat ze zijn verhaal zouden gebruiken zonder het eerst te checken. Om een eventueel onderzoek te vergemakkelijken, vermeldde hij zijn naam, adres en telefoonnummer in zijn brief. Hij sloot een kopie van een artikel in dat – zo beweerde hij – afkomstig was uit het grootste en meest gereputeerde Noorse dagblad, maar dat in werkelijk een stuk was over een bouwproject, verschenen in een locaal blad. De vertaling van het artikel, die hij eveneens insloot, was uiteraard pure fictie.
Rendalen stuurde ook de naam en het telefoonnummer mee van een bevriende priester uit zuidelijk Californië. De priester wist dat het om een mystificatie ging en was erop voorbereid de waarheid te onthullen voor het geval iemand hem zou bellen om één en ander verder te onderzoeken. Maar zoals Rendalen het voorspeld had, bracht het Trinity Broadcasting Network zijn verhaal zonder dat Rendalen zelf of zijn Californische vriend werden gecontacteerd. En zo kwam het verhaal van Rendalen niet alleen op de televisie, maar ook op de radio en verscheen het in tal van publicaties. Geen enkele van de instanties die het verhaal brachten, vond het nodig eerst enige research te verrichten.

Buhler ontving een brief van een luisteraarster, die drie shows van het Trinity Broadcasting Network had opgenomen, waarin sprake was over ‘het hol in de hel’.
Op 29 januari 1990 liet de gastheer van het programma zich als volgt uit over het onderwerp: ‘Kijk iedereen die me al die lelijke brieven heeft geschreven over “het gat in de hel”, laat me jullie vertellen dat ik eindelijk een artikel te pakken heb gekregen uit The World Weekly, een internationaal blad dat uit het Fins werd vertaald in het Engels. “Geleerden vrezen dat zij de poorten van de hel hebben opengezet! Geologen boren negen mijlen diep en horen menselijk gegil!”… Ik kreeg vandaag een brief van een geoloog uit Oklahoma en hij scheldt me werkelijk de huid vol. Er is niks dat zo diep kan boren, zegt hij. Mensen, ik breng alleen maar verslag uit van wat mij bezorgd wordt en ik weet niet of het waar is of niet. Ik weet één ding… als dit een truuk van de Duivel is, dan heeft hij het echt wel verknald, want ik ken zowat 2000 mensen die Christus gevonden hebben dank zij dit verhaal! En waar of vals, ik zag jullie zeggen wat ik nu ga doen… Wij zullen enige onderzoeksjournalistiek op het getouw zetten en het verhaal checken bij de Finse autoriteiten en het Ministerie van Binnenlandse Zaken en wij zullen dit verhaal goed opvolgen en uitmaken of men daar echt een gat van negen mijl diep heeft geboord en of men daar echt mensen heeft horen gillen van angst en pijn, zoals dit blad beweert en zoals ook in de vele brieven te lezen staat die ik van ginds mocht ontvangen…’
Rendalen van zijn kant legde een officiële verklaring af over het hele incident, waarin hij stelde dat het verhaal niets anders was dan een religieus geïnspireerde ‘urban legend’ zonder wortels in welke realiteit dan ook.
Het achtenswaardige magazine Biblical Archaeology Review drukte het verhaal dan weer af in de illusie dat hun publiek het ook zonder waarschuwing vooraf wel zou interpreteren als wat het was: een wilde mystificatie, een geslaagde grap. Maar een boel lezers hielden de fictie voor een feit en het relaas van ‘het hol in de hel’ ging er weer een stukje geloofwaardiger door klinken.
In augustus 1990 werd Buhler gecontacteerd door een priester uit Arizona, die over het bewijs meende te beschikken dat het verhaal op ware feiten berustte. Tot zijn kleine parochie in Flagstaff, Arizona behoorde namelijk een man van wie werd aangenomen dat hij een graad in de fysica bezat. In een privégesprek met de priester bekende hij één van die geleerden te zijn die gedurende de afgelopen jaren meer dan eens op een geheime missie naar Rusland waren gestuurd. Zo had hij ook Michael Gorbatsjov een aantal keren ontmoet.
Het verhaal over de geologen die een gat boorden in de hel was waar, beweerde hij. Er werd inderdaad heel diep in de Siberische aardkorst geboord en daarbij werd een grote holle ruimte ontdekt. Jammer genoeg lekte het nieuws van deze ontdekking uit naar de pers, waarbij ‘de ware feiten’ vervormd raakten.
‘Het is waar dat er opnames werden gemaakt van de geluiden die diep in de tunnel konden waargenomen worden, maar de intense hitte vernietigde de microfoons. Nochtans waren ze voorzien van gesofisticeerd koelingsmateriaal. Hoe dan ook, er resten ons nog altijd zeventien seconden geluidsopnamen.’
Vervolgens zouden de wetenschapslui een tweede gat geboord hebben om bevestigd te zien wat ze de eerste keer hadden ontdekt. Ook werd er een beter koelingssysteem ontworpen voor de microfoons. Het was bij dit laatste project dat de zegsman van de priester uit Flafstaff, Arizona betrokken raakte. Hij stond nu op het punt te vertrekken naar Siberië om het fenomeen verder te onderzoeken. Na ongeveer een jaar hoopte hij te kunnen terugkeren met meer informatie.
Een half jaar nadat Buhler door de priester uit Flagstaff, Arizona werd gecontacteerd, kreeg hij een brief van een lid van dezelfde parochie. De geleerde over wie de priester hem had gesproken, bleek helemaal geen graad in de fysica te bezitten. Hij had wel de stad verlaten met meer dan $20.000 op zak, oftewel: het geld dat hij had ingezameld onder de brave parochianen die zijn Siberische expeditie mee wilden financieren.

Hoe is het verhaal van ‘het hol in de hel’ ontstaan? De kans is klein dat we daar ooit uitsluitsel over krijgen.
Mogelijk heeft een mijnwerker, mijlen onder de grond, een traumatische ervaring opgedaan. Volgens een artikel in het magazine Science (augustus, 1989) werd er in Kola nabij Moermansk, zo een 150 mijl ten noorden van de poolcirkel, een Russisch project opgestart, waarbij geboord zou worden tot op zeer grote diepte. Bij een Duits boorexperiment in noordoost Beieren werden dan weer op zekere niveaus warmere temperaturen vastgesteld dan men daar verwacht had, hoewel geen enkele meting in de buurt kwam van 2000° Fahrenheit…
DE VLOEK VAN DE FARAO'S
In februari 1923 waren de Amerikaanse egyptoloog Howard Carter en zijn Britse financier lord Carnarvon de eerste mensen in drieduizend jaar die de graftombe van Toetanchamon betraden. Met het ontruimen van het graf en het bergen van de gouden sarcofaag van de farao en zijn kunstschatten zouden Carter en zijn medewerkers nog vele jaren in de weer blijven. Toén ontstond een mythe die nu nog steeds zeer alive and kicking is…
Vier weken na de opening van de tombe werd lord Carnarvon in de hals gebeten door een mug. Tijdens het scheren sneed hij per ongeluk in de zwelling. Het wondje begon te infecteren. Hij stierf op 6 april 1923. Op het ogenblik van zijn dood – het was twee uur in de ochtend – vielen in heel Caïro, op een onverklaarbare wijze, alle lichten uit. Bij de opening van Toetanchamons tombe was al een dreigend krassende gier verschenen. En het troetelbeestje van Howard Carter, een kanarie, was ook al verslonden door een cobra. De gier en de cobra waren de koninklijke dieren bij uitstek, de symbolen van Egypte. Net als de verlichting van Caïro, getuigden zij van de toorn van de farao, die zijn eeuwige rust zo meedogenloos verstoord zag. Toen Carnarvon zijn laatste adem uitblies, zou zijn lievelingshond Susie overigens ook jankend opgesprongen en jankend weer neergevallen zijn, om vervolgens nooit meer op te staan.
Het stond allemaal zwart op wit te lezen in de kranten van die dagen. Maar je moet niet altijd geloven wat er in de krant staat. Carnarvon had de London Times namelijk het alleenrecht gegeven op de verslaggeving rond ‘de ontdekking van de eeuw’, zodat de andere persjongens met een ernstig probleem zaten. Zij zullen de elektriciteitspanne wel beschouwd hebben als een geschenk uit de hemel. De dood van Carnarvon en de avonturen van een gier, een cobra, een kanarie en een fox-terriër… het was allemaal het gevolg van ‘de wraak van Toetanchamon’.
Volgens de krantenjongens was er immers een aardewerken ‘vloektabletje’ gevonden in het graf, met de volgende tekst: ‘De dood zal hem die de rust van de farao verstoort, met zijn machtige vleugels vellen…’ Vreemd genoeg werd dit tabletje niet door de archeologen gefotografeerd, getekend of beschreven en repte Howard Carter er met geen woord over in zijn boeken over de ontruimingswerkzaamheden.
Hoe dan ook, de mythe was geboren. En de ‘vloek van Toetanchamon’ werd al gauw de ‘vloek van de farao’s’, want ook zijn collega’s probeerden zich nu eenmaal op een magische manier van de eeuwige rust te verzekeren. Hollywood startte met de productie van een reeks films waarin een wrekende mummie een centrale rol speelde en de grens tussen werkelijkheid en verbeelding voortdurend vervaagde. Het thema liet ook de schrijvers van griezelverhalen niet onberoerd, die maar al te goed wisten dat de beste griezelverhalen altijd voor een deel ‘waar gebeurd’ zijn.Zo zou de Titanic niet vergaan zijn omdat het schip tegen een ijsberg knalde, maar omdat er een mummie aan boord was. En toen onze koning Albert (de Eerste) in 1934 bij Marche-les-Dames een dodelijke tuimeling maakte, was dat ook al een gevolg van de vloek van de farao. Want hadden Albert en Elizabeth niet kort voordien het graf van Toetanchamon bezocht? Ja hoor, alleen vergat men te vermelden dat Albert het graf niet had betreden, in tegenstelling tot Elisabeth, die dan weer stokoud was geworden.
De Amerikaanse auteur Philipp Vandenberg wijdde twee boeken aan het onderwerp: De vergeten farao en De vloek van de farao’s. In dit laatste boek schrijft hij dat tot 1929 niet minder dan 22 mensen die rond Toetanchamon gewerkt hadden een onverklaarbare dood stierven. Professor Gardiner zou bijvoorbeeld nog voor het jaar 1929 zijn laatste adem hebben uitgeblazen. En toch werkte hij in 1963 nog mee aan een boek over Toetanchamon… Een zekere professor Breasted staat ook op deze ‘zwarte lijst’, hoewel hij pas stierf in 1935. Een archeoloog zou kort na de dood van Carnarvon overleden zijn in hetzelfde hotel als de Engelse lord, maar in De vergeten farao is dan weer sprake van een ziekenhuis in Zwitserland. Twee andere geleerden overleden volgens Vandenberg kort na de opening van het graf en volgens andere bronnen pas na de Tweede Wereldoorlog…
In 1926 bezochten meer dan 12.000 toeristen het graf van Toetanchamon. Het is niet meer dan logisch dat er daarvan een aantal overleden, kort na hun bezoek. Howard Carter, de eigenlijke ontdekker van het graf, werkte jarenlang in de tombe en overleed pas in 1939. Als ‘de vloek van de farao’s’ bestààt, waarom werd Carter er dan niet het slachtoffer van?Het maandblad Para Astro kwam in juni 1990 met een antwoord op die vraag. Carter droeg namelijk een wonderlijke Egyptische ring, door de markies van Agrain in 1860 gevonden in de Vallei der Koningen. Aan een Belgisch diplomaat zou Carter verklaard hebben dat ‘deze Ring van Luxor het absolute wapen was tegen iedere betovering’.
Nog geen dertig jaar geleden gingen de schatten van Toetanchamon op wereldreis. Volgens de kranten liet de tentoonstelling geen enkele stad ongeschonden. Van wervelstormen in New York tot aardverschuivingen in Los Angeles en stakingen in Londen… Zoals Gazet van Antwerpen het wat lacherig uitdrukte: ‘De egyptologen hadden beter moeten weten dan Toetanchamons gouden masker en de andere relikwieën, gestolen uit een graf in de Vallei der Koningen, tentoon te stellen…’

Geen opmerkingen: