Het fotoalbum is typisch jaren zeventig. Op een zacht glooiende
grashelling, badend in warm namiddaglicht, schurkt een jong koppel dicht tegen
elkaar aan. Hun gezichten zijn nauwelijks zichtbaar; ze lijken volledig op te
gaan in elkaar, zich niet bewust van de camera – dit is een gestolen moment.
Rond hen strekt zich een uitgestrekt parklandschap uit. Het gazon golft
zacht naar beneden, als een groene zee waarin het zonlicht brede banen van goud
trekt. Hoge bomen omringen de scène als een natuurlijke kathedraal. Hun
bladeren filteren het licht, waardoor overal kleine schitteringen ontstaan.
Links hangen takken laag over een donkere waterpartij of een schaduwrijke
greppel; rechts valt het zonlicht fel op een treurwilg waarvan de lange takken
als een gordijn naar beneden hangen.
Precies dit in hels groen plastic verpakt album met een nostalgisch
coverbeeld naar vervlogen zomers en jeugdige liefdes heeft ons moe uitgekozen
als familiaal fotoalbum. Het past als de spreekwoordelijke tang op het dito
varken, al besef ik dat ook die beeldspraak hier min of meer ongepast is. De
handige cellofaan maakt het onhandig knoeien met klevertjes overbodig,
misschien heeft ze daarom dit album gekozen. Of het lag in de solden, dat kan
ook. Nu goed, het is het binnenste dat telt, nietwaar. Niet de verpakking, maar
de inhoud.
Zonder dit Groene Boek zou er geen sprake zijn van deze reeks 101 Familiefoto’s. Zoals je kunt zien, heb ik het volgeplakt met papiertjes die me eraan moeten herinneren wat ik nog zoal wil vertellen bij de foto’s die het bevat. Ik ben er vrij zeker van dat ons moe eraan begonnen is kort na de dood van haar vader, mijn Petjen, in 1976. En ze is zeer selectief geweest: dit album was duidelijk bedoeld voor haar tak van de familie, voor het geslacht Onverwagt – en aangezien Jan Ferdinand trouwde met Florine Van Gheit, min of meer ook voor die vertakking. Een Bernauw of een Temmerman (mijn grootmoeder langs vaders kant) zijn nog in geen velden of wegen te bekennen.
Eigenlijk is het bijna symbolisch dat er toch tamelijk veel ruimte in
het album wordt besteed aan ‘tante Louise’, de jongere zus van Florine. Je kon
ons moe niet echt een fan noemen van tante Louise, het Orakel van de
Brusselbaan die een glansrijke carrière als Gendarme of Dragonder had gemist.
Tante Louise (spreek uit: ‘Lowis’) heeft op het reilen en zeilen van het gezin
Onverwagt-Van Gheit erg veel invloed uitgeoefend, en doorgaans niet in de goede
zin van het woord. Haar talent om onrust te zaaien heeft ook voor haar eigen
gezin desastreuze gevolgen gehad. Maar daarover later meer.
Ik wist nauwelijks af van het bestaan van dit album tot 2020. Na de dood van ons va in 2009 had ons moe zich vrij snel ‘herpakt’, en was ze vol goede moed begonnen aan een nieuw leven zonder haar ‘halve trouwboek’. Fysiek mocht hij er dan niet meer zijn, in onze – en haar – gedachten en gevoelens bleef hij nog zeer levendig. Vanaf 2016 zo ongeveer begon ons moe lichamelijk en geestelijk erg achteruit te gaan: ze sloot zich af van vrienden, kennissen en buren – maar ook van haar naaste familie. Als Ferna en Johan – mijn twee broers – en ik op zondagvoormiddag kwamen aperitieven, trok ze naar buiten om bladeren op te rapen van het gazon. Ook als ze bij ons thuis kwam eten, nam ze nog nauwelijks deel aan de conversatie. Ze verwaarloosde zichzelf, het huis aan de Roomshofstraat raakte in verval, maar daarover met haar in gesprek gaan was onmogelijk.
Ik denk dat ze bang was dat ze dement werd. We gaven bij de Scriptomanen
in die periode een dichtbundel van Eddy Vaernewyck uit, Over het geluk van
oude zomers. Omdat ik meende dat ze deze poëzie wel zou kunnen smaken en
omdat er enkele pakkende gedichten over dementie in stonden – ons moe was erg
geïnteresseerd in dat onderwerp, sinds ze haar demente moeder had verzorgd –
gaf ik haar een exemplaar cadeau. Ze gooide het weg, met de boodschap dat ze
dat allemaal niet meer wilde lezen.
Eind december 2019 vond mijn jongste broer Johan haar in de gang, waar
ook de telefoon stond. Ze had daar al een hele tijd gelegen, had een toeval
gekregen, een attakske – of een reeks attakskes – en was gevallen
toen ze wellicht op weg was naar de telefoon. Ze was erg verward, werd
opgenomen in het ziekenhuis, knapte daar lichamelijk vrij goed op – al zou ze
vanaf nu voortdurend aangewezen zijn op een rollator, of zelfs een rolstoel –
en moest opgenomen worden in een woonzorgcentrum. We kozen voor de Gerstjens:
het was dichtbij, in het hart van Erembodegem waar ze altijd gewoond had, en er
verbleven al enkele oude bekenden van haar, onder wie ook een bijzonder goeie
jeugdvriendin.
Begin januari 2020 verhuisde ze van het ziekenhuis recht naar het
woonzorgcentrum – waar ze een paar maanden later al meteen geconfronteerd werd
met corona – en werd haar huis aan de Roomshofstraat verkocht. Het huis moest
leeg gemaakt worden, en bij die gelegenheid stootte ik op het Groene Boek, dat
in mijn archieven belandde, op de zolder van de garage. In 2008 hadden we het
huis van Nonkel Frans al leeggemaakt – de jongste broer van Petjen – en had ik
mij ook ontfermd over zijn archief. Vroeg of laat zou ik daar eens iets mee
aanvangen, had ik gedacht. En omdat hij de jongste van het geslacht Onverwagt
was geweest, en al zijn broers en zussen inmiddels ook waren gestorven, waren
veel memorabilia via hem ook al bij mij verzeild geraakt.
Op die manier wist ik dat veel foto’s het Groene Boek niet hadden
gehaald, niet alleen omdat het hoogstwaarschijnlijk al kort na 1976 was
samengesteld, maar ook omdat de focus ervoor duidelijk bij het gezin
Onverwagt-Van Gheit had gelegen, met tante Lowis als onvermijdelijk aanhangsel.
Uiteraard dook het ook weer op bij het overlijden van ons moe in mei
2026, toen mijn broers en ik op zoek gingen naar foto’s voor de montage bij
haar levensloop en het liedje In de ogen van ons moe dat we gemaakt
hadden. Daar en dan heeft het idee voor dit boek vaste vorm aangenomen. Ik was
verplicht een selectie te maken, maar bij elke mij al bekende of nog redelijk
onbekende foto die ik onder ogen kreeg, ontsprong telkens ook weer een stroom
herinneringen…
En wat doe je dan, als schrijver?
Dan schrijf je die op, natuurlijk.



Geen opmerkingen:
Een reactie posten