26.4.11

04. De Zonnewonderen - of: De Ufo's van Onkerzele, Deel 2



1956. Een wetenschappelijk onderzoek toont aan dat het wonder van de wenende madonna uit Newcastle natuurlijk verklaarbaar is. Het gipsen beeld was aan de voorkant geverfd en hing met de achterkant tegen een onbehangen muur die zeer vochtig was. Het gips zoog het vocht op uit de muur, en door oververzadiging drong het water aan de voorkant van het beeld via het linkeroog naar buiten.

1959. In de overwegend communistische industriestad Terni in Italië verschijnt de Heilige Maagd aan een jongen en een meisje. Haar laatste verschijning zal worden begeleid door een wonder. Op de dag van de afspraak verklaren de talrijke aanwezigen 'een rechthoekig licht' te hebben gezien, dat zich 'uit de volle maan losmaakte' en afdaalde naar de aarde. Later geven de kinderen toe dat ze het verhaal van de verschijning hebben verzonnen.

1968. De Heilige Maagd wordt, in een witte wolk, gefotografeerd boven de Koptische kerk van Zitoen, in een buitenwijk van Kaïro. De foto vertoont een wazige mensenfiguur van fluorescerende aard, die boven de donkere koepel van de kerk zweeft. De verschijning van de Heilige Maagd, die af en toe een zegenend gebaar maakt, duurt meer dan twee uur. De duizenden gelovigen die haar waarnemen, kunnen haar trekken niet onderscheiden 'omdat het is alsof men in de zon kijkt'.

1970. J.D.M. pr. over de verschijningen van San Damiano: 'Wanneer men denkt aan de kracht van de nieuwe wapens en aan de materialistische goddeloosheid van degenen die erover beschikken, aan het slop waarin de moderne beschaving vastloopt met haar wurgende overvloed aan materiële zaken en met haar storende invloed op het menselijk evenwicht... Wanneer men denkt aan de straf en aan de "tijden" die voorspeld worden... De wereld verkeert in nood en de goddelijke liefde doet een uiterste inspanning om hulp te verlenen, daar waar het gevaar voor ondergang ook uiterst groot is geworden.'







18 december 1933. Een kille, nevelige ochtend... De mist hangt niet helemaal tot tegen de grond, maar alles ziet er grijs en grauw uit.

Hoewel er al een tweetal maanden geen verschijningen meer genoteerd worden, is er ook die ochtend veel volk op de been in Onkerzele. De bedevaartgangers komen voortdurend uit alle richtingen opdagen. Schattingen lopen uiteen van 20.000 tot 35.000 personenn. Een enorme massa voor een dorpje dat slechts 2.500 inwoners telt. In de menigte bevindt zich Gustaaf Schellinck, die al omstreeks 9 uur in Onkerzele aankwam.

Niemand weet dat er die dag iets speciaals te gebeuren staat, tenzij misschien Leonie Van den Dijck. Drie weken later zal ze Schellinck vertellen wat ze die ochtend meemaakte.. .



Leonie was naar de eerste mis gegaan en had gebeden voor het altaar van de patroonheilige van de parochie, Martinus.

'Opeens zie ik de zon schitteren en pinkelen op het altaar, weerkaatst in de kandelaars. De zonnestralen komen echter van den verkeerden kant op het altaar vallen. Ze komen uit het westen, en het is nog zeer vroeg in de morgen.'

Onzeker keek Leonie rond, terwijl de blikken van de aanwezigen op haar gevestigd waren, 'als vraagtekens'. Toen stak er plots 'als het ware een windbui op', die de bloemen rond het altaar stevig door elkaar schudde.

In de overtuiging dat er iets bijzonders zou gebeuren, verliet Leonie de kerk en liep ze naar de karpel. Veel mensen volgden haar. Terwijl ze in de kapel bad, werden ook daar de bloemen flink door elkaar geschud.



Op de voet gevolgd door de menigte, verliet Nieke de kapel en wandelde ze naar huis. Aan Jan Boon, de latere directeur van het NIR (de huidige VRT) en op dat ogenblik een bekend redacteur van de krant De Standaard en een expert op het gebied van religieuze verschijningen, verklaarde ze dat er die dag in Onkerzele ofwel een mirakel zou gebeuren ofwel iets met de zon. Op haar verzoek beloofde Boon het nieuws voor zich te houden. Een absurde vraag eigenlijk, want Nieke was op dat ogenblik omringd door een massa volk. Boon zou zijn belofte evenwel dadelijk breken, want hij stapte naar de pastoor om hem de boodschap over te brengen. Misschien was het deze indiscretie van Jan Boon die Nieke ertoe aanzette een betrouwbare secretaris te zoeken.


Later op de dag werd ze bij de pastoor ontboden en zag ze op de trap naar de kapel het personage dat ze identificeerde als de aartsengel Michaël.



Tot dusver kunnen we de fenomenen die zich in Onkerzele voordeden, gemakkelijk afdoen als een sterk staaltje van massahysterie, typerend voor dergelijke volkstoelopen. Er zijn met betrekking tot de verschijningen weinig of geen eensluidende, objectieve verklaringen vastgelegd.

Met het Zonnewonder van 18 december 1933 ligt dat anders. Verscheidene verslagen van ooggetuigen bleven bewaard en alle gaan ze min of meer dezelfde richting uit. Blijkbaar heeft ook de Kerk dit 'teken' ernstig genomen, want vanuit het bisdom vertrok een oproep aan de gelovigen om te getuigen over het Zonnewonder dat zich die dag zou hebben voorgedaan.

Gustaaf Schellinck zag het als zijn 'strenge plicht' gehoor te geven aan de oproep van de bisschop, zodat we in zijn logboek het 'ooggetuigenverslag' terugvinden dat hij op 20 december 1933 naar de pastoor van Onkerzele stuurde. We geven zijn woorden hier enigszins aangepast weer, om de tekst leesbaar te houden.

Ik bevond mij met mijn vrouw voor de kapel en de grot; meer bepaald voor de rechtertrap, midden op defwegtussenideze trap en het hoekhuis daartegenover. Wij stonden daar reeds geruime tijd. Het volk was z() dicht opeengepakt dat niemand een voet kon verzetten.

Plots, het zal zo rond 10 uur geweest zijn, wezen enkele omstaanders naar de zon. Op dat ogenblik werd het muisstil. Mijn vrouw en ik keken in de aangeduide richting. Waar het tot dan toe mistig was gebleven, zagen wij de zon duidelijk op die wijze zoals ze gewoonlijk voor het eerst de mist komt doordringen.


Op hetzelfde moment zag ik de zon tot vijfmaal toe een kruis 'uitschieten'. Onmiddellijk dqarop werd zij als door een geheimzinnige macht gegrepen en naar het westen geworpen. Deze verschuiving bedroeg ca. 1,50 meter (volgens maatstaf op de haag en de bomen langs de overzijde van de steenweg). Van op deze plaats werd de zon weer naar het oosten gedreven, omtrent één meter, en daarna weer naar het westen, weer omtrent 1,50 meter. Dat wondere verschijnsel duurde een vijftal seconden. Er kwam een onbeschrijfelijte angst over mij. Ik vreesde voor een natuurramp.


De zonneschijf had een diameter die wel tweemaal zo groot was als normaal. Toen schoten uit de zon een ontelbaar aantal pijlen of stralen van verschillende kleuren. Zij leken op ontploffende vuurpijlen waarvan de rook in verschillende kleurschakeringen in de lucht bleef drijven. Eerst nam ik drie grote vlekken waar in heldere grasgroene kleur. Deze vlekken hadden een moeilijk te beschrijven vorm en waren ongeveer 2,50 vierkante meter groot (altijd naar dezelfde maatstaf). Daarna zag ik ook kastanjebruine vlekken, grotere maar ook kleinere dan voornoemde.


Ik keek weer naar de zon en gans verschrikt zag ik een mannengezicht in de zonneschijf. Het gezicht leek mij vijftig tot zestig jaar oud, had kort grijs haar en keek toornig. In de veronderstelling dat het werkelijk een persoon geweest zou zijn, had men hem zo kunnen beschrijven: de rug naar het westen, het gelaat van het zuiden naar het noorden gekeerd, in liggende of zwevende houding.


Ik keek weer weg van de zon na, verschrikt, een vijftal seconden dat beeld bekeken te hebben. Ondertussen was er beweging gekomen in de massa volk rondom ons. Er werd naar de zon gewezen en er werd geroepen: 'Zie... de zon!'


Opnieuw, als aangezogen, keek ik naar de zonneschijf en ik zag een kleinere schijf die een deel van de zon bedekte. Het onbedekte deel bleef lichten. Die kleinere schijf nam een draaiende beweging aan. Nu eens waren deze omwentelingen traag, dan weer sneller, zo van 3 à 4 tot 7 à 8 omwentelingen per seconde, en zo altijd maar opnieuw, trager en sneller. Tijdens het draaien van de kleine schijf over de grotere zonneschijf nam ik zeer duidelijk zonnetrillingen waar met een plotse uitbarsting van een oneindig aantal lichtsprankels.

Terwijl dat verschijnsel voortduurde, hing de lucht vol met donkergroene, grasgroene, rode, mauve, gele en andere vlekken. Die gekleurde massa's hingen niet meer zo hoog als in het begin; het was juist of het kleurenwolken regende of sneeuwde.

Ondertussen was er groot tumult ontstaan onder het volk. Er werd overal geroepen en gewezen naar de zon en naar de gekleurde wolken, die neerdaalden tot op de akkers en de weiden. De zon was nu veel heller geworden, want de lucht klaarde op. Mijn vrouwen ik klauterden de steile helling op, om nogmaals naar haar te kunnen kijken, want zij was achter die helling weggezakt, tussen de grot en de kerk...


Schellinck beschrijft verder hoe er een tumult onder de massa ontstond, zo hevig dat vele bewoners uit de omliggende gemeenten kwamen kijken wat er in Onkerzele aan de hand was. Ze waren nog net op tijd om de laatste fase van het Zonnewonder mee te maken, dat blijkbaar uitsluitend op het grondgebied van Onkerzele werd waargenomen.

Hoewel iedereen het erover eens is dat de zon die dag vreemde kuren vertoonde, blijven de verslagen van de ooggetuigen wat de details betreft tamelijk uiteenlopend.

'Het is klaar uitgemaakt dat niet iedereen heeft gezien wat ik hier heb neergeschreven,' zegt Schellinck. 'De massa heeft slechts de draaiende schijf voor de zon gezien en de kleurenwolken. Toch moet er nog een aanzienlijk ander getal mensen zijn die wondere dingen in en rond de zon hebben kunnen waarnemen. Zo heb ik gehoord dat er waren die op een gegeven ogenblik een groot kruis, liggende onder de zon, konden waarnemen; anderen zagen op zeker ogenblik een grote kelk onder de zon.'

In zijn boek Ufo's in het verleden merkt Julien Weverbergh op dat Onze Lieve Vrouw in Onkerzele op 8 december had aangekondigd dat zij op 18 december, de dag van het Zonnewonder, opnieuw zou verschijnen. De overeenkomst met Fatima is frappant, vindt hij. Noch in de brochure De verschijningen van Onkerzele - Onze Lieve Vrouw bij de Vlamingen van de enigmatische Richard, noch in de anonieme publikatie De Zienster van Onkerzele, noch in de biografie van Gustaaf Schellinck vinden we deze toch zeer belangrijke boodschap terug. Indien de Heilige Maagd haar terugkeer op 18 december had voorspeld, zou dit een tweede aanduiding zijn dat Leonie Van den Dijck vooraf wist dat er zich die dag iets als een Zonnewonder moest voltrekken.

Weverbergh haalt vervolgens een getuigenis aan van prinses M. de Croy, telg van een beroemde adellijke familie die volgens André Van Bosbeke in Ridders van nu tot 'de crème de la crème van de Belgische katholieke topadel' behoort. Samen met de families de Merode, de Liedekerke, de Ligne, de Limburg-Stirum, d'Oultremont en de Jonghe d' Ardoye stond de familie de Croy 'aan de wieg van het koninkrijk België'. Deze families zijn van oudsher nauw verbonden geweest met het vorstenhuis 'en controleren nog altijd in belangrijke mate deze natie'. De relaties met de Belgische katholieke Kerk vormen daarbij prioriteit nummer één.

Dat prinses de Croy aanwezig was bij het Zonnewonder is een zeer interessante constatering, vooral in het licht van de voorspellingen van Leonie Van den Dijck, die kort daarop zouden volgen, over de lotgevallen van het vorstenhuis. Waren de contacten die zij beweerde te hebben met de Belgische en Franse adel dan toch niet helemaal uit de lucht gegrepen?

'De burgemeester had ons toegestaan de kleine ommegang rond het kapelletje, dat de grot overschaduwt, binnen te gaan,' herinnert prinses de Croy zich. 'Zo waren wij heel dicht bij de zienster, maar de zon was voor ons onzichtbaar. Op een gegeven ogenblik, het was kort voor de middag geloof ik, riep men in de massa: "De zon verandert!" Ik heb het gangetje verlaten en ben de trap afgedaald om te zien wat er gebeurde.'

Prinses de Croy zag 'een bleekgouden winterzon die men op dat ogenblik zonder veel moeite kon aankijken'. Ze nam duidelijk een schijf waar 'zoals een grammofoonplaat, die de zon verduisterde'. De mensen om haar heen beweerden dat deze schijf draaide, maar volgens de prinses leek ze veeleer te beven. De schijf viel niet volkomen samen met de zonnerand, 'maar overschreed die nu eens aan de ene, dan weer aan de andere kant en verleende de zon een zilverkleurig half aureool. Terzelfdertijd waren er gouden, mauve en roze wolken en vlekken van dezelfde tinten over de me-nigte en het landschap.'


Volgens Julien Weverbergh waren de Zonnewonderen in Onkerzele hiermee nog lang de wereld niet uit. Bij Schellinck noch in de twee brochures over de gebeurtenissen in Onkerzele hebben wij een spoor teruggevonden van andere Zonnewonderen. Schellinck rapporteert wel een soortgelijk voorval dat zich op 21 januari zou hebben voorgedaan, en dat door een achthonderd bedevaarders zou zijn waargenomen.

In Het Wonderbare Leven van Leonie Van den Dijck draagt het vijfde hoofdstuk de titel 'Drie zonnewonderen', al vermeldt men er vier: 18 december 1933, 6 januari 1934, 21 januari 1934 en 23 februari 1934. Van een Zonnewonder op 6 januari wordt schriftelijk alleen nog gerept door - alweer - prinses de Croy, in een brief aan een Frans religieus tijdschrift de dato 6 februari 1934, waarin zij ook verslag uitbrengt van het fenomeen van 18 december.

Van al deze Zonnewonderen zijn het eerste en het laatste de belangrijkste. Het Wonderbare Leven van Leonie Van den Dijck bevat bovendien een ongedateerde foto van één van deze Zonnewonderen, waaruit nogmaals een duidelijke overeenkomst blijkt met de bekende ufo-fenomenen.

Eveneens in Het Wonderbare Leven treffen we de getuigenis aan van een reisleider, een zekere A.V., betreffende het laatste Zonnewonder op 23 februari 1934. Weverbergh neemt dezelfde getuigenis op. Reisleider A.V. stond met zijn ervaring van de 23ste februari overigens lang niet alleen, want op dat ogenblik was ook Jan Boon van De Standaard weer van de partij.

Volgens Weverbergh is het verslag van de reisleider, zoals hij het weergeeft, gebaseerd op een ondervraging door een Gentse ufo-kring in de jaren zeventig. In Het Wonderbare Leven vinden we geen bronvermelding terug.

Even bevreemdend als het stilzwijgen van Niekes getrouwen van het eerste uur, is dat het laatste Zonnewonder zich zou hebben gemanifesteerd op de dag van de troonsbestijging van Leopold lIl, slechts een paar dagen na de door Leonie Van den Dijck voorspelde dood van koning Albert. Leonie had trouwens een heel speciale band met Leopold lIl, zoals later nog zal blijken.

Ziehier het relaas van reisleider A.V.:

De hemel was zwaar bewolkt en er lag een weinig sneeuw. Er was een enorme volkstoeloop. De heer Jan Boon, hoofdredacteur van De Standaard, die ik er dikwijls ontmoette, verzekerde mij dat er meer dan 15.000 mensen waren.

Rond de middag, gedurende de eedaflegging van Leopold III, luidden de klokken te Onkerzele, te Geraardsbergen en op al de kerktorens in de omgeving. Nieke Van Dijck en misschien nog andere zieners waren in extase in of rond de kleine kapel. De menigte bad vurig onder de leiding van ik weet niet wie.

Eensklaps roept de voorbidder: 'Laat ons bidden voor de koning opdat hij zijn zwaar kruis met moed drage!'

Kort daarop roept een mannenstem: 'Tragische dood van de koning en de koningin... verdwijnen van de dynastie...'

(Deze bizarre woorden, die betrekking hebben op Leopold en Astrid - koning Albert was immers al overleden - krijgen een wel heel indringende betekenis, als we ze vergelijken met de voorspellingen die Leonie in deze periode deed. Zoals we later zullen zien, voorspelde zij inderdaad het tragische ongeval van koningin Astrid en voorzag zij ook voor Leopold III een voortijdige dood, in een visioen dat één van haar 'missers' zou blijken.)

Plotseling roept men: 'Rozegeur, rozegeur!' Honderden vallen op de knieën en duizenden zingen uit volle borst 'Magnificat'.

Ik bevind mij op de hoogte aan de kerktrappen, want de kerk staat op een heuvel. Een oud vrouwtje wijst in de lucht en roept: 'Een kruis in de zonne!' Iedereen kijkt in de lucht en velen roepen: 'Kijk, kijk... Ziet eens!'

Ik ook kijk in de lucht, die grijs, donker en gesloten is. Geen zon te zien. Een klant van mij pakt me bij de arm en roept: 'Daar, daar! Maar kijk dan toch!' Ik zie niets en denk: nu zijn al die mensen zot geworden.

En dan, plotseling, zie ik die grijze gesloten lucht opengaan... Drie ronde wolkjes vormen zich. Eén boven, wat lager één links en één rechts. De plaats tussen die wolkjes is helderblauw en daarin verschijnt de zon, zo schitterend dat ik ze niet kan bezien.

Een parelgrijze schijf daalt uit de bovenste wolk, plaatst zich voor de zon en verbergt die felle schittering. Die schijf begint te draaien, eerst langzaam, dan sneller en sneller... Lichtstralen komen van achter de schijf en vormen een grote Y in de lucht. De drie wolken worden donkerrood en een regen van bloedrode grote tranen sijpelt eruit. Ze vallen naar beneden maar verdwijnen voor ze de aarde raken.

De mensen roepen: 'Het regent "rozen... rozegeur... rozegeur!' Ik zag of rook geen rozen. Alleen dikke, rode bloedtranen zag ik vallen.

Geheel de hemel is nu helderblauw geworden; de schijf blijft draaien voor de zon die groter en groter wordt... enorm groot... zij schijnt op ons te zullen vallen... 't wordt stikkend heet!

Duizenden mensen liggen op de knieën met gestrekte armen naar de hemel gericht en jubelend klinkt het 'Magnificat'. De zon vermindert van omvang en klimt langzaam hoger, wordt kleiner en kleiner, beschrijft een grote boog boven de kerk.

Ik loop het wegje op naast het kerkhof, dat veel hoger ligt, en zie de zon met nog steeds draaiende schijf verdwijnen, dit boven Geraardsbergen - zo klein als een halve koperen cent. Nu is het uitspansel weer even donkergrijs gesloten als voor dit zonnewonder, dat ongeveer 10 tot 15 minuten duurde.

Duizenden mensen met mij hebben toen dit zonnewonder gezien. Wat het betekent weet ik niet. Niet iedereen zag juist hetzelfde als ik. Sommigen zagen een regen van geurende rozen. Mijn vrouw en onze vier nog kleine kinderen zagen ook het zonnewonder - allen spraken van rozegeur. In plaats van bloedende wolken zag mijn vrouw een grote paternoster 'waarvan de bolletjes rozen waren'.



Zonnewonderen komen wel meer voor. Een van de bekendste is wellicht dat van Fatima in Portugal. Zowel de Kerk - zeer voorzichtig geworden wanneer het om moderne mirakels gaat - als bepaalde paranormale vorsers die gewoonlijk niet bang zijn voor een opzienbarende stelling meer of minder, hebben zo hun bedenkingen bij dit soort fenomenen.

Robert Charroux haalt in Le Livre des Maîtres du Monde een artikel aan van professor in de theologie Formigao, gepubliceerd in het katholieke blad Fatima. Daarin schrijft deze kanunnik dat hij in Fatima uitsluitend een 'vermindering van zonlicht' heeft geconstateerd, volgens hem 'een onbelangrijk fenomeen'.

Charroux stipt voorts nog aan dat van de 30.000 aanwezigen, onder wie talrijke journalisten, niemand een foto heeft kunnen nemen van het Zonnewonder in Fatima. 'Het betrof dus een collectieve hallucinatie,' concludeert hij.

Vermeld dient wel dat Charroux en Formigao het hebben over een Zonnewonder in september 1917, terwijl het bekendste Zonnewonder dat van oktober 1917 was.

Hoe dan ook, de parallellen tussen wat gezien of gehallucineerd werd in Fatima en in Onkerzele, zijn bijzonder treffend.



Op 13 mei 1917 hoeden drie kinderen hun schapen in de heuvels van Midden-Portugal. De tien jaar oude Lucia dos Santos, haar zevenjarige nicht Jacinta en haar neefje Francisco van negen jaar zien plotseling twee verblindende lichtstralen, afkomstig uit een afgeknotte eikeboom vlakbij. In het midden van de 'lichtbol' zweeft een wondermooie vrouw. De kinderen verstijven van schrik.

'Wees niet bang,' zegt de Dame van Licht, 'ik zal jullie geen kwaad doen. Kom iedere dertiende dag van de maand naar deze plek, tot in oktober, wanneer ik jullie een groot en verschrikkelijk geheim zal onthullen.'

Hoewel hun ouders geloven dat ze alles verzonnen hebben en de kinderen op een pak slaag trakteren, keren Lucia en haar neefje en nichtje - vergezeld van vijftig nieuwsgierige dorpelingen - op 13 juni, omstreeks het middaguur, terug naar de heuvel. Ze knielen, bidden... en daar is ook de mooie stralende vrouw weer, die zegt dat Jacinta en Francisco spoedig 'naar de hemel zullen worden geroepen', maar dat Lucia in leven zal blijven om een boodschap te verkondigen.

De volgende verschijning vindt plaats op 13 juli voor meer dan 5.000 mensen, van wie alleen de drie kinderen de Mooie Dame kunnen zien. Zij waarschuwt nu voor een wereldramp nog erger dan de Eerste Wereldoorlog: 'Een helder, onbekend licht zal het teken van God zijn dat Hij op het punt staat de volkeren van de wereld te straffen voor hun misdaden.'

De kinderen krijgen een nieuw pak slaag en worden zelfs in de gevangenis gezet, omdat ze de naam van God ijdel gebruikt hebben en de volwassenen de stuipen op het lijf hebben gejaagd. Maar op 13 september zijn er 30.000 mensen op de afspraak en zou er volgens sommigen een eerste zwak Zonnewonder plaatsgevonden hebben.

Tijdens haar laatste verschijning, op 13 oktober 1917, zal de Dame van Licht een groot wonder laten gebeuren en zal Lucia aanwijzingen over het lot van de mensheid ontvangen.

'Een enorme menigte, die volgens schatting 70.000 personen omvatte, waaronder journalisten, geleerden, politici, religieuze hoogwaardigheidsbekleders, politie -en legerofficieren, was op de plaats van de onverwachte verschijning onder een stromende regen bij elkaar gekomen,' schrijft Julien Weverbergh in Ufonauten in opmars. 'Even voor het aangekondigd uur U - om 12 uur 's middags - hield het plotseling op met regenen, de wolken verspreidden zich, de zon verscheen en toen maakte zich een schijf van de zon los, en draaide als een razend wiel om haar as. Vervolgens stond de menigte afwisselend in een rode, gele, blauwe en paarse gloed. Na drie keer hetzelfde gebeuren stortte de zonneschijf zigzaggend omlaag. Ook de spotters en sceptici die zich in de menigte bevonden gingen toen van angst of vrees op de knieën.'

Terwijl dit gebeurde, sprak de Maagd tot de kinderen  - en alleen de kinderen konden haar horen - over 'een kolossale vernietiging door ziekte en vuur'. De natuur zou protesteren tegen het kwaad dat de mens veroorzaakt had, door de aarde te laten beven. Niet lang daarna stierven Jacinta en Francisco. Lucia werd non en bereidde zich voor op toekomstige waarschuwingen van de hemel.

'In 1927 vertelde ze dat Christus haar had bezocht en dat Hij haar bij die gelegenheid had gevraagd zich voor te bereiden op de laatste en gewichtigste boodschap van allemaal,' lezen we in de anthologie Toekomstvoorspellingen. 'De Dame zou haar die op een zeker tijdstip in het jaar 1960 brengen. Voor die dag aanbrak, gebeurde er iets dat leek op de waarschuwing uit een van de verschijningen van Lucia. In de nacht van 25 januari 1938 was het noorderlicht over heel West-Europa te zien. De heldere bundels groen, violet, geel en vlammend rood, die sporen van licht in de hemel trokken, deden de mensen denken aan de woorden die de madonna 21 jaar tevoren had gesproken, toen ze Lucia had voorspeld van "het heldere licht bij nacht" .'

De boodschap die haar in 1960 door de Dame werd gebracht, wilde Lucia alleen aan de paus onthullen. Dat deed ze zeven jaar later. De legende wil dat Paulus VI verbleekte en zich van haar afwendde. Hij heeft de inhoud van de boodschap nooit bekendgemaakt.



In de zomer van 1937 merkte Gustaaf Schellinck dat Leonie Van den Dijck geregeld de lucht afspeurde. Toen hij haar daarvoor een verklaring vroeg, vertelde ze hem een teken van God te verwachten dat een naderende wereldramp moest aankondigen. Enkele maanden later was het zover: 'Op bepaalde ogenblikken scheen de lucht als een vuurzee. Overal, het hele land door en ook in andere landen was dat teken te zien.'

Toen de kranten met een wetenschappelijke verklaring voor het verschijnsel kwamen - het noorderlicht - schoot dat bij Leonie in het verkeerde keelgat: 'Laat ze maar babbelen en schrijven; die slimmeriken weten het toch altijd best. (...) Op voorhand weten ze niets, juist gelijk bij 't zonnewonder in 1933, maar nadien weten ze alles.'

Het Zonnewonder van Onkerzele was inderdaad ook uitgebreid in de kranten aan bod gekomen. Toen had Leonies reactie op de mening van journalisten en sterrenkundigen, die beweerden dat een en ander op een natuurlijke wijze te verklaren viel, zo geklonken: 'Ja, die geleerde bollen... Als ze dat wisten, waarom hebben ze dat dan niet op voorhand besproken en aangekondigd?'

Schellinck voegt eraan toe dat ook in Fatima het Zonnewonder niet door de wetenschappers werd aangekondigd.

Tijdens een visioen op Goede Vrijdag 1940 zou Leonie nogmaals spreken over een teken dat de nakende oorlogsgruwel moest voorspellen. Toen Schellinck haar op Pasen opzocht, vroeg ze hem of hij het teken nog niet gezien had. Hij antwoordde ontkennend en zij deelde hem mee dat ze over de hele wereld golven had zien neerdalen, 'lichtende schichten die in alle richtingen de aarde als in een web omprangen' .

'Dat waren de zogenaamde "elektrische golven" of "magnetische stormen",' schrijft Schellinck: 'Ze hebben storingen over de hele wereld veroorzaakt, hier en elders, maar in Amerika moet het nog erger geweest zijn met die golven die op het telefoonnet, de telegraaf, radio enz. zeer krachtig hebben ingewerkt en zulkdanige stoornissen hebben teweeggebracht, dat het volk ginder met panische schrik bevangen is geweest. (...) Dat is het derde teken, (...) na het zonnewonder en het noorderlicht dat niet op voorhand aangekondigd is geweest, noch door de pers, noch door de radio.'














19.4.11

Stadswandeling Brugge met de Paus van Satan








Met de Paus van Satan

door Bruges-la-Morte

 

Theatraal/Literaire StadsWandeling Brugge

 

 

Volgens de 19de eeuwse schrijver Joris-Karl Huysmans was er in Brugge een soort oppersatanist actief, die niemand minder bleek te zijn dan de kapelaan van het Heilig Bloed, Louis Van Haecke. Op zeker ogenblik was de courtisane Berthe Courrière het huis van de kapelaan zelfs ontvlucht, zo goed als naakt, om later gevonden te worden in een toestand van volslagen zinsverbijstering. Ze beweerde gevlucht te zijn voor de zonderlinge handelingen van de kapelaan, die alles te maken hadden met de Komst van de Antichrist, Jack the Ripper, en de geheimen van de Tempeliers en de Graal...

 

Patrick Bernauw en Philip Coppens schreven een historische thriller over deze geruchtmakende affaire. Al of niet samen met een "mystery guest" volgt Bernauw nu het spoor van de Paus van Satan, dwars door het mystieke en mysterieuze hart van Brugge, van Jeruzalemkerk tot Minnewater, en wekt hij de spoken uit het verleden, ook letterlijk, weer tot leven...

 

Solo met Patrick Bernauw:

Maximum 30 deelnemers. Duur: 2 uur.

Kostprijs 300 euro + 6% BTW.

 

Patrick Bernauw + Mystery Guest:

Maximum 30 deelnemers. Duur: 2 uur.

Kostprijs: 500 euro + 6% BTW.

 

 

Doe-het-Zelf Stadswandeling

Met handige geïllustreerde brochure (drukwerk) of PDF:



 


Beschikbare ebook formaten:

Online Reading (HTML)
View
Online Reading (JavaScript)
View
Kindle (.mobi)
Download
Epub (open industry format, good for Stanza reader, others)
Download
RTF (readable on most word processors)
Download
LRF (for Sony Reader)
Download
Palm Doc (PDB) (for Palm reading devices)
Download
Plain Text (download) (flexible, but lacks much formatting)
Download
Plain Text (view) (viewable as web page)
View
Smashwords - Met de Paus van Satan door Bruges-la-Morte - A book by Patrick Bernauw

15.4.11

Première nieuw stadsspel tijdens Gentse Feesten 2011

Moordspel / Stadsspel: De Geheimen van Gent

Volgens auteur Patrick Bernauw en acteur Anton Cogen staat het vast: de laureaat van de Nobelprijs Literatuur 1911 Maurice Maeterlinck zat achter de roof van de Rechtvaardige Rechters. Hij heeft bij testament laten vastleggen dat het paneel pas 100 jaar na zijn hoge onderscheiding aan Gent mocht worden teruggegeven. Maar alleen aan wie het verdient...

Slaag jij er als individuele detective, in een detective-duo of met jouw hele detective-team in "De Geheimen van Gent" te ontsluieren en de meest uiteenlopende opdrachten tot een goed einde te brengen? Zoals bijvoorbeeld ook het oplossen van de moord op Brocante Julos, twintig jaar geleden, die alles met het mysterie van de verdwenen Rechters te maken heeft?

Ga jij dan ten slotte ook aan de haal met het al 77 jaar spoorloze paneel van de Rechtvaardige Rechters? Let wel, dit mag je heel letterlijk nemen... want kort na de Gentse Feesten 2011 zal de enige echte winnaar van dit moordspel-stadsspel bekend gemaakt worden... en deze detective (of dit detective-team) zal inderdaad het paneel de Rechtvaardige Rechters in ontvangst mogen nemen (anderhalve op een halve meter, zoals de kenners weten).

Anton Cogen is de executeur-testamentair van Maurice Maeterlinck,
en zal de Rechtvaardige Rechters teruggeven "aan wie het verdient".
Tevens is hij een verdachte in de moordzaak van Brocante Julos,
die hier alles mee te maken heeft. Zijn motief? Deze spotprent
die recent nog bezorgd werd aan de Gentse Flikken
laat er geen twijfel over bestaan...
Eveneens verdacht van de moord op Brocante Julos,
omdat hij ook wel één en ander met de verdwenen Rechters te maken heeft:
auteur Patrick Bernauw. Leg jij hem het vuur aan de schenen?
Nog verdacht: Conny Malfliet. Dit ex-fotomodel "denkt"
(nu ja, overdreven veel zal het ook niet zijn) dat zij de reïncarnatie is
van actrice Georgette Leblanc, de grote liefde van Maeterlinck,
van de Heilige Barbara en nog van een stuk of wat personages.
Ten slotte: Jean-Baptiste Leblanc.
Hij is ondertussen al, met veel stampen & dagen,
overleden tegen gevolge van overmatig drankmisbruik.

In het moordspel-stadsspel "De Geheimen van Gent" werd de Theatrale StadsWandeling "Het Maeterlinck Mysterie" verwerkt en zal je ook getest worden op je kennis van Gentse legenden.
"De Geheimen van Gent" wordt dagelijks georganiseerd op de Gentse Feesten, van 16 tot en met 24 juli.
Het spel gaat van start om 14.00 uur stipt, op het Woodrow Wilson Plein (voor het Administratief Centrum / bij de Stedelijke Bibliotheek) aan het Zuid.  Hier ontvangt iedere deelnemer een fotoboek met het hele dossier van de verdwijning van de Rechtvaardige Rechters, het testament van Maeterlinck en de hiermee samenhangende moordzaak op Brocante Julos. Het spel eindigt omstreeks 19.00 uur bij de Dulle Griet op het Groot Kanonplein, met een ludieke apotheose.

Kostprijs: 16 € per persoon, fotoboek inbegrepen.

5.4.11

Theatrale Stadswandeling Gent: Het Maeterlinck Mysterie


 

Op 11 januari 1895 ontmoette Maurice Maeterlinck de liefde van zijn leven in een literair salon te Brussel. Georgette Leblanc heeft haar werk in de Opera van Parijs opgegeven om op te treden in de Munstschouwburg, in de hoop zo de schrijver te kunnen ontmoeten die ze adoreert. Die avond zet ze alles op alles om hem, uitgedost als Cleopatra, te veroveren. Nog diezelfde avond maken ze een afspraak voor een rendez-vous, in Gent. 

Georgette arriveert met de trein, die dan nog vlakbij de woning van Maurice passeert, aan de Frère Orbanlaan. Ze stapt een honderdtal meter verder uit in het Zuidstation. Sint-Pieters bestaat nog niet. Maurice neemt haar mee naar het begijnhof, naar het Duivelsteen en de Sint-Baafs, naar de Kouter en het Gravensteen, naar het Groot Kanon de Dulle Griet... en uiteindelijk ook naar zijn bed. 




 

U luistert naar de gedichten die Maurice al voor haar heeft geschreven... of nog zal schrijven. Het wordt ook duidelijk waarom zijn meesterwerk Pelléas et Mélisande eigenlijk een stuk is over Gentse legenden, waarin Gerard de Duivel en het Duivelsteen een centrale rol spelen. En u maakt uiteraard het hele liefdes- en levensverhaal mee van de actrice en de Nobelprijswinnaar Literatuur 1911, die haar uiteindelijk in de steek zou laten voor een veel jongere actreuse. Want zij komen in hun nieuwe incarnaties weer tot leven in de straten van Gent...




 

Het scenario voor deze theatrale stadswandeling, of poëtische theaterwandeling, werd geschreven door Patrick Bernauw. Eén en ander gebeurde uiteraard op basis van het werk van Maurice Maeterlinck.



 


 

De wandeling wordt solo gebracht door Patrick Bernauw, in duo met Conny Malfliet, of in trio met Anton Cogen. Duur: ca. 2 uur.

Kostprijs solo Patrick Bernauw (maximum 30 deelnemers): 300 euro + 6% BTW.

Kostprijs duo (maximum 50 deelnemers): 500 euro + 6% BTW.

Kostprijs trio (maximum 50 deelnemers): 700 euro + 6% BTW.