Posts tonen met het label ufo. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ufo. Alle posts tonen

9.3.18

Leonie Van Den Dijck, de Zieneres van Onkerzele


In 1993 publiceerden Guy Didelez en ikzelf Het Orakel Ontgraven, het boek over de eenvoudige volksvrouw uit Onkerzele bij Geraardsbergen, aan wie in 1933 de Maagd Maria verscheen, die het middelpunt werd van Zonnewonderen - we zouden het nu UFO-fenomenen noemen -, die het dodelijk ongeval van koningin Astrid zou voorspeld hebben en de moord op koning Albert (I), en nog zoveel meer. Klap op de vuurpijl was haar voorspelling, in 1949, vlak voor haar dood, dat haar lichaam niet tot ontbinding zou overgaan. In 1972 werd zij opgegraven, in het bijzijn van een paar cameraploegen, en ziedaar...





Als jongetje van tien zag ik de reportage die Jan Van Rompaey maakte over de opgraving, voor het legendarische televisiemagazine Echo. Misschien ligt hierin wel een gedeeltelijke verklaring voor mijn fascinatie voor Mysterieus België. De ongelooflijke geschiedenis van Leonie Van Den Dijck zou ook de aanleiding zijn voor een aantal boeken over 'de moord op Albert I'. Nu, een kwarteeuw na Het Orakel Ontgraven ben ik nog eens in mijn herinneringen gedoken om het verhaal van Nieke te vertellen, in twee afleveringen van de podcast Mysterieus België. Daarna komt uiteraard nog de historische thriller rond Albert I aan bod. Heel deze historie, van Onkerzele tot Marche-les-Dames, staat ook uitgebreid beschreven in Het Illuminati Complot.

Listen to "De Moord op Albert I, lezing door Patrick Bernauw" on Spreaker.


Voor de tweedelige reeks citeerde ik een aantal geluidsfragmenten uit de reportage van Jan Van Rompaey (BRT, 1972), een amateurfilm die gemaakt werd van de opgraving (1972), een Nederlandse documentaire over paranormale verschijnselen en spiritsme (Parallax, 1987, Veronica Omroep Organisatie) en een reportage van Peter Van Camp (VTM, Telefacts, 1993) gemaakt naar aanleiding van het boek en het daarop gebaseerde toneelstuk, in een regie van Anton Cogen. 

Sponsor Mysterieus België via Patreon en het ebook Het Illuminati Complot wordt een van de vele cadeautjes die je krijgt.

Voor een lezing/vertelling over een thema van of een stadswandeling/stadsspel in Mysterieus België, stuur een mailtje naar patrick.bernauw@skynet.be 

Het Orakel Ontgraven werd ook gedeeltelijk gepubliceerd op het web:

Uit "Het Orakel Ontgraven":




15.4.16

Radio 1 in de knoei met wedstrijd Beste Podcast... of hoe een Muzikale UFO naar Utopia vliegt


De Muzikale UFO van Affligem, over de legende van het 'wondervogeltje', was eigenlijk mijn inzending voor de Wedstrijd Beste Podcast van Radio 1. Maar na rijp beraad heb ik de inzending teruggetrokken, uit protest, en om onderstaande drie zeer principiële redenen.



1./ Het wekt geen vertrouwen dat de deadline (17 april) en prijsuitreiking (5 mei, met live uitzending in de  stadsbibliotheek van Gent) voor een wedstrijd uitgeschreven door een Huis van Vertrouwen worden geannuleerd, gewist of verdonkeremaand (schrappen wat niet past). En dat er pas na aandringen door ondergetekende een nieuwe deadline (1 oktober), maar nog steeds geen datum of plaats van prijsuitreiking in het wedstrijdreglement, zoals gepubliceerd op de website, worden opgenomen.

2./ Het wekt evenmin vertrouwen dat een reglementair via WeTransfer ingezonden concept en MP3 niet door ditzelfde Huis van Vertrouwen worden gedownload binnen de gestelde termijn, en op die manier komen te vervallen.

3./ Het wekt ten slotte geen vertrouwen dat het drie (3) volle dagen en ettelijke mails moet duren voor er een klaar en duidelijk antwoord komt van het Huis van Vertrouwen, op de vragen die rijzen in verband met de punten 1 en 2. Er blijken uiteindelijk geen duistere machinaties mee gemoeid - een mens zou al eens wat anders durven verwachten -, maar slechts geklungel van de bovenste plank. 

Zo heeft het Huis van Vertrouwen eerst een datum en locatie voor prijsuitreiking en live uitzending vastgelegd, om pas daarna tot plaatsbezoek over te gaan en tot de conclusie te komen dat de locatie technisch niet geschikt was. Het paard achter de wagen spannen, heet dat.

Evenzo heeft het Huis van Vertrouwen de interne procedure niet gecheckt, waardoor een inzending via WeTransfer uiteindelijk in de juiste postbus moest belanden, en blijkt daar technisch eveneens een en ander misgelopen. (De te winnen Radio 1 Prijs voor de Beste Podcast bestaat, geheel tussen haakjes, uit het budget om een audioreeks te maken, maar ook uit inhoudelijke en vooral technische ondersteuning.)

Mijn vertrouwen in het Huis van Vertrouwen is hiermee danig op de proef gesteld. Ik neem genoegen met de verklaringen die ik vandaag heb gekregen, maar blijf bij het intrekken van mijn inzending en laat mijn Muzikale UFO in de gegeven omstandigheden liever zingen in de utopische contreien van de Podcast Eutopia. Ook al omdat Thomas More in het eerste deel van zijn Utopia vooral de mistoestanden van zijn tijd hekelde - en dat hoeven niet noodzakelijk altijd de grote te zijn.

Sans rancune,
Patrick Bernauw - 15/04/2016.

9.4.13

Aliens blijken kabouters te zijn!



In hun documentaire Sirius tonen Steven Greer (Disclosure Project & Studiecentrum voor Buitenaardse Intelligentie) en Emmy-winnaar Amardeep Kaleka "voor het eerst" een alien aan de wereld. De piepkleine E.T. werd jaren geleden aangetroffen in de Atacama Woestijn (Chili); röntgenfoto's en DNA-onderzoek legden een aantal structurele parallellen vast met de mens. 

De onderzoekers zouden ook achterhaald hebben welke alternatieve energie de aliens gebruiken om onze planeet te bezoeken. Volgens Steven Greer zal het bestuderen van de UFO's "olie en nucleaire energie overbodig" maken - meteen de belangrijkste reden waarom onze overhedende informatie nooit publiek maakten...

17.4.12

Ufo Crash op de terreinen van Schotte, Kapellekensbaan Aalst!



Over de fabrieksterreinen van Schotte aan de Kapellekensbaan van Aalst - beroemd geworden door het boek van Louis Paul Boon - doen al een tijdje de meeste vreselijke geruchten de ronde. Urban legends... of is er meer aan de hand? Een feit is dat van twee "urban explorers" die daar op expeditie gingen, alleen dit filmpje werd teruggevonden... waarop een "soundscape" te horen is van www.nandosmusic.be... of toch niet?



Wie meer inlichtingen kan verschaffen over de identiteit en het lot van de twee vermiste urban explorers, of over de gruwelen waarvan Schotte het toneel is geweest, gelieve zich te wenden tot: tinag@teambuildings.eu

Overigens worden de fabrieksgebouwen van Schotte binnenkort afgebroken... en wordt het hele domein "gesaneerd". Eindelijk!


26.4.11

04. De Zonnewonderen - of: De Ufo's van Onkerzele, Deel 2



1956. Een wetenschappelijk onderzoek toont aan dat het wonder van de wenende madonna uit Newcastle natuurlijk verklaarbaar is. Het gipsen beeld was aan de voorkant geverfd en hing met de achterkant tegen een onbehangen muur die zeer vochtig was. Het gips zoog het vocht op uit de muur, en door oververzadiging drong het water aan de voorkant van het beeld via het linkeroog naar buiten.

1959. In de overwegend communistische industriestad Terni in Italië verschijnt de Heilige Maagd aan een jongen en een meisje. Haar laatste verschijning zal worden begeleid door een wonder. Op de dag van de afspraak verklaren de talrijke aanwezigen 'een rechthoekig licht' te hebben gezien, dat zich 'uit de volle maan losmaakte' en afdaalde naar de aarde. Later geven de kinderen toe dat ze het verhaal van de verschijning hebben verzonnen.

1968. De Heilige Maagd wordt, in een witte wolk, gefotografeerd boven de Koptische kerk van Zitoen, in een buitenwijk van Kaïro. De foto vertoont een wazige mensenfiguur van fluorescerende aard, die boven de donkere koepel van de kerk zweeft. De verschijning van de Heilige Maagd, die af en toe een zegenend gebaar maakt, duurt meer dan twee uur. De duizenden gelovigen die haar waarnemen, kunnen haar trekken niet onderscheiden 'omdat het is alsof men in de zon kijkt'.

1970. J.D.M. pr. over de verschijningen van San Damiano: 'Wanneer men denkt aan de kracht van de nieuwe wapens en aan de materialistische goddeloosheid van degenen die erover beschikken, aan het slop waarin de moderne beschaving vastloopt met haar wurgende overvloed aan materiële zaken en met haar storende invloed op het menselijk evenwicht... Wanneer men denkt aan de straf en aan de "tijden" die voorspeld worden... De wereld verkeert in nood en de goddelijke liefde doet een uiterste inspanning om hulp te verlenen, daar waar het gevaar voor ondergang ook uiterst groot is geworden.'







18 december 1933. Een kille, nevelige ochtend... De mist hangt niet helemaal tot tegen de grond, maar alles ziet er grijs en grauw uit.

Hoewel er al een tweetal maanden geen verschijningen meer genoteerd worden, is er ook die ochtend veel volk op de been in Onkerzele. De bedevaartgangers komen voortdurend uit alle richtingen opdagen. Schattingen lopen uiteen van 20.000 tot 35.000 personenn. Een enorme massa voor een dorpje dat slechts 2.500 inwoners telt. In de menigte bevindt zich Gustaaf Schellinck, die al omstreeks 9 uur in Onkerzele aankwam.

Niemand weet dat er die dag iets speciaals te gebeuren staat, tenzij misschien Leonie Van den Dijck. Drie weken later zal ze Schellinck vertellen wat ze die ochtend meemaakte.. .



Leonie was naar de eerste mis gegaan en had gebeden voor het altaar van de patroonheilige van de parochie, Martinus.

'Opeens zie ik de zon schitteren en pinkelen op het altaar, weerkaatst in de kandelaars. De zonnestralen komen echter van den verkeerden kant op het altaar vallen. Ze komen uit het westen, en het is nog zeer vroeg in de morgen.'

Onzeker keek Leonie rond, terwijl de blikken van de aanwezigen op haar gevestigd waren, 'als vraagtekens'. Toen stak er plots 'als het ware een windbui op', die de bloemen rond het altaar stevig door elkaar schudde.

In de overtuiging dat er iets bijzonders zou gebeuren, verliet Leonie de kerk en liep ze naar de karpel. Veel mensen volgden haar. Terwijl ze in de kapel bad, werden ook daar de bloemen flink door elkaar geschud.



Op de voet gevolgd door de menigte, verliet Nieke de kapel en wandelde ze naar huis. Aan Jan Boon, de latere directeur van het NIR (de huidige VRT) en op dat ogenblik een bekend redacteur van de krant De Standaard en een expert op het gebied van religieuze verschijningen, verklaarde ze dat er die dag in Onkerzele ofwel een mirakel zou gebeuren ofwel iets met de zon. Op haar verzoek beloofde Boon het nieuws voor zich te houden. Een absurde vraag eigenlijk, want Nieke was op dat ogenblik omringd door een massa volk. Boon zou zijn belofte evenwel dadelijk breken, want hij stapte naar de pastoor om hem de boodschap over te brengen. Misschien was het deze indiscretie van Jan Boon die Nieke ertoe aanzette een betrouwbare secretaris te zoeken.


Later op de dag werd ze bij de pastoor ontboden en zag ze op de trap naar de kapel het personage dat ze identificeerde als de aartsengel Michaël.



Tot dusver kunnen we de fenomenen die zich in Onkerzele voordeden, gemakkelijk afdoen als een sterk staaltje van massahysterie, typerend voor dergelijke volkstoelopen. Er zijn met betrekking tot de verschijningen weinig of geen eensluidende, objectieve verklaringen vastgelegd.

Met het Zonnewonder van 18 december 1933 ligt dat anders. Verscheidene verslagen van ooggetuigen bleven bewaard en alle gaan ze min of meer dezelfde richting uit. Blijkbaar heeft ook de Kerk dit 'teken' ernstig genomen, want vanuit het bisdom vertrok een oproep aan de gelovigen om te getuigen over het Zonnewonder dat zich die dag zou hebben voorgedaan.

Gustaaf Schellinck zag het als zijn 'strenge plicht' gehoor te geven aan de oproep van de bisschop, zodat we in zijn logboek het 'ooggetuigenverslag' terugvinden dat hij op 20 december 1933 naar de pastoor van Onkerzele stuurde. We geven zijn woorden hier enigszins aangepast weer, om de tekst leesbaar te houden.

Ik bevond mij met mijn vrouw voor de kapel en de grot; meer bepaald voor de rechtertrap, midden op defwegtussenideze trap en het hoekhuis daartegenover. Wij stonden daar reeds geruime tijd. Het volk was z() dicht opeengepakt dat niemand een voet kon verzetten.

Plots, het zal zo rond 10 uur geweest zijn, wezen enkele omstaanders naar de zon. Op dat ogenblik werd het muisstil. Mijn vrouw en ik keken in de aangeduide richting. Waar het tot dan toe mistig was gebleven, zagen wij de zon duidelijk op die wijze zoals ze gewoonlijk voor het eerst de mist komt doordringen.


Op hetzelfde moment zag ik de zon tot vijfmaal toe een kruis 'uitschieten'. Onmiddellijk dqarop werd zij als door een geheimzinnige macht gegrepen en naar het westen geworpen. Deze verschuiving bedroeg ca. 1,50 meter (volgens maatstaf op de haag en de bomen langs de overzijde van de steenweg). Van op deze plaats werd de zon weer naar het oosten gedreven, omtrent één meter, en daarna weer naar het westen, weer omtrent 1,50 meter. Dat wondere verschijnsel duurde een vijftal seconden. Er kwam een onbeschrijfelijte angst over mij. Ik vreesde voor een natuurramp.


De zonneschijf had een diameter die wel tweemaal zo groot was als normaal. Toen schoten uit de zon een ontelbaar aantal pijlen of stralen van verschillende kleuren. Zij leken op ontploffende vuurpijlen waarvan de rook in verschillende kleurschakeringen in de lucht bleef drijven. Eerst nam ik drie grote vlekken waar in heldere grasgroene kleur. Deze vlekken hadden een moeilijk te beschrijven vorm en waren ongeveer 2,50 vierkante meter groot (altijd naar dezelfde maatstaf). Daarna zag ik ook kastanjebruine vlekken, grotere maar ook kleinere dan voornoemde.


Ik keek weer naar de zon en gans verschrikt zag ik een mannengezicht in de zonneschijf. Het gezicht leek mij vijftig tot zestig jaar oud, had kort grijs haar en keek toornig. In de veronderstelling dat het werkelijk een persoon geweest zou zijn, had men hem zo kunnen beschrijven: de rug naar het westen, het gelaat van het zuiden naar het noorden gekeerd, in liggende of zwevende houding.


Ik keek weer weg van de zon na, verschrikt, een vijftal seconden dat beeld bekeken te hebben. Ondertussen was er beweging gekomen in de massa volk rondom ons. Er werd naar de zon gewezen en er werd geroepen: 'Zie... de zon!'


Opnieuw, als aangezogen, keek ik naar de zonneschijf en ik zag een kleinere schijf die een deel van de zon bedekte. Het onbedekte deel bleef lichten. Die kleinere schijf nam een draaiende beweging aan. Nu eens waren deze omwentelingen traag, dan weer sneller, zo van 3 à 4 tot 7 à 8 omwentelingen per seconde, en zo altijd maar opnieuw, trager en sneller. Tijdens het draaien van de kleine schijf over de grotere zonneschijf nam ik zeer duidelijk zonnetrillingen waar met een plotse uitbarsting van een oneindig aantal lichtsprankels.

Terwijl dat verschijnsel voortduurde, hing de lucht vol met donkergroene, grasgroene, rode, mauve, gele en andere vlekken. Die gekleurde massa's hingen niet meer zo hoog als in het begin; het was juist of het kleurenwolken regende of sneeuwde.

Ondertussen was er groot tumult ontstaan onder het volk. Er werd overal geroepen en gewezen naar de zon en naar de gekleurde wolken, die neerdaalden tot op de akkers en de weiden. De zon was nu veel heller geworden, want de lucht klaarde op. Mijn vrouwen ik klauterden de steile helling op, om nogmaals naar haar te kunnen kijken, want zij was achter die helling weggezakt, tussen de grot en de kerk...


Schellinck beschrijft verder hoe er een tumult onder de massa ontstond, zo hevig dat vele bewoners uit de omliggende gemeenten kwamen kijken wat er in Onkerzele aan de hand was. Ze waren nog net op tijd om de laatste fase van het Zonnewonder mee te maken, dat blijkbaar uitsluitend op het grondgebied van Onkerzele werd waargenomen.

Hoewel iedereen het erover eens is dat de zon die dag vreemde kuren vertoonde, blijven de verslagen van de ooggetuigen wat de details betreft tamelijk uiteenlopend.

'Het is klaar uitgemaakt dat niet iedereen heeft gezien wat ik hier heb neergeschreven,' zegt Schellinck. 'De massa heeft slechts de draaiende schijf voor de zon gezien en de kleurenwolken. Toch moet er nog een aanzienlijk ander getal mensen zijn die wondere dingen in en rond de zon hebben kunnen waarnemen. Zo heb ik gehoord dat er waren die op een gegeven ogenblik een groot kruis, liggende onder de zon, konden waarnemen; anderen zagen op zeker ogenblik een grote kelk onder de zon.'

In zijn boek Ufo's in het verleden merkt Julien Weverbergh op dat Onze Lieve Vrouw in Onkerzele op 8 december had aangekondigd dat zij op 18 december, de dag van het Zonnewonder, opnieuw zou verschijnen. De overeenkomst met Fatima is frappant, vindt hij. Noch in de brochure De verschijningen van Onkerzele - Onze Lieve Vrouw bij de Vlamingen van de enigmatische Richard, noch in de anonieme publikatie De Zienster van Onkerzele, noch in de biografie van Gustaaf Schellinck vinden we deze toch zeer belangrijke boodschap terug. Indien de Heilige Maagd haar terugkeer op 18 december had voorspeld, zou dit een tweede aanduiding zijn dat Leonie Van den Dijck vooraf wist dat er zich die dag iets als een Zonnewonder moest voltrekken.

Weverbergh haalt vervolgens een getuigenis aan van prinses M. de Croy, telg van een beroemde adellijke familie die volgens André Van Bosbeke in Ridders van nu tot 'de crème de la crème van de Belgische katholieke topadel' behoort. Samen met de families de Merode, de Liedekerke, de Ligne, de Limburg-Stirum, d'Oultremont en de Jonghe d' Ardoye stond de familie de Croy 'aan de wieg van het koninkrijk België'. Deze families zijn van oudsher nauw verbonden geweest met het vorstenhuis 'en controleren nog altijd in belangrijke mate deze natie'. De relaties met de Belgische katholieke Kerk vormen daarbij prioriteit nummer één.

Dat prinses de Croy aanwezig was bij het Zonnewonder is een zeer interessante constatering, vooral in het licht van de voorspellingen van Leonie Van den Dijck, die kort daarop zouden volgen, over de lotgevallen van het vorstenhuis. Waren de contacten die zij beweerde te hebben met de Belgische en Franse adel dan toch niet helemaal uit de lucht gegrepen?

'De burgemeester had ons toegestaan de kleine ommegang rond het kapelletje, dat de grot overschaduwt, binnen te gaan,' herinnert prinses de Croy zich. 'Zo waren wij heel dicht bij de zienster, maar de zon was voor ons onzichtbaar. Op een gegeven ogenblik, het was kort voor de middag geloof ik, riep men in de massa: "De zon verandert!" Ik heb het gangetje verlaten en ben de trap afgedaald om te zien wat er gebeurde.'

Prinses de Croy zag 'een bleekgouden winterzon die men op dat ogenblik zonder veel moeite kon aankijken'. Ze nam duidelijk een schijf waar 'zoals een grammofoonplaat, die de zon verduisterde'. De mensen om haar heen beweerden dat deze schijf draaide, maar volgens de prinses leek ze veeleer te beven. De schijf viel niet volkomen samen met de zonnerand, 'maar overschreed die nu eens aan de ene, dan weer aan de andere kant en verleende de zon een zilverkleurig half aureool. Terzelfdertijd waren er gouden, mauve en roze wolken en vlekken van dezelfde tinten over de me-nigte en het landschap.'


Volgens Julien Weverbergh waren de Zonnewonderen in Onkerzele hiermee nog lang de wereld niet uit. Bij Schellinck noch in de twee brochures over de gebeurtenissen in Onkerzele hebben wij een spoor teruggevonden van andere Zonnewonderen. Schellinck rapporteert wel een soortgelijk voorval dat zich op 21 januari zou hebben voorgedaan, en dat door een achthonderd bedevaarders zou zijn waargenomen.

In Het Wonderbare Leven van Leonie Van den Dijck draagt het vijfde hoofdstuk de titel 'Drie zonnewonderen', al vermeldt men er vier: 18 december 1933, 6 januari 1934, 21 januari 1934 en 23 februari 1934. Van een Zonnewonder op 6 januari wordt schriftelijk alleen nog gerept door - alweer - prinses de Croy, in een brief aan een Frans religieus tijdschrift de dato 6 februari 1934, waarin zij ook verslag uitbrengt van het fenomeen van 18 december.

Van al deze Zonnewonderen zijn het eerste en het laatste de belangrijkste. Het Wonderbare Leven van Leonie Van den Dijck bevat bovendien een ongedateerde foto van één van deze Zonnewonderen, waaruit nogmaals een duidelijke overeenkomst blijkt met de bekende ufo-fenomenen.

Eveneens in Het Wonderbare Leven treffen we de getuigenis aan van een reisleider, een zekere A.V., betreffende het laatste Zonnewonder op 23 februari 1934. Weverbergh neemt dezelfde getuigenis op. Reisleider A.V. stond met zijn ervaring van de 23ste februari overigens lang niet alleen, want op dat ogenblik was ook Jan Boon van De Standaard weer van de partij.

Volgens Weverbergh is het verslag van de reisleider, zoals hij het weergeeft, gebaseerd op een ondervraging door een Gentse ufo-kring in de jaren zeventig. In Het Wonderbare Leven vinden we geen bronvermelding terug.

Even bevreemdend als het stilzwijgen van Niekes getrouwen van het eerste uur, is dat het laatste Zonnewonder zich zou hebben gemanifesteerd op de dag van de troonsbestijging van Leopold lIl, slechts een paar dagen na de door Leonie Van den Dijck voorspelde dood van koning Albert. Leonie had trouwens een heel speciale band met Leopold lIl, zoals later nog zal blijken.

Ziehier het relaas van reisleider A.V.:

De hemel was zwaar bewolkt en er lag een weinig sneeuw. Er was een enorme volkstoeloop. De heer Jan Boon, hoofdredacteur van De Standaard, die ik er dikwijls ontmoette, verzekerde mij dat er meer dan 15.000 mensen waren.

Rond de middag, gedurende de eedaflegging van Leopold III, luidden de klokken te Onkerzele, te Geraardsbergen en op al de kerktorens in de omgeving. Nieke Van Dijck en misschien nog andere zieners waren in extase in of rond de kleine kapel. De menigte bad vurig onder de leiding van ik weet niet wie.

Eensklaps roept de voorbidder: 'Laat ons bidden voor de koning opdat hij zijn zwaar kruis met moed drage!'

Kort daarop roept een mannenstem: 'Tragische dood van de koning en de koningin... verdwijnen van de dynastie...'

(Deze bizarre woorden, die betrekking hebben op Leopold en Astrid - koning Albert was immers al overleden - krijgen een wel heel indringende betekenis, als we ze vergelijken met de voorspellingen die Leonie in deze periode deed. Zoals we later zullen zien, voorspelde zij inderdaad het tragische ongeval van koningin Astrid en voorzag zij ook voor Leopold III een voortijdige dood, in een visioen dat één van haar 'missers' zou blijken.)

Plotseling roept men: 'Rozegeur, rozegeur!' Honderden vallen op de knieën en duizenden zingen uit volle borst 'Magnificat'.

Ik bevind mij op de hoogte aan de kerktrappen, want de kerk staat op een heuvel. Een oud vrouwtje wijst in de lucht en roept: 'Een kruis in de zonne!' Iedereen kijkt in de lucht en velen roepen: 'Kijk, kijk... Ziet eens!'

Ik ook kijk in de lucht, die grijs, donker en gesloten is. Geen zon te zien. Een klant van mij pakt me bij de arm en roept: 'Daar, daar! Maar kijk dan toch!' Ik zie niets en denk: nu zijn al die mensen zot geworden.

En dan, plotseling, zie ik die grijze gesloten lucht opengaan... Drie ronde wolkjes vormen zich. Eén boven, wat lager één links en één rechts. De plaats tussen die wolkjes is helderblauw en daarin verschijnt de zon, zo schitterend dat ik ze niet kan bezien.

Een parelgrijze schijf daalt uit de bovenste wolk, plaatst zich voor de zon en verbergt die felle schittering. Die schijf begint te draaien, eerst langzaam, dan sneller en sneller... Lichtstralen komen van achter de schijf en vormen een grote Y in de lucht. De drie wolken worden donkerrood en een regen van bloedrode grote tranen sijpelt eruit. Ze vallen naar beneden maar verdwijnen voor ze de aarde raken.

De mensen roepen: 'Het regent "rozen... rozegeur... rozegeur!' Ik zag of rook geen rozen. Alleen dikke, rode bloedtranen zag ik vallen.

Geheel de hemel is nu helderblauw geworden; de schijf blijft draaien voor de zon die groter en groter wordt... enorm groot... zij schijnt op ons te zullen vallen... 't wordt stikkend heet!

Duizenden mensen liggen op de knieën met gestrekte armen naar de hemel gericht en jubelend klinkt het 'Magnificat'. De zon vermindert van omvang en klimt langzaam hoger, wordt kleiner en kleiner, beschrijft een grote boog boven de kerk.

Ik loop het wegje op naast het kerkhof, dat veel hoger ligt, en zie de zon met nog steeds draaiende schijf verdwijnen, dit boven Geraardsbergen - zo klein als een halve koperen cent. Nu is het uitspansel weer even donkergrijs gesloten als voor dit zonnewonder, dat ongeveer 10 tot 15 minuten duurde.

Duizenden mensen met mij hebben toen dit zonnewonder gezien. Wat het betekent weet ik niet. Niet iedereen zag juist hetzelfde als ik. Sommigen zagen een regen van geurende rozen. Mijn vrouw en onze vier nog kleine kinderen zagen ook het zonnewonder - allen spraken van rozegeur. In plaats van bloedende wolken zag mijn vrouw een grote paternoster 'waarvan de bolletjes rozen waren'.



Zonnewonderen komen wel meer voor. Een van de bekendste is wellicht dat van Fatima in Portugal. Zowel de Kerk - zeer voorzichtig geworden wanneer het om moderne mirakels gaat - als bepaalde paranormale vorsers die gewoonlijk niet bang zijn voor een opzienbarende stelling meer of minder, hebben zo hun bedenkingen bij dit soort fenomenen.

Robert Charroux haalt in Le Livre des Maîtres du Monde een artikel aan van professor in de theologie Formigao, gepubliceerd in het katholieke blad Fatima. Daarin schrijft deze kanunnik dat hij in Fatima uitsluitend een 'vermindering van zonlicht' heeft geconstateerd, volgens hem 'een onbelangrijk fenomeen'.

Charroux stipt voorts nog aan dat van de 30.000 aanwezigen, onder wie talrijke journalisten, niemand een foto heeft kunnen nemen van het Zonnewonder in Fatima. 'Het betrof dus een collectieve hallucinatie,' concludeert hij.

Vermeld dient wel dat Charroux en Formigao het hebben over een Zonnewonder in september 1917, terwijl het bekendste Zonnewonder dat van oktober 1917 was.

Hoe dan ook, de parallellen tussen wat gezien of gehallucineerd werd in Fatima en in Onkerzele, zijn bijzonder treffend.



Op 13 mei 1917 hoeden drie kinderen hun schapen in de heuvels van Midden-Portugal. De tien jaar oude Lucia dos Santos, haar zevenjarige nicht Jacinta en haar neefje Francisco van negen jaar zien plotseling twee verblindende lichtstralen, afkomstig uit een afgeknotte eikeboom vlakbij. In het midden van de 'lichtbol' zweeft een wondermooie vrouw. De kinderen verstijven van schrik.

'Wees niet bang,' zegt de Dame van Licht, 'ik zal jullie geen kwaad doen. Kom iedere dertiende dag van de maand naar deze plek, tot in oktober, wanneer ik jullie een groot en verschrikkelijk geheim zal onthullen.'

Hoewel hun ouders geloven dat ze alles verzonnen hebben en de kinderen op een pak slaag trakteren, keren Lucia en haar neefje en nichtje - vergezeld van vijftig nieuwsgierige dorpelingen - op 13 juni, omstreeks het middaguur, terug naar de heuvel. Ze knielen, bidden... en daar is ook de mooie stralende vrouw weer, die zegt dat Jacinta en Francisco spoedig 'naar de hemel zullen worden geroepen', maar dat Lucia in leven zal blijven om een boodschap te verkondigen.

De volgende verschijning vindt plaats op 13 juli voor meer dan 5.000 mensen, van wie alleen de drie kinderen de Mooie Dame kunnen zien. Zij waarschuwt nu voor een wereldramp nog erger dan de Eerste Wereldoorlog: 'Een helder, onbekend licht zal het teken van God zijn dat Hij op het punt staat de volkeren van de wereld te straffen voor hun misdaden.'

De kinderen krijgen een nieuw pak slaag en worden zelfs in de gevangenis gezet, omdat ze de naam van God ijdel gebruikt hebben en de volwassenen de stuipen op het lijf hebben gejaagd. Maar op 13 september zijn er 30.000 mensen op de afspraak en zou er volgens sommigen een eerste zwak Zonnewonder plaatsgevonden hebben.

Tijdens haar laatste verschijning, op 13 oktober 1917, zal de Dame van Licht een groot wonder laten gebeuren en zal Lucia aanwijzingen over het lot van de mensheid ontvangen.

'Een enorme menigte, die volgens schatting 70.000 personen omvatte, waaronder journalisten, geleerden, politici, religieuze hoogwaardigheidsbekleders, politie -en legerofficieren, was op de plaats van de onverwachte verschijning onder een stromende regen bij elkaar gekomen,' schrijft Julien Weverbergh in Ufonauten in opmars. 'Even voor het aangekondigd uur U - om 12 uur 's middags - hield het plotseling op met regenen, de wolken verspreidden zich, de zon verscheen en toen maakte zich een schijf van de zon los, en draaide als een razend wiel om haar as. Vervolgens stond de menigte afwisselend in een rode, gele, blauwe en paarse gloed. Na drie keer hetzelfde gebeuren stortte de zonneschijf zigzaggend omlaag. Ook de spotters en sceptici die zich in de menigte bevonden gingen toen van angst of vrees op de knieën.'

Terwijl dit gebeurde, sprak de Maagd tot de kinderen  - en alleen de kinderen konden haar horen - over 'een kolossale vernietiging door ziekte en vuur'. De natuur zou protesteren tegen het kwaad dat de mens veroorzaakt had, door de aarde te laten beven. Niet lang daarna stierven Jacinta en Francisco. Lucia werd non en bereidde zich voor op toekomstige waarschuwingen van de hemel.

'In 1927 vertelde ze dat Christus haar had bezocht en dat Hij haar bij die gelegenheid had gevraagd zich voor te bereiden op de laatste en gewichtigste boodschap van allemaal,' lezen we in de anthologie Toekomstvoorspellingen. 'De Dame zou haar die op een zeker tijdstip in het jaar 1960 brengen. Voor die dag aanbrak, gebeurde er iets dat leek op de waarschuwing uit een van de verschijningen van Lucia. In de nacht van 25 januari 1938 was het noorderlicht over heel West-Europa te zien. De heldere bundels groen, violet, geel en vlammend rood, die sporen van licht in de hemel trokken, deden de mensen denken aan de woorden die de madonna 21 jaar tevoren had gesproken, toen ze Lucia had voorspeld van "het heldere licht bij nacht" .'

De boodschap die haar in 1960 door de Dame werd gebracht, wilde Lucia alleen aan de paus onthullen. Dat deed ze zeven jaar later. De legende wil dat Paulus VI verbleekte en zich van haar afwendde. Hij heeft de inhoud van de boodschap nooit bekendgemaakt.



In de zomer van 1937 merkte Gustaaf Schellinck dat Leonie Van den Dijck geregeld de lucht afspeurde. Toen hij haar daarvoor een verklaring vroeg, vertelde ze hem een teken van God te verwachten dat een naderende wereldramp moest aankondigen. Enkele maanden later was het zover: 'Op bepaalde ogenblikken scheen de lucht als een vuurzee. Overal, het hele land door en ook in andere landen was dat teken te zien.'

Toen de kranten met een wetenschappelijke verklaring voor het verschijnsel kwamen - het noorderlicht - schoot dat bij Leonie in het verkeerde keelgat: 'Laat ze maar babbelen en schrijven; die slimmeriken weten het toch altijd best. (...) Op voorhand weten ze niets, juist gelijk bij 't zonnewonder in 1933, maar nadien weten ze alles.'

Het Zonnewonder van Onkerzele was inderdaad ook uitgebreid in de kranten aan bod gekomen. Toen had Leonies reactie op de mening van journalisten en sterrenkundigen, die beweerden dat een en ander op een natuurlijke wijze te verklaren viel, zo geklonken: 'Ja, die geleerde bollen... Als ze dat wisten, waarom hebben ze dat dan niet op voorhand besproken en aangekondigd?'

Schellinck voegt eraan toe dat ook in Fatima het Zonnewonder niet door de wetenschappers werd aangekondigd.

Tijdens een visioen op Goede Vrijdag 1940 zou Leonie nogmaals spreken over een teken dat de nakende oorlogsgruwel moest voorspellen. Toen Schellinck haar op Pasen opzocht, vroeg ze hem of hij het teken nog niet gezien had. Hij antwoordde ontkennend en zij deelde hem mee dat ze over de hele wereld golven had zien neerdalen, 'lichtende schichten die in alle richtingen de aarde als in een web omprangen' .

'Dat waren de zogenaamde "elektrische golven" of "magnetische stormen",' schrijft Schellinck: 'Ze hebben storingen over de hele wereld veroorzaakt, hier en elders, maar in Amerika moet het nog erger geweest zijn met die golven die op het telefoonnet, de telegraaf, radio enz. zeer krachtig hebben ingewerkt en zulkdanige stoornissen hebben teweeggebracht, dat het volk ginder met panische schrik bevangen is geweest. (...) Dat is het derde teken, (...) na het zonnewonder en het noorderlicht dat niet op voorhand aangekondigd is geweest, noch door de pers, noch door de radio.'














28.3.11

03. De Verschijningen... of: de Ufo's van Onkerzele, deel 1



Op 29 december 1932 vraagt en krijgt de Belgische katholiek-liberale regering-De Broqueville volmachten van het parlement, die het mogelijk maken wetten uit te vaardigen zonder dat het parlement daaraan zijn goedkeuring hoeft te verlenen. Een dag later besluit de regering tot het invoeren van een crisisbelasting, tot een verdere algemene loonsverlaging voor de arbeiders en tot het uitvoeren van grootscheepse openbare werken om de werkloosheid te beteugelen. In februari 1933 weigert koning Albert het ontslag van de regering De Broqueville. De aanleiding daarvoor - een omstreden verkiezing in het Waalse Hastière - acht hij te futiel.
Op 30 januari 1933 wordt Adolf Hitier benoemd tot rijkskanselier, op 28 februari gaat de Rijksdag in vlammen op en op 31 maart krijgt de Führer volmachten, die hem moeten toelaten de volgende vier jaar zonder inspraak van de Rijksdag te regeren. Op 10 mei worden in vele Duitse steden boeken verbrand van schrijvers die niet passen in de nationaal-socialistische ideologie, en op 20 juli sluiten de Duitse regering en het Vaticaan een concordaat, dat beide partijen moet toelaten zich op het eigen terrein vrij te bewegen.
Herfst 1933. In Vlaanderen houdt het Verbond van Dietsche Nationaal-Socialisten - kortweg Verdinaso - zijn tweede congres of 'landdag'. Staf De Clercq richt het Vlaams Nationaal Verbond op. Het Antwerps Sportpaleis wordt geopend. Duitsland verlaat de Volkenbond. De Nederlandse communist Marinus Van der Lubbe wordt op een nazi-showproces schuldig bevonden aan brandstichting in de Rijksdag 'en ter dood veroordeeld.

Gedurende de jongste anderhalve eeuw werden maar een handvol verschijningen van de Heilige Maagd canoniek erkend: die van de rue du Bac in Parijs (1830), La Salette (1846), Lourdes (1858), Pontmain (1871), Fatima (1917), Beauraing (1932-1933) en Banneux (1933). Op 21 november 1987 werd ten slotte Bethanië (Venezuela) aan de lijst toegevoegd.
In Beauraing, een dorpje in de buurt van Dinant, zou 'een mooie witte dame' 33 keer verschenen zijn aan vijf kinderen, voldoende om de hele Belgische katholieke wereld een acute gewetenscrisis te bezorgen. Er ontstond een felle controverse rond de verschijningen, omdat het onderzoek onhandig en niet bijster nauwkeurig werd uitgevoerd. Bovendien maakte het bizarre en incoherente karakter van het fenomeen de zaken er niet eenvoudiger op.
De Heilige Maagd, die veel glimlachte en weinig sprak, vroeg de kinderen braaf te zijn, te bidden, de wereld eraan te herinneren dat zij de zondaars wilde bekeren en ook een beetje boete te doen. De kinderen van hun kant slaagden er slechts moeizaam in de belangrijkste kenmerken van de 'mooie dame' weer te geven. Het opmerkelijkste was het 'gouden hart', omgeven door schitterende lichtstralen.
Een raadselachtige madonna alleszins, maar ook een heel geruststellende in vergelijking met de verschijning die in Fatima de wereld vele rampen voorspelde. Toch stond de Tweede Wereldoorlog in 1932 bij wijze van spreken voor de deur.
Nog geen twee weken na het laatste optreden van rde Heilige Maagd in Beauraing vond in Banneux - een plekje ergens tussen Luik en de Duitse grens - de eerste van een reeks van acht verschijningen plaats. Een arm en weinig intelligent twaalfjarig meisje, Mariette Béco, dat de zondagsmis verzuimde en haar eerste communie niet had gedaan, aanschouwde 'een mooie dame vol licht'. Zij stelde zich voor als de Maagd der Armen en zei: 'Ik kom het leed lenigen. Bid veel!'
Dadelijk ging er een methodisch en tijdrovend onderzoek van start, ondanks de spottende opmerkingen van de sceptici en de wonderlijke vermenigvuldiging van visioenen in alle uithoeken van het land: Verviers en Antwerpen, Lokeren en Rochefort, Rotselaar, Herzele, Etikhove en... Onkerzele.
Nadat er zich ook enkele miraculeuze genezingen hadden voorgedaan in Beauraing en Banneux, werden de verschijningen in 1949 officieel door de Kerk erkend. De meeste andere gevallen zonken weg in de vergetelheid.
een zaklamp in de oogen van Leonie: deze verpinkt niet. De verrukking duurt van 5 tot 6 minuten.' Wanneer Leonie uit haar trance ontwaakt, begint ze te huilen.

'We zijn in het jaar 1933,' lezen we in Het Wonderbare Leven van Leonie Van den Dijck. 'Z.H. Paus Pius XI kondigt een buitengewoon Heilig Jaar af om de negentienhonderdste verjaring te gedenken van de Kruisdood van onze Verlosser en Zaligmaker, onze Heer Jezus Christus. Het was een tijd zwanger van onheil: een economische crisis had zich vanuit de USA over de ganse wereld verspreid; overal werkloosheid, onvoldoende opgevangen door de primitieve sociale voorzieningen; in Duitsland komt HitIer aan de macht en begint een kolossale herbewapening van het land; in Rusland zit het communisme vast in het zadel; de kleinere staten vrezen hun machtige geburen. In het vooruitzicht van wat de wereld te wachten staat, grijpt de Hemel in: Onze Lieve Vrouw verschijnt te Beauraing, te Banneux, en in de tweede helft van het jaar te Onkerzele. Van de drie verschijningen van Onze Lieve Vrouw in 1933 was deze van Onkerzele de meest dramatische.'




Op 4 augustus gaat Nieke als naar gewoonte met haar buurvrouwen in de kapel bidden. Na het gebed zegt ze tot één van hen, dat ze links naast het beeld van Onze Lieve Vrouw van Lourdes een zilverachtig wit licht heeft gezien. Het werd groter en groter en het schitterde. De buurvrouw geeft Nieke de raad er het zwijgen toe te doen.
Wanneer Nieke de volgende dag in haar eentje in de kapel zit te bidden, ziet ze hoe voor het beeld van de Maagd Maria een witte bloem uit de lucht valt. Nieke legt de bloem op het altaar, maar wanneer een buurvrouw ze wil komen bewonderen, is ze verdwenen.
Op 8 augustus ziet Nieke opnieuw het witte licht, hoewel haar buurvrouwen andermaal niets ongewoons kunnen constateren. Op 9 augustus verschijnt dan eindelijk voor de eerste keer Onze Lieve Vrouw aan Leonie Van den Dijck, en enkele dagen later verschijnt Maria zelfs al buiten de kapel.
Een zekere Richard (Leonies jongste zoon heette zo, maar het zou hier om een andere Richard gaan) publiceerde destijds een devoot brochuurtje onder de titel De Verschijningen van Onkerzele, waarin hij Leonie zelf als volgt aan het woord laat: 'Plotseling verschijnt onder den populier, boven den hoek der haag, een helderstralend en onbeschrijflijk schoon licht: blauw, rood en zilverwit, maar het blauw heeft den boventoon. Midden dit licht, dat eenszijds op den hoek der haag straalt en anderzijds langs den kant der kapel flikkert, verschijnt een groote grijsblauwe bol, waarop onmiddellijk O. L. Vrouw neerdaalt. Het aangezicht is wonderschoon, blonde haarlokken hangen buiten den witten hoofdsluier. Hare oogen zijn groot en hemelblauw.'
Heeft Leonie haar wensen voor werkelijkheid gehouden en zich bewust of onbewust laten inspireren door de verhalen die over Beauraing en Banneux de ronde deden? In Banneux werd Mariette Béco door de witte dame naar een bron geleid. Hetzelfde zou in Onkerzele gebeuren. Toen Mariette Béco aan de dame vroeg wat zij van haar verlangde, was het antwoord: 'Oh! Een kleine kapel.' Dezelfde wens zou in Onkerzele geuit worden. Net als in Banneux identificeerde de geheimzinnige dame in Onkerzele zich aanvankelijk als 'Onze Lieve Vrouw der Armen'. Leonie Van den Dijck kende de armoede als geen ander. Ter gelegenheid van haar twintigste verschijning noemde zij zich dan weer 'Onze Lieve Vrouw van Zeven Smarten' . Nieke beschouwde zichzelf graag - en met reden - als een Vrouw van Smarten.
Hoewel Nieke altijd ontkend heeft iets af te weten van Banneux - wat ons volstrekt ongeloofwaardig lijkt - en ze slechts op 31 augustus voor het eerst een voorstelling van Onze Lieve Vrouw der Armen gezien zou hebben, zijn er nog meer parallellen tussen Banneux en Onkerzele. Zo stipt Richard aan dat alles in Onkerzele herinnert aan Banneux: 'De moeilijke verbindingen per spoor, het bergachtige landschap, het dorp op de kruin van een heuvel, de schamele woningen, de werkzame bewoners en de armoede.'
In de kapel zag Nieke een licht verschijnen naast het beeld van Onze Lieve Vrouw van Lourdes. Men kan zich voorstellen dat ze, vurig biddend dat er in haar leven iets soortgelijks mocht gebeuren als in Lourdes, in die richting zat te staren en dat haar dromerijen toen plotseling een 'werkelijke' vorm kregen.
De constructie van de stralenkrans die Leonie beschreef, herinnert dan weer aan Beauraing, waar ze net op bedevaart was geweest. Daar werd bovendien een' gouden hart' gesignaleerd. Ook in Onkerzele verscheen al gauw dit attribuut. Ten slotte zijn er heel wat gelijkenissen tussen de wijze waarop Nieke de verschijningen lichamelijk beleefde en de manier waarop de uitverkorenen van Beauraing en Banneux die ondergingen.
We kunnen echter ook heel wat verschillen noteren. Zo is de gemiddelde leeftijd van de personen die de eer genoten de Maagd Maria te aanschouwen, twaalf jaar. Waarom stapt de Moeder Gods, in het geval van Leonie Van den Dijck, plotseling van haar gewoonte af uitsluitend aan kinderen te verschijnen?
Bij de eerste verschijning spreekt Leonie over een voorname dame van ongeveer één meter zestig, maar bij latere gelegenheden begint de Heilige Moeder lilliputachtige proporties aan te nemen: een meter, uiteindelijk slechts zestig centimeter (afmetingen die overeenstemmen met die van de Mariabeelden waarvoor Nieke een vurige verering koesterde).
Merkwaardig is dat de dame vlekkeloos Nederlands praat. Ze schrikt er zelfs niet voor terug om 'voorname' woorden te gebruiken als 'eerwaarde' en 'zegepralen', die niet tot het dialect van Leonie behoorden. Maar ongetwijfeld kende Leonie deze woorden passief (en pasten ze perfect bij de Mariafiguur zoals zij zich die voorstelde).
De verschijningen laten Leonie steevast 'bleek', 'hijgend', 'bevend' en 'totaal uitgeput' achter. Richard vertelt hoe een heer uit Denderleeuw tijdens de extase krachtig in de arm van Leonie kneep en een 'felle essence' onder haar neus hield, zonder dat er enige reactie kwam.
Uit het relaas van Richard kunnen we verder opmaken dat Leonie zich vaak in dezelfde trance-achtige toestand bevond als Mariette Béco in Banneux of als de mediums die we kennen uit spiritistische seances: 'Plots zakt zij ineen, naar de Haag kijkend met starende ogen. Een harer zonen steunt haar met zijn armen. M. Albert Viane van Kortrijk, daar juist bij toeval aangekomen, richt meermaals bij onderbreking 't licht van 
De boodschappen van de verschijningen laten zich als volgt resumeren: 'Ik ben hier gekomen om de zondaars te bekeren en de godslastering te doen ophouden. Zeg aan de mensen dat zij boete moeten doen en veel moeten bidden. Zeg hun dat de godslasteringen moeten ophouden, anders zal ik de arm van mijn Goddelijke Zoon niet meer kunnen tegenhouden en de arm zal neerkomen, vanwege de zonden der mensen. - Velen bespotten u. Bid voor hen. Wee echter degenen die u zouden aanraken! Zij zullen gestraft worden! - Kloekmoedig voortschrijden! Onbevreesd! - Gij hebt al veel vervolging gehad, maar ge zult er nog meer hebben. - Het zijn niet allemaal vrienden die daar staan! - Het land is in gevaar, maar ik zal uw land doen zegepralen en het vrede geven.'
Dit laatste kan men desgewenst beschouwen als een - zwakke - allusie op de nakende oorlog. Voor de rest moet men zich de vraag stellen of deze boodschappen niet veeleer door Leonies psychische conditie en sociale situatie werden geïnspireerd dan door Onze Lieve Vrouw.
De verschijning geeft nog het bevel een speciaal kapelletje op te richten voor Onze Lieve Vrouw van Zeven Weeën, waar Leonie later met de hulp van haar biograaf haar beste krachten aan zal wijden. Tevens verlangt ze dat het water van een bron uit vroeger tijden weer te voorschijn zou komen.
Tijdens de in totaal 36 verschijningen, waarvan de eerste plaatsvond op 4 augustus en de laatste op 19 oktober 1933, zou Leonie niet altijd alleen oog in oog gestaan hebben met de Heilige Maagd. De dertienjarige Alma Van Holder had de dame ook gezien en gehoord, maar later herriep ze die bewering - volgens sommigen onder druk van haar vader, die in het Volkshuis werkte. Een achtjarig meisje zou dan weer als eerste het gouden hart zien dat pas later ook door Leonie werd gesignaleerd.
Met betrekking tot de gevallen waarin de verschijning ook door andere mensen werd waargenomen, waren de verklaringen meestal weinig eensluidend. Mevrouw Hanse-Haelters uit Ronse bijvoorbeeld zou de Maagd in de nis van de grot, terwijl Leonie haar links in de grot situeerde. Alleen bij de 35ste verschijning was een groep van vijftien aanwezigen unaniem beweren tijdens het bidden van twee tientjes van de rozenkrans een glanzend kruis gezien te hebben op het plafond van de kapel. Bij de laatste verschijning zou Onze Lieve Vrouw ook opgemerkt zijn door drie andere bedevaarders en namen alle aanwezigen een aangename geur waar. (Eerder hadden niet zo geïmponeerde jongeren al stinkbommen en niespoeder gegooid naar Leonie.)
Nieke ontpopte zich gedurende deze reeks verschijningen langzaam maar zeker als een leidster van de massa. Zij bad voor, zij beval het volk te knielen. De geestelijkheid, die elders al een serie verschijningen als onecht bestempeld had, verbood van op de kansel de gelovigen deel te nemen aan dergelijke manifestaties, maar liet zich niet uit over wat er in Onkerzele aan de hand was. De volkstoeloop werd dan ook hoe langer hoe groter.
'We kunnen slechts met veel moeite een weg banen voor Leonie,' schrijft Richard. 'Zoo ver als men zien kan is er volk: minstens 10.000 personen. De grot is een berg van bloemengarven geworden.'
Eén en ander had misschien te maken met de miraculeuze genezing die zich inmiddels voorgedaan zou hebben. Judo Dessemblanckx uit Borchtlombeek, die al maanden niet meer kon lopen, stond plots op en stapte zonder hulp naar de autobus die hem gebracht had.
'De volgende weken en maanden zullen bewijzen of er hier spraak is van algeheele genezing, ofwel enkel van beternis van korten duur,' besluit Richard opmerkelijk voorzichtig.



De verleiding is groot om dit verhaal af te doen als een staaltje van religieuze massahysterie. Maar het verrassende is dat dergelijke fenomenen recent werden onderzocht vanuit een wel heel onverwachte hoek.
De zogenaamd 'historische' ufologie interesseert zich niet alleen voor bepaalde wonderbaarlijke verhalen uit de al of niet gewijde geschiedenis, maar ook voor de parallellen tussen moderne ufo-rapporten, vertellingen die thuishoren bij de folklore en... sommige religieuze verschijnselen. Natuurlijk ontbreken Von Däniken & Co. hier niet op het appel, maar van de Maria-verschijning in Beauraing op 21 december 1932 heeft de toch tamelijk serieuze Belgische ufoloog Jacques Bonabot een aantal parallellen met ufo-waarnemingen blootgelegd, waarvan de belangrijkste wel het komen en gaan van een 'verlichte wolk' tijdens de manifestatie was.
Nog dichter bij ons heeft Julien Weverbergh een paar bar slecht geschreven maar vaak heel boeiende boeken aan dit onderwerp gewijd. We citeren uit Ufo's in het verleden een getuigenis van een zekere Maria Hennicken over een verschijning in Beauraing, die ons onwillekeurig zekere ufo-fenomenen voor de geest roept.
Het is 21 december 1932, enige ogenblikken voor het avondgebed: Wij bevonden ons op de verhoogde wal, tegenover het tuinhek aan de andere kant van de weg (...) toen ik tien minuten voor de verschijningen diep in de hemel een witte wolk van een langgerekte vorm opmerkte, die door talrijke sterren was omgeven en die zich zachtjes verplaatste om ten slotte boven de tuin van de zusters te blijven staan en te verdwijnen, precies op het ogenblik dat de kinderen zeiden: 'Daar is zij!'
De gehele tijd dat de verschijning duurde, bleven de sterren boven de tuin van de zusters en zij waren ook alleen maar daar. Op het moment dat de verschijning eindigde, verscheen de witte vorm opnieuw hoog in de hemel boven de tuin en verwijderde zich langzaam, waarbij hij waarlijk door de intens stralende sterren begeleid werd. Na enkele minuten werd de hemel weer inktzwart.

De conclusie van de ufologen laat zich raden: de heiligen, de profeten, de verschijningen, de witte dame van Mariette Béco die zich 'een weinig boven de grond verheven op een wolkje bevond dat op rook geleek'... dit zijn niets anders dan ufonauten. Vele manifestaties die als Mariamysteries geboekstaafd werden, vertonen frappante overeenkomsten met het ufo-fenomeen.
In zijn boek Ufonauten in opmars doet Weverbergh het relaas van een verschijning in 1897 in het Ierse dorpje Knock, die in veel opzichten herinnert aan wat Leonie Van den Dijck beweerde gezien te hebben. Ook in Knock begon het allemaal met een grote, licht afstralende bol.
'Het opvallendste van alles was het schitterend gouden licht (...),' meent Weverbergh. 'Het was een wisselend licht, dat soms de hemel, dan weer de kerk of de weide in felle gloed zette, en de verschijningen verlichtte. (...) Het kleed van Onze Lieve Vrouw, schitterend wit, was met een witte mantel zonder kap of mouwen bedekt, welke mantel rondom de hals gesloten, in brede plooien tot op de enkels viel. Op haar hoofd stond een schitterende kroon, afgezet met kruisen en op het voorhoofd, waar de kroon de huid raakte, bevond zich een prachtige roos. (...) Drie getuigen beweerden dat zij blootsvoets was.'
Een vrouw wilde de dame omhelzen, maar haar armen omvatten leegte. Waarmee tegelijk het verband gelegd is met de klassieke spookverschijning. Ook in dit geval werden weer enkele miraculeuze genezingen gesignaleerd.
'Tot daar dit wonderbaarlijke verhaal,' besluit Weverbergh, 'waarin aandachtige lezers van dit boek meteen heel wat elementen kunnen aanduiden, die in de Ufologie ook thuishoren: bal, licht, lichtafstralende, ongrijpbare figuren, de droge plaats. Ja zelfs genezingen. (...) Aan Ufo verwante incidenten in verband met religieuze verschijningen treden niet alleen op in de hier aangehaalde voorbeelden: in 1905 kwam Wales zelfs in de greep van een roemruchte religieuze revival, nadat vuurballen zich op verschillende avonden op een "intelligente wijze" in de aanwezigheid van zeer veel getuigen gemanifesteerd hadden. (...) Mary Jones kreeg tegelijkertijd visioenen, die het stadje Egryn op zijn kop zetten. Tot de vreemde gebeurtenissen behoort o.m. een ontmoeting van Mary Jones met een sinister in het zwart gekleed personage, dat eensklaps in het niets verdween.'
Toen de reeks verschijningen van de Maagd Maria in Onkerzele beëindigd was, zag Leonie Van den Dijck op 18 december 1933 - de dag van het eerste Zonnewonder, waarop we in het volgend hoofdstuk dieper ingaan - een vreemd personage op de trappen die naar de kapel voerden. De man stond er heel alleen. Hij droeg een lichtgrijs pak, een band in de lenden en een pofbroek. In zijn rechterhand hield hij een glimmende staf, die op de grond scheen te rusten. Zijn blote benen waren omsnoerd door riempjes, maar verder dan zijn knieën kon ze niet zien. Dat was een typisch trekje bij haar verschijningen, want ook Maria' s voeten zag ze nooit.
Leonie begon de trap te beklimmen, maar hoe dichter ze kwam, hoe ijler de gestalte werd. Toen ze de bovenste trede bereikte, was de man verdwenen. Hoewel zijn kleding niet meteen overeenstemde met de traditionele outfit van een engel, besloot ze dat het niemand anders dan de aartsengel Michaël geweest was, die volgens haar - en volgens andere zieneressen, in Garabandal en San Damiano - altijd zichtbaar of onzichtbaar aanwezig is op de plaats waar Onze Lieve Vrouw verschijnt.
'Aan Ufo-manifestaties gelijkaardige verschijnselen doen zich tijdens religieuze verschijningen steeds en steeds weer voor,' stelt Weverbergh. 'Opmerkelijk is, dat het aantal Maria-verschijningen in de afgelopen eeuw bijzonder sterk gestegen is. Sinds 1830 telt men niet minder dan 110 van dergelijke gevallen en visioenen. De Katholieke Kerk heeft er hiervan slechts vijf officieel erkend (w.o. Fatima en Beauraing). Men vraagt zich overigens af, waarom de andere 105 gebeurtenissen niet als authentiekt geklasseerd werden, want hetzelfde schema deed zich telkens opnieuw voor.'
Hierbij verliest Weverbergh natuurlijk uit het oog dat de zieners en zieneressen in kwestie best inspiratie gevonden kunnen hebben bij vroegere collega's.
'Zoals reeds aangestipt menen de Ufologen dat het in in deze gevallen om authentieke Ufo-manifestaties gaat, die door naïeve getuigen als een religieus gebeuren worden ervaren en geïnterpreteerd,' gaat Weverbergh verder, om er dadelijk aan toe te voegen dat hij het met deze visie niet eens is. De religieuze verschijningen met hun bijkomende eigenaardigheden als vuurballen, schitterende schijven, voorspellingen en genezingen zijn immers ook bekend uit de folklore, het sjamanisme en de parapsychologie.
'De Ufologie heeft met de hier opgesomde gebeurtenissen (misschien) alleen de wortels gemeen,' stelt hij. 'Het moet niet uitgesloten worden geacht, dat de oorzaken van al deze fenomenen dezelfde zijn, maar de structuur van de verschijnselen an sich verschillen: met andere woorden het zouden loten van één en dezelfde stam kunnen zijn.'
De nogal wazige hypothese-Weverbergh komt dan hierop neer: paranormale zowel als psychische processen spelen zich af in een zelfde deel van de menselijke psyche. De krachten uit dit enorm reservoir van energie kunnen zich zowel via een mediamieke trance als door een psychotherapeutisch proces manifesteren, zowel door de droom als in de hallucinatie, zowel via hypnose als door mythen en sprookjes.
De taal is steeds dezelfde: het onbewuste spreekt door middel van symbolen, 'waarin innerlijke gevoelens, ervaringen en gedachten tot uitdrukking worden gebracht alsof ze zintuiglijke ervaringen, gebeurtenissem in de buitenwereld waren. Het is een taal die een andere logica heeft dan de conventionele die we overdag gebruiken, een logica waarin niet tijd en ruimte heersende categorieën zijn, maar intensiteit en associatie. Het is de enige universele taal die de mensheid ooit heeft ontwikkeld, een zelfde taal voor alle culturen, de hele geschiedenis door.
Ufonauten zijn een aparte, betrekkelijk nieuwe categorie van wat men in de parapsychologie 'parergische verschijnselen' noemt: telekinese, materialisatie. De hersens van hen die ufonauten - of verschijningen - waarnemen, zouden door een onbekende energie zodanig beïnvloed kunnen worden dat zij de ufonaut - of de verschijning - creëren, projecteren, materialiseren, ongeveer op dezelfde wijze als een ectoplasma door een medipm wordt gecreëerd tijdens een spiritistische seance. Deze projectie zal worden afgebeeld met de attributen die ontleend zijn aan het onbewuste van de waarnemer, archetypische kenmerken vertonen en van symbolische aard zijn. Met andere woorden: iedere waarnemer schept zijn eigen ufo-vorm.
Weverbergh noemt die hypothese, waarin het waarnemen van zowel ufo's als religieuze verschijningen op een parapsychologische manier verklaard wordt, 'volkomen vrijblijvend'. Het is in ieder geval een denkpiste, interessant genoeg om ze naast andere mogelijke verklaringsmodellen te zetten: een waarlijk ingrijpen van hogerhand, hallucinatie, illusie, bedrog.
Voor de hypothese van Weverbergh pleiten twee curieuze verhalen uit zijn boek Ufo's in het verleden, die zich volkomen buiten de sfeer van religieuze massahysterie afspelen. Toch treedt er een onvervalste verschijning in op, waarvan de overeenkomst met normale ufo-fenomenen zeer groot is.
Het eerste verhaal werd opgetekend in het Belgische Pittem, in augustus 1919.



Het was omstreeks 21 uur dat de heer J.G. en zijn vrouw op de drempel gezeten waren; de duisternis viel reeds in. Plotseling werd hun aandacht getrokken daar een raadachtig voorwerp in zuidwestelijke richting. Het fenomeen verplaatste zich net boven de bomen rand het kasteel Joos ter Beerst en  leek op 'een rode roos'. Toen het fenomeen dichterbij kwam, veranderde de roos in de vorm van een dier, door J.G. omschreven als 'een schaap'. Terwijl het geheel steeds dichter naderde, bemerkten de verstomde getuigen dat het in werkelijkheid een jonge vrouw betrof, gezeten in een zetel. Op dat moment was het geheel amper vijftig meter verwijderd! De verschijning draaide lichtjes het hoofd, om vervolgens de getuigen vriendelijk toe te knikken. Nog steeds in deze zittende houding verdween de verschijning in zuidelijke richting (naar Kortrijk) en na enkele ogenblikken nam ze weer de vorm van 'het schaap' aan.



Het tweede verhaal dateert van maart 1931.
De heer M.B. pendelt met zijn autobus heen en weer tussen Saint-Raphael en Cannes aan de Côte d' Azur. Bij zijn aankomst in Cannes merkt M.B. op een recht stuk weg, bij een kruispunt en naast een tramlijn, plotseling een grijswitte wolk op. Hij doet z'n bus stoppen en ziet dan op nauwelijks twintig meter afstand een stralende gedaante, in een nauw wit kleed met een blauwe gordel. Een sluier omhult het hoofd en bedekt het voorhoofd, maar toch kan hij een menselijk gezicht 'met starre trekken' onderscheiden.
Net als Leonie Van den Dijck kan M.B. de voeten van de verschijning niet zien. Ook de overeenkomst met de verschijning van Banneux is frappant: daar droeg de dame een lang wit kleed dat tot een wolkje reikte, waarin alleen haar rechtervoet zichtbaar was, die een gouden roos droeg. Haar lichaam was omgeven door licht en een stralend aureool verleende haar zo mogelijk een nog majestueuzer aanblik.
'De Heilige Maagd van Lourdes!' stelt M.B vast. 'Volkomen gelijk aan het beeld!' Het vervult hem zowel met schrik als met vreugde.
In de bus beginnen de passagiers zich te verbazen Men ondervraagt de chauffeur, die met open mond toekijkt hoe de verschijning een zijdelingse beweging maakt langs een lijn die een lichtend verlengde van haar kleed lijkt. Daarna gaat de verschijning naar de grijze wolk, die is afgedreven naar de zee, en ze stapt er in. De wolk stijgt ten hemel en laat een lichtend spoor achter. Geluidloos vliegt ze in de vorm van een platte lens in de richting van Nice.
Verscheidene passagiers bevestigen de waarnemingen van M.B. wat de wolk betreft, maar alleen M.B. heeft het stralende wezen gezien, dat volgens hem niemand anders dan de Heilige Maagd geweest kan zijn... Dezelfde wolk werd ook elders boven Nice en omgeving gesignaleerd, en volgens het plaatselijke blad l'Eclaireur de Nice hebben diverse getuigen eveneens 'het witte wezen met de blauwe gordel' opgemerkt...





Podcast Luisterboeken