10.8.26

101 Familiefoto's - 006: Brouwersgasten

 



De vrachtwagen is een Chevrolet, zwaar beladen met biervaten. Hij draagt de naam van een brouwerij die ooit bekend in de oren moet hebben geklonken in de cafés van het Pajottenland. Tous-saint Frères, gevestigd in de Aspergestraat 55 in Brussel.

De man rechts, met de arm om de schouder van zijn collega, is mijn grootvader: Jan Ferdinand Onverwagt, ‘Petjen’. Zijn collega is ook zijn broer: Jean Baptist Onverwagt, ‘Nonkel Zjang’. Ze hebben hun werk even onderbroken voor de fotograaf. En hun werk, dat is: de biervaten vervoeren, laden en lossen, door weer en wind, over Brusselse kasseien die toen nog geen toeristische attractie waren maar een dagelijkse beproeving voor mens en machine. Ze staan daar met een vanzelfsprekende trots, fier op wat ze doen. Zonder hen wordt er geen lambiek getapt, komt er geen gueuze op tafel.

Brouwerij Toussaint Frères houdt zich schuil in het doolhof van straten rond het centrum, niet ver van de huidige Dansaertwijk. Dat was destijds een buurt van ambachtslui, opslagplaatsen, kleine industrie en handelszaken. Op de laadbak zijn nog letters zichtbaar die verwijzen naar de geuze, het bier dat even Brussels is als Manneken Pis.

De foto dateert waarschijnlijk van eind jaren 30, wellicht net voor de algemene mobilisatie die een abrupt eind zou maken aan hun werkzaamheden. Het is ongetwijfeld een publiciteitsfoto gemaakt in opdracht van de brouwerij, op een moment dat die zich in de laatste bloeiperiode bevindt van een eeuwenoude Brusselse traditie. In de negentiende eeuw telde Brussel tientallen brouwerijen. Rond de Zenne, in de Marollen, Anderlecht, Molenbeek, Koekelberg en de Vijfhoek hing regelmatig de geur van mout en kokend wort in de lucht. Bier werd niet beschouwd als een luxeproduct, maar was bestemd voor de dagelijkse consumptie.  Vrijwel elke wijk had haar brouwerij, haar bierhandelaar en haar vaste cafés.

De wereld waarin de gebroeders Onverwagt werkten was nog die van de houten tonnen. Vandaag associëren we bier met flessen en blikjes, maar tot ver in de twintigste eeuw werd een aanzienlijk deel van het bier per vat geleverd. Brouwersgasten reden van café naar café, laadden volle tonnen af en namen de lege weer mee terug. Het was zwaar werk. Een houten vat kon makkelijk meer dan honderd kilogram wegen.  

Terwijl namen als Cantillon, Belle-Vue en later Mort Subite bekend bleven, verdwenen in de loop van de twintigste eeuw de meeste brouwerijen – door schaalvergroting, fusies, oorlogen en veranderende consumptiegewoonten. Net zoals Toussaint Frères lieten ze vrijwel geen sporen achter in het collectieve geheugen. Het ging waarschijnlijk om een lokale brouwerij die een eigen klantenkring bediende van cafés, estaminets en bierhuizen… en waarbij eerder al de vader van de twee broers, Henricus, had gewerkt. Het lijkt er sterk op dat de brouwerij gespecialiseerd was in de lambiek uit de Zennevallei en het Pajottenland, een biercultuur die zo uniek is dat ze wereldwijd als een van de meest karakteristieke Belgische tradities wordt beschouwd.


In zijn trouwboekje staat Onverwagt Jan Ferdinand geboekstaafd als 'brouwersgast'.


En ik die dacht dat Petjen altijd schrijnwerker was geweest. Blijkt nu dat hij aan de slag ging als brouwersgast, van vader op zoon. En samen met zijn vijf jaar oudere broer. Zat hij achter het stuur van het gevaarte, of was dat Nonkel Zjang? Of wisselden ze af? Mijn Petjen heeft altijd iets met auto’s gehad, ik weet dat hij er begin jaren 50 in één rondreed, een Austin, toen het nog lang niet gewoon was dat een ‘werkmens’ een auto bezat. Met zijn kleine gezinnetje maakte hij uitstapjes naar de zee of naar Bouillon. Daar zou hij, volgens ons moe, in het hotel waar ze logeerden op de vraag hoe laat ze wilden vertrekken, in zijn beste Frans ge-antwoord hebben: ‘A huit heures of om een uur of negen.’ Later koos hij voor Fiat, eerst een 500 en daarna een 850. Ik heb ze allebei nog meegemaakt. Dus misschien was hij het wel die ach-ter het stuur zat, want Nonkel Zjang heb ik nooit met een auto weten rijden.

 


Geen opmerkingen:

Podcast Luisterboeken