16.9.26

In de Zevende Hemel van Roode / De Zaak Tony Marino

 

Tony Marino / foto Wikipedia



De naam Tony Marino is voor eeuwig en een dag onlosmakelijk verbonden met die van Michael Malloy, de onverwoestbare dronkelap die de geschiedenis zou ingaan als "de man die niet wilde sterven". Het was Tony Marino die de moord beraamde en zijn clandestiene “speakeasy” in de Bronx tot het decor maakte van een van de meest bizarre complotten uit de Amerikaanse criminele geschiedenis.  

Anthony Marino was nog geen dertig toen de Grote Depressie New York in haar greep kreeg. Hij was van Italiaanse afkomst en baatte tijdens de Drooglegging een kleine illegale kroeg uit aan Third Avenue. De zaak stelde weinig voor. Vier tafeltjes, een toog, goedkope alcohol en een vaste klantenkring van werklozen, kleine criminelen, zwervers en beroepsdrinkers – niet bepaald de plek waar de Amerikaanse Droom floreerde.

De Bronx van 1930 was ook een wijk in vrije val, in de greep van werkloosheid, armoede en uitzichtloosheid. Overal probeerden mensen te overleven met kleine handeltjes, illegale cafés en schimmige transacties. Marino was geen gangster van het kaliber van Al Capone, maar een kleine opportunist, voortdurend op zoek naar een snelle manier om geld te verdienen. Volgens latere getuigenissen zou hij eerder al succes gehad met een verzekeringsfraude waarbij een eenzame vrouw, Mabel Carlson, onder verdachte omstandigheden om het leven kwam nadat Marino zichzelf als begunstigde van haar levensverzekering had laten registreren. Of hij toen al besefte dat hij een winstgevend businessmodel had ontdekt, weten we niet. Maar tegen de zomer van 1932 begon het idee vaste vorm aan te nemen.

De kroeg van Tony Marino / foto Wikipedia


Aan de toog van zijn café hing bijna dagelijks een Ierse alcoholist rond: Michael Malloy. Hij was ooit brandweerman geweest, had verschillende banen gehad en was inmiddels afgezakt naar de onderkant van de samenleving. Hij had geen gezin, geen vaste woonplaats en nauwelijks vrienden. Voor Marino leek hij de ideale kandidaat voor een verzekeringsfraude. Niemand zou vragen stellen als hij stierf. Niemand zou hem missen. Samen met enkele kennissen – een begrafenisondernemer, een taxichauffeur, een fruitverkoper en een barkeeper – vormde hij wat de kranten later spottend "The Murder Trust" zouden noemen. Hun plan was even eenvoudig als afschuwelijk: een levensverzekering afsluiten op Malloy en vervolgens wachten tot hij zichzelf doodzoop.

Dat was het moment waarop het lot besloot gevoel voor humor te tonen. Marino gaf Malloy onbeperkt drank. Gratis whisky. Gratis gin. Gratis alles. Normaal gesproken zou een man van Malloys leeftijd en conditie daar niet lang tegen bestand zijn. Maar de oude Ier bleef drinken, tot ver voorbij elk redelijk menselijk vermogen. Vervolgens stond hij op, bedankte vriendelijk voor de gastvrijheid en verscheen de volgende ochtend opnieuw aan de toog voor nog een glas.

De samenzweerders waren verbijsterd… en begonnen te improviseren. Ze mengden houtalcohol in zijn drank, serveerden bedorven oesters, gaven hem broodjes waarin stukjes metaal, spijkers en rotte vis waren verwerkt. Ze lieten hem, kortom, voedsel eten dat voldoende gif bevatte om een paard te doden. En Malloy dronk niet alleen alles op, zijn eetlust bleef even onwaarschijnlijk. Toen hij dan toch ziek werd, herstelde hij en keerde zo snel mogelijk terug naar zijn favoriete kroeg, waar een nieuwe serie dodelijke aanslagen op zijn gezondheid van start ging. Op een bepaald ogenblik begon Marino minder op een misdadiger dan op een gefrustreerde natuurkundige te lijken die vergeefs probeerde een natuurwet te weerleggen. Iedere nieuwe moordpoging leek het bewijs te leveren dat Malloy eenvoudigweg niet kapot te krijgen was.

De situatie werd stilaan grotesk. Er volgde een poging om Malloy tijdens een winterse nacht bewusteloos in een park achter te laten, zodat hij zou doodvriezen. Hij overleefde het. Vervolgens werd hij met een taxi aangereden. De wagen sleurde hem tientallen meters mee, hij  belandde in het ziekenhuis met verschillende breuken, maar enkele weken later wandelde hij doodleuk opnieuw Marino's kroeg binnen en bestelde een drankje. De samenzweerders begonnen hem bijnamen te geven. Iron Mike. Durable Mike. De Raspoetin van de Bronx. Het was alsof de man niet alleen hun slachtoffer was geworden, maar ook hun kwelgeest.

Voor Tony Marino begon het avontuur ondertussen iets heel anders te worden dan een verzekeringsfraude: het werd een obsessie. Elke mislukte moordpoging vergrootte zijn vastberadenheid. De oorspronkelijke winst die hij hoopte te maken verbleekte naast de vernedering van het falen. Hij moest en zou bewijzen dat Michael Malloy sterfelijk was.

Uiteindelijk vonden de samenzweerders een methode die werkte. In februari 1933 lokten zij Malloy naar een kamer in een pension. Terwijl hij buiten bewustzijn was, stopten zij een rubberen slang in zijn mond die verbonden was met een gasleiding. Koolmonoxide deed wat vergiftigde alcohol, bedorven voedsel, vrieskou en een taxi niet hadden kunnen doen. Na maanden van vruchteloze pogingen was Michael Malloy eindelijk dood.


Fout overlijdensattest voor Michael Malloy onder de naam van Nicholas Mellory / foto Wikipedia 


Dat was het begin van Marino's eigen moeizame tocht naar de dood. De verzekeringsmaatschappijen begonnen vragen te stellen, want de documenten klopten niet helemaal en de omstandigheden rond Malloys overlijden waren ronduit verdacht te noemen. De samenzweerders raakten het oneens, een medeplichtige vertelde iets aan de politie, een andere probeerde zichzelf te redden – en het zorgvuldig opgebouwde complot stortte in elkaar als een kaartenhuisje.

In de lente van 1933 werden Marino en zijn kompanen gearresteerd. Tijdens het proces probeerden zij de schuld op elkaar af te schuiven. Het hielp niet. De publieke opinie was meedogenloos: New York was gefascineerd geweest door de schijnbaar onsterfelijke Malloy, nu eiste men gerechtigheid. Marino werd schuldig bevonden aan moord in de eerste graad en samen met drie medeplichtigen kreeg hij de doodstraf en belandde in een dodencel van de Sing Sing gevangenis.  

Op 7 juni 1934 werd Tony Marino naar de elektrische stoel geleid. De executie verliep volgens plan. Het bleef bij één poging.

Luister op deze link naar de podcast De Zevende Hemel waarin bovenstaand verhaal in de reeks Mysteries van Roode in fictieve vorm wordt herverteld.







Geen opmerkingen:

Podcast Luisterboeken