Posts tonen met het label Lulu. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Lulu. Alle posts tonen

30.7.13

Over "hybride" auteurs, die zowel traditioneel uitgeven als in eigen beheer




Het zijn barre tijden voor schrijvers en uitgevers. Nochtans zijn er, volgens succesauteur Neil Gaiman in ieder geval, nooit meer opportuniteiten geweest voor schrijvers dan net nu. En ik ben geneigd hem gelijk te geven. Vandaag vielen mij bijvoorbeeld deze artikels op:


Online uitgever Lulu mikt op nieuwe self-publishing markt met Picture.Com 

Lulu is ook in het Nederlandse taalgebied een "self-publishing" pionier. Het idee achter uitgeven in eigen beheer via printing on demand of ebook platformen, komt neer op het uitschakelen van diverse tussenpersonen die altijd meer verdienen aan een boek dan de schrijver zelf. En hoe doet men dat? Door een directe relatie koper-verkoper (= auteur) tot stand te brengen. 

Waarom "traditioneel publicerende" schrijvers ook in eigen beheer uitgeven

In dit artikel ligt de focus op "hybride" auteurs, die hun boeken in print en ebooks zowel via traditionele uitgevers als in eigen beheer op de markt brengen. Meer dan 2/3 onder hen doet dit vanwege de grotere "creative controle" over het eindproduct, ongeveer 40% omdat het zo makkelijk is, en bijna 40% omdat ze er op die manier meer geld aan overhouden (in plaats van de gebruikelijke royalty van 10% op de verkoopprijs, ga je na aftrek van alle kosten makkelijk naar het driedubbele... of zelfs meer). Voor een traditionele uitgever zijn de pluspunten: de hulp die je krijgt (o.a. redactie), het grotere distributiebereik (een self-publisher moet het vooral van de online distributie hebben) en het prestige/kwaliteitslabel. 

Verkoop geen boeken, maar een auteur, "een merk"

Wat "self-publishers" voor hebben op traditionele uitgevers, is dat zij een auteur zien als een "merk", en dat een "merk" meer inkomsten kan genereren dan alleen maar royalties op verkochte exemplaren van het boek. Traditionele uitgevers denken dan in eerste instantie aan bijvoorbeeld filmbewerkingen, maar de "merchandising" kan ook veel ruimter opgevat worden...  

18.4.13

'En de auteur? Hij kan de POD op!'


Wat voorafging:



Kommer & kwel?


Waarschijnlijk is er nooit meer geschreven geweest dan de jongste jaren:  getuige daarvan de talrijke cursussen creatief schrijven of de vele afdelingen literaire creatie van de academies voor woord en muziek, die als paddestoelen uit de grond floepten. Het was een verschijnsel dat gelijke tred hield met het exponentieel groeiende aantal titels dat jaarlijks geproduceerd werd door de reguliere uitgevers, met als gevolg een steeds groeiend boekenoverschot, dat niet meer terecht kon in de boekhandel, niet meer aangekocht werd door bibliotheken en uiteindelijk zelfs grotendeels geweerd werd in het ramsj- en tweedehandscircuit. Het aantal lezers, laat staan kopers van boeken groeide allesbehalve mee, zodat het in 2012 – eindelijk! – bij een aantal grote uitgevers leek te dagen dat het commercieel niet verstandig was steeds meer titels op de markt te gooien, in de hoop dat 1 van de 100 de knaller zou opleveren die de 99 andere moest terugverdienen.
Een hogere kwantiteit leidt automatisch tot meer kwaliteit, hoor je wel eens beweren. Ik zal dat niet tegenspreken. Maar als het schrijvers- en uitgeversvak sinds de vroege jaren 90  steeds professioneler werd, en een betere begeleiding en omkadering de Vlaamse auteurs op de buitenlandse markten bracht, dan zag je de jongste tien jaar ook het omgekeerde gebeuren. Vlaanderen had in zijn academies voor woord, muziek en beeldende kunst, of met zijn honderden toneelverenigingen van ‘liefhebbers’ reeds lang massaal de ‘amateurkunsten’ omarmd, en nu gebeurde hetzelfde met het literatuurbedrijf. ‘Creatief schrijven’ is nu in de eerste plaats iets geworden dat je doet in het kader van een zinvolle artistieke vrijetijdsbesteding, en niet iets dat ook als een beroep kan beschouwd worden.
Het aantal auteurs dat gesubsidieerd wordt, is relatief klein en vrij stabiel gebleven. Het aantal auteurs dat dankzij een duurzaam commercieel succes van de tekstverwerker kan leven idem dito. Behoor je niet tot de gesubsidieerden of de structurele bestsellers, dan kun je van schrijven nog altijd je beroep maken, door er bijvoorbeeld les in te geven, redactiewerk te doen, scenarist te worden, het podium op te zoeken,... Maar dit veronderstelt dat er een vrij ruim publiek is voor je werk en dat je de nodige ‘beroepservaring’ kunt opbouwen. Dat doe je niet ‘na je uren’, en daar begint het schoentje dan ook stilaan te wringen.
Toen ik debuteerde in 1983 met een verhalenbundel voor volwassenen, op een zeer bescheiden oplage van 500 stuks, werd die binnen de kortste keren herdrukt en ging mijn boek vlot over de 1000 exemplaren, hoewel verhalenbundels niet echt populair waren en ik er ook geen prijs mee won of op een andere manier in de kijker liep. Maar alle grote kranten hadden toen nog hun literaire rubriek, en de debuten van dat jaar waren op de vingers van één hand te tellen. Net geen dertig jaar later had de verhalenbundel die de Debuutprijs in de wacht sleepte op dat moment nog geen 200 exemplaren verkocht.
Toen ik in 1987 debuteerde met een jeugdroman bij wat toen de grootste Vlaamse uitgever van jeugdliteratuur was, gebeurde dat op 4000 exemplaren, kochten alle bibliotheken het boek aan, was het drie jaar lang in zowat alle boekhandels te vinden, en op het einde van de rit uitverkocht. Een echt groot succes was het niet eens: de kritieken waren matig en de andere boeken van dat jaar deden het beter, in die mate zelfs dat ik met mijn volgende jeugdroman naar een andere uitgever moest uitkijken. Een kwarteeuw later is de levensduur van een boek gereduceerd tot enkele maanden, mag je de vingers kruisen als het de boekhandel haalt, kopen bibliotheken steeds spaarzamer aan en is de kans erg klein dat je een recensie krijgt in een dag- of weekblad, geïnterviewd wordt op de radio of twee minuten met je kop op TV verschijnt.
In 1983 kon het nog gebeuren dat een uitgever een boek publiceerde zonder dat er een redacteur aan te pas was gekomen, en dat het een cover meekreeg die bestond uit het logo van de reeks, met voor iedere titel een ander kleurtje. Qua redactionele begeleiding en vormgeving zijn de reguliere uitgevers er met rasse schreden op vooruit gegaan; qua promotionele en commerciële omkadering is de auteur die geen bestsellers schrijft er evenredig op achteruit gegaan. Uitgevers kunnen nu eenmaal niet al de 88 titels uit hun aanbieding ‘in de markt zetten’, dus doen ze alleen nog inspanningen voor de gewaarborgde bestsellers of auteurs die om een of andere reden mediageniek genoeg zijn om te scoren. Bij een grote uitgever word je als auteur-van-het-middenveld gereduceerd tot je rugnummer; men kan geen tijd, energie of centen meer spenderen in het uitstippelen van een persoonlijk traject, laat staan het leveren van een inspanning-op-maat om je boek aan lezers te helpen. Wil je een promotiecampagne opzetten of heb je een goed marketing-idee, dan sta je er alleen voor en kun je ten allen tijde op de morele steun van je uitgever rekenen.
Het resultaat is dat steeds meer boeken, die door de reguliere uitgevers op hun intussen traditioneel geworden manier ‘geëxploiteerd’ worden, gedoemd zijn na een paar honderd exemplaren een stille dood te sterven. En dat jonge auteurs die het tot hun ambitie rekenen vroeg of laat van schrijven hun beroep te maken, er de brui aan geven na twee of drie boeken die hooguit een paar honderd exemplaren verkochten. Zelfs schrijvers die tot het commerciële middenveld behoren en toch al een tijdje meegaan, zien jaar na jaar hun oplages en verkoopcijfers dalen. In de scholen is literatuuronderwijs geen prioriteit meer, en word je als jeugdschrijver bijvoorbeeld nog wel gevraagd om lezingen te geven, maar hoeven de jongeren je boek niet meer te lezen, laat staan dat er nog een boek zou aangekocht worden. De leerkracht leest een hoofdstuk voor in de klas, de schrijver komt op bezoek, en meer moet dat niet zijn.
Is het dan werkelijk allemaal kommer en kwel? Nee, bijlange niet. Nooit eerder heeft de individuele auteur zoveel middelen tot zijn beschikking gehad om zijn potentieel publiek op te zoeken, te bereiken en aan zich te binden. Bovendien hebben de ‘woordarbeiders’ van deze tijd – in de beste marxistische traditie, jawel! – de beschikking gekregen over de productiemiddelen. Hebben wij nog uitgevers nodig om boeken te maken? Nee. Hebben wij nog uitgevers nodig om boeken op de markt te brengen? Ook niet. Laat bijgevolg dan – om een beetje in de sfeer te blijven – die honderd of zelfs duizend bloemen maar bloeien… en laat al die boeken hun publiek vinden, ook al telt het maar een paar honderd koppen. Want als niemand het voor ons doet, kan wat we zelf doen, alleen maar beter zijn. En dan is niet alleen de voldoening, maar ook de verdienste navenant.

Praktijkvoorbeeld 1: Als een uitgever een poddie doet…


Bij sommige uitgevers begint het stilaan door te dringen dat het oude business-model aan een grondige herziening toe is. Het heeft geen zin ieder seizoen weer ‘een schot hagel’ te lossen – zoals de voorzitters van de VAV het uitdrukten – in de hoop dat één loden bolletje doel treft, om een paar jaar later altijd weer dezelfde onverkochte stocks door de papierversnipperaar te jagen, omdat zelfs De Slegte zit aan te hikken tegen een onoverzienbare boekenberg. Is het in dat geval niet verstandiger in plaats van met oplages van een duizendtal exemplaren aan de slag te gaan met ‘printing on demand’? Zou men niet beter voor iedere auteur een eigen parcours uitstippelen, en meer gaan werken ‘op maat van het boek’? Gaat het om een auteur die veel lezingen geeft – een circuit dat bloeit als nooit tevoren! –, moeten we er dan niet voor zorgen dat zeker de boeken van die auteur aanwezig zijn in scholen, bibliotheken, boekhandels, op plaatselijke boekenbeurzen… in plaats van de alomtegenwoordige Geronimo Stiltons of de verzamelde tinten van de regenboog? De vroeger ooit gegarandeerde verkoopskanalen van boekhandel en bibliotheek zijn dichtgeslibd, moeten we ons dan ook niet gaan richten op de online verkoop die ontegensprekelijk in de lift zit, of op het ebook dat alvast in het buitenland al een hoge vlucht heeft genomen? Is het in dat geval wel een goeie zet, als het gedrukte boek 19,50 euro kost, het ebook nog 14,95 te laten kosten? Je houdt daar als uitgever dan wel een aardig bedrag aan over, maar wat schiet je ermee op als niemand het ebook lust omdat het gewoon veel te duur is?
Het zijn stuk voor stuk verstandige vragen (er bestaan nu eenmaal geen domme) en doe je  een poging om een antwoord te formuleren, dan kun je nooit om het verschijnsel ‘POD’ heen. Dat is prima. Het wordt alleen iets minder prima als de uitgever die heerlijke nieuwe POD-technieken blijkt te gebruiken om uitsluitend de eigen kassa te spijzen, ten nadele van de auteur.
Van het volgende verhaal ben ik ooggetuige noch slachtoffer geweest; ik heb het opgepikt in het geruchtencircuit. Maar omdat ik de protagonisten enigszins tot vrij goed ken, en de bron doorgaans ‘welingelicht’ mag worden genoemd, klonk het mij bijzonder geloofwaardig in de oren. Laten we het dus houden op een praktijkvoorbeeld van wat er mogelijk kan gebeuren als een reguliere uitgever een poddie doet.
Stel, je bent een auteur die al een aantal boeken op de teller heeft staan bij een kinder- en jeugdboekenuitgever, maar eerder al werd je nieuwe boek geweigerd, en dat gebeurt ook met je nieuwste.
Je reageert enigszins korzelig: ‘Als het zo zit, ben ik weg!’
‘Jamaar,’ zegt je uitgever. ‘Misschien moeten we dan toch nog maar eens praten.’
En hij stelt je voor het boek uit te brengen in POD, en tegen een royalty van 5%. Het is een voorstel waar in wezen niks mis mee is, en dat je kunt nemen of laten. Je reguliere uitgever wordt hiermee eigenlijk een POD-uitgever, maar goed: er is ook helemaal niks mis met POD-uitgevers. De echt goeie en betrouwbare POD-uitgevers bieden je zelfs de gebruikelijke royalty van 10%, en bij zo’n POD-uitgever kun je tegen betaling meestal ook een pakket ‘extra diensten’ verkrijgen, variërend van redactie tot promotie van je werk. Zie in dit verband de FAQ’s van:

  
Waarom de royalty de helft bedraagt ten opzichte van de doorsnee POD-uitgever, terwijl deze reguliere uitgever toch ook geen investering doet, geen enkel risico loopt en qua extra diensten nauwelijks meer te bieden heeft dan de doorsnee POD-uitgever? Tsja.
Er dan stelt er zich ook nog een probleempje met de afrekening. Een reguliere uitgeverij werkt doorgaans met oplages van 500 à 2000 exemplaren, al duikt men tegenwoordig hier en daar zelfs al eens onder die benedengrens.  Bij een POD zijn oplages van 50 tot 100 stuks normaal: voor meer dan 100 exemplaren hebben POD-platformen al speciale, extra-voordelige voorwaarden, en ben je eigenlijk ook beter af met offset. Een belangrijke vraag is dan ook hoe de reguliere uitgever zijn POD-uitgave zal afrekenen: als dit allemaal via zijn reguliere administratie en boekhouding moet lopen, is het commercieel niet rendabel en wordt de kans op ‘fouten en vergetelheden’ ten nadele van de auteur nog groter dan bij de ‘gewone’ oplages. Van een POD-oplage, gedrukt op een of ander POD-platform, hoeft er ook geen enkel spoor achter te blijven in de reguliere boekhouding van de reguliere uitgever, en ook de oplages hoef je daar niet in terug te vinden, want die is bij POD ‘onbepaald’.
Allemaal echt wel problematisch, dus. Tenzij die reguliere uitgever het ‘rechtstreeks betalingssysteem’ gebruikt dat ingebouwd is in de meeste POD-platformen, en waardoor hij zelf geen boekhouding of administratie hoeft bij te houden voor de POD-verkoop…
Op het POD-platform van Lulu lees je daar alles over:


Maakt de uitgever geen gebruik van dit win/win-systeem, dan heeft hij mogelijk een ander systeem in gedachten, waarbij maar één partij wint. En dat zal dan heus niet de auteur zijn.

Royalty’s: 0.


POD-platformen en POD-uitgevers hebben een set middelen ter beschikking, die er het leven van zowel een reguliere uitgever als zijn auteur aanzienlijk kunnen op vergemakkelijken. Gebruikt de uitgever – hij zit nu eenmaal aan de bron – deze middelen niet, of op linke wijze, dan wordt de deur wijdopen gezet voor allerlei soorten oneerlijke handelspraktijken. Want de tool van de rechtstreekse betaling (van POD aan auteur) kan door de uitgever, die de interface beheert, ook stevig misbruikt worden.
Zo lezen we op de FAQ van het POD-platform ShopMyBook als antwoord op de vraag ‘Wat verdien ik aan de publicatie van mijn boek?’ het volgende: ‘Je ontvangt als auteur of organisatie een fee op de verkoop van jouw boeken via ShopMyBook. Het percentage van de fee kan je zelf kiezen uit 0 - 10 - 15 - 20%. In het boekenvak krijgt de auteur gebruikelijk een fee van 10% op de verkoopprijs excl. BTW. Het bedrag van je royalty's wordt overgemaakt op jouw PayPal account die je verondersteld wordt te bezitten tijdens de publicatie. Let wel: PayPal houdt een commissie van 2% (met een maximum van $1) in op het uitbetaalde bedrag voor administratiekosten. Het bedrag dat u ontvangt kan dus licht verschillen.’
Met vzw de Scriptomanen maakten we in opdracht van het Aalsters Literair BonTgenootschap en met het POD-platform ShopMyBook 15 exemplaren van een luxueuze cataloog van een tentoonstelling, waarop geen auteursrechten dienden betaald. Het percentage van de ‘fee’ werd bijgevolg door de Scriptomanen, beheerder van het account (en dus de uitgever), op nul gezet. Dat zag er dan zo uit:




Het is voor de uitgever een kleintje je een screenshot van deze interface toe te sturen, het enige bewijsstuk van het aantal verkochte exemplaren en de corresponderende royalty die daarvoor met jou als auteur dient afgerekend te worden. En die je niet noodzakelijk op je PayPal-rekening ontvangt, als de uitgever een ander percentage heeft ingegeven dan wat overeengekomen is.
Maar hiermee is de kous nog niet af. Want je kunt er als uitgever zoveel accounts op ShopMyBook op nahouden als je wil, of zelfs op andere en gelijkaardige POD-platformen zoals Lulu. Zo’n account, en (een deel van) de boeken die bij dit account horen, kan dan zowel ‘privé’ gezet worden als ‘voor iedereen toegankelijk’. Op de FAQ van ShopMyBook lezen we hierover: ‘Standaard wordt je boek getoond op onze website en is het wereldwijd beschikbaar voor alle internetgebruikers die het wensen te kopen. Indien je niet wenst dat je gepubliceerde boek voor iedereen zichtbaar en te koop is op onze ShopMyBook website, heb je nog twee mogelijkheden. Je kan ervoor kiezen om je boek privaat te houden. In dit geval is je boek enkel voor jou zichtbaar en bestelbaar in de sectie |MIJN BOEKEN|. Andere bezoekers of geregistreerde gebruikers van onze de website kunnen dit boek niet zien of bestellen. De andere mogelijkheid bestaat erin om het boek te beveiligen met een toegangscode. Na het opladen wordt deze code per mail verstuurd naar de auteur. Die kan dan zelf de toegangscode versturen naar andere gebruikers.’
Als je er zeker van wil zijn dat er geen piraat-oplages van je werk gedrukt worden, verdient het aanbeveling in je contract te laten opnemen dat de uitgever je moet melden met welke POD-platform(s) hij werkt, dat je van elk POD-platform één exemplaar van je boek zult ontvangen (met een eigen ISBN-nummer), dat je een screenshot of kopie te zien zult krijgen van de royalty afrekening van de POD, en eventueel ook dat je rechtstreeks betaald wil worden met PayPal. Een bona fide uitgever zal hier niet de minste moeite mee hebben, want het bespaart hem een hoop administratieve en boekhoudkundige rompslomp.

Het kind van de rekening


POD-uitgevers bieden à la carte reeds een aantal diensten aan die de reguliere uitgever standaard aanbiedt: redactie, vormgeving, ISBN, promotie… Daarnaast blijft de reguliere uitgever enkele voordelen hebben waarover de POD-uitgever niet beschikt: toegang tot de (landelijke) media bijvoorbeeld, of distributie naar de boekhandel. Jammer genoeg moeten steeds meer reguliere uitgevers ook op die domeinen terrein prijsgeven of hebben zij dat al gedaan: het gros van de boeken dat tegenwoordig verschijnt bij een reguliere uitgever moet het stellen zonder enige aandacht in de media, die nog tot ver in de jaren 90 in grote mate zo goed als gewaarborgd was. En lang niet alle boeken die verschijnen bij een reguliere  uitgever dringen nog op grote schaal door tot de boekhandel of de bibliotheken.
Wat heeft die reguliere uitgever, vanuit het standpunt van de auteur, dan nog voor op de POD-uitgever, of zelfs een boek dat uitgegeven wordt in eigen beheer, en waarbij je als auteur gebruik maakt van een POD-platform? Het kwaliteitslabel dat verbonden is aan zijn naam, misschien. Maar als de reguliere uitgever ook die goeie naam te grabbel gooit door zijn toevlucht te nemen tot bedenkelijke handelspraktijken, tsja… dan mag hem dat op korte termijn wel een leuke korf eieren opleveren, maar vrees ik dat het op iets langere termijn windeieren zullen blijken.
Bij alle POD-uitgevers -of platformen kun je een offerte vragen, en bij Lulu kun je ook makkelijk berekenen hoeveel een boek je kost. Grofweg komt een boek van pak weg 150  bladzijden, met een oplage van 100 exemplaren, op iets van een € 500, verzending en ISBN incluis. Zet je de prijs op 15 euro – want die bepaal je zelf – dan kun je vast ook zelf wel uitrekenen hoeveel het je erbij verliest als je met een reguliere uitgever in zee gaat die je een royalty van 5% wil geven op het verkochte aantal exemplaren, en geen enkele garantie wil bieden dat dit aantal ook overeenstemt met de werkelijkheid. Als kind van de rekening, vier je de Dag van de Auteur dan best op 28 december. 
Nu goed. De Vlaamse Auteurs Vereniging heeft de problematiek reeds ter harte genomen. Auteurs die met POD-voorstellen geconfronteerd worden zoals geschetst in het praktijkvoorbeeld, kunnen contact opnemen met:

natalie@auteursvereniging.be0475 93 50 54

Hierbij zou ik echter ook een dringende oproep willen doen aan het Vlaams Fonds voor de Letteren (dat toch als doel heeft ‘de sociaaleconomische positie van de Vlaamse auteurs’ te verbeteren), de Vlaamse Uitgevers Vereniging en Sabam om de POD-problematiek ook aan te pakken. Een eerste stap daarbij moet zijn een aanpassing van het modelcontract, dat geen rekening houdt met de specificiteit van een POD-exploitatie en de deur open houdt voor allerlei soorten misbruik, waarvan dit eerste praktijkvoorbeeld – jammer genoeg – nog het minst erge is.

Wordt dus, euhm, vervolgd.


15.4.13

Uitgevers die te kaperen varen, doen dat met een POD (1)


De Weldaden van Printing on demand


Printing on demand
, gewoonlijk afgekort tot POD, is volgens Wikipedia ‘een proces binnen de grafische industrie waarbij boeken pas worden gedrukt wanneer daar voldoende vraag naar is’. POD is inderdaad een schitterende, kosten- en bomen sparende uitvinding, waarmee een uitgever kan voorkomen dat hij met een massa onverkochte boeken blijft zitten, of grote voorraden voor langere tijd moet stockeren.

POD wordt door reguliere uitgevers al eens aangewend om in het verleden redelijk succesvolle titels beschikbaar te houden, zonder dat men moet overgaan tot een toch niet geheel risicovrije nieuwe druk. Sommige uitgevers zouden, nog steeds volgens Wikipedia, zelfs een speciale ‘backlist’ hebben ingevoerd, zodat oude titels uit het fonds waarvan de laatste gewone druk is uitverkocht bij inschrijving en vanaf 50 à 100 exemplaren herdrukt worden. Ook voor auteurs die in eigen beheer willen publiceren, of die zich richten op een nichemarkt, heeft POD alleen maar voordelen. Een auteur - of een ‘kleine uitgever’ - laat het aantal exemplaren drukken dat hij op korte termijn kan verkopen, en voor de langere termijn zijn er de webwinkels – zowel de ondertussen vele kleine en enkele grote als Bol.com, maar ook de webwinkel die bij het POD-platform hoort, en eventueel een eigen webwinkel.

POD heeft – eerlijk waar – alleen maar voordelen, zowel voor de uitgever als de auteur. Zo stellen internationale POD-platformen met een Vlaamse of Nederlandse afdeling zoals Lulu of ShopMyBook de middelen ter beschikking waarmee een auteur zelf de royalties op zijn verkochte exemplaren kan bepalen, die vervolgens rechtstreeks – al of niet via Paypal – op zijn rekening worden gestort. Een uitgever die met POD werkt kan op die manier én de auteur rechtstreeks laten betalen én zijn eigen winst opstrijken, zowel van de oplages die hij laat drukken en slijt op – bijvoorbeeld – plaatselijke boekenbeurzen of in het kader van 'speciale acties', maar ook van de verkoop via webwinkels. Voor de auteur zijn de zeer snelle en absoluut transparante afrekeningen een winstpunt, voor de uitgever ligt de winst - benevens de aanwezigheid op het web en de gratis publiciteit - in het uitschakelen van een tijdrovende administratie en boekhouding.

POD is, met andere woorden, ongetwijfeld een win/win gegeven, zowel voor de auteur als voor de uitgever. Maar dat geldt uiteraard slechts zo lang één van beide partijen deze mooie nieuwe uitvinding niet gaat misbruiken ten koste van de andere. In het Nederlandse taalgebied zijn niet alleen enkele POD-platformen actief die op een volstrekt heldere en integere manier de verworvenheden van de digitale boekdrukkunst ten dienste stellen van zowel auteurs als uitgevers. Er zijn ook – en vooral in Nederland – een aantal uitgeverijen actief, die er geen geheim van maken in meer of mindere mate POD-technieken te hanteren, en hier ook op de meest transparante manier rond communiceren. Nogal wat reguliere uitgevers zouden een voorbeeld kunnen nemen aan de klaar en duidelijke, zakelijke communicatie bij 'kleine', al dan niet 'niche' of POD-uitgevers als Bola Editions, Zilverspoor, Boekscout of Free Musketeers.  Daar situeert zich dan ook geen enkel probleem, integendeel. Het probleem situeert zich bij enkele Vlaamse ‘reguliere’ en schijnbaar zeer bonafide uitgevers, die het POD-systeem op een malafide manier hanteren, tot scha van de auteur… en de eigen schande.

Kapers op de kust...


Als docent literaire creatie aan de Academie voor Podiumkunsten in Aalst krijg ik wel eens te maken met beloftevolle, al dan niet jonge, beginnende schrijvers. Als ex-jeugdauteur, die zich nu op een ‘volwassenen’ publiek richt, word ik nog steeds veelvuldig gevraagd om her en der lezingen te gaan geven, ook en vooral tijdens de Jeugdboekenweek. En dan hoor je al eens wat.

Zit je 30 jaar in het schrijversvak (mijn eerste boek verscheen in 1983), dan heb je doorgaans ook al een paar aanvaringen met uitgevers achter de rug. En een oude vos moet je niet te veel streken meer leren, al helemaal niet als die reeds 20 jaar voorzitter is van een schrijverscollectief (vzw deScriptomanen), dat ook actief is als kleine ‘niche-uitgever’ - in het Engels zo romantisch “indie” gedoopt (van ‘independent’). Niche-uitgevers maken dankbaar gebruik van POD, en ondertussen heb ik ook een aardige ‘back catalogue’ opgebouwd van oude titels, waarin de uitgevers van vroeger en nu geen brood meer zien of zagen, en waarvan de rechten gewoon weer teruggekeerd zijn bij mij.  Ik stel die boeken graag weer ter beschikking via POD, en de jongste tijd ook steeds meer als ebook, met het onvolprezen Smashwords-platform. Voor verkoop op lezingen zijn boeken-in-print interessant, want die kun je zelf in kleine aantallen drukken, zodat de prijs per exemplaar makkelijk onder de handelsprijs blijft, en je er nog wat aan verdient ook. Voor verkoop via de webwinkel zijn boeken-in-print niet interessant, omdat de koper van je boek er bovenop de handelsprijs ook nog een verzendingskost op betaalt, en het boek tweedehands of als ebook al gauw minder dan de helft kost.

Deze samenloop van deze omstandigheden maakte dat er tijdens de Jeugdboekenweek van 2013 bij mij een stuk of wat alarmbellen tegelijk afgingen. Op nog geen maand tijd kreeg ik namelijk te maken met drie duidelijke gevallen van POD-misbruik door ‘reguliere’ Vlaamse uitgevers, en ten nadele van de auteur. Om de collega’s te informeren over de vele interessante facetten van POD en het ebook, besloten we met vzw de Scriptomanen in het najaar dan ook een reeks workshops te organiseren rond ‘uitgeven in eigen beheer’. Deze post wil een inleiding zijn op die workshop, en mogelijk ook - in geval van voldoende interesse - op een informatieve bijeenkomst rond POD-misbruiken.  Wie nader geïnformeerd wil worden over de POD-Tips & Tricks, kan toetreden tot de Facebook-groep: Uitgevers die te kaperen varen, doen dat met een POD!  - en/of deze blog te volgen.  




Podcast Luisterboeken