In Tenebris is een tijdschrift in boekvorm, gewijd aan fantastiek en mysterie. Het wordt samengesteld door DannY
De LaeT, die een indrukwekkende staat van dienst heeft opgebouwd in de
fantastische letteren. Dat deed hij als essayist, maar ook als samensteller van
belangrijke bloemlezingen in de jaren 70. Zo debuteerden Guido Eekhaut en Ludo
Noens met een kort verhaal in Tussen tijd en schaduw. Elke editie van In
Tenebris wordt telkens door een andere kunstenaar van een cover
voorzien, en van illustraties. Wat de reeks, uitgegeven door het Gentse Poespa Producties uniek maakt, is dat zij een heerlijke
mix brengt van fictie en non-fictie, van modern klassieke en al dan niet vergeten
oude meesters, van actuele auteurs met een palmares om U tegen te zeggen
en van nieuwe namen. In Tenebris bevat ook altijd een paar interviews – in
dit nummer staat er eentje met mij en met illustrator Steven Van Hasten. En voor de
rest: verslagen over evenementen en boekbesprekingen.
In dit stuk wil ik het hebben over In Tenebris 5, omdat dit nog redelijk eh… persvers is. Later zullen In Tenebris 1 tot 4 aan bod komen, want in het kader van een reeks artikelen over veertig jaar fantastische literatuur in Vlaanderen, valt daar ook wel wat over te zeggen. Van deze recensie werd tegelijk een podcast gemaakt in de reeks Luisterboeken, met muziek van mijn broer Fernand Bernauw, uit wat misschien wel het eerste alternate reality game in Vlaanderen was, Mysteries van het Duivelsteen. De Scriptomanen produceren meer dan twintig jaar later nog steeds moordspelen, zoals mag blijken op deze pagina.
De Nederlandse auteur Arthur Van Schendel, die in
1946 het tijdelijke met het eeuwige ruilde, heeft een omvangrijk oeuvre
nagelaten, met een belangrijke 'fantastische periode'. Veel van zijn korte
verhalen baden in een sprookjesachtige sfeer, maar meer dan eens zijn ze
ronduit griezelig bovennatuurlijk. De hand in het park is één van de
'verhalen uit het vergeetboek' en was voor mij een bijzonder griezellige ontdekking.
Meer van dat krijgen we met Het namaakland van C.S. Lewis,
overleden in 1963 en bekend van onder meer zijn Narnia cyclus. Hij zat
in een 'Oxfordgroep' van schrijvers waartoe ook Tolkien behoorde,
terwijl hij In de Ban van de Ring geraakte. Bij het verhaal sluit een interessante beschouwing aan van Curtis St John Justice, over
deze schrijvers die elk op hun manier een nieuwe vorm van
verbeeldingsliteratuur gestalte gaven.
Met dit soort bijdragen ontsluit In Tenebris telkens
weer een schatkamer van oude verhalen, legt ze de rijke fantastische traditie
bloot en werpt ze een dam op tegen het vergeten. Nog over vergeten auteurs
handelt het artikel van DannY De LaeT, getiteld De dag dat
science fiction Vlaanderen verwoestte, waarin ene R. Van Linden aan bod
komt. Is het een pseudoniem van Jos Van Limbergen - astronoom en
wetenschappelijk vulgarisator? De LaeT stelt zich eens te meer op als literair
detective, en wijst op het belangrijk aandeel van SF in het werk van pioniers
van het stripverhaal als Vandersteen of Sleen. Het is een ten
zeerste grappig artikel geworden, omdat het een goed beeld geeft van de heilige
verontwaardiging en de vooroordelen waarmee, in het Vlaanderen van de jaren 50,
een genre als sciencefiction af te rekenen kreeg. Ik citeer even uit het
wetenschappelijk en vulgariserend essay De Toekomst van de Mens van R.
van Linden:
Deze literatuursoort draagt de naam van "Science
Fiction", een begrip dat overigens niets dan een tegenspraak is.
Inderdaad, natuurwetenschap - en dat is de betekenis van het woordje
"science" - en "fiction" zijn onverbindbare elementen,
precies als water en vuur. (...) Buiten deze onmogelijke koppeling getuigt de
Science-Fiction nog van een verregaande bekrompenheid, spijts alle gewaagde
sprongen van een bandeloze verbeelding. Wel vliegt men in de utopieën van die
literatuur met raketten naar de allerverste spiraalnevels, lost men met
electronen-hersenen de meest ingewikkelde wetenschappelijke, sociologische en
economische problemen op, doch alleen om zich ten slotte in het beste geval zo
menselijk te gedragen als wij, mensen van nu, en dit dan onverschillig of het
geschiedenisje speelt in het jaar 3000 of 20.000 van onze tijdrekening.
Als wij nu tamelijk wat 'literaire' auteurs kennen die zich
aan het genre begeven maar niet altijd tot het genre gerekend worden, dan was
dat in de jaren 50, 60 en 70 niet anders met Gust Gils. Hij is vertegenwoordigd met een zeer kort stuk
getiteld Science Fiction en met een essay waarin hij als avant-gardist in
1957 een 'manifest' over Science Fiction als hedendaagse kunstvorm publiceert.
Dit citaat wil ik je evenmin onthouden:
... dat de zg. "science fantasy" het meest naar
de avant-garde toegroeit, lijkt me normaal: indien de twee elkaar ergens
ontmoeten, zal het zijn op het vlak van de fantazie. Een gemene deler hebben
s.f. en avant-garde alvast, door Gerrit Kouwenaar omschreven als "het
zoeken naar het wonder".
Het "wonder": een begrip dat we gemakkelijk in
verband brengen met poëzie. Men denke daarom niet dat s.f. een dankbaar terrein
zou zijn voor poëzie. Wel is s.f. vaak zeer poëties, op de wijze dat proza
poëties kan zijn (vnl. bij Bradbury - weeral), maar het is een prozakunst.
En DannY De LaeT laat het essay volgen door een gedicht van Gils... over Howard Philips Lovecraft, uit Manuskript gevonden tijdens achtervolging (1967).
![]() |
| Blackout poetry / stiftgedicht van Patrick Bernauw |
Veel te jong gestorven, in 1989, op 51-jarige leeftijd, is Paul
Van Herck. Een moderne klassieker in het genre, met zijn Sam, of de
Pluterdag (1968), vertaald in het Engels, Spaans, Zweeds, Frans, Duits en
Hongaars. In deze roman kun je een extra dag in de week opnemen als je genoeg
gespaard hebt, maar Pluterdagen blijven wel gereserveerd voor de gefortuneerde
happy few. Met zijn kort verhaal Het project Bonaparte zitten we volop
in het thema van dit nummer: tijdreizen, of uchronie (= 'alternatieve
geschiedenis'). De bekende tijdreis paradox slaat toe op het slagveld van
Waterloo, in een zeer vermakelijk verhaal. Hierbij sluit een essay van Anton
Marcus aan, over o.a. de 'uchronie' als medicijn voor een Frans nationaal trauma:
Toen Napoleon de slag bij Waterloo won. Ah ja.
Ook binnen het thema valt Het anachron effect van Ludo
Noens, die altijd garant staat voor kwaliteit, zowel in zijn speculatieve
fictie als non-fictie. Hier speelt een centrifuge op de kermis een wel heel
merkwaardige rol... en wat een slot, Ludo! Ten zeerste boeiend is het essay
waarin hij zich de vraag stelt of er een toekomst is voor de tijdmachine. Dit
gaat over de stand van zaken in de actuele natuurkunde, waarin uiteraard
Einstein, de ruimtetijd en de klokparadox aan bod komen... tot en met de
kwantumeffecten en de theorie van het multiversum. Het had niet misstaan in het
Nederlandse tijdschrift BRES, waar Ludo ooit kind aan huis was, en dat zich specialiseerde
in dit soort speculatieve non-fictie. BRES bestaat overigens nog steeds,
DannY... zij het wel als flauw new age afkooksel van wat het ooit
was.
Mijn eigen verhaal, In een klein stationnetje,
verkent een zeer persoonlijke 'alternatieve geschiedenis'. Terwijl ik het
schreef, realiseerde ik me dat ik met een thema dat gewoonlijk tot de
sciencefiction wordt gerekend eigenlijk een zuiver magisch realistisch verhaal
had geschreven. Ik wil maar zeggen, ook over de labels die we een verhaal
meegeven, zou je een hele relativiteitstheorie kunnen formuleren. Het
begint met een passage geïnspireerd door een 'valse herinnering' die ik eerder
al uitgebreid beschreven heb in Een magisch-realist in Mysterieus België:
Aan het klein stationnetje, diep in wat ik graag het
Grote Kolenwoud noem, is een van mijn oudste en dierbaarste herinneringen
verbonden: mijn vriendinnetje Aurora en ik, allebei vier jaar oud, hand in hand
op weg naar de kleuterschool daar beneden, in het dorp. We hebben er nooit de
tram genomen, we volgden alleen maar de sporen. De tram nemen was trouwens
onmogelijk, want op de dag van mijn dierbaarste herinnering wuifden we de
laatste uit.
![]() |
| Blackout poetry / stiftgedicht van Patrick Bernauw |
En dan zijn er nog de korte verhalen die buiten het thema
vallen. Benny Baudewyns is wellicht vooral bekend als thrillerauteur
(hij won de Diamanten Kogel van 2001 voor Het Zwartberg Plan) - maar hij
doet ook aan toneel, als schrijver en als acteur, en dat merk je aan de straffe dialogen. Met Robbert schreef hij een geweldig verhaal over
'wanen': 'Er is helemaal niks mis met een sterke fantasie. Je zou die
moeten uitbuiten, de wereld gaat ten onder aan saaiheid. Doorbreek dit
fenomeen, schrijf op wat je denkt waar te nemen, maak er een verhaal van.
Misschien wordt het wel gepubliceerd in een tijdschrift.' Deze passage
ontlokte mij een spontane giechel, je begrijpt vast wel waarom.
Baudewyns laat 'een onbetrouwbare verteller' aan het woord,
wat altijd een interessant perspectief is, en in deze context natuurlijk dubbel
zo goed werkt. Hij is een meester van de rake typering: in een paar simpele
zinnen zet hij een beeld van een personage vast in de verbeelding van de lezer.
Voor deze oudere vrouw gaat het zo: Ze draagt een smoezelige regenjas en
heeft een hoofddoek met bloemetjes over haar grijze haren, die op zijn plaats
wordt gehouden door een dubbele knoop onder haar kin.
Herbert De Paepe is vooral bekend als misdaadauteur en schreef met De verdwenen reuzenwolf dan ook een mysterieuze crimi. Ik werd hier eveneens getroffen door het gegeven
dat je geen ellenlange beschrijving van een personage nodig hebt om dat zichtbaar
te maken voor een lezer. Integendeel, less is more, lees maar: Wanda
was een pientere jongedame, net van de universiteit, die zich voor haar werk
kleedde alsof ze naar een cocktailparty ging.
Guido Eekhaut levert nog maar eens een bewijs dat
vakmanschap tot meesterschap leidt. Mocht ik nog actief zijn als docent
creatief schrijven, ik had deze magisch realistische psychohorror van Misaki
kunnen gebruiken als een schoolvoorbeeld van 'suspense', en hoe je
die opbouwt. Zet een mysterie op - een vraag waarop je niet meteen een antwoord
geeft… en geef het antwoord ergens halverwege dan toch… maar slechts
gedeeltelijk, zodat er alweer een nieuwe vraag rijst... Het einde blijft
redelijk open, en toch vallen er geen losse eindjes te bekennen. 'Wow!' zeg ik
dan.
Frank Roger is nog zo’n onbetwiste meester van het
kortverhaal, die mij met De Rathcliffe-variatie enigszins teleurstelde.
Ja natuurlijk brengt hij 'variaties op een thema' (dat overigens ook alles met
tijdreizen te maken heeft, waarom is het niet in die afdeling opgenomen?) maar
de nodeloos lange letterlijke herhalingen zijn er wat mij betreft te veel
aan.
Ook bij het verhaal van die andere oude bekende, Johan
Deseyn, heb ik enige reserves. De eerste twee akten van Via de kinderen zijn
ijzersterk. In de beste Stephen King traditie schetst hij een oude man, eenzaam
op een bank gezeten bij een speelpleintje tussen torenhoge flatgebouwen. Sam Melchior observeert de spelende kinderen en onderscheidt twee groepen: de Gelukkigen en
de Norsen (‘Akt 1, Opzet,’ zegt de schoolmeester). Vanaf dat moment wordt het
behoorlijk verontrustend, want er is duidelijk iets vreemds aan de hand met de
Norsen (Akt 2, Ontwikkeling). Tot hier zijn personages en gebeurtenissen zo
geloofwaardig als wat, maar in Akt 3 (Afwikkeling) krijgen we een typische infodump
voorgeschoteld. Het fenomeen staat ook bekend als een 'As You
Know, Bob' Dialoog, waarin de schrijver via de dialoog broodnodige
informatie meegeeft aan de lezer… en het verhaal daardoor ongeloofwaardig
wordt. Dan gaan twee personages elkaar bijvoorbeeld dingen vertellen die ze
allebei al lang weten. Hier zijn het de Norsen die doodleuk vertellen wie ze
zijn en wat ze hier komen uitvreten. Maar waarom zouden ze in ’s hemelsnaam die
moeite nemen? En daar gaat mijn suspension
of disbelief samen met mijn sense of wonder dat nochtans zo
vakkundig was opgebouwd. Het had ook makkelijk vermeden kunnen worden
door exact dit verhaal vanuit een ander perspectief te vertellen. Maak van de
77-jarige Sam Melchior een 'ik' en je houdt de optie open dat hij is gaan
dementeren, hij kan voor mijn part zelfs stemmen horen.
David Troch is een veelvuldig gelauwerd – in
Vlaanderen én Nederland – dichter, schrijver en regisseur. Hij staat met beide
benen in de literaire wereld, doet aan poetry slam, is docent creatief
schrijven geweest. Qua inleiding tot zijn verhaal De Aktetas had het dus
wel iets meer mogen zijn dan 'persoonlijk weten wij niet zoveel over hem'.
Misschien toch even Wikipedia
raadplegen? Het is een beetje symptomatisch voor In Tenebris, dat het weinig of geen oog heeft voor wie de jongste veertig jaar
opereerde en nog opereert in het genre - maar onder het ‘literatuur’ label. Het verhaal
van David Troch is overigens uiterst bevreemdend – vorm en stijl versterken de
inhoud: hij schrijft uitermate ritmisch (hier toont zich volop de dichter, de
slam poet of de toneelmens) en op die manier letterlijk 'meeslepend'. Qua
inhoud kwam Psycho me spontaan voor de geest.
Silke Beurms en Patrick Verlinden zijn twee debutanten die het verhalen departement afsluiten. Magdalena heeft het licht gezien van Silke Beurms overtuigt van begin tot eind. In de formulering herkent men de meester, dit is een volzin om in te lijsten: Dus zeg ik liever niets over wat komen zal en rijd naar een langzaam uitdovend dorp waar de dakpannen al tientallen jaren van de kerk vallen, de laatste bakker langzaam verandert in een broodautomaat, en de snelweg altijd op de achtergrond ruist. En nog eentje om het af te leren: Niemand kan op twee plaatsen tegelijkertijd zijn zonder een deel van zichzelf te verliezen. Je moet de context kennen om deze ten volle te snappen... maar wat een talent!
Straight Flush van
mijn voornaamgenoot is een merkwaardige hybride van essay en verhaal, zoals ik
die zelf graag bedrijf, en ook een uchronie rond de atoombom die zich van
afdeling heeft vergist. Best onderhoudend geschreven, maar nu worden fictie en
non-fictie vrij lapidair naast elkaar gezet – het verhaal had wat meer
uitwerking verdiend.
![]() |
| Blackout poetry / stiftgedicht van Patrick Bernauw |
Al bij al heeft In Tenebris 5 een heel mooie en
diverse verzameling teksten te bieden, gesitueerd in het domein van de
fantastiek en het mysterie. Dit is bovendien niet alleen een leesboek, maar ook
een prachtig geïllustreerd kijkboek. Nu alleen nog een paar werkpunten
aanpakken, zodat In Tenebris echt wel een hoofdrol kan gaan spelen in de
Vlaamse fantastische letteren. Ik kijk nu al uit naar nummer zes, dat – zo mag
ik wel verklappen want het stond ook in het Editoriaal – over Atlantis en
'imaginaire reizen' zal gaan.
In Tenebris 5 is verkrijgbaar bij de uitgever of in de boekhandel.
Softcover uitgave - prijs 24 euro
Formaat 15 x 21 cm, 256 pagina’s
ISBN 97-8-949351-8063



