20.7.10

Scharpenelle 31 - Ah Keizer Willem die in Duitsland zijt!




HET LICHT DOET PIJN…

Zij schuwen het licht,
want het licht doet pijn aan de ogen
van wie ogen heeft.

Zij die lippen hebben,
prevelen de naam van een liefje,
een vrouw, een engeltje,
een bengeltje,

en eten nog, en drinken,
en gaan door
met adem halen.

Want wat is het leven anders dan doorgaan
met adem
halen?


… IN HET NIEMANDSLAND

Hij kan het nog, mijn Onbekende Soldaat.

Het lukt hem nog en dus gaat hij door
in dit Niemandsland, tussen de linies
van de levenden en het rijk
van de doden.

Zijn bed heeft de vorm van een wasmand.
Dat maakt het adem
halen een beetje
lichter.


SOMS ZINGT HIJ, SANSPAROLE…

Als niemand hem kan horen en alleen in mijn hoofd.
Soms zingt hij, piepend en fluitend
– een spotliedje over de Duitse Keizer.

Een van zijn makkers
is steke-
blind van het gas
& zot van het yperiet.

Soms zingt hij met hem mee:






VERMALEDIJD!

Ah keizer Willem die in Duitsland zijt,
gij zijt vermaledijd, gij zijt vermaledijd.
Uw wil geschiede noch hier en noch elders,
kruip van schrik maar in uw kelders!

Uw rijk verdelen wij in veertig vette brokken
en dan stelen we uw klokken, stelen we uw klokken.
Vergeeft gij maar aan ons, kleine piotten,
dat wij met Uwe Hoogheid spotten!

Want dan leiden wij u al in de slavernij,
wij slaan u neer als David met een kei.
Wij verlossen ons van al het kwade
en gij krijgt geen genade!

Geen opmerkingen: