Walburga Oesterreich behoort tot die zeldzame figuren
uit de misdaadgeschiedenis die zo onwaarschijnlijk lijken dat men denkt: dit moet
wel een romanpersonage zijn. Toch is dit verhaal van a tot z waargebeurd. Het speelde
het zich af, tussen de Amerikaanse industriestad Milwaukee en het snel
groeiende Los Angeles van het begin van de twintigste eeuw. Walburga – bijnaam ‘Dolly’
– was het stralende middelpunt van een geschiedenis van obsessie, seksuele
afhankelijkheid, bedrog, een verborgen leven op een zolder en uiteindelijk een
moord die jarenlang onopgelost bleef omdat de waarheid te ongeloofwaardig leek
om waar te kunnen zijn.
Walburga Korschel werd in 1880 geboren en trouwde op
jonge leeftijd met Fred Oesterreich, een welgestelde fabrikant van schorten en
andere textielproducten. Hun huwelijk leek voor de buitenwereld best wel
succesvol. Fred bezat een bloeiende onderneming en het echtpaar genoot een
comfortabele levensstijl. Achter de gesloten deuren van hun woning ging het er
echter minder harmonieus aan toe. Verschillende bronnen beschrijven Fred als
een dominante, moeilijke man, terwijl Walburga bekendstond als sociaal,
aantrekkelijk en niet bepaald een fan van huwelijkstrouw. Reeds vóór haar
ontmoeting met Otto Sanhuber deden geruchten de ronde over buitenechtelijke
affaires.
Otto verscheen ten tonele in 1913. Hij was zeventien
jaar oud en werkte als hersteller van naaimachines in het bedrijf van Fred
Oesterreich. Walburga was drieëndertig. Wat begon als een huisbezoek om een
defecte naaimachine te herstellen, mondde uit in een seksuele relatie die de
volgende zeventien jaar hun beider levens volledig zou beheersen. Volgens
latere getuigenissen ontwikkelde zich tussen Otto en Walburga een intense
afhankelijkheidsrelatie. Otto zou zichzelf later zelfs omschrijven als haar ‘seksslaaf’,
een woord dat wellicht evenveel zegt over zijn fascinatie voor haar als over
haar controle over hem.
De verhouding bracht een praktisch probleem met zich
mee. Hoe kon men een minnaar verborgen houden in een tijd waarin buren elk
bezoek opmerkten en een echtgenoot onverwacht kon thuiskomen? Walburga vond een
oplossing die even eenvoudig als krankzinnig was. Otto verhuisde naar de zolder
van het huis. Via een verborgen toegang bij de slaapkamer kon hij zich
verplaatsen zonder ontdekt te worden. Jarenlang leefde hij daar als een soort
vrijwillige kluizenaar. Hij beschikte over een bed, een lamp, boeken en
schrijfmateriaal. Overdag hielp hij soms in het huishouden; 's nachts las en
schreef hij sciencefiction verhalen. Walburga bracht hem eten en verzorgde zijn
contacten met de buitenwereld. Voor de buren was hij zogenaamd een
rondtrekkende halfbroer die af en toe opdook. Voor Fred bestond hij
eenvoudigweg niet.
Het meest verbijsterende aspect van de zaak is
wellicht niet dat Otto zich jarenlang verborg, maar dat hij dat bleef doen
terwijl het echtpaar verschillende keren verhuisde. Toen de Oesterreichs in
1918 naar Los Angeles trokken, stelde Walburga zelfs als voorwaarde dat hun
nieuwe woning een zolder moest hebben. Dat was in Zuid-Californië eerder
uitzonderlijk. Otto reisde vooruit en installeerde zich reeds in de nieuwe
woning voordat Fred en Walburga arriveerden. Zo verhuisde niet alleen het
echtpaar naar een andere staat, maar ook de verstekeling, ‘de gevangene der
liefde’, die officieel niet bestond.
Intussen verslechterde het huwelijk tussen Fred en
Walburga verder. Op 22 augustus 1922 bereikte de spanning een hoogtepunt. Het
echtpaar kwam ruziënd thuis. Op de zolder hoorde Otto de verhitte
woordenwisseling. Wat er vervolgens precies gebeurde, is nooit volledig
duidelijk geworden. Volgens latere verklaringen dacht Otto dat Fred zijn
geliefde aanviel. Hij greep twee pistolen en kwam van de zolder naar beneden.
Er ontstond een worsteling waarbij Fred werd neergeschoten. Hij stierf ter
plaatse.
De twee geliefden beseften onmiddellijk dat hun levens
op het spel stonden. Daarom besloten zij de scène te manipuleren. Het moest
lijken alsof onbekende inbrekers het huis waren binnengedrongen. Otto nam geld
en een kostbaar horloge mee om de schijn van roof te versterken. Vervolgens
sloot hij Walburga op in een kast en gooide de sleutel weg. Toen de politie
arriveerde, trof zij een kersverse weduwe aan die opgesloten zat en beweerde het
slachtoffer te zijn geworden van een gewelddadige overval. De rechercheurs
vertrouwden haar verhaal niet echt, maar slaagden er niet in een bevredigende
oplossing te vinden voor het raadsel. Want hoe had een vrouw haar echtgenoot
kunnen vermoorden terwijl zij zelf opgesloten zat in een kast? Zolang zij niets
afwisten van Otto's aanwezigheid ontbrak de ontbrekende schakel in de puzzel.
De zaak bleef jarenlang hangen tussen verdenkingen en gebrek
aan bewijs. Nog ongelooflijker is dat Otto na de moord niet vluchtte. Hij
keerde gewoon terug naar de zolder en bleef daar nog acht jaar wonen. Zijn leven
– men ging hem later Bat Man noemen – werd zo mogelijk nog absurder dan het
al geweest was. Nu Fred dood was, hoefde Otto niet langer doodstil te zijn en
kreeg hij zelfs toestemming een schrijfmachine te gebruiken. Terwijl de politie
vruchteloos op zoek bleef naar de moordenaar, zat die letterlijk boven hun
hoofd terwijl zij Walburga ondervroegen.
Uiteindelijk kwam de waarheid niet aan het licht door
speurwerk, maar door menselijke zwakheid. Dolly maakte het te dol, zij kreeg
nieuwe minnaars en één daarvan was haar advocaat Herman Shapiro. Toen deze
relatie verslechterde, begonnen oude geheimen naar boven te komen. Tegelijk
ontdekten onderzoekers dat Walburga jaren eerder verdachte vuurwapens had laten
verdwijnen. Een pistool werd teruggevonden in de beroemde teerputten van La
Brea, een ander onder een rozenstruik. De druk nam toe, Dolly werd opgesloten
en vroeg haar advocaat om eens naar haar mysterieuze ‘halfbroer’ te gaan
kijken, die bij haar op zolder woonde. Daar trof hij de bleke, magere Otto
Sanhuber aan, die uiteindelijk zijn rol in het drama bekende.
De pers smulde van het verhaal over Dolly en haar
Zolderspook. Het publiek kon nauwelijks geloven dat iemand bijna twee decennia
verborgen had geleefd in de woning van zijn geliefde en het proces groeide uit
tot een nationaal mediaspektakel. Toch leidde alle sensatie niet tot een
duidelijke juridische overwinning. Otto werd weliswaar schuldig bevonden aan
doodslag, maar omdat de verjaringstermijn inmiddels verstreken was, verliet hij
de rechtszaal als een vrij man. Walburga's eigen proces eindigde met een
verdeelde jury. Uiteindelijk werden de aanklachten tegen haar in 1936
definitief ingetrokken. Geen van beiden bracht ooit een dag door in de
gevangenis voor de dood van Fred Oesterreich.
Wat deze zaak zo fascinerend maakt, is dat zij veel
meer is dan een moordverhaal. Het is een studie van macht, afhankelijkheid en
vrijwillige gevangenschap. Otto leefde jarenlang opgesloten in een ruimte die
nauwelijks groter was dan een cel, maar hij bleef daar uit vrije wil. Walburga
creëerde een verborgen parallel universum boven het hoofd van haar echtgenoot,
die al die jaren onder hetzelfde dak leefde als zijn rivaal, zonder het te
beseffen. En de politie zocht jarenlang naar een moordenaar die de crime
scene nooit had verlaten…
Toen Walburga Oesterreich in 1961 stierf, liet zij een
aanzienlijk vermogen na. Otto Sanhuber verdween grotendeels uit het publieke
zicht. Hij had ondertussen een andere naam aangenomen en probeerde een gewoon
leven op te bouwen. Maar zijn plaats in de misdaadgeschiedenis was verzekerd.
Er zijn moordzaken die beroemd worden door hun geweld, andere door hun
juridische gevolgen. De zaak-Oesterreich leeft voort omdat zij iets veel
zeldzamers bezit: een werkelijkheid die vreemder is dan fictie…


Geen opmerkingen:
Een reactie posten