Toen de werklui de oude abdijbibliotheek eindelijk
openbraken, verwachtten ze stof, schimmel en ingestorte boekenkasten aan te
treffen. Niemand verwachtte een man in een pij, gezeten aan een houten tafel, in
een kamer die volgens de bouwplannen al meer dan tweehonderd jaar niet meer
toegankelijk was geweest. Het licht van hun zaklampen gleed over vergeelde
perkamenten, een omgevallen zandloper en een inktpot die allang moest zijn
opgedroogd.
De man keek op, hij leek niet verrast. Een ogenblik bleef
iedereen roerloos staan. De stilte in de ruimte had iets eigenaardigs. Het was
niet de gewone stilte van een verlaten gebouw, maar een zware, bijna tastbare variante
die op de borst drukte zoals water op een duiker. Later zou een van de
arbeiders zeggen dat het voelde alsof de kamer al eeuwenlang haar adem had
ingehouden.
"Wie bent u?" vroeg iemand uiteindelijk.
De man fronste zoals iemand die een vraag niet goed
begrijpt. Toen begon hij te spreken. Zijn woorden klonken als Nederlands, en
toch ook weer niet. Sommige klanken leken eeuwen oud. Andere hadden een vreemde
melodie die niemand kon thuisbrengen.
Een jonge historica, die de restauratie begeleidde, voelde
de haren op haar armen overeind komen. Ze herkende flarden Middelnederlands.
Men bracht de monnik - of wat het ook was - naar buiten. Daar startte de werkelijke
verwarring. Hij kende geen auto's, geen elektriciteit, geen vliegtuigen. Geen
Napoleon, geen Belgische Revolutie, geen Eerste Wereldoorlog, laat staan een
Tweede. Hij kende wel de graaf van Vlaanderen en voor hem was Brugge nog steeds de navel
van de wereld.
Dagenlang ondervroegen wetenschappers hem. Ze onderzochten
zijn kleding, zijn tanden, zijn huid, zijn haar. Alles wees erop dat hij
werkelijk uit de dertiende eeuw afkomstig was.
Op een avond zat de historica alleen met hem in de
onderzoeksruimte. "Waar denkt u dat u zich eigenlijk bevindt?" vroeg
ze.
De man keek haar een tijdje zwijgend aan en glimlachte toen, enigszins droevig. Hij keek naar het raam, waar de regen tegen het glas tikte. "Ik zat in de bibliotheek," zei hij zacht. "Ik sloeg een boek open. Er stond iets in geschreven dat geen mens mocht lezen. Daarna werd alles stil."
Zijn blik dwaalde af naar iets wat zij niet kon zien.
"Toen verschenen… de anderen. Gij."
Diezelfde nacht nog verdween hij. De beveiligingscamera's
registreerden niets: geen deur die openging, geen raam dat werd geforceerd. Om
twee uur drieëntwintig zat hij nog in zijn kamer, om twee uur vierentwintig was
zijn stoel leeg.
Alsof hij altijd al een illusie was geweest.
Alle blackouts zullen op termijn te vinden zijn via deze link. Hier vind je ook alle info over het boek Groetjes uit de vierde dimensie, dat eveneens samengesteld is uit microfictie en illustraties (postkaarten) geïnspireerd door blackout poetry, en andere produkten van het Mystiek Actie Front MAF.
Van alle blackouts is ook een luisterverhaal gemaakt, terug te vinden op de podcast Luisterboeken.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten