Posts tonen met het label luisterboek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label luisterboek. Alle posts tonen

20.7.26

Blackout 04: De eerste keer dat hij stierf

 




De eerste keer dat hij stierf, merkte hij het nauwelijks.

Er was een ziekenhuiskamer geweest, een winteravond waarop de regen tegen de ramen tikte en een verpleegster die hem nog iets had gevraagd wat hij niet meer verstond omdat haar stem al van heel ver leek te komen. Daarna volgde een duisternis die zo volmaakt was dat zij niet eens als duisternis kon worden ervaren. Er waren geen dromen, geen herinneringen, geen tunnel van licht of reeds gestorven familieleden die hem stonden op te wachten. Er was eenvoudigweg Niets.

En vervolgens was er opnieuw Iets.

Toen hij zijn ogen opende, zat hij in de woonkamer van zijn ouderlijk huis. De versleten sofa stond nog naast de kachel, de klok boven de schoorsteenmantel wees tien over acht aan en door het raam zag hij de appelboom die vroeger precies in het midden van de tuin had gestaan. Alles was nog net zoals hij het zich herinnerde.

Aanvankelijk dacht hij dat hij droomde. Maar toen hij naar buiten liep, kreeg hij steeds sterker het gevoel dat niet hijzelf, maar de wereld rondom hem een droom was. De straat lag er verlaten bij, er reden geen auto's voorbij, er klonken geen stemmen. Hij wandelde door de stilte van een toneeldecor dat wacht tot de acteurs hun plaatsen innemen.

Maandenlang dwaalde hij door deze merkwaardige stad die de zijne was. Hij vond winkels waarvan de deuren nooit opengingen, cafés waarin glazen op tafels stonden alsof de klanten elk moment konden terugkeren en stations waar treinen aankwamen zonder passagiers.

Pas veel later ontmoette hij een andere mens. Een jonge vrouw zat op een bank aan een rivier die op geen enkele kaart voorkwam. Ze vroeg hem wanneer hij was gestorven en toen hij antwoordde dat dit vorige week was gebeurd, glimlachte ze en zei: "Dat denkt u maar."

Zijzelf werd geveld in 1912 door een longontsteking. Sindsdien woonde ze hier, in deze vreemde wereld waar mensen uit verschillende tijden elkaar soms ontmoetten alsof de geschiedenis was samengevouwen tot één enkele bladzijde.

In de jaren die volgden ontmoette hij nog lotgenoten: een zeeman uit de zeventiende eeuw, een monnik uit de middeleeuwen, een programmeur uit een verre toekomst die beweerde dat heel deze wereld niet meer dan een simulatie was. Hun verhalen verschilden in bijna alles, behalve in één detail: iedereen was gestorven, en hij of zij was daarna hier terechtgekomen.

Langzaam groeide het vermoeden dat deze plaats geen hiernamaals was, maar… iets anders. Gebouwen leken soms alleen te bestaan omdat iemand ze zich herinnerde. Straten verdwenen wanneer hun laatste bewoner vergeten werd... of ze vergat. De stad was niet opgebouwd uit steen en beton, maar uit herinneringen die hardnekkig weigerden te verdwijnen.

Op een avond bracht de vrouw hem naar een verlaten vlakte waar een eenzame deur stond, zonder muur eromheen, zonder huis - alsof ze daar door niemand en voor niemand was achtergelaten.

"Wat bevindt zich erachter?" vroeg hij.

"Dat weet niemand," antwoordde de vrouw. "Wie erdoor gaat, keert nooit terug."

Jarenlang bleef de deur hem achtervolgen - spreekwoordelijk, uiteraard. Uiteindelijk won zijn nieuwsgierigheid het pleit. Op een dag legde hij zijn hand op de koude klink, dacht aan de regen tegen het ziekenhuisraam op de avond van zijn dood en aan alle herinneringen waaruit deze wereld was opgebouwd.

Toen opende hij de deur.



Alle blackouts zullen op termijn te vinden zijn via deze link. Hier vind je ook alle info over het boek Groetjes uit de vierde dimensie, dat eveneens samengesteld is uit microfictie en illustraties (postkaarten) geïnspireerd door blackout poetry, en andere produkten van het Mystiek Actie Front MAF.

3.7.26

Blackout 03: De tuin die terugkeerde

 



De oude man woonde alleen aan de rand van het dorp, in een huis dat langzaam door klimop en vergetelheid werd veroverd. Niemand wist precies hoe oud hij was. Sommige buren beweerden dat hij er altijd al had gewoond. Anderen herinnerden zich vaag dat hij ooit als jonge onderwijzer was aangekomen, ergens kort na de oorlog. “De eerste of de tweede?” vroeg ik. Daar kon niemand op antwoorden.

Tegen de tijd dat ik hem leerde kennen, leek hij niet meer tot dezelfde wereld te behoren als de rest van ons. Iedere avond zat hij op een houten bankje achter zijn huis en keek hij uit over een stuk braakliggend terrein dat ooit een tuin was geweest. Volgens hem had daar vroeger een wonderlijke verzameling planten gestaan: blauwe rozen, zilveren papavers, nachtbloemen die enkel opengingen wanneer de maan vol was. Niemand geloofde hem. De grond lag er kaal bij, op wat onkruid en een paar verwilderde struiken na.

"Je bent te laat geboren," zei hij vaak tegen mij. "Je had het moeten zien."

Ik glimlachte dan beleefd. Kinderen zijn bereid veel te geloven, maar zelfs ik vermoedde dat de man vooral sprak over herinneringen die mooier waren geworden naarmate de jaren verstreken.

Toen hij stierf, werd zijn huis leeggehaald. Zijn boeken verdwenen naar antiquairs, zijn meubels naar kringloopwinkels en zijn persoonlijke papieren werden opgehaald door de stadsreinigingsdiensten.

De tuin bleef achter.

Dat jaar kwam de winter vroeg. Dagenlang hing er mist boven de velden. Op een avond wandelde ik langs het verlaten huis toen ik iets vreemds opmerkte. Achter het verroeste hek leek een zacht licht te gloeien, alsof iemand tussen de struiken een reeks kleine lampen had verborgen.

Nieuwsgierig klom ik over het hek. De lucht voelde er anders aan, warmer. En plots rook ik bloemen. De geur had niets van de herfst, van natte aarde, maar alles van een bedwelmend parfum dat ik niet thuis kon brengen.

Voor mij strekte zich een tuin uit die daar onmogelijk kon zijn. Waar enkele uren eerder nog kale grond was geweest, zag ik nu kronkelende paadjes, vijvers waarin sterren weerspiegeld werden en bloemen die een zacht licht uitstraalden alsof ze hun eigen kleine maan bezaten. Hoge bomen bogen zich over het landschap, hun bladeren ritselden in een taal die ik bijna kon verstaan.

Ik liep verder, verbluft en sprakeloos. Op een open plek zat de oude man op zijn bankje. Of liever: daar zat iemand die op hem leek. 

Hij keek glimlachend naar de bloeiende wereld rondom zich. "Ik zei toch dat je te laat geboren was," zei hij.

"Wat is dit?" vroeg ik.

"Een glimp," antwoordde hij. "Meer kan ik je niet geven.”

En toen begon de wereld rondom ons al te vervagen. De lichtgevende bloemen doofden één voor één uit. De bomen werden schaduwen, de paden losten op in nevel. Het huis was weer donker, en het bankje leeg.


Alle blackouts zullen op termijn te vinden zijn via deze link. Hier vind je ook alle info over het boek Groetjes uit de vierde dimensie, dat eveneens samengesteld is uit microfictie en illustraties (postkaarten) geïnspireerd door blackout poetry, en andere produkten van het Mystiek Actie Front MAF.

Van alle blackouts is ook een luisterverhaal gemaakt, terug te vinden op de podcast Luisterboeken.


 


1.7.26

Een zoektocht naar het vervloekte Malpertuis van Jean Ray in Gent


 


Zoals in tal van romans en verhalen van Jean Ray is Gent alomtegenwoordig in zijn meesterwerk Malpertuis. Ondanks de vrij precieze situering van dit naargeestige huis in de Sint-Jacobswijk, blijft het onvindbaar voor de onderzoeker die zich verdiept in het oude Gent met zijn nog niet gedempte waterlopen en vergeten en verbeelde straten, stegen en pleintjes. Bestaat het echt of is dit imposante en onheilspellende gebouw, opgetrokken uit de herinneringen van de auteur, geput uit tal van boeken en prenten, en enkel te vinden in de vervaarlijke vierde dimensie die raakpunten heeft met onze realiteit?

Jean Ray verwittigde Henri Vernes, schrijver van de Bob Morane-verhalen: 'Zoek maar verder naar Malpertuis… het zij zo… maar vergeet niet dat, zo ge dat verdoemde duivelshuis niet vindt, het u misschien zal vinden… en dan…

Ik heb het onderzoek van Vernes voortgezet, en de uitdaging van Jean Ray aangenomen, in een driedelige podcast reeks van Mysterieus België naar het essay Malpertuis dat zopas verscheen in de Rare Boekjes Reeks van Fantastische Vertellingen en dat hier kan besteld worden aan 7,95 euro.

Wie over het boekje beschikt en graag de reclamevrije luisterboek versie gratis & voor niets in zijn mailbox wil ontvangen, kan een mailtje sturen naar info@inter-actief.be

Wie het boek gesigneerd via de post wil ontvangen, samen met 4 magisch-realistische postkaarten en de reclamevrije luisterboekversie, stuurt een mailtje naar hetzelfde adres en schrijft 20€ over op rekeningnummer IBAN BE 43 0016 9362 0101 – BIC GEBABEBB van vzw de Scriptomanen met vermelding "Malpertuis".







Een Gentse schrijver, het geheim van het vervloekte Malpertuis, ongeloof over het beweerde verscheiden van John Flanders, te rusten gelegd naast Virginie Bal. De werkelijkheid zoals wij die kennen staat op losse schroeven en uiteengezet wordt op grond waarvan.

Het magisch realisme spat er vanaf.

Malpertuis; literair essay; Patrick Bernauw; 

omslag- en binnenillustraties Gert-Jan van den Bemd; 

Rare Boekjes-reeks 73; ISBN 978-90-78499-74-9; 72 blz.; 1e druk 2026; 

uitg. Stichting Fantastische Vertellingen; 

omslagontwerp Ingrid Heit; biografie van auteur en omslagillustrator; 

Penguin-formaat pocketboek.

7,95€


Rare Boekjes-reeks
Via de Rare Boekjes-reeks biedt de Stichting Fantastische Vertellingen een springplank voor nieuw of miskend oorspronkelijk Nederlandstalig talent op het gebied van fantastische literatuur en kunst. De publicaties in deze reeks beogen de creativiteit te stimuleren en de geesten maximaal te verruimen.

26.6.26

Blackout 02 - Een lange stilte

 


Toen de werklui de oude abdijbibliotheek eindelijk openbraken, verwachtten ze stof, schimmel en ingestorte boekenkasten aan te treffen. Niemand verwachtte een man in een pij, gezeten aan een houten tafel, in een kamer die volgens de bouwplannen al meer dan tweehonderd jaar niet meer toegankelijk was geweest. Het licht van hun zaklampen gleed over vergeelde perkamenten, een omgevallen zandloper en een inktpot die allang moest zijn opgedroogd.

De man keek op, hij leek niet verrast. Een ogenblik bleef iedereen roerloos staan. De stilte in de ruimte had iets eigenaardigs. Het was niet de gewone stilte van een verlaten gebouw, maar een zware, bijna tastbare variante die op de borst drukte zoals water op een duiker. Later zou een van de arbeiders zeggen dat het voelde alsof de kamer al eeuwenlang haar adem had ingehouden.

"Wie bent u?" vroeg iemand uiteindelijk.

De man fronste zoals iemand die een vraag niet goed begrijpt. Toen begon hij te spreken. Zijn woorden klonken als Nederlands, en toch ook weer niet. Sommige klanken leken eeuwen oud. Andere hadden een vreemde melodie die niemand kon thuisbrengen.

Een jonge historica, die de restauratie begeleidde, voelde de haren op haar armen overeind komen. Ze herkende flarden Middelnederlands.

Men bracht de monnik - of wat het ook was - naar buiten. Daar startte de werkelijke verwarring. Hij kende geen auto's, geen elektriciteit, geen vliegtuigen. Geen Napoleon, geen Belgische Revolutie, geen Eerste Wereldoorlog, laat staan een Tweede. Hij kende wel de graaf van Vlaanderen en voor hem was Brugge nog steeds de navel van de wereld.

Dagenlang ondervroegen wetenschappers hem. Ze onderzochten zijn kleding, zijn tanden, zijn huid, zijn haar. Alles wees erop dat hij werkelijk uit de dertiende eeuw afkomstig was.

Op een avond zat de historica alleen met hem in de onderzoeksruimte. "Waar denkt u dat u zich eigenlijk bevindt?" vroeg ze.

De man keek haar een tijdje zwijgend aan en glimlachte toen, enigszins droevig. Hij keek naar het raam, waar de regen tegen het glas tikte. "Ik zat in de bibliotheek," zei hij zacht. "Ik sloeg een boek open. Er stond iets in geschreven dat geen mens mocht lezen. Daarna werd alles stil." 

Zijn blik dwaalde af naar iets wat zij niet kon zien. 

"Toen verschenen… de anderen. Gij."

Diezelfde nacht nog verdween hij. De beveiligingscamera's registreerden niets: geen deur die openging, geen raam dat werd geforceerd. Om twee uur drieëntwintig zat hij nog in zijn kamer, om twee uur vierentwintig was zijn stoel leeg.

Alsof hij altijd al een illusie was geweest.


Alle blackouts zullen op termijn te vinden zijn via deze link. Hier vind je ook alle info over het boek Groetjes uit de vierde dimensie, dat eveneens samengesteld is uit microfictie en illustraties (postkaarten) geïnspireerd door blackout poetry, en andere produkten van het Mystiek Actie Front MAF.

Van alle blackouts is ook een luisterverhaal gemaakt, terug te vinden op de podcast Luisterboeken.


24.6.26

Ware Misdaad: Hoe Dolly Oesterreich haar minnaar jarenlang verborg op zolder

 


MYSTERIES VAN ROODE

Er bestaan misdaadverhalen die zo onwaarschijnlijk zijn dat zelfs de meest ervaren romanschrijver ervoor terugschrikt om ze te vertellen, omdat ze zo ongeloofwaardig klinken. Toch zijn het vaak precies deze verhalen die werkelijk gebeurd zijn. De geschiedenis van de misdaad zit vol moorden, verdwijningen, oplichterijen, obsessies en complotten die de wildste verbeelding tarten. Een aantal ervan zijn zo vreemd dat ze alleen konden plaatsvinden in uw en mijn werkelijkheid...



Met Mysteries van Roode bevind ik mij opnieuw op het terrein waar ik al een heel schrijversleven vertoef: op de dunne grens tussen feit en fictie. Elke aflevering in deze reeks vertrekt vanuit een waargebeurde misdaadzaak, maar eenmaal aangekomen in Roode ondergaat die werkelijkheid een merkwaardige transformatie. Roode zul je vruchteloos zoeken op een kaart, toch is de kans groot dat je - als bewoner van de Lage Landen - het provinciestadje herkent. Want het is opgebouwd uit herinneringen, anekdotes, lokale legenden, vergeten krantenberichten en de schaduwen van tientallen echte gemeenten. Het ligt ergens tussen (ook) jouw werkelijkheid en mijn verbeelding in. Wie er eenmaal arriveert, ontdekt dat achter elke gevel een geheim schuilgaat...

Deze ingreep is niet gebeurd om de waarheid te verbergen, maar om haar zichtbaar te maken. Fictie laat ons soms scherper kijken naar de realiteit dan een letterlijk verslag ooit zou kunnen. Door afstand te creëren ontstaat ruimte voor verbeelding, ironie, tragiek en menselijkheid. Zo werd deze Mona Lisa van Roode geïnspireerd door de beruchte Amerikaanse zaak van Walburga Oesterreich, de vrouw die jarenlang haar minnaar verborgen hield op de zolder van haar woning, terwijl haar echtgenoot niets vermoedde...



Walburga Oesterreich behoort tot die zeldzame figuren uit de misdaadgeschiedenis die zo onwaarschijnlijk lijken dat men denkt: dit moet wel een romanpersonage zijn. Toch is dit verhaal van a tot z waargebeurd. Het speelde het zich af, tussen de Amerikaanse industriestad Milwaukee en het snel groeiende Los Angeles van het begin van de twintigste eeuw. Walburga – bijnaam ‘Dolly’ – was het stralende middelpunt van een geschiedenis van obsessie, seksuele afhankelijkheid, bedrog, een verborgen leven op een zolder en uiteindelijk een moord die jarenlang onopgelost bleef omdat de waarheid te ongeloofwaardig leek om waar te kunnen zijn.

Walburga Korschel werd in 1880 geboren en trouwde op jonge leeftijd met Fred Oesterreich, een welgestelde fabrikant van schorten en andere textielproducten. Hun huwelijk leek voor de buitenwereld best wel succesvol. Fred bezat een bloeiende onderneming en het echtpaar genoot een comfortabele levensstijl. Achter de gesloten deuren van hun woning ging het er echter minder harmonieus aan toe. Verschillende bronnen beschrijven Fred als een dominante, moeilijke man, terwijl Walburga bekendstond als sociaal, aantrekkelijk en niet bepaald een fan van huwelijkstrouw. Reeds vóór haar ontmoeting met Otto Sanhuber deden geruchten de ronde over buitenechtelijke affaires.

Otto verscheen ten tonele in 1913. Hij was zeventien jaar oud en werkte als hersteller van naaimachines in het bedrijf van Fred Oesterreich. Walburga was drieëndertig. Wat begon als een huisbezoek om een defecte naaimachine te herstellen, mondde uit in een seksuele relatie die de volgende zeventien jaar hun beider levens volledig zou beheersen. Volgens latere getuigenissen ontwikkelde zich tussen Otto en Walburga een intense afhankelijkheidsrelatie. Otto zou zichzelf later zelfs omschrijven als haar ‘seksslaaf’, een woord dat wellicht evenveel zegt over zijn fascinatie voor haar als over haar controle over hem.

De verhouding bracht een praktisch probleem met zich mee. Hoe kon men een minnaar verborgen houden in een tijd waarin buren elk bezoek opmerkten en een echtgenoot onverwacht kon thuiskomen? Walburga vond een oplossing die even eenvoudig als krankzinnig was. Otto verhuisde naar de zolder van het huis. Via een verborgen toegang bij de slaapkamer kon hij zich verplaatsen zonder ontdekt te worden. Jarenlang leefde hij daar als een soort vrijwillige kluizenaar. Hij beschikte over een bed, een lamp, boeken en schrijfmateriaal. Overdag hielp hij soms in het huishouden; 's nachts las en schreef hij sciencefiction verhalen. Walburga bracht hem eten en verzorgde zijn contacten met de buitenwereld. Voor de buren was hij zogenaamd een rondtrekkende halfbroer die af en toe opdook. Voor Fred bestond hij eenvoudigweg niet.

Het meest verbijsterende aspect van de zaak is wellicht niet dat Otto zich jarenlang verborg, maar dat hij dat bleef doen terwijl het echtpaar verschillende keren verhuisde. Toen de Oesterreichs in 1918 naar Los Angeles trokken, stelde Walburga zelfs als voorwaarde dat hun nieuwe woning een zolder moest hebben. Dat was in Zuid-Californië eerder uitzonderlijk. Otto reisde vooruit en installeerde zich reeds in de nieuwe woning voordat Fred en Walburga arriveerden. Zo verhuisde niet alleen het echtpaar naar een andere staat, maar ook de verstekeling, ‘de gevangene der liefde’, die officieel niet bestond.

Intussen verslechterde het huwelijk tussen Fred en Walburga verder. Op 22 augustus 1922 bereikte de spanning een hoogtepunt. Het echtpaar kwam ruziënd thuis. Op de zolder hoorde Otto de verhitte woordenwisseling. Wat er vervolgens precies gebeurde, is nooit volledig duidelijk geworden. Volgens latere verklaringen dacht Otto dat Fred zijn geliefde aanviel. Hij greep twee pistolen en kwam van de zolder naar beneden. Er ontstond een worsteling waarbij Fred werd neergeschoten. Hij stierf ter plaatse.

De twee geliefden beseften onmiddellijk dat hun levens op het spel stonden. Daarom besloten zij de scène te manipuleren. Het moest lijken alsof onbekende inbrekers het huis waren binnengedrongen. Otto nam geld en een kostbaar horloge mee om de schijn van roof te versterken. Vervolgens sloot hij Walburga op in een kast en gooide de sleutel weg. Toen de politie arriveerde, trof zij een kersverse weduwe aan die opgesloten zat en beweerde het slachtoffer te zijn geworden van een gewelddadige overval. De rechercheurs vertrouwden haar verhaal niet echt, maar slaagden er niet in een bevredigende oplossing te vinden voor het raadsel. Want hoe had een vrouw haar echtgenoot kunnen vermoorden terwijl zij zelf opgesloten zat in een kast? Zolang zij niets afwisten van Otto's aanwezigheid ontbrak de ontbrekende schakel in de puzzel.

De zaak bleef jarenlang hangen tussen verdenkingen en gebrek aan bewijs. Nog ongelooflijker is dat Otto na de moord niet vluchtte. Hij keerde gewoon terug naar de zolder en bleef daar nog acht jaar wonen. Zijn leven – men ging hem later Bat Man noemen – werd zo mogelijk nog absurder dan het al geweest was. Nu Fred dood was, hoefde Otto niet langer doodstil te zijn en kreeg hij zelfs toestemming een schrijfmachine te gebruiken. Terwijl de politie vruchteloos op zoek bleef naar de moordenaar, zat die letterlijk boven hun hoofd terwijl zij Walburga ondervroegen.

Uiteindelijk kwam de waarheid niet aan het licht door speurwerk, maar door menselijke zwakheid. Dolly maakte het te dol, zij kreeg nieuwe minnaars en één daarvan was haar advocaat Herman Shapiro. Toen deze relatie verslechterde, begonnen oude geheimen naar boven te komen. Tegelijk ontdekten onderzoekers dat Walburga jaren eerder verdachte vuurwapens had laten verdwijnen. Een pistool werd teruggevonden in de beroemde teerputten van La Brea, een ander onder een rozenstruik. De druk nam toe, Dolly werd opgesloten en vroeg haar advocaat om eens naar haar mysterieuze ‘halfbroer’ te gaan kijken, die bij haar op zolder woonde. Daar trof hij de bleke, magere Otto Sanhuber aan, die uiteindelijk zijn rol in het drama bekende.

De pers smulde van het verhaal over Dolly en haar Zolderspook. Het publiek kon nauwelijks geloven dat iemand bijna twee decennia verborgen had geleefd in de woning van zijn geliefde en het proces groeide uit tot een nationaal mediaspektakel. Toch leidde alle sensatie niet tot een duidelijke juridische overwinning. Otto werd weliswaar schuldig bevonden aan doodslag, maar omdat de verjaringstermijn inmiddels verstreken was, verliet hij de rechtszaal als een vrij man. Walburga's eigen proces eindigde met een verdeelde jury. Uiteindelijk werden de aanklachten tegen haar in 1936 definitief ingetrokken. Geen van beiden bracht ooit een dag door in de gevangenis voor de dood van Fred Oesterreich.

Wat deze zaak zo fascinerend maakt, is dat zij veel meer is dan een moordverhaal. Het is een studie van macht, afhankelijkheid en vrijwillige gevangenschap. Otto leefde jarenlang opgesloten in een ruimte die nauwelijks groter was dan een cel, maar hij bleef daar uit vrije wil. Walburga creëerde een verborgen parallel universum boven het hoofd van haar echtgenoot, die al die jaren onder hetzelfde dak leefde als zijn rivaal, zonder het te beseffen. En de politie zocht jarenlang naar een moordenaar die de crime scene nooit had verlaten…

Toen Walburga Oesterreich in 1961 stierf, liet zij een aanzienlijk vermogen na. Otto Sanhuber verdween grotendeels uit het publieke zicht. Hij had ondertussen een andere naam aangenomen en probeerde een gewoon leven op te bouwen. Maar zijn plaats in de misdaadgeschiedenis was verzekerd. Er zijn moordzaken die beroemd worden door hun geweld, andere door hun juridische gevolgen. De zaak-Oesterreich leeft voort omdat zij iets veel zeldzamers bezit: een werkelijkheid die vreemder is dan fictie…



17.6.26

Blackout 01: De schim in de schaduw

 


Iedereen in het dorp kende het verhaal van de oude fotograaf. Een leven lang had hij gezichten vastgelegd die niemand zich later nog herinnerde. Huwelijken, begrafenissen, communies, de opening van een nieuwe slagerij... Zijn foto's stonden in albums die op zolders lagen te verstoffen.

Toen hij stierf, werd zijn huis leeggehaald. Tussen duizenden negatieven vond men één foto die nergens leek bij te horen. Een vrouw voor een donkere achtergrond, haar gezicht nauwelijks zichtbaar. Wat meteen opviel, waren haar handen. Ze hingen slap langs haar lichaam, alsof ze moe waren van een leven lang iets vast te houden.

De foto werd in een lade gestopt, kwam jaren later terecht in het lokale archief. Daar begon het. De eerste archivaris die de foto digitaliseerde, nam ontslag na drie weken. Hij vertelde niemand waarom. De tweede kreeg slaapproblemen. De derde beweerde dat er iemand achter hem stond wanneer hij naar het scherm keek. Altijd hetzelfde gevoel kreeg hij ervan, alsof er nét buiten zijn gezichtsveld iemand meekeek.

Men lachte ermee. Oude gebouwen kraken en mensen hebben stress, verbeelding doet de rest. Tot een studente kunstgeschiedenis de foto onderzocht voor een scriptie. Ze vergrootte het beeld honderden keren en toen zag ze iets vreemds. In de korrelige schaduw achter de vrouw verscheen een tweede silhouet. Niet scherp genoeg om een gezicht te herkennen, maar duidelijk menselijk.

Ze dacht eerst aan een fotografische fout, een dubbele belichting, een beschadigd negatief. Maar op de oorspronkelijke glasplaat stond de figuur ook, niet vóór de vrouw, maar achter haar. Alsof iemand zich verborgen hield in de duisternis.

De studente besloot uit te zoeken wie de vrouw was. Na weken zoeken vond ze een naam: Anna O., verdwenen in 1928 en nooit teruggevonden. Volgens de kranten had ze haar woning verlaten voor een avondwandeling, daarna verloor elk spoor zich in het niets. Het laatste bekende portret van Anna bleek precies deze foto te zijn.

De studente stopte haar onderzoek. Niet omdat ze bang was geworden. Tenminste, zo vertelde ze het toch. Maar een maand later stuurde ze een brief naar het archief, waarin slechts één enkele zin stond: ‘Gelieve de schaduw niet verder te vergroten.’

Meer uitleg gaf ze niet en niemand hoorde ooit nog iets van haar. Vandaag zit de foto nog steeds in een doos tussen honderden andere vergeten beelden. Soms, wanneer een nieuwe medewerker ze opent, gebeurt er iets eigenaardigs. Die draait dan de foto om, kijkt nog eens… en krijgt plots het onverklaarbare gevoel dat de vrouw niet het onderwerp van de afbeelding is. Dat de fotograaf, zonder het zelf te beseffen, iets anders heeft vastgelegd. 

Iets dat geduldig wacht. In de schaduw. Achter haar.

En misschien nu ook achter jou.

Alle blackouts zullen op termijn te vinden zijn via deze link. Hier vind je ook alle info over het boek Groetjes uit de vierde dimensie, dat eveneens samengesteld is uit microfictie en illustraties (postkaarten) geïnspireerd door blackout poetry, en andere produkten van het Mystiek Actie Front MAF.

Van alle blackouts is ook een luisterverhaal gemaakt, terug te vinden op de podcast Luisterboeken.

12.3.26

Groetjes uit de Vierde Dimensie: fotoboek met microfictie van Patrick Bernauw

 






DE ZEE LEEST MEE - BLACKOUT POETRY - DE VUURTORENWACHTER

Deze aflevering van Groetjes uit de Vierde Dimensie bevat bovenstaande drie audio postkaarten, die visueel en in geschrifte terug te vinden zijn in het gelijknamige boek. Teksten, regie en productie: Patrick Bernauw. Muziek, geluidseffecten, stemmen: Suno. 

Ter gelegenheid van Kunstoevers op 23, 24 en 25 mei 2026 stelt Patrick Bernauw zijn nieuwe boek Groetjes uit de Vierde Dimensie voor in bluescafé The Mojo, Rozemarijnstraat 7 te Aalst Het boek kost in de handel €28, €25 in the Mojo. Groetjes uit de Vierde Dimensie is een paperback van 105 bladzijden, in liggend rechthoekig formaat, alle postkaarten zijn in kleur. 
 
Groetjes uit de Vierde Dimensie is een boek vol postkaarten (Vlaanderen) of ansichtkaarten (Nederland) uit werelden die nét niet bestaan. Ze zijn vergezeld van ultrakorte verhalen, "microfictie" over vergeten plekken, onmogelijke ontmoetingen, tijd die zich vergist, herinneringen die vooruitlopen op zichzelf. De sfeer is dromerig, ontregelend, soms melancholisch en dan weer ronduit griezelig, altijd speels en poëtisch.De reeks ontstond uit analoge blackout poetry ("stiftgedichten") en collages die Patrick Bernauw de afgelopen jaren maakte, en die hij liet dialogeren met artificiële intelligentie, in een voortdurende wisselwerking van woord en beeld. "Omarm het toeval," luidde het motto, en ga er creatief mee aan de slag. Dit boek is geen verzameling van bestemmingen, maar van onverwachte doorgangen naar de vierde dimensie. Heel wat verhalen zijn bovendien verwerkt in diverse podcast afleveringen en de postkaarten zijn ook apart beschikbaar, in groot formaat. 

Hier vindt u alle posts op de website van de auteur over Groetjes uit de Vierde Dimensie.


Patrick Bernauw
Groetjes uit de Vierde Dimensie
Postkaarten (Vlaanderen) of ansichtkaarten (Nederland) uit werelden die nét niet bestaan, vergezeld van ultrakorte verhalen, "microfictie" over vergeten plekken, onmogelijke ontmoetingen, tijd die zich vergist, herinneringen die vooruitlopen op zichzelf.
€28,00 Paperback








23.12.25

Beste Wensen uit de Vierde Dimensie!



Wat als er zich opeens een raam opende in de muur... en je niet langer een auto, trein, schip of vliegtuig nodig had om verre reizen te ondernemen in de vierde dimensie? Wat als het vliegen door de Bermuda Driehoek de magie bedierf, en het huis achter de poort er plots niet meer was?... 

Bij deze dus... mijn Beste Wensen uit de Vierde Dimensie! 

Dit is tegelijk de trailer van een nieuwe reeks Groetjes uit de Vierde Dimensie, gerealiseerd met AI stemmen en muziek (deze keer uitsluitend van Suno) naar een script dat ik schreef op basis van blackout poetry collages, in het Nederlands ook gekend als stiftgedichten. 

Van alle verhalen zijn postkaarten en posters beschikbaar, die je al dan niet gepersonaliseerd kunt bestellen via info@inter-actief.be. Zie hiervoor: Het Mystiek Actie Front MAF!  





NASCHRIFT:

Ondertussen is ook het boek Groetjes uit de Vierde Dimensie verschenen. Het wordt voorgesteld tijdens Kunstoevers in Aalst, eind mei, en kan tot 10 mei rechtstreeks bij mij gekocht worden aan €20 ipv €28 euro winkelprijs. Alle info hier.


Patrick Bernauw
Groetjes uit de Vierde Dimensie
Postkaarten (Vlaanderen) of ansichtkaarten (Nederland) uit werelden die nét niet bestaan, vergezeld van ultrakorte verhalen, "microfictie" over vergeten plekken, onmogelijke ontmoetingen, tijd die zich vergist, herinneringen die vooruitlopen op zichzelf.
€28,00 Paperback

23.10.25

Gratis Maeterlinck luisterboek en ebook bij Vijftien Gezangen van Anna van Ro

 



De Quinze Chansons van Nobelprijswinnaar Literatuur 1911 Maurice Maeterlinck werden door Anna van Ro vertaald en bewerkt. Zij heeft zich het diepste wezen van de chansons eigen gemaakt. Haar Vijftien Gezangen klinken misschien wat plechtstatiger dan het Frans van Maeterlinck, toch heeft zij tot in de perfectie de toon en de sfeer, de muziek en de ritmiek van zijn verzen gevat en ze in haar eigen stem laten weerklinken. Hetzelfde kan gezegd worden van de illustraties die kunstenaar Antoon Torrekens maakte bij de gedichten: ze zijn mystiek en mythisch, rijk aan symboliek, en vormen een indrukwekkende picturale verbeelding van het universum van Maeterlinck.

Ik schreef een uitgebreid essay bij Vijftien Gezangen, waarin ik betoog dat de Games of Thrones van Maeterlinck alles te maken hebben met de sagen en legenden van Mysterieus België. In dit Nimmerland van onze middeleeuwse Lage Landen kun je makkelijk de sporen terugvinden van ballades als het Lied van Heer Halewijn of de Twee Koningskinderen, en van verhalen als die rond de fee Melusine of de ontstaansgeschiedenis van Orval. Verderop in deze post vind je alvast een uittreksel uit mijn essay, waarin Melusine is neergestreken in Gent.


Vijftien Gezangen werd voorgesteld op zaterdag 29 november 2025 in bluescafé The Mojo, wie vooraf intekende kreeg dit luisterboek en ebook er gratis bij:

Pelléas en Mélisande, een luisterboek

Pelléas en Mélisande, het ebook


Het boek is verkrijgbaar in iedere plaatselijke en online boekhandel, zoals Standaard Boekhandel - maar wil je auteurs en uitgeverij een steuntje in de rug geven, koop het dan aan via de webshop van de uitgever.

 



Resonanties





 
Hoe die Zeemeermin in 's hemelsnaam bovenop het Toreken van het Huidevettershuis is terechtgekomen, gelegen aan de Vrijdagmarkt in Gent, waar nu het Poëziecentrum gevestigd is? Een lang verhaal, dat start in Schotland, in de tiende eeuw... Uit het huwelijk van koning Elinas en de fee Pressine werden drie meisjes geboren: Melias, Palatine en Melusine. Toen het koninklijke paar ruzie kreeg, trokken de jonge feeën partij voor hun moeder en lieten ze hun vader gevangen zetten. Waarop de vader zijn dochters vervloekte: iedere zaterdagavond zou het onderste deel van hun lichaam veranderen in een slangenstaart, wat ze de facto omtoverde tot zeemeerminnen. Werden ze bovendien in die toestand van metamorfose betrapt, dan zouden ze ook hun toverkracht verliezen. 

De meisjes besloten zich op het Europese vasteland te vestigen, waar hun lot door niemand gekend was. Melusine trok naar de Ardennen. ‘Op een mooie namiddag in het jaar 963, terwijl ze zich spiegelde in het heldere water van de Alzette,’ lezen we in Ongewoon en Mysterieus België, een uitgave van Reader’s Digest (1987)‘verscheen Siegfried, de prins van die onherbergzame contreien, wiens kleine kasteel zich op de nabije heuvels bevond. Voor de twee jonge mensen was het liefde op het eerste gezicht en hetzelfde jaar nog werden ze in de echt verbonden. Van een arme edelman werd Siegfried algauw een machtige heer, dank zij de magische praktijken van Melusine, die zich elke zaterdagavond weer heel geheimzinnig in haar vertrekken opsloot.'

Zo verliepen twintig jaar van echtelijk geluk, tot Siegfried verteerd raakte door jaloezie: waarom mocht hij nooit haar kamer betreden op zaterdagavond? Melusine, die haar echtgenoot door en door vertrouwde, was onvoorzichtig geworden en liet de deur van haar kamer al eens open staan. Nietsvermoedend, in haar ware gedaante van zeemeermin, nam ze een bad... Siegfried was nauwelijks van zijn verbijstering bekomen, toen de vloek reeds werkelijkheid werd: een vreselijke aardschok deed het kasteel instorten. Siegfried vond de dood in de puinen van zijn kasteel en Melusine, veranderd in een gevleugelde draak, ging weer in de wereld van de verbeelding wonen...

De namen Melias, Palatine, Melusine doen sterk denken aan Pelléas en Mélisande. Het instortende kasteel herinnert niet alleen aan het Huis Usher van Edgar Allan Poe, maar ook aan het lot dat Allemonde te wachten staat – dat eveneens te kampen heeft met een vloek. De legende van de mysterieuze fee met de slangenstaart sprak heel erg tot de verbeelding van de graven van Boulogne, Rethel, Luxemburg, Toulouse, Lusignan en Anjou. Op zoek naar illustere voorvaderen, beweerden ze dat Melusine een van de eersten van hun geslacht was geweest. Adellijke families probeerden haar beeltenis op te eisen, door het via gemanipuleerde stambomen aan hun afstamming toe te voegen. Het nobele bloed van Melusine zou volgens de overlevering, en via Godfried van Bouillon, ook door de aderen stromen van de christelijke koningen van Jeruzalem. En zo raakte Melusine – via zijn tante Mathilde van Toscane – zelfs betrokken bij de stichting van de abdij van Orval en de magische Mathildebron. Melusine zou volgens Reader’s Digest tevens bekend staan als Luscente, en aan de oorsprong liggen van de naam Luxemburg, dat dan zoveel betekent als 'de burcht van Luscente'. Maar van deze boude bewering heb ik nergens bevestiging gevonden. In Koerich, gelegen tussen Luxemburg en Aarlen, net over de Belgische grens, kun je wel nog altijd de ruïnes van het kasteel van Siegfried bezoeken. 

Een mens zou zich zowaar gaan afvragen of de legende van de zeemeermin op het Gentse Toreken mede geïnspireerd werd door het vroege theater van Gentenaar Maurice Maeterlinck – La Princesse Maleine en Pelléas en Melisande  bevatten gelijkaardige motieven – of vice versa. Het thema ‘jaloezie’ speelt zowel in de toneelstukken als in de legende een belangrijke rol, en ook in de Vijftien Gezangen valt al eens een driehoeksverhouding te detecteren. Maar nee, de zeemeermin kwam niet op het Toreken te staan door het werk van Maeterlinck (zie verder), al kan het niet anders of Maeterlinck moet haar verhaal gekend hebben. Het gebouw werd al in 1483 afgewerkt met een uitkijktoren en een windwijzer in de vorm van een meermin die Melusine heette, en het gebouw werd in Gent ‘de Meerminne’ genoemd.

Het is fascinerend om in dit verband – zij het als louter Spielerei – even stil te staan bij het verschijnsel van de ‘resonantie’. Runen werken – net zoals de kaarten van de tarot – met ‘resonerende’ of ‘gelijkaardige’ betekenissen die elkaar aantrekken en voor ‘betekenisvolle coïncidenties’ zorgen, of de ‘synchroniciteit’ die we kennen uit de psychologie van Carl Gustav Jung. Er zijn onder meer numerologische en astrologische correspondenties mogelijk. Maar de resonantie speelt eveneens een rol op het niveau van de klank, en dan meer bepaald door stafrijm (alliteratie). Het zal je misschien opgevallen zijn dat niet alleen de naam Maurice Maeterlinck een stafrijm is, maar dat de M ook terugkeert bij zijn dramatis personae Maleine en Mélisande – en uiteraard bij hun 'oermoeder', Melusine. Deze observatie sluit naadloos aan bij de symboliek van de runen waar de letter M (Mannaz) op esoterisch niveau staat voor 'sjamaan', 'transcendent bewustzijn' en 'rasgeheugen', dat we kunnen vertalen als het collectief onbewuste van Jung.  

De astrologische correspondentie van de Mannaz (ook Manna of Mann genoemd) is de Waterman, de goddelijke én tegelijk dierlijke correspondentie (dat paradoxale vind ik zo fijn aan die runen) is de Mens. De plant die met de Mannaz wordt geassocieerd, is de alruin en het element zijn in dit geval de elementen Water & Vuur. Dat Mannaz de tegengestelden in zich verenigt (het goddelijke en het dierlijke, Water & Vuur) is – alweer – geen toeval: de alchemisten zoeken eveneens een vereniging van het Hoge en het Lage ('boven is beneden'), het Kleine en het Grote (het heelal weerspiegelt zich in een zandkorrel), Yin & Yang, het mannelijke en het vrouwelijke... om uiteindelijk – in de Steen der Wijzen – het volmaakte evenwicht, de opperste harmonie, het Hemelse Jeruzalem te vinden. Deze principes keren ook terug in het concept van het Mystiek Huwelijk.

Pelléas heeft dan weer de P van Parsifal, en de P-rune Perthro staat niet voor niets voor het Mysterie, onvoorstelbare gebeurtenissen en seksuele ontmoetingen, een inwijdingsritueel, het Lot (Karma) en irrationele angsten. Door zijn vorm wordt Perthro niet alleen geassocieerd met de vagina, maar ook met een recipiënt, een beker, een schotel... de Graal, kortom. Waardoor we naadloos belanden bij le Sang Réal, het Heilig of Koninklijk Bloed van de Bloedlijn van Christus, Jeruzalem, de kruisvaarders, Godfried van Bouillon… en de Vlaamse stad Brugge of het Luxemburgse Orval. Maar dat is weer een ander verhaal.

De Siegfried waarvan sprake, is overigens ook deze die we kennen uit Die Ring des Nibelungen van Richard Wagner; er zijn wel meer resonanties tussen het toneelwerk van Maeterlinck en het libretto van Wagner. De Sowilo of Sig-rune, ook bekend als het Zonnewiel, werd in de nazitijd verdubbeld en in die vorm door de SS geadopteerd; de inscriptie in de SS-dolk zou dan gefungeerd hebben als een beschermend amulet.

Maar hoe kwam Melusine nu op het Toreken te staan? Wel, verdoemd tot een eeuwig bestaan als geest, bleef ze nog steeds erg begaan met het lot van haar nakomelingen, die ze telkens waarschuwde voor naderend onheil. Dat was de burgers van Poitiers niet ontgaan, en zo groeide Melusine op tot mascotte van de stad. ‘Toen de kruisvaarders jaren later het Heilig Land gingen bevrijden,’ lees ik op Gent Blogt, ‘hadden die van Poitiers een vaandel met daarop een gouden Melusine-beeldje.' Dit werd veroverd door de Arabieren, maar heroverd door Vlaamse kruisridders. Zij brachten het mee naar Biervliet, en toen eeuwen later de Gentenaars onder leiding van Jacob van Artevelde aan de poorten de stad stonden, waren de huidevetters de eersten die over de stadsmuren geraakten. ‘Van Artevelde beloonde hen voor hun moed met het beeld van Melusine. Terug in Gent plaatsen ze het beeld als windwijzer op hun gildenhuis, en daar staat het nog altijd.’

 


Podcast Luisterboeken