20.7.26

Blackout 04: De eerste keer dat hij stierf

 




De eerste keer dat hij stierf, merkte hij het nauwelijks.

Er was een ziekenhuiskamer geweest, een winteravond waarop de regen tegen de ramen tikte en een verpleegster die hem nog iets had gevraagd wat hij niet meer verstond omdat haar stem al van heel ver leek te komen. Daarna volgde een duisternis die zo volmaakt was dat zij niet eens als duisternis kon worden ervaren. Er waren geen dromen, geen herinneringen, geen tunnel van licht of reeds gestorven familieleden die hem stonden op te wachten. Er was eenvoudigweg Niets.

En vervolgens was er opnieuw Iets.

Toen hij zijn ogen opende, zat hij in de woonkamer van zijn ouderlijk huis. De versleten sofa stond nog naast de kachel, de klok boven de schoorsteenmantel wees tien over acht aan en door het raam zag hij de appelboom die vroeger precies in het midden van de tuin had gestaan. Alles was nog net zoals hij het zich herinnerde.

Aanvankelijk dacht hij dat hij droomde. Maar toen hij naar buiten liep, kreeg hij steeds sterker het gevoel dat niet hijzelf, maar de wereld rondom hem een droom was. De straat lag er verlaten bij, er reden geen auto's voorbij, er klonken geen stemmen. Hij wandelde door de stilte van een toneeldecor dat wacht tot de acteurs hun plaatsen innemen.

Maandenlang dwaalde hij door deze merkwaardige stad die de zijne was. Hij vond winkels waarvan de deuren nooit opengingen, cafés waarin glazen op tafels stonden alsof de klanten elk moment konden terugkeren en stations waar treinen aankwamen zonder passagiers.

Pas veel later ontmoette hij een andere mens. Een jonge vrouw zat op een bank aan een rivier die op geen enkele kaart voorkwam. Ze vroeg hem wanneer hij was gestorven en toen hij antwoordde dat dit vorige week was gebeurd, glimlachte ze en zei: "Dat denkt u maar."

Zijzelf werd geveld in 1912 door een longontsteking. Sindsdien woonde ze hier, in deze vreemde wereld waar mensen uit verschillende tijden elkaar soms ontmoetten alsof de geschiedenis was samengevouwen tot één enkele bladzijde.

In de jaren die volgden ontmoette hij nog lotgenoten: een zeeman uit de zeventiende eeuw, een monnik uit de middeleeuwen, een programmeur uit een verre toekomst die beweerde dat heel deze wereld niet meer dan een simulatie was. Hun verhalen verschilden in bijna alles, behalve in één detail: iedereen was gestorven, en hij of zij was daarna hier terechtgekomen.

Langzaam groeide het vermoeden dat deze plaats geen hiernamaals was, maar… iets anders. Gebouwen leken soms alleen te bestaan omdat iemand ze zich herinnerde. Straten verdwenen wanneer hun laatste bewoner vergeten werd... of ze vergat. De stad was niet opgebouwd uit steen en beton, maar uit herinneringen die hardnekkig weigerden te verdwijnen.

Op een avond bracht de vrouw hem naar een verlaten vlakte waar een eenzame deur stond, zonder muur eromheen, zonder huis - alsof ze daar door niemand en voor niemand was achtergelaten.

"Wat bevindt zich erachter?" vroeg hij.

"Dat weet niemand," antwoordde de vrouw. "Wie erdoor gaat, keert nooit terug."

Jarenlang bleef de deur hem achtervolgen - spreekwoordelijk, uiteraard. Uiteindelijk won zijn nieuwsgierigheid het pleit. Op een dag legde hij zijn hand op de koude klink, dacht aan de regen tegen het ziekenhuisraam op de avond van zijn dood en aan alle herinneringen waaruit deze wereld was opgebouwd.

Toen opende hij de deur.


Alle blackouts zullen op termijn te vinden zijn via deze link. Hier vind je ook alle info over het boek Groetjes uit de vierde dimensie, dat eveneens samengesteld is uit microfictie en illustraties (postkaarten) geïnspireerd door blackout poetry, en andere produkten van het Mystiek Actie Front MAF.

Geen opmerkingen:

Podcast Luisterboeken