De oude man woonde alleen aan de rand van het dorp, in een
huis dat langzaam door klimop en vergetelheid werd veroverd. Niemand wist
precies hoe oud hij was. Sommige buren beweerden dat hij er altijd al had
gewoond. Anderen herinnerden zich vaag dat hij ooit als jonge onderwijzer was
aangekomen, ergens kort na de oorlog. “De eerste of de tweede?” vroeg ik. Daar
kon niemand op antwoorden.
Tegen de tijd dat ik hem leerde kennen, leek hij niet meer
tot dezelfde wereld te behoren als de rest van ons. Iedere avond zat hij op een
houten bankje achter zijn huis en keek hij uit over een stuk braakliggend
terrein dat ooit een tuin was geweest. Volgens hem had daar vroeger een
wonderlijke verzameling planten gestaan: blauwe rozen, zilveren papavers,
nachtbloemen die enkel opengingen wanneer de maan vol was. Niemand geloofde
hem. De grond lag er kaal bij, op wat onkruid en een paar verwilderde struiken
na.
"Je bent te laat geboren," zei hij vaak tegen mij.
"Je had het moeten zien."
Ik glimlachte dan beleefd. Kinderen zijn bereid veel te
geloven, maar zelfs ik vermoedde dat de man vooral sprak over herinneringen die
mooier waren geworden naarmate de jaren verstreken.
Toen hij stierf, werd zijn huis leeggehaald. Zijn boeken
verdwenen naar antiquairs, zijn meubels naar kringloopwinkels en zijn
persoonlijke papieren werden opgehaald door de stadsreinigingsdiensten.
De tuin bleef achter.
Dat jaar kwam de winter vroeg. Dagenlang hing er mist boven
de velden. Op een avond wandelde ik langs het verlaten huis toen ik iets
vreemds opmerkte. Achter het verroeste hek leek een zacht licht te gloeien,
alsof iemand tussen de struiken een reeks kleine lampen had verborgen.
Nieuwsgierig klom ik over het hek. De lucht voelde er anders
aan, warmer. En plots rook ik bloemen. De geur had niets van de herfst, van
natte aarde, maar alles van een bedwelmend parfum dat ik niet thuis kon
brengen.
Voor mij strekte zich een tuin uit die daar onmogelijk kon
zijn. Waar enkele uren eerder nog kale grond was geweest, zag ik nu kronkelende
paadjes, vijvers waarin sterren weerspiegeld werden en bloemen die een zacht
licht uitstraalden alsof ze hun eigen kleine maan bezaten. Hoge bomen bogen zich
over het landschap, hun bladeren ritselden in een taal die ik bijna kon
verstaan.
Ik liep verder, verbluft en sprakeloos. Op een open plek zat de oude man op zijn bankje. Of liever: daar zat iemand die op hem leek.
Hij keek
glimlachend naar de bloeiende wereld rondom zich. "Ik zei toch dat je te
laat geboren was," zei hij.
"Wat is dit?" vroeg ik.
"Een glimp," antwoordde hij. "Meer kan ik je
niet geven.”
En toen begon de wereld rondom ons al te vervagen. De
lichtgevende bloemen doofden één voor één uit. De bomen werden schaduwen, de
paden losten op in nevel. Het huis was weer donker, en het bankje leeg.
Alle blackouts zullen op termijn te vinden zijn via deze link. Hier vind je ook alle info over het boek Groetjes uit de vierde dimensie, dat eveneens samengesteld is uit microfictie en illustraties (postkaarten) geïnspireerd door blackout poetry, en andere produkten van het Mystiek Actie Front MAF.
Van alle blackouts is ook een luisterverhaal gemaakt, terug te vinden op de podcast Luisterboeken.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten