29.4.13

Patrick Bernauw schrijft schotschrift over POD-misbruiken door reguliere Vlaamse uitgevers... en geeft het uit als POD!





Stel, je bent een jeugdschrijver en je gaat een lezing geven ergens in een afgelegen dorpje, dat wat verloren ligt in een uithoek van dit leuke land. En na de lezing duwt iemand je een boek in de handen, met de vriendelijke vraag het te signeren – en het is ontegensprekelijk jouw boek, maar dan in een uitgave die je niet kent. Je doet navraag bij de uitgeverij – laten we ze voor het gemak De Gestoofde Peer noemen – die je nu al een tijdje geleden hebt verlaten om andere einders op te zoeken, en wat blijkt? De Gestoofde Peer heeft een tijdje geleden een hele gaard oude boeken op de markt gebracht, in een vernieuwde uitgave, als POD. En uiteraard heeft de Peer keurig aan alle auteurs gevraagd of deze actie hun goedkeuring kon wegdragen… maar jij bent toch wel door hun fijnmazig net geglipt, zeker? Dat ze eigenlijk ook de rechten niet meer bezaten op het handvol boeken dat ze van jou op de POD hadden gezet, maakt het inderdaad dubbel pijnlijk. Maar uiteraard zal de Peer niet seffens, niet direct, niet subiet, niet weldra, maar nu, maintenant, tout de suite, heute godverdomme het nodige doen om deze pijnlijke zaak recht te zetten en je boeken weer van de POD te halen.
Foutje. Het overkomt de beste. En je vergeet de hele kwestie.
Tot je een jaar later weer eens een lezing gaat geven ergens in… en jawel, na de lezing komt iemand op de proppen met… en jawel, blijkt dat het toch allemaal niet zo makkelijk was als eerst gedacht om de POD-exploitatie van je werk stop te zetten, en het POD-platform zou ook niet echt goed meewerken & blablabla & si & la. Je schiet nu toch wel echt uit je krammen en na veel vijven en zessen en de bemiddeling van een Ombudsvrouwe wordt er tot ‘een dading’ overgegaan. Een minnelijke schikking met schadevergoeding, zeg maar.
Eén van die illegaal op de markt gebrachte POD-boeken heb je geschreven in samenwerking met een kompaan, met wie je nog wel meer boeken samen hebt geschreven. Uiteraard heb je hem ook ingelicht, maar aangezien het in zijn geval maar om een half boek gaat, onderneemt hij geen actie.
Tot een tijdje later door een stom toeval blijkt dat er ook iets onwelriekends aan de knikker is met één van de vele vertalingen van jullie werk die uitgeverij de Peer in de gouden jaren 90 en begin jaren 2000 heeft gerealiseerd. Blijkt dat alvast één boek, uitgegeven in het land waar don Quichote ooit het windmolenpark ging bestrijden, daar toch niet zo onsuccesvol is geweest als de Peer altijd heeft volgehouden. Blijkt dat de Peer al jarenlang de afrekeningen van zijn Spaanse collega achterhoudt. Blijkt dat dit ook voor een ander boek in een Noorse vertaling het geval is. Blijkt dat er van een Italiaanse vertaling in het eerste jaar van uitgave meer dan 1800 exemplaren zijn verkocht… en dat voor alle volgende jaren de afrekeningen ontbreken. De kompaan, schrijver dezes, ontsteekt in een vlammende colère… en zo gaat er vanalles knetteren, van Erembodegem tot Merksem en terug. 

Meer over De Gestoofde Peer, De Vette Kluyf en een uitgever die een poddie doet:
http://www.mijnbestseller.be/magento/uitgevers-die-te-kaperen-varen-doen-dat-met-een-pod.html


Het boek is hier ook verkrijgbaar als ebook.
En het grootste deel van boek & ebook is gratis te lezen via
http://www.bernauw.com/search/label/POD

25.4.13

Cursus: Uitgeven in eigen beheer, met POD en ebook



Je hebt een roman of toneelstuk, gedichten- of verhalenbundel geschreven, en de uitgevers staan niet te dringen op je stoep. Je denkt eraan je werk zelf op de markt te brengen, ‘in eigen beheer’, met een ‘printing on demand’  of POD-platform, als ebook, via het web,… Maar hoe begin je eraan? Wat zijn dan de do’s & don’ts? Kun je dat technisch wel bolwerken? En hoe zet je je werk dan ‘in de markt’? In deze cursus, georganiseerd door vzw schrijverscollectief de Scriptomanen - in 2013 net 20 geworden - brengt Patrick Bernauw je ook en vooral de nieuwe kneepjes van een vak bij, dat hij al 25 jaar professioneel beoefent.




Ook grote dichters debuteerden in eigen beheer en heel wat bekende toneelauteurs brachten hun werk met een eigen gezelschap. In de VS werden self-published schrijvers al opgepikt door reguliere uitgevers, en heeft het ebook intussen ook een ware revolutie ontketend: de eerste indie of independent auteurs zijn er al te vinden op de bestsellerlijsten…
Patrick Bernauw is docent literaire creatie, zijn proza verscheen bij "grote" uitgevers en met zijn toneel kon hij ook terecht in het beroepstheater. Toch richtte hij een gezelschap op om zijn eigen werk te brengen en is hij een enthousiast beoefenaar van POD en ebook. In deze cursus probeert hij jouw zeer specifieke vragen zo concreet en praktisch mogelijk te beantwoorden, zoals: 'Waar ligt het verschil tussen een “gewone” uitgever, een POD-uitgever en een POD-platform? Hoe formatter ik een ebook, en krijg ik het dan ook  in de iBookstore van Apple? Moet ik lid zijn van Sabam om opvoeringsrechten van mijn toneelstuk te innen? Hoe gebruik ik blogs en sociale media om mijn werk te promoten?’ Enz…
Het idee deze cursus te organiseren, groeide vanuit de treurige vaststelling dat - in Vlaanderen - diverse reguliere uitgevers van naam en faam POD volop misbruiken, en met "zwarte" drukken en regelrechte piraat-uitgaven op binnen- en buitenlandse platformen een ware hold-up plegen op de portefeuille van hun auteurs. De cursus bevat dan ook een stevig hoofdstuk: ‘Wat als reguliere uitgevers zich op het POD-pad begeven?' - waarin met diverse praktijkvoorbeelden wordt aangetoond op welke manieren de digitale boekdrukkunst nu al wordt ingezet om literaire werken illegaal te exploiteren. 
   



De cursus gaat door, afhankelijk van het aantal deelnemers, op een nog nader te bepalen plaats in Erembodegem of Aalst, op zaterdag 28 september en 5, 12 en 19 oktober 2013, telkens van 14 uur tot 17 uur. De prijs (€120) is berekend op maximum 8 deelnemers en daalt proportioneel als dit aantal wordt overschreden. Inschrijven kan tot het absoluut maximum van 20 deelnemers is bereikt, via info@inter-actief.be - waar ook alle verdere informatie kan worden verkregen. Inbegrepen in de prijs: de ebooks 
(PDF en epub) Uitgeven in eigen beheer, met POD en ebook en Uitgevers die te kaperen varen, doen dat met een POD.


22.4.13

Uitgeverij De Vette Kluyf




Wat voorafging:

Uitgevers die te kaperen varen, doen dat met een POD (1)

VAV: Aantal auteursklachten neemt sterk toe (2)

En de auteur? Hij kan de POD op! (3)

In dit tweede praktijkvoorbeeld speelt “printing on demand” opnieuw een rol in het bedrieglijk opzet van een uitgever, deze keer met een debuterend auteur als slachtoffer, en is niet alleen sprake van “oneerlijke handelspraktijken”, maar komen ook termen als “misbruik van vertrouwen” en zelfs “valsheid in geschrifte” in beeld komen. Laten we de uitgeverij – ik schreef bijna “de uitbuiterij” – voor het gemak De Vette Kluyf noemen.
Uitgeverij De Vette Kluyf dus biedt auteurs blijkbaar een contract aan, waarboven te lezen staat: Gezamenlijk onderhandeld en aanbevolen door de Vlaamse Auteurs Vereniging en de Groep Algemene Uitgevers (GAU) van de Vlaamse Uitgevers Vereniging (VUV).’  - Dit is inderdaad het modelcontract, zodat de schone schijn wordt gewekt dat de auteur met een volstrekt bonafide uitgeverij te maken heeft, die volkomen handelt volgens de geplogenheden van de sector. De uitgeverij laat ook niet na dit schriftelijk en mondeling te benadrukken. Klein detail: aan het contract is een en ander toegevoegd dat regelrecht indruist tegen zowel de letter als de geest van het modelcontract, en dat er uitsluitend op gericht is de argeloze auteur zoveel mogelijk geld uit de zakken te rollen. 
Zo maakt De Vette Kluyf zich schuldig aan praktijken waarvan ik dacht dat ze samen met de zogenaamde “vanity press” ergens in de jaren negentig dood waren gegaan en stilletjes begraven. Met de digitale boekdrukkunst is het immers nergens meer voor nodig dat de auteur financieel zou opdraaien voor een minimale startoplage van minimaal 200 à 300 stuks. Maar uitgeverij De Vette Kluyf heeft blijkbaar nog nooit van POD gehoord, want aan de debuterende auteur wordt verteld dat hij/zij alleen kan uitgegeven worden als hij/zij zich vooraf 200 à 300 exemplaren aanschaft. Dat is volgens De Vette Kluyf nu eenmaal gebruikelijk, en al helemaal als het om moeilijk verkoopbare debuten gaat. Nog een geluk dat de auteur zich die 200 exemplaren kan aanschaffen met 30% korting.
Nu kun je bij de meeste POD-uitgevers reeds terecht met een bestelling van 5 exemplaren en minder, en ga je bij enkele tientallen exemplaren al ruimschoots 30% korting krijgen. Voor meer dan 100 exemplaren gelden zelfs extra-voordelige tarieven. Maar goed, uitgeverij De Vette Kluyf werd nu eenmaal opgericht kort na de oorlog (de tweede) en heeft dus nog nooit van POD gehoord.
Of toch wel?
Want uit het kluyfgewijs gemodificeerde “modelcontract” blijkt zo tussen de regels door dat de Vette niet helemaal onbekend is met de techniek. Zo wordt er bijvoorbeeld uitdrukkelijk naar verwezen bij de “exploitatiewijzen”, en zo wordt er ook expliciet gesteld dat er voor “print-on-demand” pas een royalty verschuldigd is “te rekenen vanaf het 251ste exemplaar”.  De Kluyf doelt hier op de exemplaren die de uitgeverij zelf op de markt zal brengen en verkopen, en niet op de 200 exemplaren die al door de auteur zijn aangekocht. Maar eigenlijk is dat klinkklare nonsens, want een POD-druk van 250 exemplaren is de facto geen POD-druk meer, en produceer je trouwens al goedkoper met het oude vertrouwde offset. Dankzij de gebruikelijke POD-oplaagjes van telkens 50 à 100 stuks zal de Kluyf echter nooit een royalty verschuldigd zijn aan de auteur, want in het geval hij meer dan 250 exemplaren dreigt te verkopen, kan dat met POD perfect "in het zwart" gebeuren. Tenzij de uitgeverij zou werken met het tamelijk waterdichte, rechtstreekse afrekeningsysteem dat ingebouwd is in de meeste POD’s (zie daarvoor “En de auteur? Hij kan de POD op!”) – maar zo gek dat hij het spel eerlijk zou spelen, is de Kluyf uiteraard niet. Als de auteur de boekhouding wil controleren, moet hij daarvoor bij de uitgeverij zijn – zoals het modelcontract bepaalt – en niet bij het POD-platform of de POD-uitgever waarmee de uitgeverij samenwerkt. En in de boekhouding van de uitgeverij is het perfect mogelijk geen enkel spoor na te laten van welke POD-druk dan ook (zie eveneens: “En de auteur? Hij kan de POD op!”).
De Vette komt nog eens terug op POD in artikel 9.6 van zijn lichtjes gemodificeerd modelcontract: “De oplage voor de eerste uitgave van het Werk in de Nederlandse taal en in boekvorm zal evenwel minimum 1000 exemplaren bedragen (voor print-on-demand uitgaven wordt de minimale oplage onweerlegbaar vermoed één te zijn).” – Het is een juridisch koeterwaalse frase die inderdaad ook voorkomt in het modelcontract, en die er dringend uit moet, omdat niemand ze begrijpt (blijkbaar ook de toelichters van het modelcontract niet, want ze schaatsen er in een wijde boog omheen), omdat ze nergens op slaat en geheel overbodig is (ja, allicht zal de minimale oplage uit 1 exemplaar bestaan, anders heb je geen oplage!) en omdat ze volstrekt voorbij gaat aan de specifieke mogelijkheden van POD, zowel om misbruiken te voorkomen… als om die te genereren. Er kan een perfecte controle ingebouwd worden (zie alweer: “En de auteur? Hij kan de POD op!”) op voorwaarde dat men gebruik maakt van de middelen die POD-platformen ter beschikking stellen om die eerlijke afrekening te verzekeren. 



Zolang de auteur niet te kennen geeft dat hij de oplage van 1000 exemplaren wil controleren, zou de uitgever wel heel erg commercieel onverantwoord handelen, als hij die ook daadwerkelijk liet drukken. En als er nou één ding is waar ik deze uitgeverij niet van verdenk, dan is het wel dat ze een Vette Kluyf zou laten liggen. Want als deze uitgever één klassieker heeft gelezen, dan zal het er ongetwijfeld één zijn van Antwerpenaar Willem Elsschot
Laat de auteur, die net niet in de vangnetten van de Kluyf verstrikt geraakte, 200 exemplaren aanmaken met het POD-platform van Lulu, en het kost hem verzending incluis minder dan 5 euro per exemplaar (zie de Lulu Boekenprijs Rekenmachine). Op de vooraf reeds aan de auteur verkochte exemplaren maakt de Kluyf met andere woorden al meteen een winst van meer dan € 1000, en 50 POD-exemplaren extra volstaan heus wel om via een recensie links of rechts of op de Boekenbeurs zijn slachtoffer de illusie te geven dat hij heus wel een boek op de markt heeft gebracht. En zo hoeft men ook geen Nostradamus te zijn om te kunnen voorspellen dat er van dat boek nooit meer dan 250 door de uitgever verkocht zullen worden, want daarop hoeft hij geen royalty’s te betalen… Hoe kan het trouwens anders in deze sombere crisistijden waarin ocharme slechts  169 exemplaren waren verkocht van de verhalenbundel Nauwelijks lichaam, toen Filip Rogiers daar in 2012 de Debuutprijs van Boek.be mee wegkaapte?
Na een paar jaar worden “de resterende exemplaren” opgeruimd, en/of kan de auteur ze opkopen. Zelfs met een genereuze korting van pak weg 50% passeert de Kluyf dan nog eens langs de kassa. En gesteld dat het boek, onverhoopt, toch een onverbiddelijke bestseller wordt? Ook in dat geval is het vooral de Kluyf die er beter van wordt, want dan hoeft hij slechts 6% te betalen vanaf verkocht exemplaar 251, in plaats van de gebruikelijke 10% vanaf verkocht exemplaar 1.

Hebt u gelijkaardige ervaringen opgedaan met een uitgeverij?
Signaleer het aan de Vlaamse Auteurs Vereniging, die een dossier terzake samenstelt: natalie@auteursvereniging.be – 0475 93 50 54 
Voor iedereen die dat wil, blijft discretie verzekerd.


18.4.13

'En de auteur? Hij kan de POD op!'


Wat voorafging:



Kommer & kwel?


Waarschijnlijk is er nooit meer geschreven geweest dan de jongste jaren:  getuige daarvan de talrijke cursussen creatief schrijven of de vele afdelingen literaire creatie van de academies voor woord en muziek, die als paddestoelen uit de grond floepten. Het was een verschijnsel dat gelijke tred hield met het exponentieel groeiende aantal titels dat jaarlijks geproduceerd werd door de reguliere uitgevers, met als gevolg een steeds groeiend boekenoverschot, dat niet meer terecht kon in de boekhandel, niet meer aangekocht werd door bibliotheken en uiteindelijk zelfs grotendeels geweerd werd in het ramsj- en tweedehandscircuit. Het aantal lezers, laat staan kopers van boeken groeide allesbehalve mee, zodat het in 2012 – eindelijk! – bij een aantal grote uitgevers leek te dagen dat het commercieel niet verstandig was steeds meer titels op de markt te gooien, in de hoop dat 1 van de 100 de knaller zou opleveren die de 99 andere moest terugverdienen.
Een hogere kwantiteit leidt automatisch tot meer kwaliteit, hoor je wel eens beweren. Ik zal dat niet tegenspreken. Maar als het schrijvers- en uitgeversvak sinds de vroege jaren 90  steeds professioneler werd, en een betere begeleiding en omkadering de Vlaamse auteurs op de buitenlandse markten bracht, dan zag je de jongste tien jaar ook het omgekeerde gebeuren. Vlaanderen had in zijn academies voor woord, muziek en beeldende kunst, of met zijn honderden toneelverenigingen van ‘liefhebbers’ reeds lang massaal de ‘amateurkunsten’ omarmd, en nu gebeurde hetzelfde met het literatuurbedrijf. ‘Creatief schrijven’ is nu in de eerste plaats iets geworden dat je doet in het kader van een zinvolle artistieke vrijetijdsbesteding, en niet iets dat ook als een beroep kan beschouwd worden.
Het aantal auteurs dat gesubsidieerd wordt, is relatief klein en vrij stabiel gebleven. Het aantal auteurs dat dankzij een duurzaam commercieel succes van de tekstverwerker kan leven idem dito. Behoor je niet tot de gesubsidieerden of de structurele bestsellers, dan kun je van schrijven nog altijd je beroep maken, door er bijvoorbeeld les in te geven, redactiewerk te doen, scenarist te worden, het podium op te zoeken,... Maar dit veronderstelt dat er een vrij ruim publiek is voor je werk en dat je de nodige ‘beroepservaring’ kunt opbouwen. Dat doe je niet ‘na je uren’, en daar begint het schoentje dan ook stilaan te wringen.
Toen ik debuteerde in 1983 met een verhalenbundel voor volwassenen, op een zeer bescheiden oplage van 500 stuks, werd die binnen de kortste keren herdrukt en ging mijn boek vlot over de 1000 exemplaren, hoewel verhalenbundels niet echt populair waren en ik er ook geen prijs mee won of op een andere manier in de kijker liep. Maar alle grote kranten hadden toen nog hun literaire rubriek, en de debuten van dat jaar waren op de vingers van één hand te tellen. Net geen dertig jaar later had de verhalenbundel die de Debuutprijs in de wacht sleepte op dat moment nog geen 200 exemplaren verkocht.
Toen ik in 1987 debuteerde met een jeugdroman bij wat toen de grootste Vlaamse uitgever van jeugdliteratuur was, gebeurde dat op 4000 exemplaren, kochten alle bibliotheken het boek aan, was het drie jaar lang in zowat alle boekhandels te vinden, en op het einde van de rit uitverkocht. Een echt groot succes was het niet eens: de kritieken waren matig en de andere boeken van dat jaar deden het beter, in die mate zelfs dat ik met mijn volgende jeugdroman naar een andere uitgever moest uitkijken. Een kwarteeuw later is de levensduur van een boek gereduceerd tot enkele maanden, mag je de vingers kruisen als het de boekhandel haalt, kopen bibliotheken steeds spaarzamer aan en is de kans erg klein dat je een recensie krijgt in een dag- of weekblad, geïnterviewd wordt op de radio of twee minuten met je kop op TV verschijnt.
In 1983 kon het nog gebeuren dat een uitgever een boek publiceerde zonder dat er een redacteur aan te pas was gekomen, en dat het een cover meekreeg die bestond uit het logo van de reeks, met voor iedere titel een ander kleurtje. Qua redactionele begeleiding en vormgeving zijn de reguliere uitgevers er met rasse schreden op vooruit gegaan; qua promotionele en commerciële omkadering is de auteur die geen bestsellers schrijft er evenredig op achteruit gegaan. Uitgevers kunnen nu eenmaal niet al de 88 titels uit hun aanbieding ‘in de markt zetten’, dus doen ze alleen nog inspanningen voor de gewaarborgde bestsellers of auteurs die om een of andere reden mediageniek genoeg zijn om te scoren. Bij een grote uitgever word je als auteur-van-het-middenveld gereduceerd tot je rugnummer; men kan geen tijd, energie of centen meer spenderen in het uitstippelen van een persoonlijk traject, laat staan het leveren van een inspanning-op-maat om je boek aan lezers te helpen. Wil je een promotiecampagne opzetten of heb je een goed marketing-idee, dan sta je er alleen voor en kun je ten allen tijde op de morele steun van je uitgever rekenen.
Het resultaat is dat steeds meer boeken, die door de reguliere uitgevers op hun intussen traditioneel geworden manier ‘geëxploiteerd’ worden, gedoemd zijn na een paar honderd exemplaren een stille dood te sterven. En dat jonge auteurs die het tot hun ambitie rekenen vroeg of laat van schrijven hun beroep te maken, er de brui aan geven na twee of drie boeken die hooguit een paar honderd exemplaren verkochten. Zelfs schrijvers die tot het commerciële middenveld behoren en toch al een tijdje meegaan, zien jaar na jaar hun oplages en verkoopcijfers dalen. In de scholen is literatuuronderwijs geen prioriteit meer, en word je als jeugdschrijver bijvoorbeeld nog wel gevraagd om lezingen te geven, maar hoeven de jongeren je boek niet meer te lezen, laat staan dat er nog een boek zou aangekocht worden. De leerkracht leest een hoofdstuk voor in de klas, de schrijver komt op bezoek, en meer moet dat niet zijn.
Is het dan werkelijk allemaal kommer en kwel? Nee, bijlange niet. Nooit eerder heeft de individuele auteur zoveel middelen tot zijn beschikking gehad om zijn potentieel publiek op te zoeken, te bereiken en aan zich te binden. Bovendien hebben de ‘woordarbeiders’ van deze tijd – in de beste marxistische traditie, jawel! – de beschikking gekregen over de productiemiddelen. Hebben wij nog uitgevers nodig om boeken te maken? Nee. Hebben wij nog uitgevers nodig om boeken op de markt te brengen? Ook niet. Laat bijgevolg dan – om een beetje in de sfeer te blijven – die honderd of zelfs duizend bloemen maar bloeien… en laat al die boeken hun publiek vinden, ook al telt het maar een paar honderd koppen. Want als niemand het voor ons doet, kan wat we zelf doen, alleen maar beter zijn. En dan is niet alleen de voldoening, maar ook de verdienste navenant.

Praktijkvoorbeeld 1: Als een uitgever een poddie doet…


Bij sommige uitgevers begint het stilaan door te dringen dat het oude business-model aan een grondige herziening toe is. Het heeft geen zin ieder seizoen weer ‘een schot hagel’ te lossen – zoals de voorzitters van de VAV het uitdrukten – in de hoop dat één loden bolletje doel treft, om een paar jaar later altijd weer dezelfde onverkochte stocks door de papierversnipperaar te jagen, omdat zelfs De Slegte zit aan te hikken tegen een onoverzienbare boekenberg. Is het in dat geval niet verstandiger in plaats van met oplages van een duizendtal exemplaren aan de slag te gaan met ‘printing on demand’? Zou men niet beter voor iedere auteur een eigen parcours uitstippelen, en meer gaan werken ‘op maat van het boek’? Gaat het om een auteur die veel lezingen geeft – een circuit dat bloeit als nooit tevoren! –, moeten we er dan niet voor zorgen dat zeker de boeken van die auteur aanwezig zijn in scholen, bibliotheken, boekhandels, op plaatselijke boekenbeurzen… in plaats van de alomtegenwoordige Geronimo Stiltons of de verzamelde tinten van de regenboog? De vroeger ooit gegarandeerde verkoopskanalen van boekhandel en bibliotheek zijn dichtgeslibd, moeten we ons dan ook niet gaan richten op de online verkoop die ontegensprekelijk in de lift zit, of op het ebook dat alvast in het buitenland al een hoge vlucht heeft genomen? Is het in dat geval wel een goeie zet, als het gedrukte boek 19,50 euro kost, het ebook nog 14,95 te laten kosten? Je houdt daar als uitgever dan wel een aardig bedrag aan over, maar wat schiet je ermee op als niemand het ebook lust omdat het gewoon veel te duur is?
Het zijn stuk voor stuk verstandige vragen (er bestaan nu eenmaal geen domme) en doe je  een poging om een antwoord te formuleren, dan kun je nooit om het verschijnsel ‘POD’ heen. Dat is prima. Het wordt alleen iets minder prima als de uitgever die heerlijke nieuwe POD-technieken blijkt te gebruiken om uitsluitend de eigen kassa te spijzen, ten nadele van de auteur.
Van het volgende verhaal ben ik ooggetuige noch slachtoffer geweest; ik heb het opgepikt in het geruchtencircuit. Maar omdat ik de protagonisten enigszins tot vrij goed ken, en de bron doorgaans ‘welingelicht’ mag worden genoemd, klonk het mij bijzonder geloofwaardig in de oren. Laten we het dus houden op een praktijkvoorbeeld van wat er mogelijk kan gebeuren als een reguliere uitgever een poddie doet.
Stel, je bent een auteur die al een aantal boeken op de teller heeft staan bij een kinder- en jeugdboekenuitgever, maar eerder al werd je nieuwe boek geweigerd, en dat gebeurt ook met je nieuwste.
Je reageert enigszins korzelig: ‘Als het zo zit, ben ik weg!’
‘Jamaar,’ zegt je uitgever. ‘Misschien moeten we dan toch nog maar eens praten.’
En hij stelt je voor het boek uit te brengen in POD, en tegen een royalty van 5%. Het is een voorstel waar in wezen niks mis mee is, en dat je kunt nemen of laten. Je reguliere uitgever wordt hiermee eigenlijk een POD-uitgever, maar goed: er is ook helemaal niks mis met POD-uitgevers. De echt goeie en betrouwbare POD-uitgevers bieden je zelfs de gebruikelijke royalty van 10%, en bij zo’n POD-uitgever kun je tegen betaling meestal ook een pakket ‘extra diensten’ verkrijgen, variërend van redactie tot promotie van je werk. Zie in dit verband de FAQ’s van:

  
Waarom de royalty de helft bedraagt ten opzichte van de doorsnee POD-uitgever, terwijl deze reguliere uitgever toch ook geen investering doet, geen enkel risico loopt en qua extra diensten nauwelijks meer te bieden heeft dan de doorsnee POD-uitgever? Tsja.
Er dan stelt er zich ook nog een probleempje met de afrekening. Een reguliere uitgeverij werkt doorgaans met oplages van 500 à 2000 exemplaren, al duikt men tegenwoordig hier en daar zelfs al eens onder die benedengrens.  Bij een POD zijn oplages van 50 tot 100 stuks normaal: voor meer dan 100 exemplaren hebben POD-platformen al speciale, extra-voordelige voorwaarden, en ben je eigenlijk ook beter af met offset. Een belangrijke vraag is dan ook hoe de reguliere uitgever zijn POD-uitgave zal afrekenen: als dit allemaal via zijn reguliere administratie en boekhouding moet lopen, is het commercieel niet rendabel en wordt de kans op ‘fouten en vergetelheden’ ten nadele van de auteur nog groter dan bij de ‘gewone’ oplages. Van een POD-oplage, gedrukt op een of ander POD-platform, hoeft er ook geen enkel spoor achter te blijven in de reguliere boekhouding van de reguliere uitgever, en ook de oplages hoef je daar niet in terug te vinden, want die is bij POD ‘onbepaald’.
Allemaal echt wel problematisch, dus. Tenzij die reguliere uitgever het ‘rechtstreeks betalingssysteem’ gebruikt dat ingebouwd is in de meeste POD-platformen, en waardoor hij zelf geen boekhouding of administratie hoeft bij te houden voor de POD-verkoop…
Op het POD-platform van Lulu lees je daar alles over:


Maakt de uitgever geen gebruik van dit win/win-systeem, dan heeft hij mogelijk een ander systeem in gedachten, waarbij maar één partij wint. En dat zal dan heus niet de auteur zijn.

Royalty’s: 0.


POD-platformen en POD-uitgevers hebben een set middelen ter beschikking, die er het leven van zowel een reguliere uitgever als zijn auteur aanzienlijk kunnen op vergemakkelijken. Gebruikt de uitgever – hij zit nu eenmaal aan de bron – deze middelen niet, of op linke wijze, dan wordt de deur wijdopen gezet voor allerlei soorten oneerlijke handelspraktijken. Want de tool van de rechtstreekse betaling (van POD aan auteur) kan door de uitgever, die de interface beheert, ook stevig misbruikt worden.
Zo lezen we op de FAQ van het POD-platform ShopMyBook als antwoord op de vraag ‘Wat verdien ik aan de publicatie van mijn boek?’ het volgende: ‘Je ontvangt als auteur of organisatie een fee op de verkoop van jouw boeken via ShopMyBook. Het percentage van de fee kan je zelf kiezen uit 0 - 10 - 15 - 20%. In het boekenvak krijgt de auteur gebruikelijk een fee van 10% op de verkoopprijs excl. BTW. Het bedrag van je royalty's wordt overgemaakt op jouw PayPal account die je verondersteld wordt te bezitten tijdens de publicatie. Let wel: PayPal houdt een commissie van 2% (met een maximum van $1) in op het uitbetaalde bedrag voor administratiekosten. Het bedrag dat u ontvangt kan dus licht verschillen.’
Met vzw de Scriptomanen maakten we in opdracht van het Aalsters Literair BonTgenootschap en met het POD-platform ShopMyBook 15 exemplaren van een luxueuze cataloog van een tentoonstelling, waarop geen auteursrechten dienden betaald. Het percentage van de ‘fee’ werd bijgevolg door de Scriptomanen, beheerder van het account (en dus de uitgever), op nul gezet. Dat zag er dan zo uit:




Het is voor de uitgever een kleintje je een screenshot van deze interface toe te sturen, het enige bewijsstuk van het aantal verkochte exemplaren en de corresponderende royalty die daarvoor met jou als auteur dient afgerekend te worden. En die je niet noodzakelijk op je PayPal-rekening ontvangt, als de uitgever een ander percentage heeft ingegeven dan wat overeengekomen is.
Maar hiermee is de kous nog niet af. Want je kunt er als uitgever zoveel accounts op ShopMyBook op nahouden als je wil, of zelfs op andere en gelijkaardige POD-platformen zoals Lulu. Zo’n account, en (een deel van) de boeken die bij dit account horen, kan dan zowel ‘privé’ gezet worden als ‘voor iedereen toegankelijk’. Op de FAQ van ShopMyBook lezen we hierover: ‘Standaard wordt je boek getoond op onze website en is het wereldwijd beschikbaar voor alle internetgebruikers die het wensen te kopen. Indien je niet wenst dat je gepubliceerde boek voor iedereen zichtbaar en te koop is op onze ShopMyBook website, heb je nog twee mogelijkheden. Je kan ervoor kiezen om je boek privaat te houden. In dit geval is je boek enkel voor jou zichtbaar en bestelbaar in de sectie |MIJN BOEKEN|. Andere bezoekers of geregistreerde gebruikers van onze de website kunnen dit boek niet zien of bestellen. De andere mogelijkheid bestaat erin om het boek te beveiligen met een toegangscode. Na het opladen wordt deze code per mail verstuurd naar de auteur. Die kan dan zelf de toegangscode versturen naar andere gebruikers.’
Als je er zeker van wil zijn dat er geen piraat-oplages van je werk gedrukt worden, verdient het aanbeveling in je contract te laten opnemen dat de uitgever je moet melden met welke POD-platform(s) hij werkt, dat je van elk POD-platform één exemplaar van je boek zult ontvangen (met een eigen ISBN-nummer), dat je een screenshot of kopie te zien zult krijgen van de royalty afrekening van de POD, en eventueel ook dat je rechtstreeks betaald wil worden met PayPal. Een bona fide uitgever zal hier niet de minste moeite mee hebben, want het bespaart hem een hoop administratieve en boekhoudkundige rompslomp.

Het kind van de rekening


POD-uitgevers bieden à la carte reeds een aantal diensten aan die de reguliere uitgever standaard aanbiedt: redactie, vormgeving, ISBN, promotie… Daarnaast blijft de reguliere uitgever enkele voordelen hebben waarover de POD-uitgever niet beschikt: toegang tot de (landelijke) media bijvoorbeeld, of distributie naar de boekhandel. Jammer genoeg moeten steeds meer reguliere uitgevers ook op die domeinen terrein prijsgeven of hebben zij dat al gedaan: het gros van de boeken dat tegenwoordig verschijnt bij een reguliere uitgever moet het stellen zonder enige aandacht in de media, die nog tot ver in de jaren 90 in grote mate zo goed als gewaarborgd was. En lang niet alle boeken die verschijnen bij een reguliere  uitgever dringen nog op grote schaal door tot de boekhandel of de bibliotheken.
Wat heeft die reguliere uitgever, vanuit het standpunt van de auteur, dan nog voor op de POD-uitgever, of zelfs een boek dat uitgegeven wordt in eigen beheer, en waarbij je als auteur gebruik maakt van een POD-platform? Het kwaliteitslabel dat verbonden is aan zijn naam, misschien. Maar als de reguliere uitgever ook die goeie naam te grabbel gooit door zijn toevlucht te nemen tot bedenkelijke handelspraktijken, tsja… dan mag hem dat op korte termijn wel een leuke korf eieren opleveren, maar vrees ik dat het op iets langere termijn windeieren zullen blijken.
Bij alle POD-uitgevers -of platformen kun je een offerte vragen, en bij Lulu kun je ook makkelijk berekenen hoeveel een boek je kost. Grofweg komt een boek van pak weg 150  bladzijden, met een oplage van 100 exemplaren, op iets van een € 500, verzending en ISBN incluis. Zet je de prijs op 15 euro – want die bepaal je zelf – dan kun je vast ook zelf wel uitrekenen hoeveel het je erbij verliest als je met een reguliere uitgever in zee gaat die je een royalty van 5% wil geven op het verkochte aantal exemplaren, en geen enkele garantie wil bieden dat dit aantal ook overeenstemt met de werkelijkheid. Als kind van de rekening, vier je de Dag van de Auteur dan best op 28 december. 
Nu goed. De Vlaamse Auteurs Vereniging heeft de problematiek reeds ter harte genomen. Auteurs die met POD-voorstellen geconfronteerd worden zoals geschetst in het praktijkvoorbeeld, kunnen contact opnemen met:

natalie@auteursvereniging.be0475 93 50 54

Hierbij zou ik echter ook een dringende oproep willen doen aan het Vlaams Fonds voor de Letteren (dat toch als doel heeft ‘de sociaaleconomische positie van de Vlaamse auteurs’ te verbeteren), de Vlaamse Uitgevers Vereniging en Sabam om de POD-problematiek ook aan te pakken. Een eerste stap daarbij moet zijn een aanpassing van het modelcontract, dat geen rekening houdt met de specificiteit van een POD-exploitatie en de deur open houdt voor allerlei soorten misbruik, waarvan dit eerste praktijkvoorbeeld – jammer genoeg – nog het minst erge is.

Wordt dus, euhm, vervolgd.


16.4.13

Vlaamse Auteurs Vereniging VAV Nieuwsflash: Aantal auteursklachten neemt sterk toe


Gelezen op: http://www.auteursvereniging.be/

Er bereiken VAV de jongste weken meer en meer klachten over uitgevers die er volgens onze leden bedenkelijke praktijken op nahouden. Om juridische redenen kunnen we in dit stadium nog geen namen noemen.
Waar gaan de klachten concreet over? 

- Ontbrekende afrekeningen en intransparantie over de aantallen.
- Geen melding van (buitenlandse) exploitaties.
- Exploitatie van werken via POD (printing on demand) zonder exploitatierechten of zonder de bijbehorende auteursrechten uit te keren.
- Mondelinge overeenkomsten (uitblijvende contracten) waarna wordt teruggekomen op werk dat intussen gepresteerd is.
- Contracten die pas lang na de uitgave van het boek aan de auteur worden voorgelegd.
- Verplichte afname van X aantal exemplaren.
Wat kunt u als auteur doen?

- Eerst en vooral: contracten die u ter ondertekening worden voorgelegd goed lezen en om advies vragen, bv. op een van onze infoloketten. U vindt ook informatie op onze website. Als een contract eenmaal ondertekend is, kunnen we nog weinig doen aan de inhoud van wat u ondertekende.
- VAV vertrouwen. Wij stellen vast dat auteurs vaak aarzelen om ons hun zaak voor te leggen. VAV garandeert u in zulke zaken anonimiteit zolang u dat zelf wenst.
- Wat wij nodig hebben, zijn ‘harde’ feiten ‘op papier’. Het is dus in uw belang dat u uw contracten, afrekeningen, correspondentie enz. bijhoudt.
- Via het net op zoek gaan naar onregelmatigheden bij de exploitatie van uw werk (POD, uitgaven in het buitenland...)
- Jonge, beginnende auteurs bijstaan en doorverwijzen naar VAV.
Samengevat: lees uw contract, laat het nalezen en contacteer ons. Het is in uw, ons en ieders belang.
Wat doet VAV?VAV verzamelt alle klachten, gaat er de gegrondheid van na en ondersteunt individuele auteurs. Wij schakelen ook ombudsvrouw Hilde Geerinck in om zaken te proberen te regelen, in der minne of anderszins. Voor een advocaat kunnen wij in individuele gevallen niet instaan.
Als het om georganiseerde praktijken blijkt te gaan, zet VAV uiteraard wel juridische stappen, nemen we contact op met de Vlaamse Uitgeversvereniging en geven we de nodige ruchtbaarheid aan de zaak, zoals in het verleden al is gebleken.

Om kort te gaan: zonder uw inbreng kan VAV weinig voor u doen
.

Voor auteurs met lumineuze ideeën om collega’s bij VAV aan het spreken te krijgen, één adres:

15.4.13

Uitgevers die te kaperen varen, doen dat met een POD (1)


De Weldaden van Printing on demand


Printing on demand
, gewoonlijk afgekort tot POD, is volgens Wikipedia ‘een proces binnen de grafische industrie waarbij boeken pas worden gedrukt wanneer daar voldoende vraag naar is’. POD is inderdaad een schitterende, kosten- en bomen sparende uitvinding, waarmee een uitgever kan voorkomen dat hij met een massa onverkochte boeken blijft zitten, of grote voorraden voor langere tijd moet stockeren.

POD wordt door reguliere uitgevers al eens aangewend om in het verleden redelijk succesvolle titels beschikbaar te houden, zonder dat men moet overgaan tot een toch niet geheel risicovrije nieuwe druk. Sommige uitgevers zouden, nog steeds volgens Wikipedia, zelfs een speciale ‘backlist’ hebben ingevoerd, zodat oude titels uit het fonds waarvan de laatste gewone druk is uitverkocht bij inschrijving en vanaf 50 à 100 exemplaren herdrukt worden. Ook voor auteurs die in eigen beheer willen publiceren, of die zich richten op een nichemarkt, heeft POD alleen maar voordelen. Een auteur - of een ‘kleine uitgever’ - laat het aantal exemplaren drukken dat hij op korte termijn kan verkopen, en voor de langere termijn zijn er de webwinkels – zowel de ondertussen vele kleine en enkele grote als Bol.com, maar ook de webwinkel die bij het POD-platform hoort, en eventueel een eigen webwinkel.

POD heeft – eerlijk waar – alleen maar voordelen, zowel voor de uitgever als de auteur. Zo stellen internationale POD-platformen met een Vlaamse of Nederlandse afdeling zoals Lulu of ShopMyBook de middelen ter beschikking waarmee een auteur zelf de royalties op zijn verkochte exemplaren kan bepalen, die vervolgens rechtstreeks – al of niet via Paypal – op zijn rekening worden gestort. Een uitgever die met POD werkt kan op die manier én de auteur rechtstreeks laten betalen én zijn eigen winst opstrijken, zowel van de oplages die hij laat drukken en slijt op – bijvoorbeeld – plaatselijke boekenbeurzen of in het kader van 'speciale acties', maar ook van de verkoop via webwinkels. Voor de auteur zijn de zeer snelle en absoluut transparante afrekeningen een winstpunt, voor de uitgever ligt de winst - benevens de aanwezigheid op het web en de gratis publiciteit - in het uitschakelen van een tijdrovende administratie en boekhouding.

POD is, met andere woorden, ongetwijfeld een win/win gegeven, zowel voor de auteur als voor de uitgever. Maar dat geldt uiteraard slechts zo lang één van beide partijen deze mooie nieuwe uitvinding niet gaat misbruiken ten koste van de andere. In het Nederlandse taalgebied zijn niet alleen enkele POD-platformen actief die op een volstrekt heldere en integere manier de verworvenheden van de digitale boekdrukkunst ten dienste stellen van zowel auteurs als uitgevers. Er zijn ook – en vooral in Nederland – een aantal uitgeverijen actief, die er geen geheim van maken in meer of mindere mate POD-technieken te hanteren, en hier ook op de meest transparante manier rond communiceren. Nogal wat reguliere uitgevers zouden een voorbeeld kunnen nemen aan de klaar en duidelijke, zakelijke communicatie bij 'kleine', al dan niet 'niche' of POD-uitgevers als Bola Editions, Zilverspoor, Boekscout of Free Musketeers.  Daar situeert zich dan ook geen enkel probleem, integendeel. Het probleem situeert zich bij enkele Vlaamse ‘reguliere’ en schijnbaar zeer bonafide uitgevers, die het POD-systeem op een malafide manier hanteren, tot scha van de auteur… en de eigen schande.

Kapers op de kust...


Als docent literaire creatie aan de Academie voor Podiumkunsten in Aalst krijg ik wel eens te maken met beloftevolle, al dan niet jonge, beginnende schrijvers. Als ex-jeugdauteur, die zich nu op een ‘volwassenen’ publiek richt, word ik nog steeds veelvuldig gevraagd om her en der lezingen te gaan geven, ook en vooral tijdens de Jeugdboekenweek. En dan hoor je al eens wat.

Zit je 30 jaar in het schrijversvak (mijn eerste boek verscheen in 1983), dan heb je doorgaans ook al een paar aanvaringen met uitgevers achter de rug. En een oude vos moet je niet te veel streken meer leren, al helemaal niet als die reeds 20 jaar voorzitter is van een schrijverscollectief (vzw deScriptomanen), dat ook actief is als kleine ‘niche-uitgever’ - in het Engels zo romantisch “indie” gedoopt (van ‘independent’). Niche-uitgevers maken dankbaar gebruik van POD, en ondertussen heb ik ook een aardige ‘back catalogue’ opgebouwd van oude titels, waarin de uitgevers van vroeger en nu geen brood meer zien of zagen, en waarvan de rechten gewoon weer teruggekeerd zijn bij mij.  Ik stel die boeken graag weer ter beschikking via POD, en de jongste tijd ook steeds meer als ebook, met het onvolprezen Smashwords-platform. Voor verkoop op lezingen zijn boeken-in-print interessant, want die kun je zelf in kleine aantallen drukken, zodat de prijs per exemplaar makkelijk onder de handelsprijs blijft, en je er nog wat aan verdient ook. Voor verkoop via de webwinkel zijn boeken-in-print niet interessant, omdat de koper van je boek er bovenop de handelsprijs ook nog een verzendingskost op betaalt, en het boek tweedehands of als ebook al gauw minder dan de helft kost.

Deze samenloop van deze omstandigheden maakte dat er tijdens de Jeugdboekenweek van 2013 bij mij een stuk of wat alarmbellen tegelijk afgingen. Op nog geen maand tijd kreeg ik namelijk te maken met drie duidelijke gevallen van POD-misbruik door ‘reguliere’ Vlaamse uitgevers, en ten nadele van de auteur. Om de collega’s te informeren over de vele interessante facetten van POD en het ebook, besloten we met vzw de Scriptomanen in het najaar dan ook een reeks workshops te organiseren rond ‘uitgeven in eigen beheer’. Deze post wil een inleiding zijn op die workshop, en mogelijk ook - in geval van voldoende interesse - op een informatieve bijeenkomst rond POD-misbruiken.  Wie nader geïnformeerd wil worden over de POD-Tips & Tricks, kan toetreden tot de Facebook-groep: Uitgevers die te kaperen varen, doen dat met een POD!  - en/of deze blog te volgen.  




9.4.13

Aliens blijken kabouters te zijn!



In hun documentaire Sirius tonen Steven Greer (Disclosure Project & Studiecentrum voor Buitenaardse Intelligentie) en Emmy-winnaar Amardeep Kaleka "voor het eerst" een alien aan de wereld. De piepkleine E.T. werd jaren geleden aangetroffen in de Atacama Woestijn (Chili); röntgenfoto's en DNA-onderzoek legden een aantal structurele parallellen vast met de mens. 

De onderzoekers zouden ook achterhaald hebben welke alternatieve energie de aliens gebruiken om onze planeet te bezoeken. Volgens Steven Greer zal het bestuderen van de UFO's "olie en nucleaire energie overbodig" maken - meteen de belangrijkste reden waarom onze overhedende informatie nooit publiek maakten...

De Spoken van Rochelinval



Als onderdeel van het spel Mysteries van de Macralle heb ik deze audio opname gemaakt van de legende De Spoken van Rochelinval... en daar veel plezier aan beleefd.





In het gehucht Rochelinval stond vroeger een molen, die bewoond werd door ene Bertin. Hij was verloofd met de mooie Thérèse. Een week voor hun bruiloft ging hij samen met haar trouwringen  kopen in Stavelot. Thérèse was heel opgetogen over de prachtige winkels en zei dat het leven in een stad toch wel heel prettig moest zijn.
De volgende dag vond Bertin de moeder van zijn verloofde in tranen. Thérèse was, in haar beste jurk dan nog, spoorloos verdwenen! Ontroostbaar zocht Bertin haar overal. Uiteindelijk hoorde hij dat ze een dame van lichte zeden was geworden, in Spa. Iemand had haar daar gezien, gekleed als prinses, in het gezelschap van twee heren.
Vanaf dat ogenblik kwam Bertin zijn molen niet meer uit. Hij dacht alleen nog aan zijn gebroken huwelijk. Maar op een avond werd er op de deur geklopt, en zie: daar voor hem stond een magere vrouw, met een geelachtige huid en uitgebluste ogen.
‘Bertin! Vergeef het mij!’ fluisterde Thérèse. ‘Ik heb je doen lijden, maar ik heb mijn ontsporing heel duur betaald!’
‘Nooit!’ gromde Bertin. ‘Nooit zal ik het je vergeven, hoor je?’
Toen Thérèse zijn woeste blik zag, werd ze bang en vluchtte. Maar de volgende dag keerde ze terug, en de dag daarna…
Nadat Bertin haar een derde keer had weggestuurd, vond men haar lijk in het water. Thérèse had zich verdronken. Bertin schreeuwde het uit – het was de kreet van een bezetene – en stierf korte tijd later, gek en ziek geworden van wroeging en verdriet.
Sindsdien zwerven de spoken van Bertin en Thérèse hier rond. Soms kan men de klagende stem van Thérèse horen, of het razende tieren van de krankzinnige molenaar…
Luister naar de EVP (Electronic Voice Phenomenon) op de MP3… Wat brabbelen de spoken daar? Zeg het me of verzin iets toepasselijks en ontvang FRAGMENT XI VAN DE FORMULE!


Ontsluier jij ook de Mysteries van de Macralle met een aantal paranormaal onderzoekers (of teams van paranormaal onderzoekers) naar keuze? Het spel is geschikt voor spelers van 8 tot 88 jaar, en je kunt het zowat overal organiseren, maar als je het in Vielsalm doet, krijgt één en ander uiteraard een meerwaarde. De verhalen zijn nu eenmaal in deze streek gesitueerd, met dank aan Charles Legros en zijn Sprookjes & Legenden uit de Haute Ardenne.
Het spel werd ontwikkeld in samenwerking met Avenature (www.avenature.be) en de gite La Tanière (www.gitelataniere.be). Wens je de GPS-versie van dit spel te spelen, geheel voor jou  georganiseerd en met een professionele spelleiding, of met een doe-het-zelf pakket, vraag dan vrijblijvend meer informatie en/of een offerte via info@inter-actief.be.
Benodigdheden voor de organisatie/spelleiding (= minimaal 1 persoon):
Een download van het audio album "De Driehoek van de Macralle"
audiotheater.bandcamp.com/album/de-dri…-de-macralle
Het script (ebook) van "Mysteries van de Macralle":
www.smashwords.com/books/view/3041…=patrickbernauw
Tekst, scenario, stem: Patrick Bernauw (www.bernauw.com)
Soundscape: Fernand Bernauw (www.relaxatiemuziek.be)
Fotografie: Marc Borms (www.embee.be)

4.4.13

Twee gratis ebooks (Engels): Hoe maak je een ebook, en hoe zet je het in de markt? (Met Smashwords)


























De Smashwords Stijlgids heeft duizenden schrijvers geholpen bij het produceren en publiceren van hoge kwaliteit eboeken. Deze gratis gids biedt eenvoudige stap-voor-stap instructies om eboeken te creëren, opmaken en publiceren. Het is verplicht leesvoer voor elke schrijver die een boek via Smashwords wil distribueren naar de grote eboek verkopers zoals de Apple iBookstore, Sony, B&N en anderen. 

Gratis Download Hier!





 

This free book marketing primer provides authors easy-to-implement advice on how to market their books at Smashwords and elsewhere. It starts with an overview of how Smashwords helps promote your book, and then provides 37 simple do-it-yourself marketing tips. The book is useful to all authors, even those who don't yet publish on Smashwords. Updated December 9, 2012. 

Gratis download hier!

2.4.13

Het skelet van een zeemonster en een GSM uit 1938... Urban Legends op Youtube?



Youtube blijft een wonderbaarlijke bron van... urban legends? Vandaag niet minder dan 2 min of meer nieuwe sterke verhalen zien passeren. Voor de kust van Qingdao halen Chinese vissers een enorm skelet van een tot dusver onbekend zeemonster boven, dat maar liefst 153 wervels telt. Een en ander doet daarbij onwillekeurig denken aan het skelet van het mythische monster dat werd aangetroffen onder de zogenaamde Brug van Einstein-Rosen, tussen Galgenberg en Duivelsput, in Affligem:


En nu we het toch over die "plooi in tijd en ruimte" hebben: vorig jaar dacht men nog aan een aprilgrap, toen rond deze periode een filmpje uit 1938 op Youtube geplaatst werd, waarin je een vrouw kunt zien bellen... met een mobiel toestel. Een tijdreizigster die een GSM gebruikte? Nu dook er echter een nieuwe verklaring op, waarin ene Planetcheck de jonge vrouw identificeert als zijn overgrootmoeder, Gertrude Jones. Zij werkte bij het bedrijf Dupont in Leominster (Massachusetts), dat toen al zou geëxperimenteerd hebben met een mobiel telefoontoestel:

'Het is zo'n 13 centimeter lang en 7,5 centimeter breed, weegt ongeveer 200 gram en heeft kleine toetsen die van 0 tot 9 gaan. Op de telefoon, die thuis veilig opgeborgen ligt in een glazen kastje, staat onderaan Dupont Co. vermeld.'

Was het toestel zijn tijd zo ver vooruit dat het daarom niet op de markt werd gebracht? Maar hoe zou men daar dan weer in geslaagd zijn? De eerste officiële GSM kon je met moeite in één hand houden!