Posts tonen met het label gratis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label gratis. Alle posts tonen

23.10.25

Gratis Maeterlinck luisterboek en ebook bij Vijftien Gezangen van Anna van Ro

 



De Quinze Chansons van Nobelprijswinnaar Literatuur 1911 Maurice Maeterlinck werden door Anna van Ro vertaald en bewerkt. Zij heeft zich het diepste wezen van de chansons eigen gemaakt. Haar Vijftien Gezangen klinken misschien wat plechtstatiger dan het Frans van Maeterlinck, toch heeft zij tot in de perfectie de toon en de sfeer, de muziek en de ritmiek van zijn verzen gevat en ze in haar eigen stem laten weerklinken. Hetzelfde kan gezegd worden van de illustraties die kunstenaar Antoon Torrekens maakte bij de gedichten: ze zijn mystiek en mythisch, rijk aan symboliek, en vormen een indrukwekkende picturale verbeelding van het universum van Maeterlinck.

Ik schreef een uitgebreid essay bij Vijftien Gezangen, waarin ik betoog dat de Games of Thrones van Maeterlinck alles te maken hebben met de sagen en legenden van Mysterieus België. In dit Nimmerland van onze middeleeuwse Lage Landen kun je makkelijk de sporen terugvinden van ballades als het Lied van Heer Halewijn of de Twee Koningskinderen, en van verhalen als die rond de fee Melusine of de ontstaansgeschiedenis van Orval. Verderop in deze post vind je alvast een uittreksel uit mijn essay, waarin Melusine is neergestreken in Gent.


Vijftien Gezangen werd voorgesteld op zaterdag 29 november 2025 in bluescafé The Mojo, wie vooraf intekende kreeg dit luisterboek en ebook er gratis bij:

Pelléas en Mélisande, een luisterboek

Pelléas en Mélisande, het ebook


Het boek is verkrijgbaar in iedere plaatselijke en online boekhandel, zoals Standaard Boekhandel - maar wil je auteurs en uitgeverij een steuntje in de rug geven, koop het dan aan via de webshop van de uitgever.

 



Resonanties





 
Hoe die Zeemeermin in 's hemelsnaam bovenop het Toreken van het Huidevettershuis is terechtgekomen, gelegen aan de Vrijdagmarkt in Gent, waar nu het Poëziecentrum gevestigd is? Een lang verhaal, dat start in Schotland, in de tiende eeuw... Uit het huwelijk van koning Elinas en de fee Pressine werden drie meisjes geboren: Melias, Palatine en Melusine. Toen het koninklijke paar ruzie kreeg, trokken de jonge feeën partij voor hun moeder en lieten ze hun vader gevangen zetten. Waarop de vader zijn dochters vervloekte: iedere zaterdagavond zou het onderste deel van hun lichaam veranderen in een slangenstaart, wat ze de facto omtoverde tot zeemeerminnen. Werden ze bovendien in die toestand van metamorfose betrapt, dan zouden ze ook hun toverkracht verliezen. 

De meisjes besloten zich op het Europese vasteland te vestigen, waar hun lot door niemand gekend was. Melusine trok naar de Ardennen. ‘Op een mooie namiddag in het jaar 963, terwijl ze zich spiegelde in het heldere water van de Alzette,’ lezen we in Ongewoon en Mysterieus België, een uitgave van Reader’s Digest (1987)‘verscheen Siegfried, de prins van die onherbergzame contreien, wiens kleine kasteel zich op de nabije heuvels bevond. Voor de twee jonge mensen was het liefde op het eerste gezicht en hetzelfde jaar nog werden ze in de echt verbonden. Van een arme edelman werd Siegfried algauw een machtige heer, dank zij de magische praktijken van Melusine, die zich elke zaterdagavond weer heel geheimzinnig in haar vertrekken opsloot.'

Zo verliepen twintig jaar van echtelijk geluk, tot Siegfried verteerd raakte door jaloezie: waarom mocht hij nooit haar kamer betreden op zaterdagavond? Melusine, die haar echtgenoot door en door vertrouwde, was onvoorzichtig geworden en liet de deur van haar kamer al eens open staan. Nietsvermoedend, in haar ware gedaante van zeemeermin, nam ze een bad... Siegfried was nauwelijks van zijn verbijstering bekomen, toen de vloek reeds werkelijkheid werd: een vreselijke aardschok deed het kasteel instorten. Siegfried vond de dood in de puinen van zijn kasteel en Melusine, veranderd in een gevleugelde draak, ging weer in de wereld van de verbeelding wonen...

De namen Melias, Palatine, Melusine doen sterk denken aan Pelléas en Mélisande. Het instortende kasteel herinnert niet alleen aan het Huis Usher van Edgar Allan Poe, maar ook aan het lot dat Allemonde te wachten staat – dat eveneens te kampen heeft met een vloek. De legende van de mysterieuze fee met de slangenstaart sprak heel erg tot de verbeelding van de graven van Boulogne, Rethel, Luxemburg, Toulouse, Lusignan en Anjou. Op zoek naar illustere voorvaderen, beweerden ze dat Melusine een van de eersten van hun geslacht was geweest. Adellijke families probeerden haar beeltenis op te eisen, door het via gemanipuleerde stambomen aan hun afstamming toe te voegen. Het nobele bloed van Melusine zou volgens de overlevering, en via Godfried van Bouillon, ook door de aderen stromen van de christelijke koningen van Jeruzalem. En zo raakte Melusine – via zijn tante Mathilde van Toscane – zelfs betrokken bij de stichting van de abdij van Orval en de magische Mathildebron. Melusine zou volgens Reader’s Digest tevens bekend staan als Luscente, en aan de oorsprong liggen van de naam Luxemburg, dat dan zoveel betekent als 'de burcht van Luscente'. Maar van deze boude bewering heb ik nergens bevestiging gevonden. In Koerich, gelegen tussen Luxemburg en Aarlen, net over de Belgische grens, kun je wel nog altijd de ruïnes van het kasteel van Siegfried bezoeken. 

Een mens zou zich zowaar gaan afvragen of de legende van de zeemeermin op het Gentse Toreken mede geïnspireerd werd door het vroege theater van Gentenaar Maurice Maeterlinck – La Princesse Maleine en Pelléas en Melisande  bevatten gelijkaardige motieven – of vice versa. Het thema ‘jaloezie’ speelt zowel in de toneelstukken als in de legende een belangrijke rol, en ook in de Vijftien Gezangen valt al eens een driehoeksverhouding te detecteren. Maar nee, de zeemeermin kwam niet op het Toreken te staan door het werk van Maeterlinck (zie verder), al kan het niet anders of Maeterlinck moet haar verhaal gekend hebben. Het gebouw werd al in 1483 afgewerkt met een uitkijktoren en een windwijzer in de vorm van een meermin die Melusine heette, en het gebouw werd in Gent ‘de Meerminne’ genoemd.

Het is fascinerend om in dit verband – zij het als louter Spielerei – even stil te staan bij het verschijnsel van de ‘resonantie’. Runen werken – net zoals de kaarten van de tarot – met ‘resonerende’ of ‘gelijkaardige’ betekenissen die elkaar aantrekken en voor ‘betekenisvolle coïncidenties’ zorgen, of de ‘synchroniciteit’ die we kennen uit de psychologie van Carl Gustav Jung. Er zijn onder meer numerologische en astrologische correspondenties mogelijk. Maar de resonantie speelt eveneens een rol op het niveau van de klank, en dan meer bepaald door stafrijm (alliteratie). Het zal je misschien opgevallen zijn dat niet alleen de naam Maurice Maeterlinck een stafrijm is, maar dat de M ook terugkeert bij zijn dramatis personae Maleine en Mélisande – en uiteraard bij hun 'oermoeder', Melusine. Deze observatie sluit naadloos aan bij de symboliek van de runen waar de letter M (Mannaz) op esoterisch niveau staat voor 'sjamaan', 'transcendent bewustzijn' en 'rasgeheugen', dat we kunnen vertalen als het collectief onbewuste van Jung.  

De astrologische correspondentie van de Mannaz (ook Manna of Mann genoemd) is de Waterman, de goddelijke én tegelijk dierlijke correspondentie (dat paradoxale vind ik zo fijn aan die runen) is de Mens. De plant die met de Mannaz wordt geassocieerd, is de alruin en het element zijn in dit geval de elementen Water & Vuur. Dat Mannaz de tegengestelden in zich verenigt (het goddelijke en het dierlijke, Water & Vuur) is – alweer – geen toeval: de alchemisten zoeken eveneens een vereniging van het Hoge en het Lage ('boven is beneden'), het Kleine en het Grote (het heelal weerspiegelt zich in een zandkorrel), Yin & Yang, het mannelijke en het vrouwelijke... om uiteindelijk – in de Steen der Wijzen – het volmaakte evenwicht, de opperste harmonie, het Hemelse Jeruzalem te vinden. Deze principes keren ook terug in het concept van het Mystiek Huwelijk.

Pelléas heeft dan weer de P van Parsifal, en de P-rune Perthro staat niet voor niets voor het Mysterie, onvoorstelbare gebeurtenissen en seksuele ontmoetingen, een inwijdingsritueel, het Lot (Karma) en irrationele angsten. Door zijn vorm wordt Perthro niet alleen geassocieerd met de vagina, maar ook met een recipiënt, een beker, een schotel... de Graal, kortom. Waardoor we naadloos belanden bij le Sang Réal, het Heilig of Koninklijk Bloed van de Bloedlijn van Christus, Jeruzalem, de kruisvaarders, Godfried van Bouillon… en de Vlaamse stad Brugge of het Luxemburgse Orval. Maar dat is weer een ander verhaal.

De Siegfried waarvan sprake, is overigens ook deze die we kennen uit Die Ring des Nibelungen van Richard Wagner; er zijn wel meer resonanties tussen het toneelwerk van Maeterlinck en het libretto van Wagner. De Sowilo of Sig-rune, ook bekend als het Zonnewiel, werd in de nazitijd verdubbeld en in die vorm door de SS geadopteerd; de inscriptie in de SS-dolk zou dan gefungeerd hebben als een beschermend amulet.

Maar hoe kwam Melusine nu op het Toreken te staan? Wel, verdoemd tot een eeuwig bestaan als geest, bleef ze nog steeds erg begaan met het lot van haar nakomelingen, die ze telkens waarschuwde voor naderend onheil. Dat was de burgers van Poitiers niet ontgaan, en zo groeide Melusine op tot mascotte van de stad. ‘Toen de kruisvaarders jaren later het Heilig Land gingen bevrijden,’ lees ik op Gent Blogt, ‘hadden die van Poitiers een vaandel met daarop een gouden Melusine-beeldje.' Dit werd veroverd door de Arabieren, maar heroverd door Vlaamse kruisridders. Zij brachten het mee naar Biervliet, en toen eeuwen later de Gentenaars onder leiding van Jacob van Artevelde aan de poorten de stad stonden, waren de huidevetters de eersten die over de stadsmuren geraakten. ‘Van Artevelde beloonde hen voor hun moed met het beeld van Melusine. Terug in Gent plaatsen ze het beeld als windwijzer op hun gildenhuis, en daar staat het nog altijd.’

 


9.3.25

Ook 3 gratis ebooks van podcast Ware Misdaad

 



Ook de podcast Ware Misdaad geeft 3 ebooks weg, naar aanleiding van het verschijnen van mijn autobiografie Een magisch-realist in Mysterieus België, het boek der synchroniciteiten bij uitgeverij Les Iles, in juni 2025.  

Veel kan ik er nog niet over vertellen, tenzij dit: het Toeval met de grote T - ook wel bekend als "betekenisvolle coïncidentie" of "synchroniciteit" - speelde mij een dummy in de handen van een boek over de roof van het paneel de Rechtvaardige Rechters uit het Lam Gods, terwijl ik net met een boek over het onderwerp bezig was. Toen mijn kompaan Guy Didelez en ik besloten de zoektocht naar een "handschrift" te staken over leven en werk van Leonie Van den Dijck, de zieneres van Onkerzele, bezorgde hetzelfde Toeval mij een paar dagen later al de vuistdikke bundel fotokopies van een gestencild typoscript uit 1972 van meer dan 400 pagina’s. Schrijvend aan een boek over het neonazisme, twijfelde ik of er ook een hoofdstuk over numerologie in paste; prompt kreeg ik het antwoord in de vorm van een kassaticket. En over de dood heen ontving ik via de nagelaten geschriften van Philip Coppens – mijn co-auteur van het boek De Paus van Satan – als het ware een ansichtkaart met "groetjes van Philip". Het zijn slechts vier voorbeelden uit een veel langere rij magisch-realistische toevalligheden, waarvan telkens een concreet bewijs bestaat: de dummy, het typoscript, het kassaticket, een foto uit de nalatenschap van Philip Coppens. 

Over enkele van deze kwesties heb ik verslag uitgebracht op de podcast Ware Misdaad. In afwachting van de publicatie van het boek, en ook om de vele trouwe luisteraars van Ware Misdaad te bedanken, stel ik graag 3 true crime ebooks te beschikking die samen meer dan €25 kosten. Het enige wat je hoeft te doen, is lid worden van onze Supporters Club - voor één maand (€4.99). Langer mag ook, natuurlijk. Het aanbod loopt tot eind juni 2025. 

Lid worden van de Supporters Club doe je door deze link te openen: https://www.spreaker.com/podcast/ware-misdaad--5433901/support 

Het gaat om deze ebooks: 

De Paus van Satan: De negentiende eeuwse auteur Joris-Karl Huysmans - Frans moeder, Nederlandse vader - infiltreert in het satanistische milieu van Parijs en komt er op het spoor van... jawel! 
De Zaak Louis XVII: Zijn ouders eindigden op het schavot. Maar wat is er gebeurd met hun zoon, de kroonprins van Frankrijk, die tijdens de Revolutie spoorloos verdween? 
Het geslacht van de engel: Hoe een kort verhaal van de schrijver Arthur Machen in de vorm van een krantenartikel verantwoordelijk werd voor een van de grootste mythes van de Grote Oorlog... de Engelen van Mons.

28.2.25

Een magisch-realist in Mysterieus België... en 3 gratis ebooks

 



Een primeur voor de luisteraars van Mysterieus België: in juni 2025 verschijnt mijn autobiografie Een magisch-realist in Mysterieus België, het boek der synchroniciteiten bij uitgeverij Les Iles.

Veel kan ik er nog niet over vertellen, tenzij dit: het Toeval met de grote T - ook wel bekend als "betekenisvolle coïncidentie" of "synchroniciteit" - speelde mij een dummy in de handen van een boek over de roof van het paneel de Rechtvaardige Rechters uit het Lam Gods, terwijl ik net met een boek over het onderwerp bezig was. Toen mijn kompaan Guy Didelez en ik besloten de zoektocht naar een "handschrift" te staken over leven en werk van Leonie Van den Dijck, de zieneres van Onkerzele, bezorgde hetzelfde Toeval mij een paar dagen later al de vuistdikke bundel fotokopies van een gestencild typoscript uit 1972 van meer dan 400 pagina’s. Schrijvend aan een boek over het neonazisme, twijfelde ik of er ook een hoofdstuk over numerologie in paste; prompt kreeg ik het antwoord in de vorm van een kassaticket. En over de dood heen ontving ik via de nagelaten geschriften van Philip Coppens – mijn co-auteur van het boek De Paus van Satan – als het ware een ansichtkaart met "groetjes van Philip". Het zijn slechts vier voorbeelden uit een veel langere rij magisch-realistische toevalligheden, waarvan telkens een concreet bewijs bestaat: de dummy, het typoscript, het kassaticket, een foto uit de nalatenschap van Philip Coppens.

Over de meeste van deze kwesties heb ik verslag uitgebracht op deze podcast. In afwachting van de publicatie van het boek, en ook om de vele trouwe luisteraars van Mysterieus België te bedanken, stel ik graag 3 ebooks te beschikking die samen meer dan €25 kosten. Het enige wat je hoeft te doen, is lid worden van onze Supporters Club - voor één maand (€4.99). Langer mag ook, natuurlijk. Het aanbod loopt tot eind juni 2025. Lid worden van de Supporters Club doe je door deze link te openen:

Het gaat om de trilogie rond onderzoeksjournalist Maarten Dejonckheere, wiens werkterrein - en hier is geen toeval mee gemoeid - Mysterieus België is. De boeken verschenen oorspronkelijk tussen 2006 en 2008 bij uitgeverij Manteau:

Het bloed van het lam: Tijdens zijn onderzoek naar de diefstal van de Rechtvaardige Rechters ontdekt Maarten Dejonckheere een occult geheim van de Tempeliers over de Heilige Graal.
Nostradamus in Orval: Een mysterieuze moordzaak leidt Maarten Dejonckheere naar de verdwenen Franse koningsschat en de geheimen achter de voorspellingen van Nostradamus.
Het Illuminati Complot: Dankzij Leonie Van den Dijck, de zieneres van Onkerzele, ontdekt Maarten Dejonckheere dat koning Albert I niet verongelukte, maar het slachtoffer werd van een moordcomplot. 

25.8.18

Patrick Bernauw vertelt over Reynaertse Vossenstreken aan de Tafel van Elise in Erembodegem


Eerder dit jaar verscheen mijn moderne bewerking van Reynaert de Vos, geschreven in samenwerking met Katharina Van Cauteren en Rik Van Daele. Het boek maakt deel uit van de succesvolle cultureel-artistieke fietstocht Expeditie in het Land van Reynaert: Vossen (www.vossen.vlaanderen) die nog loopt tot 30 september.



In september vertrek ik op toernee met mijn vertelling van Reynaert De Vos, waarvan al een stukje te horen (en zelfs te bekijken!) viel bij de Nederlandse Radio 1: https://www.nporadio1.nl/de-taalstaat/onderwerpen/467972-taalschat-van-den-vos-reinaerde



Starten zouden we doen op vrijdagavond 7 september met een tryout om 19.30 uur aan De Tafel van Elise, Erembodegem-Dorp 39. Maar die was al na een paar dagen VOLZET, dus deden we er nog een datum bij: zondagavond 30 september, 19 uur. 


Toegang is nog steeds gratis (vrije bijdrage), maar de plaatsen blijven beperkt, dus reserveren is absoluut brood(!)nodig, en wel via: 

elsneukermans@gmail.com (053 21 62 66)






Vervolgens zal, één zondagavond per maand, aan De Tafel van Elise een culturele activiteit georganiseerd worden, in de living, met akoestische muziek, boekvoorstellingen, lezingen en vertellingen, een theatermonoloog,… en met veel aandacht voor lokaal talent. 

Van de optredens zal ook een gelijknamige podcast gemaakt worden, zodat De Tafel van Elise wereldwijd te beluisteren (en te downloaden) valt op smartphone, tablet, PC.





Wie kent niet de verhalen over de sluwe Reynaert de Vos, en zijn slachtoffers Koning Nobel, de Wolf Isengrim, Bruun de Beer, Tybeert de Kater, en vele anderen… 
Het oorspronkelijke verhaal werd 800 jaar geleden geschreven en talloze keren bewerkt, onder meer ook door Felix Timmermans, Stijn Streuvels, Louis Paul Boon…
Dit is mijn eigen versie, noem het verteltheater, of stand up comedy… .

De vertelling wordt tegelijk live opgenomen en zal de eerste aflevering vormen van de podcast De Tafel van Elise, die voortaan jouw vaste afspraak zal zijn op zondagavond… Meer nieuws volgt.



4.5.18

Patrick Bernauw vertelt Reynaert de Vos - Deel 1: Het was op een Sinksendag...



De figuur van Reynaert de Vos is geen onbekende, zeker niet in het Waasland. Al vanaf de 13de eeuw, toen hij in de middelnederlandse literatuur zijn opwachting maakte in het dierenepos ‘van den vos Reynaarde’, houdt hij de Wase polders in de ban. Vanaf 5 mei tot en met 30 september 2018 kan je Reynaert nog beter leren kennen door middel van een fietstocht uitgezet over 40 kilometer door de polders van het Waasland tot in Hulst. Onderweg kan je vijf thematentoonstellingen bezoeken. Het project is een initiatief van de Phoebus Foundation van Fernand Huts.

Hier vind je alle info!


In het kader van dit project maakte ik samen met Katharina Van Cauteren en Rik Van Daele een 21ste eeuwse hervertelling van de Reynaert. Wie meefietst in het 'vossenverhaal op twee wielen' krijgt het boek cadeau, in de handel kost het 20 euro. We grepen terug naar de 'ongekuiste' versie, de oer-Reynaert, en verwerkten - zoals het ooit ook de bedoeling was - tal van actuele, satirische knipogen in het dierenepos, waarin zoals vanouds nog steeds een loopje genomen wordt met de normen en waarden van de(ze) tijd. Tot scha en schande van Bruun de Beer, Canteclaer de Haan, Grimbeert de Das, Tibeert de Kater... en koning Nobel uiteraard.

Toen ik de laatste hand legde aan de tekst, voelde ik het kriebelen om dit verhaal ook live te brengen. Eerlijk gezegd, had ik daar al een beetje rekening mee gehouden bij de hervertelling. Hier volgt dan ook het eerste deel van de vertelling, bij wijze van voorsmaakje: Het was op een Sinksendag...



In de podcast wordt gebruik gemaakt van een liedje, gezongen door Yves Bondue, waarvoor mijn broer Fernand de muziek schreef en de tekst een bewerking is van De Ballade om Genade van François Villon. 

Het is mijn stellige bedoeling het verhaal van Reynaert integraal op de planken te brengen, en dat kunnen ook de jouwe zijn. Alle info: patrick.bernauw(at)skynet.be 

Vossen, expeditie in het land van Reynaert: www.vossen.vlaanderen/nl

15.2.18

Jouw gedichten in de Pod?



Bij de digitale uitgeverij vzw de Scriptomanen starten we met een heuse poëzie podcast. 

Iedereen die én de PodCast PoëziePod volgt én een steunabonnement neemt van 20 euro/jaar kan ons materiaal toesturen om opgenomen te worden in de PoëziePod. 


We ontvangen het tekstmateriaal graag in één enkel Word document, en het audio materiaal in MP3: via de mail als het om niet meer dan 5 MB gaat, anders met WeTransfer. 

Email: podcast@inter-actief.be 

Rekeningnummer (overschrijven met vermelding 'steunabo PoëziePod'): 
IBAN BE 43 0016 9362 0101 
BIC GEBABEBB 

Selectiecriteria: de literaire kwaliteit van de teksten en de kwaliteit van de opname - zowel wat de audio als de voordracht of geluidsmontage betreft. De kwaliteit van de opname, voordracht, montage en zo meer kunnen wij verbeteren; eventueel maken we een offerte en nemen we de teksten voor jou op, al dan niet in een passend geluidsdecor. 

(Tussen haakjes, wij zijn ook niet vies van live opnames, slam poetry, boekvoorstellingen, interviews,...) 

Wie door middel van een podcast zijn of haar dichtbundel wil promoten, geen probleem: de PodCast kan vergezeld gaan van een link naar de online boekhandel, website of andere informatie. 

Wie een audio opname te koop wil aanbieden via de PodCast, kan ook bij ons terecht. We kunnen afleveringen immers 'premium' te koop aanbieden.



31.10.16

De Utopische Spelen in Aalst: game app downloads tijdelijk gratis!





In het kader van het Utopisch Literatuurfestival van 17 tot 20 november in 't Gasthuys kunt u helemaal gratis de citygame app Utopia in Aalst en de museum game app Een Geest in 't Gasthuys downloaden.



Patrick Bernauw over Een Geest in ’t Gasthuys: 
Begin 2016 trof ik een boek met stiftgedichten aan in de Sint-Martinuskerk van Aalst, bij de gedenkplaat van Dirk Martens. Een stiftgedicht – of blackout poetry – bestaat uit de tekst die je overhoudt als je grote delen van een bestaande tekst wegstift, uitwist, schrapt, enz… De vreemde boodschappen leken te verwijzen naar de Utopia van Thomas More, net 500 jaar geleden van de persen van Dirk Martens gerold. Het was de start van een merkwaardig experiment in het vlakbij gelegen Stedelijk Museum ’t Gasthuys, waarbij ik als een spiritistisch medium contact probeerde te leggen met de geesten van Martens & More… Ontcijfer jij de mystiek mysterieuze boodschappen van Gene Zijde, mogelijk zelfs afkomstig uit de Vierde Dimensie van Albert Einstein, waar zich ook Utopia bevindt?
Download hier de game app van het Stedelijk Museum: Een Geest in ’t Gasthuys


Utopia is geen onbestaand Nergensland… Op sommige plaatsen zijn de grenzen tussen Hier & Daar echter erg dun geworden. Slaag jij er met jouw team in de weg naar Utopia te vinden… in Aalst… geholpen door Martens & More?
Deze hommage aan de graffiti kunstenaars en Carnavalisten van Aalst werkt met foto’s, genomen voordat een brand grote delen van de Carnavalwerkhallen in de as legde. Zij droegen eveneens de naam Utopia. Voer dit onderzoek individueel of met een paranormaal detective team van 2, 3 of 4 personen. In dat geval beschik je best over een tablet. Geen mobiel internet vereist.

Download hier de city game app: Utopia in Aalst

Het volledige programma:

Verwonderenderwijs - do 17 november om 20 uur
Humor en ernst.  Met woorden en muziek kietelen en prikkelen.  VOOR mensen met gedachten, ideeën en fantasie.  DOOR leerlingen van de Academie voor Podiumkunsten Aalst.
Gratis.

Utopia Games - za 19 november
‘De Geest van ’t Gasthuys’ & ‘Utopia in Aalst’ zijn 2 games gecreëerd door vzw de Scriptomanen nav het Dirk Martens Utopia-jaar, nu tijdelijk gratis te downloaden.

Gespreksavond rond Utopia- za 19 november om 20 uur
ism het Aalsters Literair BonTgenootschap. 500 jaar na de eerste druk door Dirk Martens zoeken vier lezers naar de betekenis van Utopia.  Ze wisselen van gedachten over het beroemde boek uit 1516 en de beeldvorming rond een ideale samenleving, vroeger en nu.
Een gesprek met Luckas Vander Taelen, Els Keytsman, Patrick Lateur en Kirstin Vanlierde. Moderator: Karel Nijs.
Deelnemen kost 5 euro, inschrijven op museum@aalst.be

Rondleiding in de Utopia tentoonstelling- zo 20 november om 14 uur
Deelnemen kost 5 euro, inschrijven op museum@aalst.be

Kinderworkshop “In de leer bij Dirk Martens”  - zondag 20 november om 14 uur en om 15.30 uur
Voor kinderen van 8 tot 12 jaar. Je ontdekt aan de hand van voorwerpen het leven van een drukker en het werken in een drukkerij uit de 15e-16e eeuw. Je kruipt in de huid van Dirk Martens en krijgt een zethaak en een drukletterkast om zelf een tekst op te stellen. Deze tekst mag je zelf drukken op de drukpers en krijg je mee naar huis.
Deelnemen kost 5 euro, inschrijven op museum@aalst.be

Oude Vismarkt 13 - 9300 Aalst
tel. 053 72 36 02

facebook: stedelijkmuseumaalst 

17.9.16

Lezing over synchroniciteit, channeling, de Mysteries van het Lam Gods en... geesten in 't Gasthuys!



Op 10 juni 2016 werd in het Stedelijk Museum 't Gasthuys in Aalst het boek Berichten uit Utopia voorgesteld. Bij die gelegenheid gaf ik een korte lezing over mijn ervaringen met synchroniciteit, aan de hand van voorbeelden uit mijn literair parcours. Zo werd Mysteries van het Lam Gods geschreven met dank aan de vondst, in 1990, van Het geheim van de dubbele muur van Valère Depauw en was er het merkwaardige kasticket dat een rol speelde in De Hamer van Thor. 

Synchroniciteit speelde ook een belangrijke rol toen ik, voor de sport, aan 'channeling' ging doen en in 't Gasthuys en via blackout poetry de geesten probeerde op te roepen van Thomas More en Dirk Martens. Het resultaat van die experimenten, samen met een essay over stiftgedichten, verscheen in als Eutopia/Blackout.  
De muziek is van Naami, een Variatie op Heer Halewijn.
Meer spiritisme en stiftgedichten in de Game App Een Geest in 't Gasthuys en in de City Game App Utopia in Aalst.
De lezing werd opgenomen door de Utopia Podcast en is hier te beluisteren of gratis te downloaden:




1.5.16

Crowdfunding... of voorintekenen tegen vriendenprijs: Berichten uit Utopia - Eutopia/Blackout



In 2016 was het 500 jaar geleden dat Dirk Martens, drukker in Aalst, de Utopia van Thomas More op zijn drukpers in Leuven legde. Dat wordt in Aalst onder meer herdacht met de Podcast (E)Utopia en de uitgave van dit boek. Het bevat zeer diverse (e)utopische schrifturen - verhalen, gedichten, een essay en ook al eens een stukje drama - gepleegd door de cursisten literaire creatie van Patrick Bernauw aan de Academie voor Podiumkunsten: Ludo Constant, Hilde De Cock, Magali De Vlaeminck, Katherine Muylaert, Matthias Roggen, Rita Saeys, Jana Van Der Fraenen en Els Vermeir.


Utopia is in deze tijden van terrorisme en vluchtelingencrises weer brandend actueel. Ook na de publicatie van dit boek is het evenwel nog een groot mysterie waar de Weg naar (E)Utopia precies heen leidt. Misschien verdwalen we onderweg wel in de vierde dimensie...


Nog in dezelfde context verscheen mijn eigen boek Eutopia/Blackout waarin ik dezelfde problematiek behandel in een essay over blackout poetry (stiftgedichten) en hoe je daarmee ook literair creatief aan spiritistische 'channeling' kunt gaan doen, om in contact te treden met Hogere Geesten als die van Dirk Martens of Thomas More... of whatever.





Vroeger heette dat 'voorintekenen aan vriendenprijs' - nu crowdfunding:

In de boekhandel kost het boek Berichten uit Utopia €20 en Utopia/Blackout €18, maar u kunt genieten van de vriendenprijs:
* van €18 voor Berichten Uit Utopia 
* van €15 voor Eutopia/Blackout
* van €30 voor Berichten uit Utopia én Eutopia/Blackout (in dat geval krijgt u er nog geheel gratis een uniek stiftgedicht bovenop!)

Er is een voorwaarde aan verbonden: u komt de boeken ophalen op de boekvoorstelling-met-receptie van vrijdag 10 juni, om 20 uur, in het Stedelijk Museum ‘t Gasthuys, Oude Vismarkt 13 te Aalst of na afspraak met ondergetekende.

Voorintekenen doet u door een mailtje te sturen naar vriendenprijsje@teambuildings.eu met duidelijke vermelding van uw naam, postadres en telefoon of mobiel nummer. En door €18 of €15 of €30 over te schrijven op het rekeningnummer van uitgeverij vzw de Scriptomanen:
IBAN: BE 43 001693620101.

Zodra u een mailtje hebt gestuurd en de betaling hebt gedaan, reserveren wij voor u een exemplaar. U zult op uw mailtje ook een automatisch antwoord ontvangen dat de voorintekening bevestigt. Let wel, deze wordt pas van kracht als de betaling is gebeurd vóór 21 mei 2016. Graag ook melden of u het boek al dan niet komt ophalen op de boekvoorstelling van 10 juni of na afspraak met de auteur.


20.12.15

Eutopische Wensen voor 2016!



Eutopia is een queeste
in dromen van het Beloofde Land
waar je ooit bent geweest en
nooit meer kunt komen.

Eutopia is een formule
voor geluk – geen geluk
in een pil –, doolhof
van Eden

in het eigen hoofd en
draai-
kolk, wolk-

breuk, weer
licht in dit zwarte gat
en eindelijk vrede.



Haal je gratis blackout poetry ebook Channeling An Ancient Alien & lees 2 maanden gratis ebooks bij Scribd: 

http://www.scribd.com/g/2wh1mj


28.5.14

Dolende Ridders... Zeg het met een bloem!


In de "ware kronieken" van de Dolende Ridders worden vooral de avonturen van enkele ridders uit de stal van Karel de Grote uit de doeken gedaan. Waarbij moet gezegd dat de meisjes en vrouwen uit zijn tijd in emancipatorisch opzicht hun tijd ver vooruit waren. Er wordt dan ook niet op een anachronisme meer of minder gekeken in deze verhalen over monsters en engelen, helden en sukkels, hemel en hel. En evenmin in de 35 cartooneske fotomontages, die als illustraties fungeren, maar doorgaans helemaal niets te maken hebben met de vertelling, tenzij dan: de absurde humor en de parodiërende stijl. Dat komt ervan als je met helden werkt als de Ridder met de Tandenstoker (of de Roze Paperclip), om nog maar te zwijgen over ene Jan Zonder Vlees. 

Karel de Grote is groot, ontzettend groot. Maar ook niet mis zijn Angoulaffre met de Gele Tanden, de verliefde leeuw Oghris of Roland die in zijn eentje een bres slaat in de muren van Saragossa. Er vallen flink wat doden, gewonden en andere slachtoffers, maar gelukkig blijft de verteller van deze ongelooflijke gebeurtenissen er opvallend vrolijk onder. 

Een geestige geschiedenis met een hoog Monty Python gehalte, kortom.


Gratis download 20% ebook Dolende Ridders hier!

 
  Meer Maliënkolder - inkijkexemplaar hier!

 

11.9.13

In de Hopduveles - een vertelling uit het ebook "In het spoor van de Hopduvel"



Dit is een van de vier Hopduvel Vertellingen uit het ebook "In Het Spoor van de Hopduvel" - De gelijknamige "klankwandeling" met nog vijf andere korte vertellingen en 3 liederen kunt u hier gratis downloaden:




Kort na de Tweede Wereldoorlog herdoopte Mooie Mina, met het gebruikelijke coupeke champagne, het établissement In de Hopduvel tot In de Hopduveles. De klandizie van het huis clos op de Boechoutberg bestond toen voornamelijk uit hitsige heertjes op leeftijd, voyageurs en vrachtwagenchauffers die de steenweg naar Gent of naar Brussel deden.
De ruiten van In de Hopduveles waren discreet ondoorzichtig gemaakt door het stof, en de ooit witgekalkte muren en het gammele meubilair leken gevernist door dichte walmen rook van sigaren en sigaretten. Als veldwachter van ons lieflijke Brabantse Affligem zag ik mij al eens genoopt de gemeente- en provinciegrens over te steken, en een bezoek af te leggen in het Oost-Vlaamse Erembodegem. Op die manier leerde ik Mooie Mina kennen als een brutale brunette, een diamant die gevaarlijk fonkelt als je hem tegen het licht houdt – ruw want onaangetast aan de binnenkant… en aan de buitenkant tot in de perfectie geslepen.
Mina metamorfoseerde tot een valse blonde en liet zich voortaan ook Marilyn noemen, toen la Monroe zelfs in deze godvergeten contreien enige bekendheid verwierf. Je kon haar meestal vinden in een hoekje achteraan haar zaak, waar zij vanachter een tafeltje haar klanten bespiedde, terwijl zijzelf toch zo goed als onzichtbaar bleef in haar mysterieuze clair-obscur. 
Het meisje achter de bar heette Rooie Rita. Haar haren hadden de kleur van de dure Schotse whisky die ze beweerde te schenken, maar die in werkelijkheid illegaal gestookte rommel was. Haar ogen waren groen als die van een kat en dwaalden voortdurend af naar Marilyn. Door een ingewikkeld systeem van nauwelijks waarneembare tekens slaagde Marilyn er namelijk in haar barmeid de klant aan te duiden over wie zij zich op een zeer specifieke manier moest ontfermen. De speciale behandeling hield in dat Rooie Rita de heer in kwestie tot het aantal consumpties verleidde dat hij nodig had om ieder besef van de werkelijkheid te verliezen. Zodra dit punt was bereikt, sleurden Marilyn en Rooie Rita het laveloze lichaam naar boven, ontdeden hun slachtoffer van zijn kleren en fouilleerden die grondig. Het geld dat ze op hem vonden, werd verdeeld tussen de beide Hopduvelessen.
Wanneer de heer de volgende ochtend uit zijn bewusteloosheid ontwaakte, vond hij zichzelf naakt terug in een vreemd bed. Zijn kleren lagen netjes over een stoel en zijn portefeuille was leeg, op wat kleingeld na. Omdat hij zich nog onmogelijk kon herinneren wat zich de afgelopen nacht zoal had afgespeeld in deze kamer, aanvaardde hij graag dat het verdwenen bedrag in verhouding stond tot de diverse diensten die hem door  beide dames waren bewezen. Aanvaardde hij deze verklaring niet, dan dreigde Marilyn ermee onverwijld de politie op te trommelen. Maar dat bleek slechts zelden noodzakelijk te zijn.

De heer Maegerman was begrafenisondernemer, en zowat een vaste klant van Marilyn. ‘Hein’ Maegerman (in werkelijkheid heette hij Maurice, maar dat rijmde niet met zijn bijnaam Magere Hein) was een dunne, kleine, bleke man van middelbare leeftijd. Ik hoorde wel eens beweren dat Marilyn een zwak voor hem had; anderen hielden het erbij dat zij een belegging op de lange termijn verkoos boven de snelle winst. Het gebeurde inderdaad al eens dat Hein Maegerman straalbezopen in de put viel die hij voor een ander had laten graven.
Magere Hein had de zaak overgenomen van zijn vader, die een fortuin verdiende aan de epidemie van Spaanse Griep in 1919. Maegerman verwees vaak naar deze periode, die samenviel met zijn jeugdjaren, als naar de ‘belle époque’. Op tijd en stond werd hij bezocht door verscheurende vlagen van nostalgie naar zijn kindertijd, toen zijn vader de slachtoffers van de Spaanse Griep bij nacht en ontij in eenvoudige dozen van wit hout ter aarde bestelde, en hun nabestaanden vervolgens luxueuze eikenhouten kisten aanrekende. Sindsdien waren de zaken nooit meer geworden wat ze ooit geweest waren.
‘Wij leven hier veel te geïsoleerd,’ kloeg hij zijn nood bij eenieder die het horen wilde. ‘Besmettelijke ziekten kunnen ons hier niet eens bereiken!’
Naderhand heeft Marilyn verklaard dat het allemaal begonnen is met de herhaalde economische noodkreet van Hein Maegerman, deze keer geslaakt in verband met een klant van de Hopduveles, ene Honoré Van Stichelen. Meneertje Van Stichelen, zoals hij gemeenzaam werd genoemd, was nog kleiner dan Magere Hein en had een zo mogelijk nog blekere kleur. Voortdurend parelden er dikke, zurig ruikende zweetdruppels op zijn voorhoofd. Hij liep krom, met een stok, en was voor de rest in het bezit van een slecht passend gebit dat een klapperend geluid maakte als hij een poging deed om te praten.
Meneertje Van Stichelen was vierenzeventig, reeds redelijk seniel en tot op de draad versleten. Hij was ooit rentmeester geweest van een baron en men fluisterde dat hij zo rijk was als de zee diep. Hij ontwaakte voortdurend In de Hopduveles, na het drinken van sloten goedkope schuimwijn (die hij had betaald als was het dure champagne), en nadat zijn portefeuille doorgaans een niet onaardig extraatje had opgeleverd voor Marilyn en Rooie Rita. Daarna sukkelde hij op zijn wandelstok een paar kilometer verder, naar zijn huis in de Affligemdreef, gelegen tussen de beroemde abdij en het Kluisbos.
‘Vroeg of laat gieten jullie ‘m zoveel schuimwijn op, dat hij er niet alleen barstende hoofdpijn zal aan overhouden,’ gromde Hein Maegerman op een avond, toen het weer zo ver was. ‘En dan droogt de bron definitief op.’
‘Dat zou jammer zijn,’ knikte Marilyn. ‘Maar wat wil je dat ik eraan doe?’
‘Ik heb wat navraag gedaan. Meneertje Van Stichelen heeft geen familie, geen vrienden, geen kennissen. In feite heeft hij helemaal niemand meer. Triest hé? Misschien zou je ‘m… wat liefde kunnen geven? Hij heeft maar één klein zetje meer nodig, Marilyn… Als jij hem nu eens laat geloven dat zijn gevoelens voor jou beantwoord worden, en dat hij bijvoorbeeld niet meer hoeft te betalen voor zijn eh... overnachtingen? Dan neemt hij jou misschien wel op in zijn testament... En als hij kort daarna schielijk overlijdt, zal niemand zich vragen stellen. Ik kan zelfs voor een dokter zorgen die het overlijden van meneertje Van Stichelen blindelings aan een natuurlijke oorzaak zal toeschrijven.’
Marilyn nam de raad van haar vriend ter harte en begon meneertje Van Stichelen extra in de watten te leggen. Rooie Rita stak een handje toe en uiteindelijk wisten de beide vrouwen het renteniertje zo ver te krijgen dat hij een testament maakte, waarin hij al zijn bezittingen naliet aan de Hopduvelessen.
Vervolgens stelden ze zich met z’n drieën de vraag of ze er nu goed aan deden gewoon af te wachten – en het risico te lopen dat meneertje Van Stichelen vroeg of laat tot andere inzichten kwam – of de droeve gebeurtenis die er hoe dan ook zat aan te komen enigszins te bespoedigen door middel van ‘een geprepareerde schuimwijn’. Opnieuw was het Hein Maegerman die met een oplossing voor de dag kwam. In functie van zijn beroep had hij op een blauwe maandag ooit scheikunde gestudeerd, en hij meende dat een bijzondere soort antivries zoals in die dagen gebruikt werd voor de radiatoren van automobielen aan alle vereisten voldeed om hun opzet te doen slagen. Het spul was smaak- en kleurloos, en tamelijk giftig.
Het was begin december, en Sint-Maarten was nauwelijks uit het straatbeeld van Erembodegem verdwenen, of in dat van Affligem verscheen hij alweer in zijn gedaante van Sint-Niklaas. De Sint van de Duivelse Driehoek deed ieder jaar een dubbele shift, en zijn lange witte baard had rond de mond een rosse kleur gekregen van de uitgeademde alcoholdampen. In gelegenheden als ’t Oud Zandtapijt kwam een derde consumptie op de rekening van het huis, en dat zou zo blijven tot in de Kerst- en Nieuwjaarsperiode. Maar de Hopduvelessen geloofden al lang niet meer in de Goede Sint en deden ook niet aan liefdadigheid.
In de drankjes waarmee Marilyn en Rooie Rita het renteniertje dronken voerden tot hij bewusteloos van zijn stoel viel, bevond zich nu ook een flinke dosis antivries. Ze hadden zeven coupes nodig, voordat meneertje Van Stichelen als een blok voorover stuikte.
Hein Maegerman, die vanwege zijn beroepsbezigheden werd beschouwd als een autoriteit met betrekking tot het menselijk lichaam, knielde bij meneertje Van Stichelen neer en legde zijn oor te luisteren aan diens smalle, broze borstkasje.
‘Klopt het nog?’ informeerde Marilyn angstig.
‘Zwakjes,’ antwoordde Hein. ‘En hooguit nog een paar minuten, denk ik.’
Terwijl Rooie Rita de deur sloot en een bordje voor het raam hing (Geslooten Vanwegens Omstandigheeden)  sleepten Marilyn en Hein het lichaam naar achter. Ze kraakten een fles echte champagne en trokken de wacht op bij de stervende grijsaard, die vredig leek te slapen op de vieze vloer, de armen gekruist over zijn povere borst, de dunne beentjes netjes over elkaar geslagen.
Van tijd tot tijd voelde Maegerman even aan de pols van meneertje Van Stichelen. Er bleef een uiterst zwakke polsslag voelbaar. Maar het kon nu echt niet lang meer duren.
Toen de ochtend in de lucht kwam, viel er echter nog altijd geen bevredigende evolutie in de toestand van meneertje Van Stichelen te bespeuren. Marilyn werd van langsom ongeduldiger en ongeruster – in die volgorde. Tot overmaat van ramp begon hun erflater daarop nog te snurken ook.
‘Het zal niet meer voor vandaag zijn,’ stelde Rooie Rita vast. ‘Ik ga slapen.’
Marilyn keek haar vriend verwijtend aan. ‘Je hebt hem niet genoeg antivries gegeven, Hein.’
‘Ik kon me niet voorstellen dat hij zó sterk zou zijn,’ probeerde die zich te verdedigen.
‘Wat doen we nu?’
‘We laten hem wakker worden waar hij gewoonlijk wakker wordt, en ik bedenk wel iets anders.’

Toen meneertje Van Stichelen alweer met een barstende hoofdpijn naar huis was gesukkeld, lichtte Hein Maegerman de vrouwen in over het nieuwe plan de campagne dat hem voor ogen stond.
‘Een simpele voedselvergiftiging kan wonderen doen bij een kerel van die leeftijd en met de lamentabele conditie van meneertje Van Stichelen,’ zei hij. ‘Ik dacht aan oesters... Hij is ervan overtuigd dat ze wonderen doen voor de potentie. Als we ze laten bederven en we doen er voldoende ajuin en citroen op om de geur te maskeren, zullen ze nog goed zijn voor wat anders ook.’
‘Voor alle zekerheid kunnen we er nog wat gemalen glas overheen strooien,’ stelde Rooie Rita voor. ‘Houdt hij er geen voedselvergiftiging aan over, dan tenminste toch een maagbloeding.’
Dit plan werd unaniem goedgekeurd, en iedereen ging aan de slag. Marilyn kocht in Aalst een portie oesters en liet ze gedurende een paar dagen bederven. Rooie Rita draaide een stuk of wat whiskyglazen door een vleesmolen. En om voor tweehonderd procent zeker te zijn dat het plan nu zou lukken, maakte Magere Hein een cocktail klaar van goedkope schuimwijn en antivries. Toen nodigden ze meneertje Van Stichelen uit voor een intiem souper – zijn Laatste Avondmaal, zeg maar.
Meneertje Van Stichelen dronk schuimwijn met antivries als aperitief en witte wijn met antivries bij de bedorven oesters, die Rooie Rita niet alleen bereid had met goed veel ajuin en citroen, maar ook met een fikse portie gemalen glas. Meneertje Van Stichelen at en dronk het allemaal op en gaf geen kik. Hij nam nog een pousse café met antivries, schakelde daarna weer over op schuimwijn (zonder antivries, want die was ondertussen helemaal op) en na een stuk of wat glazen gleed hij weg in wat leek op een zalige, verzadigde roes. Nog een paar minuten later was hij alweer aan het snurken alsof er geen vuiltje aan de lucht was.
Marilyn geloofde haar eigen ogen niet, en haar oren nog minder. Rooie Rita beet haar roodgelakte nagels stuk van de spanning. En Magere Hein zat met zijn handen in zijn schaarse haren. Hij begreep er niets meer van. De enige min of meer redelijke verklaring die hij kon bedenken voor deze betreurenswaardige gang van zaken, was dat meneertje Van Stichelen in zijn lange leven zoveel rotzooi naar binnen had gewerkt, zowel in vloeibare als in vaste vorm, dat hij er min of meer immuun voor was geworden. Het leek volslagen ongeloofwaardig als je hem zo bekeek, maar meneertje Van Stichelen moest wel een man van staal zijn, met ingewanden van gewapend beton.

In die vredevolle periode tussen Kerst en Nieuwjaar besloten Maegerman, Marilyn en Rooie Rita van tactiek te veranderen. Het vroor dat het kraakte en hun adem vormde wolkjes in de nachtlucht, toen zij het straalbezopen meneertje Van Stichelen in de corbillard van Magere Hein te slapen legden. Rooie Rita stond op de uitkijk, Maegerman kroop achter het stuur en Marilyn ging meneertje Van Stichelen gezelschap houden, voor het geval hij onverhoeds mocht ontwaken. 
Zonder ongelukken bereikten ze de abdij van Affligem. Waar een karrenspoor ophield en het Kluisbos zich uitstrekte, hield Maegerman halt. Marilyn trok de jas en de met bont gevoerde overjas van meneertje Van Stichelen uit – die konden ze nog verkopen op de vlooienmarkt – en zette zijn hemd open. De kille noordenwind beet in de onbeschermde huid van hun gezicht, toen zij het schijnbaar levenloze lichaam van meneertje Van Stichelen dumpten in een gracht.
Maegerman goot een fles water leeg over de blote bast van meneertje Van Stichelen en legde zorgzaam een lege fles schuimwijn naast hem neer, van het merk dat gewoonlijk geschonken werd In de Hopduvel. Toen keek hij op de thermometer die hij had meegebracht.  ‘Bijna min tien,’ zei hij tevreden. ‘Als hij hier geen fatale longontsteking aan overhoudt, weet ik het ook niet meer.’
Het plan was geniaal in al zijn eenvoud. Marilyn en Rooie Rita zouden eensgezind verklaren dat ze meneertje Van Stichelen naar huis hadden gestuurd met een fles schuimwijn, zoals ze dat zo vaak hadden gedaan. Maar in plaats van langs de steenweg te gaan lopen en dan een landweg in te slaan richting abdij, had meneertje Van Stichelen het in zijn dronken oude hoofd gehaald een kortere weg te nemen en de karrensporen te volgen, dwars door de velden en de weiden. Hij had zelfs het vriendelijke aanbod van Marilyn afgewimpeld een taxi te bellen. En zo kon het dan gebeuren dat hij jammerlijk verdwaald was geraakt, en in een gracht beland.
Voor alle zekerheid ging Magere Hein de volgende dag poolshoogte nemen op het karrenspoor bij de abdij.  Toen hij bij de bewuste gracht aankwam, stelde hij tot zijn grote verbazing vast dat er geen spoor meer te bekennen viel van meneertje Van Stichelen. Hij sprong in zijn corbillard en reed een eindje verder naar het huis van meneertje Van Stichelen… waar hij licht zag branden. Vloekend keerde hij terug In de Hopduvel, om verslag uit te brengen over zijn onrustbarende ontdekking.
De samenzweerders durfden het niet zo ver te drijven te gaan aankloppen bij meneertje Van Stichelen, om te informeren naar zijn gezondheid. Met die van Magere Hein ging het ondertussen niet zo best. Hij had aan de nachtelijke uitstap met meneertje Van Stichelen dan wel geen longontsteking overgehouden, maar het scheelde toch niet veel. Hein hoestte zich de longen uit het lijf en zat, een hete grog bij de hand, voortdurend met zijn hoofd boven een kom dampend water, waarin Marilyn wat eucalyptus had gedaan.
Zo gingen er een paar helse dagen voorbij – in angst, twijfel en vooral onzekerheid. Hoe zou meneertje Van Stichelen reageren op wat hem nu weer overkomen was?
Welgeteld drie dagen nadat ze hem in een gracht bij de abdij hadden gedumpt, kwam hun man van staal weer opdagen, op Oudejaarsavond. Doorgaans bezocht hij zijn Hopduvelessen twee keer per week. Marilyn was ervan overtuigd dat er, als hij die avond niet verscheen, stront aan de knikker moest zijn. Maar voordat ze in haar zenuwachtigheid fouten kon begaan, en nu Maegerman zo goed als uitgeteld was, dook meneertje Van Stichelen plots voor haar op, als een geest uit een fles. Hij zag er even doodop en versleten uit als anders, zijn ogen stonden troebel, en hij had aan zijn avontuur  ook een koortsig blosje overgehouden, dat gepaard ging met een lichte verkoudheid. Maar voor de rest was hij nog steeds de ouwe. Had de antivries hem gered, of was het de hoeveelheid alcohol in zijn bloed die hem op sterk water had gezet en voor een gewisse bevriezingsdood behoed?
‘Ik heb mij niet zo best gevoeld, de afgelopen dagen,’ mompelde hij. ‘Verleden week werd ik wakker in een gracht bij de abdij. Hoe ik daar terecht gekomen ben… Joost mag het weten!’
Marilyn legde hem geduldig uit dat hij de nacht niet met haar had willen doorbrengen, en dat ze dit helemaal niet mooi gevonden had van hem. Hield hij dan niet meer van haar?
‘Toch wel, mijn poesje! Toch wel!’ haastte meneertje Van Stichelen zich haar gerust te stellen.
‘Je had een beetje te veel gedronken, geloof ik,’ zei Marilyn, ‘en dan word je een koppig baasje, hé? We hebben nog zo geprobeerd je een taxi aan te praten, maar je wilde nu eenmaal te voet naar huis, en wel meteen. Vraag me niet waarom! Er is toch geen andere vrouw in het spel, hoop ik?’
‘Natuurlijk niet! Ik moet niet goed bij m’n hoofd geweest zijn, dat is alles,’ zuchtte meneertje Van Stichelen, om zich vervolgens uitgebreid te verontschuldigen voor zijn onbeschaamd gedrag.
‘Waarschijnlijk zul je dus in die gracht gevallen zijn en daar je roes uitgeslapen hebben,’ besloot Marilyn ferm.
Maar meneertje Van Stichelen schudde beslist het hoofd. ‘Neenee. Zo kan het niet gebeurd zijn.’
‘Hoe dan wel?’
‘Men heeft mij daar overvallen! Mijn dure overjas werd gestolen! En mijn portefeuille, die in de binnenzak stak! Er zat een klein fortuin in!’
‘O,’ zei Marilyn met een strak gezicht – dat ‘klein fortuin’ vond ze er nochtans wel heel erg over. ‘Heb je de overval en de diefstal dan al aangegeven bij de politie?’
‘Nee, natuurlijk niet! Straks weet iedereen nog dat jij en ik… enfin, dat wij samen... In de Hopduvel… je weet wel!’
Elders in de gelagzaal begon Maegerman hartverscheurend te hoesten, en daarna kreeg hij ook nog een geweldige niesbui.
‘Gezondheid,’ zei meneertje Van Stichelen vriendelijk. ‘Als ik jou was, Hein, zou ik toch maar eens snel een dokter gaan bezoeken...’

Ze vierden Oudejaar in besloten kring, met z’n vieren, en op Nieuwjaarsdag werd meneertje Van Stichelen als vanouds wakker In de Hopduvel.
Nu het nieuwe jaar was aangebroken, stelde Hein Maegerman – zoals dat ook in de Duivelse Driehoek de traditie is – een lijstje met goede voornemens op. Helemaal bovenaan prijkte de ‘Kwestie Van Stichelen’.
‘Nu maken we er een eind aan,’ zei hij. ‘Definitief.’
‘Een man van staal help je niet zomaar het hoekje om, Hein...’
‘We zijn te voorzichtig geweest. We moeten het hard spelen. Ons vorig plan zat goed in elkaar, maar het was te braaf. Het moet geperfectioneerd worden, Marilyn. Deze keer maken we het àf! Op mijn woord van eer! Derde keer, goede keer!’
Als meneertje Van Stichelen het opnieuw in zijn hoofd haalde om bij nacht en ontij huiswaarts te gaan, alleen, te voet, straalbezopen… Dan was het toch ook best mogelijk dat hij de verkeerde kant uitging, het Roeveld koos, de Leuvestraat afdaalde en op het jaagpad langs de Dender terechtkwam? Maar zijn mysterieuze overvallers zouden deze keer het zekere voor het onzekere nemen, en nadat ze hem hadden beroofd van bontjas en portefeuille, zouden ze hem in het ijskoude water van de Dender kieperen…
Alles verliep zoals gepland, op een klein detail bij de apotheose na… Waarschijnlijk ging Maegerman een ietsje te onstuimig aan de slag met het slappe lichaam van het renteniertje, want hij gleed uit op het gladde jaagpad, en niet alleen meneertje van Stichelen, maar ook Magere Hein plonsde het donkere water in.
Marilyn zag geen van beiden nog boven water komen, en nadat ze nog even had nagedacht over deze onverwachte gang van zaken, keerde ze te voet terug naar haar établissement. De corbillard van Maegerman bleef achter waar hij hem geparkeerd had: aan de Leuvestraat, vlakbij het wegeltje dat naar het jaagpad leidde.
Meneertje Van Stichelen was eindelijk de pijp uit, en hoewel het niet voorzien was, had Hein Maegerman prompt zijn voorbeeld gevolgd. Was dat een ramp? Integendeel, hield Marilyn zich voor. Zij zou nog altijd erven van het meneertje, en wat Hein betrof... Eerst zou hij als vermist worden opgegeven, en daarna zou hij vroeg of laat en al dan niet in het gezelschap van meneertje Van Stichelen ergens uit de Dender worden opgevist. Twee drinkebroers die arm in arm in het water gesukkeld en jammerlijk verdronken waren. De corbillard die geparkeerd stond langs de Leuvestraat zou deze hypothese alleen maar bevestigen…

Op een andere plaats, in een andere tijd, zou dit verhaal ongetwijfeld ook op deze manier afgelopen zijn. Waarmee ik bedoel: op een plaats of in een tijd waar geen wakkere veldwachter waakte over de Duivelse Driehoek.
Ik wist heel goed dat zowel meneertje Van Stichelen als Magere Hein vaste klanten waren In de Hopduveles. Toen Hein Maegerman werd vermist, leerde een kleine enquête mij algauw dat zijn corbillard in de Leuvestraat was gesignaleerd. En toen het lijk van meneertje Van Stichelen werd aangetroffen ter hoogte van het sas in Aalst, korte tijd later gevolgd door dat van Hein Maegerman, leidden al mijn deducties onherroepelijk naar Marilyn.
Ik confronteerde haar met mijn donkere vermoedens, maar zij gaf geen kik. Rooie Rita daarentegen ging ervan uit dat Hein Maegerman niet per ongeluk in het water was beland, maar dat Marilyn een handje had toegestoken. En ze was bang dat haar wel eens iets soortgelijks kon overkomen, zodat Marilyn de buit met niemand meer hoefde te delen. Om die reden achtte ze het verstandiger over te gaan tot bekentenissen.
Op om het even welke andere plek zou ik haar op staande voet gearresteerd hebben. Maar niet in de Duivelse Driehoek… Hier is alles nu eenmaal anders, en gehoorzamen mannen zowel als vrouwen veeleer de ongeschreven dan de geschreven wetten.
Een leven was betaald met een ander leven, en wat mij betrof, was recht geschied. Zo gaat dat bij ons. En zo ontwaak ik nu ook, wanneer mij dat zint, en zonder angst voor mijn geld of mijn leven, telkens weer In de Hopduveles…


Podcast Luisterboeken