4.5.18

Patrick Bernauw vertelt Reynaert de Vos - Deel 1: Het was op een Sinksendag...



De figuur van Reynaert de Vos is geen onbekende, zeker niet in het Waasland. Al vanaf de 13de eeuw, toen hij in de middelnederlandse literatuur zijn opwachting maakte in het dierenepos ‘van den vos Reynaarde’, houdt hij de Wase polders in de ban. Vanaf 5 mei tot en met 30 september 2018 kan je Reynaert nog beter leren kennen door middel van een fietstocht uitgezet over 40 kilometer door de polders van het Waasland tot in Hulst. Onderweg kan je vijf thematentoonstellingen bezoeken. Het project is een initiatief van de Phoebus Foundation van Fernand Huts.

Hier vind je alle info!


In het kader van dit project maakte ik samen met Katharina Van Cauteren en Rik Van Daele een 21ste eeuwse hervertelling van de Reynaert. Wie meefietst in het 'vossenverhaal op twee wielen' krijgt het boek cadeau, in de handel kost het 20 euro. We grepen terug naar de 'ongekuiste' versie, de oer-Reynaert, en verwerkten - zoals het ooit ook de bedoeling was - tal van actuele, satirische knipogen in het dierenepos, waarin zoals vanouds nog steeds een loopje genomen wordt met de normen en waarden van de(ze) tijd. Tot scha en schande van Bruun de Beer, Canteclaer de Haan, Grimbeert de Das, Tibeert de Kater... en koning Nobel uiteraard.

Toen ik de laatste hand legde aan de tekst, voelde ik het kriebelen om dit verhaal ook live te brengen. Eerlijk gezegd, had ik daar al een beetje rekening mee gehouden bij de hervertelling. Hier volgt dan ook het eerste deel van de vertelling, bij wijze van voorsmaakje: Het was op een Sinksendag...



In de podcast wordt gebruik gemaakt van een liedje, gezongen door Yves Bondue, waarvoor mijn broer Fernand de muziek schreef en de tekst een bewerking is van De Ballade om Genade van François Villon. 

Het is mijn stellige bedoeling het verhaal van Reynaert integraal op de planken te brengen, en dat kunnen ook de jouwe zijn. Alle info: patrick.bernauw(at)skynet.be 

Vossen, expeditie in het land van Reynaert: www.vossen.vlaanderen/nl

23.4.18

De Bewaarder van de Sint-Martinuskerk


Zondag 22 april 2018, Erfgoeddag. In de Sint-Martinuskerk van Aalst kunnen bezoekers hun favoriete erfgoedverhaal kiezen. Met behulp van levensgrote, kartonnen figuren en bijhorende geluidsboxen worden de bezoekers door de kerk geleid. Bij elke figuur krijgen zij een verhaal te horen, geschreven door cursisten van de afdeling Literaire Creatie van de Academie voor Podiumkunsten, Aalst. Ze deden mij in de huid kruipen van een merkwaardig personage, "de Bewaarder van de Sint-Martinuskerk"...
Geleid door deze verhalen kun je nu zelf op ontdekkingstocht trekken, en de schatten van de Sint-Martinuskerk ontdekken. Je kunt de verhalen apart (en gratis) downloaden op smartphone of tablet... en wel hier!

Je kunt ze ook in één keer beluisteren, in het kader van een rondleiding door Julie De Smedt, met muziek van Fernand Bernauw, eveneens gratis downloadbaar:






Volgende items komen aan bod:
De Brand van 1947. Deze oproep over de grenzen van tijd en ruimte heen kun je waar dan ook beluisteren in de kerk, of zelfs in heel Aalst (en daarbuiten). Tekst: De Gazet van Aalst.
Rubens en het Altaar van de Heilige Rochus. Ga nu op zoek naar dit Vlaamse topstuk, dat ooit gestolen werd door de Franse Revolutionairen en dat men later dan weer dacht te verkopen aan een Amerikaanse miljonair om de restauratie en voltooiing van de Sint-Martinuskerk te financieren... Tekst: Patrick Bernauw.
De Bakkersgilde. Het Altaar van de Heilige Autbertus eert ons aan het edele ambacht van de bakker, die voor ons dagelijks brood zorgt... Tekst: Glenn Govaert.
Met Daens op de Preekstoel. Priester Daens behoeft nauwelijks nog een introductie... Zoek de plek waar hij zijn beruchte vlammende preken hield... Tekst: Matthias Roggen / Een pamflet van de Daensisten over de levensduurte in 1913.
Het graf van Dirk Martens. Ligt hij nu wel of niet hier begraven? Kwestie dat je zou weten waar hem om te draaien in zijn graf... Tekst: Nele Bruynooghe.
Sint-Martinus en de Fontein van de Eeuwige Jeugd. Ooit bij stilgestaan hoe Sint-Martinus erin slaagt eeuwig een oude man met lange witte haren en baard te blijven? Tekst: Wannes De Craene

9.3.18

Leonie Van Den Dijck, de Zieneres van Onkerzele


In 1993 publiceerden Guy Didelez en ikzelf Het Orakel Ontgraven, het boek over de eenvoudige volksvrouw uit Onkerzele bij Geraardsbergen, aan wie in 1933 de Maagd Maria verscheen, die het middelpunt werd van Zonnewonderen - we zouden het nu UFO-fenomenen noemen -, die het dodelijk ongeval van koningin Astrid zou voorspeld hebben en de moord op koning Albert (I), en nog zoveel meer. Klap op de vuurpijl was haar voorspelling, in 1949, vlak voor haar dood, dat haar lichaam niet tot ontbinding zou overgaan. In 1972 werd zij opgegraven, in het bijzijn van een paar cameraploegen, en ziedaar...





Als jongetje van tien zag ik de reportage die Jan Van Rompaey maakte over de opgraving, voor het legendarische televisiemagazine Echo. Misschien ligt hierin wel een gedeeltelijke verklaring voor mijn fascinatie voor Mysterieus België. De ongelooflijke geschiedenis van Leonie Van Den Dijck zou ook de aanleiding zijn voor een aantal boeken over 'de moord op Albert I'. Nu, een kwarteeuw na Het Orakel Ontgraven ben ik nog eens in mijn herinneringen gedoken om het verhaal van Nieke te vertellen, in twee afleveringen van de podcast Mysterieus België. Daarna komt uiteraard nog de historische thriller rond Albert I aan bod. Heel deze historie, van Onkerzele tot Marche-les-Dames, staat ook uitgebreid beschreven in Het Illuminati Complot.




Voor de tweedelige reeks citeerde ik een aantal geluidsfragmenten uit de reportage van Jan Van Rompaey (BRT, 1972), een amateurfilm die gemaakt werd van de opgraving (1972), een Nederlandse documentaire over paranormale verschijnselen en spiritsme (Parallax, 1987, Veronica Omroep Organisatie) en een reportage van Peter Van Camp (VTM, Telefacts, 1993) gemaakt naar aanleiding van het boek en het daarop gebaseerde toneelstuk, in een regie van Anton Cogen. 

Sponsor Mysterieus België via Patreon en het ebook Het Illuminati Complot wordt een van de vele cadeautjes die je krijgt.

Voor een lezing/vertelling over een thema van of een stadswandeling/stadsspel in Mysterieus België, stuur een mailtje naar patrick.bernauw@skynet.be 

Het Orakel Ontgraven werd ook gedeeltelijk gepubliceerd op het web:

Uit "Het Orakel Ontgraven":




16.2.18

Mysterieus België Podcast: De Zaak Louis XVII



Patrick Bernauw opent een nieuwe Podcast serie Mysterieus België met een driedelige reeks naar zijn gelijknamige boek De Zaak Louis XVII, oorspronkelijk in 2012 verschenen bij Manteau, ook verkrijgbaar als ebook en in een moordspel/stadsspel versie (fotoboek) dat zich afspeelt van Florenville en Orval tot Montmédy, Frankrijk (Het Fortuin van de Bourbons).


In deze magisch-realistische 'faction' thriller wordt ook het levensverhaal verteld van Jules De Raedt, de Gentse zeeman die mogelijk een afstammeling was van Louis XVI en Marie Antoinette...  




1795. Louis XVI en Marie Antoinette hebben hun hoofd al verloren onder de guillotine. En dan sterft ook hun zoontje, troonopvolger Louis Charles de Bourbon, in erbarmelijke omstandigheden. Of toch niet? In die bloedige dagen van de Revolutie ontstaat een groot historisch mysterie…


2004. Professor Cassiman van de Katholieke Universiteit Leuven haalt het wereldnieuws met zijn genetisch onderzoek op wat beschouwd wordt als het hart van de kroonprins van Frankrijk. Volgens een Vlaamse familie onderzocht hij evenwel het verkeerde hart, want werd het echte samen met de rest van de dauphin begraven in Wachtebeke…

Was Frans Rombaut, die in 1875 overleed in Wachtebeke, inderdaad niemand minder dan Louis XVII? Hebben zijn nakomelingen recht op een fabelachtig fortuin, dat hen ontstolen werd door een samenzwering van valse en echte Bourbons, het Vaticaan, de Rothschilds en Leopold II?

Jules De Raedt, een Gents zeeman, spendeerde zijn hele leven aan het onderzoek naar zijn - mogelijk zeer illustere - voorouders krijgt in de drie afleveringen van de Podcast de stem van Patrick Bernauw.

Mysterieus België - de Podcast

Patrick Bernauw oogstte succes met zijn thrillertrilogie rond documentairemaker Maarten Dejonckheere. Een van die boeken, Nostradamus in Orval, bracht hem in contact met een Vlaamse familie die zich beschouwt als de erfgenamen van Louis XVII. Ook De Zaak Louis XVII in zijn serie Mysterieus België is gecomponeerd volgens het beproefde magisch-realistische faction-recept, met een intrigerende mengeling van feiten en fictie. En dat geldt uiteraard net zo goed voor Mysterieus België de Podcast... 

Wenst u uw sympathie te betuigen aan de Podcast Mysterieus België, eventueel een sponsor te worden of misschien zelfs een heuse mecenas? Dat kan via de Patreon Pagina van vzw de Scriptomanenvoor een paar euro's per maand. Behalve onze eeuwigdurende dankbaarheid ontvangt u dan ook tal van interessante uitgaven, producties, ebooks uit Mysterieus België. 

Fotodossier van de Zaak hier!

Voor een lezing/vertelling over een thema van of een stadswandeling in Mysterieus België, stuur een mailtje naar patrick.bernauw@skynet.be 

Voor een stadsspel in Mysterieus België, zie www.stadsspel.be


15.2.18

Jouw gedichten in de Pod?



Bij de digitale uitgeverij vzw de Scriptomanen starten we met een heuse poëzie podcast. 

Iedereen die én de PodCast PoëziePod volgt én een steunabonnement neemt van 20 euro/jaar kan ons materiaal toesturen om opgenomen te worden in de PoëziePod. 


We ontvangen het tekstmateriaal graag in één enkel Word document, en het audio materiaal in MP3: via de mail als het om niet meer dan 5 MB gaat, anders met WeTransfer. 

Email: podcast@inter-actief.be 

Rekeningnummer (overschrijven met vermelding 'steunabo PoëziePod'): 
IBAN BE 43 0016 9362 0101 
BIC GEBABEBB 

Selectiecriteria: de literaire kwaliteit van de teksten en de kwaliteit van de opname - zowel wat de audio als de voordracht of geluidsmontage betreft. De kwaliteit van de opname, voordracht, montage en zo meer kunnen wij verbeteren; eventueel maken we een offerte en nemen we de teksten voor jou op, al dan niet in een passend geluidsdecor. 

(Tussen haakjes, wij zijn ook niet vies van live opnames, slam poetry, boekvoorstellingen, interviews,...) 

Wie door middel van een podcast zijn of haar dichtbundel wil promoten, geen probleem: de PodCast kan vergezeld gaan van een link naar de online boekhandel, website of andere informatie. 

Wie een audio opname te koop wil aanbieden via de PodCast, kan ook bij ons terecht. We kunnen afleveringen immers 'premium' te koop aanbieden.



8.1.18

Over Utopia van Thomas More: "Al lachend zegt een Zot de Waarheid..."


Utopie of Dystopie?

Bij Athenaeum-Polak & Van Gennep verscheen in 2016 de tiende druk van de Utopia van Thomas More, in een uitstekende vertaling uit 2008 door Paul Silverentand. De editie bevat een al even interessante verantwoording van de vertaler, en een verhelderend voor- en nawoord van respectievelijk Hans Achterhuis en Marja Brouwers. Zowel Silverentand als Achterhuis en Brouwers stellen onverbloemd dat Utopia een in wezen totalitaire maatschappij schetst.
Het utopisch enthousiasme van de jaren zestig, de idealen die ermee gepaard gingen… ze zijn in rook opgegaan, of ontspoord in het geweld van Rode Brigades. Het Utopia van More verdient veeleer het pas veel later gecreëerde begrip ‘dystopie’, stelt Achterhuis: ‘niet de beste, maar de slechtste samenleving. Daarmee werd in de vorige eeuw aangegeven hoe in de praktijk de hoge utopische waarden en idealen onvermijdelijk in hun tegendeel verkeerden.’ Aldous Huxley (Heerlijke nieuwe wereld) en George Orwell (1984) leverden een literaire omschrijving van wat Stalin en Mao demonstreerden in de politieke praktijk.
Dat is wel even slikken voor de argeloze lezer die bij de term ‘utopie’ spontaan denkt in de richting van ‘een literaire en filosofische term die men kan omschrijven als onmogelijke werkelijkheid, een ideale wereld die echter niet bereikt kan worden’, zoals de definitie op Wikipedia luidt. Maar Achterhuis heeft gelijk: zonder toestemming van de autoriteiten is reizen in Utopia verboden. Utopianen maken geen plezierreisjes en doen niet aan sightseeing, want ‘er is nooit een aanvaardbare reden om niets te doen. Er zijn geen wijnhuizen, geen kroegen, nergens bordelen, geen gelegenheden voor misdragingen, geen geheime plekjes en geen besloten bijeenkomsten. Integendeel, het alziende oog van je omgeving maakt het noodzakelijk of je gewone werk te doen of je in je vrije tijd niet onfatsoenlijk te gedragen’. Sociale druk fungeert in Utopia als een Big Brother, en Big Brother is watching you! Achterhuis trekt de lijn door naar de dystopische roman De cirkel van Dave Eggers, waarin mensen altijd en helemaal online zijn, alles met elkaar delen in volledige transparantie, en niet eigendom maar privacy diefstal is.
Silverentand merkt op dat het welhaast onvoorstelbaar is hoe modern een aantal utopische denkbeelden klinken: kinderopvang, euthanasie, gratis onderwijs, godsdienstvrijheid. Toen ik het boek in 2017 herlas beheerste het zoveelste schandaal in de slachthuizen de publieke opinie. In Utopia, moet u weten, vindt men het onwenselijk dat de eigen burgers gewend raken aan het slachten van dieren; daarom wordt dat gedaan door speciale slaven. ‘Ze zijn namelijk van mening dat anders hun burgers hun aangeboren mildheid, het mooiste gevoel waar de mens toe in staat is, langzaam maar zeker zullen verliezen.’ Elders spreken de Utopianen zich uit tegen de jacht, omdat een dier waarop wordt gejaagd voor het plezier van de jager wordt gedood. Een mensonwaardig genot, dat een logisch gevolg is van aangeboren bloeddorstigheid. Blootstelling hieraan kan alleen nog tot meer wreedheid leiden.
Het neemt niet weg dat, volgens Silverentand, waarschijnlijk geen enkele Nederlander uit de twintigste eeuw in Utopia zou willen wonen, om de eenvoudige reden dat Utopia al te veel duistere kenmerken vertoont van diezelfde twintigste eeuw, als daar zijn: ‘uniforme kleding, dwangarbeid en ongelimiteerde kolonisatie’. Bovenal is er in Utopia geen plaats voor het individu, voor individuele vrijheden; er mag dan wel godsdienstvrijheid zijn, maar voor de rest is er niet echt sprake van een vrijheid van denken of handelen. ‘Men’ heeft immers beslist, op basis van ‘de rede’, wat voor iedereen het beste is… en afwijkingen van de norm worden niet echt getolereerd.

Klik op de foto voor een groter beeld


Rafael Kletspraat

‘Het utopisch denken onderscheidt zich van de droom en de fantasie doordat het zich richt op praktische, plaats- en tijdgebonden problemen,’ merkt Marja Brouwers op. ‘In de mogelijkheid van praktische toepassingen ligt tevens een gevaar, zoals de twintigste eeuw hier en daar heeft laten zien. (…) More moet hebben beseft dat er iets precairs in zijn onderneming school. De noodzaak om te benadrukken dat het verhaal over het eiland niet letterlijk, maar wel serieus moest worden genomen sloeg een artistieke energie in hem los die je nooit tegenkomt bij iemand die door de katholieke kerk heilig is verklaard. Hij heeft zichtbaar nagedacht over het probleem van fictie en werkelijkheid (…). Lezers willen altijd weten wat ervan waar is, terwijl schrijvers alleen maar kunnen volhouden dat een fictief verhaal niet waar is in de letterlijke zin, maar daarom nog geen leugen. Is het verhaal goed, dan onthult de fictie vanzelf een waarheid die zich vanaf het moment van onthulling niet meer laat ontkennen. Dat is geen kwestie van magie, maar van vorm.’
More houdt nog een andere slag om de arm. In zijn tijd was fictie al heel goed ingeburgerd in het theater. De gesproken taal – Utopia bestaat uit een gesprek en een ‘geïmproviseerde’ monoloog – stelt de auteur in staat ‘om alles wat er gezegd wordt voor rekening van de sprekers te laten’. More vertelt het hele verhaal, maar hij neemt genoegen met de bescheiden rol van notulist, verslaggever. Het is een veelbeproefde literaire techniek,: hij is een ‘Sprechhund’, spreekbuis en klankbord van een protagonist die luistert naar de naam Rafael Hythlodaeus, en diens ideeën zijn niet noodzakelijk de zijne.
Utopia bestaat uit twee boeken, waarvan het eerste een striemende maatschappijkritische analyse is, en in feite een inleiding vormt op de beschrijving van het ‘gelukkige eiland’. Vroegere vertalers – zowel bij ons als elders – benaderden Utopia nogal eens zeer eerbiedig als een klassieke tekst, boordevol wijsheid… en gingen zo voorbij aan het onmiskenbare ‘zotte’ van het werk. De ondertitel van het werk zoals dat in 1516 door Dirk Martens werd gedrukt luidt niet voor niets: ‘Een gouden boekje, niet minder heilzaam dan grappig, over de ideale republiek en over het nieuwe eiland Utopia’. Hier zijn de pispotten dan ook van goud, en toekomstige echtgenoten worden eerst naakt aan elkaar voorgesteld, opdat ze geen kat in de zak zouden kopen. Want een mens kan niet voorzichtig genoeg zijn, en als je zelfs een paard eerst zonder tuig en zadel moet zien voordat je tot een aankoop overgaat…
Maar More heeft ook wat mopjes voor intellectuele humanisten onder elkaar op zijn programma staan. Jan Papy vertelt in een zeer lezenswaardig essay[1] hoe Erasmus in zijn Moriae encomium (Lof der Zotheid) speelde met het Griekse ‘moros’ (‘dwaas’) en More’s eigen naam. Op die manier kon het Lof der Zotheid tegelijk als een Lof voor More gelezen worden. More zelf koos welbewust voor een titel waaruit blijkt dat  Griekse neologismen bedoeld zijn voor hen die ze kunnen verstaan. En er is meer… ‘Zo loopt er door de “onzichtbare” stadstaat Utopia, meteen getoond in een door zijn humanistenvriend Gerard Geldenhouwer toegevoegde kaart van het eiland, namelijk ook een rivier, de Anydrus – “zonder water”. Die rivier zonder water bevloeit de hoofdstad Amaurotum, een naam die dan weer teruggaat op het Griekse “amauros”, “obscuur” of “onbekend”. Het komisch-serieuze gebruik van het Grieks is een ondubbelzinnig statement. De Utopia is een werk voor humanisten die de oude orde verafschuwen en een nieuwe maatschappij bepleiten – de door Erasmus uitgetekende christelijk-humanistische maatschappij van rede en geloof.’


In nieuwe vertalingen en edities lieten vertalers, redacteurs en uitgevers de deftig klinkende Griekse naam ‘Hythlodaeus’ gewoonlijk staan, terwijl die eigenlijk spottend bedoeld was en samengesteld uit ‘hythlos’ (nonsens) en ‘hodaios’ (verkoper). Letterlijk betekent de naam ‘kletspraat’. Silverentand vertaalt en interpreteert dat in het volgens mij niet zo geslaagde ‘Babellario’, maar het mag duidelijk zijn dat je een personage als Rafael Kletspraat niet zonder meer als een bron van hogere wijsheid hoeft te beschouwen, en evenmin voortdurend ernstig moet nemen.
Utopia staat bol van de paradoxen, en zelf is het ook geen ‘utopie’ zoals wij het begrip nu interpreteren, merkt Achterhuis op, maar ligt het eerder in het verlengde van Erasmus’ Lof der Zotheid. Erasmus droeg zijn boek op aan zijn vriend More, en More had beloofd er een vervolg op te schrijven. Daarvoor verzamelde hij jarenlang allerlei materiaal over vreemde volkeren en hun soms bizarre gewoontes, en dat kwam allemaal terecht in Utopia, dat oorspronkelijk trouwens Nusquam heette (Nergens). Pas door de woordgrap ‘U-topia’ (een versmelting van Ou-topia en Eu-topia: geen plaats, nergens én de goede plaats) kreeg Utopia de utopische betekenis die het nog steeds heeft. Maar die utopische betekenis had Utopia nauwelijks, of zelfs helemaal niet, voor de auteur. Hij zag Utopia niet als een ideaal, maar ook niet als een dystopisch schrikbeeld. ‘Het was van alles tegelijk, en vooral was het een tekst om (samen met Erasmus) hartelijk om te lachen.’
Hoe was het mogelijk dat een vrome katholiek als More zaken als euthanasie, gehuwd priesterschap of echtscheiding op grond van onderlinge onenigheid bepleitte? Dat iemand die zichzelf in zijn grafschrift ‘een last voor ketters’ noemde en honderden pagina’s schreef om ketterij te bestrijden, religieuze tolerantie propageerde? Dat een grote landeigenaar met een aanzienlijk inkomen zich verzette tegen privébezit? Dat More niet in 1516 al het hoofd verloor, toen hij met Utopia ook een striemende kritiek op het Engeland van Hendrik VIII publiceerde, maar pas in 1535, wegens hoogverraad, omdat hij zich verzette tegen de afscheiding van de katholieke kerk van Engeland? Het heeft ermee te maken dat de zestiende eeuwer Utopia met heel andere ogen las dan wij dat doen. Wij onderkennen de ironie en de humor, zelfs de regelrechte ‘kletspraat’ van het hoofdpersonage niet meer zoals de lezer dat toen deed. De levensomstandigheden waren heel anders en bovendien hebben wij ondertussen vijf eeuwen ervaring opgedaan met het begrip ‘utopie’. Die spelen uiteraard ook mee.
In Utopia vormen de grappen en grollen van de nar een bron van groot vermaak, en ook bij ons kon de nar eeuwenlang ongestraft spotten met de koning, de adel, de geestelijkheid. En ‘al lachend zegt een zot de waarheid’… en komt hij er ook mee weg. Toch? In Aalst hebben ze daar zelfs een meerdere dagen durend feest voor uitgevonden. Het heet Carnaval.


De cursisten literaire creatie 
van de Academie voor Podiumkunsten Aalst
maken Een Gids voor Utopia,
het gebouw waarin de Academie en de bibliotheek 
vanaf juni 2018 gaan samenwonen.
U kunt nu voorintekenen op het boek tegen korting
en een gratis stadswandeling meemaken 
door het Utopische Land van Aalst
onder leiding van de Zwette Maan.






[1] Thomas Morus, Utopia en Leuven – sporen naar de intellectuele context, geschreven voor de Leuvense M-tentoonstelling Op zoek naar Utopia 2016-2017.