4.7.18

Vakantie... de ideale gelegenheid om in een Black-Out te gaan!


In 2016 was het 500 jaar geleden dat Dirk Martens uit Aalst de Utopia van Thomas More op de drukpers legde van zijn atelier in Leuven. In Aalst werd dat onder meer herdacht met dit nieuwe boek van Patrick Bernauw: Eutopia/Blackout.

"Enkele jaren geleden bracht ik bij wijze van paranormaal literair experiment de nacht door in een leegstaande, vervallen art nouveau woning. Ze was me aangewezen door een aantal urban explorers, die beweerden dat het er spookte. Misschien had dat te maken met de tot de verbeelding sprekende naam Malemort..." Het leverde Malemort/Blackout op.


16.6.18

De Rechtvaardige Rechters: Verbeelding aan de Macht!


Gisternamiddag, in de wagen, hoorde ik Siel Van der Donckt op de radio haar lof uitspreken voor het boek van Marc De Bel en Gino Marchal, De Veertiende Brief: 'Het is een boeiend boek geworden, zeer goed geschreven.' En ze voegt eraan toe: 'Maar we zijn er nog niet uit.' - Het is inderdaad zo dat burgemeester Termont gistervoormiddag om 10 uur in de gemeenteraadszaal van het Gentse stadhuis niét het spoorloze paneel De Rechtvaardige Rechters aan pers en publiek mocht presenteren. Het ging 'm alleen maar om een detectiveroman voor jongeren (fictie dus), waarin een op feiten gebaseerde nieuwe these werd toegevoegd aan de sage, voorlopig een heuse neverending story. Maar of dat ook een goeie reden is om de these in één moeite door naar het rijk der fabelen te verwijzen, daar heb ik zo mijn twijfels bij.



De These van de Kalandeberg

Siel vindt de These van de Kalandeberg 'nogal ongeloofwaardig'. De Bel & Marchal zouden van de verkeerde stellingen vertrekken: 'Ten eerste: Arsène Goedertier was de dief, en de enige dief. Ten tweede: hij alleen wist waar het zat. En de derde foute stelling is: het is al die tijd op die plaats blijven zitten.' - Nu, eerlijk gezegd, ik vind geen van deze drie foute veronderstellingen in het boek terug. Op pagina 145 en volgende vermelden De Bel & Marchal nadrukkelijk de theorie 'dat er niet één, maar vier mannen achter de diefstal zaten'. Vervolgens wordt een hypothese uit de doeken gedaan die al in de jaren 60 gelanceerd werd door ene William Luck in een regionaal blad, die ik uitgebreid behandeld heb in mijn boek De Mythe van de Rechtvaardige Rechters (1995), en waarop ook de Nazi Piste is gebaseerd die ik volgde in mijn eerste boek over de kwestie, Mysteries van het Lam Gods (1991) en verder uitwerkte in de historische 'faction' thriller Het Bloed van het Lam (2006). 




Enerzijds is er het fictieve kader dat uit de koker komt van Marc De Bel - wie het boek leest, weet waarom ik hier cursief gebruik. Anderzijds is er het feitelijke onderzoek van Gino Marchal waarop de fictie verder bouwt. De oplossing voor 'de code in de veertiende brief' van Arsène Goedertier, staat op geen enkele wijze in de weg dat ook een ander persoon zou geweten hebben waar het paneel zich bevond. Waaruit logischerwijze volgt dat het niet de hele tijd op dezelfde plaats hoeft te zijn gebleven. Het is niet omdat je een mogelijk sluitende oplossing voor het mysterie in petto hebt, dat je de Rechtvaardige Rechters ook uit de bergplaats - die volgt uit de oplossing - tevoorschijn kunt toveren. De Bel en Marchal houden heel de tijd die slag om de arm. Uiteraard, mochten ze dat niet doen, ze zouden fantasten zijn, zonder meer.

De veertiende brief - met rechts onderaan de code

Wat mij keer op keer ergert - en dit al meer dan een kwarteeuw lang - is dat de onderzoekers die het aandurven hun verbeelding aan te spreken in deze zaak, meteen worden weggezet als lui die zich 'laten meeslepen door hun enthousiasme' en lijden aan 'tunnelvisie'. Waarop 'ernstige' onderzoekers dan hun eigen these presenteren, die... getuigt van tunnelvisie en vaak steunt op dubieus 'bewijsmateriaal' of dito veronderstellingen. In dit specifieke geval: het interview dat Siel in 2015 heeft afgenomen van Christiana De Geest (toen 91), achternicht van kanunnik Kamiel van Ongeval, volgens haar 'de man achter de diefstal'. Ergo, 'de oplossing van het raadsel moet dan wellicht in die richting gezocht worden'. Op basis van één enkele verklaring, over een 'familiegeheim' dat te maken had met de bankencrisis van de jaren 30, en zonder enige verdere ondersteunende context, zonder zeer concrete en te verifiëren aanwijzingen of bewijsstukken? Sorry hoor, maar met een dergelijke flinterdunne hypothese zou ik mijn geloofwaardigheid als auteur van historische faction thrillers niet op het spel durven zetten.

De drie voorwaarden die Siel aanhaalt, en die ook door oud-commissaris Karel Mortier worden onderschreven, zijn m.i. niet de enige waarmee je een nieuwe hypothese kunt 'wegen'. We kunnen er niet onderuit dat Arsène Goedertier op zijn minst een centrale én cruciale rol heeft gespeeld in de hele affaire. Nu we ook enigszins vertrouwd zijn geworden met een term als 'profiling', moeten we aannemen dat de psychologie van Goedertier in deze niet van belang verstoken is. Zoals we ook de 'modus operandi' van de afpersing in aanmerking dienen te nemen, die nauw aansluit bij de persoonlijkheid van Goedertier. En dan is er nog de grote hoeveelheid 'indirect bewijs', zoals bijvoorbeeld - en ik noem maar wat - uitspraken van Goedertier, ons overgeleverd door getuigen. 

De code in de dummy die ik vond, speelt eveneens een rol in De Veertiende Brief.
Zie ook Het Bloed van het Lam of De Mythe van de Rechtvaardige Rechters.

Het is wat de uitputtende criminologische studie van Chris Noppe, De Openbaring van Arsène Goedertier, zo boeiend en belangwekkend maakt. Je hoeft het niet eens te zijn met de conclusies van de auteur, om te erkennen dat er nieuwe en vitale informatie boven water is gekomen, die mogelijk een verhelderend licht kan werpen op het mysterie. Hier is een onderzoeker annex auteur aan het woord die de Verbeelding aan de Macht laat, met respect voor de feiten. En, als we dit Mysterie willen doorgronden, hebben we ongetwijfeld die Verbeelding nodig. 




... de sleuter eener misdaad op de boekenplank ...

Reeds in 1935 schreef ene John F., beter bekend als griezel- en misdaadauteur John Flanders/Jean Ray (voor de burgerlijke stand: Gentenaar Raymond De Kremer) in de krant het volgende:

Arsène Goedertier ofte Arsène Lupin, gentleman-detekDIEF, dat klinkt heel voornaam. En als men nu weet dat de fictieve Arsène talloze welgelukte boevenstreken op zijn kerfstok had, vooral een meester was in 't weggappen van vermaarde kunstschatten, dat hij nooit gesnapt werd... dan moest dat de ware Arsène zoo aangenaam als bemoedigend voorkomen. Want Maurice Leblanc's ingebeelde held ging ongeveer te werk als hij, toen hij in 't bezit van een gestolen kunstwerk er geld uit wilde slaan...
 De suggestie van enkelen uitgaand, dat Goedertier een soort detektief zou geweest zijn, die voor eigen rekening op zoek ging naar het paneel, het ontdekte, of beter de dieven ontdekte, en alsdan hun afgezant werd, is tamelijk verleidelijk, maar tevens te fantastisch. De koster-bankier-detektief las graag detektief-romans, en we weten maar al te best dat de schrijvers dezer romans zelf dikwijls den bal missloegen als ze persoonlijk wilden optreden in de plaats hunner ingebeelde helden: zoo Conan Doyle, zoo Simenon. Hartstochtelijke lezers der huidige politie-verhalen, zijn nutteloze Don Quichots als ze als detektief fungeeren willen. En wat de romanmethode betreft, ze is onaanwendbaar voor de doorslaande reden dat zulke verhalen niet van A tot Z worden geschreven, maar van Z tot A: de auteur begint steeds met het einde ervan neer te pennen.

 De sensatielektuur van den Wetterschen Arsène Lupin heeft wel geen detektief van hem kunnen maken, maar een tamelijk goed ingelicht mensch inzake van merkwaardige verhelingen. Het ware interessant de bibliotheek van Arsène eens goed te doorlopen. Het zou de eerste maal niet zijn dat de recherche de sleuter eener misdaad op de boekenplank heeft gevonden, want de politie-verhalen hebben nooit detektieven gevormd, maar wel misdadigers. Er zijn verscheidene dezer werken die, inzake kunstdiefstallen, ware aanduidingen geven...

Uit Het geheim van Arsène Lupin - een code, jawel

Dit is geen stelling van een 'ernstig onderzoeker', maar van een magisch-realistisch auteur die het gewend is zijn verbeelding aan de macht te laten... zonder de werkelijkheid geweld aan te doen. Wie de psyche van Goedertier wil doorgronden, om op die manier tot een oplossing van het Mysterie te komen, én eventueel een corresponderende bergplaats te vinden, doet er goed aan het tekstfragment uit het hoofd te leren. Het staat zovele jaren later nog steeds als een huis.

Het onderzoek van Gino Marchal vertrekt vanuit de psyche van Goedertier, vanuit een modus operandi die ons bekend is, en het is niet blind voor de context van de jaren 30 en de ruimte - de stad Gent  - waarin de feiten plaatsvonden. Het lijken mij even goed noodzakelijke voorwaarden waaraan een hypothese dient te voldoen om ernstig te worden genomen.

Tot dusver, en dus tot Gino Marchal op de proppen verscheen, is er nog geen enkele onderzoeker aan komen zetten met een perfect geloofwaardige interpretatie van de 'code' uit de veertiende brief. Met 'perfect geloofwaardig' bedoel ik dat je niet één of twee of drie woordjes 'verklaart', maar dat je ze stuk voor stuk - allemaal - kunt laten verwijzen naar één bepaalde, welomschreven locatie die voldoet aan de 'randvoorwaarden', en die ook de persoonlijkheid van Goedertier en de modus operandi respecteert. Met de 'randvoorwaarden' bedoel ik onder meer dat Goedertier - of iemand anders - in de gelegenheid moet zijn geweest om het paneel in die periode en op die plaats te verstoppen. Op minder dan vijf minuten stappen van Sint-Baafs, op een letterlijke boogscheut van zijn stamcafé... en ja, ook van het Huis van de Gebroeders Van Eyck... lijkt de potentiële bergplaats van Marchal me alleen al in dat opzicht bijzonder geloofwaardig.

Betekent het dat de Rechters nu binnenkort hun ondergrondse kluis zullen verlaten, ongeschonden en wel? Uiteraard niet. Dat zeggen de auteurs ook niet. Het Mysterie is immers veel groter dan dat: zolang we geen zekerheid hebben over de context - over medeplichtigen, over gebeurtenissen achter de schermen in de periode tussen de diefstal en het overlijden van Goedertier, over wat er er zich zoal afspeelde na zijn dood en waarover wij geen of zeer onvolledige informatie hebben - zal de ultieme oplossing wellicht uitblijven. Die puzzel hebben De Bel en Marchal nog niet gelegd in hun boek, misschien hebben zij hierover meer verteld aan het parket en behoort dit voorlopig tot 'het geheim van het onderzoek'. Eén ding is zeker. De jacht op de Rechters leek de jongste jaren enigszins op een burn-out af te stevenen, maar met deze nieuwe en opwindende roman, en met het dito onderzoek dat de feiten leverde voor de fictie, is het Vlaamse Monster van Loch Ness weer heel erg alive and kicking.


4.5.18

Patrick Bernauw vertelt Reynaert de Vos - Deel 1: Het was op een Sinksendag...



De figuur van Reynaert de Vos is geen onbekende, zeker niet in het Waasland. Al vanaf de 13de eeuw, toen hij in de middelnederlandse literatuur zijn opwachting maakte in het dierenepos ‘van den vos Reynaarde’, houdt hij de Wase polders in de ban. Vanaf 5 mei tot en met 30 september 2018 kan je Reynaert nog beter leren kennen door middel van een fietstocht uitgezet over 40 kilometer door de polders van het Waasland tot in Hulst. Onderweg kan je vijf thematentoonstellingen bezoeken. Het project is een initiatief van de Phoebus Foundation van Fernand Huts.

Hier vind je alle info!


In het kader van dit project maakte ik samen met Katharina Van Cauteren en Rik Van Daele een 21ste eeuwse hervertelling van de Reynaert. Wie meefietst in het 'vossenverhaal op twee wielen' krijgt het boek cadeau, in de handel kost het 20 euro. We grepen terug naar de 'ongekuiste' versie, de oer-Reynaert, en verwerkten - zoals het ooit ook de bedoeling was - tal van actuele, satirische knipogen in het dierenepos, waarin zoals vanouds nog steeds een loopje genomen wordt met de normen en waarden van de(ze) tijd. Tot scha en schande van Bruun de Beer, Canteclaer de Haan, Grimbeert de Das, Tibeert de Kater... en koning Nobel uiteraard.

Toen ik de laatste hand legde aan de tekst, voelde ik het kriebelen om dit verhaal ook live te brengen. Eerlijk gezegd, had ik daar al een beetje rekening mee gehouden bij de hervertelling. Hier volgt dan ook het eerste deel van de vertelling, bij wijze van voorsmaakje: Het was op een Sinksendag...



In de podcast wordt gebruik gemaakt van een liedje, gezongen door Yves Bondue, waarvoor mijn broer Fernand de muziek schreef en de tekst een bewerking is van De Ballade om Genade van François Villon. 

Het is mijn stellige bedoeling het verhaal van Reynaert integraal op de planken te brengen, en dat kunnen ook de jouwe zijn. Alle info: patrick.bernauw(at)skynet.be 

Vossen, expeditie in het land van Reynaert: www.vossen.vlaanderen/nl

23.4.18

De Bewaarder van de Sint-Martinuskerk



Zondag 22 april 2018, Erfgoeddag. In de Sint-Martinuskerk van Aalst kunnen bezoekers hun favoriete erfgoedverhaal kiezen. Met behulp van levensgrote, kartonnen figuren en bijhorende geluidsboxen worden de bezoekers door de kerk geleid. Bij elke figuur krijgen zij een verhaal te horen, geschreven door cursisten van de afdeling Literaire Creatie van de Academie voor Podiumkunsten, Aalst. Ze deden mij in de huid kruipen van een merkwaardig personage, "de Bewaarder van de Sint-Martinuskerk"...
Geleid door deze verhalen kun je nu zelf op ontdekkingstocht trekken, en de schatten van de Sint-Martinuskerk ontdekken. Je kunt de verhalen apart (en gratis) downloaden op smartphone of tablet... en wel hier!

Je kunt ze ook in één keer beluisteren, in het kader van een rondleiding door Julie De Smedt, met muziek van Fernand Bernauw, eveneens gratis downloadbaar:






Volgende items komen aan bod:
De Brand van 1947. Deze oproep over de grenzen van tijd en ruimte heen kun je waar dan ook beluisteren in de kerk, of zelfs in heel Aalst (en daarbuiten). Tekst: De Gazet van Aalst.
Rubens en het Altaar van de Heilige Rochus. Ga nu op zoek naar dit Vlaamse topstuk, dat ooit gestolen werd door de Franse Revolutionairen en dat men later dan weer dacht te verkopen aan een Amerikaanse miljonair om de restauratie en voltooiing van de Sint-Martinuskerk te financieren... Tekst: Patrick Bernauw.
De Bakkersgilde. Het Altaar van de Heilige Autbertus eert ons aan het edele ambacht van de bakker, die voor ons dagelijks brood zorgt... Tekst: Glenn Govaert.
Met Daens op de Preekstoel. Priester Daens behoeft nauwelijks nog een introductie... Zoek de plek waar hij zijn beruchte vlammende preken hield... Tekst: Matthias Roggen / Een pamflet van de Daensisten over de levensduurte in 1913.
Het graf van Dirk Martens. Ligt hij nu wel of niet hier begraven? Kwestie dat je zou weten waar hem om te draaien in zijn graf... Tekst: Nele Bruynooghe.
Sint-Martinus en de Fontein van de Eeuwige Jeugd. Ooit bij stilgestaan hoe Sint-Martinus erin slaagt eeuwig een oude man met lange witte haren en baard te blijven? Tekst: Wannes De Craene

9.3.18

Leonie Van Den Dijck, de Zieneres van Onkerzele


In 1993 publiceerden Guy Didelez en ikzelf Het Orakel Ontgraven, het boek over de eenvoudige volksvrouw uit Onkerzele bij Geraardsbergen, aan wie in 1933 de Maagd Maria verscheen, die het middelpunt werd van Zonnewonderen - we zouden het nu UFO-fenomenen noemen -, die het dodelijk ongeval van koningin Astrid zou voorspeld hebben en de moord op koning Albert (I), en nog zoveel meer. Klap op de vuurpijl was haar voorspelling, in 1949, vlak voor haar dood, dat haar lichaam niet tot ontbinding zou overgaan. In 1972 werd zij opgegraven, in het bijzijn van een paar cameraploegen, en ziedaar...





Als jongetje van tien zag ik de reportage die Jan Van Rompaey maakte over de opgraving, voor het legendarische televisiemagazine Echo. Misschien ligt hierin wel een gedeeltelijke verklaring voor mijn fascinatie voor Mysterieus België. De ongelooflijke geschiedenis van Leonie Van Den Dijck zou ook de aanleiding zijn voor een aantal boeken over 'de moord op Albert I'. Nu, een kwarteeuw na Het Orakel Ontgraven ben ik nog eens in mijn herinneringen gedoken om het verhaal van Nieke te vertellen, in twee afleveringen van de podcast Mysterieus België. Daarna komt uiteraard nog de historische thriller rond Albert I aan bod. Heel deze historie, van Onkerzele tot Marche-les-Dames, staat ook uitgebreid beschreven in Het Illuminati Complot.




Voor de tweedelige reeks citeerde ik een aantal geluidsfragmenten uit de reportage van Jan Van Rompaey (BRT, 1972), een amateurfilm die gemaakt werd van de opgraving (1972), een Nederlandse documentaire over paranormale verschijnselen en spiritsme (Parallax, 1987, Veronica Omroep Organisatie) en een reportage van Peter Van Camp (VTM, Telefacts, 1993) gemaakt naar aanleiding van het boek en het daarop gebaseerde toneelstuk, in een regie van Anton Cogen. 

Sponsor Mysterieus België via Patreon en het ebook Het Illuminati Complot wordt een van de vele cadeautjes die je krijgt.

Voor een lezing/vertelling over een thema van of een stadswandeling/stadsspel in Mysterieus België, stuur een mailtje naar patrick.bernauw@skynet.be 

Het Orakel Ontgraven werd ook gedeeltelijk gepubliceerd op het web:

Uit "Het Orakel Ontgraven":




16.2.18

Mysterieus België Podcast: De Zaak Louis XVII



Patrick Bernauw opent een nieuwe Podcast serie Mysterieus België met een driedelige reeks naar zijn gelijknamige boek De Zaak Louis XVII, oorspronkelijk in 2012 verschenen bij Manteau, ook verkrijgbaar als ebook en in een moordspel/stadsspel versie (fotoboek) dat zich afspeelt van Florenville en Orval tot Montmédy, Frankrijk (Het Fortuin van de Bourbons).


In deze magisch-realistische 'faction' thriller wordt ook het levensverhaal verteld van Jules De Raedt, de Gentse zeeman die mogelijk een afstammeling was van Louis XVI en Marie Antoinette...  




1795. Louis XVI en Marie Antoinette hebben hun hoofd al verloren onder de guillotine. En dan sterft ook hun zoontje, troonopvolger Louis Charles de Bourbon, in erbarmelijke omstandigheden. Of toch niet? In die bloedige dagen van de Revolutie ontstaat een groot historisch mysterie…


2004. Professor Cassiman van de Katholieke Universiteit Leuven haalt het wereldnieuws met zijn genetisch onderzoek op wat beschouwd wordt als het hart van de kroonprins van Frankrijk. Volgens een Vlaamse familie onderzocht hij evenwel het verkeerde hart, want werd het echte samen met de rest van de dauphin begraven in Wachtebeke…

Was Frans Rombaut, die in 1875 overleed in Wachtebeke, inderdaad niemand minder dan Louis XVII? Hebben zijn nakomelingen recht op een fabelachtig fortuin, dat hen ontstolen werd door een samenzwering van valse en echte Bourbons, het Vaticaan, de Rothschilds en Leopold II?

Jules De Raedt, een Gents zeeman, spendeerde zijn hele leven aan het onderzoek naar zijn - mogelijk zeer illustere - voorouders krijgt in de drie afleveringen van de Podcast de stem van Patrick Bernauw.

Mysterieus België - de Podcast

Patrick Bernauw oogstte succes met zijn thrillertrilogie rond documentairemaker Maarten Dejonckheere. Een van die boeken, Nostradamus in Orval, bracht hem in contact met een Vlaamse familie die zich beschouwt als de erfgenamen van Louis XVII. Ook De Zaak Louis XVII in zijn serie Mysterieus België is gecomponeerd volgens het beproefde magisch-realistische faction-recept, met een intrigerende mengeling van feiten en fictie. En dat geldt uiteraard net zo goed voor Mysterieus België de Podcast... 

Wenst u uw sympathie te betuigen aan de Podcast Mysterieus België, eventueel een sponsor te worden of misschien zelfs een heuse mecenas? Dat kan via de Patreon Pagina van vzw de Scriptomanenvoor een paar euro's per maand. Behalve onze eeuwigdurende dankbaarheid ontvangt u dan ook tal van interessante uitgaven, producties, ebooks uit Mysterieus België. 

Fotodossier van de Zaak hier!

Voor een lezing/vertelling over een thema van of een stadswandeling in Mysterieus België, stuur een mailtje naar patrick.bernauw@skynet.be 

Voor een stadsspel in Mysterieus België, zie www.stadsspel.be


15.2.18

Jouw gedichten in de Pod?



Bij de digitale uitgeverij vzw de Scriptomanen starten we met een heuse poëzie podcast. 

Iedereen die én de PodCast PoëziePod volgt én een steunabonnement neemt van 20 euro/jaar kan ons materiaal toesturen om opgenomen te worden in de PoëziePod. 


We ontvangen het tekstmateriaal graag in één enkel Word document, en het audio materiaal in MP3: via de mail als het om niet meer dan 5 MB gaat, anders met WeTransfer. 

Email: podcast@inter-actief.be 

Rekeningnummer (overschrijven met vermelding 'steunabo PoëziePod'): 
IBAN BE 43 0016 9362 0101 
BIC GEBABEBB 

Selectiecriteria: de literaire kwaliteit van de teksten en de kwaliteit van de opname - zowel wat de audio als de voordracht of geluidsmontage betreft. De kwaliteit van de opname, voordracht, montage en zo meer kunnen wij verbeteren; eventueel maken we een offerte en nemen we de teksten voor jou op, al dan niet in een passend geluidsdecor. 

(Tussen haakjes, wij zijn ook niet vies van live opnames, slam poetry, boekvoorstellingen, interviews,...) 

Wie door middel van een podcast zijn of haar dichtbundel wil promoten, geen probleem: de PodCast kan vergezeld gaan van een link naar de online boekhandel, website of andere informatie. 

Wie een audio opname te koop wil aanbieden via de PodCast, kan ook bij ons terecht. We kunnen afleveringen immers 'premium' te koop aanbieden.



8.1.18

Over Utopia van Thomas More: "Al lachend zegt een Zot de Waarheid..."


Utopie of Dystopie?

Bij Athenaeum-Polak & Van Gennep verscheen in 2016 de tiende druk van de Utopia van Thomas More, in een uitstekende vertaling uit 2008 door Paul Silverentand. De editie bevat een al even interessante verantwoording van de vertaler, en een verhelderend voor- en nawoord van respectievelijk Hans Achterhuis en Marja Brouwers. Zowel Silverentand als Achterhuis en Brouwers stellen onverbloemd dat Utopia een in wezen totalitaire maatschappij schetst.
Het utopisch enthousiasme van de jaren zestig, de idealen die ermee gepaard gingen… ze zijn in rook opgegaan, of ontspoord in het geweld van Rode Brigades. Het Utopia van More verdient veeleer het pas veel later gecreëerde begrip ‘dystopie’, stelt Achterhuis: ‘niet de beste, maar de slechtste samenleving. Daarmee werd in de vorige eeuw aangegeven hoe in de praktijk de hoge utopische waarden en idealen onvermijdelijk in hun tegendeel verkeerden.’ Aldous Huxley (Heerlijke nieuwe wereld) en George Orwell (1984) leverden een literaire omschrijving van wat Stalin en Mao demonstreerden in de politieke praktijk.
Dat is wel even slikken voor de argeloze lezer die bij de term ‘utopie’ spontaan denkt in de richting van ‘een literaire en filosofische term die men kan omschrijven als onmogelijke werkelijkheid, een ideale wereld die echter niet bereikt kan worden’, zoals de definitie op Wikipedia luidt. Maar Achterhuis heeft gelijk: zonder toestemming van de autoriteiten is reizen in Utopia verboden. Utopianen maken geen plezierreisjes en doen niet aan sightseeing, want ‘er is nooit een aanvaardbare reden om niets te doen. Er zijn geen wijnhuizen, geen kroegen, nergens bordelen, geen gelegenheden voor misdragingen, geen geheime plekjes en geen besloten bijeenkomsten. Integendeel, het alziende oog van je omgeving maakt het noodzakelijk of je gewone werk te doen of je in je vrije tijd niet onfatsoenlijk te gedragen’. Sociale druk fungeert in Utopia als een Big Brother, en Big Brother is watching you! Achterhuis trekt de lijn door naar de dystopische roman De cirkel van Dave Eggers, waarin mensen altijd en helemaal online zijn, alles met elkaar delen in volledige transparantie, en niet eigendom maar privacy diefstal is.
Silverentand merkt op dat het welhaast onvoorstelbaar is hoe modern een aantal utopische denkbeelden klinken: kinderopvang, euthanasie, gratis onderwijs, godsdienstvrijheid. Toen ik het boek in 2017 herlas beheerste het zoveelste schandaal in de slachthuizen de publieke opinie. In Utopia, moet u weten, vindt men het onwenselijk dat de eigen burgers gewend raken aan het slachten van dieren; daarom wordt dat gedaan door speciale slaven. ‘Ze zijn namelijk van mening dat anders hun burgers hun aangeboren mildheid, het mooiste gevoel waar de mens toe in staat is, langzaam maar zeker zullen verliezen.’ Elders spreken de Utopianen zich uit tegen de jacht, omdat een dier waarop wordt gejaagd voor het plezier van de jager wordt gedood. Een mensonwaardig genot, dat een logisch gevolg is van aangeboren bloeddorstigheid. Blootstelling hieraan kan alleen nog tot meer wreedheid leiden.
Het neemt niet weg dat, volgens Silverentand, waarschijnlijk geen enkele Nederlander uit de twintigste eeuw in Utopia zou willen wonen, om de eenvoudige reden dat Utopia al te veel duistere kenmerken vertoont van diezelfde twintigste eeuw, als daar zijn: ‘uniforme kleding, dwangarbeid en ongelimiteerde kolonisatie’. Bovenal is er in Utopia geen plaats voor het individu, voor individuele vrijheden; er mag dan wel godsdienstvrijheid zijn, maar voor de rest is er niet echt sprake van een vrijheid van denken of handelen. ‘Men’ heeft immers beslist, op basis van ‘de rede’, wat voor iedereen het beste is… en afwijkingen van de norm worden niet echt getolereerd.

Klik op de foto voor een groter beeld


Rafael Kletspraat

‘Het utopisch denken onderscheidt zich van de droom en de fantasie doordat het zich richt op praktische, plaats- en tijdgebonden problemen,’ merkt Marja Brouwers op. ‘In de mogelijkheid van praktische toepassingen ligt tevens een gevaar, zoals de twintigste eeuw hier en daar heeft laten zien. (…) More moet hebben beseft dat er iets precairs in zijn onderneming school. De noodzaak om te benadrukken dat het verhaal over het eiland niet letterlijk, maar wel serieus moest worden genomen sloeg een artistieke energie in hem los die je nooit tegenkomt bij iemand die door de katholieke kerk heilig is verklaard. Hij heeft zichtbaar nagedacht over het probleem van fictie en werkelijkheid (…). Lezers willen altijd weten wat ervan waar is, terwijl schrijvers alleen maar kunnen volhouden dat een fictief verhaal niet waar is in de letterlijke zin, maar daarom nog geen leugen. Is het verhaal goed, dan onthult de fictie vanzelf een waarheid die zich vanaf het moment van onthulling niet meer laat ontkennen. Dat is geen kwestie van magie, maar van vorm.’
More houdt nog een andere slag om de arm. In zijn tijd was fictie al heel goed ingeburgerd in het theater. De gesproken taal – Utopia bestaat uit een gesprek en een ‘geïmproviseerde’ monoloog – stelt de auteur in staat ‘om alles wat er gezegd wordt voor rekening van de sprekers te laten’. More vertelt het hele verhaal, maar hij neemt genoegen met de bescheiden rol van notulist, verslaggever. Het is een veelbeproefde literaire techniek,: hij is een ‘Sprechhund’, spreekbuis en klankbord van een protagonist die luistert naar de naam Rafael Hythlodaeus, en diens ideeën zijn niet noodzakelijk de zijne.
Utopia bestaat uit twee boeken, waarvan het eerste een striemende maatschappijkritische analyse is, en in feite een inleiding vormt op de beschrijving van het ‘gelukkige eiland’. Vroegere vertalers – zowel bij ons als elders – benaderden Utopia nogal eens zeer eerbiedig als een klassieke tekst, boordevol wijsheid… en gingen zo voorbij aan het onmiskenbare ‘zotte’ van het werk. De ondertitel van het werk zoals dat in 1516 door Dirk Martens werd gedrukt luidt niet voor niets: ‘Een gouden boekje, niet minder heilzaam dan grappig, over de ideale republiek en over het nieuwe eiland Utopia’. Hier zijn de pispotten dan ook van goud, en toekomstige echtgenoten worden eerst naakt aan elkaar voorgesteld, opdat ze geen kat in de zak zouden kopen. Want een mens kan niet voorzichtig genoeg zijn, en als je zelfs een paard eerst zonder tuig en zadel moet zien voordat je tot een aankoop overgaat…
Maar More heeft ook wat mopjes voor intellectuele humanisten onder elkaar op zijn programma staan. Jan Papy vertelt in een zeer lezenswaardig essay[1] hoe Erasmus in zijn Moriae encomium (Lof der Zotheid) speelde met het Griekse ‘moros’ (‘dwaas’) en More’s eigen naam. Op die manier kon het Lof der Zotheid tegelijk als een Lof voor More gelezen worden. More zelf koos welbewust voor een titel waaruit blijkt dat  Griekse neologismen bedoeld zijn voor hen die ze kunnen verstaan. En er is meer… ‘Zo loopt er door de “onzichtbare” stadstaat Utopia, meteen getoond in een door zijn humanistenvriend Gerard Geldenhouwer toegevoegde kaart van het eiland, namelijk ook een rivier, de Anydrus – “zonder water”. Die rivier zonder water bevloeit de hoofdstad Amaurotum, een naam die dan weer teruggaat op het Griekse “amauros”, “obscuur” of “onbekend”. Het komisch-serieuze gebruik van het Grieks is een ondubbelzinnig statement. De Utopia is een werk voor humanisten die de oude orde verafschuwen en een nieuwe maatschappij bepleiten – de door Erasmus uitgetekende christelijk-humanistische maatschappij van rede en geloof.’


In nieuwe vertalingen en edities lieten vertalers, redacteurs en uitgevers de deftig klinkende Griekse naam ‘Hythlodaeus’ gewoonlijk staan, terwijl die eigenlijk spottend bedoeld was en samengesteld uit ‘hythlos’ (nonsens) en ‘hodaios’ (verkoper). Letterlijk betekent de naam ‘kletspraat’. Silverentand vertaalt en interpreteert dat in het volgens mij niet zo geslaagde ‘Babellario’, maar het mag duidelijk zijn dat je een personage als Rafael Kletspraat niet zonder meer als een bron van hogere wijsheid hoeft te beschouwen, en evenmin voortdurend ernstig moet nemen.
Utopia staat bol van de paradoxen, en zelf is het ook geen ‘utopie’ zoals wij het begrip nu interpreteren, merkt Achterhuis op, maar ligt het eerder in het verlengde van Erasmus’ Lof der Zotheid. Erasmus droeg zijn boek op aan zijn vriend More, en More had beloofd er een vervolg op te schrijven. Daarvoor verzamelde hij jarenlang allerlei materiaal over vreemde volkeren en hun soms bizarre gewoontes, en dat kwam allemaal terecht in Utopia, dat oorspronkelijk trouwens Nusquam heette (Nergens). Pas door de woordgrap ‘U-topia’ (een versmelting van Ou-topia en Eu-topia: geen plaats, nergens én de goede plaats) kreeg Utopia de utopische betekenis die het nog steeds heeft. Maar die utopische betekenis had Utopia nauwelijks, of zelfs helemaal niet, voor de auteur. Hij zag Utopia niet als een ideaal, maar ook niet als een dystopisch schrikbeeld. ‘Het was van alles tegelijk, en vooral was het een tekst om (samen met Erasmus) hartelijk om te lachen.’
Hoe was het mogelijk dat een vrome katholiek als More zaken als euthanasie, gehuwd priesterschap of echtscheiding op grond van onderlinge onenigheid bepleitte? Dat iemand die zichzelf in zijn grafschrift ‘een last voor ketters’ noemde en honderden pagina’s schreef om ketterij te bestrijden, religieuze tolerantie propageerde? Dat een grote landeigenaar met een aanzienlijk inkomen zich verzette tegen privébezit? Dat More niet in 1516 al het hoofd verloor, toen hij met Utopia ook een striemende kritiek op het Engeland van Hendrik VIII publiceerde, maar pas in 1535, wegens hoogverraad, omdat hij zich verzette tegen de afscheiding van de katholieke kerk van Engeland? Het heeft ermee te maken dat de zestiende eeuwer Utopia met heel andere ogen las dan wij dat doen. Wij onderkennen de ironie en de humor, zelfs de regelrechte ‘kletspraat’ van het hoofdpersonage niet meer zoals de lezer dat toen deed. De levensomstandigheden waren heel anders en bovendien hebben wij ondertussen vijf eeuwen ervaring opgedaan met het begrip ‘utopie’. Die spelen uiteraard ook mee.
In Utopia vormen de grappen en grollen van de nar een bron van groot vermaak, en ook bij ons kon de nar eeuwenlang ongestraft spotten met de koning, de adel, de geestelijkheid. En ‘al lachend zegt een zot de waarheid’… en komt hij er ook mee weg. Toch? In Aalst hebben ze daar zelfs een meerdere dagen durend feest voor uitgevonden. Het heet Carnaval.


De cursisten literaire creatie 
van de Academie voor Podiumkunsten Aalst
maken Een Gids voor Utopia,
het gebouw waarin de Academie en de bibliotheek 
vanaf juni 2018 gaan samenwonen.
U kunt nu voorintekenen op het boek tegen korting
en een gratis stadswandeling meemaken 
door het Utopische Land van Aalst
onder leiding van de Zwette Maan.






[1] Thomas Morus, Utopia en Leuven – sporen naar de intellectuele context, geschreven voor de Leuvense M-tentoonstelling Op zoek naar Utopia 2016-2017.