20.12.15

Eutopische Wensen voor 2016!



Eutopia is een queeste
in dromen van het Beloofde Land
waar je ooit bent geweest en
nooit meer kunt komen.

Eutopia is een formule
voor geluk – geen geluk
in een pil –, doolhof
van Eden

in het eigen hoofd en
draai-
kolk, wolk-

breuk, weer
licht in dit zwarte gat
en eindelijk vrede.



Haal je gratis blackout poetry ebook Channeling An Ancient Alien & lees 2 maanden gratis ebooks bij Scribd: 

http://www.scribd.com/g/2wh1mj


13.12.15

Waarom moeten archeologen graven?


Wat is overgebleven
is geschreven
in een lang vergeten taal
in zonderlinge schrifttekens
in as, is
ongemoeid gelaten
begroeid met gras, struikgewas

23.11.15

Parijs/Atlantis Blackout


Parijs was 
eutopisch leven
alle gevaren
nog ondergronds

alsof ik
zonder het te weten Atlantis heb
bezocht

en 
Atlantis is
gezonken.



Blackout Poetry/stiftgedicht op basis van Atlantis is weggezonken; laat dat besef een begin zijn, een artikel van Daan Heerma van Voss, verschenen in De Morgen, 23/11/2015.


21.11.15

Karl Hammer trekt zijn boek "Gezocht:Codebrekers" terug na onthullingen Ysa Pastora

Gezocht: Codebrekers - niet langer "op voorraad"

Op 13 november 2015 publiceerde het collectief Ysa Pastora Het Mysterie van Mittenwald, waarin de code die naar een “nazi schat” zou leiden definitief werd gekraakt. Deze code was door “onderzoeksjournalist” Karl Hammer eerder in 2007 en 2012 geïntroduceerd in zijn boeken De tranen van de wolf en Gezocht: codebrekers. Ze zou de bergplaats aanduiden van goud en de persoonlijke diamanten van Adolf Hitler, die aan het eind van WOII waren verstopt om een nazi terreurorganisatie te financieren. In juni 2015 publiceerde het collectief Ysa Pastora met De Hamer van Thor reeds “een deconstructie” van het verhaal van Karl Hammer, dat ontmaskerd werd als een pure fictie. Het gecodeerde document bleek echter wel degelijk authentiek te zijn; alleen moet “de nazi schat” allegorisch geïnterpreteerd worden. Wat uitgebreid aangetoond wordt in het nieuwe boek van het collectief.
In de week van 16 november 2015 publiceerde de uitgeverij van Karl Hammer nu een merkwaardige boodschap op de webpagina van Gezocht: codebrekers (1). De code is gekraakt, het raadsel opgelost en het boek wordt bijgevolg teruggetrokken uit de handel.  Op zijn eigen site (2) is van dit in alle opzichten opzienbarende nieuws nog geen spoor terug te vinden. Op een pagina die aangemaakt werd als reactie op De Hamer van Thor in juni 2015, gaat Karl in de nazomer van 2015 nog steeds naar Mittenwald, om daar een ultieme poging te doen “het goud en de diamanten van Hitler” te traceren. Uit de nieuwe “Verklaring” blijkt evenwel dat dit niet is gebeurd, maar dat hij een tip heeft gekregen van een familie die absoluut anoniem wenst te blijven – waar hebben we dat eerder gehoord? – over diamanten van Hitler (geen goud van de Reichsbank), die “wees naar een plek nabij het oude spoor van Mittenwald waarvan een gedeelte inderdaad nog stamt uit de nazitijd”.



Het collectief Ysa Pastora stelt vast dat: 

1./ … “onderzoeksjournalist” Karl Hammer zich zoals gebruikelijk verschuilt achter “vertrouwelijkheid”, vaagheden en onverifieerbare mededelingen, zodat zijn beweringen onmogelijk bewezen kunnen worden en aan de fictie van Gezocht: codebrekers dienen toegevoegd. 

2./ … de plek waar Cyril Whistler de “nazi schat” vermoedt, al sinds maart 2015 te vinden is op zijn website (3) en ook uitgebreid in het nieuws is geweest. Maanden later komt Karl Hammer dan met zijn verklaring, plotseling en schijnbaar “out of the blue”, zij het wel in de week onmiddellijk volgend op het verschijnen van Het Mysterie van Mittenwald (4). Op miraculeuze wijze is de bergplaats die hem door de familie in de nazomer van 2015 werd aangewezen, precies dezelfde als de site die in maart 2015 al door Whistler was aangeduid.  Omdat de schat zogenaamd niet meer aanwezig is, kan er echter op geen enkele wijze wat dan ook bevestigd worden – ook niet dat er ooit “iets” is geweest. Hammer benoemt Whistler evenwel ter plekke tot de “vinder” van de schat en  verklaart diens “oplossing” tot de enige juiste. We hebben andermaal alleen het woord van Hammer en een opnieuw volstrekt oncontroleerbare bewering. Hammer doet er het zijne aan om de aandacht angstvallig weg te houden van Het Mysterie van Mittenwald. 

3./ … Karl Hammer het door Ysa Pastora in De Hamer van Thor gewraakte boek Gezocht: codebrekers ijlings uit de verkoop terugtrekt, binnen de week nadat Het Mysterie van Mittenwald verschijnt met een uitputtend beargumenteerd alternatief. Voor het terugtrekken van het boek bestond zelfs in juni geen noodzaak, en die zou ook na zijn eigen humoristische verklaring niet moeten bestaan. 

 


Las Karl Hammer in Het Mysterie van Mittenwald over de spectaculaire onthullingen van Ysa Pastora en de definitieve ontmaskering van zijn verhaal? Besloot hij per direct de plaat te poetsen? Vlucht hij nu voor de neonazi werkelijkheid van het gecodeerde document?  Was hij ofwel grenzeloos naïef toen hij de beweringen van “Peter Schulz” als zoete koek slikte en vervolgens publiceerde, of is hij daarentegen altijd al op de hoogte geweest van de echte oorsprong en apocalyptische inhoud van de brief? Het zijn maar enkele vragen die in ons opkomen, en die kunnen toegevoegd worden aan de sectie “veelgestelde vragen, beantwoord door Karl persoonlijk” op zijn webpagina over het mysterie.

(1)    Webpagina uitgeverij Elmar, Gezocht: codebrekers
(2)    Website Karl Hammer:
(3)    Website Cyril Whistler:
(4)    De post op www.rauna.eu over de publicatie van Het Mysterie van Mittenwald:
http://www.rauna.eu/2015/11/mittenwald-teaser-10-de-sacrale.html

20.11.15

Het Mysterie van Mittenwald: de "nazi schat" eindelijk gevonden!


Karl Hammer publiceerde met De tranen van de wolf (2007) en Gezocht: Codebrekers (2012) twee maal identiek hetzelfde boek over een gecodeerde partituur die naar een nazischat in het Beierse Mittenwald zou leiden. Een zekere Peter Schulz bezorgde hem alle informatie over een lading goud van de Reichsbank en diamanten van Hitler, bedoeld om de nazi-terreurgroep Werwolf te financieren. De rechterhand van Hitler, Martin Bormann, had de bergplaats versleuteld weergegeven in een partituur, die door ene ‘pastoor Otto’ in april 1945 naar partijboekhouder Franz Xaver Schwarz gebracht moest worden. De boodschap kwam nooit aan.
In 2012 gaven de media een ruim forum aan Hammers publicatie door middel van paginagrote krantenartikelen, radio interviews en in TV talk shows in Nederland en Vlaanderen. Als gevolg daarvan stortten talloze speurders zich op het mysterie. Enkele opmerkelijke pogingen om het document te kraken haalden opnieuw de pers. Tevergeefs, de brief werd niet ontcijferd en de kostbaarheden niet gevonden.

Sinds begin dit jaar maak ik deel uit van het Belgisch-Nederlands-Slowaakse onderzoekscollectief 'Ysa Pastora', dat de jacht heeft ingezet op de 'nazi schat'… en deze ook gevonden heeft. Wij stelden een reeks van vier ebooks in het vooruitzicht, onder de gemeenschappelijke titel De Jacht op een Nazi Schat, waarin de vele facetten van het mysterie systematisch belicht zouden worden. Ik zou daarbij optreden als co-auteur, (web)redacteur en - met vzw de Scriptomanen - als uitgever. We startten de website www.rauna.eu op (waar u zich voor 40 euro nog altijd kunt abonneren op de serie), legden onze wijsheid bij elkaar en deden nieuw onderzoek. Dit leidde in juni 2015 al tot een eerste concreet resultaat: de deconstructie van het werk van de 'non-fictie' van 'onderzoeksjournalist' Karl Hammer, de publicatie van De Hamer van Thor en een artikel van twee pagina's in De Morgen onder de titel Schat aan verzinsels. 

Geheel volgens plan verschijnt nu deel 2 in de serie, waarin het kraken van de nazicode centraal staat: Het Mysterie van Mittenwald. Het boek toont stapsgewijze hoe de hermetische code in elkaar steekt, waarop de code gebaseerd is en waar de schat zich bevindt. Het onthult tegelijkertijd de werkelijke aard van het document, dat wel degelijk authentiek is – want immers naar 'de tranen van de wolf' leidt – maar een totaal andere oorsprong, achtergrond en boodschap heeft, dan werd beweerd door Karl Hammer. Het rechts-extremistische verleden, in de vorm van een complexe geheime broederschap, blijkt allerminst geschiedenis geworden…

Op de website www.rauna.eu werden vanaf september 2015 bij wijze van voorpublicatie een aantal neutrale fragmenten, teasers, geplaatst die zijdelings aspecten uit het boek belichten.




Het Mysterie van Mittenwald is een uitgave van vzw de Scriptomanen. Het is op dit moment alleen verkrijgbaar als ebook/PDF in het Rauna abonnement, en als paperback in alle online boekhandels, zoals Standaard Boekhandel in België, of Bruna  en Libris in Nederland. Het werk kan ook besteld worden bij uw plaatselijke boekhandel, met ISBN nummer 9789463188975.

En uiteraard bij Bol.com:




19.10.15

Miguel Molinos, de laatste ketter: Dirk Van Babylon, terug van nooit weggeweest

 


Op 12 december wordt in 't Kasteeltje te Denderleeuw het min of meer nieuwe boek van Dirk Van Babylon voorgesteld: Miguel Molinos, de laatste ketter. Dirk Van Babylon is het pseudoniem van Peter Van Breusegem, die in de jaren tachtig succesvol debuteerde met De zwarte bruidegom (Leo J. Krynprijs, 1986), vervolgens in snel tempo een aantal boeken publiceerde, en er daarna - op enkele sonnetten onder de naam 'Pasquino' na - het zwijgen toe deed. 
Dit nieuwe boek ontstond in de jaren negentig, maar heeft daarna nog vele transformaties ondergaan. Gebaseerd op historische documenten uit Romeinse en Vaticaanse bibliotheken, werd het in 1994 geproduceerd door de VRT als luisterspel, in een regie van Flor Stein, en met de stemmen van o.a. Jo De Meyere, Bob De Moor en Jacky Morel. Op zijn blog vertelt de auteur dat het manuscript aan verschillende uitgeverijen werd aangeboden, maar nooit uitgegeven raakte: 'Is het de vloek van Angèle Manteau, die een sinistere rol heeft gespeeld, of komt het omdat het boek nog steeds storende informatie bevat over de kerkelijke gewoonten en geplogenheden die sinds het einde van de zeventiende eeuw nog niet zo zeer veranderd zijn?'
Miguel Molinos, de laatste ketter neemt ons mee naar het zeventiende eeuwse Rome. Een Vlaamse jongen die priester is geworden, maakt van nabij de vervolging en veroordeling van het quiëtisme mee, een spirituele beweging waarvan de Spanjaard Molinos de inspiratiebron was. Wellicht was Molinos de laatste die als ketter en 'heresiarch' veroordeeld werd. Het verhaal van deze wat dubbelzinnige figuur leverde een zwarte bladzijde op in de geschiedenis van de mystiek. Was Molinos 'een charlatan die goedgelovige katholieke vrouwen een oor aannaaide, of was hij een oorspronkelijke denker en stichter van een beweging die de kerkelijke overheid aanvankelijk verleidde, maar uiteindelijk na een roemrucht proces veroordeeld is?' Dirk Van Babylon spreekt geen oordeel uit, dat mag de lezer zelf doen aan de hand van de Geestelijke Gids van Molinos, een wegwijzer naar 'zielenrust en hartvrede in de boezem van de Schepper'. Volgens de Inquisitie was deze gids een werktuig van de Duivel.
Miguel Molinos, de laatste ketter is geen geschiedschrijving in de zin van een feitelijk en gedocumenteerd verslag, maar een historische roman, gebaseerd op literatuur uit en over de zeventiende eeuw. Hoewel er vaak uitgebreid wordt geciteerd uit de bronnen, zit er ook heel wat fantasie in. De auteur weet door zijn wat gedragen vorm en stijl, en een licht archaïsche taal, in toon en sfeer op een zeer geloofwaardige wijze het tijdsbeeld te vatten. Lezend in de 21ste eeuw krijg je de indruk naar een authentiek relaas uit die periode te luisteren: de stem van de verteller, met zijn eigen kleinmenselijke besognes, trekt je onweerstaanbaar het verhaal in. 
Ieder hoofdstukje begint met een schets van het tijdskader, waarna de verteller terugblikt op zijn ervaringen met en de trieste geschiedenis van Molinos. Zowel de figuur van de verteller - handlanger tegen heug en meug van de Inquisitie, worstelend met zijn geweten - als de 'laatste ketter' komen goed uit de verf. De lezer wordt deelgenoot gemaakt van hun angst en hoop, van hun grootmoedigheid maar ook van hun kleine kantjes. Het zijn mensen van vlees en bloed, en niet - zoals in historische romans wel eens meer voorkomt - bordkartonnen vehikels die het de auteur mogelijk moeten maken zijn verhaal te vertellen. Treffend in dat verband, is de subtiel aangebrachte, getroubleerde relatie tussen Molinos, zijn cipier, de knaap Nureddin (het cipiersknechtje) en de verteller - die zijn gevoelens voor de knaap slechts moeizaam in bedwang weet te houden:
Nureddin liep rakelings langs me zonder me te zien, achternagezeten door de dikke cipier. Deze kreeg Nureddin in een doodlopend vertrek te pakken. Achter hen viel de deur in het slot, maar ik kon duidelijk de hardvochtige stem horen die brulde: “Ik verbied je met hem te praten en als je uitgaat, over hem te spreken met vreemden. Je staat hiervoor borg met je leven.”
Hij sloeg het knechtje, dat hier niets van verstond, en niet eens had kunnen praten, op de ruggengraat met een bullenpees en verkrachtte hem in de aars.  Hoewel mijn hart tegen mijn hals opklopte, trad ik niet uit mijn schuilplaats te voorschijn. Ben ik laf geweest? Ik weet het niet.

Van Babylon schetst een cynisch en nog steeds bijzonder herkenbaar beeld van de manier waarop een individu kan vermalen worden in een machinerie van menselijke eer- en hebzucht, politieke manipulaties en intriges. Op een onderhoudende wijze verwerkt hij tal van interessante weetjes in zijn relaas: over de gebruiken rond de dood van een paus, maar ook over pausverkiezingen (zo ken ik nu de achtergronden die geleid hebben tot het 'inmetselen' van de kardinalen gedurende een conclaaf) en natuurlijk over de Inquisitie en de leerstellingen van het quiëtisme. Je krijgt zowel haarfijn uitgelegd wat voor effect bepaalde martelingen hebben, als waar het quiëtisme precies voor staat. 
Met Miguel Molinos, de laatste ketter is Dirk Van Babylon terug van eigenlijk nooit weggeweest. De literatuurliefhebber kan zich terecht afvragen waarom dit boek zo lang geen uitgever vond. Wie deze indringende historische roman mee boven de doopvont wil houden, kan zich op 12 december tegen 19 uur naar 't Kasteeltje begeven, aan de Stationsstraat 7 te Denderleeuw. Graag wel een seintje: molinos@inter-actief.be 

Ets van Westerhout / de veroordeling van Miguel Molinos

Intekenen op Miguel Molinos, de laatste ketter kan nog tot 13 november, aan 20 euro, op bovenstaand emailadres. Je krijgt er dan het ebook gratis bij (en nog een ander ook). Daarna zal de paperback, in een uitgave van de Scriptomanen, 22 € kosten.
Het ebook is ondertussen reeds verschenen en verkrijgbaar aan €9,99 bij Kobo, iBookstore Apple en andere online boekhandels. Je kunt daar gewoonlijk ook een gratis preview lezen en downloaden.

6.10.15

Edgar Allan Poe, een moordzaak - oud boek, nieuw ebook


Edgar Allan Poe kennen we in de eerste plaats van zijn fantastische verhalen en van zijn poëzie ('The Raven'), maar hij wordt ook 'de vader van het detectiveverhaal' genoemd. Die eretitel dankt hij aan de creatie van het personage C. Auguste Dupin, een voorloper van Sherlock Holmes, die 'The Murders of the Rue Morgue' oplost, louter door een beroep te doen op zijn grijze hersencellen. 

Een tweede verhaal met Dupin in de hoofdrol, 'The Mystery of Marie Rogêt', is wellicht het eerste misdaadverhaal, gebaseerd op een 'true crime'. Het wordt algemeen beschouwd als een mindere Poe, omdat het meer weg heeft van een criminologisch essay dan van een verhaal. Bovendien heeft het een hoogst onbevredigend slot... alsof Edgar Allan Poe op het laatste moment terugdeinsde om de waarheid te vertellen.

Geheel in de stijl van Poe, die ook al eens een fictie voor feiten durfde laten doorgaan en niet vies was van een literaire mystificatie of een 'hoax', wordt in 'Edgar Allan Poe, een moordzaak' een geweldige ontdekking gedaan. Eerst door het hoofdpersonage Isabel Daemen, en daarna door de anonieme verteller, mogelijk Bernauw zelf. Uit een vergeten Londens archief wordt immers het manuscript opgediept van de eerste, niet gepubliceerde versie van 'The Mystery of Marie Rogêt', waarin E.A. Poe nauwelijks verhuld zichzelf aanwijst als de dader van de moord op Mary Cecilia Rogers, in 1841, in New York... 



Edgar Allan Poe, een moordzaak werd oorspronkelijk geschreven in 1990-1991, als een eerste proeve van ‘historische crime faction’, een voorzichtige verkenning van wat later ‘mijn’ genre zou worden. Ik schreef het kort na de historische jeugdroman Dromen van een farao (Davidsfonds-Infdok, 1991 – later herdrukt als Nu slaapt Toetanchamon) en de ‘docudetective’ Mysteries van het Lam Gods dat in 1991 verscheen bij Manteau en vrij veel succes kende.
Mijn toenmalig uitgever bij Manteau zag wel brood in de literair-historische detective over Edgar Allan Poe, die het kloppende hart van deze geschiedenis is, maar niet in de enigszins magisch-realistische en al te vaag thrillerachtige raamvertelling. Ik kon (en kan) hem niet helemaal ongelijk geven, maar ik verdenk de brave man er tegelijk een beetje van dat hij het verhaal gewoon ‘te dun’ vond om als apart boek uit te geven.
Uiteindelijk werd de literair-historische detective als kort verhaal gepubliceerd in het literair tijdschrift De Brakke Hond (8ste jaargang nummer 32, december 1991). En ik nam het essay-gedeelte uit de roman op in een bundel, getiteld Landru bestaat niet (Manteau, 1992), samen met twee andere hybrides van feiten en fictie rond veronderstelde legendarische vrouwenmoordenaars. Behalve Henri Désiré Landru die driehonderd vrouwen aan zijn voeten zou gekregen hebben, van wie hij er op zijn minst tien vermoordde, passeerde ook Heer Halewijn nog de revue. Uit het raamverhaal heb ik vervolgens schaamteloos stukken gerecycleerd in Het Bloed van het Lam (2006).
Edgar Allan Poe, een moordzaak was een poging tot het schrijven van een tijdsdocument, en dit in meer dan één opzicht. Zo wilde ik o.a. terugblikken op de late jaren 70 en vroege jaren 80 van de 20ste eeuw, en op de jongeman die stilaan echt wel volwassen was geworden. Door het boek een kwarteeuw in vrede te laten rusten op allerlei harde schijven, is het even goed een tijdsdocument geworden van de jaren 90. Bovenal is deze korte roman echter een product van de schrijver die ik toen nog niet was, maar wel hoopte te worden. En een getuigenis van de boeken die ik wilde gaan schrijven.
Toen ik het verhaal herlas met het oog op een eventuele bewerking, kreeg ik al gauw het gevoel dat het interessanter kon zijn om het te publiceren als dit tijdsdocument, dan in die herwerkte 21ste eeuwse versie. Misschien heeft dat in eerste instantie te maken met mijn melancholisch temperament. Afijn, beste lezer(es), laten we zeggen dat je hierbij gewaarschuwd bent.
Voor de rest kon ook dit werk niet geschreven worden, als er een hele reeks andere boeken niet was geweest. De voornaamste zijn: Het leven van Edgar Allan Poe (Wolf Mankowitz), Edgar Allan Poe autobiografisch (samengesteld en ingeleid door August Hans den Boef), Edgar Allan Poe Compleet (met een inleiding van K. Schuman), De Moorden in de rue Morgue (met een nawoord van Ab Visser), Gruwelijke verhalen (met een inleiding van Simon Vestdijk), The Illustrated Edgar Allan Poe (samenstelling en inleiding door Roy Gasson), The Life and Works of Edgar Allan Poe (Marie Bonaparte), Moord en doodslag (Julian Symons) en De laatste dagen van E.A. Poe (Dick Matena). En Reader’s Digest – destijds een schier onuitputtelijke bron van ideeën.



Harry Clarke: The Mystery of Marie Rogêt
Source: Harry Clarke

  






Edgar Allan Poe, een moordzaak werd nu gepubliceerd als ebook, gedistribueerd door en verkrijgbaar via Xinxii en alle online boekhandels, zoals Scribd, de iBookstore van Apple of Amazon - waar je ook een preview gratis kunt downloaden.

12.9.15

Thuisstudie: Cursus Scenario's Schrijven (Centrum voor Afstandsonderwijs)

Voor het Centrum voor Afstandsonderwijs (CVA) stelde ik een Cursus Scenario's Schrijven samen, te volgen via Thuisstudie (hier vind je alle info)
Dit is de inleiding:

Mensen die normaal gesproken nooit een film maken zullen dat nu wel gaan doen, en dan zal er op een dag ineens een of ander klein dik meisje uit Ohio de nieuwe Mozart zijn en met het cameraatje van haar vader een prachtige film maken. En dan zal het zogenaamde professionalisme dat aan films kleeft voorgoed vernietigd worden en film een echte kunstvorm zijn.’
Francis Ford Coppola in “Hearts of darkness, a filmmaker’s apocalypse”, een documentaire uit 1991. Hij heeft het over de Handycam, de bijzonder succesvolle 8mm videocamera van Sony. In deze tablet- en smartphone tijden klinkt zijn uitspraak zo mogelijk nog profetischer.





Als kind had ik een grote droom: ik wilde schrijver worden. Eigenlijk bedoelde ik daarmee ‘een verteller van verhalen’ – of die al dan niet opgeschreven werden, maakte niet zo veel uit. Je kunt een verhaal ook ‘live’ vertellen, op een podium, op toneel – of op de radio, op een groot wit scherm, in stilstaande of bewegende beelden.
In mijn eerste herinneringen rond ‘schrijven’ – of het vertellen van verhalen – wilde ik zelfs bovenal striptekenaar worden. Maar je hebt een groot probleem als je striptekenaar wil worden, en je kunt eigenlijk niet tekenen. Ik kon niet tekenen.
 ‘O, wat een mooie draak!’ riep oma uit, toen ik ze apetrots mijn nieuwe creatie liet bewonderen.
‘Ja maar, dat is wel een paard hé!’
Ik liet de prentjes dan maar achterwege, hield alleen de tekstjes over. Die schreef ik in schriftjes, en zo werd ik schrijver – maar eigenlijk ben ik dus eerst striptekenaar geweest. En scenarist. Want ik vertelde mijn verhalen door gebruik te maken van woorden en (stilstaande) beelden.
Het probleem met de verhalen in de schriftjes, was dat ik na verloop van tijd nog amper mijn eigen geschriften kon lezen. Vandaar dat ik voor mijn twaalfde verjaardag een schrijfmachine vroeg aan mijn ouders. Nu zou ik échte boeken kunnen maken – ik was ondertussen ook een gretig lezer geworden – en mijn verhalen als het ware in druk laten verschijnen. Want met doorslag- of carbonpapier kon je in één typbeurt meteen drie exemplaren van je boek maken, waarvan je er zelfs twee kon verkopen! Ja, ik had toen al een mercantiele geest…
Een vriend van me, die wel enigszins kon tekenen, maakte een cover voor de verhalen die ik blind en met de inzet van al mijn vingers in recordtempo op papier zette. Ik had nog snel een cursus typen gevolgd, en de eerste versie moest meteen raak zijn, en klaar voor de verkoop. In 1975 en 1976 zal er zo ongeveer elke maand wel een boek van me verschenen zijn, dat altijd binnen de kortste keren uitverkocht geraakte. Daarna ben ik overgeschakeld op poëzie, want ik was verliefd geworden en dan schrijf je nu eenmaal gedichten.




Zo naar het eind van mijn middelbare studies toe moest ik mij noodgedwongen af gaan vragen wat ik professioneel met mijn leven wilde aanvangen. Het enige wat ik kon bedenken was: ‘Schrijver worden.’ Omdat het er niet op leek dat ik daarmee ook binnen pakweg een jaar of drie brood op de plank zou krijgen, ging ik aan de universiteit iets studeren dat uitzicht bood op een journalistieke carrière. Maar ik had de smaak van het semi-professionele schrijverschap toen al te pakken.
Met mijn toenmalig lief/huidige vrouw – voor wie ik ook die gedichten schreef – wilde ik op reis, en dus schreef ik een làng verhaal van meer dan 30 pagina’s en probeerde dat te verkopen aan het SF-jaarboek Ganymedes. Ik had er al eerder een verhaal van een tiental pagina’s aan verkocht, het werd betaald per pagina en ik had uitgerekend dat er tenminste 30 nodig waren om Griekenland te halen. Tot ik een briefje van redacteur Vincent Van der Linden kreeg, dat hij doorgaans geen verhalen van die lengte opnam. Gelukkig liet hij zich door mijn smeekbeden vermurwen, en zijn we op kosten van Ganymedes 7 en mijn verhaal Belt (met zijn 33 pagina’s het langste dat ooit in de serie verscheen) naar Griekenland getrokken.
Eerder al had ik deelgenomen aan een wedstrijd voor luisterspelen (in Nederland zegt men ‘hoorspelen’), georganiseerd door de BRT. Ik wist amper wat een luisterspel was – toneel voor de radio, stelde ik me voor – en ik won de prijs niet, maar De Leurder werd wel geselecteerd om gemaakt en uitgezonden te worden.
Mijn betrokkenheid bij het science-fiction, fantasy en horror gebeuren van de late jaren zeventig en vroege jaren tachtig, en mijn deelname aan die wedstrijd voor luisterspelen – en bijgevolg het gegeven dat ik ook drama was gaan schrijven – liggen aan de basis van mijn professionele carrière.
In 1983 ging er een nieuwe stripuitgeverij van start: bij de lokale slager of bakker kon je puntjes verzamelen waarmee je een soort abonnee werd van een striptijdschrift en na verloop van tijd met stripverhalen met korting zou kunnen kopen. De uitgeverij wilde zich specialiseren in SF, fantasy en horror, en deed aan ‘scouting’ op de conventies die georganiseerd werden door de fans… zo versierde ik een contract als stripscenarist en hoefde ik niet meer te gaan studeren, met het oog op het uitoefenen van een eerbaar beroep. Maandelijks moest ik een scenario afleveren, dat ik gewoon lekker thuis kon schrijven – wat ik ook iedere maand trouw gedaan heb, tot de uitgeverij zo ongeveer een jaar later op de fles ging.
Ondertussen organiseerde de BRT in samenwerking met een aantal Nederlandse omroepen echter ook seminaries voor luister- of hoorspelen. Het luisterspel is nu eenmaal een zeer specifiek genre en er waren nauwelijks scenaristen te vinden die de knepen van het vak kenden. De eerste cursussen creatief schrijven, op een professionele leest geschoeid, werden dààr gegeven, in die vroege jaren tachtig. Samen met vakmensen – dramaturgen, regisseurs, acteurs – én met onze Nederlandse collega’s, werkten we een week lang aan een scenario dat we eerder al hadden voorbereid. De luisterspelen werden professioneel opgenomen en uitgezonden, en dat verdiende aardig.
Alleen schrijven is voor mij nooit genoeg geweest. Van ‘alleen schrijven’ kon ik nooit ‘leven’, maar dat wilde ik ook niet. Het was en is me te beperkend. Ik wil zelf nog verhalen kunnen vertellen op een podium, als verteller of performer, acteur of zelfs liedjeszanger – en schrijf ik een stukje drama, dan wil ik dat zelf regisseren.
Ik ben een speelvogel, het is mijn temperament. Bij de BRT, later de BRTn, nog later de VRT mocht ik alleen schrijven – niet spelen, niet regisseren (want ik had geen diploma’s voor die dingen). Maar mijn broer was muzikant en componist en had een eigen kleine opnamestudio – we maakten er samen liedjes waarvoor ik de teksten schreef en hij de muziek. Waarom zouden we niet zelf luisterspelen en musicals gaan maken voor de honderden vrije radio’s die je toen nog had?
Zo werd in 1988 het Onafhankelijk Radiofonisch Gezelschap ORAGE geboren, mijn eigen firma, die een paar jaar later – in de hoogtijdagen van de vrije radio in Vlaanderen – voor meer dan 60 radio’s wekelijks één tot twee uren ‘culturele programma’s’ verzorgde. Met een aantal collega-auteurs en amateur-acteurs produceerden we zowat alle materiaal dat je op de radio kon brengen. We werden vergoed via de uitvoeringsrechten die door Sabam geïnd werden, of we organiseerden met een subsidie van de Vlaamse Gemeenschap live literaire lezingen vanuit een of andere studio te velde. 
In 1989 kregen we in Vlaanderen met VTM een commerciële TV-zender, en werd alles anders op het gebied van televisiefictie. Bleef die op BRT(n) grotendeels beperkt tot de zondagavond, en werd daarvoor in hoofdzaak een beroep gedaan op literaire schrijvers of toneelauteurs, dan hadden de commerciële jongens heel goed begrepen dat je van fictie een heuse speerpunt kon maken van je televisiezender. Dat je niet alleen hoogstaande televisiedrama’s kon maken, of een spannende detectiveserie van eigen bodem, maar ook comedy en zelfs een dagelijkse soap.



Alleen waren daarvoor echte scenaristen nodig, en kon je al die dingen niet brengen met literaire auteurs of zelfs toneelschrijvers die ook wel eens een lucratief uitstapje richting televisiefictie wilden maken.
De enige auteurs die min of meer een drama-opleiding genoten hadden, waren de luisterspelscenaristen. Het was een vijver waarin de televisiejongens graag uit vissen gingen, en zo kwam ik begin jaren negentig samen met de vrienden en collega’s die ik (onder meer) kende van de radio, bij de televisie terecht. We hadden toen net een schrijverscollectief opgericht, vzw de Scriptomanen, waarin we onze krachten bundelden. En binnen de kortste keren werkten we mee aan de serie Meester! (VTM) of schreven we met de Scriptomanen 3 seizoenen van de jongerensoap Wat nu weer!? (VTM). Later zou ik ook nog onder meer meewerken aan Wittekerke (VTM), een comedyreeks als Alle Maten (VRT) of een detectiveserie als Sedes & Belli (VRT).
Nadat ik in 1983 gedebuteerd was met proza voor volwassenen (een bundel griezelverhalen) en in 1987 mijn eerste jeugdroman verscheen, was ik afwisselend voor jongeren en volwassenen blijven schrijven – vooral historische ‘faction’ thrillers. In 1996 wonnen Guy Didelez en ikzelf met In het teken van de ram de Prijs Knokke-Heist voor de Beste Jeugdroman, een boek dat diverse vertalingen kreeg en ons als jeugdauteurs op de kaart zette. Eén van de gevolgen was een niet aflatende reeks voordrachten en lezingen, die in mijn geval steeds meer richting verteltheater opschoven.
De vrije radio’s hadden inmiddels hun beste tijd gehad, maar mijn broer en ik maakten nog steeds liedjes. Zo ontstond het idee om muziektheater te gaan produceren, op basis van mijn jeugdboeken – een soort mengeling van stand-up comedy en muziek, van liedjes gebaseerd op de verhalen in de boeken. We maakten ook zogenaamde musicalpakketten – tekstbrochure, CD met gezongen liedjes, CD met instrumentale versies – waarmee de scholen helemaal zelf een musical konden produceren.
Met Compagnie de Ballade zouden we tien jaar lang met een eigen show de hort op gaan, en speelden we in een eindeloze reeks scholen, culturele centra, parochie- en andere zalen. Het was een andere oude droom die in vervulling ging: in de voetsporen van mijn grote idool Bruce Springsteen treden – of althans, toch iets doen dat erop leek, alle verhoudingen in acht genomen.
In 2005 stopte ik met jeugdboeken schrijven – ineens was het op – en richtte ik mij met mijn historische thrillers weer volop naar volwassenen. Dat had onder meer tot gevolg dat we steeds minder optredens kregen… maar ondertussen had de speelvogel in mij ook een andere passie gevonden: de alternate reality games.


Met de artistieke dames en heren van divers pluimage dat ik om mij heen verzameld had – acteurs en actrices, muzikanten, regisseurs, fotografen,… – en via het web dat toen in volle expansie was, gingen we ‘interactieve en multimedia spelen’ maken en verkopen. Moordspelen en stadsspelen, gesitueerd in het Mysterieus België van mijn boeken, en rond de thema’s die ook in mijn literair werk aan bod kwamen.
Sinds 1981 heb ik een vijftigtal boeken gepubliceerd, maar op zijn minst tien keer zoveel scenario’s geschreven: met subsidies voor filmprojecten die nooit de bioscoop haalden, voor radio en televisie, voor het toneel, voor… laten we het maar games noemen.
Al die scenario’s hebben één constante: ze werken met een protagonist die een dramatisch doel heeft, en met een antagonist/antagonisme die het bereiken van dit dramatisch doel in de weg staat. Zo genereer je  conflict, en spanning. Ieder scenario blijkt bovendien altijd weer een verhaal te zijn, elk verhaal werkt met 4 W’s (Wie? Wat? Waar? Wanneer?) en is opgebouwd volgens de Regel van 3 (Begin, Midden, Slot… oftewel: Opzet, Ontwikkeling, Afwikkeling).
Hoe technisch het ook wordt, uiteindelijk komt het altijd daarop neer.
Dat inzicht, beste cursist(e), wil ik graag met jou delen.
Is het je bedoeling een toneeltje uit te werken voor het personeelsfeest, een teambuilding spel voor het bedrijf? 
Wil je een fotoroman maken met Instagram of een stripverhaal met Bitstrips? Een audio drama produceren en verspreiden als podcast via Soundcloud of Bandcamp? Een documentaire, kortfilm of clip maken om op Youtube te zetten? Droom je er stiekem van je idee voor een televisiefeuilleton of zelfs een filmscript te slijten aan een zender of een productiehuis?

Wat je nodig hebt om je ambitie waar te maken, zal telkens weer een goed scenario zijn. 

3.9.15

Op weg naar Eutopia / Blackout


Syrisch jongetje Aylan, 3 jaar, aangespoeld op een strand bij Bodrum in Turkijke, op amper 5 kilometer van het Griekse eiland Kos. Zowel Bodrum als Kos klinken ons bekend in de oren als vakantiebestemming.
Aylan werd met zijn moeder en zijn broertje van 5 in een rubberen bootje gezet, met zo van die leuke blauwgele roeispanen.

Speelgoed, Aylan.
Het bootje sloeg lek, er was 1 reddingsvest aan boord voor een 10-tal opvarenden; 3 vluchtelingen overleefden die laatste paar kilometers naar Eutopia.
Aylan verdronk, samen met broertje en moeder.

#blackout #eutopia #kiyiyavuraninsanlik #aylankurdi #blackoutpoetry #stiftgedicht  

18.8.15

Nu slaapt Toetanchamon - paperback herdrukt + nieuwe ebook uitgave



Egypte, november 1922. Archeoloog Howard Carter ontdekt het graf van Toetanchamon! Het sensationele nieuws verspreidt zich bliksemsnel. De fabelachtige schatten van de grafkamer lokken massa's nieuwsgierige toeristen. Maar op een kleitabletje dat in het graf wordt gevonden, staat een een vreemde boodschap: 'De dood zal hem die de rust van de farao verstoort, met zijn machtige vleugels vellen.' 
Kort na de merkwaardige vondst overlijdt Lord Carnarvon, de geldschieter van de expeditie. En dat is het begin van een raadselachtige reeks sterfgevallen. Toeval, of de vloek van de farao? Evelyn, de dochter van Carnarvon, is erbij als het graf wordt ontdekt. Ze is gefascineerd door de jonge Toetanchamon en verliefd op de oudere Carter. Rust op hun relatie ook een vloek? 



Deze schitterende historische roman van Patrick Bernauw verscheen voor het eerst in 1991 (als Dromen van een farao), werd in 2004 herdrukt en is sindsdien uitgegroeid tot een regelrechte klassieker. Het verhaal over een gemiste liefde, dat ook nogal wat griezelige trekjes heeft, wist zowel jongeren als volwassenen te boeien. 



Op Bol.com verscheen deze leuke recensie:

Vlak na het overlijden van archeoloog Howard Carter in 1939 brengt lady Evelyn, dochter van Lord Carnavon die het werk van Carter financierde, een bezoek aan het nichtje van de onderzoeker. Het meisje geeft haar een doos met brieven die Carter in het verleden aan Evelyn heeft geschreven. Aan de hand van deze geschriften kijkt ze terug naar de tijd dat ze met haar vader en Carter in Egypte verbleef. Als 12-jarig meisje was ze verliefd op de archeoloog die ze oom Howard mocht noemen. Uit de brieven blijkt dat Carter ook niet ongevoelig was voor haar charmes. Heel spannend is het gedeelte waarin de ontdekking van het graf van Toetanchamon wordt beschreven en de verschijning van een zwarte cobra aangeeft dat er mogelijk duistere krachten in het spel zijn. Kort na de blootlegging van het graf sterft Evelyns vader en doen er steeds meer geruchten de ronde dat er een vloek op het graf zou rusten. Ook andere medewerkers van Carter overlijden aan een geheimzinnige ziekte. Rond 1929 zijn er tweeentwintig mensen gestorven die met het graf of wetenschappelijk werk van de farao in aanraking waren gekomen. In meeslepende vertelstijl met goede dialogen, afgewisseld door brieffragmenten, heeft de auteur van deze geschiedenis een boeiend kinderboek weten te maken. Vanaf ca. 12 jaar.

Johan Berenschot





Hier lees je onder "inkijkexemplaar" gratis de eerste paar hoofdstukken.

Nu slaapt Toetanchamon wordt herdrukt als paperback en verschijnt als ebook - beide zijn te verkrijgen in alle online boekhandels, waaronder ook Bol.com:



10.8.15

Letters From An Ancient Alien

"And I can assure you, thanks to the established scientists of this century, 
you humans of the next century will be... On Your Way Out!"


Filip Coppens (1971-2012) werd als 'Philip Coppens' een soort internationale merknaam voor al wat met 'ancient aliens' te maken heeft. Hij publiceerde een aantal boeken, in het Engels, over het onderwerp, over 'alternatieve geschiedenis' ook en de mysteries van Rennes-le-Château, Rosslyn, de Tempeliers en de Graal. Samen schreven we De Paus van Satan, over de Graal van Brugge.

Filip was co-presentator van het radioprogramma Spirit Revolution en verscheen in niet minder dan 16 episodes van de televisieserie Ancient Aliens van History Channel. Hij huwde in 2011 met bestseller schrijfster Kathleen McGowan, vooral bekend vanwege haar romans over de mysteries rond Jezus Christus en Maria Magdalena. En hij stierf op 30 december 2012 na een kort ziekbed, aan een agressieve en zeer zeldzame kanker, in Los Angeles.

Tot 1999 woonde Filip in zijn ouderlijk huis in Sint-Niklaas, waarna hij naar Londen trok, zich vervolgens in Edinburgh vestigde, en uiteindelijk in Los Angeles terecht kwam. In zijn werkkamer in Sint-Niklaas bleven echter nog heel wat boeken, tijdschriften, maar vooral ook allerlei paperassen, manuscripten en een geweldig uitgebreide - vooral Engelstalige - correspondentie achter, uit de periode 1990-1999. 

In juli 2015 vertrouwden Kathleen en de moeder van Filip mij deze nalatenschap toe. Behalve een aantal bekende 'usual suspects', zoals Erich Von Däniken of Zecharia Sitchin, en oude bekenden - zoals Jos Bertaulet - bevatte deze correspondentie uit het pre-mail-tijdperk ook een groot aantal zeer bijzondere brieven van zeer vreemde vogels. Het zijn deze missives die mij inspireerden tot enige black out poetry en tot een eerste van - naar het zich laat aanzien - een hele serie Engelstalige stukken die het midden houden tussen een verhaal en een artikel: Letters From An Ancient Alien -

Hier alvast enkele blackouts die het artikel niet haalden:




  


27.7.15

Satans Lied bij Het Lam Gods in Rennes-le-Château



In juli 2015 was ik in Rennes-le-Château, het Zuidfranse dorpje dat door pastoor Bérenger Saunière wereldberoemd werd gemaakt. Ik bracht wat foto's mee en een stuk of wat bedenkingen. Over 'parallellismen' bijvoorbeeld.



Je kent het verhaal ongetwijfeld. Bérenger Saunière zou op het eind van de negentiende eeuw in zijn kerkje een schat ontdekt hebben van Visigoten, Katharen, Tempeliers... Of tenminste toch aanwijzingen die leidden naar een bergplaats. Al kan het ook een geheim geweest zijn met betrekking tot de Ark des Verbonds, de Graal, eventueel zelfs documenten met de stamboom of 'het Heilig Bloed' van de nakomelingen van Jezus Christus en Maria Magdalena.


Het verhaal werd door Baigent, Leigh & Lincoln in de vroege jaren 80 van de vorige eeuw het startpunt van een wereldwijde en controversiële non-fictie bestseller, Het Heilig Bloed en de Heilige Graal... Hun succes werd 20 jaar later door Dan Brown nog eens dunnetjes overgedaan met zijn historische thriller De Da Vinci Code.


Terribilis Est Locus Iste

Hoewel Bérenger Saunière wel degelijk iets heeft ontdekt en ongetwijfeld de mystieke en occulte kringen van zijn tijd frequenteerde, was hij ongetwijfeld ook een Meester van de Mystificatie en blijven zijn ultieme bedoelingen gehuld in mysterie. Zelf koester ik al een kwarteeuw de overtuiging dat hij deel uitmaakte van een netwerk, waarvan het hart zich niet in de Languedoc situeerde, maar een heel stuk noordelijker: in Brugge en Orval. Als Saunière, zoals beweerd wordt, te gast was in de occulte kringen van Parijs, dan kan hij niet anders dan daar kennis gemaakt hebben met de 'demonische' kapelaan van de Heilig Bloed Kapel van Brugge. Deze Louis Van Haecke werd door Joris-Karl Huysmans in zijn schandaalboek Là-Bas onsterfelijk gemaakt als de 'oppersatanist' chanoine Docre. Ik heb over deze mysterieuze geschiedenis van desinformatie en black propaganda geschreven in Het Bloed van het Lam en vooral ook, samen met de betreurde Philip Coppens, in De Paus van Satan. 



Het Heilig Bloed werd door de Tempeliers van het eerste uur en de graaf van Vlaanderen, Diederik van den Elzas, naar Brugge gebracht. Zijn zoon Filips zou aan Chrétien de Troyes de stof leveren voor het eerste, onafgewerkt gebleven Graalverhaal. Een slordige 250 jaar later verwerkte Jan Van Eyck deze geheimen gecodeerd in de polyptiek van het Lam Gods, en nog eens vijf eeuwen later raakten de adepten van het nazi occultisme ook ten zeerste gefascineerd door het 'ketterse' kunstwerk. Het zijn elementen die door zowel de mainstream als 'alternatieve' fringe historici over het hoofd zijn gekeken, omdat zij de geschiedenis van de Graal of de Tempeliers vanuit een zeer eenzijdig Frans of Engels standpunt schrijven. Maar wie beide verhalen objectief bekijkt, zal moeten toegeven dat het verhaal van Louis Van Haecke veel beter gedocumenteerd is dan dat van Saunière... en dat zij onmiskenbaar een boel parallellen hebben, die we bezwaarlijk louter aan het toeval kunnen toeschrijven. 


Een muurschildering in RLC die veel beter 
Van Haecke als onderwerp zou gehad hebben.

Wie het kerkje van Saunière bezoekt, in Rennes-le-Château, zal bij de ingang verwelkomd worden door een knielende Satan ('Rex Mundi')... en vervolgens zal je blik vallen op een Ecce Agnus Dei. Of: Johannes de Doper die Jezus Christus voorstelt aan de wereld, met de woorden: 'Ziehier het Lam Gods.'



We vinden zowel het Lam Gods als het mysterie van Rennes-le-Château terug in Satans Lied van Karl Hammer. Het boek pretendeert non-fictie te zijn en 'de jacht van de CIA op Jezus' te behandelen, maar is uiteindelijk zelf een zeer fictieve proeve van het het soort desinformatie en black propaganda waar het over handelt, en zelfs zijn titel aan ontleent. Helemaal op het eind vertelt de contactpersoon van Karl Hammer, ene Tom R., dat hij zijn mooiste tijd beleefde in het midden van de jaren '50, toen hij de Franse schrijver Gérard de Lieux ontmoette, die - met een knipoog naar de pauselijke zetel Santa Sede - het pseudoniem Gérard de Sède hanteerde:



Slechts af en toe vond ik een journalist die dan in de krant een artikel schreef over de pastoor die schatrijk was geworden door een verborgen schat. We overwogen daarom een boek te publiceren waarin we in geuren en kleuren over de verborgen schatten rond Rennes-le-Château schreven. Lastig was dan wel dat we een uitgeverij moesten benaderen en daarmee onvermijdelijk in de openbaarheid zouden treden. Liever had ik iemand die ik kon gebruiken als 'doorgeefluik'. Een van de krantenartikelen kwam terecht bij Gérard de Lieux. Hij zocht in die tijd nog zijn weg als schrijver en was natuurlijk, zoals alle aankomende schrijvers, op zoek naar een bestseller.Toen ik hem bij onze eerste ontmoeting aankeek, wist ik dat ik mijn doorgeefluik had gevonden.





Ons eigen manuscript verdween in een lade en we begonnen hem stap voor stap met informatie te voeden. Als een volgzaam lam brachten we hem binnen in onze omheining van bedrog en zijn publicaties werden letterlijk onbetaalbaar. Temeer omdat wij via hem in contact kwamen met BBC-schrijver en acteur Henry Soskin, die zijn naam wijzigde in Lincoln en volgens Gérard 'op zoek was naar materiaal om zijn carrière een beetje vaart te geven'. (...) Het zorgde voor een fascinerend schaakspel waarbij ik moest proberen om valse informatie te voeden, terwijl ik wist dat er in Engeland professionele producers en redacteuren de zaken evalueerden. (...) Als ik herkend werd door iemand van de BBC als de Hollander die tijdens de Tweede Wereldoorlog in Londen had gewoond (diverse mensen van Bletchley Park waren bij de BBC terechtgekomen), dan was de ramp voor mij en Elfrie niet te overzien. Ik won het schaakspel. 


En het was minder moeilijk dan ik dacht, want al te kritische vragen bleven achterwege. Niemand vroeg zich bijvoorbeeld af waarom de rijke priester toch arm gestorven was. Jarenlang groeide het labyrint en net als Otto Rahn en Antonin Gadal in hun tijd, deden we steeds nieuwe 'vondsten' die we meestal zelf hadden gefabriceerd. We verzonnen bijvoorbeeld lange lijsten met namen van historische schatbewakers die we door Gérard en Henry lieten ontdekken bij onze bibliothecaris in Parijs. Het was werkelijk onvoorstelbaar dat de mannen niet in de gaten hadden dat bijvoorbeeld Jean Cocteau, die we als grootmeester opvoerden, een notoire, homoseksuele opiumverslaafde was die meer tijd in afkickcentra doorbracht dan ergens anders.(...)  




Helaas verloren we over de periode van enkele tientallen jaren de regie en begon het labyrint zich als een virus ongecontroleerd op te delen en te vermenigvuldigen. Niemand van ons had bij de aanvang rekening kunnen houden met de ontzaglijke wildgroei die ontstond door de nieuwe media van televisie, video, cd, dvd, en vooral internet. (...) Het werd tijd om barsten in de spiegels te gooien, dus misschien moest iemand van ons toch maar een eigen boek schrijven.


Voor wie er nog mocht aan twijfelen: de 'contactpersoon' van Karl Hammer heeft Baigent, Leigh & Lincoln dus de 'hoax' opgelepeld, die uiteindelijk tot De Da Vinci Code leidde. Het relaas van Tom R. wordt op geen enkel moment door Hammer gecheckt, is voor het grootste deel 'geleend' (zonder bronvermelding) en in zijn totaliteit compleet ongeloofwaardig, want in strijd met héél wat feiten. Toch wordt het door Hammer verkocht als een 'waargebeurd verhaal'. Hij hanteert in Satans Lied identiek dezelfde 'modus operandi' als zijn zegsman, de voormalig CIA-agent Tom R. - en Noël Corbu, Gerard de Sède en vooral Pierre Plantard en de 'Priorij van Sion', die aan de basis zouden liggen van Het Heilig Bloed en de Heilige Graal en de bibliotheken die in hun slipstream over dit onderwerp bij elkaar gepend werden.  


Sint-Antonius van de Verloren Voorwerpen

Des te merkwaardiger is het, dat de twee heilige Antoniussen die we terugvinden in het kerkje van Rennes-le-Château, ook vertegenwoordigd zijn in Leven & Werk van Karl Hammer: Sint-Antonius van Padua, Patroon van de Verloren Voorwerpen, met de lelie als attribuut; en Sint-Antonius de Egyptenaar - ook wel de Heremiet genoemd -, herkenbaar aan attributen als het Tau Kruis of Antoniuskruis, de bel of het varkentje. (Met dank aan Ton Majoor - de beide Antoniussen worden nogal eens met elkaar verward). Een Antoniuskapel, al dan niet gewijd aan de Patroon van de Verloren Voorwerpen, speelt een vooraanstaande rol in het Mysterie van Mittenwald. En de Heilige Antonius van het Tau Kruis is niet weg te denken uit Satans Lied en uit de Mysteries van het Lam Gods.

Sint-Antonius de Heremiet (van het Tau Kruis)

Het tweede boek van Karl Hammer, De tranen van de wolf / Gezocht: codebrekers handelt aan de oppervlakte over de zoektocht naar een nazischat, op basis van een gecodeerde muziekpartituur, in het Beierse Mittenwald. Onder de oppervlakte is het echter om een queeste naar een nazi heiligdom te doen - de Irminsul, Yggdrasil, Levensboom -, en de daarmee samenhangende occulte initiatie. Met Philip Coppens heb ik het meer dan eens over het Enigma Karl Hammer gehad. Philip heeft de zelfverklaarde Ebioniet nog geïnterviewd over Satans Lied; Hammer droeg bij die gelegenheid heel opzichtig het Tau kruis. Het hanteren van een dubbelzinnige symboliek is een handelsmerk van Hammer: de Tau kan zowel voor de Egyptische Mysteriën staan, als voor Sint-Antonius de Egyptenaar, en is het teken van de Franciscanen maar wordt ook geassocieerd met de paganistische Irminsul én met de Hamer van Thor, die beide tot de verbeelding van de nazi's spraken.


Zelf heb ik altijd het gevoel gehad dat een aantal onderzoekers met betrekking tot de nazi schat van Mittenwald materiaal 'opgelepeld' kregen, op de manier zoals Tom R. te werk zou zijn gegaan met De Sède, Lincoln & Co. Dit gebeurde onder meer via merkwaardige lemma's of wijzigingen aan lemma's op Wikipedia, door vreemde discussies op bijvoorbeeld het Graham Hancock forum, of door het anonieme bezorgen van links die naar een Antoniuskapel zouden leiden. Het is uiteraard niet meer dan een indruk, maar de parallellen zijn nu eenmaal feiten. Zoals het ook een feit is dat Philip Coppens vier jaar na het interview van Hammer een ontdekking deed, waarvan hij noch ik toen konden vermoeden dat ze opnieuw een niet te miskennen parallel Rennes-le-Château/Mittenwald bevatte. In De Hamer van Thor en op www.rauna.eu wordt reeds gemeld dat Ysa Pastora door het decoderen van de muziekpartituur naar de Irminsul van Mittenwald werd geleid, ook bekend als de Yggdrasil of de Levensboom. In een ebook dat Philip Coppens kort voor zijn dood publiceerde, wordt aangetoond dat Bérenger Saunière de verbouwingen aan de kerk van Rennes-le-Château, de aanleg van de tuin en de Tour Magdala op het grondplan van de Levensboom entte, zoals we die kennen uit de kabbala. 




Kort na mijn terugkeer uit Rennes-le-Château kreeg ik een berichtje van de mama van Filip (die bijna uitsluitend in het Engels publiceerde als Philip Coppens). Het grootste deel van zijn nalatenschap was in de USA gebleven, bij zijn echtgenote, de schrijfster Kathleen McGowan. Philip woonde al sinds eind jaren negentig in Londen, daarna in Edinburgh, en de laatste - zeer gelukkige - jaren van zijn leven in Los Angeles. Maar hij had in zijn ouderlijk huis ook nog een bureau, en boeken, en archieven - waarvan het grootste deel in het Nederlands. Na ruggenspraak met Kathleen, vroeg de mama van Philip zich af of ik misschien geïnteresseerd was in die boeken, tijdschriften, mappen met notities, correspondentie. Het was een betekenisvolle coïncidentie zoals ik er zo veel heb meegemaakt, en nog meemaak. 'Natuurlijk wel!' zei ik dus.

Zicht op de tuin

Eén van de allereerste typoscripten en correspondenties die ik bekeek, had te maken met een andere oude bekende: Jos Bertaulet. En met zijn boek De verloren koning en de bronnen van de graallegende (1991), die ook een rol speelt in Satans Lied. Bertaulet is - samen met Klaas Van Urk - een van de weinige onderzoekers die op basis van een decodering iets zeer concreets hebben gevonden. In zijn geval betrof het een kelder in Notre Dame de Marceille, 'een geheim oord in de geschiedenis van Frankrijk'. Het leidde alvast tot dit, laten we zeggen, nogal 'impressionistisch' artikel. Maar het ziet er naar uit dat er nog heel wat stukken zullen volgen, die veel concreter zullen zijn.