12.11.11

Jan De Lichte: "Proficiat, Louis! Ge zijt 100 geworden!"

Een verjaardagswens van Jan De Lichte
by: interactief



Op 15 maart 2012 wordt Louis Paul Boon honderd jaar oud. Een goede gelegenheid, vond ik, om enige verjaardagswensen te ronselen voor mijn dorpsgenoot, van illustere en anonieme personen en personages die van ver of nabij iets te maken hebben met Louis Paul Boon, zijn leven en werk, Erembodegem en Aalst, literatuur en schone kunsten... Dit alles in samenwerking met mijn sinds kort vooral virtueel geanimeerde gezelschap Compagnie de Ballade, en in een productie van het artistiek collectief vzw de Scriptomanen, dat ook betrokken is bij Elpee Boon, een liedjesprogramma van Aalstenaar Rudi De Smet, waarvan deze demo een voorproevertje is:




Ik ben altijd een groot bewonderaar van Boon geweest; van zijn grote historische romans vooral: Pieter Daens, Het Geuzenboek, De Bende van Jan De Lichte - maar ook van het "kleine werk", zoals Mijn kleine oorlog. In de jaren negentig heb ik het genoegen gehad Vergeten Straat te mogen bewerken tot een driedelig luisterspel voor de toenmalige BRT.

Mijn bewondering voor de schrijver Louis Paul Boon is altijd ook gekleurd geweest door die eerste mei van het jaar 1979, toen ik als nog vrij verse zeventienjarige met de bibber in de benen uitgenodigd was ten huize Boon. Mijn toenmalig lief en huidige vrouw had daar voor gezorgd. Ik dacht dat we het over de literatuur zouden hebben, maar we hebben het die avond over zowat alle denkbare koetjes en kalfjes gehad - ik herinner me nog dat hij Richmond rookte, net als ik, en dat we ons vrolijk maakten over het woordje "doize" - maar niet over boeken. Na vijf minuten voelde ik me al helemaal thuis bij Louis en Jeanneken, en het was pas bij het afscheid dat Louis met een Izenglimse glimlach zei: 'Oh ja, ik heb ook nog enkele gedichten van u gelezen. Ik zal die eens doorsturen naar vriend Willie, die zal wel weten wat ermee aan te vangen.' - En zo lag niemand minder dan Louis Paul Boon aan de basis van mijn eerste echte publicatie in een heus literair tijdschrift...  



Nog geen tien dagen na onze ontmoeting schreef de dichter Willie Verhegghe Bij de dood van Louis Paul Boon: 'Mijn laatste contact met Louis is in feite tekenend voor de mens Boon: een paar dagen terug ontving ik van hem een kort briefje, gedateerd 1 mei 1979, waarin hij me vroeg of ik er niet voor kon zorgen om 'n paar gedichten van een jongeman uit zijn gemeente in een literair tijdschrift - waarvan ik redacteur ben - te plaatsen. De gedichten hadden hem, zoals hij schrijft, "persoonlijk zeer aangesproken", en hij geloofde dat er "veel goeds uit groeien zou". Of: de veel gelauwerde en bejubelde staatsprijswinnaar en nobelprijs-kandidaat die zich inzet voor een, laten we het in rennerstaal zeggen: "nieuweling" in het vak.'


5.11.11

Jeanne d'Arc en de Ridders van Christus




Het Lam Gods van Jan en Hubert Van Eyck, te bekijken in de Sint Baafskathedraal te Gent, behoort tot de tien beroemdste schilderijen ter wereld. Van die tien is het, samen met de Mona Lisa, ongetwij­feld door de meeste raadsels omgeven. Het Lam Gods is een kerkelijk veelluik, ook wel ‘retabel’ genoemd. Na heel wat turbulente avonturen verhuisde het in de jaren tachtig van de vorige eeuw van zijn oude plek, de kleine Vijdkapel, naar de grotere doopkapel, elders in de kathedraal. Wanneer de schilders met het werk voor het retabel gestart zijn, weten we niet precies. Het enige dat we met zekerheid kunnen stellen, is dat meester-schilder Jan van Eyck het veelluik rond 1432 vol­tooide.

Het Concilie van Konstanz

In het begin van de jaren tachtig van de vorige eeuw studeerde de Nederlander Peter Voorn aan de Gentse Kunstacademie en bezocht hij het kunstwerk met enige regelmaat. Daarbij vroeg hij zich ook af waarom er zoveel pausen op het centrale paneel van het Lam Gods stonden. Pas in 1995 slaagde hij erin deze vraag te beantwoorden, toen hij ontdekte dat dit paneel met het Concilie van Konstanz te maken had.
Het Concilie dat tussen 1414 en 1418 in het Duitse Konstanz werd georganiseerd op initiatief van de Koning van het Heilige Roomse Rijk (Duitsland), Sigismund van Luxemburg, moest een einde maken aan het kerkelijke schisma. Op dat ogenblik waren er immers drie pausen: in Rome zetelde de oude Gregorius XI, in Avignon Benedictus XIII en in Bologna Alexander V. Deze laatste was op het Concilie van Pisa in 1409 verkozen en werd korte tijd later opgevolgd door Johannes XXIII, die hem wellicht vergiftigde en later door de Kerk niet als paus werd erkend vanwege zijn vele misdaden. De gelovigen wisten niet meer wie nu de ene ware paus was die ze moesten volgen. Het Concilie van Konstanz zou die onzekerheid uit de wereld helpen, en slaagde daar ook in: terwijl de ene paus in de gevangenis belandde, de andere ‘vrijwillig’ terugtrad en de derde door zijn stijfkoppigheid door niemand meer serieus werd genomen, kwam de weg voor nog een andere paus wijdopen te liggen. De vijf naties die ook op het Concilie de dienst uitmaakten, zouden deze nieuwe paus kiezen: de toenmalige bondgenoten Bourgondië en Engeland, en Frankrijk, Duitsland, Italië en Spanje – naties die toen anders waren samengesteld en functioneerden dan ze dat nu doen.
We vinden deze vijf naties – waarbij Bourgondië en Engeland tot één natie worden gerekend – ook terug op de onderste vijf panelen van het geopende retabel. Het paneel van de Rechtvaardige Rechters staat voor Bourgondië en Engeland, het paneel met de Ridders van Christus voor de Franse situatie, het Lam-paneel voor de Duitse landen. Het paneel van de Heremieten verbeeldt  de Italianen en de Pel­grims op het naar hen genoemde paneel zijn op weg naar Spanje.
Op 11 november 1417 kozen de vijf naties Martinus V (Otto Colonna) tot de nieuwe paus. Zowel zijn pauselijke als zijn wereldse naam vinden we terug op het Lam-paneel, met de Domtoren van de Sint Maartenskerk van Utrecht en het achtkantige waterbekken op de voorgrond – ‘otto’ is immers ‘acht’. De wereldse achternaam van de paus, Colonna, betekent ‘zuil’ – en zuilen vinden we niet alleen terug bij de engel die de geselzuil van Christus vasthoudt, maar ook aan de buitenkant van het retabel. Naast Martinus V zijn ook de drie vorige (tegen)pausen te zien op het Lam-paneel.
Behalve de pausverkiezing kenmerkte het Concilie van Konstanz zich door enkele grote processen. De twee belangrijkste worden uitgebreid behandeld op het Lam Gods. Zo was er bijvoorbeeld het proces tegen de Boheemse hervormer Jan Hus. De man was met een vrijgeleide aanwezig op het Concilie, maar werd op 6 juli 1415 toch op de brandstapel gezet. Dit leidde tot bloedige oorlogen tussen Sigismund en de ‘ketterse’ aanhangers van de hervormer. En dan was er nog het proces tegen Jan Zonder Vrees (1371-1419), de hertog van Bourgondië, die zijn rivaal Lodewijk van Orléans had laten vermoorden. Lodewijk was de broer van de Franse koning Karel VI, en zijn vrouw was de Italiaanse en humanistisch geschoolde Valentina Visconti, de zus van de hertog van Milaan. Ook dit proces werd op 6 juli 1415 op een dramatische wijze beslecht.
Al sinds de veertiende eeuw werd de verscheurde en corrupte Roomse Kerk onder vuur genomen door kunstenaars, intellectuelen en potsenmakers. In Engeland verscheen aan het einde van de veertiende eeuw het wonderlijke droomgedicht The Vision concerning Piers the Plowman, vol hatelijkheden tegen de bedelmonniken. Ook de Engelse hofdichter Chaucer liet zich in zijn teksten kritisch uit over de kerk. Maar omstreeks 1400 sloeg het politieke en geestelijke klimaat om en kon men niet meer vrijuit spreken. Kritische pamfletten zoals Het vuil van de Roomse curie verschenen anoniem, of misstanden werden op een cryptisch versleutelde manier gehekeld. Het retabel van het Lam Gods dient eveneens in deze context bekeken te worden, want het is een uiterst kritisch – versleuteld – tijdsdocument.

De Geheimen van de Tarot

Een kunstwerk als het Lam Gods laat zich niet snel doorgronden en al helemaal niet in een oppervlakkige beschrijving. Om zijn bevindingen op hun juistheid te toetsen, zag Peter Voorn zich genoodzaakt onderzoek te doen naar de geschiedenis van het retabel, en de planten, mensen, gebouwen en teksten die erop te zien waren. Welke verf hadden de kunstenaars gebruikt? Wat voor soort compositie en ordening? Wie was Jan Van Eyck… of zijn met zoveel raadsels omgeven vermeende broer Hubert?
Het was Peter Voorn opgevallen dat heel wat details die te zien waren op het Lam Gods en bepaalde namen van panelen feitelijk overeenkwamen met die van de oudste Tarotkaarten, of de Grote Arcana. Het leek er zelfs op dat voor het onderliggende grondplan van het Lam Gods vroege Tarotkaarten als uitgangspunt waren gebruikt – een merkwaardige ontdekking, omdat speelkaarten ook in de middeleeuwen als heidens beschouwd werden. Was het een toeval dat de Visconti familie bekend stond als opdrachtgever voor het maken van de oudste Tarotkaarten ter wereld? Hadden de Visconti’s ook iets te maken met het grondplan van het Lam Gods? Moest het  retabel beschouwd worden als een groot kaartenhuis, waar de thema’s van de Tarot als een ‘geheime’ rode draad – ‘arcana’ betekent immers ‘geheim’ – doorheen liepen?   
Om deze en andere vragen te beantwoorden, diende elke paneel van het Lam Gods aan een nauwkeurig en diepgaand onderzoek te worden onderworpen. Peter Voorn heeft dit titanenwerk aangevat, en bijgevolg is Jeanne d’Arc en de Ridders van Christus een analyse van het paneel de Ridders van Christus, die vertrekt vanuit de hoger beschreven premisses.

Allegorie en cryptoportret

Omdat het paneel de Ridders van Chris­tus overeenkomt met de Franse natie moeten we dit werk ook door een Franse bril bekijken. Alle belangrijke personages op het Lam Gods, met uitzondering van de twee ‘stichterportretten’ aan de buitenkant, zijn allegorische portretten van mensen die leefden in de periode 1400-1430. De meeste personen zijn door de schilders evenwel ‘cryptisch versleuteld’. Het Lam Gods is wat men in Duitsland een ‘krypto-gemälde’ noemt, een ‘cryptoportret’. We zien derge­lijke schilderkunstige versleutelingen ook terug bij Pieter Breughel de Oude, in bijvoorbeeld het schilderij van de Nederlandse Spreekwoorden (1559). Breughel vraagt de toeschouwer hoeveel geschilderde spreekwoorden hij kan ontdekken. Het spel is tweeledig: het activeert en het onderwijst de kennis van de toeschouwer.  
Iedere schilder heeft zo zijn eigen methoden om een personage cryptisch te pense­len, en wel op die manier dat een breed publiek, of een kring van een ingewijden, de persoon toch kunnen identificeren. Voor de huidige toe­schouwer zal dit altijd een probleem stellen, omdat wij niet meer thuis zijn in de middeleeuw­se geschiedenissen en gebruiken. Stel dat ik Vin­cent Van Gogh cryp­tisch wil af­beelden tussen honderd ande­ren. Hoe doe ik dat en hoe weet iemand binnen zeshonderd jaar dan dat het hier om Van Gogh gaat? Ik kan Van Gogh schilde­ren met één oor, bij een prieel zonnebloemen, aardappels etend. Of ik kan hem naast iemand plaatsen, die alle kenmerken heeft van zijn vriend, de schilder Gauguin. Net als bij een kruiswoordpuzzel of cryptogram moet de toeschouwer door het stellen van vragen, en door woord- of beeldassociaties achter de identiteit van het personage komen.  
De schilders van het Lam Gods hebben deze methode toegepast bij de weergave van hun personages. Het is nog steeds mogelijk veel van de cryptopor­tretten op het retabel te ontra­felen aan de hand van de merk­waar­digheden of door de plaatsing van de gepor­tret­teerde. De personages op het paneel de Ridders van Christus kunnen we bijvoorbeeld probleemloos situeren binnen de geschiedenis van de eerste helft van de vijftiende eeuw en op die manier kunnen we de meesten onder hen ook identificeren.  
Hierbij valt meteen op dat niets zonder reden werd geschilderd. Tientallen verhalen lopen door elkaar, maar toch is alles duidelijk gerangschikt. Zangers, Muzikanten, Heremieten, Pelgrims, Rechters zijn netjes en geordend bij elkaar zijn gezet. Adam en Eva staan schijnbaar gescheiden, maar ook zij komen bij elkaar als het Lam Gods zijn deuren sluit…

Jeanne d’Arc

Als we tot de ‘inhoud’ van het schilderij willen doordringen, moeten we naast een grondige beschrijving ervan de gebeurtenissen van die tijd leggen. Waarom werd iets op die manier en op die plaats op het paneel geschilderd? Alleen zo kunnen we de bedoelingen van de schilders ontrafelen.
Het boek Jeanne d’Arc en de Ridders van Christus schetst bijgevolg een beeld van het Franse hof in de periode 1380-1432. Het vertelt hoe Karel VI tot waanzin verviel, over het koningskind Karel VII en de moord op Jan Zonder Vrees, over de Engelsen en de Fransen en uiteraard ook over de figuur van Jeanne d’Arc en hoe zij gevangen werd genomen.
De ridderorden en de cultus van de negen helden worden behandeld (‘van neghen den besten’) – negen helden die we ook terugvinden op het bewuste paneel. Vertrekkend van een beschrijving van het uiterlijk van Jeanne d’Arc, zoals we dat in de bronnen aantreffen, kunnen we haar eveneens op het paneel situeren. Peter Voorn vertelt het verhaal achter Sint Joris en waarom Jeanne op het paneel de Ridders van Christus zijn attributen vast houdt, en hij gaat dieper in op de tekst op Jeanne’s schild, de Antonisorde en het Taukruis.
Ook Christine de Pizan is van de partij – het literaire talent, maar ook de ridderlijke dame die zeshonderd jaar voor een man werd gehouden. Jean, ‘de bastaard van Orléans’ wordt geïdentificeerd, en uiteraard vinden we hier alle andere protagonisten terug: koning Sigismund, Lodewijk van Orléans, Jan Zonder Vrees, Jan Hus,…



















Jan Van Eyck en Jeanne d’Arc wil een (kunst)historische detective zijn, waarin we aan de hand van het paneel de Ridders van Christus en door de ogen van een kunstenaar een stukje geschiedenis (her)ontdekken… en een verhaal van intriges en gekonkel, moord en doodslag, overspel en waanzin beschrijven… Vzw de Scriptomanen verzorgde de uitgave als ebook.

28.10.11

Hof van Mirakelen

Hof van Mirakelen
by: patrickbernauw





Wees welkom heer en zit neer
in ’t Hof van Mirakelen,
waar de lamme loopt en de blinde kijkt
en niets meer is wat het lijkt.
Waar kippen zonder kop nog kakelen
in ’t Hof van Mirakelen,
kom dans met ons een fijn duel,
uw vel staat op het spel.

Want ‘t recht is krom en de wet is stom
in ’t Hof van Mirakelen,
kom dans met ons een fijn duet,
onze messen zijn gewet.
Waar kippen zonder kop nog kakelen
in ’t Hof van Mirakelen,
de wijn is hier als bloed zo rood,
wij drinken op leven en dood.

Hoor ons grommen, zie ons blazen
kaarsen uit van vechtersbazen,
kom dan toch, kom met ons spelen,
wij zullen u deskundig kelen.
Wij planten u zonder genade
een dolk tussen uw schouderbladen,
wij zullen uw geld eerlijk verdelen,
kom dan toch met ons spelen.

Waar kippen zonder kop nog kakelen
in ’t Hof van Mirakelen,
de wijn is hier als bloed zo rood,
wij klinken op leven en dood.


21.10.11

"Het Illuminati Complot" herdrukt in de reeks "Mysterieus België"



Ter gelegenheid van het nieuwe moordspel Dossier DrooMoord (Marche-les-Dames, 1934) verscheen in de reeks Mysterieus België van vzw de Scriptomanen een herdruk van de historische thriller van Patrick Bernauw, Het Illuminati Complot.

Trek nu samen met auteur Patrick Bernauw 
op onderzoek uit in "Mysterieus België",
al of niet in het kader van het moordspel
"Dossier DrooMoord (Marche-les-Dames, 1934)"...
Alle info hier!


Televisiereporter Maarten Dejonckheere bijt zich vast in het onderzoek naar het overlijden van koning Albert I in 1934 en ontdekt dat de officiële versie van de feiten vanaf het begin werd betwist. Een ongeval kan het onmogelijk geweest zijn. Werd Albert I dan het slachtoffer van een passioneel drama? Of van een politiek complot?
Het spoor leidt naar de Rex-beweging van Leon Degrelle, die vaak in verband wordt gebracht met het geheim genootschap van de Illuminati. Gesteund door nazi-Duitsland en de Italiaanse fascisten, beraamde Degrelle in de jaren dertig een staatsgreep die Leopold III tot het autoritaire
staatshoofd van België moest kronen...
Patrick Bernauw oogstte veel succes met zijn thrillerdebuut Het bloed van het lam, waarin hij het mysterie van De Rechtvaardige Rechters ontrafelde, en het even mystiek vervolg Nostradamus in Orval, over Nostradamus en de legende van de verdwenen Franse troonopvolger. Voor dit derde deel van de reeks rond documentairemaker Maarten Dejonckheere verdiepte Patrick
Bernauw zich in het mogelijk grootste schandaal van het Belgisch koningshuis.

De pers over Het bloed van het lam:
‘Vlaanderen heeft eindelijk zijn De Da Vinci Code.’ – De Standaard
De pers over Nostradamus in Orval:
‘Actie en mysterie wisselen elkaar af met een stevige brok geschiedenis.’ – Metro
‘… het magistrale spel dat Bernauw speelt met heden, verleden,  waarheid en
verdichting.’ (4 sterren in de Thrillergids van Vrij Nederland)






Bekijk en beluister de filmpjes en interviews die je hierboven vindt. Bestudeer het dossier rond de dood van koning Albert I en die van journaliste Sophie Weemaes... Ongeval? Moord? Zelfmoord? Of is er nog wat anders aan de hand?... Los ten slotte de mysteries op, solo, met jouw detective team, of onder leiding van auteur Patrick Bernauw, in het kader van een moorddiner of een fotozoektocht, moordspel of moordweekend op de crime scene zelf, in Marche-les-Dames, drooMoord bij uitstek... Stuur een mailtje naar het adres dat je vindt op pagina 32 van dit boekje, als je verlegen zit om een aantal antwoorden op je vragen.


19.10.11

Ten Onder!

Samen met een ad hoc schrijverscollectief van de afdeling Literaire Creatie (Academie voor Podiumkunsten, Aalst) het scenario voor een "totaalspektakel" geschreven, getiteld "Ten Onder!". En hiervoor maakte ik ook deze trailer, op tekst van Ben Schokkaert.

8.10.11

De miljoenen van Oma Paulina (uit "De Zaak Louis XVII")



Jules De Raedt:

Waarde redactieraad van dag- of weekblad, en administrateurs-generaal van de belangrijkste Europese televisiezenders.
Geachte leden van de Franse en Belgische Dienst van de Adel en in het bijzonder Zijne Excellenties Otto von Habsburg en Henri d’Orléans, graaf van Parijs, die schaamteloos met andermans veren loopt te pronken als hij beweert de enige te zijn die nog aanspraak kan maken op de Franse troon.
Monseigneur Danneels, Zijne Heiligheid paus Johannes-Paulus II.
Zeer geachte heer president Mitterand.   
Zijne Majesteiten Béatrix van Nederland, Juan Carlos van Spanje en ja, zelfs tot U richt ik mij, Boudewijn I, koning der Belgen, met deze brief van niet minder dan achttien getypte vellen die op meer dan zestig adressen zal worden bezorgd.
Zelfs tot U richt ik mij, hoewel Uwe Hoogedelgeboren Hoogheid al sinds 1969 van de Zaak op de hoogte is en al de vorige smeekschriften van zijn onderdaan verticaal heeft laten klasseren.
Zelfs tot U richt ik mij, als ik zeg:

Doorluchtige dames en hooggeachte heren!
Op deze vierde april van het jaar 1987, naar aanleiding van de viering van het Millennium der Capetingers, richt ik dit schrijven tot u allen, verschanst in uw kantoren en kastelen waar u veilig denkt te zijn voor de waarheid die u bedreigt. Ik richt mij tot u met woorden gedrenkt in ontroering, soms ook in bitterheid, maar vooral in hoop: dat deze open brief dan de langverwachte steen des aanstoots moge zijn, en dat ik eindelijk de hulp zou krijgen die ik verdien om de Zaak tot een goed einde te brengen.
Ongetwijfeld kent u mij nog van vorige missives: Jules De Raedt, met zijn snor van Clark Gable, zijn buik van Oliver Hardy en het bloed van Habsburg en Bourbon dat door zijn aderen stroomt.
Meer dan dertig jaren studie van oude documenten en onderzoek in stoffige archieven heb ik op de teller staan. De catacomben van Vaticaanstad en de salons van Schloss Frohsdorf in Oostenrijk hebben mij een onwrikbare zekerheid geschonken, een heilige overtuiging die mij de schouders doet ophalen wanneer de spotvogels mij weer beschimpen en mijn verguizers me nog maar eens afschilderen als een fantast of een schattenjager, een paranoïde mythomaan, ja zelfs een ordinaire oplichter.
Met bloedend hart heb ik, zeeman in hart en nieren, de zee vaarwel gezegd om mij geheel en al aan de Zaak te wijden. Ik heb alle denkbare en ondenkbare tegenkanting getrotseerd en meerdere moordaanslagen overleefd, en nu ik op mijn laatste benen loop – een levend lijk dat kapot gaat aan de slechte lucht – richt ik mij een laatste keer tot u allen.
En waarom?
Omdat de waarheid ook zo haar rechten heeft.
Omdat ik in mijn pogingen om het mysterie op te helderen van Paulina Rombaut, mijn grootmoeder, onverhoeds ben uitgekomen bij de zoon van een onthoofd koningskoppel.
Omdat ik en niemand anders aan het licht kan brengen dat Frans Rombaut, de grootvader van mijn grootmoeder, niemand minder is geweest dan Louis XVII, dauphin de France, van wie ten onrechte wordt aangenomen dat hij gekrepeerd is in een vochtige en tochtige kerker van de Tempelgevangenis van Parijs.
Daarom.

Ik was vier toen ik voor het eerst over ‘de miljoenen’ hoorde praten. Het was de dag voor Sinterklaas en mijn ouders hadden de cadeautjes uitgestald op de tafel in de mooie kamer.  We mochten heel even een kijkje nemen door een kier, maar ik was te laat en ik smeekte mijn moeder om de deur nog eens open te doen. Mijn gejengel maakte haar kwaad, ze gaf me een fikse oorvijg en Oma Paulina nam me op de schoot en troostte me: ‘Ge moet niet huilen, Juleke,’ zei ze. ‘Als de miljoenen komen, krijgt gij van mij een levensgrote Klaas en een echte ezel.’
Die miljoenen hadden te maken met wat Bernard Rombaut, Oma Paulina’s vader, in 1894 was overkomen. Op een mooie dag werd hij toen met veel tralala thuis opgehaald door schepen De Poorter uit Evergem. In zijn rijtuig bracht die Bernard naar Dendermonde, waar ze vier dagen bleven. Terug thuis gaf vader Rombaut aan zijn oudste dochter een koffertje van licht roodgeelbruin hout – pitch pine, een naaldhoutsoort uit Midden-Amerika. Er was een dikke bundel papier in opgeborgen.
‘Bewaar dit goed,’ drukte hij Paulina op het hart. ‘Als ge stokoud geworden zijt, zal men u oproepen, en dan zal onze familie bestaan uit schatrijke mensen.’
Vervolgens legde Bernard aan zijn verbouwereerde dochter uit dat hij een lening van 30 miljoen gouden gulden had toegestaan aan Groot-Brittannië, om de oorlog in Transvaal te financieren. ‘De intrest zal om de dertig jaar aan de nakomelingen van de Familie uitbetaald worden.’
Paulina hoorde haar vader duidelijk de hoofdletter F van Familie uitspreken. Had hij te diep in het glas gekeken? Nee, haar vader had nog nooit zo nuchter en zo zakelijk geklonken. Behalve dan wat die hoofdletter F betrof.
‘Waar komt dat fortuin vandaan?’ waagde Paulina het te vragen.
Bernard Rombaut haalde de schouders op. ‘Het gaat om een erfenis, die door een lid van de Familie voor een periode van een eeuw werd weggezet. Zodra men een testament opent dat  honderd jaar gesloten moest blijven, zal de rente uitbetaald worden. Maar het fijne weet ik er ook niet van.’
Later zou Oma Paulina tot de slotsom komen dat die bizarre bepaling wellicht te maken had  met een onecht kind of een gedwongen huwelijk. Maar toen was het al te laat om er nog achter te komen of haar vader ooit had geweten hoe de vork precies aan de steel zat, en waarom hij zo zwijgzaam was gebleven over de hele affaire. Omdat hij er werkelijk niks meer over wist, of omdat het veiliger was zo weinig mogelijk te weten van dit soort zaken?
‘Het enige dat wij moeten doen, is wachten op de oproep,’ herhaalde hij het telkens weer. ‘De Zaak is in betrouwbare handen.’
Ook de Zaak gaf hij een hoofdletter mee. Oma Paulina kon het heel goed horen.
En Bernard Rombaut wachtte op de oproep. En zijn oudste dochter Paulina wachtte op de oproep. En haar acht broers en zussen, die inmiddels ook min of meer waren ingelicht… ze wachtten met z’n allen op de oproep. Maar de oproep kwam niet en Bernard stierf in 1917, verbitterd, als de onbemiddelde arbeider die hij altijd was geweest.
‘Schatrijk zijn en toch zo hard moeten werken,’ hoorde zijn kroost hem al eens grommen.
Met zijn laatste ademtocht drukte Bernard zijn kinderen wel op het hart dat ze ‘hun naam in ere moesten houden’.
Omdat zij nu eenmaal tot de Familie behoorden.
Omdat alleen dan de Zaak ooit tot een goed einde kon worden gebracht.

De eerste man van Paulina – Emiel Caessaert was zijn naam – begon zich bezig houden met de Zaak. Van beroep was hij treinmachinist, en daar moest je toen nog een attest van goed gedrag en zeden voor hebben. Emiel Cassaert was er de man niet naar om op straat op de vuist te gaan, zomaar, zonder aanleiding.
Toch is het precies dat wat er gebeurd zou zijn.
Een messentrekker plofte een mes in zijn rug en Paulina bleef achter met vier kinderen, in bittere armoede. Op zeker ogenblik had ze voor zichzelf en haar kinderen nog amper een wortel te eten.
Wellicht verbaast het gewelddadige einde van Emiel Caessaert u een beetje? Stelt u zich daar toch een paar vragen bij?
Ik anders niet. Mij verwondert dat soort dingen al lang niet meer. Wie zich met de Zaak bemoeit en al te diep doordringt in de waarheid, wordt nu eenmaal een gevaarlijk individu. Hij verwerft een zekere macht, maar krijgt te maken met nog machtiger tegenpartijen, voor wie alle middelen goed zijn om onwelriekende potjes gedekt te houden en alles bij het oude te laten. Dat heb ik zelf meermaals aan den lijve mogen ondervinden.

Paulina Rombaut hertrouwde met Gustave De Raedt. En toen was het ineens 1924 en zie: plotseling verscheen daar toch wel de langverwachte oproep in de krant, zeker!
Alle Rombautsen werden verzocht zich in verbinding te stellen met notaris Van der Auwermeulen te Zomergem. Oma Paulina hoorde van het bericht en die avond opende ze het pitch pine koffertje nog eens, dat ze dertig jaar eerder van haar vader had gekregen. Nu en dan had ze een steelse blik geworpen op de documenten die het bevatte. Ze kon zo heerlijk wegdromen bij de paperassen. Want uiteraard begrijpt ze geen snars van wat daar allemaal geschreven stond. De akten waren opgesteld in het Frans en in het Engels.
Oma Paulina opende het koffertje van licht roodgeelbruin hout… en vond er deze keer alleen nog een handvol papiersnippers in terug.
Oma Paulina slaakte een verbijsterde kreet. Het eerste wat haar voor de geest kwam, was dat de documenten waren opgevreten door de muizen. Maar uiteraard was dit onmogelijk. Hoe zouden de muizen in de gesloten koffer gekomen zijn om er daarna weer uit te kruipen en hem keurig dicht te maken?
Werden de papieren dan ontvreemd door een machtige tegenpartij? Of had een lid van haar eigen Familie de hand gehad in de diefstal?
Oma Paulina wilde geen rekening houden met die laatste mogelijkheid. Nochtans kon ook zij alleen maar vaststellen dat een van haar straatarme broers zich plotseling had ingekocht in een grote Waalse maatschappij. Waar had hij het nodige geld vandaan gehaald?
Met lege handen trok Paulina Rombaut naar notaris Van der Auwermeulen in Zomergem.  Andere leden van de Familie waren eerder al ontvangen geweest door zijn zoon, een bijzonder zenuwachtig heerschap dat de ene sigaar na de andere had aangestoken, zonder ze echt op te roken.
‘Mijn vader heeft de stommiteit van zijn leven begaan door die advertentie in de Gentenaar te plaatsen,’ had Van der Auwermeulen junior gezegd. ‘Het enige wat er daar nog te rapen valt, is een paar duizend frank dat een oud vrouwtje heeft nagelaten…’
Maar Oma Paulina had de eer en het genoegen door de notaris in eigen persoon ontvangen te worden. In zijn kantoor deed ze hem haar hele verhaal. De achtbare notabele luisterde aandachtig zonder haar ook maar een keer in de rede te vallen.
‘Wie is uw overgrootvader?’ vroeg hij uiteindelijk. ‘Pier-Jan of Jan-Cies?’
Oma Paulina keek de notaris onbegrijpend aan.
‘Wie is uw overgrootvader?’ herhaalde deze ongeduldig. ‘Petrus Johannes of Johannes Franciscus Rombaut?’
‘Dat… dat zou ik zo direct niet weten,’ stamelde Oma Paulina.
‘Als ge van Jan-Cies komt, dan zijt ge een erfgenaam en hebt ge heel wat te verwachten,’ verduidelijkte de notaris. ‘Maar komt ge van Pier-Jan, dan kan ik niets voor u doen.’
Oma Paulina kon niet op staande voet bewijzen dat ze afstamde van Johannes Franciscus Rombaut, en zodus werd ze vriendelijk maar beslist door de klerk naar de uitgang van het statige notarishuis begeleid.
Maar capituleren deed Oma Paulina niet. Onvermoeibaar trok ze van de ene vrederechter naar de andere functionaris, bereid om te vechten voor waar ze meende recht op te hebben. Overal stootte ze echter op een muur van onwil en onbegrip.
‘Ge kunt maar beter naar huis gaan,’ zei men haar op een keer, ‘want als ge zo hardnekkig met de Zaak bezig blijft, speelt ge met uw leven.’
Maar dan kenden ze Oma Paulina nog niet!



Tot zover een fragment uit De Zaak Louis XVII, mijn nieuwe historische thriller die verschijnt in januari 2012.

 

28.9.11

Wablieft-boeken - De Boekenkast


Wablieft-boeken


Derde reeks Wablieft-boeken voorgesteld in Antwerpen
Dinsdag 27 september stelden Wablieft, Het Centrum voor Duidelijke Taal, en WPG uitgevers de derde reeks Wablieft-boeken in eenvoudige taal voor in het Ecohuis Antwerpen.
Nadat de stadsdichter van Antwerpen Peter Holvoet-Hanssen de talrijke aanwezigen vergastte op enkele poëtische interventies lazen de auteurs Bavo Dhooge, Tine Mortier, Patrick Bernauw, Diane De Keyzer en Steven Vromman elk een stukje voor uit hun goednieuw Wablieft-boek.
Nadien was er gelegenheid om in gesprek te gaan met de auteurs en in de keuken konden geïnteresseerden een korte workshop volgen, waar er een recept uit het nieuwe Wablieft-kookboek bereid werd.

De zes nieuwe Wablieft-boeken:
Schiet niet te snel - Bavo Dhooge
De regels van het huis - Tine Mortier
Kerstekind - Diane De Keyzer
De roof van de Rechters - Patrick Bernauw
Het klimaat verandert ~ Wat kan je zelf doen? - Steven Vromman
Lekker & gezond ~ Heerlijke recepten voor weinig geld
Bekijk HIER alle foto's




De roof van de Rechters - Patrick Bernauw
1934. Een schilderij verdwijnt uit de kathedraal van Gent. De Rechtvaardige Rechters van de broers Van Eyck zijn gestolen! De dief stuurt een brief naar de bisschop. Hij vraagt geld. Dan bekent de stervende Arseen Goedertier dat hij meer weet over de diefstal. Maar hij kan niet meer zeggen waar het schilderij verstopt is ... 2011. Het schilderij is nog altijd niet teruggevonden. Er zijn nog veel vragen. Waarom werd het schilderij gestolen? En door wie? En vooral: waar is het?
ISBN: 9789022326602 - 96 blz. - Paperback - Prijs: € 6,95 - Uitgeverij: Manteau
Klik hier voor meer info

Meer info over alle boeken:
Wablieft-boeken - De Boekenkast

23.9.11

De Zaak Louis XVII... verschijnt in januari 2012!


DE ZAAK LOUIS XVII 
verschijnt in januari 2012.



1795. Louis XVI en Marie Antoinette hebben hun hoofd al verloren onder de guillotine. En dan sterft ook hun zoontje, troonopvolger Louis Charles de Bourbon, in erbarmelijke omstandigheden. Of toch niet? In die bloedige dagen van de Revolutie ontstaat een groot historisch mysterie…

2004. Professor Cassiman van de Katholieke Universiteit Leuven haalt het wereldnieuws met zijn genetisch onderzoek op wat beschouwd wordt als het hart van de kroonprins van Frankrijk. Volgens een Vlaamse familie onderzocht hij evenwel het verkeerde hart, want werd het echte samen met de rest van de dauphin begraven in Wachtebeke…

Was Frans Rombaut, die in 1875 overleed in Wachtebeke, inderdaad niemand minder dan Louis XVII? Hebben zijn nakomelingen recht op een fabelachtig fortuin, dat hen ontstolen werd door een samenzwering van valse en echte Bourbons, het Vaticaan, de Rothschilds en Leopold II?


Patrick Bernauw oogstte succes met zijn thrillertrilogie rond documentairemaker Maarten Dejonckheere. Een van die boeken, Nostradamus in Orval, bracht hem in contact met een Vlaamse familie die zich beschouwt als de erfgenamen van Louis XVII.
Ook deze historische roman in zijn serie ‘Mysterieus België’ is gecomponeerd volgens het beproefde faction-recept, met een intrigerende mengeling van feiten en fictie.  

* Wordt het mysterie van de verdwenen kroonprins van Frankrijk eindelijk ontrafeld?
* Het ware verhaal van een Vlaamse familie en haar strijd om de vorstelijke naam en het koninklijk fortuin die haar werden ontstolen.



 

DE PERS OVER HET BLOED VAN HET LAM:
‘Vlaanderen heeft eindelijk zijn De Da Vinci Code.’ – DE STANDAARD
DE PERS OVER NOSTRADAMUS IN ORVAL:
‘Actie en mysterie wisselen elkaar af met een stevige brok geschiedenis.’ – METRO
DE PERS OVER HET ILLUMINATI-COMPLOT:
‘Een rijk gedocumenteerd boek... met tal van knipoogjes naar de boeken van Umberto Eco en Dan Brown.’ – VRIJ NEDERLAND

14.9.11

Literatuur op zondag met Patrick Bernauw

Diest, zondag 2 oktober · 11:00 - 12:30

 Patrick Bernauw (2)
Zondag 2 oktober 2011 om 11.00 uur ontvangen we in het kader van Literatuur op zondag Patrick Bernauw in het Cultureel Centrum op het Begijnhof van Diest.
Patick Bernauw is een veelzijdig man : auteur, scenarist, regisseur en acteur. Als auteur maakte hij zowel naam bij de jeugd als bij de volwassenen met historische thrillers waarin op overtuigende wijze teruggegrepen wordt naar een aantal beruchte mysteries uit de geschiedenis van ons land. Het Lam Gods, de fatale val van koning Albert in Marche-les -Dames, de relikwie van het Heilig Bloed in Brugge, het zijn maar enkele voorbeelden van thema’s die Bernauw in een groter historisch kader plaatst.
Afspraak dus in het begijnhof met de Vlaamse Dan Brown, en wie weet komen we eindelijk te weten waar de Rechtvaardige Rechters zich bevinden...
Patrick Bernauw zal na zijn vertelling ook signeren.
5€ - cultuurcheques worden aanvaard.
Meer info:
Dienst Cultuurbeleid, Stad Diest
www.diest.be
falke.lambrechts@diest.be
013/353245
zondag 2 oktober · 11:00 - 12:30

Locatie
Aula, Begijnhof, Diest
Infirmeriestraat z/n
3290 Diest

Gemaakt door:
Falke Lambrechts

Voor
Cultuur @ Diest
Literatuur op zondag met Patrick Bernauw

8.9.11

Salomé, the Animated Movie - Part One



By The Lost Dutchman

With Lisa Lomé as Salomé...

Ik heb er altijd van gedroomd Salomé, van Oscar Wilde, eens te regisseren. En zie, nu had ik toch wel het voorrecht, zeker, om hiervoor te kunnen samenwerken met de LateNight StageFright Company van Hard Boiled Harry & His Animated Heroes...

En zodus:


Here is the famous classic play, written by Oscar Wilde, adapted and performed by the Late Night Stage Fright Company, starring Lisa Lomé, Hard Boiled Harry, the DumDum Blonde,...
No talking about Jews, Iokanaan or Herodes here. No, it's all about the Mobsters, the Godfather, Hell's Angels and Hard Boiled Harry!

Part One: How Beautiful Salomé is tonight...


The LateNight StageFright Site

Read More + To Be Continued Here:



Salomé, the Animated Movie

31.8.11

Dode Dichter - vrij naar het werk van Maurice Maeterlinck

Maurice Maeterlinck schreef een aantal stukken voor het marionettentheater; zijn werk leent zich dan ook bij uitstek tot een bewerking voor, bijvoorbeeld, animatiefilm. Vandaar dat Compagnie de Ballade aan de slag ging met een aantal van zijn gedichten, en hiervan een collage maakte.

Vertaling, bewerking en montage: Patrick Bernauw.
Met Antonie Te Contrarie en Lisa Lomé.

En als hij op een dag terugkeert,
wat zal men hem dan zeggen? 


Compagnie de Ballade stelt voor:

Dode Dichter
by: patrickbernauw

27.8.11

Compagnie de Ballade: "Een Kleine Nachtmuziek"

Een nieuw speeltje gevonden: het heet "xtranormal" en je kunt er makkelijk animatievideo's mee maken. Het is meteen een gelegenheid om Compagnie de Ballade een nieuw - virtueel - leven in te blazen. Op dit moment ben ik druk bezig een cast aan het verzamelen, waarmee je in "Een Kleine Nachtmuziek" alvast kennis kunt maken.

Een vaste stek in het geanimeerde gezelschap is alvast weggelegd voor Antonie Te Contrarie (zie foto) die in het Engelstalige deel van de wereld wil doorbreken als "Hard Boiled Harry". In dit filmpje maak je ook kennis met een tweede ster-actrice van Compagnie de Ballade: Lisa Lomé.

Dit geanimeerde gezelschap van de vernieuwde Compagnie de Ballade start alvast met een serie "Legenden van de Lage Landen". Op het programma staan ook een bewerking van "Het Kabinet van Dr. Freud" (mijn eerste toneelstuk in het beroepstheater, destijds nog gecreëerd met Anton Cogen, Paula Bangels, Patrick Vander Sanden en Kathy Vanden Bossche), "Dode Dichters" (een stuk rond het werk van Maurice Maeterlinck en Georges Rodenbach) en een paar - ten onrechte, denk ik dan - in de vergetelheid geraakte producties van de "oude" Compagnie de Ballade: "Zwarte Weduwe" bijvoorbeeld, of "De Liederlijke Levensliederen van François Villon".

Maar geniet nu alvast van:

Een Kleine Nachtmuziek
by: patrickbernauw

20.8.11

Rare Praatjes: Interview Patrick Bernauw

Van: remcomeisner  | 20 aug 2011  
Trailer van het gesprek van Jeroen Kuypers met de schrijver Patrick Bernauw, in diens woning te Erembodegem (België), in het kader van de Rare Praatjes-reeks van de Stichting Fantastische Vertellingen. Het volledige interview beslaat een uur. De DVD is verkrijgbaar bij de Stichting. Aan de orde komen zijn jeugdherinneringen, inspirerende voorbeelden, keuzes, het omgaan met kritiek en het vinden van het eigen geluid.
Meer informatie vindt u op: http://www.fantastische-vertellingen.nl (minder info) :

Jeroen Kuypers had op zaterdag 13 augustus 2011 een gesprek met Patrick Bernauw, in diens woning in Erembodegem, België.
Gesproken werd over jeugdherinneringen, zoals het opeengepakt slapen gedurende een conventie in Amsterdam in de jaren tachtig, maar het ging ook over de eerste pennevruchten. Daar kijkt Patrick met clementie op terug, maar hij ziet nu des te beter wat eraan schortte. Het was vooral teveel van van alles.
De schrijfcrisis, die de auteur enige tijd uit het lood sloeg, komt aan bod. Uiteindelijk vroeg hij zich af wat hem nu werkelijk beweegt. Zoals vaak het geval, was het antwoord op die vraag, zeker in retroperspectief beschouwd, helemaal niet zo moeilijk, omdat Patrick daarmee in feit allang aan de slag was en er bovendien heel veel plezier aan beleefde.
Stil wordt gestaan bij de talloze variëteiten waarin Patrick Bernauw zich creatief uitte. Hij werkte voor omroepen, maakte luisterspelen, trad op met een rockband, schreef scenario's (die uiteindelijk lang niet allemaal omgezet konden worden in producties) en betoonde zich een kenner van de Vlaamse geschiedenis en de eigenaardige gebeurtenissen die daarin de revue passeerden. Gebeurtenissen die hem prikkelden en tot het uitwerken van talloze plottheorieën verleidden, waarbij de argeloze beschouwer niet meer helder voor de geest heeft in hoeverre het gaat om feiten en, daarnaast, op welk moment deze feiten overgaan in fictie. Patrick maakt feiten van fictie. Uiteindelijk hoopt hij dat zijn (lezers)publiek rotsvast gelooft in het voorgespiegelde. Dat zijn publiek zeker weet dergelijke wonderen hoogstpersoonlijk te hebben gezien. Dat die wonderen dus onmogelijk door de een of andere schrijver verzonnen kunnen zijn, maar dat het gaat om feiten.
Patrick Bernauw publiceerde heel veel. Teveel om hier uitputtend op te sommen. Maar vermeldenswaard zijn in elk geval Nostradamus in Orval, Het Illuminatie complot, De Engel van Mons (waarover hij in dit weivretni uitgebreid verhaalt), De Komedianten van de Bastille, De paus van Satan, Het bloed van het lam, Het februaricomplot, Het Orakel Ontgraven en Mysteries van het Lam Gods. Enkele boeken schreef Patrick samen met anderen, bijvoorbeeld met Guy Didelez.
Bij de Stichting Fantastische Vertellingen verscheen eerder van zijn hand Wachten op de gastheer en in juli 2011 verscheen daar zijn nieuwste boek De monologen.
Het interview van ruim een uur is op DVD binnenkort verkrijgbaar als filmdocumentaire in de Rare Praatjes-reeks van de Stichting Fantastische Vertellingen. Door op de YouTube-knop hierboven te drukken, kunt u de trailer van deze filmdocumentaire bekijken.
 



15.8.11

"De Vloek van Macbeth" - trailer

Gevonden bij het opruimen van een stuk of wat mappen op de computer: een nooit gebruikte trailer voor een "Sterke Verhalen Lezing/Causerie/Voordracht/Verteltheater/Stand up Comedy Show"", met als onderwerp "De Vloek van Macbeth". Het filmpje werd opgenomen in het VTI van Waregem, waar ik zo'n jaar of tien op rij actief ben geweest.



12.8.11

De Zeven Magere Jaren van Compagnie de Ballade - Last.fm



“De Zeven Magere Jaren

van Compagnie de Ballade”

by

Music » Compagnie de Ballade » 


Alle liedjes van Compagnie de Ballade (1998-2010) kunnen nu gratis gedownload worden op Last.fm. Dit zijn “De Zeven Magere Jaren van Compagnie de Ballade”:


1

Les Dunes  free download

2

Veuve Noire free download

3

Heer Halewijn free download
Loved track

4

Twee koningskinderen free download
Loved track

5

Bezeten Blues free download

6

Zorro free download


7

De ballade van Mollige Margot free download


8

De kroegen en de meiden free download

9

Ballade om Genade free download


10

Hof van Mirakelen free download

11

De Engel van Mons free download

12

Aan de Yzer free download

13

Motel Droomoord free download

14

Spookrijders free download

15

In de middeleeuwen free download

16

Landru heeft ze in zijn oven geschoven free download

17

Geen motief voor moorddadige praktijken free download

18

Isabel Danst free download

19

Isabelle Danse free download
20
 
May Colven free download


Tag
Your tags: folk, blues, cabaret, spoken word, musical
Popular tags: vlaamse rock, vlaamse pop, nederlandstalige blues, muziektheater, hoorspel


 

De zeven magere jaren van Compagnie de Ballade – Compagnie de Ballade – Listen and discover music at Last.fm

30.7.11

Belofte maakt schuld...

... en dus zag ik mij genoodzaakt de laatste wil van Maurice Maeterlinck ten uitvoer te brengen, en het paneel de Rechtvaardige Rechters te overhandigen aan het detective duo dat in het kader van de Gentse Feesten De Geheimen van Gent wist te ontsluieren...


Dit ging niet zonder slag of stoot, want niemand neemt graag afscheid
van een onderdeel van het Lam Gods
dat zo lang op zolder heeft gelegen...




Maar Dries Masure en Ragna Meul hadden het verdiend, natuurlijk.
Je kunt hier alles over hun avonturen lezen.
En uiteindelijk gingen zij dan toch moe maar tevreden
met het paneel naar huis.



Wil jij ook wel eens een moordspel spelen
of een paneel de Rechtvaardige Rechters opsporen
vraag dan hier alle informatie
en/of een vrijblijvende offerte.



14.7.11

Patrick Bernauw op de Gentse Feesten... ook bij regenweer!



Bij regenweer... wordt de stadswandeling Het Maeterlinck Mysterie omgedoopt tot De Waeterlinck Wandeling en volgen we een alternatieve en zo droog mogelijke route. Idem dito voor de stadsspelen De Geheimen van Gent en Waar zijn de Rechtvaardige Rechters gebleven?... die we zo beschut mogelijk proberen te houden.
 


De Geheimen van Gent
een stadsspel/moordspel met Patrick Bernauw, Anton Cogen en Conny Malfliet
Los jij solo, in duo of met je team van detectives de moord op Brocante Julos op, die alles te maken heeft met 'de geheimen van Gent'? De winnaar van dit citygame-moordspel zal beloond worden met het door hem of haar teruggevonden paneel van de Rechtvaardige Rechters!
Tickets hier!


Het Maeterlinck Mysterie
een theatrale stadswandeling met Patrick Bernauw, Anton Cogen en Conny Malfliet
In de voetsporen van Maurice Maeterlinck, Nobelprijs Literatuur 1911, gaan we door Gent. Hier had hij in 1895 een eerste ludiek maar ook poëtisch rendez-vous met zijn grote liefde Georgette Leblanc. En wat hebben Gerard de Duivel en het Duivelsteen met Pelléas en Mélisande te maken?
Tickets hier!





Waar zijn de Rechtvaardige Rechters gebleven?
een stadsspel met Patrick & Ineke Bernauw 
Geleid door een fotoboek met route, opdrachten en alle info over de roof van de Rechtvaardige Rechters, spoor je een tipgever op, stel je een onderzoek in naar het verdwenen paneel uit het Lam Gods en breng je denk-, doe-, creatieve en ludieke opdrachten tot een goed eind!
Tickets hier!




9.7.11

06. De dood van koningin Astrid






In hun boek The World's Greatest Ghosts nemen de journalisten Nigel Blundell en Roger Boar in het hoofdstuk 'Ghosts of Royals and Rulers' een artikeltje op over een beroemde 'geestenfoto', gemaakt door een zekere meneer Liljeblad. Tegen het verbod van de kerkelijke autoriteiten in, schreef Liljeblad een boek over de talrijke materialisaties van koningin Astrid, die zich bij voorkeur manifesteerde via het Deense, vrouwelijke medium Einer Nielsen.
Het werk van Blundell en Boar zet een foto van de koningin naast die van haar materialisatie via Einer Nielsen. De gelijkenis is inderdaad verbluffend. Verscheidene personen zouden getuige geweest zijn van deze materialisatie.




Uit de notities van Gustaaf Schellinck blijkt dat Leonie Van den Dijck goed op de hoogte was van wat er het vorstenhuis te gebeuren stond. Sinds 1934 zag ze 'in de geest' voortdurend tafereeltjes die aan het hof plaatsgrepen. Ze leefde intens mee met de Coburgers. Als ze aangename gebeurtenissen zag, was ze blij en opgetogen. Als ze moeilijkheden 'schouwde', leed ze daaronder.
Leonie Van den Dijck koesterde een stille verering voor Leopold III, die ze bewonderde vanwege zijn heldere geest en zijn sterk karakter. Lang voor de Koningskwestie zou Leonie al de omstandigheden gekend hebben die leidden tot de troonsafstand van Leopold ten voordele van zijn zoon Boudewijn. Op 25 december 1941 vertrouwde ze haar biograaf toe, dat Leopold III zich ooit 'in het burgerlijk leven' terug zou trekken.
‘Hij heeft evenwel een opvolger, zijn zoon, die, hoewel hij den naam zal hebben, niet aanstonds regeren zal. Er zal iemand in zijn plaats doen wat een koning zoal doen moet; maar op wat meer dan achttienjarigen ouderdom zal hij den troon bestijgen.'
Leonie 'zag' ook de vroegtijdige dood van Leopold III, maar Schellinck ondernam niets om deze duidelijke 'fout' te verdoezelen.
Gustaaf Schellinck beweert dat er van deze voorspellingen honderden getuigenissen bestaan. Het hof zou het doen en laten van Nieke uit Onkerzele dan ook met argusogen gevolgd hebben: 'Het gebeurde zo menige keer dat een bode van het vorstenhuis, hoogwaardigheidsbekleeder, op informatie kwam en Leonies zienswijze vroeg in een of andere aangelegenheid. '
Het Wonderbare Leven van Leonie Van den Dijck geeft nog meer bijzonderheden: 'Leonie had gewaarschuwd voor het gevaar dat de jonge koning Leopold liep bij zijn reizen in 't buitenland, en ook op zijn zegevierende intreden in de negen provinciehoofdsteden van het land. De blijde intrede te Antwerpen onder andere had grote vrees verwekt, te meer daar het ongeluk dat de koningin dreigde, misschien in de Scheldestad had kunnen voorvallen, en de koning zelf in dit ongeluk zou kunnen worden meegesleept. Niettegenstaande Leonies geruststelling waren toch bijzondere voorzorgen getroffen voor deze blijde intocht.'
Op een dag stond Onkerzele in rep en roer toen er drie auto's gesignaleerd werden van het hof, 'met die kroontjes erop'. Er stapten twee dames uit, die zich naar de grot begaven. De bewoners van Onkerzele herkenden in één van hen de koningin, maar aangezien Schellinck deze gebeurtenis niet dateert en evenmin bijzonderheden verschaft, is het niet duidelijk of het om Astrid ging of om Elisabeth. (In Het Wonderbare Leven van Leonie Van den Dijck wordt de hooggeplaatste bezoekster geïdentificeerd als koningin Elisabeth.)
Toen Leonie uit de kapel kwam, zou een van de dames haar gevraagd hebben voor haar te bidden. Korte tijd later stopte een automobiel voor Leonies deur. Er stapte een man uit die haar een pak overhandigde, waarin een 'gekleurde plaat' van de koninklijke familie zat.

In haar visioen van de 'moord' op koning Albert alludeerde Nieke al op een tweede ramp die de koninklijke familie korte tijd later zou treffen. Een tiental dagen na de dood van Albert, tijdens een bezoek van Schellinck en zijn vrouw, trad ze daarover uitvoerig in detail.
In Het Wonderbare Leven van Leonie Van den Dijck worden diverse getuigen aangehaald, evenwel uitsluitend met de initialen, en wordt vermeld dat het Gesticht der Eerwaarde Paters in Melle op de hoogte zou zijn gebracht van Leonies onheilstijding.
Samengevat komt haar visioen hierop neer:

Het gebeurde op een plaats waar bomen stonden. Ik zag treurwilgen bij een groot water. In volle vaart kwam er een auto aangereden met Leopold III aan het stuur. Naast hem zat koningin Astrid met een groot vel papier op de schoot.
De aandacht van de koning werd plots afgeleid door een persoon die langs de weg achter een boom stond en met de arm zwaaide. De auto week van de weg af en toen Leopold III het gevaar zag, was het al te laat om het ongeluk nog te voorkomen. De koningin werd uit de auto geslingerd en kwam met hoofd tegen een boom terecht. Ze plofte zwaar ten gronde en bleef bewusteloos liggen.
Ik zag de koning snel van achter het rijtuig opdagen. Hij was helemaal gekneusd en zijn gezicht zat vol bloed. Hij dacht alleen maar aan zijn echtgenote. Wijdbeens ging hij voor haar staan en hij riep haar naam, wenend en jammerend. Toen opende ze haar ogen en keek ze hem aan. En op datzelfde ogenblik baarde ze een onvoldragen kindje dat door de vreselijke schok al gedood was.
Onmiddellijk daagden er van verschillende kanten mensen op. Het lijkje werd opgetild, in doeken gewikkeld en ergens naar binnen gedragen. Ook het lijk van de koningin werd bedekt.

Leonie was zwaar aangeslagen door wat ze gezien had. ‘Het is wreed als ge dat ziet gebeuren,' zei ze. 'Ik heb al veel voor die ongelukkige vrouw gebeden en het ware te verhopen dat het niet zou gebeuren. Ik heb het echter gezien en zo klaar gebeurde het voor mij dat ik zelfs de rimpels op het water zag, terwijl het riet op deze rimpels op en neer ging. (...) Ik wou dat ik voor leugenaarster mocht doorgaan, liever dan dat het moet voorvallen.’
Leonie zou hetzelfde verhaal nog verscheidene malen in het bijzijn van Schellinck en andere getuigen vertellen. Bij een van die gelegenheden deelde ze mee dat de koningin een schedelbreuk had opgelopen en dat de foetus vier maanden oud was.
Ter vergelijking met het visioen van Leonie volgt hieronder, uit het archief van Gazet van Antwerpen, een 'officiële lezing' van het ongeluk:

Het tragisch ongeluk dat zo bruusk de levensdraad afsneed van deze koningin, die slechts 29 jaar was, gebeurde op donderdagvoormiddag 29 augustus 1935 rond 9.15 u. te Küssnacht op 12 km van Luzern, waar zij samen met haar echtgenoot koning Leopold een verlof doorbracht.
De koning, aan het stuur van zijn Packard waarvan het dak was neergeslagen, reed met 'n snelheid van ongeveer 50 km over de baan van Luzern naar Zürich, langs het Vierwoudstedenmeer. De koningin zat vooraan in de auto naast haar echtgenoot, terwijl de chauffeur achter in de wagen plaats had genomen. Het had juist fel geregend doch de zon was nu door de wolken gebroken en de omringende bergen glinsterden in hun kleurenpracht, Bij het binnenrijden van Küssnacht had de koning even zijn landkaart geraadpleegd en toen gebeurde het.
Plots verloor de auto even de richting en hij begon onmiddellijk te slippen op de glibberige asfaltweg. Op deze plaats loopt de baan 3 à 4 m boven het meer waarvan zij gescheiden is door een tien meter brede berm, die in regelmatige golving naar beneden afloopt. Een cementen muurtje van 20 cm hoogte omzoomt de baan. Daarin zijn op regelmatige afstanden openingen gelaten van 2 m breed om het water te laten afvloeien. De auto van de koning kwam juist in een dezer openingen terecht en reed op de slijkerige berm.
De koning behield zijn kalmte en slaagde erin een eerste boom te vermijden; even verder reed hij echter tegen een andere boom te pletter. Door de hevige schok werd de koningin uit de auto geslingerd en zij kwam met het hoofd tegen de boom terecht, De wagen gleed de helling af en kwam met de voorwielen in het water terecht. Onmiddellijk snelde koning Leopold, die slechts licht gewond werd, naar zijn echtgenote die ter plaatse overleed. Zij had een dubbele schedelbreuk opgelopen en was over het hele lichaam erg gekwetst.

‘Zoals Leonie dat van hem verwachtte, heeft Gustaaf Schellinck zijn rapport bij het eerstvolgende bezoek voorgelezen en hier en daar op last van Leonie nog gecorrigeerd,' schrijft Emiel Ramoudt. 'Ze stond erop dat hetgene wat ze gezien had, exact werd verwoord. Toen later bleek dat Leonie met geen woord over de chauffeur had gerept die, op verzoek van de koning, achter in de wagen had plaatsgenomen, was dit voor haar biograaf geen reden om de voorspelling te retoucheren. Hij wilde in de eerste plaats Leonie dienen, en niet de geschiedschrijving. In de kranteverslagen is er evenmin sprake van een persoon die stond te wuiven; wel wordt verondersteld dat de koning zich net iets te lang over die kaart had gebogen en daardoor te laat de bocht en de brug had bemerkt.'
Met 'die kaart' wordt de wegenkaart bedoeld, door Leonie omschreven als het 'groot vel papier' op de schoot van koningin Astrid. De ongeletterde zieneres wist amper af van het bestaan van dergelijke kaarten.
Over de meest in het oog springende discrepantie tussen het visioen van Leonie en de officiële verslaggeving zwijgt Emiel Ramoudt in alle talen, namelijk het 'onvoldragen kindje dat door de vreselijke schok al gedood was'. In talloze artikels over de dood van koningin Astrid hebben we hiervan geen spoor teruggevonden. Werd het 'onvoldragen kindje' verzwegen uit kiesheid? Of hebben we opnieuw te maken met een 'fout' van Leonie, in een visioen dat voor de rest toch akelig dicht in de buurt van de werkelijkheid komt?
Bijzonder eigenaardig is wel dat verscheidene personen, volkomen onafhankelijk van elkaar, het ongeluk vooraf 'gezien' hebben. Wellicht werd de verbeelding – of het proscopische vermogen? – van deze mensen speciaal aangesproken door de enorme impact die het tragische nieuws zou hebben, tot ver over onze grenzen.
Astrid, de lieftallige, donkerharige prinses uit Zweden, was slechts 18 maanden koningin. Het huwelijk van Astrid en Leopold was een sprookjeshuwelijk geweest en Astrid werd door het volk beschouwd als een sprookjesprinses. Later werd zij 'de koningin van het volk’ genoemd.
In zijn boek De voorschouw, voorspellende dromen en verwante verschijnselen doet de bekende hoogleraar aan de universiteit van Utrecht, dr. W.H.C. Tenhaeff, een diepgaand onderzoek naar helderziendheid in de tijd. In verband met de dood van koningin Astrid selecteert hij drie 'berichten'.
'Men kan er zeker van zijn dat het aantal personen dat met betrekking tot deze gebeurtenis proscopische ervaringen heeft gehad, zich geenszins tot deze drie personen heeft beperkt,' noteert Tenhaeff.
Van deze drie berichten interesseert ons vooral dat van de heer O.J.F. uit Amsterdam. 'Dank zij enige kennis van de psychoanalyse, gepaard met belangstelling voor het parapsychologisch onderzoek, vermocht hij met deze droom een waardevolle bijdrage tot onze kennis van de proscopische droom te leveren,’ schrijft Tenhaeff.
We nemen deze voorspellende droom en de analyse van de heer O.J.F. uit Amsterdam letterlijk over.

Het was vier dagen voor het tragische ongeluk van wijlen de Belgische koningin Astrid, die bij het Vierwoudstedenmeer in Zwitserland door een auto-ongeluk het leven liet. Ik droomde toen het navolgende:
Mijn vrouw en ik bevonden ons op het overdekte achterschip van een groot pleziervaartuig bij maanlichte avond op een groot meer. Terwijl wij dit voor ons uit zagen, hoorde ik een stem naast mij zeggen: 'Dit is het Vierwoudstedenmeer.'
Toen zei ik tegen mijn vrouw: 'Zie, in de verte kust de nacht de aarde.’ Dit in verband met het feit, dat het heel in de verte zeer donker was.
Hierna verschenen plotseling twee vissen voor mij, die met het schip meezwommen. Het waren twee goudvissen, namelijk een grote en een kleintje. Beide droegen een naar alle kanten uitstralend lichtje boven op de kop. De vissen waren van een groenachtige doorschijnende substantie en hielden de bek  onderbroken open.
Dit duurde enige tijd, waarna plotseling het beeld verdween en het tweede beeld mij voor ogen kwam, namelijk een vuurrode sportauto die met grote vaart een stenen brug kwam oprijden. Met een smak kwam de auto tegen de stenen balustrade in de bocht en bleef daar, in zwaar gehavende toestand, liggen.
Ik ontwaakte met een onbehaaglijk gevoel, maar was er mij daarbij van bewust dat ik iets bijzonders had gedroomd. Die morgen vertelde ik de droom aan mijn vader. Deze interesseerde zich daar sterk voor. Vervolgens heb ik de droom ook aan mijn moeder verteld. Dat is erg goed geweest, want nu heb ik twee getuigen. De betekenis van de droom ontging mij echter geheel.
Enkele dagen later verongelukte koningin Astrid met een auto aan het Vierwoudstedenmeer bij Küssnacht in Zwitserland. Ik ging nu mijn droom met de gegeven feiten vergelijken en kwam tot het navolgende:
Het pleziervaartuig = de vakantietocht der koningin.
Mijn vrouw en mijzelf = koningin Astrid en koning Leopold.
Punt Vierwoudstedenmeer = hetzelfde punt als de fotopagina van de krant mij toonde.
Het kussen der aarde door de nacht = zinspeling op de plaatsnaam Küssnacht. Ik was nimmer in deze plaats geweest en herinnerde mij niet deze plaatsnaam ooit te hebben gehoord.
Vissen zien = van een sterfgeval horen.
Goudvissen zien = van een sterfgeval van een adellijk persoon horen.
Kleine goudvis = het ongeboren kind van de koningin.
Stralend licht op de kop = aanduiding van koninklijkheid.
Het openhouden van de bekken der vissen = dode vissen hebben meestal hun bek open.
Rode sportauto = het ongeluk gebeurde met een auto.
Het botsen van de auto tegen de balustrade = volgens de kranteberichten vloog de auto uit de bocht tegen een balustrade.

Ook in deze voorspelling duikt weer het 'ongeboren kind van de koningin' op, dat in de andere proscopische dromen die Tenhaeff heeft verzameld, prominent afwezig is. Hebben het visioen van Leonie en de droom van de heer O.J.F. uit Amsterdam een officieus gerucht gemeen, hebben zij bij elkaar inspiratie gevonden, of zagen zij – volkomen onafhankelijk van elkaar – de werkelijkheid?
Alleen een omineus regeltje in Het Laatste Nieuws van vrijdag 30 augustus 1935 gaat op deze kwestie in, zonder uitsluitsel te verschaffen: 'De geruchten volgens dewelke de Koningin in blijde verwachting zou geweest zijn, worden evenwel beslist tegengesproken...'