Posts tonen met het label bibliotheek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label bibliotheek. Alle posts tonen

26.11.25

Aangaande een feestelijke pensioensreceptie van Stad Aalst, en een cadeaubon van 270 euro

 


Alsof er niet genoeg grootschalige ellende in het land is, en terwijl Stad Aalst er nog een aardige schep bovenop doet, komt deze jongen hier & nu aanzetten met een zeer persoonlijk, kleinschalig verhaal. Maar dat moet hem nu echt wel van het hart. Of beter: van de lever.  

Begin november kreeg ik een vriendelijke uitnodiging van Stad Aalst in de bus, waarop ik als volgt antwoordde:

Waarde Stad Aalst,

Ik zal niet aanwezig zijn op de feestelijke pensioensreceptie die u mij aanbiedt, en ik hoef ook geen cadeaubon ter waarde van 270 euro bij wijze van bedanking voor mijn inzet gedurende 20 jaar als leerkracht creatief schrijven aan de Academie voor Podiumkunsten.

Aan het zopas verschenen boek Een steen verlegd, begraafplaatsen in Groot-Aalst kon geen projectsubsidie cultuur toegekend worden, vanwege een ontoereikend budget. Dit werk, waarin het erfgoed van Aalst en zijn deelgemeenten centraal staat, gemaakt door een Aalsters schrijverscollectief en mede gedragen door het Aalsterse Deelgemeentenplatform, is bijgevolg tot stand gekomen zonder enige erkenning, laat staan ondersteuning, van uw kant. Hoewel het een paar keer onder uw aandacht werd gebracht, mocht het uitsluitend rekenen op uw volstrekte desinteresse. Mijn cadeaubon van 270 euro kunt u dus omzetten in een aankoop van 14 exemplaren aan vriendenprijs (in de handel kost het boek 27,50 euro) bij de ook al Aalsterse uitgeverij vzw de Scriptomanen. Ik bezorg u desgevraagd de gegevens voor een bestelbon.


Het Aalsters Schrijverscollectief
Een steen verlegd
Het concept voor het boek Een steen verlegd, begraafplaatsen in Groot-Aalst kwam tot stand in het kader van Reveil, in een organisatie van het Burgerplatform Erembodegem, Patrick Bernauw, en de schrijversklassen van de Academie voor Podiumkunsten Aalst.
€27,50 Hardcover



Vandaag kreeg ik antwoord van Stad Aalst: dat men mijn keuze respecteert, en dat men het jammer vindt. Blijkbaar kan de cadeaubon niet omgezet worden in een minimale steun aan een 100% Aalsters cultureel initiatief, daar wordt in ieder geval met geen woord over gerept. 

Zoals ik in mijn mail aan Stad Aalst uitlegde, zal ik best wel met veel plezier op recepties verschijnen en met onversneden genoegen cadeautjes in ontvangst nemen, zodra de bibliotheek van mijn geboortestad het aantal beschikbare titels van mijn boeken op minstens hetzelfde niveau brengt als dat van Dendermonde. U kunt zelf nagaan in de catalogi van de betrokken bibliotheken welke lange weg er nog af te leggen valt. Gewoon zoeken op "Patrick Bernauw" en kijken naar de resultaten die bij mijn naam verschijnen:

In "mijn" Stad Aalst, 92.000 inwoners of daaromtrent, zijn dat er 53. 
In Mechelen, waar ik vijf jaar docent creatief schrijven ben geweest aan het Conservatorium: 57.
In het kleine Brakel (15.000 inwoners): 59. 
Sint-Niklaas: 64. 
In het al genoemde Dendermonde, toch een referentie voor iedere Aalstenaar: 67. (Indertijd heb ik nog overwogen literair asiel aan te vragen in Dendermonde, maar dat vonden ze daar politiek te gevoelig liggen.)
Wevelgem, net geen 32.000 inwoners: 69. Tongeren: 73. Kortrijk: 75. Hasselt: 82. 
Roeselare: 83. Maar ja, daar heb ik gedurende ruim een kwarteeuw dan ook jaarlijks een lezing mogen geven (in Aalst moet de eerste vraag van de bib nog komen).
Gent: 136. Maar goed, ik heb meer geschreven over Gent dan over Aalst - alleen al die Rechtvaardige Rechters, nietwaar - en in Gent ben ik sinds 92 ook altijd ten zeerste welkom geweest voor allerlei projecten groot & klein.   
En zo kan ik nog een tijdje doorgaan. In de openbare bibliotheken van Oost-Vlaanderen gaat het overigens om 244 resultaten.

Een mens zou zich zowaar afvragen hoe dat komt, en waarom vooral succesvolle boeken uit de jaren 90 en tot voor pakweg 2012 in andere bibliotheken wel, maar in Aalst niet meer beschikbaar zijn. Ik noem slechts deze vijf:

De Rechtvaardige Rechters: vier drukken tussen 1992 en 2017, het jeugdboek dat voor mijn doorbraak zorgde en waarover ik honderden lezingen hield in Vlaamse scholen en bibliotheken. Vertaald in het Pools. Het boek is nog steeds in druk, maar in Utopia alleen verkrijgbaar als ebook.
Het Infernaat: vijf drukken tussen 2000 en 2005, en opgenomen in de verzamelbundel Schimmen uit de vergeetput uit 2016. 
De schat van Orval: acht drukken tussen 1992 en 2014.
In het teken van de ram: bekroond in 1996 met de Prijs Knokke-Heist Beste Jeugdroman, vervolgens vertaald in het Duits, het Spaans, het Italiaans en het Noors. In Duitsland onderscheiden met de prestigieuze Eule des Monats. Het boek is nog steeds in druk, maar in Utopia zul je het niet vinden.
Bovenstaande titels - behalve De Rechtvaardige Rechters - schreef ik samen met Antwerpenaar Guy Didelez, die in Aalst dus ook in de klappen deelt. Merkwaardig genoeg zijn mijn boeken voor volwassenen min of meer buiten schot gebleven.

Hoe dat komt, vroeg u? 

Ach, beste lezer, dat is weer een verhaal apart... Het begint in de vroege jaren 90 met een jonge schrijver die de euvele moed heeft enige kritiek te uiten op het cultuurbeleid van Stad Aalst. Wanneer hij een paar jaren later de Prijs van de Provincie Oost-Vlaanderen ontvangt, weigert zijn geboortestad hem dan ook te huldigen zoals de traditie het wil ("geen infrastructuur en geen centen") en moet de gouverneur persoonlijk tussenkomen. Nu ja, je bent een nestbevuiler of je bent het niet hé.
In 2012 pleegt dezelfde ambetanterik alweer enkele scherpe satirische stukken waarin een cultuurschepen kop van jut is. Buiten Carnaval kan dat je duur komen te staan in Aalst. Want ondertussen is die schrijver ook docent literaire creatie geworden aan de Academie. De kop van jut start bijgevolg prompt een tuchtprocedure op, wegens een gebrek aan eerbied voor de inrichtende macht. De tuchtprocedure loopt af met een sisser van formaat, maar zie... geheel toevallig verdwijnen in die periode een groot aantal titels van de schrijvelaar uit de rekken van de bibliotheek...
Enkele jaren later wordt hem door lezers attent gemaakt op het feit dat enkele van zijn meest bekende titels voor jongeren ontbreken in de bibliotheek van Aalst, die nu de naam Utopia heeft gekregen. Hij pleegt een blogpost met de hits van dat moment in de catalogi van de bibliotheken, en maakt zich enigszins vrolijk over een Bermuda Driehoek die zijn boeken heeft opgeslokt. Ten tweeden male bedreigt zijn Keizerlijke Stede hem met een tuchtprocedure als hij zijn blogpost niet intrekt. De boeken zijn immers uit de rekken gehaald omdat ze niet meer gelézen werden, zo luidt de keizerlijke versie van de feiten.

U kunt het grappig vinden dat deze jammerlijke ontlezing alleen zeer plaatselijk toesloeg, in mèn iejneg Oilsjt nog wel, en dat daarbij vooral de succesvolle titels van die jaren getroffen werden... En dat heb ik dan ook maar gedaan: bij De Tafel van Elise in Erembodegem kunt u sindsdien een heuse "bewaarbibliotheek" raadplegen met mijn Verzamelde Werken. Voor de rest ben ik nu met pensioen, en is broodroof niet meer aan de orde. En het zal wel zijn dat dit een verhaal is van "modderen" grachten en ouwe koeien die daaruit opgediept worden. Maar feestelijke recepties van Stad Aalst, nee... daarvoor zal er nog véél water door de Dender moeten vloeien. 

Een minimum aan respect, meer vraagt deze Aalsterse schrijver niet van "zijn" Stad Aalst. En mijn kleine verhaal is alleen maar een echo van het grote verhaal waarmee zovele Aalstenaars momenteel te maken krijgen. Hun burgervader belooft de onderzoeken naar het voortbestaan van stedelijke scholen, kinderopvang, woonzorgcentra en de dienst Ondersteund Zelfstandig Wonen af te ronden tegen de zomer van 2026. Er dienen immers eerst nog enkele dure consultanten langs de kassa te passeren (er wordt een bedrag genoemd van 60.000 euro).

Ook voor de Aalstenaar, werkzaam op een van hoger genoemde plekken, die als niet-consultant geen stem in het kapittel heeft, zou een minimum aan respect al een goed begin zijn. Maar blijkbaar is dat niet één, maar verscheidene bruggen te ver voor Stad Aalst - meer bepaald, tot in Oostende, waar het college en de medewerkers gingen breinstormen in een viersterrenhotel over hoger genoemde besparingen. Kostenplaatje: bijna 15.000 euro.

Daar kan ik maar één hashtag bij verzinnen: Stad Aalst, #shameonyou!
 

21.6.23

Het Literariteitenkabinet: een mooie afsluiter van een jaar creatief schrijven in het Conservatorium van Mechelen

  



Op 19 juni sloten we alweer een jaar creatief schrijven aan het Conservatorium van Mechelen af met een gesmaakte literaire avond in de bibliotheek van het Predikheren, getiteld Het Literariteitenkabinet.

Enkele impressies:




Carl Cauwenbergh stelde zijn debuutroman voor, 




Inge Van Camp, Els Peeters en Goedele Goetelen lazen cursiefjes, 
en er werd zelfs een heus hoorspel ten gehore gebracht, 
geschreven door Vera Van Nooten. 




Er was een improvisatie van Peter Boogaerts rond de inspiratie van de schrijver. 




Tom Van Den Broeck droeg poëzie voor, 
en er waren brieven van Ingrid Van Remoortel, 
een criminele monoloog van Nathalie Schraenen 
en een pseudo-historische van Gaby Vervoort, 
over ene Dodaans uit Mechelen.
 



Er werd een surrealistisch verhaal gespeeld van Jens Donckers, 
dat een onverwacht vervolg kreeg, 
met Fatma Taspinar live vanuit Kalmthout, 
in een scenario van Koen Verbeeck. 





Docent Patrick Bernauw trad bij dit alles op als ceremoniemeester, 
en tot slot was er ook nog een live literaire wedstrijd.




Wil jij ook creatief schrijven in het Predikheren?
Dat kan op Maandag, Schrijfdag...
van 10 tot 13 uur (Nicole Persy)
of van 13 tot 16 uur (Patrick Bernauw of Elise Steenackers)
of van 18 tot 21 uur (Patrick Bernauw of Elise Steenackers)

Alle info:
patrick.bernauw@dkomechelen.be
nicole.persy@dkomechelen.be
elise.steenackers@dkomechelen.be



  

30.7.22

Boek en driedelige podcast rond een duiveljager op komst...


De afgelopen weken zijn we enkele dagen met een uitgebreid gezelschap neergestreken in de bibliotheek van Moerbeke-Waas. We hebben daar een mobiele studio opgezet om opnames te maken voor een driedelige serie van de podcast Ware Misdaad, getiteld De duiveljager, waaraan ik verbonden ben als scenarist, regisseur en producent. De podcast kunt u beluisteren in het najaar van 2022, als een voorproefje van het gelijknamige boek van Jürgen Gijsel, dat eind november verschijnt bij de Scriptomanen. 




Wat het precieze onderwerp is van podcast en boek? Daarover houden we u graag nog even in spanning, maar wie alvast op speurtocht wil gaan, komt al een heel eind met de titel, de omschrijving 'historische true crime' en de locatie: het Waasland. Of beter gezegd: het grensdorp Koewacht. En de stad Middelburg, in Zeeland. Eerder hadden de auteur Jürgen Gijsel, geluidstechnicus Antoine Derksen en ikzelf dan ook al opnames gemaakt op die locaties. Maar voor de reconstructies van het docudrama hadden we acteurs en actrices nodig, en de bibliotheek van Moerbeke-Waas was zo vriendelijk haar infrastructuur ter beschikking te stellen. 

Hier zorgen Peter Kooremans en Didi Neefs voor het Nederlandse accent van een paar personages in het docudrama: 




De productie werd opgezet in samenwerking met de toneelkring Baudeloo uit Sinaai. Aan De duiveljager werkten mee: Ignaas Van den Bossche, Tine Van Poucke, Kirstel De Mulder, Yoshi Gysel, Stefan Van Pottelberghe, Willy De Mulder, Erik Van Guyse, Karin De Wael en Marleen De Plukker. 






 

14.1.20

Podcast: Stemmen uit het Predikheren



Sinds september 2019 ben ik met een "schrijversklas" van het Stedelijk Conservatorium Mechelen neergestreken in de prachtige, gloednieuwe bibliotheek-met-de-lange-geschiedenis, het Predikheren. En daar kwam deze podcast van: Stemmen uit het Predikheren is een breed literair programma geworden, mede geïnspireerd door en integraal opgenomen in de bibliotheek. 

De teksten zijn van Hendrik Moeremans (inleiding), Tom Van Den Broeck (De Maan), Ingrid Van Remoortel (Vive ma Liberté!), Constant Boeykens (Een Exorcist in het Predikheren), Annie Nuyts ("Ik ken die!") en Jeroen Lommelen (Niemendal - eerste hoofdstuk). De voltallige schrijversklas leende zijn of haar stem aan het collectief project: Constant Boeykens, Kelia Kaniki Masengo, Jeroen Lommelen, Elke Maes, Hendrik Moeremans, Annie Nuyts, Kelly Theunis, Tom Van Den Broeck, Karen van der Zee en Ingrid Van Remoortel. En zelf heb ik mij enorm geamuseerd met een wat uitgebreide cameo, opname, regie en montage.

Behalve van de Mondschein Sonate van Beethoven, uitgevoerd door Jeno Janda, leenden we muziek uit de productie Geef me nu eindelijk wat ik altijd al had, een muziektheatervoorstelling rond Herman De Coninck n.a.v. 175 jaar Stedelijk Conservatorium Mechelen. Composities: Dree Peremans & Pierre Anckaert. Uitvoering: een muziekensemble van leerkrachten van het Conservatorium van Mechelen onder leiding van Tom Van den Eynde. Opname: 2017, Gaston Mathijssen.

De podcast kan gedownload worden via het platform Spreaker en uiteraard ook via Apple Podcast, Spotify enz... En je kunt ook hier luisteren:


8.1.18

Over Utopia van Thomas More: "Al lachend zegt een Zot de Waarheid..."


Utopie of Dystopie?

Bij Athenaeum-Polak & Van Gennep verscheen in 2016 de tiende druk van de Utopia van Thomas More, in een uitstekende vertaling uit 2008 door Paul Silverentand. De editie bevat een al even interessante verantwoording van de vertaler, en een verhelderend voor- en nawoord van respectievelijk Hans Achterhuis en Marja Brouwers. Zowel Silverentand als Achterhuis en Brouwers stellen onverbloemd dat Utopia een in wezen totalitaire maatschappij schetst.
Het utopisch enthousiasme van de jaren zestig, de idealen die ermee gepaard gingen… ze zijn in rook opgegaan, of ontspoord in het geweld van Rode Brigades. Het Utopia van More verdient veeleer het pas veel later gecreëerde begrip ‘dystopie’, stelt Achterhuis: ‘niet de beste, maar de slechtste samenleving. Daarmee werd in de vorige eeuw aangegeven hoe in de praktijk de hoge utopische waarden en idealen onvermijdelijk in hun tegendeel verkeerden.’ Aldous Huxley (Heerlijke nieuwe wereld) en George Orwell (1984) leverden een literaire omschrijving van wat Stalin en Mao demonstreerden in de politieke praktijk.
Dat is wel even slikken voor de argeloze lezer die bij de term ‘utopie’ spontaan denkt in de richting van ‘een literaire en filosofische term die men kan omschrijven als onmogelijke werkelijkheid, een ideale wereld die echter niet bereikt kan worden’, zoals de definitie op Wikipedia luidt. Maar Achterhuis heeft gelijk: zonder toestemming van de autoriteiten is reizen in Utopia verboden. Utopianen maken geen plezierreisjes en doen niet aan sightseeing, want ‘er is nooit een aanvaardbare reden om niets te doen. Er zijn geen wijnhuizen, geen kroegen, nergens bordelen, geen gelegenheden voor misdragingen, geen geheime plekjes en geen besloten bijeenkomsten. Integendeel, het alziende oog van je omgeving maakt het noodzakelijk of je gewone werk te doen of je in je vrije tijd niet onfatsoenlijk te gedragen’. Sociale druk fungeert in Utopia als een Big Brother, en Big Brother is watching you! Achterhuis trekt de lijn door naar de dystopische roman De cirkel van Dave Eggers, waarin mensen altijd en helemaal online zijn, alles met elkaar delen in volledige transparantie, en niet eigendom maar privacy diefstal is.
Silverentand merkt op dat het welhaast onvoorstelbaar is hoe modern een aantal utopische denkbeelden klinken: kinderopvang, euthanasie, gratis onderwijs, godsdienstvrijheid. Toen ik het boek in 2017 herlas beheerste het zoveelste schandaal in de slachthuizen de publieke opinie. In Utopia, moet u weten, vindt men het onwenselijk dat de eigen burgers gewend raken aan het slachten van dieren; daarom wordt dat gedaan door speciale slaven. ‘Ze zijn namelijk van mening dat anders hun burgers hun aangeboren mildheid, het mooiste gevoel waar de mens toe in staat is, langzaam maar zeker zullen verliezen.’ Elders spreken de Utopianen zich uit tegen de jacht, omdat een dier waarop wordt gejaagd voor het plezier van de jager wordt gedood. Een mensonwaardig genot, dat een logisch gevolg is van aangeboren bloeddorstigheid. Blootstelling hieraan kan alleen nog tot meer wreedheid leiden.
Het neemt niet weg dat, volgens Silverentand, waarschijnlijk geen enkele Nederlander uit de twintigste eeuw in Utopia zou willen wonen, om de eenvoudige reden dat Utopia al te veel duistere kenmerken vertoont van diezelfde twintigste eeuw, als daar zijn: ‘uniforme kleding, dwangarbeid en ongelimiteerde kolonisatie’. Bovenal is er in Utopia geen plaats voor het individu, voor individuele vrijheden; er mag dan wel godsdienstvrijheid zijn, maar voor de rest is er niet echt sprake van een vrijheid van denken of handelen. ‘Men’ heeft immers beslist, op basis van ‘de rede’, wat voor iedereen het beste is… en afwijkingen van de norm worden niet echt getolereerd.

Klik op de foto voor een groter beeld


Rafael Kletspraat

‘Het utopisch denken onderscheidt zich van de droom en de fantasie doordat het zich richt op praktische, plaats- en tijdgebonden problemen,’ merkt Marja Brouwers op. ‘In de mogelijkheid van praktische toepassingen ligt tevens een gevaar, zoals de twintigste eeuw hier en daar heeft laten zien. (…) More moet hebben beseft dat er iets precairs in zijn onderneming school. De noodzaak om te benadrukken dat het verhaal over het eiland niet letterlijk, maar wel serieus moest worden genomen sloeg een artistieke energie in hem los die je nooit tegenkomt bij iemand die door de katholieke kerk heilig is verklaard. Hij heeft zichtbaar nagedacht over het probleem van fictie en werkelijkheid (…). Lezers willen altijd weten wat ervan waar is, terwijl schrijvers alleen maar kunnen volhouden dat een fictief verhaal niet waar is in de letterlijke zin, maar daarom nog geen leugen. Is het verhaal goed, dan onthult de fictie vanzelf een waarheid die zich vanaf het moment van onthulling niet meer laat ontkennen. Dat is geen kwestie van magie, maar van vorm.’
More houdt nog een andere slag om de arm. In zijn tijd was fictie al heel goed ingeburgerd in het theater. De gesproken taal – Utopia bestaat uit een gesprek en een ‘geïmproviseerde’ monoloog – stelt de auteur in staat ‘om alles wat er gezegd wordt voor rekening van de sprekers te laten’. More vertelt het hele verhaal, maar hij neemt genoegen met de bescheiden rol van notulist, verslaggever. Het is een veelbeproefde literaire techniek,: hij is een ‘Sprechhund’, spreekbuis en klankbord van een protagonist die luistert naar de naam Rafael Hythlodaeus, en diens ideeën zijn niet noodzakelijk de zijne.
Utopia bestaat uit twee boeken, waarvan het eerste een striemende maatschappijkritische analyse is, en in feite een inleiding vormt op de beschrijving van het ‘gelukkige eiland’. Vroegere vertalers – zowel bij ons als elders – benaderden Utopia nogal eens zeer eerbiedig als een klassieke tekst, boordevol wijsheid… en gingen zo voorbij aan het onmiskenbare ‘zotte’ van het werk. De ondertitel van het werk zoals dat in 1516 door Dirk Martens werd gedrukt luidt niet voor niets: ‘Een gouden boekje, niet minder heilzaam dan grappig, over de ideale republiek en over het nieuwe eiland Utopia’. Hier zijn de pispotten dan ook van goud, en toekomstige echtgenoten worden eerst naakt aan elkaar voorgesteld, opdat ze geen kat in de zak zouden kopen. Want een mens kan niet voorzichtig genoeg zijn, en als je zelfs een paard eerst zonder tuig en zadel moet zien voordat je tot een aankoop overgaat…
Maar More heeft ook wat mopjes voor intellectuele humanisten onder elkaar op zijn programma staan. Jan Papy vertelt in een zeer lezenswaardig essay[1] hoe Erasmus in zijn Moriae encomium (Lof der Zotheid) speelde met het Griekse ‘moros’ (‘dwaas’) en More’s eigen naam. Op die manier kon het Lof der Zotheid tegelijk als een Lof voor More gelezen worden. More zelf koos welbewust voor een titel waaruit blijkt dat  Griekse neologismen bedoeld zijn voor hen die ze kunnen verstaan. En er is meer… ‘Zo loopt er door de “onzichtbare” stadstaat Utopia, meteen getoond in een door zijn humanistenvriend Gerard Geldenhouwer toegevoegde kaart van het eiland, namelijk ook een rivier, de Anydrus – “zonder water”. Die rivier zonder water bevloeit de hoofdstad Amaurotum, een naam die dan weer teruggaat op het Griekse “amauros”, “obscuur” of “onbekend”. Het komisch-serieuze gebruik van het Grieks is een ondubbelzinnig statement. De Utopia is een werk voor humanisten die de oude orde verafschuwen en een nieuwe maatschappij bepleiten – de door Erasmus uitgetekende christelijk-humanistische maatschappij van rede en geloof.’


In nieuwe vertalingen en edities lieten vertalers, redacteurs en uitgevers de deftig klinkende Griekse naam ‘Hythlodaeus’ gewoonlijk staan, terwijl die eigenlijk spottend bedoeld was en samengesteld uit ‘hythlos’ (nonsens) en ‘hodaios’ (verkoper). Letterlijk betekent de naam ‘kletspraat’. Silverentand vertaalt en interpreteert dat in het volgens mij niet zo geslaagde ‘Babellario’, maar het mag duidelijk zijn dat je een personage als Rafael Kletspraat niet zonder meer als een bron van hogere wijsheid hoeft te beschouwen, en evenmin voortdurend ernstig moet nemen.
Utopia staat bol van de paradoxen, en zelf is het ook geen ‘utopie’ zoals wij het begrip nu interpreteren, merkt Achterhuis op, maar ligt het eerder in het verlengde van Erasmus’ Lof der Zotheid. Erasmus droeg zijn boek op aan zijn vriend More, en More had beloofd er een vervolg op te schrijven. Daarvoor verzamelde hij jarenlang allerlei materiaal over vreemde volkeren en hun soms bizarre gewoontes, en dat kwam allemaal terecht in Utopia, dat oorspronkelijk trouwens Nusquam heette (Nergens). Pas door de woordgrap ‘U-topia’ (een versmelting van Ou-topia en Eu-topia: geen plaats, nergens én de goede plaats) kreeg Utopia de utopische betekenis die het nog steeds heeft. Maar die utopische betekenis had Utopia nauwelijks, of zelfs helemaal niet, voor de auteur. Hij zag Utopia niet als een ideaal, maar ook niet als een dystopisch schrikbeeld. ‘Het was van alles tegelijk, en vooral was het een tekst om (samen met Erasmus) hartelijk om te lachen.’
Hoe was het mogelijk dat een vrome katholiek als More zaken als euthanasie, gehuwd priesterschap of echtscheiding op grond van onderlinge onenigheid bepleitte? Dat iemand die zichzelf in zijn grafschrift ‘een last voor ketters’ noemde en honderden pagina’s schreef om ketterij te bestrijden, religieuze tolerantie propageerde? Dat een grote landeigenaar met een aanzienlijk inkomen zich verzette tegen privébezit? Dat More niet in 1516 al het hoofd verloor, toen hij met Utopia ook een striemende kritiek op het Engeland van Hendrik VIII publiceerde, maar pas in 1535, wegens hoogverraad, omdat hij zich verzette tegen de afscheiding van de katholieke kerk van Engeland? Het heeft ermee te maken dat de zestiende eeuwer Utopia met heel andere ogen las dan wij dat doen. Wij onderkennen de ironie en de humor, zelfs de regelrechte ‘kletspraat’ van het hoofdpersonage niet meer zoals de lezer dat toen deed. De levensomstandigheden waren heel anders en bovendien hebben wij ondertussen vijf eeuwen ervaring opgedaan met het begrip ‘utopie’. Die spelen uiteraard ook mee.
In Utopia vormen de grappen en grollen van de nar een bron van groot vermaak, en ook bij ons kon de nar eeuwenlang ongestraft spotten met de koning, de adel, de geestelijkheid. En ‘al lachend zegt een zot de waarheid’… en komt hij er ook mee weg. Toch? In Aalst hebben ze daar zelfs een meerdere dagen durend feest voor uitgevonden. Het heet Carnaval.


De cursisten literaire creatie 
van de Academie voor Podiumkunsten Aalst
maken Een Gids voor Utopia,
het gebouw waarin de Academie en de bibliotheek 
vanaf juni 2018 gaan samenwonen.
U kunt nu voorintekenen op het boek tegen korting
en een gratis stadswandeling meemaken 
door het Utopische Land van Aalst
onder leiding van de Zwette Maan.






[1] Thomas Morus, Utopia en Leuven – sporen naar de intellectuele context, geschreven voor de Leuvense M-tentoonstelling Op zoek naar Utopia 2016-2017.

22.5.15

Spoedpetitie Hart boven Hard, belangrijk voor al wie de lokale cultuurbeoefening een warm Hart toedraagt...



Dag,
De Vlaamse regering wil de “oormerking” van de Vlaamse subsidies aan de steden en gemeenten in zeven beleidsdomeinen afschaffen: cultuur, jeugd, sport, lokaal integratiebeleid, ontwikkelingssamenwerking, strijd tegen kinderarmoede en flankerend onderwijsbeleid.
Als het parlement dat plan goedkeurt kunnen de lokale besturen de subsidie die ze krijgen voor bijvoorbeeld de bibliotheek, een jeugdhuis of een cultureel centrum ook gebruiken voor het onderhoud van de riolen of voor de afbetaling van schulden… Dat betekent een bedreiging van onze rechten op lokale voorzieningen en maatschappelijke dienstverlening. En voor de lokale initiatieven in die beleidsdomeinen betekent het grote onzekerheid of ze hun werking nog zullen kunnen verder zetten.
De mogelijke gevolgen grijpen dus bijzonder ver. Daarom vraagt Hart boven Hard aan het Vlaams parlement om een hoorzitting te organiseren over dit plan. Om die vraag kracht bij te zetten zijn we een spoedpetitie gestart www.hartbovenhard.be/lokale-voorzieningen-zijn-een-recht.
Deze morgen besliste de commissie cultuur, jeugd, sport en media om de vraag voor te leggen aan het bureau van het Vlaams parlement. Dat komt dinsdagmorgen 26 mei bijeen. En na de middag bespreekt de commissie binnenlandse zaken het plan van de regering.
Teken nu de spoedpetitie van Hart boven Hard en vraag je vrienden en kennissen om dat ook te doen. Het is dringend!
Voor Hart boven Hard,

Wouter Hillaert

Podcast Luisterboeken